Kerstvakantiepuzzel VII: GroenLinks-kabinet

Het laatste kabinet, na de formaties van enkel PvdA’ersVVD’ersD66′ers en CDA’ers, SP’ers en rechtse onafhankelijken, nu een kabinet uit enkel GroenLinksers. Het kabinet bestaat uit even veel mannen als vrouwen.

  • Minister-President: Jesse Klaver, de jeune premier.
  • Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: Andrée van Es was eerder Kamerlid, zorgbestuurders, hoge ambtenaar en wethouder in Amsterdam.
  • Minister van Justitie: Kathalijne Buitenweg, voormalig delegatieleider en op dit moment lid van het College voor de Rechten van de Mens.
  • Minister van Defensie: Joost Lagendijk, voormalig Eurodelegatieleider en een van de meest realistische GroenLinksers op buitenlandterrein.
  • Minister van Buitenlandse Zaken: Bram van Ojik, voormalig fractievoorzitter in de Tweede Kamer en hoge ambtenaar bij buitenlandse zaken.
  • Minister van Financiën: Kees Vendrik, voormalig Kamerlid en op dit moment lid bij de Algemene Rekenkamer.
  • Minister van Economische Zaken: Bas Eickhout, Eurodelegatieleider en klimaatspecialist.
  • Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Ineke van Gent, oud-Kamerlid.
  • Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen: Paul Rosenmöller, oud-partijleider en nu voorzitter van de VOraad.
  • Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Linda Voortman, Tweede Kamerlid.
  • Minister van Infrastructuur en Milieu: Marijke Vos, senator, oud-Kamerlid en oud-wethouder.
  • Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (wonen): Frits Lintmeijer, Senator en oud-wethouder in Utrecht.
  • Staatssecretaris van Justitie (immigratie): Tineke Strik, fractievoorzitter in de Senaat en oud-wethouder.
  • Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (ontwikkelingssamenwerking): Judith Sargentini, Europarlementariër.
  • Staatssecretaris van Financiën (belastingen): Rik Grashoff, Kamerlid en voormalig partijvoorzitter.
  • Staatssecretaris van Economische Zaken (landbouw): Paul Smeulders, wethouder in Helmond
  • Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (werkgelegenheid): Nevin Özütok, oud-Kamerlid en stadsdeelwethouder in Amsterdam.
  • Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (cultuur en wetenschap): Ruard Ganzevoort, Eerste Kamerlid
  • Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (care): Corinne Ellemeet, kortstondig Kamerlid en ontwikkelde zich toen tot een opvallende zorgwoordvoerder.
  • Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (verkeer): Lot van Hooijdonk, wethouder in Utrecht

Kerstvakantiepuzzel VI: PVV-kabinet

Deze formatie was de lastigste. Wat als de PVV de grootste wordt, maar geen bewindspersonen kan of wil leveren. Kan je een kabinet formeren van onafhankelijke rechts-conservatief-georiënteerde politici en bestuurders? Het kabinet bestaat uit alleen ministers om op het aantal bewindspersonen te reduceren ‘snijden in eigen vlees’.

  • Minister-President: Annemarie Penn, de eerste onafhankelijke burgemeester van een grote gemeenten (Maastricht) in decennia, zal ook een onafhankelijke voorzitter van het kabinet zijn.
  • Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: Marco Pastors, oud- Leefbaar wethouder in Rotterdam.
  • Minister van Veiligheid en Justitie: Joost Eerdmans, Leefbaar wethouder in Rotterdam.
  • Minister van Buitenlandse Zaken: Derk-Jan Eppink, oud-Europarlementariër voor een Eurosceptische Belgische partij, ervaren Europees journalist en ambtenaar.
  • Minister van Defensie: Dick Berlijn, oud-commandant der strijdkrachten, VVD-georiënteerd.
  • Minister van Financiën: Merel van Vroonhoven, bestuursvoorzitter Autoriteit Financiële Markten, die keihard zal optreden tegen de banken.
  • Minister van Economische Zaken: Tex Gunning, CEO bij TNT en volgens sommigen een goede kandidaat als een onafhankelijke minister.
  • Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Steven van Eijck, eerder namens maar niet als lid van de LPF staatssecretaris van Financiën.
  • Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen: Andreas Kinneging, hoogleraar rechtsfilosofie, prominente conservatieve denker.
  • Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Kees de Lange, oud-OSF Senator.
  • Minister van Infrastructuur en Milieu: Frits van Bruggen, de directeur van de ANWB.

Kerstvakantiepuzzel V: SP-kabinet

Ik heb al een kabinet geformeerd van louter PvdA’ers, VVD’ers, D66′ers en CDA’ers. Nu: SP’ers.

  • Minister-President: Emile Roemer, uiteraard.
  • Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: Ronald van Raak, Tweede en oud-Eerste Kamerlid.
  • Minister van Justitie: Dennis de Jong, jurist en lid van Europees Parlement.
  • Minister van Defensie: Harry Van Bommel, buitenlandwoordvoerder in de Tweede Kamer.
  • Minister van Buitenlandse Zaken: Tiny Kox, fractievoorzitter in de Eerste Kamer.
  • Minister van Financiën: Arjan Vliegenthart, wethouder in Amsterdam.
  • Minister van Economische Zaken: Eric Smaling oud-Eerste en Tweede Kamerlid.
  • Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Ron Meyer, SP-voorzitter.
  • Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen: Arjo Klamer, hoogleraar economie in Rotterdam en wethouder in Hilversum.
  • Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Renske Leijten, zorgwoordvoerder.
  • Minister van Infrastructuur en Milieu: Paulus Jansen, wethouder in Utrecht.
  • Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (wonen, immigratie en integratie): Sadet Karabulut.
  • Staatssecretaris van Justitie (burgerlijk recht): Nanneke Quik, oud-senator.
  • Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (ontwikkelingssamenwerking): Hans van Heijningen, SP algemeen secretaris.
  • Staatssecretaris van Financiën (belastingen): Ewout Irrgang, oud-Tweede Kamerlid.
  • Staatssecretaris van Economische Zaken (handel): Anne-Marie Mineur, Europarlementariër.
  • Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ouderen): Paul Ulenbelt, socialezakenwoordvoerder.
  • Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (hoger onderwijs en wetenschap):  Jasper van Dijk, onderwijswoordvoerder.
  • Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (cure): Henk van Gerven, zorgwoordvoerder.
  • Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (verkeer): Frank Köhler, senator en oud-wethouder verkeer.

Morgen een PVV-kabinet!

Kerstvakantiepuzzel IV: CDA-kabinet

Eergisteren was het kabinet van louter PvdA’ers, de dag ervoor een kabinet van slechts VVD’ers. Gister een kabinet van alleen D66′ers. Nu aan de beurt: het CDA.

  • Minister-President: Sybrand Buma, uiteraard.
  • Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: Liesbeth Spies, burgemeester van Alphen aan den Rijn, die al eerder kortstondig deze post vervulde.
  • Minister van Veiligheid en Justitie: Wim van der Camp, Europarlementariër.
  • Minister van Defensie: Raymond Knops, oud-militair en Kamerlid.
  • Minister van Buitenlandse Zaken: Ben Knapen, al eerder staatssecretaris op dit departement.
  • Minister van Financiën: Jan Kees de Jager, al eerder minister.
  • Minister van Economische Zaken: Niek Jan van Kesteren, directeur van de werkgeversorganisaties en CDA-senator.
  • Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Jaap Smit, oud-CNV’er nu commissaris van de Koning in Zuid-Holland
  • Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen: Marja van Bijsterveldt, al eerder minister op dit departement.
  • Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Mona Keijzer, Kamerlid.
  • Minister van Infrastructuur en Milieu: Sander de Rouwe, gedeputeerde in Friesland
  • Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (volkshuisvesting): Greetje de Vries, senator en oud-gedeputeerde.
  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie: Madeleine van Toorenburg heeft zich als voorzitter van de FYRA commissie in de kijker gespeeld.
  • Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (ontwikkelingssamenwerking en handel): Maria Martens, oud-Europarlementariër en senator.
  • Staatssecretaris van Financiën (belastingen): Pieter Omtzigt, rekenmeester van de CDA-fractie.
  • Staatssecretaris van Economische Zaken (landbouw): Joop Atsma, oud-staatssecretaris en nu CDA-senator.
  • Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (pensioenen): Eddy Hijum, gedeputeerde in Overijssel.
  • Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen: Anne Flierman, oud-voorzitter van de Universiteit Twente en nu senator.
  • Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Hanke Bruins Slot, zorgwoordvoerder in de Tweede Kamer
  • Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu: Esther de Lange, delegatieleider in het Europees Parlement.

Morgen een kabinet van enkel SP’ers.

Kerstvakantiepuzzel III: D66-kabinet

Gisteren was het kabinet van louter PvdA’ers, de dag ervoor een kabinet van slechts VVD’ers. Nu een kabinet van alleen D66′ers.

  • Minister-President: Alexander Pechtold, uiteraard.
  • Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: Thom de Graaf, was al eerder minister op dit departement.
  • Minister van Justitie: Gerard Schouw, belangrijke bondgenoot van Pechtold maakt een comeback.
  • Minister van Defensie:  Tom de Bruijn, nu wethouder in Den Haag was jarenlang belangrijk internationaal topambtenaar.
  • Minister van Buitenlandse Zaken: Rob de Wijk, buitenlandcommentator die al jarenlang boven aan de D66-lijstjes staat.
  • Minister van Financiën: Wouter Koolmees, slimme sociaal-liberale begrotingsspecialist.
  • Minister van Economische Zaken: Kajsa Ollongren, eerder hoogste ambtenaar op Algemene Zaken, nu wethouder economische zaken in Amsterdam.
  • Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Paul Schnabel, eerder SCP-directeur en nu D66-senator.
  • Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen: Alexander Rinnooy Kan, eerder SER-voorzitter en nu D66-senator.
  • Minster van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Ingrid van Engelshoven, wethouder in Den Haag en Pechtoldvertrouweling
  • Minister van Infrastructuur en Milieu: Pex Langenberg, topambtenaar en nu wethouder duurzaamheid in Rotterdam.
  • Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (bestuurlijke vernieuwing): Hans Engels, D66 senator en hoogleraar decentrale overheden.
  • Staatssecretaris van Justitie (immigratie): Fatma Koser Kaya, jurist, oud-wethouder en Kamerlid.
  • Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (Europese integratie en handel): Sophie in ‘t Veld, fractievoorzitter van de D66 in het Europees Parlement.
  • Staatssecretaris van Financiën (belastingen): Henriëtte Prast, D66-senator en hoogleraar economie.
  • Staatssecretaris van Economische Zaken (energie): Stientje van Veldhoven, energiewoordvoerder in de Kamer.
  • Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (pensioenen): Victor Everhardt, wethouder sociale zaken in Utrecht.
  • Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (basisonderwijs en cultuur): Paul van Meenen, oud-onderwijsbestuurder en nu -woordvoerder.
  • Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Pia Dijkstra, medisch woordvoerder in de Tweede Kamer.
  • Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (verkeer): Joris Backer, een belangrijke D66-denker.

Kerstvakantiepuzzel II: PvdA-kabinet

Gister vormde ik een kabinet dat uitsluiten bestond uit VVD’ers, nu een kabinet dat bestaat uit louter PvdA’ers. Het kabinet bestaat voor 48% uit vrouwen.

  • Minister-President: Lodewijk Asscher, meer minister-presidentsmateriaal dan Samsom.
  • Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: Ahmed Aboutaleb, de burgemeester van Rotterdam wordt het gezicht van het ministerie voor burgerschap, integratie en participatie.
  • Minister van Justitie: Eberhard van der Laan, een jurist als minister voor de rechtsstaat.
  • Minister van Defensie: Ton Heerts, de FNV-voorzitter wordt binnen gehaald en krijgt een plek op defensie zijn oude ‘vak’.
  • Minister van Buitenlandse Zaken: Bert Koenders kan blijven zitten.
  • Minister van Financiën: Jeroen Dijsselbloem kan blijven zitten.
  • Minister van Economische Zaken: Mariëtte Hamer heeft als SER-voorzitter de benodigde statuur om minister te worden.
  • Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Jetta Klijnsma gepromoveerd staatssecretaris
  • Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen: Jet Bussemaker kan blijven zitten.
  • Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Pauline Meurs, oud-senator nu voorzitter van de gezondheidsraad.
  • Minister van Infrastructuur en Milieu: Lilianne Ploumen, van minister zonder portefeuille naar deze groene post.
  • Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (openbaar bestuur): Ruud Vreeman, prominente PvdA’er met een FNV-achtergrond.
  • Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (ontwikkelingssamenwerking en handel): Angelien Eijsink, prominente buitenlandspecialist in de Kamer.
  • Staatssecretaris van Justitie (immigratie): Jannette Beuving, nu senator en voormalig rechter.
  • Staatssecretaris van Financiën (belastingen): Martin van Rijn maakt als staatssecretaris een kleine promotie.
  • Staatssecretaris van Economische Zaken (landbouw): Martijn van Dam kan blijven.
  • Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (pensioenen): Agnes Jongerius, oud-FNV-voorzitter en nu EP-lid.
  • Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (cultuur en wetenschap): André Postema was vice-voorzitter van de Universiteit Maastricht en nu senator
  • Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (cure): Kim Putters was senator en hoogleraar zorgmanagement nu directeur van het SCP.
  • Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (verkeer): Sharon Dijksma kan staatssecretaris blijven.

Morgen een kabinet van enkel D66′ers.

Kerstvakantiepuzzel I: VVD-kabinet

Gezien de peilingen zal de volgende kabinetsformatie heel ingewikkeld worden: de PVV zal volgens de peilingen de grootste worden, maar alleen de VVD wil met die partij samenwerken. Het CDA heeft dit al uitgesloten. Toch hebben deze drie partijen een meerderheid. Misschien dat er bij de komende kabinetsformatie gekeken wordt naar Denemarken waar een vergelijkbare complexe verkiezingsuitslag zich uitte in een fascinerend kabinet: de derde partij van het land, de liberalen, hebben een minderheidskabinet gevormd dat gedoogd wordt door de Deense PVV, het Deense CDA en D66-achtige partij. Zou de VVD ook genoeg bewindspersonen hebben om een volledig kabinet te vormen?

Eigenlijk is dit best makkelijk, want de VVD levert nu al veel bewindspersonen.

  • Minister-President: Mark Rutte, uiteraard.
  • Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: Annemarie Jorritsma, de kersverse fractievoorzitter van de VVD in de Eerste Kamer maar bestuurlijk zeer ervaren.
  • Minister van Veiligheid en Justitie: Ard van der Steur, net aangesteld.
  • Minister van Buitenlandse Zaken: Jeanine Hennis, gepromoveerd na haar tijd op Defensie.
  • Minister van Defensie: Hans van Baalen, invloedrijke internationale VVD’er.
  • Minister van Financiën: Eric Wiebes, net staatssecretaris maar duidelijk ministermateriaal.
  • Minister van Economische Zaken: Henk Kamp, kan blijven zitten.
  • Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Stef Blok, gepromoveerd na tijd als minister zonder portefeuille.
  • Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen: Halbe Zijlstra, de huidige fractievoorzitter moet natuurlijk het kabinet in.
  • Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Edith Schippers, kan blijven zitten.
  • Minister van Infrastructuur en Milieu: Schultz, kan blijven zitten.
  • Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (volkshuisvesting): Pieter Litjens, nu wethouder in Amsterdam daarvoor Kamerlid.
  • Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (ontwikkelingssamenwerking en handel): Han ten Broeke, een van de meest vooraanstaande VVD-Kamerleden.
  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (immigratie): Klaas Dijkhoff, net aangesteld.
  • Staatssecretaris van Financiën (belastingen): Mark Harbers, een ander prominent Kamerlid.
  • Staatssecretaris van Economische Zaken (landbouw): Betty de Boer, prominent Kamerlid.
  • Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (werkgelegenheid): Sander Dekker maakt een kleine promotie
  • Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (cultuur en wetenschap):  Ton Elias, spindokter in het kabinet.
  • Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (care): Tamara van Ark, vice-fractievoorzitter van de VVD
  • Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (milieu): Cora van der Nieuwenhuiizen, oud-gedeputeerde, oud-Kamerlid en Europarlementariër.

Dit was relatief makkelijk. Morgen een tweede opdracht: een kabinet van louter PvdA’ers.

Color wheel or color space – revisited

 

Slide1A few weeks back, I considered the question whether Magic The Gathering keywords are distributed in such a way that they reflect the specific structure of the color wheel. That is whether the allied colours share more keywords than enemy colours. Contrary to expectation, this was not the case. Rather the distance between allied and enemy colours was roughly equal.

 


figure 1 copyNow we are going to attempt the same question but now looking at creature types. The results are more encouraging here. The underlying method is such that colours that share a lot of keywords are placed closely together and keywords that are shared by the same colours are placed similarly close.  We produce a two-dimensional plot here. The colours are in the correct order: starting in the lower-left corner and moving up, we follow the order ‘White-Blue-Black-Red-Green’. The second thing that is notable is that a number of creature types are so concentrated that they can no longer be read. Essentially every colour has its own concentration. Black in the top middle position has a concentration (where we can read vampire). Blue has the same (around fish). White (below Angel) and Green (one can make out Druid) has the same. For Red the concentration is between dwarf and shaman. These are creature types that are in essence mono-coloured.

 

But other creature types are distributed more evenly between colours. As we can see in the figure, many of these are distributed between allied colours: monks, cats, scouts and horses between white and green; birds between blue and white; ninjas and rogues between blue and black, orcs and ogres between red and black, and finally beasts between red and green. A number of creature types are evenly distributed between all colours, Zubara, for instance. You can see the capitol Z in the centre.

 

Apparently, creature types are in contrast to key words distributed in a pattern that follows the colour wheel. The question arises, why the colour wheel is reflected in the one but not the other?

 

The first reason, is that flavor is an important part of the colour wheel. More than crunch, the alliances and enmities of the colours are fluff. Second and more practically, in order to balance the color pairs, creature keywords cannot be exclusively distributed among allied colour pairs. Flying cannot completely be concentrated in the colours around blue. That would weaken red and green too much. Third, playable strategies are developed for all colour pairs: whether enemy or allied pairs. Having a keyword is one way to do this. Ravnica is an extreme implementation of this, where every colour pair has a key word. Creatures by contrast, have less balancing concerns and are often strongly concentrated in particular colours and their allies.

Is belastingdecentralisatie rechtvaardig?

D66 boekte aan het eind van het jaar een belangrijke overwinning: ze ruilde haar steun voor het belastingplan uit voor een decentralisatie van belastingen.

Ik wil hier beoordelen of het idee van belastingdecentralisatie rechtvaardig is, aan de hand van drie belangrijke waarden: democratie, sociale rechtvaardigheid en duurzaamheid. Ik kijk hier naar het principe van het decentraliseren van belastingen en niet per se naar de precieze uitvoering die nu in Nederland overwogen wordt.

Democratie

Nu er zoveel taken zijn gedecentraliseerd naar gemeenten, zoals met de participatiewet, is het vanuit democratisch perspectief logisch om ook belastingen te decentraliseren. Gemeenten moeten de mogelijkheid krijgen om zelf te bepalen hoeveel belasting ze nodig hebben om deze nieuwe taken uit te voeren. Burgers kunnen dan zelf een niveau van belasting kiezen in ruil voor een bepaalde inhoudelijke invulling van haar taken.

Decentrale belastingen zijn vanuit democratisch perspectief rechtvaardig omdat mensen zelf kunnen kiezen hoeveel belasting ze gaan betalen: door te stemmen bij verkiezingen op partijen die meer of minder belasting willen heffen, maar ze kunnen ook stemmen met hun voeten door te gaan wonen in een gemeente met een bepaald belastingniveau. Vanuit een procedureel opzicht is dit rechtvaardig omdat mensen zo echt een keuze kunnen maken voor de lasten, die ze willen betalen en de diensten die daar tegenover staan.

Sociale Rechtvaardigheid

Keuze is echter niet het enige criterium. Een doelgerichte theorie van belastingen zegt dat een belasting niet rechtvaardig is om dat we de procedure rechtvaardig vinden of omdat mensen gekozen hebben voor een bepaald belastingniveau, maar omdat we dichter komen bij een bepaald doel, zoals een eerlijke verdeling van inkomen.

Zoals bovenal gezien, geef je burgers door belastingdecentralisatie de mogelijkheid om te stemmen over het beleid dat ze willen en over het prijskaartje dat daaraan hangt, niet alleen met een potlood bij gemeenteraadsverkiezingen maar ook met hun voeten. Rijke burgers zullen verhuizen naar gemeenten met lage belastingen of in elk geval naar gemeenten waar de belastingen worden besteed aan diensten waar ze gebruik van maken. Arme burgers zullen zwaarder belast moeten worden omdat ze in gemeenten wonen waar mensen relatief veel gebruik maken van publieke voorzieningen, zeker de sociale voorzieningen (jeudgzorg, thuiszorg, sociale zekerheid) die nu gedecentraliseerd zijn. Ze zullen niet weg verhuizen omdat ze in gemeenten zullen willen wonen met relatief goede voorzieningen, dan wel omdat ze daar al gebruikvan  maken ofwel omdat ze verwachten daar gebruik van te zullen maken.

Om dit plan te financieren zal het er op het gemeentefonds gekort worden. De logica van het gemeentefonds is juist omgekeerd: gemeenten met veel arme burgers hebben recht op meer geld van de centrale overheid. De logica hierachter is evident: gemeenten die meer arme burgers hebben, hebben meer lasten in vorm van uitkeringen.

Het is vanuit het perspectief van sociale rechtvaardigheid absurd om gemeenten die juist relatief veel rijke burgers hebben, de mogelijkheid te geven om hun belastingen te verlagen, en gemeenten met relatief veel arme burgers te korten.

Duurzaamheid

Maar is het niet voorstelbaar dat we door het decentraliseren van belastingen andere doelen kunnen bereiken, zoals milieudoelstellingen? Laten we eens naar een simpel voorbeeld kijken. Gemeenten halen het afval op. Waarom zouden we hen niet meer ruimte geven om burgers en bedrijven die veel afval maken meer belasting te laten betalen en hen die weinig afval produceren minder belasting te laten betalen. Zo stimuleren we consumenten en producenten om minder afval te maken. De nationale overheid kan lastig belasting op afval heffen om dat zij het niet ophalen. Op groene gronden zou je een lokaal belastinggebied kunnen verdedigen.

Er zijn hier wel een paar kanttekeningen te maken: bedrijven zijn mobiel genoeg om te reageren op nationale belastingverhogingen, dus zij zullen ook reageren op lokale groene belastingverschuivingen. Gemeenten met lage afvallasten zullen vervuilende bedrijven aantrekken. Een groene lokale belasting kan best resulteren in een herverdeling van afval en niet de vermindering ervan.

De verschillen in lasten kunnen ook belastingconcurrentie in de hand werken. Nederland schafte de vliegtax af omdat mensen vanuit aangrenzende landen gingen vliegen. Dat maakt het voor gemeenten überhaupt weinig aantrekkelijk om mobiele activiteiten, zoals bedrijven te belasten

Hogere afvallasten werken dus met name waar het consumenten betreft. Die zijn minder mobiel dan bedrijven; ze zijn niet per se immobiel: als we de redenering boven volgen zijn het met name arme burgers meer belasting zullen moeten gaan betalen, omdat rijke gemeenten geen extra milieubelastingen hoeven te heffen.

Groen, Links of Democratisch

Vanuit democratisch oogpunt is er wel wat te zeggen voor het decentraliseren van belastingen. Mensen kunnen dan beter kiezen voor een koppeling tussen een bepaald dienstenpakket en bijbehorend belastingtarief. Die keuzes zullen niet goed uit werken voor diegenen die hechten aan een bepaalde inkomensverdeling, Voor mensen die groene doelen willen nastreven, lijkt het decentraliseren van belastingen passender maar niet zonder problemen.

A color wheel or five-dimensional color space?

The most interesting thing about the card game Magic The Gathering is the color wheel. I do not know of a game or even a book or movie series in fantasy that is rooted so strongly in clear and strong archetypes that have such rich underlying philosophies.

Magic has five colors and each of these has its own niche of card abilities, game effects but also its own flavor. For instance, blue creatures can fly but green cannot. In an extreme and schematic summary:

  • Black cares about power and accumulates power by doing things the other colors consider taboo such as dealing with death,disease and deceit. Magic designer Mark Rosewater discussed black further here.
  • Blue cares about self-perfection and reaches this by knowledge, manipulation of others and artifice. It is also associated with the elements of water and air. Rosewater talks about blue further here.
  • White cares about peace and seeks to establish this through order, whether military, religious, moral or legal. It is also associated with the light. Rosewater reflects on white here.
  • Green cares about harmony and believes that natural growth, accepting reality and spirituality lead to this. Rosewater talks about green here.
  • Red cares about freedom and therefore embraces emotions, violence and chaos. It is associated with the elements of earth and air. Rosewater discusses red here.

Slide1

The color wheel is often represented as it is beside here: each colour has two allied colors (next to it) and two opposite colors (on the other side). Green is allied with white and red, but is an enemy of blue and black. The question that I seek to answer here, is whether the differences between these colors are indeed structured in this fashion. Is it simply the case that every colour has its own niche abilities; or is it the case that there is an underlying structure of similarities and differences that the allied colors have more overlap than the enemy colour pairs. The question is whether in terms of their overlapping abilities there is ‘color wheel’-like structure. In this color wheel:

  • White is more similar to blue and green than it is to red and black. For instance, white and green are more committed the community than the other colors.
  • Blue is more similar to white and black than it is to red and green. For instance blue and green differ strongly in the way they approach artificial things (green hates them but blue embraces them).
  • Black is more similar to blue and red than it is to white and green. Black and red are more inclined to kill living things than the other colors.
  • Red is more similar to black and green than it is to white and blue. Red and white differ on the dimension of chaos versus law.
  • Green is more similar to red and white, that it is to black and blue. Green and red both have a natural ferocity to them.

To me the identities of ‘red’ and ‘white’ are as clear as terms as ‘left’ and ‘right’ in politics. These are actually very similar. For instance, they are not well-defined: every gamer/citizen has an intuitive understanding of them but these may be slightly different. Moreover, their meanings can shift: cards that used to be clearly blue in Alpha such as Prodigal Sorcerer, are now, more than twenty years later clearly in another color (red in this case). Historically, the left in the Netherlands championed the separation of church and state, now more and more the right emphasizes this issue. Moreover, interesting things can happen in the overlap between colors that is when magic designers make two-color or hybrid cards or when politicians have to form coalitions.

In order to analyse the color wheel we look at keywords. We limit our analysis to keywords that have been used in more than one block of Magic (excluding the Time Spiral Block). We thus include evergreen keywords (‘flying’), recurring keywords (‘cycling’) and phased-out keywords (‘banding’). We count the number of cards that has each keyword per colour. For instance, there are thirteen blue cards that mention ‘first strike’ and 143 white cards that mention ‘first strike’. We do this for all cards in gatherer.

Rplot8 copy

Is this a good way to measure the extent to which colors are different and similar? It may be that a lot of the green mentions of “flying” come from flying-hate cards or that the blue mentions of first strike are from off-color activations. To establish the validity of our measure we correlate the number of cards with keywords per color with the extent to which Mark Rosewater has identified colors as being primary, second, tertiary etc. in a recent “Drive to Work“. As can be seen in the figure next to this texts, these are strong negative correlations between the number of cards with an ability and these judgements by Rosewater: that is cards that are primary in an ability tend very strongly to have most cards with this ability. The only exception is menace. Here the correlation is still -0.43, but the colour that is primary in this keyword according to Rosewater (black) has only three cards with this ability compared to red. But this may be the effect of the fact that this ability is relatively recent.

The data that we have, is a cross-table: the number of cards with a particular keywords in particular color. To a political scientist, this data calls out “correspondence analysis“. A method specifically developed to visualize this kind of data, to assess its dimensionality and to look at differences and similarities between the categories in the analysis.

Rplot1 copy The first step is assessing the ‘dimensionality’ of the data. That is understanding how many dimensions are necessary to represent the data with a minimum of misrepresentation. We can see visualization of this in the figure next to this. It shows that a single dimensional model would represent 33% of the data correctly. Adding a second dimension improves the correctness of the fit by 30% to 63%. Adding a third dimension improves the correctness with another 20% to 83%. The fourth dimension allows one to correctly represent all the data.

The high level of variance (i.e. the fact that the first dimension only represents 33% of the variation) implies that rather than thinking of the color wheel as a low dimensional structure with considerable overlap between the colors we should think of the color wheel as four-dimensional space with each color having its own distinct identity. Therefore we are going to look at all four dimensions.

Rplot2 copy 2Here we can see the first two dimensions. These explain more then 60% of the differences between the colors. The horizontal dimension represents the difference between white and green. There is a set of keywords that occur more often on white cards, such as vigilance, exalted, banding. Green also has its niche with reach, fight and trample. In this structure, blue is quite similar to white (because they both tend to use flying for instance) and red is more similar to green (sharing bloodthirst and trample for instance). Black takes quite a centrist position. The first dimension clearly upsets the color wheel. In terms of the differences in keywords the largest difference is between green and white. There are very little white cards with ‘green’ keywords such as fight (0) and very little green cards with ‘white’ keywords such as lifelink (4). Still there are some signs of color wheel structure with blue being similar to white and green being similar to red.

On the vertical dimension we can see a clear difference between all the other colors and red. Red has its own identity with abilities such as haste and menace. It has some abilities that overlap with white (such as first strike) and some that overlap with green such as bloodthirst.

Rplot3 copy 2 When we add third dimension we can see a similar thing as in the previous figure. There is a strong difference between all the colors and black. On the vertical dimension we can see keywords like fear, intimidate and deathtouch that are characteristically black. Vigilance and fight are characteristically non-black. Of the four remaining colors, blue is most similar to black in terms of this dimension. Blue is an allied colour of black.

Rplot4 copy The fourth dimension separates blue from the other colors. Here typically blue keywords such as scry, shroud, hex proof and prowess are concentrated on the top of the figure. Below one can see typically non-blue key words, such as lifelink and fear. What is interesting about this dimension is that red and green are more similar to blue than white and black, despite the fact that white and black are ‘allies’ of blue and red and green are ‘enemies’

What conclusion can we draw from this?

First, if the color wheel would have relied on strict similarities between allied colors and strict differences between enemy colors, one may have expected a two-dimensional structure where the different colors are ordered in a nice pentagonal structure. This is not the case. Rather than having overlapping keywords with allies, we have high-dimensional space, this implies that every color has its own niche. The colors are about equally distant from each other.

This might simply imply that every color has its own distinct identity and that there is no wheel behind them. But this would be the wrong conclusion: rather than sharing the same keywords (and therefore the same strengths) as their allied colors, the allied colors are likely to compensate each other: for instance, adding white to a green deck might give it the evasion green lacks.

Moreover, this shows that rather than being limited to having an overlap with their allied color, the opposite colors actually overlap as much. Black and green for instance share regenerate and deaththouch. This represents their duality as colors of life and death.

Below one can find the three remaining figures that represent the other perspectives on the four dimensional space.

Rplot5 copy

Rplot7 copy Rplot6 copy