Duurzaamheid: Overleven

De Panda. Dat is het symbool van de milieubeweging. Met onze vervuilende industrie en onze voortdurende behoefte aan nieuwe landbouwgrond bedreigen we de leefgebieden van de panda. De kern van het milieuprobleem is dat wij als mensen een nieuwe ecologische balans moeten slaan met onze natuurlijke omgeving.

Dat is een manier om naar het milieuprobleem te kijken: de mens is gevaar voor de natuur om ons heen. Wij bedreigen het natuurlijke evenwicht om ons heen. En daarmee het voorbestaan van allerlei soorten: pandas, berggorilla’s, Kakapo en neushoorns. Voor al deze soorten moeten wij, Groenen, het opnemen.

Maar dat lijkt me een verkeerde manier om te kijken naar de aard van ons probleem. We moeten de natuur niet beschermen uit natuurlievendheid of altruisme. Het uitsterven van diersoorten is een onderdeel van een natuurlijk proces van natuurlijke selectie. De panda plant zich erg langzaam voort en moet een groot deel van de dag het zeer onvoedzame bamboe eten. Nu komt er een andere diersoort in de habitat van de panda. Deze is beter in staat om gebruik te maken van de natuurlijke grondstoffen. Dan is het een onderdeel van het natuurlijke proces dat de dieren die minder geschikt zijn niet overleven. Het is hard, maar dat is de natuur.

De natuur is een harde wereld: het gaat om het overleven. Die soorten blijven voortbestaan die zich het beste hebben aangepast aan hun natuurlijke omgeving. De Kakapo, een loopvogel, die in reactie op een roofdier niet weg vlucht maar denkt “als ik stil ga staan, dan loopt’ie vast weg”, kon zich niet verdedigen tegen de binnenkomst van katten en dreigt nu uit te sterven. Of neem de neushoornsoort die zijn kinderen achter zich laat lopen, zodat hij niet kan zien dat ze gevangen worden door roofdieren. Nature is not kind to fools.

Moeten we dan niets doen om het milieu te beschermen? Ja: de mens is zelf ook een diersoort. Het ziet er nu naar uit dat de mens best is aangepast. Maar op termijn loopt de mens als diersoort gevaar. Door grondstoffen uit te putten, door natuurgebieden aan te tasten, bedreigt de mens zijn eigen bestaan. Als soort brengen we ons eigen voortbestaan in gevaar. Duurzaamheid gaat uiteindelijk om het voortbestaan van de menselijk soort. Alleen als wij minder grondstoffen gaan gebruiken, als we in onze productieprocessen rekening gaan houden met vervuiling, als we overstappen naar groene energie en op duurzaam voedsel (vlees noch vis, minder boter, kaas en eieren), dan heeft onze soort overlevingskansen.

Duurzaamheid gaat uiteindelijk niet om altruisme, maar om eigenbelang.

GroenLinks Gedachtegoed in Ontwikkeling

GroenLinks gaat terug naar haar roots. Bij het twintigjarige bestaan organiseren het Wetenschappelijk Bureau en de GroenLinks Academie een lezingencyclus over de idealen van GroenLinks. In vijf bijeenkomsten keken prominente partijleden terug over de ontwikkeling van het denken van de partij over milieu, militaire interventie, Europese integratie, de multiculturele samenleving en de verzorgingsstaat. Een vraag kwam iedere keer op in de lezingencyclus: is GroenLinks een ideeenpartij die voorop loopt op maatschappelijke ontwikkelingen of worden haar standpunten met name gevoed door externe omstandigheden? Is GroenLinks een voorhoedepartij of een speelbal van maatschappelijke ontwikkelingen?

 Speelbal van internationale ontwikkelingen

Alle sprekers benadrukte dat de ontwikkeling van het gedachtegoed van GroenLinks gevormd werd door externe factoren. Het sterkst kwam dit naar voren in het betoog van Joost Lagendijk: 'vraagstukken van oorlog en vrede hebben voortdurend tot discussie binnen de partij geleid. Nieuwe conflicten stelden GroenLinks voor nieuwe dilemma's.' Eén conflict zorgde voor fundamentele veranderingen over het denken over het gebruik van geweld binnen GroenLinks: de oorlog in Joegoslavië. Tussen 1992 en 1995 concentreerde de gewelddadigheden zich in Bosnië-Herzegovina: 'Serviërs zuiverden gebieden van Bosnische Moslims en Kroaten, en als zij de kans kregen deden de Kroaten en Moslims dat even hard terug. Op televisie verschenen beelden die deden denken aan de concentratiekampen uit de Tweede Wereldoorlog. Er moest wat gebeuren. In 1995 hebben de Verenigde Staten uiteindelijk ingegrepen. Het algemene gevoel was: dit nooit meer, op de deurmat van Europa mogen mensen elkaar niet afmaken. En dan begint in 1999 hetzelfde in Kosovo als in Bosnië had plaatsgevonden: door Servische moordpartijen werden de Kosovaren de grens over gejaagd. Het geweten van de NAVO begint op te spelen: ze gaat zonder VN-mandaat over tot luchtaanvallen op militaire en civiele doelen. Na veel interne debatten koos GroenLinks ervoor om het ingrijpen te steunen.'

 Wetenschappelijke ontwikkelingen lossen groene conflicten op

Maar ook in het denken over het milieu spelen ontwikkelingen buiten GroenLinks een belangrijke rol over het denken binnen GroenLinks over economie en ecologie, zij het minder dramatisch. In de beginjaren een hevig debat tussen mensen diegene die voorstander zijn van beperking van de consumptie in Nederland door de invoering van een eco-tax en mensen die de positie van mensen met een laag inkomen willen beschermen tegen zo'n eco-tax. Marijke Vos: ' Groene en linkse doelen stonden haaks op elkaar.' Groene en sociale Kamerleden stonden hier recht tegenover elkaar. De angel zat hem in het idee dat de consumptie moest afnemen. In 1998 verschoof het denken onder andere door het boek Factor 4. Het boek stelde dat ‘als de overheid kiest voor duurzame technologie zoals zonne-energie, een verdubbeling van de welvaart gepaard gaan met een halvering van de druk op het milieu. In het verkiezingsprogramma van 1998 lezen we niets meer over krimp: GroenLinks is voorstander van ‘Nederland innovatieland’, een land dat goed is in allerlei nieuwe milieutechnologie waar groei samen kan gaan met het milieu. De win-wingedachte is geboren. Omdat groen juist goed is voor de economie, is de spanning tussen groen en links verdwenen.’ Wetenschappelijke ontwikkelingen halen de angel uit een van de centrale debatten van GroenLinks in de eerste jaren.

Individualisering als reactie op Fortuyn

Volgens Dick Pels, de directeur van het Wetenschappelijk Bureau, speelden ook externe factoren een belangrijke rol in het denken over de multiculturele samenleving: 'Tussen de tijd van de PSP en de PPR en de tijd van Femke Halsema is de balans verschoven van collectieve naar individuele emancipatie. De nadruk lag integratie met behoud van eigen cultuur en identiteit. We mochten geen kritiek leveren op andere culturen, dat was racistisch.' Dat is de lijn van GroenLinks tot eind jaren '90, dan komt Paul Scheffer met zijn essay 'Het Multiculturele Drama', Fortuyn met zijn kritiek op de gebrekkige integratie van Moslims en Ayaan Hirshi Ali met haar felle Islam-kritiek. Pels: 'Het besef is ontstaan dat dit onvoldoende is. Minderheden hebben ook hun eigen minderheden die ze onderdrukken. ' Pels wijst op Halsema's laatste speech over godsdienstvrijheid: Halsema stelde dat GroenLinks solidair moet zijn met de jonge islamitische meiden, die zich willen emanciperen uit de macht van oudere mannen.

 Vergrijzing noodzaakt tot harde ingrepen

In het denken over GroenLinks over de verdeling van arbeid en inkomen, was er jarenlang een radicale stroming in de partij aanwezig, volgens Kees Vendrik: 'de radicale traditie is de traditie van het basisinkomen. Mensen zouden een van overheidswege gegarandeerd inkomen moeten krijgen, om ze te bevrijden uit arbeidsdwang.' De doodslag voor het denken over het basisinkomen, en vormend voor veel ideeen van GroenLinks over de verzorgingsstaat is de vergrijzing: neem de AOW, dat is nu een soort basisinkomen met een leeftijdsgrens: 'als je niet werkt, dan ben je nu gratis mee verzekerd, zonder dat daar verplichtingen tegenover staan. Dat is niet te handhaven: we hebben straks iedereen nodig. De vergrijzing is een groot probleem. Er zullen evenveel mensen extra in de zorg nodig zijn als er jonge mensen op de arbeidsmarkt bij komen.' Daarom zat in Vrijheid Eerlijk Delen ook een AOW-voorstel, dat mensen stimuleert te gaan werken.

 

Voor Europa omdat het daar wel kan

In de laatste twintig jaar is GroenLinks ook veel positiever geworden over de Europese Unie. Lagendijk: ‘De CPN, PSP en PPR waren nog buitengewoon kritisch over de Europese Gemeenschap. Het was in hun ogen een economisch samenwerkingsverband dat niet groen en niet democratisch was. Ze zagen het als een instrument van het kapitalisme en de multinationals.' GroenLinks stemt tegen het Verdrag van Maastricht en Verdrag van Amsterdam. 'En dan komt in 2001 het Verdrag van Nice. Van de drie verdragen het slechtste verdrag. GroenLinks stemt vóór.' Ook is GroenLinks in 2005 één van de voorstanders van de Europese Grondwet. Geleidelijk is GroenLinks positiever over de Unie gaan denken, omdat deze steeds meer ging doen op milieugebied en ook de macht van het Europees Parlement werd uitgebreid. Lagendijk: ‘in Europa kun je een veel groener beleid krijgen dan op het nationale niveau. Dat heeft er mee te maken dat de Unie zelf veranderd is, van een economisch verband zonder controle, naar een verband waarin mensenrechten en milieu een belangrijke rol spelen.'

 Vooruitlopen of volgen?

Is GroenLinks dan een speelbal van internationale gebeurtenissen? Reageert ze slechts op maatschappelijke ontwikkelingen als vergrijzing of groeiende onvrede met integratie? In een aantal betogen is ook duidelijk te zien dat GroenLinks vooruitloopt in de ontwikkeling van haar ideeen.

In het denken over vergrijzing en de AOW liep GroenLinks vooruit. De voorstellen over de AOW werden al geformuleerd in Vrijheid Eerlijk Delen, een discussienota van Halsema en Van Gent over de toekomst van de verzorgingsstaat , uit 2004 vijf jaar voor de discussie over de AOW in Nederland losbarste. GroenLinks liep in Vrijheid Eerlijk Delen ver vooruit op het debat over de verzorgingssaat. Vendrik: 'Feministische en progressieve economen wezen op de nadelen van het Rijnlandse model (het dominante model van sociaal-economische verhouding in Nederland – SO): op de arbeidsmarkt ontstaat ongelijkheid en uitsluiting. We moeten het opnemen voor de mensen die aan de rand van de arbeidsmarkt staan. Het ontslagrecht, bijvoorbeeld, dat moet echt worden gemoderniseerd. Het is geen bescherming tegen ontslag, maar vooral een vergoedingsregeling. Het is nu zo dat naarmate je langer werkt en meer verdient, je een grotere vergoeding krijgt. Dat zorgt voor een absurd ongelijke verdeling.'

Maar dit is ook zichtbaar in andere onderwerpen, Lagendijk: 'Wat wel erg opvallend is in het eerste programma van uitgangspunten van GroenLinks uit 1992, is de vernieuwde visie op de rol van het Nederlandse leger: een klein professioneel leger moest ter beschikking staan van een multinationale vredesmacht om op te treden ter handhaving en eventueel herstel van de internationale rechtsorde. Deze opvatting getuigt van een groot inzicht in de ontwikkeling van het Nederlandse leger.' Gedurende de jaren '90 en '00 verschuift de functie van het Nederlandse leger steeds meer juist naar deze functies.

Volgens Vos liep GroenLinks ver vooruit in denken over vergroening van de belastingen: 'We waren voorstander van een ecotax in het eerste verkiezingsprogramma. Hans van Mierlo noemde vergroening van de belastingen toen een schreeuw in de nacht. De vergroening van de economie was een vinding van GroenLinks. We waren vanaf het begin modern: laat vervuilers betalen en beloon wie het goed doet.' Bas Eickhout, als Europees Parlementarier een van de nieuwe groene gezichten van GroenLinks is het met haar eens: 'In de jaren '90 waren we de tijd ver vooruit. Tien jaar later kregen we gelijk.'

GroenLinks in debat over democratie

Het debat over democratie komt langzaam op in GroenLinks. Na het schrappen van het referendum uit het verkiezingsprogramma door het congres, is het duidelijk dat de partij haar visie op democratisering moet vernieuwen. Ik bezocht voor het Magazine bezocht in April twee discussiebijeenkomsten over democratie: één georganiseerd door het Wetenschappelijk Bureau en de GroenLinks Academie en één georganiseerd door DWARS en de Eerste Kamerfractie.

Er is alle reden om over het onderwerp democratie in discussie te gaan. De minimale meerderheden waarmee het laatste verkiezingscongres het referendum uit verkiezingsprogramma heeft gehaald en het afschaffen van de Eerste Kamer er in heeft gehouden, zijn directe aanleidingen. Dick Pels, directeur van het Wetenschappelijk Bureau: ‘de discussie over democratie binnen GroenLinks staat stil. Ik zat in de laatste programmacommissie en we schreven de standpunten over democratie gewoon over uit het laatste programma: er wordt niet goed over dit onderwerp nagedacht.’

Marjolijn Februari, de NRC-columniste die op 15 april op de DWARS bijeenkomst sprak, schetst een veel breder kader: ‘Het denken over democratie is halverwege de vorige eeuw gestopt. Na de Tweede Wereldoorlog is democratie steeds minder een inhoudelijk begrip geworden als wel een criterium voor beoordeling: geen nastrevenswaardig ideaal, maar een meetlat. Het begrip is zelf niet meer in ontwikkeling. Alles wat wringt in onze samenleving wordt als anti-democratisch terzijde geschoven.’

 Democratie: Macht en Tegenmacht

Wat wordt er bedoeld met het begrip 'democratie'? Bas de Gaay-Fortman gaf een inleiding over de democratische idealen van GroenLinks op de door het Wetenschappelijk Bureau en de Academie georganiseerde bijeenkomst van 13 april, Hij maakt daarbij een onderscheid tussen twee aspecten van het democratische ideaal: het 'formeel-politieke' en het 'politiek-juridische'. Met het formeel-politieke aspect doelt De Gaay-Fortman op ‘het principe van de vervangbaarheid van de macht: verkiezingen geven de mogelijkheid om de macht te veranderen. De meerderheidsregel is maar een middel daartoe.'

Daarnaast is er het politiek-juridische aspect: ‘Machtsuitoefening is noodzakelijk. Macht vereist ook tegenmacht. De macht moet gespreid worden.’ De belangrijkste beperking op de macht van de overheid is de rechtsstaat: ‘De rechtsstaat betekent dat de overheid is gebonden aan de wet en dat er toegang is tot een onafhankelijke rechterlijke macht. De macht van de staat is beperkt: de overheid is niet totalitair.’

Hoe verhoudt het formeel-politieke aspect van de democratie zich tot het politiek-juridische? De Gaay Fortman: ‘Kan de rechtsstaat bij meerderheidsbeslissing worden afgeschaft? De bescherming die we daartegen hebben is dat het lastig is om de Grondwet te veranderen. Zulke beperkingen zijn er niet voor de handhaving van de Grondwet, dat doet de Staten-Generaal zelf. Maar zoals Juvenalis, de Romeinse dichter, al stelde: 'Wie bewaakt de bewakers?'

Hiervoor kun je institutionele oplossingen zoeken. Jan Laurier, scheidend senator, drukte de zaal DWARS'ers op het hart dat de Eerste Kamer een rol heeft in het beschermen van het politiek-juridische aspect van de democratie. Laurier: ‘Ik kan me alleen maar in een democratie vinden, als het gepaard gaat met recht en rechten. Als dat niet plaatsvindt, dan is democratie niets anders dan een dictatuur van de meerderheid. Er moeten waarborgen zijn voor mensen die iets anders vinden. Dat is een van de thema's die veel aan de orde komt in de Eerste Kamer. Je hebt ten opzichte van de democratie een aantal stabilisatoren nodig: zeker als kiezers snel heen- en weerschuiven." GroenLinks is officieel voor afschaffing van de Eerste Kamer, maar stelt daar een andere institutionele regeling tegenover: de toetsing van wetten aan de grondwet door de rechter.

Democratie als opdracht

De Gaay-Fortman heeft minder vertrouwen in institutionele oplossingen: ‘Hans van Mierlo stelde dat democratie georganiseerd wantrouwen is. Dat werkt zo niet; wantrouwen vraag steeds weer om nieuwe controles en regelingen. Democratie is bovenal een mentaliteit: willen en kunnen luisteren, belangen willen en kunnen afwegen en verantwoording willen en kunnen afleggen.’ Instemmend citeert De Gaay-Fortman een Amerikaanse opperrechter: ’Wij vertrouwen te veel op regelingen. Als democratie in de harten van mensen zit, dan heb je geen regels nodig. Zit het er niet in dan, dan hebben al die regelingen geen zin.’

Februari benadrukt het belang van een democratische houding. Democratie gaat volgens Februari ‘Om de actieve erkenning van wederzijdse belangen, om een sociale houding ten opzichte van mensen met een andere mening. Het is een manier van samenleven. Dat vereist het inzicht dat jouw keuzes effect hebben op anderen, en dat de keuzes van anderen effect hebben op jou. Democratie gaat om de vertegenwoordiging van de verscheidenheid van stemmen. Breng het conflict weer terug in het hart van de democratie. Het feit dat mensen verschillende opvattingen hebben, los je niet gemakkelijk op. Als je alles waar je het niet mee eens bent uitsluit, leidt dat tot de opkomst van de radicale verliezer: zij die over de rand vallen, komen radicaal terug. Als je democratie ziet als een plek voor conflicten, die niet per se opgelost kunnen worden, kunnen ook verliezers zich daarin herkennen.’

Een verkorte verkiezing van dit artikel verscheen ook in het GroenLinks Magazine van Mei 2011.

Extatisch III: Electoral Math & Margreet de Boer

Het was een spannende nacht. De uitslag is bekend. De politiek feiten liggen er. Maar hoe moeten we die begrijpen? Wat betekent de uitslag groene provincies en linkse senaat? Er komen een aantal kortere en lange blogjes aan over de uitslag en haar gevolgen voor groene en linkse politiek.

Die provincie is natuurlijk allemaal leuk en aardig. En GroenLinks kan daar een verschil maken door vervuilende fabrieken te sluiten, mega-stallen tegen te houden en fietspaden aan te leggen. Maar deze verkiezingen gingen over meer: het ging over links en rechts in de Senaat. Het was 35 zetels voor CDA en VVD. Dat lijken er nu 37 te worden voor CDA, VVD, en PVV. Een te weinig voor een meerderheid. Daar kan dan de ene SGP-senator een rol in spelen.

Volgens de meest geavanceerde politieke rekenaars kan er nog heel wat gebeuren. Een verbondje tussen CU en SGP kan GL een restzetel kosten. Die zou naar de gedoger SGP kunnen gaan. Dat zie ik de CU overigens nog niet doen. Een D66'er kan met een stem op GL dan weer een restzetel afsnoepen van de PVV voor GL. Dat lijkt vrij zinnig.

En dan hebben we het nog niet eens over de Onafhankelijke Senaatsfractie gehad. Die zit sinds 1995 in de kamer als verbond van provinciale partijen geleid door Friezen en Groenen. Maar nu lijken ze het niet te gaan redden. De groenen waren eigenlujk al in 2003 uitgespeeld en nu met de PVV het populisme ook provinciaal is gegaan is de ruimte voor protestpartijen veel beperkter. Wat gaan de OSF partijen doen? De Friese Nationale Partij is de grootste. Dit is een centrum-linkse pro-Friese partij. VVD en PvdA trekken al aan deze partij. In 2007 was ze onderdeel van een lijstverbinding met VVD en D66 seculieren tegen het kabinet. Een stem van hen op de VVD of de PvdA kan een grote invloed hebben op de samenstelling van de Senaat.

Voor GroenLinks betekent dat dat zetel 5 die door het congres aan Margreet de Boer gegund is, nog best spannend kan wordenDe feministische juriste met een lange staat van dienst binnen GroenLinks zou echt op haar plek zal zijn in de Eerste Kamer. Het heeft ook wel iets Amerikaans dat ze haar vader achter na zou gaan die tussen 1990 en 2003 lid was de Eerste Kamer.

Maar wordt het wel vijf zetels met al deze politieke spelletjes? Kan GroenLinks de FNP charmeren door aan te bieden dat er met voorkeursstemmen een noordeling in Senaat komt? Zal Margreet de Boer haar Noordelijke roots in de weegschaal gooien? Het worden nog spannende maanden van afwachten, onderhandelen en uitruilen op het provinciale niveau.

Regionale Voorkeursactie: onrechtvaardig, onnodig en tegen de afspraken in

Nadat de strijd tussen de oud-linkse pacifistische stroming en de nieuw-linkse internationalistische stroming op het GroenLinks congres net was afgelopen met een sisser, kwam het volgende conflict al weer op: de Noordelijke Provinciale Statenfracties vroegen min-of-meer toestemming om bij de Eerste Kamerverkiezingen op een regionale kandidaat te mogen stemmen. Dat werd afgewezen door het congres maar als nog presenteerde een der kandidaten Han Warmelink zich als 'Noordelijke' kandidaat. Maar zijn de Noordelijke provincies ondervertegenwoordigd?

Laten we eens uitgaan van de Provinciale Statenverkiezingen van 2007, een redelijke graadmeter van de spreiding van GroenLinks stemmers. (Deze spreiding verschilt niet fundamenteel van de scheiding van GroenLinks kiezes bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010). Ruim 54% van de GroenLinks kiezers woonde toen in de Randstad Provincies: Utrecht, Noord- en Zuid-Holland. In Noord-Holland alleen al woont 24% van de GroenLinksers. In de Oostelijke provincies, Gelderland, Overijssel en Flevoland woont 19% van de GroenLinks stemmers. In de Zuidelijke provincies (Noord Brabant, Limburg en Zeeland) woont bijna 16% van de GroenLinksers. Slechts 11% van de GroenLinks-stemmers woont in een der Noordelijke provincies (Friesland, Groningen, Drenthe).

PS

En hoe zijn deze provincies vertegenwoordigd? Laten we eens beginnen met de Tweede Kamer. Negen van de tien GroenLinks Kamerleden wonen in Randstad en maar 54% van de GroenLinksers.  Vier van de tien GroenLinks Tweede Kamerleden woont in Noord-Holland, drie daarvan in Amsterdam. Dat is bijna 15% meer dan het aantal GroenLinks stemmers 'rechtvaardigt'. In Zuid-Holland wonen drie van de tien GroenLinks Kamerleden, 19% van de GroenLinks stemmers woont daar. Dat is 12% meer dan het aantal stemmen rechtvaardigt. Ook in Utrecht wonen meer GroenLinks Kamerleden dan stemmers: 12% van de stemmers versus 20% van de Kamerleden. In de rest van het land wonen dus 45% van de GroenLinks stemmers en maar GroenLinks Kamerlid: Ineke van Gent. Opvallend genoeg een kamerlid uit het Noorden. De provincie Groningen heeft 10% van de Kamerleden en maar 5% van de GroenLinks stemmers. Let wel in de drie Noordelijke provincies woont ongeveer 11% van de stemmers: een ruime vertegenwoordiging.

Als we eens kijken naar de Eerste Kamerlijst ontstaat het volgende beeld: bij de eerste vier kandidaat-senatoren, de meest verkiesbare plekken. Een woont in Amsterdam, een woont in Utrecht, een woont in Limburg en een in Gelderland. Als we dit in delen in landsdelen dan zien we dat 55% van de kiezers in de Randstad woont, en twee van de vier eerste kandidaat-senatoren. In het Oosten woont er een en 19% van de eerste vier kandidaat-senatoren. In het Zuiden woont een kandidaat-senator en 16% van de kiezers. En in het Noorden woont geen der vier top-kandidaten en 11% van de kiezers. In die zin is er waar het gaat om de verkiesbare topkandidaten geen probleem.

Als we kijken naar de hele lijst dan is de lijst minder vertegenwoordigend: 67% van de kandidaten woont in de Randstad, en maar 54% van de GroenLinks kiezers: 27% in Noord-Holland (allen in Amsterdam), dat is net meer dan kiezers, 20% in Zuid-Holland, dat is net meer dan kiezers, 20% in Utrecht tegenover 11% van de kiezers. De lijst is dus niet te veel Grachtengordel, maar te veel Oude Gracht. Alle andere provincies lopen dus iets achter: 7% van de kandidaten woont in het Noorden, tegenover 11% van de stemmers. 13% van de kandidaten woont in het Zuiden en 16% van de stemmers. In de oostelijke provincies woont 19% van de stemmers en maar 13% van de kandidaten. Vijf provincies worden niet vertegenwoordigd op de lijst, allen leveren deze minder kiezers dan een plek op de lijst zou rechtvaardigen, behalve Noord-Brabant. Deze situatie is aanzienlijk beter dan de huidige Tweede Kamerfractie. Ik denk niet dat deze situatie een actie van de noordelijke provinciale statenleden vereist. Ze zijn op de lijst aardig vertegenwoordigd.

Een actie van de Noordelijke statenleden gaat dus niet alleen in tegen de goede afspraken die binnen GroenLinks gemaakt zijn en is niet alleen onnodig, gezien de redelijke spreiding van kandidaten op deze lijst. Sterker nog als er een provincie mag klagen over een gebrek aan vertegenwoordiging dan zijn dit niet de meest noordelijke, maar Noord-Brabant waar 9% van de GroenLinks kiezers woont, maar geen van de kandidaten op de Eerste Kamerlijst en geen de zittende kamerleden.

Maar gelukkig is de actie van de Noordelijke provinciale statenleden ook niet heel kansrijk: de wet is veranderd zodat 100% van de stemmen voor een zetel nodig is om een kandidaat met voorkeursstemmen in de Eerste Kamer te krijgen. Hier wordt gebruik gemaakt van een stelsel met gewogen stemmen: ongeveer 2000 stemmen zijn nodig. Als we uitgaan van de score van de laaste provinciale statenverkiezingen (2007), in de drie Noordelijke provincies hebben we nu zeven statenleden: 22% van de statenleden, maar door het stelsel van stemgewichten zijn ze maar goed voor 948 stemmen bij de Eerste Kamer. Kijken we naar de vijf meest noordelijke provincies (Groningen, Drenthe, Friesland, Overijssel en Flevoland) dan zij ze nog maar goed voor 1628 stemmen. En dat is niet genoeg om een hele kiesdeler te halen

Kortom: ongerechtvaardigd, onnodig en tegen de afspraken in.

FISPR: Zuid-Holland bestaat niet

ZH 3:2:2011
Zuid-Holland bestaat niet. Er is een provincie die zo heet, maar dat is toeval. De provincie heeft nauwelijks iets zeggen: de grote steden regelen het zelf wel. Er is geen Zuid-Hollandse gemeenschap, geen Zuid-Hollandse identiteit. En dus is een Zuid-Hollands fispr een gotspe. We kunnen de landelijke ontwikkelingen vertalen naar de Zuid-Hollandse situatie, maar dat is simpel rekenwerk. Want men stemt niet voor de Zuid-Hollandse Staten om provinciale redenen, men stemt voor de Zuid-Hollandse Staten voor landelijke redenen. Uit onvrede met het kabinet, uit bezorgdheid over het klimaat of de natuur, of omdat men zonder file door wil kunnen rijden naar Utrecht.

Zuid-Holland is geen eenheid. Het heeft grote steden als Rotterdam en Den Haag waar de populisme welig tiert. Er loopt een Bible Belt doorheen. En er liggen studentensteden in als Delft en Leiden, waar vrijzinnige partijen het goed doen. Dit ligt allemaal om een Christen-democratisch georienteerd Groene Hart heen. Zo is Zuid-Holland eigenlijk Nederland in het klein.

Maar als provincie stelt het weinig voor: grote gemeenten als Rotterdam en Den Haag stellen zich autonoom op, als kloppend hart van de Randstad wordt veel door het Rijk bepaald, Schiphol, een bron van overlast en werkgelegenheid ligt net over de grens met Noord-Holland. Weinig burgers voelen zich dan ook Zuid-Hollander: je bent geboren Rotterdammer of Hagenees, met passend accent. Als je in Leiden studeert ben je een corpsbal, studeer je in Delft ben je een fietsenmaker. Je komt van Goerree Overflakkee, uit een gesloten Christelijke gemeenschap of uit de bruisende Hindoestaanse gemeenschap in Den Haag. Misschien voel je je Hollander, waarschijnlijk voel je je Nederlander, maar niemand, niemand voelt zich Zuid-Hollander.

En dus kunnen we de landelijke ontwikkelingen doorslaan naar de provinciale situatie, zonder veel acht te slaan op lokale factoren. In vergelijking met 2007 zal het CDA flink verliezen. Maar ook de PvdA en de SP stonden toen sterker dan nu. De PVV zal flink winnen, en ook de progressieve partijen D66 en GL kunnen hun zetel aantal uitbreiden. Maar hoe sterk?

Het CDA zal in Zuid-Holland echt een klap krijgen: zij was met 13 zetels de grootste partij, maar ze houdt er maar vijf over. De VVD neemt haar plek in, met 13 zetels worden de liberalen de grootste partij. Overal in de provincie zal zij domineren: op het platteland waar kiezers op zoek zijn naar een partij die stabiliteit belooft, in de grote steden waar een populistisch rechts verhaal steeds beter aankomt en onder corporale studenten. De SGP, altijd betrouwbaar komt op twee zetels uit.

Ook links krijgt in Zuid-Holland een knauw: de PvdA verliest bijna een derde van haar electoraat, de SP bijna 40%. Ook de ChristenUnie verliest een zetel. Dit wordt gedeeltelijk goed gemaakt door de 'progressieve' linkse partijen: D66 springt van een naar vijf zetels en ook GroenLinks weet een zeteltje erbij te pakken, met name dank zij de lijstverbinding met de PvdA. De Partij voor de Dieren zal wel meer stemmen halen dan in 2007 maar dat weet zich nog niet te vertalen in meer zetels.

Maar dan hebben we grootste winnaar nog overgeslagen: de PVV gaat in een keer van nul naar tien zetels. De reden? Het zal weinig te maken hebben met Zuid-Hollandse factoren. En des te meer met landelijk: onvrede over parlementaire politiek, onveiligheid in verkleurende volkswijken en onbehagen in kleine kerkdorpjes.

Dit artikel verscheen ook op fispr.nl

Kunduz in Perspectief I

Ik heb geen gemakkelijk oordeel klaar over de keuze van GroenLinks om in te stemmen met de politietrainingsmissie naar Afghanistan. Ik hoop dat de missie de situatie in Afghanistan verbeterd, ik twijfel of de toezeggingen die de kamerfractie heeft afgedwongen het verschil gaan maken, maar de mensen die ik heb gekozen om een geinformeerde keuze te maken denken dat wel. Ze werken daarbij binnen de ruimte die ons verkiezingsprogramma hen geeft. Zo werkt een representatieve democratie. En toch maak ik me zorgen: wat betekent de controversiele keuze voor de politiemissie naar Kunduz voor GroenLinks?

PSP2

Begin 1999, eind 2001 en nu in begin 2011 heersten er in GroenLinks harde discussies over oorlog en vrede. In alle discussies was de fractie sterk verdeeld. De centrale vraag was in 1999 of 2001 of GroenLinks mede-verantwoordelijk moet zijn voor militair, humanitair ingrijpen. Dat is nu anders: het gaat om een trainingsmissie, nog steeds beargumenteerd vanuit humanitair perspectief

In 1999 en 2001 stroomden leden uit volgens de media. Met name oud-CPN'ers en oud-PSP'er vertrokken: dit waren partijen die zich jarenlang hadden verzet tegen de NAVO. Marcus Bakker (oud CPN-leider), oud PSP-voorzitter Mazeland, oud PSP-senator Jaap Vogt verlieten de partij in 1999. Oud PSP-voorzitter Saar Boerlage verliet de partij in 2001. Opvallend genoeg daalde in 1999 en 2001 het ledenaantal van GroenLinks niet: een toename van 34 leden en 723 leden (bij een gemiddelde stijging van 266 leden per jaar). Overigens 1999 was voor GroenLinks een topjaar electoraal, en in 2002 haalde GroenLinks een relatief goede score (tijdens op de opkomst van Fortuyn). Verantwoordelijkheid nemen hoeft niet vertaald te worden in electorale neergang of ledenverlies.

Toch dreigt er gevaar nu. De discussie binnen GroenLinks dreigt te verzuren: Karel van Broekhoven op Radio 1 en bij de VARA met dreigende taal over moties op het congres. Leden die hun lidmaatschap op zeggen. Kiezers die niet begrijpen waarom hun partij "deze oorlog" steunt. Afhakende campaigners. En dat een maand voor de verkiezing van de Eerste Kamer. Ik hoop dat het goed afloopt maar ik heb er een hard hoofd in.

Babylon 5: The Good, the Bad and the Ugly

Op advies van Ewoud Klei ben ik maar eens naar Babylon 5 gaan kijken. Babylon 5 is een science fiction serie uit de tijd van Star Trek Deep Space Nine. Ik wil nu op een aantal punten terug kijken naar Babyblon 5. Te beginnen met een algemene impressie.

Babylon5

Babylon 5 is in veel opzichten een bijzondere serie. Het vertelt het verhaal van Babylon 5 "the last best hope for peace." Op dit station is de Verenigde Naties van de toekomst gevestigd: de League of Non-Aligned Worlds, en de Adviesraad, de Veiligheidsraad daarvan. Deze bestaat uit de vijf grote machten in de regio: de spirituele Minbari, de Centauri en de Narn, die een lange tijd in oorlog zijn geweest, de mysterieuze Vorlons en de Mensheid. De serie beschrijft de politieke ontwikkelingen tussen deze groepen en binnen Aarde. De eerste twee seizoenen bouwen de spanning op. In het derde seizoen ontstaat de oorlog tussen de grote machten en de Shadows, krachten van chaos. Hierdoor komt de Aarde onder een militaire dictatuur, veroveren de Centauri de Narn en ontstaan er grote spanningen binnen de Minbari. In het vierde seizoen wordt de Aarde bevrijdt van haar dictator. In het vijfde seizoen ten slotte betreft hele andere conflicten: tussen de mensen en de Telepathen onder hen en de Drakh, een soort mini-Shadow, die hun macht over de Centauri uitbreidt.

Het meest opvallende aan Babylon 5 is de kwaliteit van het schrijven. Aan de ene kant is de serie grootser en visionairder dan vele anderen. Grote machten, mysterieuze krachten, politieke intrige en grootse slagvelden. De schrijver, J. Michael Straczynski, laat zijn grote inzicht in de manier waarop geschiedenis geschreven wordt, de kracht van journalistiek, de corrumperende werking van macht zien. Het karakter Londo Molari is het best geschreven karakter van de serie: hij begint als een ambitieuze, enigszins bourgondisch ingestelde diplomaat, zijn ambitie veroorzaakt oorlogen die veel meer levens kosten dan hij ooit had verwacht, maar die hem uiteindelijk wel keizer maken: een keizer met een slecht geweten die wordt beheerst door de kwade machten die hem aan de macht hebben geholpen. Een tragi-komische figuur met veel grijs tinten.

Maar aan de andere kant is het op punten heel slecht afgewerkt: tenenkrommend slechte grappen, slecht acteerwerk en hele slechte effecten. Daarnaast wordt veel belangrijke figuren uit de serie geschreven: zonder duidelijke redenen wordt de hoofdpersoon  gewisseld na seizoen 1, en zijn tweede "man" wordt gewisseld na seizoen 4. Zij-figuren als de resident arts en de resident telepaat worden ook plotseling gewisseld voor identitiek uitziende acteurs. Waarom? Het lijkt er op dat de acteurs gewoon geen zin meer hadden om hun rol uit te spelen. Om met Sheldon te spreken: Deep Space Nine may have "specific failures in writing and direction," but Babylon 5 "fails across the board: art direction, sound direction, costuming, sound editing …"

Maar er is ook een groter probleem: het centrale conflict tussen de Vorlons en de Shadows dat in de eerste twee seizoenen wordt opgebouwd, komt in het derde seizoen tot uitbarsting maar dat wordt aan het begin van het vierde seizoen heel snel opgeruimd. Daarna probeert de serie voortdurend om nieuwe gevaren te creeeren (EarthGov, Telepaths, de Drakh), maar dat wordt uiteindelijk een hele lange Scorching of the Shire en tocht naar de Grey Havens nadat de Ring vernietigd is. De pijn is uit het verhaal gehaald nadat de grootste gevaar is geelimineerd. We zitten te wachten op het einde. De reden hiervoor is dat de schrijver verwachtte dat na seizoen 4 de serie zou worden gecanceld. Het vijfde de seizoen was nooit de bedoeling geweest.

Een van de nieuwe gevaren die wordt geintroduceerd is, zijn de Telepathen die onder de mensen wonen. De meeste Telepathen zijn georganiseerd in de PsiCorps, een machtige autonome overheidsorganisatie, die Telepathen brainwasht en gebruikt in oorlogsvoering en geheime operaties. Sommige Telepathen opereren onafhankelijk en komen samen onder het leiderschap van Byron. Hij streeft als een soort Zionist naar een vrij en onafhankelijk thuisland voor Telepathen. Hij sterft in zijn strijd hiervoor. Zijn geliefde, Lyta Alexander, een uitermate krachtige Telepaat wil zijn missie door zetten, maar dan is plotseling het laatste seizoen afgelopen!

En dat is toch een grote zwakte van de serie: je hebt het gevoel dat er een groot plan wordt uitgewerkt, maar de wisseling van hoofdpersonen en de voortdurende verandering van grote vijanden (de Shadows, EarthGov, de Telepathen en de Drakh) maakt dat niet geloofwaardig.

Politie in Kunduz en Hollands Provincialisme

Je kan het debat over Afghanistan niet begrijpen zonder een verkenning van het politieke landschap. Want het zou toch eigenlijk heel simpel moeten zijn: de VVD en het CDA hebben zich zelf in een ongelofelijk dom parket gewerkt door in een kabinet te stappen met de PVV. Die partij vindt wel dat we in oorlog zijn met de Islam, maar die nadat we Afghanistan plat gebombardeerd hebben om de Taliban te verjagen, geen politietrainers wil sturen om de vrede, veiligheid en recht terug te laten keren.

In een tijd van sterke polarisatie tussen links en rechts, waarbij de VVD en CDA elkaar tevreden schouderklopjes geven omdat de kunsten, het hoger onderwijs, de milieubescherming en vele andere linkse hobby's vakkundig de nek zijn omgedraaid, zou Links natuurlijk kunnen zeggen: "Stik er maar in. Als jullie kabinet alles wat wij waardevol vinden wil opdoeken, waarom zouden jullie dan op onze hulp willen rekenen voor jullie politiemissie." De PvdA, de SP en de PvdD doen dat.

GroenLinks, de ChristenUnie en D66 hebben een andere overweging: ze overwegen de politiemissie te steunen. Daarbij vallen woorden als "verantwoordelijkheid nemen", "internationale solidariteit" , "Afghaanse schoolmeisjes" en"civiele opbouwmissie".

Maar is dat echt alles? Ik denk het niet. Je kan de steun van GroenLinks, ChristenUnie en D66 niet begrijpen zonder een inschatting te maken van het politieke speelveld. Er is een minderheidskabinet van CDA en VVD dat over wel meer onderwerpen van mening verschilt van gedoogpartner PVV. Steun op het dossier Afghanistan kan de productieve samenwerkingsrelatie versterken tussen de progressieven in de Tweede Kamer en de centrum-rechtse partijen in het kabinet. Sterker nog: als over vier jaar nieuwe verkiezingen zijn kan de samenwerkingsrelatie tussen CDA, VVD, D66, CU en GroenLinks worden omgezet in een regeringscoalitie. Femke Halsema heeft eerder al aangegeven dat een coalitie van progressieven en centrum-rechts, de zogeheten Rotivariant, a measure of last resort is de progressieven. Alles liever dan dit rancunekabinet.

Maar zo'n Rotivariant of zelfs Paars+ kan alleen maar lukken als de VVD (en het CDA) GroenLinks en D66 zien als een geloofwaardige partner. In een motie vragen om een politiemissie die in je verkiezingsprogramma staat, en dan tegen de missie stemmen als het kabinet die motie uitvoert, is niet goed voor de geloofwaardigheid van GroenLinks en D66. VVD en CDA zullen wel drie keer nadenken voor zij in een schuitje stappen met een partij die bij iedere beslissing van internationaal belang, door haar pacfistische vleugel, haar leden en haar anti-Amerikaanse kiezers teruggefloten kan worden. Dan liever met de PVV: knetterrechts maar ten minste betrouwbaar.

En zo is de vraag of Nederland deelneemt aan een missie, die -ten goede of ten slechte- invloed zal hebben op de ontwikkeling van Kunduz, Afghanistan, afhankelijk van de provinciale machtsspelletjes in die Hollandse vierkante meter.

Waarom Links?

Wouter Leenders stelde mij op twitter een vrij simpele vraag of ik wel eens wat had geschreven over liberalisme en economie.  En dan specifiek over de vraag waarom de overheid wel mag intervenieren in de economische sfeer en niet in de culturele sfeer.

De vraag is of mijn epistemische liberalisme, dat uitgaat van de centrale stelling dat we niet weten wat het beste individuele levensplan is, te verenigen is met overheidsinterventie in de economie. Epistemisch liberalisme stelt dat er geen grondslag voor de overheid om mensen een bepaald idee van het goede leven op te leggen. Maar wat betekent dat voor sociaal-economische politiek? Kan de overheid hier ook niets aan doen? De overheid kan mensen misschien niet opleggen hoe ze moeten leven, de overheid moet wel intervenieren om de vrijheid van mensen te beschermen: we rechtvaardigen de interventie van de politie door te stellen dat we zo inbreuken op individuele vrijheid kunnen voorkomen. Maar kunnen we ook economische interventie zo rechtvaardigen?

Er zijn denk ik drie lijnen van argumentatie waardoor we individuele vrijheid en economische interventie kunnen verenigen. Ik laat me uiteindelijk inspireren door drie filosofen: de ideeen van John Rawls, over gerechtvaardigde ongelijkheid, de ideeen van Dworkin, over gelijke uitgangsposities en verdiende en onverdiende ongelijkheden, en die ideeen van Van Parijs over "echte" vrijheid:

Ten eerste om individuele negatieve vrijheid te beschermen. Er is een grote machtsongelijkheid tussen werkgevers en werknemer (en tussen producenten en consumenten): in een "vrije markt" kunnen werkgevers werknemers uitbuiten. Omdat bedrijven veel machtiger zijn dan individuele werknemers en omdat werknemers voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van die bedrijven kunnen bedrijven in een "vrije markt" werknemers dwingen om vrijheden in te leveren, te werken onder gevaarlijke omstandigheden of lagere lonen te accepteren die lager zijn dan het bestaansminimum. De overheid moet ingrijpen om ervoor te zorgen dat de rechten van werknemers en consumenten, -de zwakkere partijen- worden beschermd. Denk aan het minimumloon, het recht op collectieve onderhandeling door werknemers, wetten over arbeidsomstandigheden.

Ten tweede om individuele positieve vrijheid te vergroten. Er zijn twee noties van positieve vrijheid. De eerste notie stelt dat mensen bevrijd moeten worden van interne obstakels om te doen wat ze zelf echt willen. Laat ik dit positieve vrijheid (1) noemen. Dat is een gevaarlijke notie van vrijheid, omdat dit inhoudt dat mensen gedwongen moeten worden om te doen wat ze "eigenlijk" zelf willen door een overheid die dat beter weet dan zij zelf. Daar staat een notie van vrijheid als de aanwezigheid van externe hulpmiddelen om gebruik te maken van rechten tegenover. Laat ik dat positieve vrijheid (2) noemen. Het simpele idee is dat armoede een vorm van onvrijheid is en dat we moeten streven naar een zo vrij mogelijke samenleving, waarbij iedereen dus zowel de rechten als de (zo groot mogelijke) mogelijkheden heeft om zijn of haar idee van het goede leven in de praktijk te brengen. Van Parijs noemt dit "echte" vrijheid. Ik geloof dat positieve vrijheid (2) wel vergroot moet worden, omdat rechten zonder middelen, privileges van de rijken zijn. Daarom moet de overheid proberen mensen te voorzien met de middelen om van hun vrijheid gebruik te maken: inkomen, onderwijs en gezondheidszorg.

Ten derde om een neutrale verdeling te verzekeren. In een "vrije markt" ontstaan er onverdiende verschillen in inkomens. Ik geloof dat mensen recht hebben op dat wat ze zelf produceren, vice versa hebben mensen dus ook geen recht op dat wat ze niet bezitten. Door de toevallige verdeling van de verdeling van grondstoffen, van talenten en van erfenissen, staan sommige mensen er beter voor dan anderen. Dat zijn onrechtvaardige verschillen in inkomen en in levenskansen. Dit vereist radicale herverdeling om te verzekeren dat er gelijke uitgangsposities zijn voor iedereen. Daar ligt in  mijn ogen met name een rol voor het onderwijs.

Vaak kunnen het streven naar negatieve vrijheid en vormen van gelijkheid hand in hand gaan. Ik heb hier ook eerder -met meer of minder succes- uitgewerkt wat dat moet betekenen voor het onderwijs, de publieke omroep, sociale verzekeringen en hypotheekrente. Iedere keer betekent dat mensen in staat stellen om keuzes te maken, niet-gerechtvaardigde ongelijkheden bestrijden en gebruik maken van diversiteit en competitie. Er zijn een aantal plekken waar overheidsinterventie in de economie de vrijheid van mensen om zelf hun leven in te delen als zij zelf willen, beperkt over bepaalde groepen bevoordeeld. Die vraag speelt het sterkst rond arbeid: is er een recht op werk? En een plicht om te werken?

Ik geloof dat het mogelijk is om heel liberaal en heel links te zijn. Ik zelfs geen problemen om hier te spreken over socialisme. Er zijn interpretaties van socialisme die gaan om het vergroten van de rechten en de mogelijkheden van mensen die in een "vrije markt" onvrij zouden zijn in negatieve en positieve (2) zin. Uiteindelijk zijn consequente socialisten liberalen die het echt menen: want solidariteit staat in dienst van vrijheid.