De vijf beste films van 2014

Een even jaar betekent blijkbaar een top vijf beste films van mij. Daarom ook over 2014, net als 2010 en 2012, een top vijf beste films.

5. Grand Budapest Hotel: nadat ik deze film in de bioscoop zag schreef ik er al een scherpe kritiek op. Deze Wes Anderson film heeft bijna alles wat een goede Wes Anderson film heeft (prachtige visuals, een met liefde gemaakte wereld en topacteurs in alle rollen), maar het mist het hart van alle Wes Anderson films tot nu toe. Het gaat niet over buitengewone mensen en hun zoektocht naar menselijk contact. In bijvoorbeeld Rushmore staan de visuals, acteurs en de wereld in dienst van het onderzoek naar dit onderwerp. The Grand Budapest Hotel is prachtige film maar van binnen hol.

4. The Fault in Our Stars: in zekere zin is The Fault in Our Stars het tegenovergestelde van Grand Budapest Hotel. Dit lijkt een run-of-the-mill Amerikaanse young adult tearjerker over een tienermeisje dat verliefd wordt op een jongen. Niet bijzonder mooi gemaakt, gemakkelijk spelend op het sentiment. Maar dat zou impliceren dat de film onoprecht zou zijn. Maar dat geloof ik niet, omdat ik geloof dat de auteur oprecht en integer is (neem dit prachtige verhaal van hem over vriendschap), en een “Boodschap” wil mee geven over hoe menselijke liefde ons buitengewoon maakt.

3. X-Men: Days of Future Past: ik ben een groot fan van de X-Men filmserie, met name waar het politieke en sociale thema’s raakt, en Days of Future Past raakt deze thema’s vakkundig. Days of Future past weeft bovendien de pre-boot (X-Men First Class) en de eerste drie films vakkundig in één vlot en onderhoudend tijdreisplot vol met fascinerende karakters, waarbij met name de supersnelle Quicksilver mij intrigeerde.

2. Lego Movie: op het eerste gezicht is de Lego Movie de langste lego reclame ooit gemaakt. Daar komt een vermakelijke actie-komedie bovenop. Maar wat er voor zorgt dat deze film in de top-twee komt, is het einde. Dit geeft een ongekende wisseling van perspectief en is daarmee een twist waar M. Nightshamalan nog een puntje aan kan zuigen. Ik zal het einde niet verraden maar hiermee is de film een ongekende ode aan de fantasie.

1. Guardians of the Galaxy: de grootste kracht van the Lego Movie en Guardians of the Galaxy is dat de films zichzelf niet serieus nemen maar dat het plezier waarmee ze gemaakt zijn door de hele film heen te zien zijn. Dit gebeurt bij Guardians of the Galaxy in een sci-fi universum met fascinerende locaties en een rag-tag band of misfits. Precies waar ik aan toe was.

Interstellar, een misser van astronomische proporties

Eén van de laatste films van het jaar die we nog moesten was Interstellar. Ik had grote verwachtingen: Christopher Nolan‘s eerdere film, Inception, staat hoog in mijn lijst van beste films, ik ben dol op space opera’s en niet ongevoelig voor het idee van science-based science fiction. Maar Interstellar bleek een misser van astronomische proporties: de interessante wereld is secundair gemaakt aan een secundair plot over een bokkige dochter en een ruimtereizende vader, dat leent uit niet al te goede science fiction films als Signs en Contact en de meest psychedelische scenes uit 2001: A Space Odyssey.

Het verhaal begint op een Signs-achtige manier: een vader woont samen met zijn zoon en dochter en derde familielid op een afgelegen boerderij. Het meisje denkt dat ze achtervolgd wordt door een poltergeist die haar een boodschap wil sturen. Net als in Signs blijken de kinderlijke hang-ups van Groot Belang voor Het Plot.

De vader moet de ruimte in om de mensheid te redden -wat er precies aan de hand is met aarde  blijft onduidelijk, waarom hij specifiek de mensheid moet redden is een raadsel, hoe de ruimtereis precies de mensheid moet redden is meer een plot device om spanning te creëren in plaats van het hoofdplot. Hij laat een diep ongelukkige dochter achter die bang is haar vader nooit meer te zien. De reis duurt lang en wordt extra verlengd omdat vanwege een zwart gat de tijd van de vader langzamer gaat dan die van de dochter. De vraag of de mensheid gered kan worden wordt voortdurend overschaduwd door het feit dat de vader terug wil naar zijn dochter.

De tijdsdimensie als een ruimtedimensie weergegeven in een tesseract

Uiteindelijk keert de vader terug via het zwart gat. Daar blijkt zich een tesseract waarin de tijdsdimensie een ruimtelijke dimensie is, te bevinden. Uiterlijk haalt alleen het onnavolgbare einde van 2001 de trippiness van deze scene. De ruimtewezens die dit wormgat hebben gemaakt voor de mensheid hebben de tesseract gemaakt zodat de vader met zijn dochter kan communiceren. Dat doet hij door de poltergeist van zijn dochter te zijn en boeken uit de kast te gooien. In een Contact-achtige anticlimax blijkt de Vader de Poltergeist. Dan vraag je je af of je werkelijk je avond besteed hebt aan  het volgen van een boze dochter (die zo’n vier decennia in haar bokkige bui blijft hangen) en een vader die magisch herenigd worden door een groep ruimtewezens.

Een groep ruimtewezens overigens die wel een zwart gat aan kunnen leggen en een ruimte waarin tijd een ruimte dimensie is gericht op een kamer van een klein meisje maar schijnbaar niet normaal met mensen kunnen communiceren of hun problemen kunnen oplossen. Daar hebben ze een gemankeerde vader-dochter relatie voor nodig. Lijkt me echt de handigste manier omdat aan te pakken.

De emotionele kern van de film is dus een mengsel van de bewaarheide hang-ups van kinderen op een boerderij zonder moeder (als in Signs), een hele planeet die haar grondstoffen opoffert om een vader en een dochter met elkaar te laten communiceren (als in Contact) dit alles in de meest trippy sci-fi scene sinds 2001.

De veel interessantere wereld zit er achter: de aarde die niet langer een leefbaar huis voor de mensheid; een wetenschapper die een ruimteschip bouwt om door een wel erg tactisch geplaatst zwart gat mensen te vervoeren naar drie mogelijke werelden voor de mensheid. Maar omdat het zo kostbaar is om mensen vanaf de aarde op te laten stijgen -van andere planeten met zwaardere zwaartekracht als de aarde gaat dat altijd stukken makkelijker overigens- is de fundamentele vraag of plan a (het redden van mensen in gigantische ruimteschepen) wel daadwerkelijk een optie is; plan b (het redden van bevruchte eicellen) blijkt een veel logischere optie te zijn. De cruciale vraag is dus willen we mensen redden of de mensheid redden? De hoofdwetenschapper blijkt altijd plan b een waarschijnlijkere keuze te hebben gevonden suggereert de film. Hij besteedt een deel van zijn tijd aan het ‘oplossen’ van het fundamentele probleem, hoe je mensen uit de zwaartekracht van de aarde zou moeten krijgen maar weet dat er geen oplossing is. Totdat de Vader dat terug telegrafeert naar zijn dochter vanuit de 2001-scene: want schijnbaar is het raadsel van de zwaartekracht een constante en kunnen ruimtewezen die dat zwartgat kunnen bouwen dat alleen die oplossing alleen maar via deze weg laten weten.

Maar als de NASA serieus gecommiteerd zou zijn geweest aan plan B (waarin de mensheid gered moet worden door bevruchte eitjes) waarom is dan maar één van de vijf ruimtereizigers die we zien vrouw?

Dat zou een klein plot hole kunnen zijn in een verder mooie film, maar in dit geval is de hele film one gaping black plot hole.

The Wire als de meest cynische politieke serie

Na twee keer beginnen en stoppen, heb ik de laatste weken The Wire gekeken. In veel politieke series is de indeling helder. Je hebt de goeden en de slechten. Neem The West Wing, daar nemen de idealisten van het Witte Huis, president Bartlett voor op, het op tegen allerlei kwade krachten, zoals de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden. In politieke series als Commander-in-Chief en Scandal is het onderscheid nog sterker: de hoofdpersonen in Scandal dragen de ‘witte hoed’, een teken van hun commitment aan de ‘goede’ zaak.

Er zijn ook politieke cynische series, als House of Cards, waar de hoofdpersoon geen idealist is maar een realist die alles over heeft om de macht te bereiken. Hij is de kwade genius uit de andere series.

The Wire is een heel ander soort serie. In het eerste seizoen presenteert het zich als een politieserie: dat lijkt de dynamiek te hebben van de good guys (de politie) tegenover de bad guys (de misdadigers). Maar in die tegenstelling valt de serie niet. De serie speelt zich af op de straten van de zwarte havenstad Baltimore, die -volgens de serie- lijdt onder gewelddadige, georganiseerde drugscriminaliteit. We zien hoe schooljongens misdadigers worden. Niet omdat het ze kwaad van zin zijn maar omdat ze vermalen worden in ‘het systeem’ -het onderwijs, de kinderbescherming en de politie. Politieagenten, docenten, sociale werkers willen de kinderen best helpen, maar de scholen worden afgerekend op testscores en de politieagenten op veiligheidsstatistieken. De ouders van die kinderen hebben hun eigen sores aan hun hoofd: ze leven in armoede of ze zijn zelf afhankelijk van misdaad. Als kinderen over straat zwerven moeten ze twee keer op school komen zodat de school het geld krijgt, maar daarna doet de school zijn best niet meer: als ze op straat lopen, tellen ze niet mee in de toetsstatistieken. Kinderen die op school opbloeien worden snel gepromoveerd weg uit de omgeving van docenten die ze helpen en leerlingen die ze kennen. De politieagenten weten wel welke kinderen risico lopen maar moeten uiteindelijk moorden oplossen. De georganiseerde misdaad biedt deze kinderen eigenwaarde, lost hun problemen (waar de politie en de scholen geen maatwerk kunnen leveren) en is een bron van inkomen voor hen en hun familie.

Deze jongens zijn niet kwaad uit zichzelf. Velen schrikken weg voor het geweld dat de misdadigers toepassen. Maar als ze uit het systeem van de georganiseerde misdaad willen, kan de politie hen niet beschermen. Jongens aan de basis van de organisatie die contact opnemen met de politie worden omgelegd door criminelen, die hun eigen code van loyaliteit handhaven. Zelfs een kort gesprek waarin ze weigeren andere criminelen aan te geven, wordt met de dood bekocht. Aan de bovenkant van de organisatie willen de kingpins ook uit de criminaliteit en de beschaafde zakenwereld in, maar uiteindelijk passen ze niet in de witteboordenwereld, worden ze opgelicht door andere zakenmensen of worden ze aangevallen door andere criminelen die een moment van zwakte zien.

In deze wereld zien we Tommy Carcetti, een jonge ambitieuze politicus. Hij denkt dat hij de zittende burgemeester, achtervolgt door corruptie, vriendjespolitiek en incompetentie, kan verslaan. Hij legt de juiste connecties om informatie te krijgen uit de politie-organisaties, hij kan inspirerend speechen, heeft goede ideeën (het beschermen van getuigen, minder richten op veiligheidsstatistieken) en kiest de beste adviseurs uit. In zijn campagne meet hij de zwaktes van het politiebestel groot uit, zelfs als hij daarmee eerlijk politiewerk eigenlijk tegenwerkt, wat telt zijn de verkiezingen. Daarna zal het allemaal beter worden. Hij wint de verkiezingen. Het lijkt even “Bartlett in Baltimore” te worden. Maar hij kijkt ook verder. Het gouverneurschap lonkt: hij moet daarvoor zijn verkiezingsbeloften inlossen, de criminaliteit terugdringen. De vorige burgemeester heeft wat lijken in de kast laten liggen, een groot begrotingstekort bijvoorbeeld, dus is er geen geld om de politie beter te betalen. Wat rest, is niet de problemen oplossen, die er in de politie-organisatie zijn, maar het beeld creëren dat de criminaliteit terugloopt. Wat rest is politiecommissarissen onder druk zetten om de veiligheidsstatistieken goed uit te laten komen. De goede mensen die hij neer wilde zetten om de politie te hervormen, weigeren mee te doen aan deze politieke spelletjes, de incompetente politieagenten die het spel al jaren spelen passen beter.

En zo is The Wire misschien politiek veel cynischer dan House of Cards, waarin een politicus allerlei kwaad doet als onderdeel van een groot plan om vooruit te komen. Voor Frank Underwood is immoreel handelen een keuze. In The Wire handelen allerlei mensen immoreel omdat ze niet anders kunnen. Je ziet langzaam het net van de omstandigheden sluiten waardoor jongens in de criminaliteit komen, politie-agenten bewijsmateriaal vervalsen en burgemeesters veiligheidsstatistieken manipuleren.

Rutte III

Het huidige kabinet lijkt uitgeregeerd. De coalitiepartijen hebben geen gedeelde agenda meer. In Den Haag gaat het meer over de komende verkiezingen, onafhankelijk van de vraag of deze verkiezingen nou volgende jaar of in 2017 zijn. De uitslag van de verkiezingen lijken ook duidelijk: CDA en D66 zullen winnen, de PvdA en VVD verliezen. De centrale discussie tijdens de volgende formatie wordt het belastingstelsel: CDA en D66 zijn juist op dat vlak een bondgenootschap aangegaan. Een logische partner daarbij is de VVD. Het is de vraag of deze drie partijen een meerderheid kunnen halen. De huidige peilingen geven aan dat ze een paar zetels te kort komen. Maar met de ChristenUnie, die bij veel van de akkoorden betrokken was, is een meerderheid waarschijnlijker.

Hoe zou de ministerraad er dan uit zien?

  • Algemene Zaken: Mark Rutte (VVD)
  • FInanciën: Jan-Kees de Jager (CDA) krijgt de verantwoordelijkheid samen met de staatssecretaris van Financiën. Daarom kiest CDA voor een zwaargewicht, een oud-bewindspersoon die tijdens de onderhandelingen over het vijfpartijenakkoord zijn flexibele houding en goede banden met andere betrokkenen, zoals Buma, Pechtold, Slob, Schouten en Koolmees toonde.
  • Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: Sybrand Haersma Buma (CDA). Iedereen heeft gezien dat buiten het kabinet staan zoals Diederik Samsom de afgelopen twee jaar heeft gedaan geen succes was. Buma zal zich focussen op de Rijksdienst. Tevens eerste vice-premier.
  • Buitenlandse Zaken: Alexander Pechtold (D66). Net als Buma treedt Pechtold toe tot het kabinet. Hij richt zich met veel energie op de portefeuille Europese Zaken. Tevens tweede vice-premier.
  • Veiligheid en Justitie: Gerard Schouw (D66). Deze gepromoveerde jurist zal namens D66 de rechtsstaat gaan beschermen.
  • Economische Zaken, Landbouw en Innovatie: Alexander Rinnooy Kan (D66). De D66′er in de sociaaleconomische vierhoek is Rinnooy Kan, eerder de machtigste bestuurder van Nederland. De terugkeer naar de naam ELI benadrukt dat dit ministerie verantwoordelijkheid neemt voor het innovatiebeleid.
  • Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Eric Wiebes (VVD). De VVD’er in de sociaaleconomische vierhoek is Wiebes, die net naar Den Haag is gehaald om staatssecretaris te worden.
  • Defensie: Jeanine Hennis (VVD). Een van de weinige bewindspersonen die op haar plek kan blijven.
  • Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Mona Keijzer (CDA). Het sociale gezicht van het CDA.
  • Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: Arie Slob (ChristenUnie). Een voormalig docent op OCW. ChristenUnie vertegenwoordiger in de sociaaleconomische vierhoek. Tevens derde vice-premier. Het is voor D66 een zware veer om OCW aan de ChristenUnie te geven.
  • Infrastructuur en Milieu: Melanie Schultz Verhagen (VVD). Nog een VVD’er die op haar plek kan blijven.
  • Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking: Joël Voordewind (ChristenUnie). De tweede man van de ChristenUnie in de ministerraad. De ChristenUnie weet uit de periode 2007-2010 hoe belangrijk het is om twee mensen in de ministerraad te hebben.
  • Immigratie en Integratie: Fred Teeven (VVD). De hardliner van de VVD krijgt dit ministerschap zonder portefeuille om zo het D66-geluid op V&J niet te veel te laten overheersen.

En de staatssecretarissen

  • Economische Zaken, Landbouw en Innovatie: Sander de Rouwe (CDA). Zal snel terugkeren uit Fryslan om deze post op zich te nemen. Staatssecretaris van Landbouw en Natuur die zich in het buitenland minister mag noemen.
  • Infrastructuur en Milieu: Carola Schouten (ChristenUnie). De ChristenUnie levert met Schouten een bewindspersoon in de milieuhoek. Als staatssecretaris van Milieu zal zij zich inzetten voor belastingvergroening.
  • Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: Sander Dekker (VVD). De bestuurskundige die eerder staatssecretaris van OCW was wordt nu staatssecretaris voor Volkshuisvesting en Bestuurlijke Vernieuwing.
  • Financiën: Wouter Koolmees (D66). Dit is de hoofdprijs voor D66, de staatssecretaris van belastingen en daarmee de spil in het web bij de belastinghervorming.
  • Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Tamara van Ark (VVD). De vice-voorzitter van de VVD fractie gaat, net als vier jaar eerder naar VWS.
  • Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: Paul van Meenen (D66). De staatssecretaris voor hoger onderwijs, lerarenbeleid en cultuur moet de afwezigheid van een D66-minister op dit vlak compenseren.
  • Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Pieter Omtzigt (CDA). De populaire Twentse politicus is een logische keuze voor sociale zaken.

Oktober Opdracht 2014

Ieder jaar bekijk ik in Oktober naar de muziek die ik dat jaar heb leren kennen. Dit jaar heb ik drie CD’s samengesteld die laten zien wat ik dit jaar veel heb geluisterd: ik heb gekozen voor de vrolijke zomermuziek van The Cat Empire, voor Fauve, die me vorig jaar naar aanleiding van een tweet over de oktober opdracht was aangeraden en voor Lana del Rey’s Summertime Sadness die ik via een cover heb leren kennen.

# Nummer Band Album
1 Til The Ocean Takes Us All Cat Empire So Many Nights
2 Falling Cat Empire Cinema
3 Two Shoes Cat Empire Two Shoes
4 How to Explain Cat Empire The Cat Empire
5 Reasonably Fine Cat Empire Cinema
6 Miserere Cat Empire Two Shoes
7 Feeling’s Gone Cat Empire Cinema
8 So Many Nights Cat Empire So Many Nights
9 Only Light Cat Empire Cinema
10 The Rhythm Cat Empire The Cat Empire
11 Sunny Moon Cat Empire So Many Nights
12 Call Me Home Cat Empire Cinema

The Cat Empire speelde dit jaar het eerst op Lowlands. Ik kende ze al iets langer maar heb er deze zomer heel veel naar geluisterd. Deze Australische band biedt een vrolijke mengelmoes van Latin, Funk, Reggae, Jazz en Ska. Het ademt de sfeer van een prachtige zomermiddag in het park, alhoewel ik er ook een paar nummers erbij heb gezet die veel melancholischer zijn. Op dit verzamelalbum heb ik hun beste nummers uit de periode 2003-2010 gezet.

# Nummer Band Album
1 Blizzard Fauve Blizzard
2 A Light That Never Comes Linkin Park remixed by Steve Aoki Recharged
3 Voyous Fauve feat. Georgio Vieux Fréres
4 Truth or Dare Kyteman Orchestra Kyteman Orchestra
5 Sainte Anne Fauve Sainte Anne
6 Brothers on a Hotel Bed Death Cab for Cutie Plans
7 Jeunesse Talking Blues Fauve Vieux Fréres
8 The Little Things Give You Away Linkin Park Minutes to Midnight
9 Kané Fauve Blizzard
10 Alors on Danse Stromae Cheese
11 Rub a Dub Fauve Blizzard

Vorig jaar heb ik Fauve leren kennen, een Frans collectief dat excelleert in spoken word. Of hun nu eigenlijk rap is of poëzie op elektronische muziek, ik vind het bijzonder intrigerend. Ik heb gezocht naar nummers die daar goed bij passen, uit verschillende genres: indie (Death Cab for Cutie), nu-metal (Linkin Park) en hiphop (Kyteman Orchestra). De vergelijking met de zeer populaire Stromae komt natuurlijk meteen op omdat ze allebei op het grensvlak liggen van elektronische muziek en poëzie maar ik vind Fauve veel mooier.

# Nummer Band Album
1 Summertime Sadness Lana Del Rey Born to Die
2 Blinding Florence and the Machine Lungs
3 Take Me To Church Hozier Take Me To Church
4 Big Exit PJ Harvey Stories from the City
5 Brooklyn Baby Lana Del Rey Born to Die
6 Summertime Sadness Within Temptation Hydra
7 Casual Affair Panic! At The Disco Too Weird To Live, Too Rare To Die!
8 Slow, Love, Slow Nightwish Imaginaerum
9 Let Us Burn Within Temptation Hydra

In 2013 bestond Within Temptation 15 jaar en werden ze door Q-music gevraagd om moderne nummers in hun stijl op te voeren. Ik vond hun versie van Lana Del Rey’s Summertime Sadness bijzonder mooi. Zo heb ik Lana Del Rey leren kennen. Vervolgens heb ik gezocht naar nummers die in de buurt liggen van Del Rey (filmische, melanchonische muziek), dat werden PJ Harvey, Hozier en Florence and the Machine en nummers die in de buurt liggen van Within Temptation’s cover van hun nummer (Nightwish’s Slow, Love, Slow en Casual Affair van Panic! At the Disco)

Belastingvrijstelling voor liefdadigheid is immoreel en onrechtvaardig

In Nederland kan je giften die je doet aan een goed doel aftrekken van je inkomen. Op die manier betaalt de overheid 36 tot 52% van je gift. De aftrekbaarheid is ooit ingesteld om mensen te stimuleren geld aan goede doelen te geven. Dat klinkt als een goede maatregel die moreel gedrag bevoordeelt. Maar vanuit bepaalde filosofische perspectieven, is het juist onrechtvaardig of zelfs immoreel om bepaald gedrag te bevorderen.

Consequentialisten en deontologen
De moraliteit van een handeling kan je op verschillende manieren beoordelen: op basis van de gevolgen die de handeling heeft of op basis van intentie van de actor. Volgens de eerste doctrine, het consequentialisme, is het bevorderen van het doen van giften heel wenselijk. Immers meer mensen geven aan goede doelen! Daarmee krijgen die goede doelen meer geld om hun goede werk te doen. Iedereen wint!

Maar volgens de tweede benadering, de deontologie, wordt de moraliteit van een handeling bepaald door de intentie van de actor. Stel nu dat iemand 59 euro geeft aan een goed doel; dat is één euro onder het minimumbedrag waaronder je je gift kan aftrekken. Als hij 60 euro uit zou geven zou hij 22 euro terugkrijgen van de belastingen: die ene extra euro levert dus 21 euro op! Als iemand om die reden een extra euro geeft, doet dat volgens deze benadering af aan de moraliteit van de handeling. Liefdadigheid zijn dingen die je doet omdat je er zelf niet beter van wordt. Als je fiscaal gestimuleerd wordt om giften te geven zijn er gevallen waarop je vanuit egoïstisch perspectief beter meer dan minder kan geven. Vergelijk dit met het wettelijk verbod op door rouwstoeten heen rijden. Als je dit alleen maar doet om dat je anders door de wet gestraft wordt, heeft het niets met respect voor de doden te maken maar heeft het alleen te maken met respect voor de wet.

Katholieken en Protestanten
Deze twee benaderingen zijn niet alleen maar verschillen van meningen tussen filosofen, het is ook een van de belangrijkste theologische onderscheid tussen katholieken en protestanten. Volgens katholieke theologen worden mensen uiteindelijk door God gered vanwege hun goede werken. Als we die bevorderen, bevorderen we de moraliteit van de bevolking. Maar voor protestantse theologen geldt Sola Fide. Volgens hen kijkt God slechts naar geloof, de pure intentie van bevolking. Dit onderscheid is een fundamenteel onderscheid tussen protestanten en katholieken. Dit kan je ook zien in de doctrines over vrijheid van godsdienst van Locke en Spinoza. Voor Locke geldt het Sola Fide. De overheid moet de uiterlijke verschijningsvormen van geloof niet bevorderen omdat dit leidt tot huichelarij. Volgens Spinoza is geloof zonder handelingen dood. Vervolgens bewijst hij dat morele handelingen gericht moeten zijn op de stabiliteit van de staat.

Hiermee is de keuze om liefdadigheid fiscaal te stimuleren niet meer neutraal ten opzichte van morele doctrines. Niet neutraal tussen deontologen en consequentialisten maar ook niet neutraal tussen katholieken en protestanten. En daarmee is de keuze om deze regeling in te stellen vanuit liberaal perspectief onrechtvaardig, want niet neutraal ten opzichte van ideeën van het goede leven. Het gaat uit van consequentialistische en katholieke morele opvattingen en is in strijd met deontologische en (in mindere mate) protestantse opvattingen. .

Het lijkt dus een mooie, faire regeling die giften aan goede doelen stimuleert, maar uiteindelijk is deze regeling vanuit sommige perspectieven immoreel: er zijn gevallen waarin mensen beter extra geld kunnen doneren omdat ze daar zelf op vooruitgaan. Altruïstisch gedrag wordt zo gecorrumpeerd tot egoïstisch gedrag. En omdat je vanuit verschillende morele en theologische perspectieven anders kan kijken naar de moraliteit van deze regeling, is hij niet neutraal ten opzichte van ideeën van het goede leven. En daarmee, vanuit liberaal perspectief, onrechtvaardig.

Het afschaffen van deze regeling is net als het invoeren van het homo-huwelijk en het legaliseren van euthanasie een stap in de richting van een liberale samenleving die niet bepaalde morele doctrines het overheidsbeleid laat dicteren.

Bij de afgang van Emile R.

Het was geen goede week voor Emile Roemer. Woensdag kreeg hij Halbe Zijlstra en Diederik Samsom over zich heen. Daarna vielen zijn eigen fractieleden hem anoniem af in het Algemeen Dagblad. En zelfs de hipsters van BKB hebben het vertrouwen in hem verloren. Het is maar zeer de vraag of de geloofwaardigheid van Roemer nogmaals zo’n publieke afgang kan hebben.

Ik moet zeggen dat ik dat zeer spijtig vind. Al zes jaar geleden noemde ik Emile Roemer als potentiële opvolger van Jan Marijnissen. Daarmee was ik twee jaar te vroeg. Mensen met meer politieke ervaring vonden dat een rare keuze. Maar ik voorspelde ook dat “het gewone man socialisme” tijdelijk een opleving zou opleveren maar dat het daarna achteruit zou gaan.

Maar zal Emile vertrekken? Ik denk het niet: er is in de Tweede Kamerfractie geen alternatief voor hem. Laten we de veertien andere SP’ers eens aflopen. We kijken hier of ze passen in het profiel van de SP als een linkse volkspartij.

In de SP telt trouw en ervaring boven alles. De kern van de SP (Marijnissen, Kox, Van Heijningen) wordt nog steeds gevormd door mensen die in de jaren ’70 lid werden van een partij zonder zetels maar met zeer loyale leden. Mensen die minder dan vier jaar lid van de Tweede Kamer zijn, maken geen kans: Merkies, Smaling, Siderius, Kooiman en Van Nispen kunnen van de lijst af.

De andere vrouwen lijken ook uitgesloten. Dat klinkt seksistisch maar vrouwelijk leiderschap is een trauma voor de SP. Vóór Roemer heette het probleem van de SP Agnes Kant: ze was jarenlang de nummer 2 van de SP en de kroonprinses van Marijnissen. Ze mistte echter humor en relativeringsvermogen en kwam verbeten en drammerig over. Precies het imago dat Renske Leijten ook heeft: het hart op de goede plaats maar een te scherpe tong. Ik denk dat om dezelfde reden Sharon Gesthuizen en Sadet Karabulut ook geen kans maken.

Evenzeer is uitstraling belangrijk. Backbenchers als Paul UlenbeltFarshad Bashir of Henk van Gerven lijken me daarom ook geen frontrunners voor het partijleiderschap.

Dan resten er drie mannen:

Wat zij allemaal delen is wat ik zes jaar geleden over Van Bommel schreef: ‘een wat meer academische visie, complexer, abstracter, minder aansprekend voor de man op de straat.’ Dat spreekt mij als iemand die hoopt de rest van zijn leven op de universiteit rond te hangen, wel aan, maar de SP wil een volkspartij zijn met een brede aantrekkingskracht. Van Bommel heeft een te internationaal profiel voor de SP, Van Raak schreef een lijvig proefschrift en Van Dijk deed zeven jaar over zijn studie politicologie en neemt het nu met name op voor het recht van studenten om even lang te blijven hangen in hun studie.

Wat de SP mist is een andere man van het type Roemer/Marijnissen. Een man van de straat met uitstraling, humor en relativeringsvermogen. Het is aan de laatste drie om de komende tijd te laten zien dat ze dat wel hebben: kan Van Bommel laten zien dat hij zich zorgen maakt om Nederlandse oma’s en niet alleen Palestijnse kinderen? Kan Van Raak laten zien dat achter dat proefschrift en die stapel boeken een activist schuilt en geen studeerkamergeleerde? En kan Van Dijk laten zien dat hij het niet opneemt voor het recht van luiheid van studenten maar voor het recht van iedereen om te studeren?

Ongeschreven wikipedia artikelen: President van de Republiek der Nederlanden

Er zijn wikipedia-artikelen die eigenlijk geschreven hadden moeten worden, zoals deze President van de Republiek der Nederlanden. 

figuur2President van de Republiek der Nederlanden

De President van de Republiek der Nederlanden is het staatshoofd van de Republiek der Nederlanden. De functie van President is voornamelijk ceremonieel; de uitvoerende macht ligt bij het kabinet onder leiding van de minister-president. De President wordt voor een termijn van zes jaar gekozen door de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal.

Historische Achtergrond

In 1946, enkele maanden na de bevrijding werd er in Nederland een referendum gehouden over de monarchie. Het Huis van Oranje had veel steun verloren in de Tweede Wereldoorlog. Na het ongeval op de Noordzee waarbij Koningin Wilhelmina en Prinses Juliana in de meidagen van 1940 omkwamen, keerde Prins Bernhard terug naar Nederland. Hij was als de facto regent voor zijn dochter Beatrix. Op zijn eigen verzoek werd hij benoemt tot stadhouder der Nederlanden voor de Duitse bezetter. Op 5 mei 1945 tekende Prins Bernhard de overgave van de Duitsers in Nederland en werd hij gevangen gezet.

Na de bevrijding was het duidelijk dat Prins Bernhard niet aan kon blijven. De nieuwe regering onder leiding van Schermerhorn schreef een volksraadpleging uit over de Nederlandse staatsvorm. De stemming werd net aan gewonnen door de Republikeinse zijde. Zij stonden met name sterk in Noord-Nederland en de grote steden. De steun voor de Oranjes kwam met name uit protestants-Christelijke hoek en volgde de bijbelgordel.

In 1946 en 1948 werden de benodigde Grondwetswijzigingen doorgevoerd. In die tijd nam de Raad van State de functie van staatshoofd waar.

De residentie van de President: Paleis Noordeinde

Bevoegdheden

In het Nederlands staatsbestel heeft de president vier taken:
1) De president vertegenwoordigt de Republiek der Nederlanden naar buiten toe. Hij legt staatsbezoeken af, ontvangt ambassadeurs en staatshoofden. Verdragen met het buitenland worden in zijn of haar naam ondertekend.
2) De president heeft een wetgevende functie. Als voorzitter van de Raad van State kan hij of zij over wetgeving adviseren en als lid van de regering bekrachtigt hij of zij wetgeving. Sinds Den Uyl gebruiken presidenten onregelmatig dit recht om wetgeving te vetoën. De president benoemt ook rechters, stadhouders en burgemeesters. In deze rol is een contraseign van een minister altijd vereist.
3) De president heeft daarnaast het initiatief voor kabinetsformaties. Hij of zij ontvangt na de verkiezingen zijn of haar vaste adviseurs (de voorzitters van beide Kamers der Staten Generaal) en de fractievoorzitters in de Tweede Kamer om hem of haar te adviseren over de vorming en samenstelling van een nieuwe coalitie en de benoeming van één of meerdere informateurs. Aan het einde van de formatie beëdigt de President de nieuwe bewindspersonen. Als een kabinet gevallen is, heeft de president het recht om de Tweede Kamer te ontbinden.
4) De president heeft ten slotte een symbolische functie. Hij of zij symboliseert de eenheid van de natie. De president speelt een belangrijke rol in het discussies over fundamentele kwesties. De president houdt een jaarlijkse kersttoespraak op Eerste Kerstdag waarin hij of zij maatschappelijke kwesties aankaart. President Albayrak heeft onder meer gesproken over integratie, immigratie, globalisering en Europese integratie.

Verenigde Vergadering vergadert in 2009.

Verkiezing

De President wordt voor een periode van zes jaar gekozen door de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal. Deze bestaat uit alle leden van de Eerste en de Tweede Kamer. Iedere Nederlander die actief kiesrecht voor de Tweede Kamerverkiezingen heeft, is verkiesbaar voor het ambt van president. Het is gebruikelijk dat de leiders van de coalitiepartijen met elkaar afspreken wie ze willen als kandidaat en omdat zij een meerderheid hebben, kan de coalitie bepalen wie de volgende President wordt. Oppositiepartijen kiezen vaak ook een gezamenlijke kandidaat uit. De Verenigde Vergadering stemt zonder debat en in een geheime stemming voor de kandidaten. Om te worden verkozen dient een kandidaat de relatieve meerderheid te behalen.

figuur Overzicht

Sinds 1948 zijn er 10 presidenten geweest.

Louis Beel was de eerste president. Hij werd verkozen op 16 juli 1948. Beel wordt gekozen met 101 stemmen voor en 49 onthoudingen. De onthoudingen kwamen uit protestants-Christelijke hoek. Daar waren grote bezwaren tegen de Republiek. Beel was voor zijn presidentschap minister-president geweest. Hij wordt als premier opgevolgd door Willem Drees. Beel gold als een actieve president die zijn positie en de Raad van State gebruikte om de Grondwet van 1948, die hij mede geschreven had, te beschermen. Beel wordt in 1954 herkozen. Hij krijgt 119 stemmen (en 31 onthoudingen). De Anti-Revolutionairen, alhoewel nu regeringspartij, verzetten zich nog steeds tegen de Republiek en onthouden zich van stemming. Na twee periodes stelde Beel zich niet opnieuw kandidaat. Hij werd lid van de Raad van State.

In 1960 wordt de Anti-Revolutionaire president van de Hoge Raad der Nederlanden Jan Donner gekozen tot president. Hij verslaat de sociaal-democratische Senaatsvoorzitter Jan Jonkman met 144 tegen 78 stemmen en drie onthoudingen. De keuze voor Donner was een zoenoffer om de Anti-Revolutionairen te overtuigen de presidentsverkiezingen te accepteren. Donner volgde Beel op als ‘hoeder’ van de grondwet. Na één termijn stelde Donner zich niet herkiesbaar: hij was toen 75. Donner trad wel toe tot de Raad van State maar vanwege zijn hoge leeftijd was het een symbolische positie.

Onrust tijdens de traditionele koetsrit voor de beëdiging van President Schokking (1966).

In 1966 werd Frans Schokking, namens de CHU burgemeester van Den Haag, gekozen tot president. Hij versloeg de sociaal-democratische senator en verzetsheld Jaap Burger met 120 tegen 101 stemmen en 4 onthoudingen. Schokking was een opvallende keuze. De CHU eiste dat nadat de KVP en de ARP het presidentschap had gekregen, de positie op. De CHU had echter geen schikte kandidaten op het nationale vlak en kandideerde uiteindelijk de burgemeester van Den Haag. Voor de benoeming werd gesproken over het oorlogsverleden van de kandidaat. De Raad van State onderzocht de zaak en oordeelde dat Schokking president kon worden. Vanwege het oorlogsverleden was de beëdiging in Amsterdam onrustig. In 1970 komt de ‘Pinto-affaire’ echter volledig in de openbaarheid. Schokking trad vrijwillig af. Hij werd na zijn presidentschap Hoogheemraad in Rijnland.

In 1970 werd Carel Polak, minister van Justitie namens de VVD, verkozen tot president. Met 133 stemmen tegen 79 stemmen en 13 onthoudingen versloeg hij Burger, die zich wederom kandidaat had gesteld. De keuze voor Polak toont dat de centrum-rechtse partijen vasthielden aan het rotatieprincipe. Polak werd als minister van Justitie opgevolgd door Molly Geertsema. Hij gold als een activistische president die vanuit de Raad van State de grenzen van het presidentschap op zochte een koerst op een liberale agenda met name waar het burgerrechten betrof. Na zijn presidentschap trad Polak toe tot de Raad van State.

1976 werd Joop den Uyl, minister-president namens de PvdA, verkozen tot president. Hij werd verkozen in een driezijdige verkiezing: Den Uyl is kandidaat namens de progressieve drie, Senaatsvoorzitter Theo Thurlings namens de drie Christelijke partijen en Polak namens de VVD en DS70. Den Uyl kreeg maar 98 stemmen, Thurlings 81 en Polak 40 en er waren zes onthoudingen. Den Uyl wordt als premier opgevolgd door E. van Thijn. Den Uyl werd gekozen vanwege de democratische vernieuwingsagenda van de progressieve drie: ze hadden een grondwetswijziging door de Staten-Generaal geloodst voor een direct gekozen executieve president. In anticipatie van de tweede lezing werd Den Uyl gekozen. Hij opereerde de eerste twee jaar als een executieve president. Vanuit de oppositie maar ook vanuit de ARP en KVP kwam er sterke kritiek op deze ‘imperial presidency’. Hiermee ondermijnde zijn optreden de stabiliteit van het kabinet.

In 1977 won Van Thijn de Tweede Kamerverkiezingen maar verloor hij de formatie-onderhandelingen tot grote frustratie van Den Uyl die als president het formatieproces probeerde aan te sturen. Er kwam een nieuwe coalitie van CDA en VVD. Ze lieten de grondwetswijzing vallen. Den Uyl zat zijn termijn uit (tot 1982) maar was nauwelijks in staat om beleid te beïnvloeden. Hij gebruikte als president voor het eerst het recht om wetgeving te vetoën: in 1981 vetot hij het Banenplan. In 1982 stelde Den Uyl zich niet opnieuw kandidaat. Hij trad toe tot de Raad van State.

De oproer tijdens de eerste beëdiging van Van Agt (1982)

In 1982 werd Dries van Agt verkozen tot president. De demissionaire Christen-democratische premier werd door de fractievoorzitter van het CDA, Lubbers, onder druk gezet om zich te kandideren voor het presidentschap. Dit maakte de weg vrij voor Lubbers om premier te worden. Van Agt vond Jos van Kemenade als tegenkandidaat: Van Agt kreeg 132 stemmen en Van Kemenade 75 (en 18 onthoudingen). De beëdiging van Van Agt was net als de beëdiging van Schokking zeer onrustig. Er zijn nu zelfs rellen in Amsterdam. Krakers voeren actie tegen woningnood onder de leus ‘Deze beëdiging is een belediging’.
Van Agt gold binnenlands als een passieve president, die zich minder richtte op wetgeving en meer op de reputatie van Nederlandse in het buitenland. Van Agt bracht een zeer groot aantal staatsbezoeken en leidde een groot aantal handelsmissies. Aan het einde van zijn eerste termijn probeerde Van Agt – te vergeefs – te onderhandelen tussen Israël en de PLO tijdens de eerste Intifadah. In 1988 werd Van Agt herkozen zonder tegen kandidaten met 214 stemmen en 11 onthoudingen. Van Agt werd lid van de Raad van State na zijn presidentschap.

In 1994 werd Maarten van Traa gekozen tot president. Het sociaal-democratische Tweede Kamerlid was daarvoor sterk in de achting van zijn collega’s gestegen als voorzitter van de IRT-enquêtecommissie. Tegenover Van Traa stelden GroenLinks en het CDA Jacques de Milliano, voorzitter van Artsen zonder Grenzen, kandidaat. Hij gold als de ‘kandidaat van het volk’, de eerste presidentskandidaat die geen politieke functie had gehad. Van Traa kreeg 132 stemmen en De Milliano 78 (15 onthoudingen). Van Traa maakte van integriteit het centrale thema van zijn presidentschap. Hij overleed, op de helft van zijn eerste termijn, in 1997 in een auto-ongeluk.

De Paarse coalitie stelden in 1997 VVD-senator Frits Korthals Altes kandidaat voor het presidentschap. CDA en GroenLinks stelden de professor Christelijk-sociaal denken, Jan Peter Balkenende, kandidaat. Korthals Altes kreeg steun van 136 Kamerleden en Balkenende van 74. Met Korthals Altes keerde het presidentschap terug naar zijn functie als hoeder van de grondwet. In 1999 vetot Korthals Altes tot grote onvrede van D66 de referendumwet. Korthals Altes stelde zich na één periode niet meer kandidaat (hij is dan 72). Hij werd lid van de Raad van State na zijn presidentschap maar vanwege zijn hoge leeftijd was het een symbolische positie.

In 2003 werd de CDA-minister van Buitenlandse Zaken, Jaap de Hoop Scheffer, kandidaat gesteld door de regerende coalitie. De gezamenlijke oppositie stelde Jeltje van Nieuwenhoven kandidaat: de eerste vrouwelijke kandidaat voor het presidentschap. De Hoop Scheffer kreeg 128 stemmen en Van Nieuwenhoven 88 (9 onthoudingen). De Hoop Scheffer koos voor een internationaal actief presidentschap zonder wetgevende ambities. Hij stelde zich in 2009 niet De Hoop Scheffer opnieuw kandidaat, omdat hij benoemd zou worden tot President van de Europese Raad.

In 2009 eiste de PvdA-leider Wouter Bos dat de volgende president een reflectie zou ‘van de groeiende diversiteit in Nederland’. De sociaal-democraten stelden staatssecretaris Nebahat Albayrak kandidaat. De VVD en de PVV stelden gezamenlijk VVD-prominent Rita Verdonk kandidaat. Verdonk beloofde een meer executief presidentschap, waar Albayrak een grotere nadruk legde op de symbolische functie. Albayrak versloeg Verdonk met 175 stemmmen, terwijl Verdonk 46 stemmen kreeg (4 onthoudingen). Albayrak is de eerste vrouwelijk president en de eerste president die buiten Nederland geboren is. Albayrak gebruikt het presidentschap om positieve voorbeelden van multiculturele samenleving publiek uit te lichten en om te wijzen op misstanden in het integratieproces.

Waarom TOS slechte SciFi is IV: redeeming features

Deze zomer heb ik The Original Series van Star Trek gekeken. Dat was een ontnuchterende ervaring. Waar ik had verwacht dat de eerste serie elementen zou hebben van wat ik de kracht van Star Trek vind, bleek het een verschrikkelijk drama te zijn. Ik wil in vijf blogs de serie doornemen: eerst kritisch reflecterend op de plots, de karakters en de waarden van de serie; daarna kijkend naar wat de serie wel het kijken waard maakt.

Is er een reden om TOS te kijken? In de laatste drie posts heb ik laten zien dat je dat niet moet doen voor de verhalen, de mensen of de moraal. Maar waarom dan wel? Ik kom uit op vier afleveringen.

4. Balance of Terror
Balance of Terror introduceert de Romulans, het zusterras van de Vulcans. De aflevering zelf is een redelijk gemaakt onderzeebootplot. Maar het brengt met name het idee binnen dat de Vulcans en de Romulans gerelateerde volkeren zijn die hele andere paden hebben gekozen: vrede en logica en emotie en conflict. De gelijkenis tussen de Romulans en de Vulcans leiden tot spanningen op de Enterprise zelf.

Het opvallende is wel dat er zo weinig gedaan wordt met de Romulans in latere afleveringen. Latere series, met name The Next Generation en Deep Space Nine, geven veel meer ruimte aan de Romulans en geven hen een hele eigen cultuur en een complex politiek systeem.

3. Journey to BabelJourney to Babel introduceert de complexe politieke structuur van de vroege federatie. Het is een who-dunnit waarbij er vier belangrijke diplomatieke delegaties op het schip zijn:de Vulcans, de mensen, de Andorians en de Tellarites. De Federatie is namelijk niet helemaal een natiestaat maar een bondgenootscha[ met onafhankelijk opererende volkeren. Het plot van aflevering zelf is wat omdat er als een deus-ex-machina een vijfde belanghebbende geïntroduceerd wordt, namelijk de Orions.

En toch is het idee van verschillende samenwerkende volkeren in een federatie iets intrigerends. In de latere seizoenen van Enterprise zal dit vele malen beter worden uitgewerkt. Deze serie die zo’n 100 voor TOS speelt, vertelt het verhaal van de vorming van de Federatie. Ieder ras heeft daarbij nog zijn agenda en ze moeten langzaam naar elkaar toegroeien en elkaar leren vertrouwen.

2. Amok Time
Amok Time brengt een zekere mate van diepgang in de Vulcans. In  deze aflevering komt naar voren dat Spock, die afkomstig is van een ras van emotieloze Vulcans, eens in de zeven jaar terug naar Vulcan om ‘marital relations’ te hebben met zijn vrouw. Dit is gekoppeld aan een plotseling uitspatting van emotie aan de kant van de koele Vulcan.

Dit is eigenlijk een van de weinige afleveringen waarin de moeite wordt gedaan om de Vulcans echt een andere cultuur te geven. In toekomstige series en films zal er veel moeite worden gedaan om de Vulcans niet alleen maar als logische robots neer te zetten maar als buitenaardse cultuur met eigen gewoontes.

Deze drie endorsements hingen met name op de belofte van toekomstige series met daarin veel beter uitgewerkte culturen. In TNG, Enterprise, DS9 en zelfs Voyager worden anders dan in TOS andere culturen niet weergegeven als goedkope kopieën van aardse culturen of als uitermate een-dimensionale lopende vooroordelen. Denk maar aan de Klingons: in TOS weinig meer dan een groep van door-en-door-slechte snordragers en in TNG en DS9 een volk met een rijke eigen cultuur en traditie.

De laatste endorsement is anders:

1. Devil in the Dark
Devil in the Dark is wat mij betreft één van de weinige TOS-plots die een echt interessante moraal geeft. In deze aflevering gaat de crew voor een groep mijnwerkers op jacht naar een gevaarlijke ‘devil’ die in de mijnen mijnwerkers dood. De devil zou geen levend wezen kunnen zijn. Maar het blijkt dat het een moeder is die haar territorium wil beschermen tegen de mijnwerkers. Het is alleen geen op koolstofgebaseerde levensvorm. Daarom dacht men eerder dat het geen levend wezen zou kunben zijn. Hiermee stelt de aflevering een fundamentele vraag over hoe mensen om zouden gaan (of eigenlijk nu omgaan) met wezens die anders zijn dan wij zelf. Herkennen we wel dat deze wezens ook recht hebben om voort te bestaan?

DIt is wat mij betreft een van de weinige aflevering die een redelijk plot weet te combineren met een complexe morele boodschap.

Waarom TOS slechte SciFi is III: bad values

Deze zomer heb ik The Original Series van Star Trek gekeken. Dat was een ontnuchterende ervaring. Waar ik had verwacht dat de eerste serie elementen zou hebben van wat ik de kracht van Star Trek vind, bleek het een verschrikkelijk drama te zijn. Ik wil in vijf blogs de serie doornemen: eerst kritisch reflecterend op de plots, de karakters en de waarden van de serie; daarna kijkend naar wat de serie wel het kijken waard maakt.

Met slechte scripts en slechte persoonlijkheden maak je een slechte serie, maar met een serie die zulke sterke morele presenties heeft en dan vervolgens volslagen verkeerde moraal verkondigt maak je een verschrikkelijk gedrocht.

Moral Inconsistency

Als eerste is er het morele probleem van inconsistentie. In Return of the Archons introduceert TOS de prime directive. Deze regel houdt in dat Star Fleet zich niet mag bemoeien met de ontwikkeling van planeten die nog niet in de ruimte kunnen reizen. Dat klinkt redelijk omdat zulk contact de ontwikkeling van de bevolking van die planeet sterk kan beïnvloeden. De regel gaat er vanuit dat Star Fleet geen god moet spelen en niet moet proberen haar regels op te leggen aan andere samenlevingen. Het geldt als een van de fundamentele regels van de Federatie.

In diezelfde aflevering breekt Kirk de prime directive. Zijn reden is dat de samenleving van de planeet die ze die aflevering tegenkomen ‘stil’ zou staan. Dat rechtvaardigt volgens Kirk de inbreuk van de regel. Een uitermate curieuze interpretatie van die regel. Bovendien is het een schending van het onderliggende beginsel van de prime directive. Kirk legt het idee dat een samenleving zich zou moeten ontwikkelen op aan de Archons. En dit zelfde plot wordt letterlijk herhaald in The Apple: een vredige, gelukkige ‘stilstaande’ samenleving moet worden opgeschud om zich maatschappelijk te ontwikkelen.

Ik zeg niet dat de Prime Directive een goede regel is. Het enige dat ik zou stellen is dat als je moreel principe introduceert je niet meteen die regel zou moeten overtreden. Maar de serie die de Prime Directive introduceert, laat de hoofdpersonen in ten minste tien (10!) keer die regel schenden. Dan is het geen fundamentele regel van de Federatie maar een vriendelijk advies.

Moral injustice

Maar op een punt wordt het nog erger: als de hoofdpersonen regelrecht de verkeerde moraal gaat uitdragen. Dit thema is zichtbaar in Errand of Mercy. In die aflevering komt crew van de Enterprise de Klingons tegen op een planeet met een vredige bevolking die in de middeleeuwen is blijven steken. De hele aflevering lang probeert Kirk de bevolking aan te moedigen om het conflict aan te gaan met de Klingons. Dat is natuurlijk al een schending van de Prime Directive. Maar uiteindelijk gelooft Kirk ook zelf dat het conflict met de Klingons moet worden aangegaan: er moet oorlog gevoerd worden. Deze aflevering heeft in morele zin een redelijk goed einde waarbij het vreedzame volk uiteindelijk aangeeft dat ze energiewezens zijn en dat het conflict op de planeet uiteindelijk was uitgelokt om vrede te stichten tussen de twee partijen. Maar het helpt niet om vertrouwen krijgen in de moraal van de hoofdpersonen.

Het idee dat oorlog de oplossing is, komt het beste terug in het plot van City on the Edge of Forever. In deze aflevering reist McCoy terug naar de jaren ’30, waar hij een charismatische linkse pacifiste redt. Omdat zij blijft leven, doet Amerika niet mee in de Tweede Wereldoorlog en verliezen de geallieerden) de oorlog. Daardoor zal de federatie nooit bestaan. Kirk moet terug reizen om de goede vrouw voor een auto te gooien en de Tweede Wereldoorlog te ontketenen. Alhoewel dat een interessant tijdreisplot (en een van de eerste in zijn soort) is de boodschap van Star Trek heel simpel: oorlog is nodig voor vooruitgang.

Ten slotte, de nadruk op geweld komt ook terug in de unaired pilot, The Cage. In deze aflevering wordt een mens gevangen genomen door een groep aliens met telepathische krachten. De enige manier om deze aliens te overwinnen is haatvolle gedachten te hebben. Klaarblijkelijk is haat het antwoord.

En zie hier de moraal die wordt uitgedragen in Star Trek: haat, oorlog en conflict. Zeker als we de serie in zijn tijd zien (de serie is opgenomen midden jaren ’60 toen de Koude Oorlog dreigde warm te worden) dan wordt het nog fouter: het is een havik-achtige serie. De serie lijkt een openlijk conflict met de Sovjetunie aan te moedigen.

The Moral of the Story

Kortom: TOS is een serie die een moreel principe introduceert en haar karakters zich daarvan niets laat aan te trekken. Vervolgens is het een serie die -zeker in het eerste seizoen- oorlog, haat en conflict lijkt aan te moedigen. Een inconsistente moraal en en onjuiste moraal als het mij vraagt.