Links en de Moraal II: Weg met de toeslagenfabriek

In tijden van economische crisis verdwijnt de vrijzinnige moraal naar de marge. Links heeft de dure taak om werkgelegenheid te waarborgen. Filosoferen over vrijheid schept geen nieuwe banen. En toch wil ik juist nu reflecteren over een aantal recente voorvallen waarin economische noodzaak en individuele vrijheid elkaar kruisen.

De toeslagenfraude door Bulgaarse bendes laat zien dat een complex belastingstelsel gevoelig is voor fraude. PvdA-fractievoorzitter Diederik Samsom deed een interessant voorstel in de NRC van 16 mei: hij wil samen met zijn liberale collega, Halbe Zijlstra, nadenken over een alternatief voor het toeslagenstelsel en noemde terloops het basisinkomen. Een basisinkomen blinkt uit in eenvoud en sluit aan bij de idealen van sociaal-democraten én de targets van de liberalen. Het zorgt voor een flinke besparing op de bureaucratische verzorgingstaat maar verzekert voor iedereen een fatsoenlijk bestaan.

Een basisinkomen is een inkomen dat burgers onvoorwaardelijk van de overheid krijgen. Het zou voldoende moeten zijn voor mensen om te voorzien in de essentiële levensbehoeften, zoals huisvesting en een zorgkostenverzekering. Iedere burger krijgt dit van de overheid, maar voor de rest is het stelsel van sociale zekerheid zeer beperkt tot, bijvoorbeeld, arbeidsongeschiktheid en onverzekerbare zorgkosten. Daarnaast kunnen mensen zich op de vrije markt bijverzekeren. Tegelijkertijd schaffen we bijna alle uitkeringen, toeslagen en aftrekposten af.

Terecht ergert Halbe Zijlstra zich aan het rondpompen van geld. Mensen betalen belasting maar tegelijkertijd kunnen ze via allerlei regelingen weer geld terug krijgen van de overheid. Dat geldt voor de toeslagenfabriek maar ook voor de hypotheekrenteaftrek. Het belastingstelsel is door Christen-democraten aangekleed als een soort kerstboom met toeslagen, aftrekposten en uitzonderingen. De fraude van de Bulgaarse bendes laat zien dat de kerstboom onder deze versieringen dreigt weg te zakken.

Waren de toeslagen maar het enige: voor mensen die zelf niet voldoende inkomen kunnen vergaren hebben we nu een complex van anonieme afkortingen: AOW, WW, WIA. Om te kijken of mensen wel recht hebben op deze uitkeringen zijn weer controles nodig dat moet dan weer geadministreerd worden door bureaucratische molochen als het UWV.

Een eenvoudiger stelsel van sociale zekerheid, zoals een basisinkomen, voorkomt dat zuurverdiend belastinggeld in de verkeerde handen valt of verdwijnt in een bureaucratisch zwart gat. Het basisinkomen zou de kern kunnen vormen van een mini-stelsel van sociale zekerheid, de droom van de VVD.

Tegelijkertijd zou een basisinkomen ervoor zorgen dat iedere burger recht heeft op een fatsoenlijk bestaan, het hoofddoel van de PvdA. De huidige complexiteit aan regelingen heeft tegenstrijdige effecten: zoals de armoedeval, als mensen die in een uitkering zitten gaan werken, dan kunnen ze wel eens minder geld overhouden aan het eind van de maand, dan toen ze niet werkten. Alle toeslagen zijn inkomensafhankelijk. Als je teveel verdient, heb je geen recht meer op die regelingen. Werken loont dus niet. Een basisinkomen voorziet iedereen in een minimum. Het geld dat mensen daar bovenop verdienen gaat niet ten koste van hun basisinkomen. Zo stimuleert het meer dan de huidige regelingen dat mensen gaan werken.

Bovendien merken veel gemeentes dat armlastige burgers zich niet aanmelden voor alle regelingen waar ze recht op hebben. Ze sturen formulierenbrigades langs de deuren om mensen te helpen om hun recht te halen. In een simpeler sociaal stelsel zou dat niet nodig moeten zijn.

Onze verzorgingstaat is een onoverzichtelijk systeem geworden van uitkeringen, belastingen en toeslagen. Voor de mensen voor wie het bedoeld is ons stelsel vaak te ingewikkeld: zij halen er niet uit wat er in zit. Voor mensen die kwaad van zin zijn biedt het genoeg mogelijkheden voor fraude. Een basisinkomen scoort beter op het sociaal-democratische ideaal van een eerlijke inkomensverdeling en het liberale target van efficiency. Weg met de toeslagenfabriek. Leven het basisinkomen.

Links en de Moraal I: ‘Vrouwen die niet werken moeten zich schuldig voelen.’

In tijden van economische crisis verdwijnt de vrijzinnige moraal naar de marge. Links heeft de dure taak om werkgelegenheid te waarborgen. Filosoferen over vrijheid schept geen nieuwe banen. En toch wil ik juist nu reflecteren over een aantal recente voorvallen waarin economische noodzaak en individuele vrijheid elkaar kruisen.

De kwestie

Eind vorige week riep minister van emancipatie, Jet Bussemaker, vrouwen met een goede opleiding op om niet thuis te zitten maar aan het werk te gaan. Als de baan van hun partner wegvalt of als deze vrouwen scheiden dan rest er slechts armoede. Bussemaker speelde hier bewust via de band van de morele gevoelens: ze stelde dat vrouwen zich moesten bevrijdden van het schuldgevoel dat ze hadden ten opzichte van hun gezin, maar dat zij zich eerder schuldig moesten voelen dat de overheid zoveel in hen geïnvesteerd had.

Al langer vereenzelvigen linkse partijen met een feministisch verleden vrijheid voor vrouwen met economische zelfstandigheid, en begrijpen dat laatste louter als werk. Het argument dat de overheid veel in vrouwen investeert terwijl ze alleen maar thuis zitten werd ook gebezigd door Kamerlid Dijksma toen ze in 2006 zei dat een hoogopgeleide vrouw die thuis zat  kapitaalvernietiging was. Laten we eens naar de drie belangrijkste argumenten kijken:

  • onderwijs is een investering;
  • werkloosheid kost de samenleving geld;
  • en een werkend leven is waardevoller dan een zorgzaam leven.

Onderwijs is een investering

‘U moet zich schuldig voelen, want de overheid heeft veel in u geïnvesteerd. Dat wordt weggegooid als u niet gaat werken.’ Dat is de stelling van de sociaal-democraten.

Bussemaker stelt dat er een verplichting is om werk te vinden in je opleiding. Dat lijkt me onzinnig. Ik ken mensen die psychologie gestudeerd hebben en vervolgens als IT’er aan de slag gaan, of mensen met een universitaire opleiding die kaartjes knippen in een bioscoop. Wat te denken van gepromoveerde wiskundigen die politicologisch onderzoek doen. Moeten zij zich ook schuldig voelen?

Er schuilt een bepaalde visie op onderwijs in deze uitspraak: op school worden mensen klaar gestoomd voor de arbeidsmarkt. Maar ons onderwijs leert kinderen (ook) over andere aspecten van onze samenleving dan werk: denk aan expressieve vorming die de ogen opent voor kunst, gymnastiek voor sport, maatschappijleer voor burgerschap, Latijn en Grieks voor de wortels van onze beschaving, Engels, Frans en Duits voor de cultuur van onze buurlanden.

Als we doen alsof onderwijs alleen maar een beroepsopleiding is vergeten we dat verkennen, experimenteren, onderzoeken en leren de kern van onderwijs is. Leren is niet alleen bepaalde kennis of vaardigheden opdoen, maar ook jezelf leren kennen. Onderwijs is de plek waar je kan leren waar je hart ligt: dat kan werk zijn, maar dat hoeft niet.

Overigens, de uitlating van Bussemaker is erg elitair: vrouwen die doorgeleerd hebben moeten gaan werken. Het lijkt me dat een sociaal-democratische minister zich meer zorgen zou moeten maken over vrouwen die niet hebben doorgeleerd. Hoger opgeleide vrouwen kunnen terugvallen op hun opleiding als ze kostwinner moeten worden. Hoger opgeleide vrouwen trouwen hoger opgeleide mannen. Die mannen hebben een kleinere kans om zonder werk te zitten. Bovendien die gezinnen zijn rijker. Die kunnen terugvallen op spaargeld als beide partners zonder werk zitten. En vrouwen kunnen gezien die rijkere partner rekenen op een gunstigere settlement bij een scheiding. Ik zou me meer zorgen maken over vrouwen zonder opleiding, zonder spaargeld en zonder partner.

Werkloosheid kost de samenleving geld

Bussemaker geeft een tweede argument om werk te zoeken: als u vrijwillig kiest voor werkloosheid dan loopt u een grotere kans om in een uitkering te komen. En dat kunnen we nu beter niet hebben omdat de overheid moet bezuinigen op de collectieve uitgaven.

Het reduceren van de uitkeringsafhankelijkheid is in de Nederlandse politiek een breedgedeeld langetermijndoel. Mensen moeten niet afhankelijk zijn van de verzorgingsstaat maar zelf verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen inkomen. De AOW-leeftijd werd verhoogd met brede steun. Dit was meer dan een platte bezuinigingsmaatregel. Gezien de gestegen levensverwachting is het niet meer reëel dat mensen zolang hun hand op houden. De arbeidsongeschiktheidsregelingen in ons land werden hervormd naar een ‘Wet Werken naar Vermogen’ en een ‘Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen’. Het uitgangspunt is arbeidsgehandicapten moeten niet thuis zitten maar aan de slag. De oproep van Bussemaker moet in deze context gelezen worden: onze verzorgingsstaat transformeert van een stelsel dat een inkomen verzekert voor diegenen die onvrijwillig werkloos zijn naar een stelsel dat mensen tijdelijk ondersteunt als ze ‘in between jobs‘ zijn.

Deze langetermijnvisie  wordt nu gebruikt om nu bezuinigingen te verdedigen. Meer mensen moeten werken. Op lange termijn is er, vanwege de vergrijzing, een tekort aan mensen die willen werken. Maar op korte termijn is de economische realiteit dat er meer werkzoekende dan vacatures zijn; dat er veel mensen ontslagen worden, en maar weinig mensen werk vinden. En overigens zo is de ‘kortetermijnrealiteit’ al ongeveer vijf jaar. En overigens de bezuinigingen die met dit argument gelegitimeerd worden, helpen niet om aan die realiteit een einde te maken. Ondertussen moedigt de overheid iedereen, ouderen, vrouwen en arbeidsongeschikten, aan om werk te gaan zoeken en hun hand niet meer op te houden, terwijl er geen vacatures zijn.

Principiëler vind ik het idee dat economische zelfstandigheid vereenzelvigd moet worden met loonarbeid curieus: vrouwen zijn dan niet meer afhankelijk van hun partner maar van een werkgever. Waarom is proletarische zelfstandigheid verkieslijk boven patriarchische afhankelijkheid? Als ze scheiden of ontslagen worden zijn ze afhankelijk van de overheid. Achter het streven naar economische zelfstandigheid schuilt een morele opvatting dat mensen niet afhankelijk van elkaar zouden moeten zijn. Dit is een illusoir streven omdat de ene afhankelijkheid wordt ingeruild voor de anderen. Het ontkent een vrij fundamentele waarheid van samenlevingen: dat mensen daarin afhankelijk van elkaar zijn. In een huwelijk ben je afhankelijk van elkaar, maar ook in een arbeidscontract en als samenleving van vrije burgers.  Een samenleving is een gemeenschappelijke onderneming.

Wat cru geformuleerd: als u teert op uw partner is er de kans dat u een uitkering nodig heeft, als hij van u af wil, maar als u teert op uw werkgever is er evenzeer een kans dat u afhankelijk wordt van een uitkering als hij van u af wil.

Een werkend leven is waardevoller dan een zorgzaam leven

Er schuilt een bepaalde visie op het goede leven achter de uitspraken van Bussemaker. Onderwijs is eigenlijk alleen maar een beroepsopleiding, niet de plek waar mensen kunnen leren over de wereld (werk maar ook kunst en politiek) en zichzelf. En bovendien zou u moeten gaan werken, overigens niet omdat er bijzonder veel werk te vinden is. De Partij van de Arbeid maakt haar naam waar: in de visie van deze sociaal-democraat is werk alles wat telt.

De formulering van Bussemaker is veelzeggend: vrouwen moeten zich niet schuldig voelen over hun gezin. Vrouwen worden aangesproken op hun morele emoties. U moet uw morele gevoelens laten varen dat u moet zorgen voor uw partner, uw kinderen en misschien uw ouders. Een liberale overheid moet zich niet moeten bemoeien met de morele gevoelens van haar burgers.

Volgens Bussemaker is een werkzaam leven is beter dan een zorgzaam leven. Ik ken deze reflex ook. Ik ken een vrouw: zij had werk als secretaresse, is getrouwd, kreeg kinderen, is gestopt met werken. Ze scheidde van haar man, moest weer aan het werk. Op haar werk ontmoette ze een nieuwe man. Stopte met werken, opnieuw getrouwd, opnieuw kinderen. De kinderen uit haar eerste huwelijk hebben nu kleinkinderen, waarvoor ze een heel liefdevolle oma is.

Ik vind haar keuzes onbegrijpelijk. Ik ben een workaholic. Ik heb het liefst tien onderzoeksprojecten naast elkaar lopen. Als ik door de portier om 22u00 vriendelijk wordt verzocht om naar huis te gaan, dan ga ik daar het liefst door. Maar mijn voorkeuren voor een werkzaam leven betekenen niet dat haar voorkeuren voor een zorgzaam leven verkeerd zijn. Dat is haar droom. Dit is de mijne. Er is niet een model van het goede leven dat iedereen past.

Kabinet Samsom I

In de peilingen staat linkse partijen op winst. En alhoewel de PvdA meer dan de helft van haar zetels dreigt te verliezen, zouden de sociaaldemocraten na een volgende Kamerverkiezingen mogelijk leiding kunnen geven aan een veelkleurig centrumlinks kabinet. Samen hebben PvdA (23), SP (21), D66 (15), 50+ (13) en ChristenUnie (6) een meerderheid (78). Deze coalitie zou bestaan uit de Partij van de Arbeid en vier linkse inbrekers: de SP en 50+ breken in op het PVV electoraat, D66 en 50+ bij de VVD en de ChristenUnie en 50+ bij het CDA. Hoe zou zo’n kabinet eruit zien?

Overeenstemming over beleid is voor de partijen ingewikkeld: D66 en ChristenUnie willen hervormen, terwijl juist SP en 50+ zich daar tegen verzetten. ChristenUnie en D66 zijn over ethische thema’s dan weer ernstig verdeeld. En op integratie is de SP dan weer conservatiever. Maar een balans van hervormen, bezuinigen en investeren kan onder welwillende partijen altijd gevonden worden, en culturele thema’s zijn van ondergeschikt belang in de huidige tijd.

Een formatie met zoveel partijen is een lastige sudoku omdat er met veel partijen een balans gevonden moet worden in de verschillende onderraden van het kabinet en tussen het aantal staatssecretarissen en ministers.

  • Algemene Zaken: in dit brede kabinet wordt Samsom (PvdA) zelf premier.
  • Buitenlandse Zaken: Sophie in ‘t Veld, de uitgesproken fractieleider van D66 in het Europees Parlement, minister van Buitenlandse Zaken, met Europa in haar portefeuille. SP’er Harry van Bommel wordt minister van Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel.
  • Defensie: Lilianne Ploumen wordt de minister van Defensie, omdat de PvdA een vrouwenquotum te halen heeft.
  • Binnenlandse Zaken: De SP levert de minister voor Binnenlandse Zaken in de persoon van Emile Roemer. 50+ levert de minister zonder portefeuille voor Huisvesting en Rijksdienst, Klaas Wilting, een vertrouweling van Jan Nagel.
  • Justitie: Asscher wordt namens PvdA minister van Veiligheid & Justitie. De ChristenUnie levert met Joel Voordewind de staatssecretaris van Vreemdelingenzaken.
  • Financiën: De PvdA houdt Dijsselbloem als minister van Financiën en voorzitter van de Eurogroep. Hiermee wordt de staatssecretaris van Financiën, Ewout Irrgang, zeer machtig omdat hij Nederland in de Eurogroep vertegenwoordigd.
  • Economische Zaken: ChristenUnie-leider Arie Slob wordt minister van Economische Zaken, hij richt zich met name op landbouw. Wouter Koolmees wordt staatssecretaris, met in zijn portefeuille innovatie en energie.
  • Sociale Zaken en Werkgelegenheid: 50+-leider Henk Krol wordt minister van Sociale Zaken (pensioenen), Sadet Karabulut, namens de SP, wordt zijn staatssecretaris (voor arbeidsmarkt en integratie).
  • Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: D66 levert de minister van Onderwijs, uiteraard Alexander Pechtold. Sharon Dijksma wordt staatssecretaris voor hoger onderwijs en cultuur.
  • Volksgezondheid, Welzijn en Sport: SP levert met Tineke Slager zelf de minister van VWS. Haar staatssecretaris wordt 50+-voorzitter Willem Holthuizen. Hij wordt verantwoordelijk voor Langdurige Zorg.
  • Infrastructuur & Milieu: Tiny Kox wordt minister van Infrastructuur. Wilma Mansveld blijft staatssecretaris van Milieu en krijgt daar natuur bij.

De PvdA en de SP leveren allebei vier ministers en twee staatssecretarissen, maar de PvdA levert de premier. D66 en 50+ hebben allebei twee ministers en een staatssecretaris. De ChristenUnie een van beide. In de sociaal-economische onderraad zijn alle partijen vertegenwoordigd zoals ze staatssecretarissen hebben. Alle partijen leveren een bewindspersoon op het gebied van binnenlandse zaken en alle partijen, behalve 50+, op milieu, De PvdA, SP en D66 leveren een bewindspersoon op buitenlands gebied. SP en 50+ leveren allemaal twee bewindspersonen in de publieke sector, een PvdA en D66 een.

Buiten het kabinet zijn er dan vijf fractievoorzitters die regelmatig overleggen met het kabinet: Van Dam (PvdA), Leijten (SP), Klein (50+), Schouw (D66) en Segers (ChristenUnie).

Dick’s Dialectische Denken

1 februari stopte Dick Pels als directeur van het Wetenschappelijk Bureau. Voor zijn afscheid gisteren zocht ik naar de rode draad in zijn denken: zijn Marxistische methodologie.

In zijn jonge jaren was Dick modieus Marxist en natuurlijk lid van de CPN. Hoewel typische Marxistische geloofsartikelen als de socialisering van de productiemiddelen en de klassenstrijd in zijn denken niet meer naar voren komen, is er een typisch Marxistisch element dat nog steeds in Pels’ denken terugkeert: de dialectiek.

In de Marxistische dialectiek is er eerst een positie (these). Daartegenover kan een tweede positie gesteld worden (antithese). De tegenstelling tussen deze twee polen wordt opgeheven door de synthese. De synthese verenigt de twee ogenschijnlijk tegengestelde polen met elkaar in een derde vernieuwende positie.

In zijn meest recente monografie Het Volk Bestaat Niet staat de spanning tussen de elite en het volk centraal. De klassieke Nederlandse regentendemocratie werd uitgedaagd door het populisme van Fortuyn. Dick zoekt de synthese in een wisselwerkingsdemocratie: politici moeten durven om vooruit te lopen en burgers moeten politici terug kunnen roepen als ze te ver gaan.

Maar dezelfde dialectiek is ook zichtbaar in Zwak voor Nederland. Dick onderzoekt hier de spanning tussen de Islam en haar liberale critici zoals Ayaan Hirsi Ali. Hij vindt in deze tegengestelde posities een grote gelijkenis: de absolute waarheidspretentie. Zowel de fundamentalistische Islam als het Verlichtingsfundamentalisme denken de absolute waarheid in handen te hebben. Pels vindt dan ook de synthese in een kritisch relativisme, dat zich verzet tegen harde zekerheden van de gelovigen en atheïsten en uit gaat van twijfel en onzekerheid.

Dick laat zich graag inspireren door het sociaal-individualisme van Jacques de Kadt. In deze positie worden ook twee posities met elkaar verenigd. Tegenover het liberale individualisme ontstond een socialistische tegenbeweging. De Kadt en Pels verenigen dit in een ‘socialisme ter wille van het individualisme’. Dit brengt de individuele vrijheid van het liberalisme samen met het gelijkheidsideaal van het socialisme. Een eerlijke verdeling van inkomen en kansen is nodig om persoonlijke autonomie voor iedereen mogelijk te maken.

Later voegde Dick aan deze dialectische driehoek een nieuwe dimensie toe: het paternalisme. Persoonlijke autonomie dreigt te ontaarden in de hufterigheid van de dikke ikken. Het roept zo een conservatieve tegenreactie op. Pels komt met een synthese: vrijzinnig paternalisme. Mensen weten niet altijd wat het beste is voor hen zelf. Maar ook de overheid weet niet altijd wat het beste is voor het individu. Eén van de oplossingen die Pels biedt, is de democratische dialoog waarin samen onderzoeken wat het goede leven is.

En zo brengt Pels twee schijnbaar tegenovergestelde posities samen: een Marxistische scholing, waarin het dogma van het Marx centraal staat, en een vrijzinnige houding, die uitgaat van de vrijheid om anders te denken, om te twijfelen aan gevestigde ideeën en overtuigingen. Marxistische dialectiek en vrijzinnig relativisme verenigd.

Een wereld zonder D66 VIII: Den Haag, 12 november 2012

Dit is het achtste deel in een negendelige serie over hoe Nederland zich had ontwikkeld als D66 niet was opgericht. Hier het vorige deel.

Nederland snakte naar een stabiel kabinet, na het minderheidskabinet van VVD en CDA dat rekende op de PVV. Ze hadden samen net genoeg zetels om een einde te maken aan zeven jaar lang stabiel bestuur onder premier-Cohen. Het nieuwe kabinet hield het maar twee jaar vol. Het VVD/PvdA-kabinet werd snel geformeerd.

Misschien iets té snel. Na de formatie ontstaat er onrust in de VVD over de inkomensafhankelijke ziektekostenpremie. De PvdA en VVD proberen het in achterkamertjes te regelen. De oppositiepartijen staan op hun achterste poten en roepen om het hardst dat er geen compromissen gesloten hadden moeten worden. Tweets, moties, Kamervragen. De hype voert weer de boventoon in de politiek. Altijd maar weer hetzelfde gezeur en hetzelfde geharrewar tussen regering en Tweede Kamer.

Ondertussen in … Leiden

Alexander Pechtold heeft geen tijd voor politiek. Als directeur veilingen van Sotheby’s Nederland richt hij zich op kunstvoorwerpen, oude boeken, schilderijen en sierraden. Eén van de grote stukken dit jaar hadden de ‘kroonjuwelen’ moeten zijn. Het zijn juwelen van Jackie Kennedy uit haar tijd bij Onasis. Drie keer zijn de stukken al op de veiling geweest, maar er wordt niet opgeboden. Het frustreert Pechtold. Het is zijn vak om als er een beetje vraag is naar een product de vraag op te kloppen tot dat mensen plotseling bezitter zijn van een globe of een schilderij. Na de veiling maakt hij graag een praatje met de nieuwe eigenaren. “Eigenlijk bent u een kunstliefhebber”  zegt hij dan graag. Met kroonjuwelen wil het maar niet lukken. Mensen lijken er gewoon niet in geïnteresseerd. Pechtold kijkt naar de stukken en zegt: “haal de kroonjuwelen maar uit de etalage. Ze zijn nog wel op voorraad leverbaar.” Zijn ogen gaan naar een kubistisch schilderij. “Vijf punten op de horizon.” “Kijk”, roept hij, “wat een topstuk! Daar zit handel in! “

Een wereld zonder D66 VI: Hilversum, 6 mei 2002

Dit is het zesde deel in een negendelige serie over hoe Nederland zich had ontwikkeld als D66 niet was opgericht. Hier het vorige deel.

De moord op Pim Fortuyn was één van de meest schokkende gebeurtenissen in de Nederlandse politiek. Want de agenda van Fortuyn was meer dan alleen migratie en integratie. Fortuyn wilde dolgraag zelf verkozen worden als premier van Nederland. Ook burgemeesters en stadhouders (een term die Fortuyn liever zag dan Commissaris van de Koningin) moesten er ook aan geloven. Fortuyn wist juist door zijn indringende persoonlijkheid mensen van alle lagen en standen voor de politiek te interesseren. De hoop is van velen dat de Nederlandse politiek daarvan leert. Een directere band tussen kiezer en gekozene om de kloof te overbruggen.

Ondertussen in … Nijmegen

Thom ijsbeert door zijn huis. D66 heeft eigenlijk alleen maar tegenstand gevonden voor haar ideeën voor besturen op basis van kwaliteit. De paarse partijen willen hun machtspositie niet opgeven. PvdA en VVD hebben in de laatste acht jaar veel burgemeesters benoemd.

Met veel van de ideeën van Fortuyn had Thom weinig. Maar hij zag wel wat in het idee van een zakenkabinet met partijloze ministers. Via via had Thom gehoord dat Fortuyn het lastig vond om vrouwen te vinden. Hij belde Fortuyn. Hij mocht langskomen. Hij nam bindmappen vol CV’s mee: E. Borst, ziekenhuisdirecteur was geschikt voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport en L.W.S.A.L.B. van der Laan, ambtenaar in Brussel was een mogelijke staatssecretaris voor Europese Zaken. Fortuyn had geen oog voor de binders full of women en destemeer voor de ambitieuze headhunter. De Graaf voelde zich erg opgelaten en ging niet op in de avances van Fortuyn.

De volgende dag had Fortuyn in een interview gezegd: “met die krullenjongens van D66 heb ik niet zoveel.” Al voor de dood van Fortuyn stierf de hoop van Thom op een politieke verandering.

Een wereld zonder D66 V: Den Haag, 29 juli 1994

Dit is het vijfde deel in een negendelige serie over hoe Nederland zich had ontwikkeld als D66 niet was opgericht. Hier het vorige deel.

Het was ook een onmogelijke missie. Wim Kok moet terug naar de Koningin met zijn formatieopdracht: het CDA heeft ongelofelijk verloren (van 53 zetels naar 34). De PvdA verloor acht zetels maar is toch de grootste partij. De VVD is met 12 zetels winst de grote winnaar. Samen hebben CDA en VVD geen meerderheid. De PvdA kan de samenwerking met het CDA doorzetten. Maar die partij ligt in de touwen. Of kiest Kok voor samenwerking met de VVD? Inhoudelijk ziet met name partijvoorzitter Rottenberg er wel wat in. Maar tussen de pragmatische Kok en de intellectueel Bolkestein bottert het niet. Bovendien maakt Kok zich zorgen over GroenLinks. Ze hebben onder leiding van Rosenmöller 13 zetels gehaald in de Tweede Kamer.

Hare Majesteit heeft een list: als Kok nou gewoon een proeve van een regeerakkoord schrijft en kijkt welke partijen aanhaken? Op de weg terug pakt hij een recente lezing van de NRC-hoofdredacteur Hans van Mierlo erbij De burger en de politiek. Misschien dat de ideeën van de man die voor zowel de VARA als het NRC werkte de basis legt voor een kabinet van PvdA en VVD?

Ondertussen in … Nijmegen

Een procureur-generaal, een organisatie-adviseur en een ziekenhuis-directeur. Het was een ongelijksoortig gezelschap die avond in de bovenzaal van Café Daen. In totaal waren er 66 professionals, bestuurders en managers. Ze waren allemaal klaar voor een nieuwe klus, bijvoorkeur als burgermeester of Commissaris van de Koningin. Ze waren alleen allemaal partijloos.

Thom de Graaf hield zijn presentatie voor een geconcentreerde zaal. Het was tijd voor een nieuwe manier van besturen. Niet langer moest de partijkaart tellen maar de kwaliteiten van bestuurders. Dat was het idee achter Dynamics 66. Een bemiddelingsbureau om bestuurlijke posten te vullen met mensen mét bestuurlijke ervaring maar zónder partijlidmaatschap. Dat paste in een nieuwe tijd. Een nieuwe tijd van paarse politiek. Het zou beginnen met burgermeestersposten, maar D66 wou ook dijkgraven leveren én commissarissen, maar op termijn ook staatssecretarissen of zelfs ministers.

D66 moest als een partij worden maar dan zonder programma, zonder leden of zonder kiezers. Een partij die zich richt op besturen. “Een baantjesmachine.” fluistert één van de mensen in de zaal.

Een wereld zonder D66 IV: Buitenveldert, 12 september 1985

Dit is het vierde deel in een negendelige serie over hoe Nederland zich had ontwikkeld als D66 niet was opgericht. Hier het vorige deel.

Acht jaar hebben CDA en VVD al samen geregeerd. De tussentijdse wissel in het CDA in 1981, waarbij Van Agt EG-ambassadeur in Tokyo werd en Lubbers premier heeft geen wissel getrokken op de samenwerking. Twee verkiezingen achter elkaar was de PvdA de grootste partij van Nederland. Maar samen hadden CDA en VVD een meerderheid. Het tweede kabinet Den Uyl kwam er niet. Joop den Uyl is er klaar mee. Hij heeft eindelijk een nieuwe leider gevonden. Iemand die de PvdA wel het Torentje in kan leiden. De Wim Kok heeft laten zien hij compromissen kan sluiten met werkgevers en rechtse partijen als FNV-leider. Hij wordt nummer #2 op de lijst en na de verkiezingen kan hij beginnen.

Ondertussen in …. Rotterdam

Na correspondent geweest te zijn in Parijs en daarna adjunct-hoofdredacteur van het NRC Handelsblad is Hans voor de televisie gaan werken. Hij was gevraagd door zowel de AVRO als de VARA om interviewer te worden. Hij koos voor de VARA, want alhoewel hij niet uit een rood nest kwam, deelde hij veel van de idealen van de sociaal-democratische omroep. Vier jaar lang presenteerde hij Het Capitool en De Achterkant van het Gelijk. Hij sprak ze allemaal: Lubbers, Van Agt, Den Uyl, Kok. Zijn charmante optreden lokte gasten altijd uit om meer van zichzelf te laten zien. Zijn weloverwogen vragen zorgden ervoor dat het altijd écht ergens over ging. Maar dat gaat anders worden, nu Hans terugkeert naar de NRC. De krant staat er financieel niet goed voor. Het lezersaantal daalt al sinds 1981 scherp. Hij moet wel terugkeren. De NRC is toch zijn project. Zijn grote liefde. Op de eerste vergadering van de redactie houdt hij een bevlogen speech, uit het hoofd, over de reden van het bestaan. De bestaansgrond van een onafhankelijke, kritische krant met een sociaal-liberale oriëntatie. Precies wat de medewerkers nodig hadden om met geestdrift de weg om hoog te beginnen van het dagblad.

Een wereld zonder D66 III: Den Haag, 11 mei 1973

Dit is het derde deel in een negendelige serie over hoe Nederland zich had ontwikkeld als D66 niet was opgericht. Hier het vorige deel.

Het kabinet-Den Uyl wordt geïnstalleerd. Een combinatie van twee progressieve partijen, de PvdA en de Politieke Partij Radikalen, een progressieve afsplitsing van de KVP, en twee confessionele partijen, KVP en ARP. De sociaal-democraten en radikalen hebben samen 53 zetels, en daarmee een meerderheid in het kabinet-Den Uyl. Ze willen die positie gebruiken om een progressieve agenda uit te rollen over Nederland: eerlijk delen in een schoon land. Maar bovendien meer democratie proberen. De confessionele ministers zijn op persoonlijke titel benoemd zonder toestemming van hun fracties.

Ondertussen in … Twello

Kinderboekenschrijver Jan Terlouw kijkt tijdens zijn ontbijt (toast en thee) naar de foto in de krant van het nieuw kabinet. Van Agt als minister van Justitie in het kabinet van premier Den Uyl. “Dat gaat nooit wat worden”, denkt hij, “misschien dat ze er politiek wel uit komen maar die karakters zijn onverenigbaar: de non-chalante houding van zo’n katholiek die politiek niet serieus neemt en dan zo’n ex-gereformeerde voor wie het hemels paradijs omgeruild is voor een Aardse utopie.” Terlouw pakt zijn glas thee op en loopt naar zijn werkkamer. In zijn hoofd loopt het verhaal al: een nieuwe partij waarin een katholieke bon-vivant en een de zoon van een dominee strijden om de macht. Niet omdat ze het oneens zijn over de koers van de nieuwe partij, maar omdat hun karakters onverenigbaar zijn. Hun strijd brengt de partij aan de afgrond. Als hij gaat zitten achter zijn typmachine, typt hij de titel van zijn nieuwe roman: Democraten ’66. Een politieke tragedie.

Een wereld zonder D66 II: Den Haag, 15 februari 1967

Dit is het tweede deel in een negendelige serie over hoe Nederland zich had ontwikkeld als D66 niet was opgericht. Hier het vorige deel.

De verkiezingen van 1967 vormen in Den Haag een aardschok. De grote partijen PvdA en KVP verliezen drie en vier zetels. De PSP krijgt vijf zetels en de Boerenpartij acht. De roep om democratische vernieuwing wordt steeds groter. Binnen de PvdA roert Nieuw Links zich, Arie van der Zwan voorop. Binnen de KVP staat een groep Christen-Radicalen op. Ze willen nieuwe politiek: anders, democratischer. Niet langer de overlegstructuren aan de top maar inspraak aan de basis: voor jongeren, voor werknemers, voor huurders. Maar ze blijven, tot nu toe, allemaal binnen de lijnen van de partijpolitiek.

Ondertussen in …. Amsterdam

Om vier uur is Hans eindelijk zijn bed uitgekomen. De verkiezingsnacht was voor hem een flinke domper. Hij heeft te veel gedronken om het leed te verzachten: KVP en PvdA weer de grootste. De protestpartijen aan de randen komen op met gevaarlijke ideeën.

Hij loopt een rondje langs de Amsterdamse grachten, mijmerend over de verwarring bij de kiezers en de ondoorzichtigheid van de politiek.  Als hij bij het Spui op het verkeer wacht, blijven zijn gedachten steken bij de tanende invloed van de kiezers. Hij slaat de revers van zijn jas omhoog. Hij denkt na over de ontoereikendheid van de oude politieke spelregels, over onbewegelijkheid en de verstarring van het partijenstelsel, over altijd maar weer hetzelfde gezeur en hetzelfde geharrewar tussen regering en Tweede Kamer. Hij wilde er zo graag wat aan doen. Maar hij weet niet meer hoe.

Met deze Nederlandse partijen komt er in elk geval nooit verandering. Zeker niet nu er weer een kabinet gestruikeld is. Maar in Frankrijk dáár gebeuren interessante dingen. Als hij het Leidsche Plein zijn favoriete café inloopt weet hij het zeker. Hij moet uit het bedompte, verkrampte, conservatieve Nederland. Naar Parijs!