Waarom ik links ben

Na 28 jaren in dit leven, maak het politieke testament op van mijn jeugd.

Kinderlijke emoties
Mijn politieke opvattingen zijn gegrondvest in twee basale bijna kinderlijke emoties. Ten eerste, ik kan er niet tegen om medische documentaires te zien, waarin ze operaties filmen. Noem het squeamish, noem het empathisch. Maar door zo geconfronteerd te worden met bloed en lijden word ik fysiek onpasselijk. Maar een die in mijn politieke motivatie een centrale rol speelt. Want evenzeer als ik niet tegen verhalen over operaties kan, vind ik het verschrikkelijk om armoede te zien, dierenleed of de verschrikkingen van oorlog.
Voor mij speelt ook een tweede drang een grote rol, niet alleen in de politiek maar in mijn hele leven: het gevoel om niet beperkt te willen worden door anderen. Een basale, puberale vrijheidsdrang: om niet behandeld te worden als een schoolkind. Mijn ouders hebben mijn wil om mijn hart te volgen vanaf mijn eerste herinneringen nooit tegengehouden maar juist altijd gestimuleerd. Zo werd ik wilskrachtig, eigenwijs, gedreven.
Gedreven door een afkeer van lijden, besloot ik om altijd de kant te kiezen van de good guys, die zich inzetten om dit lijden tegen te gaan: dat betekende voor mij dat ik vegetariër werd, bijvoorbeeld, en demonstreerde tegen de oorlog in Irak en Afghanistan. Door een politieke opvoeding en een filosofische scholing werd deze motivatie politiek-filosofisch verdiept.

Socialisme
Links zijn de good guys van de politieke geschiedenis. Het is de stroming die zich tegen armoede en oorlog verzet. Onder links reken ik de liberale abolitionisten die tegen slavernij streden in de Verenigde Staten, maar ook socialisten die zich inzetten tegen armoede. Het is de stroming die zich inzet voor diegenen waarvan het lijden vergeten of genegeerd wordt zoals vluchtelingen maar ook dieren. Ik werd geïntrigeerd door linkse stromingen als het socialisme. De allerbelangrijkste les die ik daarvan heb geleerd is dat mijn gevoelens van empathie waardevol waren maar nooit het volledige antwoord konden zijn op dit lijden. Naastenliefde maakt de ontvanger afhankelijk van de gulheid van de gever. Terwijl iemand die in armoede is opgegroeid recht heeft op eerlijke kansen of iemand die de oorlog is ontvlucht recht heeft op een veilige haven. Dat is hun recht, daar maken zij aanspraak op. Gulle giften houden de maatschappelijke structuren die mensen ontzeggen wat van hen zou moeten zijn in stand. Het gaat niet om compassie, maar om rechtvaardigheid. Het gaat niet om gul geven maar om de maatschappelijke structuur veranderen. Empathie is een drijfveer maar geen antwoord.
Socialisten zijn er in veel kleuren: van gematigde sociaal-democraten, die in de jaren ’90 technocraten waren zonder gedrevenheid tot destructieve revolutionaire communisten die in de eeuw daarvoor hebben laten zien dat weg naar de hel geplaveid is met goede intenties. In de geschiedenislessen viel mijn ogen op een klein partijtje dat precies vertegenwoordigde waar ik voor stond: de Pacifistisch-Socialistische Partij. Met die combinatie van pacifisme, tegen oorlog, en socialisme, tegen armoede en uitbuiting, voelde ik me verbonden. Maar ook met de politieke stijl: eigenzinnig, onconventioneel en principieel.
Maar aangezien dat de PSP in 2002 niet meer bestond, en ik wel moest stemmen, kwam ik bijna automatisch bij GroenLinks uit. Niet eens zo zeer door waar die partij op dat moment voor stond, maar omdat zij erfgenamen waren van de idealen van de PSP. Pas later herkende ik in GroenLinks dezelfde partijcultuur, geschiedenis en vertegenwoordigers van de PSP.

Liberalisme
In 2003 ging ik filosofie studeren. We lazen Marx, waarvoor ik een afkeer kreeg vanwege het terloopse antisemitisme in zijn vroege geschriften. Uit de debatten tussen de laatste overgebleven Marxisten, analytical Marxists, zag ik dat het hoofdpunt van het socialisme, namelijk de nationalisatie van de productiemiddelen geen antwoord gaf op de problemen die het probeerde op te lossen. Tegelijkertijd lazen we ook de drie John’s: Locke, Mill en Rawls. In het werk van de laatste zag een andere manier van denken: dat juist de vrijheidsdrang die ik altijd gevoeld had de juiste manier was om na te denken over lijden. En in de debatten tussen Rawls en Nussbaum, Van Parijs, Dworkin en Nozick scherpte ik mijn eigen inzichten. De fundamentele les van het liberalisme is dat het probleem niet geluk of ongeluk is, maar gekozen of ongekozen. Er zijn teveel problemen met mijn utilitische motivatie die gericht is op lijden om een coherent antwoord te geven. Als mensen bewuste keuzes maken, waarvan ze weten dat ze daarmee meer rijkdom vergaren of minder dan, is dat gerechtvaardigd. Zolang niemand maar veroordeeld is tot armoede buiten zijn eigen schuld.[1]

Ik kwam dus als achttienjarige vrijdenkende socialist uit bij GroenLinks. Groene politiek, duurzaamheid of klimaatpolitiek zijn voor mij eigenlijk nooit primaire motivaties geweest. De reden dat ik me politiek voor duurzaamheid inzet en ook in mijn prive-leven groene keuzes probeer te maken, is voor mij niets anders dan consequent zijn. Als je het sociaal-liberalisme radicaal doordenkt, dan moet je wel groen zijn: als ik geloof dat ieder mens recht heeft op eerlijke kansen, betekent dat ieder mens nu en in de toekomst. En wat geldt tussen generaties geldt ook tussen staten. De aanspraken die mensen maken op elkaar gaan volgens mij worden niet begrensd door grenzen in tijd en ruimte.

Links is voor mij de kant van de good guys. Ik herkende daarin het verzet tegen lijden. Van socialisten leerde ik dat het niet ging om naastenliefde maar om rechtvaardigheid. Van liberalen leerde ik dat het niet ging om geluk maar om autonomie. Dat verenigde mijn eigen vrijheidsdrang met mijn politieke opvattingen.

[1] Mijn basale motivatie om vegetariër te worden was het soft-hearted idee dat dieren niet mogen lijden vanwege mij. Maar ook dat denken volgt dezelfde evolutie als het denken over armoede: het gaat uiteindelijk niet om lijden, maar kiezen. En daarom vind ik het onbestaanbaar als een partijcongres vanwege een vrijzinnige imborst vlees op tafel wil houden. Immers de dieren hebben nooit de keuze gehad of ze wouden sterven om op mijn bord te komen.

13 redenen waarom 2013 een ***-jaar wordt

We vonden al die aanhangers van de Maya-kalender die dachten dat de wereld verging volslagen gekkies. Maar 2013 wordt zo’n ongekend ***-jaar dat we die Maya-gekkies misschien beter gelijk hadden kunnen krijgen.

Bijsluiter: Dit stuk is volslagen speculatie zonder enige basis in de werkelijkheid.

1. “There is no clear winner of the Italian elections”
De Italiaanse verkiezingen van februari 2013 worden een volslagen ramp. De verkiezingen leveren geen heldere meerderheid op: noch voor de pro-Europese partijen, noch voor links of rechts. De grote winnaar van de verkiezingen is Beppe Grillo, de komiek die leiding geeft aan de Euroskeptische, anti-establishment partij Movimente 5 Stelle. Het wordt de tweede partij van Italie. De centrum-linkse Partito Democratico blijft de linkse populisten net voor maar weet geen meerderheid te krijgen. De populistische, separatistische en Euroskeptische Lega Nord wint overtuigend in het Noorden. Berlusconi geeft leiding aan het centrum-rechtse Popolo della Liberta maar verliest alle aanhang behalve in Zuid-Italie. De centristische vernieuwingsbeweging van Mario Monti, Agenda Monti per l’Italia, haalt een heel slechte score. Samen halen deze rechtse partijen wel een meerderheid maar hun hekel voor elkaar is nog net groter dan hun hekel voor links. De afwezigheid van een heldere verkiezingswinnaar en daardoor een heldere regeringsmeerderheid in Italie werpt de Europese beurzen in een grote crash.

2. “We must save the Italian banks … sorry … the Italian people.”
Vanwege de gekelderde beurskoerzen dreigden de Italiaanse banken om te vallen. Bovendien heeft de depressie een groot gat geslagen in de Italiaanse begroting. Maar centrum-links, centrum-rechts en de centrum-beweging van Monti komen er samen niet uit. Terwijl de Italiaanse groei- en werkgelegenheidcijfers steeds roder worden, het begrotingstekort stijgt en de beurzen blijven dalen, staat de Italiaanse politiek een half jaar stil. Dan grijpen de Europese regeringsleiders in. Ze dwingen wederom een zakenkabinet af, nu geleid door de voorzitter van de Europese centrale bank Mario Draghi. Dit kabinet is niet alleen verantwoording schuldig aan het Italiaanse parlement maar ook aan de Europese raad. In ruil voor het zakenkabinet krijgt de Italiaanse bankensector en de Italiaanse overheid financiele steun vanuit Brussel. Deze reddingsoperatie zuigt het grootste gedeelte van het Europese noodfonds leeg.

3. “This was common practice for Italian bankers”
Nog geen halve week nadat de reddingsoperatie rond is, breekt er een groot corruptieschandaal los in de Italiaanse bankensector. Deze blijkt structurele banden te hebben met de Maffia. In geheime afspraken werd door grote Italiaanse banken geld geleend aan de Maffia om politici om te kopen voor ‘goede diensten’, en vervolgens het geleende geld terug te betalen met forse rentes. Op het moment dat de Italiaanse banken onder Europese controle komen, blijkt deze constructie onhoudbaar, maar blijken daarmee de omzetcijfers van bijna alle grote Italiaanse banken gebaseerd op drijfzand. De Europese regeringsleiders voelen zich genoodzaakt om alle grote Italiaanse banken op te kopen.

4. “The coordinated VAT-increase will be a solidarity tax with the Italian people.”
Europese regeringsleiders willen het reddingsfonds en opkoop van Italiaanse banken niet langer uit hun (onder grote druk gekomen) begrotingen financieren en besluiten het te betalen uit een ‘gecoordineerde BTW-verhoging’ van 1%. Het is een vondst van de Finse commissaris Olli Rehn. Alle Europese lidstaten verhogen hun BTW met 1%. Maar eigenlijk wordt dit de eerste Europese belasting. Europese regeringsleiders verdedigen in de eerste maand de impopulaire maatregel met verve: het is een Europese solidariteitsbelasting. Maar in de lidstaten wordt dit niet zo gezien: mensen weigeren om de belasting te betalen, bedrijven weigeren om de belasting af te dragen. De Nederlandse publicist Ewald Engelen twittert dat de BTW verhoging “a tax on European solidarity” is. Op 9 november 2013 wordt in Odense een pizzeria in brand gestoken door een groep die zich “Vrede Skatteydere” noemt.

5. “Verdere bezuinigingen zijn noodzakelijk.”
De Italiaanse regerings- begrotings- en bankencrisis leidt tot een nieuwe ronde Catshuisonderhandelingen voor het fragiele kabinet Rutte/Asscher. Binnen de PvdA stuurt met name Jeroen Dijsselbloem, die als voorzitter van de Euro-raad een grote druk voelt om verantwoordelijkheid te nemen, aan op ernstige bezuigingen. In Mei 2013 wordt het pakket bekend:

  • verhoging van het eigen risico in de zorg en invoering van eigen bijdrages;
  • verhoging van de nominale zorgpremie;
  • een grote bezuiniging op het onderwijs;
  • een algemene verlaging van alle uitkeringen (behalve de AOW) met 10%;
  • en een algemene verhoging van de inkomensbelasting.

De PvdA verdedigt het Catshuisakkoord met verve. De PvdA-ministers kloppen zichzelf op de borst om hun vermogen om over hun eigen schaduw heen te springen. De PvdA-ministers vertellen het eerlijke verhaal: de crisis raakt iedereen maar het begrotingspakket is sterk en sociaal. Sterk door de nadruk op bezuigingen en sociaal door de verhoging van de inkomstenbelasting.
Er wordt een onwaarschijnlijke meerderheid in de Eerste Kamer gevonden die naast de coalitiepartijen bestaat uit ChristenUnie, SGP, D66 en de dissidente 50Plus-senator Kees de Lange.

6. “Nu doet u het weer!”
Voor oppositieleider Roemer is dit echter het draaipunt. Hij zegt tegen PvdA-leider Samsom in het debat over het begrotingsakkoord 2014: “Nu doet u het weer. In het regeerakkoord liet u uw rode veren al door Rutte plukken, maar er is niets meer te plukken, meneer Samsom, u laat zich hier publiekelijk villen door Rutte en zijn begrotingsfundamentalisme. Er blijft niets over van de rode haan”. Na het akkoord daalt de PvdA sterk in de peilingen: er blijven nog maar 15 zetels over. Ook de VVD moet ernstig inleveren. Bovenaan de peilingen staan de SP en de PVV die stem geven aan de ontevredenheid over de aanhoudende Europese crisis, de solidariteitsbelasting met de Italianen en het hardvochtige begrotingsbeleid. Coalitiepartners VVD en PvdA houden elkaar innig vast. Maar met de Europese en gemeenteraadsverkiezingen van 2014 in beeld begint het verstandshuwelijk steeds meer op een gezamelijk zelfmoordpact te leiden

7. “Razzia’s keren naar 70 jaar terug in de Amsterdamse straten.”
In een poging om daadkracht te tonen in tijden van crisis voeren VVD en PvdA met steun van de PVV de strafbaarstelling van illegaliteit versneld door. Tijdens een ontspannen diner halen premier Rutte en vice-premier Asscher de Amsterdamse burgemeester Van der Laan over om in een gecoordineerde actie een groot deel van de Amsterdamse illegalen op te pakken. Asscher ziet het als de mogelijkheid om een eind te maken aan mensenhandel. “Operatie schone straten” noemen ze het. De Amsterdamse GroenLinks-fractie trekt zich -verblogen over dit plan- terug uit het college. De Amsterdamse GroenLinks-leider Van Poelgeest houdt een felle, emotionele speech tegen het voornemen van het college. Maar het baat niet. Vanaf kerstavond 2013 gaan er geuniformeerde mannen door Amsterdam, van de afdeling speciale politie-operaties, die bij ieder huis aankloppen om er te kijken of er geen illegalen wonen en zo ja, deze meenemen naar een detentiekamp.

Naast het internationale en nationale economische nieuws domineren drie onderwerpen de media:

8. “Ik heb nooit seksuele relaties gehad met Prins Charles.”
In april breekt de Story met een schokkend verhaal: Koningin Beatrix zou de buitenechtelijke minnaar zijn van Prins Charles. Na het ongeluk van Friso zouden via Mabel de contacten tussen het Nederlandse en Britse Koningshuis heel innig zijn geworden. Beatrix zou steun vinden in de flegmatische humor van de Britse kroonprins. Van het verhaal is volgens de Rijksvoorlichtingdienst weinig waar. Er zou sprake zij van goede contacten tussen de Koningin en de kroonprins, maar van nachtelijke escapades in Buckingham Palace, die door een rancuneuze ex-butler aan de Story gelekt zijn, is niets waar. De mediastorm is enorm. Koningin Beatrix voelt zich genoodzaakt om afstand te nemen van het verhaal in een publieke toespraak aan het einde van Koninginnedag 2013. Hiermee drukt zij echter de speculaties over haar relatie met Charles, die zij in de speech ook niet ontkent, niet de kop in. Dit verhaal blijft de media domineren tot een nieuwe hype zich meldt.

9.  “Ik eis dat de minister naar Moskou gaat om te eisen dat ze hun duikbootoperaties in de Noordzee stoppen.”
In juni van 2013 spoelen er twee bultruggen aan in Nederland. Staatssecretaris Sharon Dijksma had de invoering van een zeezoogdierenprotocol echter uitgesteld omdat zij bezig was met Europese onderhandelingen over de Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De creatieve Finse eurocommissaris Olli Rehn was namelijk met het innovatieve idee gekomen om de Italiaanse banken omhoog te houden met geld dat bedoeld was voor Italiaanse olijvenboeren. Nederland leidt de oppositie tegen dit ongelofelijke plan. PvdD-leider Marianne Thieme wil Dijksma echter aan de schandpaal nagelen voor haar nalatigheid. Zij eist een spoeddebat en dreigt met een motie van wantrouwen. Het debat krijgt een absurdistisch karakter omdat Dion Graus in De Telegraaf had gelezen dat de ‘tsunami van bultruggen’ veroorzaakt was door de verouderde sonar van Russische onderzeeboten die door internationale wateren varen. Maar ook de eigen PvdA-fractie is ontevreden over Dijksma, in de eerste plaats omdat een aantal fractieleden zichzelf geschikter had gevonden om staatssecretaris te worden. De staatssecretaris stelt zich koppig op in het debat en vindt zo de hele oppositie tegen zich… en zo blijkt in het debat in september 2013, zeven dissidente PvdA’ers, geleid door Lutz Jacobi. De bultruggen en de langzame val van staatssecretaris Dijksma domineren het nieuws.

10. “The internet ruined the Hobbit for everyone.”
In zomer van 2013 lekt The Hobbit II uit, in een versie met alles erop en eraan behalve de 3D-effecten. De fantasy/avonturenfilm wordt de meest gedownloade film van de zomer. Aidan Turner, die de enige dwerg speelt zonder prosthetics, laat menig meisjeshart sneller kloppen. Als in december 2013 de film uitkomt sterft een jongen met epilepsie in de filmzaal. Volgens zijn moeder vanwege de 3D-effecten die zijn epilepsie hadden verergert; volgens de autopsie omdat de jongen die 3 dagen in de regen had zitten wachten om een kaartje voor de premier te krijgen leed aan open TBS. De moeder brengt via YouTube haar ideeen over de gevaren van 3D-filmmaken de wereld in. Bange moeders verbieden massaal hun kinderen om naar The Hobbit II te gaan. De download van de normale 2D versie breekt alle piraterijrecords.
Peter Jackson verklaart dat The Hobbit III niet zal uitkomen. Internetpiraterij maar ook de manier waarop onzin zich via de sociale media met hoge snelheid over de planeet verspreidt, heeft het plezier (en de winst) filmmaken voor Jackson volslagen kapot gemaakt. Deze opvallende gang van zaken domineert het nieuws in de laatste maand van 2013.

Drie verhalen worden door de media-hypes echter buiten het gezichtsveld van het Nederlandse publiek gehouden.

11. “The climate crisis has taken much stronger forms much earlier then our models projected.”
Het internationale panel over klimaatverandering (IPCC) oordeelt in de herfst van 2013 dat de series van orkanen in 2012 en in 2013 het gevolg zijn van klimaatverandering. Ook de aanhoudende droogte in de de Amerikaanse mid-west zouden hier volgens het panel een directe gevolg van zijn. Datzelfde geldt voor de overstromingen van de Maas in Belgie en de Rijn in Duitsland in de lente van 2013. En van het verdwijnen van de eerste eilanden van Vanuatu onder de zeespiegel. Nederland blijft van overstromingen gespaard. De modellen waren volgens de klimaatwetenschappers te conservatief. Nu oordelen zij dat niet in 2090 maar in 2030 de temperatuur met 4 graden zal stijgen.
In Nederland krijgt het onderwerp nauwelijks aandacht. Alleen Helma Nepperus weet er gebruik van te maken. Zij buit de onzekerheid over de klimaatvoorspelling uit om alle conclusies van het IPCC op losse schroeven te zetten. Een spetterend optreden in Pauw en Witteman, waarin zij vakkundig de directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving wegzet als een bureaucraat uit “1984″ die de ene dag zeker weet dat X waar is en de andere dag zeker weet dat Y waar is, kattapulteert haar naar het fractievoorzitterschap van de VVD nadat Halbe Zijlstra in 2013 voorzitter van de Raad van Cultuur wordt.

12. “Higgs Boson found. Scientific progress has come to its natural end.”
De gevolgen van de Europese bezuinigingen op wetenschap worden duidelijk. De Large Hadron Collider in Geneve wordt gesloten, net nu er grote stappen worden gemaakt met de ontdekking van de allerkleinste deeltjes. Maar op de Europese begrotingen is geen ruimte meer voor wetenschap, trouwens ook niet meer voor kunst of natuur, alleen nog maar voor steunpakketten voor banken en werkloosheidsuitkeringen. Het ongeloof van wetenschappers over het sluiten van deze wetenschappelijke instelling vindt geen aansluiting bij de media: het ‘goddeeltje’, de Higgs Boson was toch gevonden? De wetenschap was toch af? Voor de nuance dat 99.99% zekerheid iets anders is dan 100% en dat de wetenschap niet ‘af’ is nu dit deeltje met enige zekerheid waargenomen was, was geen ruimte; noch bij de media, noch bij de internationale politiek. Zelfs de brandbrief van Nobelprijswinnaars Veltman en ‘t Hooft dat hiermee fundamenteel natuurkundig onderzoek effectief de nek om wordt gedraaid, wordt niet geplaatst in de Volkskrant: te ingewikkeld.

13. “We all love Al-Assad. We always loved Al-Assad. We will always love Al-Assad.”
De Syrische burgeroorlog blijft doorsmeulen. De internationale gemeenschap blijft tot op het bot verdeeld over ingrijpen. De Russische president Poetin en de Chinese premier Wen steunen Assad. De Amerikaanse steun voor de Islamitische rebellen neemt af, als blijkt dat hun kans om te overwinnen steeds kleiner wordt. Ook het vertrek van interventionisten als Susan Rice en Clinton maakt Obama veel minder geneigd om in te grijpen. Nu bestuurt John Kerry, die door zijn eigen ervaring in Vietnam een afkeer heeft voor militair ingrijpen, het State Department. Op 27 augustus 2013 kleuren de straten van Damascus rood… rood van de duizende rozenblaadjes die worden neergegooid door aanhangers van Assad. De president verklaart op die dag dat de politionele operaties in Syrie gestopt zijn en alle stabiliteit in het land is teruggekeerd. De beelden van president Al-Assad, die, gekleed in een traditioneel Syrisch wit gewaad in een zee van rode rozenblaadjes loopt, bereiken de Nederlandse televisie nog wel, maar voor de verhalen van de tienduizenden politieke gevangen, de verhalen over martelingen en de verhalen over het verdwijnen van de aardbodem van complete dorpjes is geen ruimte in de “verschillige” praatprogramma’s, waar met name aandacht is voor het prive-leven van de Koningin, de bultrug en verhalen van Alexander Klopping over hoe Peter Jackson niet mee kan doen in de moderne informatiesamenleving.

Groene dilemma’s

“Groen” twitterde Liesbeth van Tongeren op mijn vraag of GroenLinks een groene, rode of blauwe koers moest varen. Maar de vraag is of groen een eenduidige koers inhoudt.

Recente uitspraken van Louise Fresco over “vanuit het milieu gezien is er niets mis met plofkip en megastal” en nieuws dat elektrische auto’s “allerminst duurzaam” zijn, laten zien dat groene doelen (klimaat, dierenwelzijn, grondstoffen) lang niet altijd hand in hand gaan. Ik wil hier een aantal verschillende groene doelen bekijken en afwegen in hoeverre deze doelen hand in hand gaan.

Instrumentele waarde van natuur: inputs en outputs
Niets is economisch verstandig wat ecologisch onverstandig is, stelde Kathalijne Buitenweg. We kunnen onze natuur zien als een onderdeel van ons economische systeem. Het stelt grenzen aan wat we kunnen doen: wat we kunnen verbruiken, vervuilen en verspillen. In deze visie is natuur instrumenteel, waardevol voor menselijk leven. Wij mensen produceren, verplaatsen en consumeren en dat kost grondstoffen, die door de natuur geleverd worden en levert vervuiling op, die door de natuur wordt afgebroken. Ons economisch systeem heeft inputs nodig en levert outputs op die uiteindelijk uit de natuur komen of naar de natuur toegaan. De vraag is dan hoe we zo efficient mogelijk omgaan met grondstoffen en zo weinig mogelijk vervuiling maken, zodat menselijk leven duurzaam door kan gaan. Technologische innovaties of beprijzingsmechanismen liggen hierbij voor de hand. Een belangrijke vraag is of onze economisch systeem kan blijven groeien gegeven de ecologische grenzen. Het is in deze context, zoals ik daar net al heb gedaan een onderscheid te maken tussen grondstofproblemen (oprakende inputs) en vervuilingsproblemen (te veel negatieve externaliteiten of outputs). Het meest prominente vervuilingsprobleem is op dit moment CO2-uitstoot. We stoten met z’n allen zoveel broeikasgassen uit dat de natuur dit niet meer kan verwerken. De broeikasgassen blijven hangen in de lucht en veroorzaken klimaatverandering.

Intrinsieke waarde van natuur: dierenwelzijn en natuurbehoud
Maar er zijn dingen in de natuur die waarde op zichzelf hebben. Maar ook hier kunnen we onderscheid maken tussen dieren (wiens welzijn waardevol is, ten minste voor het dier zelf) en hele eco-systemen. Dierenwelzijn richt zich op individuen; natuurbehoud richt zich op hele systemen. Dat dierenwelzijn intrinsiek waardevol is, lijkt me self evident, maar gezien het feit dat nog niet iedereen vegetarier is, vereist dat misschien wat verklaring. Een dier heeft waarde op zich, net als mensen. Het is voor een koe niet fijn om te lijden, net als het voor mens niet fijn is om te lijden. De reacties van koeien en mensen op pijn zijn redelijk vergelijkbaar. Als je een koe een schok geeft als ze te dicht bij het rand van het veld komt, dan gaat ze niet meer aan de rand staan.
Waarom is een natuurgebied dat veel soorten heeft (zoals een oerwoud) op zich zelf waardvoller dan een landbouwgebied dat weinig soorten heeft (zoals een grasveld). Komt het omdat deze gebieden mooier zijn om in te ontspannen, of omdat daar meer dieren leven? Dan is natuurbehoud niet intrinsiek waardevol maar mensen- of dierenwelzijn. Of komt omdat we denken dat het voortbestaan van een natuurgebied waardevol is. Het voortbestaan van natuur die er al was voordat de  mens bestond en ook zal bestaan nadat mensen zijn uitgestorven waarde heeft, is waardevol op zich. Gewoon omdat het altijd is geweest.[1]
Als we erkennen dat dingen intrinsiek waardevol zijn, dan voldoet het niet om er efficienter mee om te gaan of er door prijsmechanisme minder van te gebruiken. We zullen moeten stoppen. Als het moreel onjuist is om dieren te eten of bomen te kappen. Dan moeten we onze leven veranderen. Mensen mogen geen vlees meer eten en samenlevingen mogen geen natuurgebieden meer aantasten.

Conflicten tussen verschillende groene doelen
Nu kunnen we in beeld brengen in hoeverre deze doelen hand in hand gaan:

  • Inputs vs. outputs: onze fossiele brandstoffen hebben zowel een inputprobleem (want er is te weinig om op lange termijn door te gaan met olieconsumptie) en een outputprobleem (want door fossiele brandstoffen te verbranden veroorzaken klimaatverandering). Omdat elektrische auto’s grote batterijen nodig hebben waar heel zeldzame metalen in moeten, leveren ze als ze op windenergie rijden (outputprobleem opgelost) weer een nieuw inputprobleem op.
  • Inputs vs. dierenwelzijn: land is een schaarse grondstof. Onze vleesconsumptie kost een boel land (voor dierenvoeder). Minder vlees betekent meer dierenwelzijn en minder land. Maar door mest te vergisten en te verbranden kunnen we een deel van onze olieconsumptie verminderen. Goed voor de inputproblemen maar niet voor dierenwelzijnsproblemen.
  • Inputs vs. natuurbehoud: als we efficienter met onze grondstoffen omgaan hoeven we geen grondstoffen uit natuurgebieden te halen: gas boren onder de Waddenzee, olie boren in de Artic National Wildlife Reserve. Maar schone energie is geen natuurvriendelijke energie. Windmolens tasten natuurgebieden aan. En als we de hele Sahara vol leggen met zonnepanelen blijft er weinig van dat natuurgebied over.
  • Outputs vs. dierenwelzijn: in Meat the Truth laat Marianne Thieme vakkundig zien dat klimaatverandering deels veroorzaakt wordt door intensieve veehouderij. Maar als we vee houden in luchtdichte stallen waar we de door hen geproduceerde broeikasgassen afvangen en onder de grond opslaan, dan is dat niet goed voor het welzijn van de dieren.
  • Outputs vs. natuurbehoud: dat het produceren van vervuiling slecht is voor natuurgebieden lijkt me evident. Maar oplossing voor outputproblemen hoeven niet goed te zijn voor natuurbehoud. Als we de Sahara volplanten met bossen (om CO2 op te slaan), dan tasten we dat originele natuurgebied aan.
  • Dierenwelzijn vs. natuurbehoud: het lijkt alsof dierenwelzijn en natuurbehoud hand in hand gaan. Immers als er geen regenwoud was dan zouden ook allerlei dieren geen huis meer hebben. Echter in de natuur lijden dieren ook. Wolven eten herten. Dat is niet fijn voor het hert. Als mensen ze niet bijvoederen dan gaan in een harde winter een boel herten dood. Dat is de “manier” van het hele ecosysteem om de populatie herten niet te groot te laten groeien. En als we het regenwoud kappen voor sojavelden om koeien te voeden, dan is dat slecht voor die natuurgebieden. En als we de koeien voeden, niet melken en niet op eten, dan is dat niet slecht voor die dieren.

Het oplossen van input en outputproblemen, het zorgen voor dierenwelzijn of natuurbehoud zijn niet per se hetzelfde. Voor GroenLinks staat de laatste jaren klimaat bovenaan en voor de Partij voor de Dieren dierenwelzijn. In Australie is er een partij “Liberals for the Forest”. In het spectrum van de mogelijke groene problemen die je centraal zou kunnen zetten, hebben deze allemaal bestaansrecht, omdat dit onderscheiden problemen zijn.

[1] Hierbij breken we dus de is/ought-distinctie. Iets is waardevol op zichzelf omdat het er altijd is geweest. U begrijpt, ik geloof niet helemaal in de intrinsieke waarde van natuur.

De Toekomst van GroenLinks: Rood, Groen of Blauw

GroenLinks staat op een kruispunt in haar bestaan. Na de dramatische verkiezingsuitslag moet de partij gaan nadenken over haar koers, haar plaats in het politieke landschap en daarmee over haar zelfstandige bestaansrecht. Christiaan Jongeneel schetst drie toekomstscenario’s. Ik wil deze hier in hun historische en electorale context plaatsen. De drie scenario’s zijn:[1]

  • Een groene koers: GroenLinks kiest voor een koers met een groene focus.
  • Een rode koers: GroenLinks kiest voor een realistisch linkse koers.
  • Een blauwe koers: GroenLinks richt zich op het progressieve midden.

Doormodderen kan niet: het is te gemakkelijk om de schuld van de uitslag van 12 september op te hangen aan individuen. Het fundamentele probleem is dat GroenLinks geen duidelijkheid geeft over haar koers. Het ontbrak de laatste jaren aan consistentie. In de ogen van sommige kiezers is GroenLinks te veel naar links opgeschoven. In de ogen van andere kiezers is GroenLinks juist te liberaal geworden. Is GroenLinks groen, sociaal of progressief? Deze keuzes zijn van het allergrootste belang nu GroenLinks zich als kleine oppositiepartij zal moeten verhouden tot een kabinet van PvdA en VVD, terwijl er acht andere fracties oppositie voeren.

De plaats van GroenLinks in het politieke landschap 2010-2012
Het probleem van GroenLinks kan het best in beeld worden gebracht als we kijken naar de politieke samenwerkingsverbanden die zijn aangegaan in de laatste twee jaar.

  • In juni 2010 onderhandelde GroenLinks mee over een Paars+ kabinet van PvdA, VVD, D66 en GroenLinks.
  • Halsema pleitte in november 2010 vlak voor haar vertrek voor een intensieve samenwerking tussen GroenLinks, D66 en het progressieve deel van de PvdA.
  • De eerste grote beslissing van partijleider Sap, in januari 2011, was om deel te nemen aan de Kunduz-missie. Deze werd mede gesteund door D66, ChristenUnie, CDA en VVD en niet door de PvdA.
  • Voor de provinciale statenverkiezingen sloot GroenLinks tien lijstverbindingen met de PvdA, twee met de PvdD en twee D66. Ze sloot echter maar één provinciaal coalitieakkoord met de PvdA (in het Groningse Paars+ college) en één zonder de PvdA (in het Utrechtse CDA/VVD/D66/GL-college.
  • In 2011 sloot GroenLinks een lijstverbinding met de PvdD voor de Eerste Kamerverkiezingen.
  • Een jaar later opende GroenLinks het nieuwe jaar samen met PvdA en SP. Die partijen pleitten samen voor een ander Nederland en een gezamelijke strategie tegen de crisis.
  • Maar toen het kabinet van CDA en VVD in mei 2012 op zoek ging naar een nieuwe meerderheid voor haar begroting, werkte GroenLinks zonder de PvdA en de SP maar opnieuw samen met ChristenUnie en D66 mee aan het Lenteakkoord.
  • Voor de verkiezingen van 2012 sloot GroenLinks een lijstverbinding met SP en PvdA.
  • Tijdens het eerste lijsttrekkersdebat pleitte GroenLinks voor een kabinet-Roemer van SP, PvdA, GroenLinks en D66.
  • Een week voor de verkiezingen verlegde GroenLinks haar koers en pleitte zij voor een Paars+ kabinet. Hiermee zijn we full circle.

Vaart GroenLinks een soevereine koers, onafhankelijk van de bestaande partijen, of wordt zij geleid door verschillende zielen in haar borst?

Het politieke landschap
Om de positie van GroenLinks te begrijpen kunnen we de politieke ruimte indelen aan de hand van  twee dimensies. Deze betreffen de kern van het GroenLinks-programma: wat houdt links in en wat houdt groen in?

Op de sociaal-economische dimensie maken we een onderscheid tussen behoudend en hervormingsgezind links. Deze dimensie betreft een aantal onderwerpen: hervormingen op de arbeidsmarkt, het onderwijs, de huizenmarkt en zorg. Het gaat concreet over de eigen bijdragen in de zorg, de AOW-leeftijd, het sociaal leenstelsel het ontslagrecht, de WW en scheefwonen. Deze onderwerpen volgen niet langerde klassieke links/rechtsverdeling. Populistische partijen als PVV en SP staan hier tegenover hervormingsgezinde liberale partijen als D66 en VVD. Deze tegenstelling speelt ook op thema’s van buitenlandpolitiek (Europa, Afghanistan). De tweede tegenstelling is die tussen dark green en bright green partijen. Zij betreft de oplossingen die partijen kiezen (moeten we de techniek aanpassen of onze levensstijl?), waar partijen waarde aan hechten (mensen of dieren?) en het belang dat ze hechten aan economische groei.

In deze ruimte kunnen we de vier partijen die het dichtst bij GroenLinks staan plaatsen: de SP, de PvdA en D66 zijn duidelijk lichtgroene partijen. Ze vinden het milieu best belangrijk zolang het maar niet ten koste gaat van mensenbelangen, onze levensstijl en economische groei.[2]Alleen de Partij voor de Dieren heeft een heldere dark green anti-groei en anti-antropocentrische agenda De SP, PvdA en D66 verschillen wél sterk op sociaaleconomische onderwerpen: de SP is helder anti-hervorming en D66 helder pro-hervorming. De PvdA neemt een middenpositie in (tegen hervormingen in de zorg, maar wel voor het leenstelsel). De PvdD neemt net als de PvdA een middenpositie in. De centrale vraag is: waar moet GroenLinks zich plaatsen op deze twee dimensies?

De PvdA als ijkpunt
GroenLinks is ontstaan als een fusie van verschillende partijen die zich links van de PvdA plaatsten. Twee van de oprichtende partijen zijn ontstaan omdat de grote sociaaldemocratische partij te veel naar rechts neigden: de CPN en de PSP.[3] De PPR is ontstaan als een progressief-Christelijke bondgenoot van de PvdA.[4] In 1989 gingen deze drie partijen samen.[5] Wat zij deelden was dat ze hun eigen positie definineerden in relatie tot de PvdA. GroenLinks wilde de PvdA in de formatie en PvdA-kiezers in de verkiezingen een links alternatief bieden.

Links of hervormingsgezind?
De oprichters van GroenLinks plaatsten zich allemaal in economische zin links van de PvdA. Het debat over economische onderwerpen is in Nederland sinds het eerste kabinet-Van Agt eigenlijk altijd gevoerd in termen van bezuinigen op versus behoud van de verzorgingsstaat. De vrije markt en de individuele verantwoordelijkheid staan tegenover collectieve verantwoordelijkheid en het streven naar inkomensgelijkheid. De PvdA heeft altijd verantwoordelijkheid genomen voor bezuinigingen waar GroenLinks zich tegen verzette. In het Paarse kabinet liet de PvdA zich van haar economisch meest rechtse kant zien: marktwerking en werk stonden voorop. GroenLinks, onder Paul Rosenmöller, werd het gezicht van het verzet hiertegen. De partij beschermde de rechten van uitkeringsgerechtigden. De leus ‘werk, werk, werk’ bood in de ogen van GroenLinks geen afdoende antwoord op uitsluiting en armoede.

Tijdens het tweede kabinet-Balkenende verschoof de positie van GroenLinks. Femke Halsema voelde zich gevangen in de tegenstelling tussen bezuinigend rechts en behoudend links. Met Vrijheid Eerlijk Delen probeerde ze daar een alternatief voor te formuleren: hervormingsgezind links. De kern van Vrijheid Eerlijk Delen was dat mensen niet langer afhankelijk moesten zijn van een uitkering, maar van werk naar werk begeleid moesten worden. Werk is de sleutel voor emancipatie uit armoede. Daarom steunde GroenLinks de versoepeling van het ontslagrecht en de verkorting van de WW. Deze maatregelen zouden misschien leiden tot minder inkomens- c.q. baanzekerheid, maar GroenLinks zou werkzekerheid bieden. GroenLinks wilde de kansen van mensen met weinig rechten op de arbeidsmarkt (zoals flexwerkers, ZZP’ers, starters en deeltijdwerkers) verdedigen tegenover de ‘insiders’. Ze koos hiermee het conflict met de vakbonden, met de PvdA en de SP, die de verworven rechten van insiders verdedigden. GroenLinks omarmde in deze periode ook het sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs, de verhoging van de AOW-leeftijd en een grotere eigen verantwoordelijkheid in de zorg. Je kunt ook stellen dat aan de bezuinigingen die de VVD en het CDA voorstelden een sociale draai werd gegeven. Hiermee activeerde Halsema een nieuwe tegenstelling in de Nederlandse politiek die dwars door de links/rechts-tegenstelling liep: die tussen hervormingsgezind en behoudend. GroenLinks moest een hervormingsgezinde linkse partij zijn. D66 was in deze koers een bondgenoot: ook zij was hervormingsgezind maar op een centrumrechtse positie. De PvdA en de SP waren in deze visie behoudend links. Op sociaal-economische onderwerpen had GroenLinks daarmee een onderscheidende positie.[6],[7]

Het sluiten van het Lenteakkoord in april past in deze ontwikkeling. Na de val van de coalitie van CDA, VVD en PVV met haar ongekend rechtse economische programma, dat radicaal bezuinigde op de zorg, de sociale zekerheid, de cultuur en de natuur, sloot GroenLinks samen met CDA, VVD, D66 en ChristenUnie een begrotingsakkoord zonder de PvdA. GroenLinks had nog nooit eerder zo dicht bij de politieke macht gezeten en deed dat zonder de PvdA. Wat de partijen bond was niet hun positie op de links/rechts-dimensie maar hun hervormingsgezindheid. Midden in de crisis waren de voorstellen van GroenLinks over sociaal-economische onderwerpen relevanter dan ooit: het programma leverde op de lange en de korte termijn bezuinigen op en waren goed voor de werkgelegenheid. Het Lenteakkoord hield zich aan de 3%-regel van de Europese commissie, zette een aantal hervormingen in op de arbeidsmarkt en vijlde de scherpe randen af van een grote set bezuinigingen die CDA en VVD al hadden afgesproken met de PVV.

Het Lenteakkoord was een opmerkelijke stapGroenLinks onderschreef een ingrijpend bezuinigingspakket zonder de PvdA. Eerder had de PvdA altijd compromissen gesloten met CDA en VVD over bezuinigingen en hadden GroenLinks of haar voorgangers vanaf de zijlijn kritiek geleverd. Nu stond GroenLinks in het veld, en stelde ze liever vuile dan lege handen te hebben. De PvdA had een vergelijkbaar akkoord kunnen sluiten en GroenLinks had evengoed aan de zijlijn kunnen staan. Maar GroenLinks koos voor het akkoord omdat de partij daarmee een deel van haar hervormingsgezinde linkse agenda kon realiseren, én kon laten zien aan de kiezer dat GroenLinks het verschil kon maken.

GroenLinks, de PvdA en D66
GroenLinks en haar voorgangers hebben hun bestaansrecht altijd ontleend aan hun verhouding tot de PvdA. In sociaaleconomisch opzicht stond GroenLinks links van de PvdA: zo konden ze als concurrent de PvdA naar links trekken en een linkse coalitiepartner bieden. Die positie is overgenomen door de SP, een anti-hervormingsgezinde partij.[8] We kunnen het Lenteakkoord op twee manieren begrijpen: politiek-inhoudelijk en politiek-strategisch.

Als GroenLinks deze koers inhoudelijk onderschrijft, dan geeft de partij prioriteit aan haar sociaaleconomisch hervormingsgezinde positie boven haar linkse positie. Zij kiest dan een progressieve, blauwe koers die focust op sociaal-economische hervormingen op de arbeidsmarkt en de woningmarkt, in de zorg en in het onderwijs. Hierachter zit een visie die individuele ontplooiing boven collectieve arrangementen plaatst. Die voorkeur sluit aan bij een vrijzinnige, individualistische culturele agenda die de rechtstaat en de rechten van moslims en asielzoekers verdedigt zonder de rechten van vrouwen en homo’s uit het oog te verliezen. Hierbij wordt ook de Europese samenwerking omarmd: we kiezen niet voor de zekerheden van de Nederlandse verzorgingsstaat maar voor de kansen van een flexibele Europese samenwerking. De belangrijkste bondgenoot voor GroenLinks bij deze koers is D66. In het Lenteakkoord, met haar mix van hervormingen, bezuinigen en vergroeningen, konden beide partijen zich vinden. D66 durfde tijdens de verkiezingscampagne van 2012 eerlijk te vertellen welke hervormingen nodig zijn op de arbeidsmarkt en in de zorg. In een land dat in economisch en cultureel opzicht conservatief is, helt deze formatie in progressieve richting en vaart dus tegen de stroom in. Nu wordt er nu een paars kabinet gevormd van PvdA en VVD. Hoe verhoudt een blauwe koers tegenover een paars kabinet? Een blauwe oppositiekoers stelt dat het PvdA/VVD kabinet te veel negatief uitruilt, te weinig hervormt en daarmee te veel dingen houdt zoals ze zijn. We volgen hiermee de lijn van Halsema.

Je kunt het Lenteakkoord ook anders interpreteren. De PvdA ondertekende tijdens de formatie van 2012 een Herfstakkoord dat grotendeels overeenkkwam met het Lenteakkoord. De keuze van de PvdA om in de lente van 2012 aan de kant te staan met lege maar schone handen was met name politiek-strategisch. Ook de PvdA is centrumlinks en gematigd hervormingsgezind. Zij koos nu tegen deze voorstellen omdat ze de hete adem van de SP in de nek voelde. GroenLinks wilde aan potentiële kiezers en coalitiepartners laten zien dat zij op lastige onderwerpen verantwoordelijkheid kon nemen. Nu de PvdA in de formatie met de VVD het Lenteakkoord-met-amendementen omarmt en juist een hervormingsgezind linkse positie inneemt, kan GroenLinks ook kiezen voor een rode koers. Deze koers volgt de succesvolle oppositiestrategie van Rosenmöller tijdens het eerste paarse kabinet.. Leg nadruk op het klassiek sociaaleconomisch linkse profiel van GroenLinks. Laat de PvdA maar de lasten dragen voor de hervormingen van het ontslagrecht, de WW en de zorg. Richt je tijdens het PvdA/VVD-kabinet op die onderwerpen die de PvdA in een formatie met de VVD zal moeten slikken, met name waar het gaat om eerlijk delen.

Dit is een duidelijke keuze voor GroenLinks: blauw of rood? Is het nu tijd om definitief te breken met de sociaaldemocratie als kompas waar GroenLinks haar koers vanaf laat hangen? Of biedt het huidige kabinet juist een kans om de plaats van de sociaaldemocraten op te eisen?

Groen
GroenLinks is niet alleen opgericht als een samenwerkingsverband links van de PvdA. Hieraan was ook een groene agenda gekoppeld. Maar groen is niet een eenduidige politieke stroming maar omvat een verschillende richtingen.

Bright green of dark green
Van de oprichters van GroenLinks hadden met name de PPR en de PSP een groen profiel. Ze zijn niet opgericht als groene partijen, maar hun verzet tegen kernenergie en kernbewapening plaatsten hen wel in het groene kamp. Met name de PPR wilde niet dat de nieuwe formatie alleen een links karakter kreeg, maar streefde naar een vernieuwende groene dimensie. Zo zou GroenLinks aansluiten bij de Europese groene familie. Is GroenLinks in deze opzet geslaagd?

In de groene politiek zijn er grofweg twee stromingen: dark green en bright green. Dark green politiek heeft vier kenmerken: zij constateert een door de mens veroorzaakte ecologische crisis; die is niet alleen een probleem omdat de crisis het voortbestaan van de mensheid in gevaar brengt, maar ook dat van dieren, de natuur en de aarde zelf; de oplossing voor onze problemen is een verandering van onze moraal; en economische groei moet worden afgezworen. Bright green politiek onderschrijft alleen de eerste positie: er is sprake van een ecologische crisis, maar de oplossing hiervoor is te vinden in economische groei die voortkomt uit groene innovatie.

  • GroenLinks en haar voorgangers hebben sinds het midden van de jaren ‘60 gerept van een ecologische crisis. De aard van de crisis veranderde met het milieu: de eindigheid van grondstoffen (jaren ’70), de gevaren van kernenergie (jaren ’80), het gat in de ozonlaag (eind jaren ’80) en nu steeds meer klimaatverandering (sinds de jaren ’90).
  • In de ogen van GroenLinks zijn dit verdelingsvraagstukken: een eerlijke verdeling van grondstoffen binnen de huidige generatie en tussen huidige en toekomstige generaties. Groene politiek is eerder een voortzetting van sociale politiek dan een eigenstandige stroming.
  • GroenLinks heeft altijd één oplossing gehad: de verschuiving van de belasting van arbeid naar vervuiling. GroenLinks gelooft in het stimuleren van de markt om groene innovaties te ontwikkelen. Soms moet de overheid zelf vervuilende producten en processen verbieden of juist groene initiatieven ondersteunen. Dit leidt tot groene werkgelegenheid.
  • Dit heeft ook implicaties voor de houding tegenover groei: een groene belastingverschuiving zal in elk geval op korte termijnleiden tot nieuwe banen en groene groei.

Het profiel van GroenLinks is nooit donkergroen maar altijd bright green geweest: een enigszins technocratische benadering die de nadruk legt op slimme en innovatieve oplossingen. De intrinsieke waarde van niet-menselijk leven, een nieuwe moraal en het afzweren van economische groei zijn in de partij nooit mainstream geweest .

In electoraal opzicht is de groene koers succesvol: in de ogen van de kiezers is GroenLinks inderdaad dé groene partij . Een zeer groot deel van de kiezers denkt dat GroenLinks de beste oplossingen heeft voor natuurbescherming en klimaat. En voor een groot deel van de GroenLinks-kiezers is milieu het doorslaggevende onderwerp.

Dit is de kern van een groene koers. Wil GroenLinks haar groene karakter uitbuiten dan moet zij hier sterker de nadruk op leggen. Ecologie moet in politieke zin de kernwaarde zijn die alle onderwerpen verbindt: GroenLinks biedt groene oplossingen, niet alleen voor natuur, klimaat en dierenwelzijn maar ook voor gezondheid (gezond leven) en werk (groene banen). Groen is geen technocratisch verhaal van innovatie, maar een verhaal dat mensen direct in hun leefomgeving raakt. Geduld is gepast: onze tijd komt. We werken aan een consistent groen verhaal, zelfs als het niet het belangrijkste onderwerp voor de kiezer is.

De Partij voor de Dieren
Er zitten twee groene partijen in de Tweede Kamer: GroenLinks en de Partij voor de Dieren. In hoeverre zijn zij concurrenten?

In programmatisch opzicht heeft de Partij voor de Dieren een opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt. In de eerste zes jaar legde de partij in haar programma, haar parlementaire activiteiten (speeches en moties) en haar buitenparlementaire activiteiten (zoals de films Meat the Truth en Sea the Truth) een grote nadruk op dieren. Het programma van 2012 sprak echter eerst over duurzame energie, gezond voedsel en natuur en pas daarna over dierenwelzijn. De beprijzing van vervuiling is nu een kernpunt geworden. Het programma komt zo steeds dichterbij het GroenLinks-programma.

Electoraal gezien is dit (nog) niet zichtbaar. Electoraal gezien is dit (nog) niet zichtbaar. De Partij voor de Dieren krijgt niet zozeer groene stemmen, maar krijgt met name stemmen van mensen die geen vertrouwen hebben in andere partijen. Het is geen groene partij, eerder een anti-partijenpartij.[9] De electorale uitwisseling tussen GroenLinks en de Partij voor de Dieren is beperkt.

Er bestaat bij de Partij voor de Dieren een grote discrepantie tussen haar programma en haar electorale aantrekkingskracht. In programmatisch opzicht is de Partij voor de Dieren een concurrent van GroenLinks, maar in electoraal opzicht is dat niet het geval.

GroenLinks moet kiezen
De laatste twee jaar heeft GroenLinks een weinig consistente koers gevaren. Kiezers vinden het lastig om die koers te benoemen: is GroenLinks in de laatste jaren te veel naar links geschoven? Of juist te liberaal geworden? Is GroenLinks onvoldoende groen? Of juist te groen? Dat betekent dat GroenLinks staat voor fundamentele keuzes: legt ze de nadruk op duurzaamheid, kansengelijkheid of vrijzinnigheid? Kiest ze voor een oude linkse of een progressieve middenkoers? Gaat ze voor eerlijk delen of hervormen? Gaat GroenLinks voor een diepgroene of een felgroene positionering? Werkt ze samen met de Partij voor de Dieren, D66 of de PvdA? Hier is geprobeerd de veelheid en complexiteit aan keuzes over de koers te ordenen volgens de kleuren groen, rood en blauw.

Een blauw programma
Een kansrijke toekomst. Dat is wat wij willen. De huidige verzorgingsstaat past niet meer bij hoe mensen nu leven en werken, denk aan de obstakels voor ZZP’ers. Deze crisis is een kans om ons land klaar te maken voor de toekomst. Als we onze sociale zekerheden nu hervormen zodat ze toekomstbestendig zijn, dan slaan we twee vliegen in één klap: we werken aan een economie die nu sterk is en straks stand houdt.Wij kiezen voor vijf hervormingen

  • Investeren in onderwijs: want dat betekent eerlijke kansen voor iedere kind;
  • Een flexibele arbeidsmarkt: meer kansen voor ZZP’ers en flexwerkers;
  • Beweging in de huizenmarkt: meer kansen voor starters;
  • Grip op de zorgkosten: dat betekent meer eigen bijdrage, naar draagkracht;
  • En bovendien: digitale grondrechten in de grondwet.
Een rood programma
Een socialer Nederland. Dat is wat wij willen. We moeten nu kiezen hoe we Nederland uit de crisis leiden. Kiezen we voor een Nederland waar iedereen maar zijn eigen problemen moet oplossen? Of hebben we een warm hart voor mensen die het niet breed hebben en juist het hardste geraakt worden door de crisis? Wij leggen de rekening van de crisis bij de banken, die door hun inhalige gedrag talloze mensen in de problemen gebracht hebben. We zorgen ervoor dat mensen met een uitkering kunnen rondkomen en dat mensen die nu aan de kant staan werk kunnen vinden.Dit betekent:

  • De banken aan banden leggen;
  • De zorg voor iedereen betaalbaar houden;
  • Een 60%-tarief voor veelverdieners;
  • De beste docenten voor de klas;
  • En bovendien: geen versoepeling van het ontslagrecht.
Een groen programma
Een schoon land. Dat is wat wij willen. GroenLinks werkt aan een economie die draait op wind en groeit op zon. De groene innovaties van vandaag zijn de duurzame banen van morgen. Een groen land is bovendien een gezond land, waarin onze kinderen zorgeloos kunnen opgroeien. GroenLinks kiest voor duurzaam en diervriendelijk voedsel en voor ruimte voor de natuur. GroenLinks kiest voor een samenleving die in balans is met ons milieu, ons klimaat en onze natuur. Want economie en ecologie gaan hand in hand. Een schoon land is gewoon een kwestie van gezond verstand:

  • 50% schone energie in 2030;
  • Een einde aan 10 miljard subsidies voor vervuilers en de bio-industrie;
  • Gezond leven wordt makkelijker: biologisch eten wordt goedkoper;
  • Vrije uitloop voor dieren: geen megastallen;
  • En bovendien: Nederland kernenergievrij.

[1] Ook de PPR stond begin jaren ’80 op een cruciaal punt in haar geschiedenis. De keuzes die zij toen voor stond werden ook in termen van kleuren gezien (Waltmans, 1983:196).

[2]Denk maar aan het verzet van de PvdA en SP tegen de belasting op de reiskostenvergoeding en de belasting op vlees, van de SP tegen rekeningrijden, van D66 tegen kernenergie en megastallen.

[3] De CPN ontleende haar bestaansrecht uit het feit dat de sociaaldemocratie zich te veel richtte op sociale hervormingen, zoals de achturige werkdag, en niet principieel vasthield aan een principieel socialistische koers. De PSP ontleende haar bestaansrecht uit het feit dat de sociaaldemocratie steun verleende aan het Amerikaanse buitenlandbeleid tijdens de Koude Oorlog, alhoewel al veel oprichters van de PSP de PvdA hadden verloren na de politionele acties in Nederlands-Indië.

[4] Ze kwam voort uit de Katholieke KVP. Zij hoopten dat een progressief akkoord van PvdA, D66 en Christen-radicalen een linkse meerderheid zou kunnen halen. Een linkse minderheid zou midden jaren ’70 het kabinet-Den Uyl afdwingen, waarin de PPR ook ministers zou leveren.

[5] Ook de EVP ging in deze formatie op. Haar positie lijkt enigszins op die van de PPR.

[6] De steun voor de Kunduzmissie lijkt op de steun voor het Lenteakkoord. De oprichters van GroenLinks waren allemaal verbonden met de vredesbeweging. Na de Koude Oorlog zocht GroenLinks een nieuwe buitenlandkoers. Dit uitte zich in een permanente balans tussen verzet tegen het Amerikaanse buitenlandbeleid en het streven naar een internationale rechtsorde. De meerderheid van GroenLinks steunde -zeker na de genocide in voormalig Joegoslavië- het gebruik van militair geweld om mensenrechten te beschermen. GroenLinks steunde militaire operaties in Kosovo (1999) en Afghanistan (2001) en verzette zich tegen de invasie van Irak in 1991 en 2003. De steun voor de politietrainingsmissie was een logische stap: GroenLinks steunde de inval in Afghanistan in reactie op de aanslag van 11 september. Daarna was GroenLinks niet altijd even koersvast. De balans tussen de meer pacifistische achterban en de meer interventionistische partijtop was precair. Voor de interventionisten was duidelijk dat Nederland (en GroenLinks) vanwege haar steun aan deze invasie een verplichting had om de opbouw van de Afghaanse rechtstaat te steunen. Voor de pacifistische achterban kon de missie niet los gezien kan worden van de Amerikaanse Afghanistanpolitiek. De PvdA die het kabinet in 2010 had laten vallen over een militaire missie naar Uruzgan, Afghanistan stond negatief tegenover de missie. Het kabinet vond steun bij de ChristenUnie, D66 en GroenLinks. Binnen GroenLinks waren de partijtop, de achterban en het electoraat verdeeld.

[7] De verschuiving van links naar hervormingsgezind links viel samen met een beweging van Euroskeptisch naar pro-Europees. Eind jaren ‘90 wees GroenLinks het Verdrag van Amsterdam af. In 2005 was zij een van de vocaalste verdedigers van de Europese grondwet. Deze twee bewegingen lopen parallel: GroenLinks omarmde een wereldbeeld van flexibiliteit en globalisering. Tegelijkertijd schoof de PvdA in een Euroskeptische en in sociaaleconomische zin meer ‘behoudende’ richting met name onder druk van de opkomst van de SP.

[8] In 2012 leek de SP de functie van PvdA als natuurlijke linkse regeringspartij over te nemen.

[9] Dit is overigens dezelfde aantrekkingskracht die de Duitse Groenen door hun hele geschiedenis hebben gehad. De Groenen zijn opgericht als anti-partijenpartij. En hun recente renaissance is gebaseerd op hun profiel als betrouwbare, integere partij in een landschap van onbetrouwbare partijen.

De wilde veren van de Partij voor de Dieren

Dierenrechten liggen niet meer in de etalage van de Partij voor de Dieren. In de etalage ligt vlees, natuurlijk wel onder een hoger BTW-tarief.

Focus

Ik heb een grote bewondering voor de Partij voor de Dieren. Ze hebben iets wat bijna alle Nederlandse partijen missen: focus. Een scherpe, inhoudelijke focus. Er is geen partij geweest in de geschiedenis van de Nederlandse politiek die zo sterk gefocust is op één onderwerp, in haar verkiezingsprogramma’s én haar parlementaire werk.

Met die strategie heeft de partij heel wat bereikt. Niet door haar eigen moties, amendementen of wetsvoorstellen. Die zijn bijna allemaal verworpen. Maar door aandacht te vragen voor dierenrechten dwingt ze de andere partijen meer te doen op dit onderwerp. Er was geen convenant geweest over rituele slacht als Thieme de wet tegen de rituele slacht niet had ingediend. De partij noemt zichzelf graag een haas in de marathon: door haar aanwezigheid in de race moeten de andere partijen harder lopen voor dierenrechten. De Partij voor de Dieren is, zeker gezien haar beperkte grootte, de meest succesvolle nieuwe partij in de Nederlandse geschiedenis. Door haar exceptionele focus heeft zij het onderwerp dierenrechten bovenaan op de agenda van het Nederlandse parlement gekregen.
En dat is een lovenswaardig, want de manier waarop mensen dieren behandelen is misselijkmakend. Dieren hebben intrinsiek waarde: hun leven moet niet ten dienst staan van ons leven. Dieren hebben rechten omdat ze net als wij levende wezens zijn die pijn, angst en honger kunnen voelen. De Partij voor de Dieren en GroenLinks zijn groene bondgenoten waarbij de eerste wat meer focust op dieren en de tweede op groene economie die niet stilstaat op kolen en olie, maar draait op zon en wind.

Dierproductierechten

Wat wil mijn verbazing toen ik het programma van de partij doorlas: het woord ‘dierenrechten’ is in het programma niet meer terug te vinden. Wel het woord ‘dierproductierechten’. Een dierproductierecht is het recht van een boer om een bepaald aantal dieren te houden. De enige diergerelateerde rechten die het programma van de Partij voor de Dieren beschrijft zijn rechten van mensen, niet van dieren. De Partij voor de Dieren deze kafkaësque beleidstaal overgenomen: ze verzet zich niet tegen de term, maar wil dat het systeem van dierproductierechten wordt uitgebreid.

Dieren nemen überhaupt een ondergeschikte positie -en dan bedoel ik niet alleen in de samenleving maar ook in het  programma van de Partij voor de Dieren: de eerste drie hoofdstukken gaan over voedsel, natuur en energie. Dan pas is er een hoofdstuk dat alleen maar over dieren gaat. Landbouwdieren komen aan de orde in het hoofdstuk over voedsel. Het eerste voorstel in dat hoofdstuk is om de BTW op vlees, vis, zuivel en eieren te verhogen. Ik vind dit een curieuze keuze van een partij die zich profileerde als dierenrechtenpartij: ze lijkt hiermee de abjecte situatie te accepteren dat wij mensen op een beestachtige manier dieren houden voor ons eten.
Het programma biedt een beter uitgewerkte agenda voor Nederland, dan in voorgaande programma’s. De Partij voor de Dieren wil dus de BTW verhogen op vlees en vis; natuurgebieden verbinden in een Ecologische Hoofdstructuur; een klimaatwet die de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk reduceert; een positieflijst voor dieren die als gezelschapsdieren gehouden mogen worden; meer geld voor ontwikkelingssamenwerking; een door de raad gekozen burgemeester; en een flexibelere arbeidsmarkt. Deze agenda is herkenbaar – maar al te herkenbaar: al deze punten zijn ook terug te vinden in het GroenLinks-programma Groene kansen voor Nederland. Programmatische verschillen tussen GroenLinks en de Partij voor de Dieren zijn er nauwelijks. En als ze er zijn zitten ze in de intensiteit van de standpunten: kies je voor 40% of voor 30% reductie van CO2 in 2020?

Dieren instrumenteel of intrinsiek?
GroenLinks, maar ook de PvdA, D66, de ChristenUnie en SP delen in grote mate de groene en sociale agenda van de Partij voor de Dieren. De unique selling point van de partij, haar focus op dierenrechten, lijkt op de achtergrond geschoven. De vraag rijst: wat is er aan de hand met de dierenpartij?

Om te begrijpen wat er speelt, kunnen we het best teruggaan naar de oprichting van de Partij voor de Dieren. Thieme, wiens naam op de oprichtingsstatuten staat, en Koffeman, die het idee voor een dierenpartij al vroeg in de jaren ’90 had bedacht, hebben een andere verklaring voor de oprichting van specifiek een dierenpartij. Volgens Thieme zijn de bestaande partijen one-issue partijen, omdat zij zich slechts richten op de financiële belangen van mensen.1 De Partij voor de Dieren heeft radicaal, niet-antropocentrische programma. De bestaande partijen negeren dieren. Het is de rol van de Partij voor de Dieren om de bestaande partijen uit te dagen zich meer in te inspannen voor dieren.2
Thieme heeft de Partij voor de Dieren misschien opgericht, maar Koffeman heeft het idee bedacht, bijna een decennium eerder. Hij geeft een heel andere reden om specifiek een dierenpartij op te richten: journalisten zijn niet geïnteresseerd in nog een partij met een breed programma voor duurzaamheid en welzijn. Door in te zoomen op het specifieke vraagstuk van dierenrechten trekt de partij de aandacht van journalisten. Op deze manier kunnen ze hun bredere groene en sociale boodschap naar het publiek brengen. Zelfs de keuze voor de naam ‘Partij voor de Dieren’ was strategisch, volgens Koffeman. De partij zou zich ook ‘partij voor het milieu’ of ‘partij voor dieren en kinderen’ kunnen noemen, maar dat beklijft niet.3
Deze argumenten zijn deels tegengesteld: aan de ene kant zou de partij een breed groen en links programma nastreven en het onderwerp dieren gebruiken om media-aandacht te krijgen (lijn-Koffeman). Aan de andere kant lijkt het een partij te zijn die zich profileert op het onderwerp dieren omdat -indirect- de dierenlevens te redden (lijn-Thieme). Zijn dieren dus intrinsiek waardevol voor de partij of slechts een instrument om aandacht te krijgen?

Dieren als middel

Als we kijken naar het nieuwe programma van de Partij voor de Dieren lijken de dieren geïnstrumentaliseerd. De verhouding tussen dierenonderwerpen en mensenonderwerpen is in dit programma stevig verschoven richting mensen. Het programma stelt “mensenrechten zijn erom te worden nagestreefd” en het zwijgt vervolgens in alle talen over dierenrechten. Het eerste hoofdstuk van het programma richt zich op gezonde landbouw en duurzaam voedsel, niet op het afschaffen van de veehouderij. Let wel: van een radicale verandering in de posities van de Partij voor de Dieren is geen sprake, De Partij voor de Dieren onderschrijft de intrinsieke waarde van dieren nog wel, maar dat is weggestopt: op pagina 14, paragraaf 5.

Het is een teken aan de wand van een veranderende focus. Het radicale dierenrechtenprogramma dat de intrinsieke waarde van dieren centraal stelde, is ingeruild voor een breed groen en sociaal programma met oog voor mens, milieu en dier.
De partij volgt de lijn-Koffeman. De dieren hebben hun nut gehad om de aandacht van journalisten te trekken. Maar nu is het blijkbaar tijd voor andere onderwerpen: voedsel, energie en natuur. Het lijkt toch een beetje op mijn buurmeisje van twaalf dat een konijn wilde omdat alle populaire meisjes dat hadden. Nu ze mee mag doen met populaire meisjes en heeft ze geen aandacht meer voor het konijn. Dat hupst nu vereenzaamd in zijn kooi.
Het programma van de Partij voor de Dieren heet Hou vast aan je idealen, of die titel de lading dekt is maar zeer de vraag: de Partij voor de Dieren heeft haar wilde, ideologische veren afgeschud. Ze lijkt haar unieke karakter op te geven. En dat vind ik een groot gemis voor de Nederlandse politiek.

noten
1
Thieme, M. 2006. De eeuw van het dier. Antwerpen: Houtekiet.
Van Heese, R. and I. Weel (2009) “”Wij zijn Partij voor de Duurzaamheid” Partijcongres PvdD-fractievoorzitter Thieme wil verder kijken dan de belangen van de westerse mens” in Trouw March 21, 2009
2 Thieme, M. 2006. De eeuw van het dier. Antwerpen: Houtekiet.
3 Van Os, P. “Dierenmanieren; portret Partij voor de Dieren”. NRC Handelsblad 17 April, 2010,
“”Wij worden gedomineerd” Partij voor de Dieren-senator Niko Koffeman gruwt van CDA “Beschaving zou los moeten staan van welvaart”". De Telegraaf, 2 Juli, 2007
“‘Wij worden groter dan GroenLinks’”. De Pers, 31 Maart, 2008.