Don Quichot

Een poster van de anti-windmolenbeweging

Laatste fietste ik door Drente. Daar stonden allerlei borden en doeken “Windmolens nee”. Voor iemand die afkomstig is uit Noord-Holland vrij onbegrijpelijk: voor mij staan windmolens voor vooruitgang. Ik sprak een van de lokale boeren, een biologische tuinder die zich heeft gespecialiseerd in vergeten groentes en eetbare bloemen.

Ze legde het rustig uit: “Er zijn drie soorten duurzame energie: windenergie, zonne-energie en bio-massa. Ik vind dat bij de afweging welke duurzame energiebron we kiezen in Drente esthetische argumenten een rol moeten spelen. Ik vind zonne-panelen beter, want windmolens verstoren het Drentse landschap.”

Was het kruidenvrouwtje de moderne incarnatie van Don Quichot? Ze klonk bijzonder redelijk. Windenergie, zonne-energie en bio-massa zijn inderdaad de belangrijkste bronnen van duurzame energie. Op de duurzaamheid van sommige daarvan kunnen we wat afdingen. De vraag is dan welke criteria we moeten toepassen bij het selecteren van energiebronnen.

De duurzaamheid van duurzame energiebronnen
De duurzame drieslag: bio-massa, zonne-energie en windenergie. De laatste echter is als duurzame energiebron in grijs gebied. Bio-massa komt of direct uit de landbouw of indirect uit afval.
De bio-brandstoffen uit de landbouw komen (nu nog) met name uit palmolie. Om palmolie te winnen worden (nu nog) oerwoud gekapt. Dat lijkt me niet duurzaam (zie hier). Er komen ook bio-brandstoffen uit suikers (bv. mais). Om die te krijgen, wordt landbouwgrond en water gebruikt die anders voor voedsel gebruikt zou worden. Dit drijft de prijs van voedsel omhoog, wat ten koste gaat van de allerarmsten (zie hier en hier).
Dan is er ook nog optie afval. We kunnen biologisch afval gaan verbranden. Denk bijvoorbeeld aan mest uit de landbouw. Daar zijn wel wat bezwaren tegen te formuleren: zoals dat de intensieve veehouderij een belangrijke bron is van klimaatverandering, omdat koeien productenten zijn van bijzonder effectieve klimaatgassen. Je zou ook bijproducten van boskap kunnen verbanden, maar dat onttrekt koolstof uit het bos en pompt dat in het atmosfeer (zie hier). Maar bovendien we moeten toe naar een economie met minder afval waarin meer wordt hergebruikt. Het verbranden van afval is met het streven naar een cyclische economie niet duurzaam.

Zonne-energie is een stuk duurzamer, maar niet perfect (zie hier en hier). Zonne-panelen zijn, in vergelijking met windenergie, relatief complexe aparaten. Er zitten zware metalen in verwerkt, zoals cadmium, kwik en chroom. Deze zijn relatief schaars, de winning ervan is slecht voor het milieu en bovendien kan daardoor een zonne-paneel niet zo maar bij het grofvuil. Zonne-energie is daarmee niet het meest duurzame van het drietal.

Dat is windenergie. Windturbines zijn niet alleen een energiebron die Nederland al sinds mensenheugenis gebruikt, maar bovendien de manier waarop bijna alle andere energiebronnen werken. De techniek ervan is dus al bekend. Het enige milieuprobleem dat eraan gerelateerd is, is landschapsvervuiling (zie hier). Vanuit duurzaamheidsperspectief is het een trio met een voorkeursordening: windenergie, zonne-energie en dan bio-brandstoffen.

Kracht van de zon in Duitsland

Efficientie
Maar er is niet alleen sprake van een algemene voorkeursordening. Volgens mij is het andere belangrijke criterium bij de toepassing van duurzame energie efficientie. Als we duurzaam willen omgaan met onze energie dan zullen we energiebronnen moeten inzetten waar ze het meeste energie op leveren. Dus geen windenergie in een windstil gebied, geen zonne-energie in een schemerrijk gebied en geen bi- massa op verre afstand van de regenwouden, akkerbouwgebieden, veestapels, bossen en bevolkingscentra waar ze vandaan kwamen. Drente past dan qua profiel het beste bij windenergie. Een vlak land waar het hard waait. We horen veel over het succes van Duitse zonne-energie. Dat is toch een vergelijkbaar land? Maar het is vrij simpel: hoe zuidelijker in Duitsland hoe meer zon, hoe passender zonne-energie

Kracht van wind in Europa

Maar qua wind zijn er alleen gebieden in het Verenigd Koninkrijk en Denenmarken die gepaster zijn voor windenergie, dan Noord- en West-Nederland.

Esthetiek
Als je esthetiek dan als criterium wil toepassen, naast de duurzaamheid van het middel en de gepastheid van het middel in het specifieke gebied dan moet je twee aantekeningen maken: ten eerste het utilitische beginsel en ten tweede kostenbeginsel.

Laten we de notie onderschrijven dat windmolens het geluk van de bewoners vermindert want daar hebben we het over: bij andere vormen van NIMBY-gedrag, zoals radio-actieve energie, gaat het om gezondheid. Hier gaat het om geluk. Dan we zullen windmolens moeten plaatsen daar waar het niet alleen het meest passend is, maar ook waar de minste mensen er last van hebben. De provincie met de laagste bevolkingsdichtheid is: Drente, met 185 inwoners per vierkante kilometer.

Maar ten tweede, is er een morele vraag: klimaatverandering is een abstract ver-van-mijn-bed-probleem. Over 100 jaar is het misschien op aarde zes graden warmer. De urgentie van het probleem valt weg bij alledaagse problemen als zorgen over werk, je pensioen en het uitzicht vanuit je huis. Het klimaat verandert. So what? De gevolgen van klimaatverandering worden echter heel direct zichtbaar in de armste landen. In Bangladesh zorgt het veranderende klimaat nu al voor watertekorten in sommige gebieden en overstromingen in andere gebieden. Dat kost op dit moment al mensenlevens: mensen die verdrinken bij overstromingen of die te weinig eten krijgen door droogte. De simpele vraag is dan: hoeveel mensen levens is het je waard om geen windmolen te hoeven zien?

De Toekomst van GroenLinks: Rood, Groen of Blauw

GroenLinks staat op een kruispunt in haar bestaan. Na de dramatische verkiezingsuitslag moet de partij gaan nadenken over haar koers, haar plaats in het politieke landschap en daarmee over haar zelfstandige bestaansrecht. Christiaan Jongeneel schetst drie toekomstscenario’s. Ik wil deze hier in hun historische en electorale context plaatsen. De drie scenario’s zijn:[1]

  • Een groene koers: GroenLinks kiest voor een koers met een groene focus.
  • Een rode koers: GroenLinks kiest voor een realistisch linkse koers.
  • Een blauwe koers: GroenLinks richt zich op het progressieve midden.

Doormodderen kan niet: het is te gemakkelijk om de schuld van de uitslag van 12 september op te hangen aan individuen. Het fundamentele probleem is dat GroenLinks geen duidelijkheid geeft over haar koers. Het ontbrak de laatste jaren aan consistentie. In de ogen van sommige kiezers is GroenLinks te veel naar links opgeschoven. In de ogen van andere kiezers is GroenLinks juist te liberaal geworden. Is GroenLinks groen, sociaal of progressief? Deze keuzes zijn van het allergrootste belang nu GroenLinks zich als kleine oppositiepartij zal moeten verhouden tot een kabinet van PvdA en VVD, terwijl er acht andere fracties oppositie voeren.

De plaats van GroenLinks in het politieke landschap 2010-2012
Het probleem van GroenLinks kan het best in beeld worden gebracht als we kijken naar de politieke samenwerkingsverbanden die zijn aangegaan in de laatste twee jaar.

  • In juni 2010 onderhandelde GroenLinks mee over een Paars+ kabinet van PvdA, VVD, D66 en GroenLinks.
  • Halsema pleitte in november 2010 vlak voor haar vertrek voor een intensieve samenwerking tussen GroenLinks, D66 en het progressieve deel van de PvdA.
  • De eerste grote beslissing van partijleider Sap, in januari 2011, was om deel te nemen aan de Kunduz-missie. Deze werd mede gesteund door D66, ChristenUnie, CDA en VVD en niet door de PvdA.
  • Voor de provinciale statenverkiezingen sloot GroenLinks tien lijstverbindingen met de PvdA, twee met de PvdD en twee D66. Ze sloot echter maar één provinciaal coalitieakkoord met de PvdA (in het Groningse Paars+ college) en één zonder de PvdA (in het Utrechtse CDA/VVD/D66/GL-college.
  • In 2011 sloot GroenLinks een lijstverbinding met de PvdD voor de Eerste Kamerverkiezingen.
  • Een jaar later opende GroenLinks het nieuwe jaar samen met PvdA en SP. Die partijen pleitten samen voor een ander Nederland en een gezamelijke strategie tegen de crisis.
  • Maar toen het kabinet van CDA en VVD in mei 2012 op zoek ging naar een nieuwe meerderheid voor haar begroting, werkte GroenLinks zonder de PvdA en de SP maar opnieuw samen met ChristenUnie en D66 mee aan het Lenteakkoord.
  • Voor de verkiezingen van 2012 sloot GroenLinks een lijstverbinding met SP en PvdA.
  • Tijdens het eerste lijsttrekkersdebat pleitte GroenLinks voor een kabinet-Roemer van SP, PvdA, GroenLinks en D66.
  • Een week voor de verkiezingen verlegde GroenLinks haar koers en pleitte zij voor een Paars+ kabinet. Hiermee zijn we full circle.

Vaart GroenLinks een soevereine koers, onafhankelijk van de bestaande partijen, of wordt zij geleid door verschillende zielen in haar borst?

Het politieke landschap
Om de positie van GroenLinks te begrijpen kunnen we de politieke ruimte indelen aan de hand van  twee dimensies. Deze betreffen de kern van het GroenLinks-programma: wat houdt links in en wat houdt groen in?

Op de sociaal-economische dimensie maken we een onderscheid tussen behoudend en hervormingsgezind links. Deze dimensie betreft een aantal onderwerpen: hervormingen op de arbeidsmarkt, het onderwijs, de huizenmarkt en zorg. Het gaat concreet over de eigen bijdragen in de zorg, de AOW-leeftijd, het sociaal leenstelsel het ontslagrecht, de WW en scheefwonen. Deze onderwerpen volgen niet langerde klassieke links/rechtsverdeling. Populistische partijen als PVV en SP staan hier tegenover hervormingsgezinde liberale partijen als D66 en VVD. Deze tegenstelling speelt ook op thema’s van buitenlandpolitiek (Europa, Afghanistan). De tweede tegenstelling is die tussen dark green en bright green partijen. Zij betreft de oplossingen die partijen kiezen (moeten we de techniek aanpassen of onze levensstijl?), waar partijen waarde aan hechten (mensen of dieren?) en het belang dat ze hechten aan economische groei.

In deze ruimte kunnen we de vier partijen die het dichtst bij GroenLinks staan plaatsen: de SP, de PvdA en D66 zijn duidelijk lichtgroene partijen. Ze vinden het milieu best belangrijk zolang het maar niet ten koste gaat van mensenbelangen, onze levensstijl en economische groei.[2]Alleen de Partij voor de Dieren heeft een heldere dark green anti-groei en anti-antropocentrische agenda De SP, PvdA en D66 verschillen wél sterk op sociaaleconomische onderwerpen: de SP is helder anti-hervorming en D66 helder pro-hervorming. De PvdA neemt een middenpositie in (tegen hervormingen in de zorg, maar wel voor het leenstelsel). De PvdD neemt net als de PvdA een middenpositie in. De centrale vraag is: waar moet GroenLinks zich plaatsen op deze twee dimensies?

De PvdA als ijkpunt
GroenLinks is ontstaan als een fusie van verschillende partijen die zich links van de PvdA plaatsten. Twee van de oprichtende partijen zijn ontstaan omdat de grote sociaaldemocratische partij te veel naar rechts neigden: de CPN en de PSP.[3] De PPR is ontstaan als een progressief-Christelijke bondgenoot van de PvdA.[4] In 1989 gingen deze drie partijen samen.[5] Wat zij deelden was dat ze hun eigen positie definineerden in relatie tot de PvdA. GroenLinks wilde de PvdA in de formatie en PvdA-kiezers in de verkiezingen een links alternatief bieden.

Links of hervormingsgezind?
De oprichters van GroenLinks plaatsten zich allemaal in economische zin links van de PvdA. Het debat over economische onderwerpen is in Nederland sinds het eerste kabinet-Van Agt eigenlijk altijd gevoerd in termen van bezuinigen op versus behoud van de verzorgingsstaat. De vrije markt en de individuele verantwoordelijkheid staan tegenover collectieve verantwoordelijkheid en het streven naar inkomensgelijkheid. De PvdA heeft altijd verantwoordelijkheid genomen voor bezuinigingen waar GroenLinks zich tegen verzette. In het Paarse kabinet liet de PvdA zich van haar economisch meest rechtse kant zien: marktwerking en werk stonden voorop. GroenLinks, onder Paul Rosenmöller, werd het gezicht van het verzet hiertegen. De partij beschermde de rechten van uitkeringsgerechtigden. De leus ‘werk, werk, werk’ bood in de ogen van GroenLinks geen afdoende antwoord op uitsluiting en armoede.

Tijdens het tweede kabinet-Balkenende verschoof de positie van GroenLinks. Femke Halsema voelde zich gevangen in de tegenstelling tussen bezuinigend rechts en behoudend links. Met Vrijheid Eerlijk Delen probeerde ze daar een alternatief voor te formuleren: hervormingsgezind links. De kern van Vrijheid Eerlijk Delen was dat mensen niet langer afhankelijk moesten zijn van een uitkering, maar van werk naar werk begeleid moesten worden. Werk is de sleutel voor emancipatie uit armoede. Daarom steunde GroenLinks de versoepeling van het ontslagrecht en de verkorting van de WW. Deze maatregelen zouden misschien leiden tot minder inkomens- c.q. baanzekerheid, maar GroenLinks zou werkzekerheid bieden. GroenLinks wilde de kansen van mensen met weinig rechten op de arbeidsmarkt (zoals flexwerkers, ZZP’ers, starters en deeltijdwerkers) verdedigen tegenover de ‘insiders’. Ze koos hiermee het conflict met de vakbonden, met de PvdA en de SP, die de verworven rechten van insiders verdedigden. GroenLinks omarmde in deze periode ook het sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs, de verhoging van de AOW-leeftijd en een grotere eigen verantwoordelijkheid in de zorg. Je kunt ook stellen dat aan de bezuinigingen die de VVD en het CDA voorstelden een sociale draai werd gegeven. Hiermee activeerde Halsema een nieuwe tegenstelling in de Nederlandse politiek die dwars door de links/rechts-tegenstelling liep: die tussen hervormingsgezind en behoudend. GroenLinks moest een hervormingsgezinde linkse partij zijn. D66 was in deze koers een bondgenoot: ook zij was hervormingsgezind maar op een centrumrechtse positie. De PvdA en de SP waren in deze visie behoudend links. Op sociaal-economische onderwerpen had GroenLinks daarmee een onderscheidende positie.[6],[7]

Het sluiten van het Lenteakkoord in april past in deze ontwikkeling. Na de val van de coalitie van CDA, VVD en PVV met haar ongekend rechtse economische programma, dat radicaal bezuinigde op de zorg, de sociale zekerheid, de cultuur en de natuur, sloot GroenLinks samen met CDA, VVD, D66 en ChristenUnie een begrotingsakkoord zonder de PvdA. GroenLinks had nog nooit eerder zo dicht bij de politieke macht gezeten en deed dat zonder de PvdA. Wat de partijen bond was niet hun positie op de links/rechts-dimensie maar hun hervormingsgezindheid. Midden in de crisis waren de voorstellen van GroenLinks over sociaal-economische onderwerpen relevanter dan ooit: het programma leverde op de lange en de korte termijn bezuinigen op en waren goed voor de werkgelegenheid. Het Lenteakkoord hield zich aan de 3%-regel van de Europese commissie, zette een aantal hervormingen in op de arbeidsmarkt en vijlde de scherpe randen af van een grote set bezuinigingen die CDA en VVD al hadden afgesproken met de PVV.

Het Lenteakkoord was een opmerkelijke stapGroenLinks onderschreef een ingrijpend bezuinigingspakket zonder de PvdA. Eerder had de PvdA altijd compromissen gesloten met CDA en VVD over bezuinigingen en hadden GroenLinks of haar voorgangers vanaf de zijlijn kritiek geleverd. Nu stond GroenLinks in het veld, en stelde ze liever vuile dan lege handen te hebben. De PvdA had een vergelijkbaar akkoord kunnen sluiten en GroenLinks had evengoed aan de zijlijn kunnen staan. Maar GroenLinks koos voor het akkoord omdat de partij daarmee een deel van haar hervormingsgezinde linkse agenda kon realiseren, én kon laten zien aan de kiezer dat GroenLinks het verschil kon maken.

GroenLinks, de PvdA en D66
GroenLinks en haar voorgangers hebben hun bestaansrecht altijd ontleend aan hun verhouding tot de PvdA. In sociaaleconomisch opzicht stond GroenLinks links van de PvdA: zo konden ze als concurrent de PvdA naar links trekken en een linkse coalitiepartner bieden. Die positie is overgenomen door de SP, een anti-hervormingsgezinde partij.[8] We kunnen het Lenteakkoord op twee manieren begrijpen: politiek-inhoudelijk en politiek-strategisch.

Als GroenLinks deze koers inhoudelijk onderschrijft, dan geeft de partij prioriteit aan haar sociaaleconomisch hervormingsgezinde positie boven haar linkse positie. Zij kiest dan een progressieve, blauwe koers die focust op sociaal-economische hervormingen op de arbeidsmarkt en de woningmarkt, in de zorg en in het onderwijs. Hierachter zit een visie die individuele ontplooiing boven collectieve arrangementen plaatst. Die voorkeur sluit aan bij een vrijzinnige, individualistische culturele agenda die de rechtstaat en de rechten van moslims en asielzoekers verdedigt zonder de rechten van vrouwen en homo’s uit het oog te verliezen. Hierbij wordt ook de Europese samenwerking omarmd: we kiezen niet voor de zekerheden van de Nederlandse verzorgingsstaat maar voor de kansen van een flexibele Europese samenwerking. De belangrijkste bondgenoot voor GroenLinks bij deze koers is D66. In het Lenteakkoord, met haar mix van hervormingen, bezuinigen en vergroeningen, konden beide partijen zich vinden. D66 durfde tijdens de verkiezingscampagne van 2012 eerlijk te vertellen welke hervormingen nodig zijn op de arbeidsmarkt en in de zorg. In een land dat in economisch en cultureel opzicht conservatief is, helt deze formatie in progressieve richting en vaart dus tegen de stroom in. Nu wordt er nu een paars kabinet gevormd van PvdA en VVD. Hoe verhoudt een blauwe koers tegenover een paars kabinet? Een blauwe oppositiekoers stelt dat het PvdA/VVD kabinet te veel negatief uitruilt, te weinig hervormt en daarmee te veel dingen houdt zoals ze zijn. We volgen hiermee de lijn van Halsema.

Je kunt het Lenteakkoord ook anders interpreteren. De PvdA ondertekende tijdens de formatie van 2012 een Herfstakkoord dat grotendeels overeenkkwam met het Lenteakkoord. De keuze van de PvdA om in de lente van 2012 aan de kant te staan met lege maar schone handen was met name politiek-strategisch. Ook de PvdA is centrumlinks en gematigd hervormingsgezind. Zij koos nu tegen deze voorstellen omdat ze de hete adem van de SP in de nek voelde. GroenLinks wilde aan potentiële kiezers en coalitiepartners laten zien dat zij op lastige onderwerpen verantwoordelijkheid kon nemen. Nu de PvdA in de formatie met de VVD het Lenteakkoord-met-amendementen omarmt en juist een hervormingsgezind linkse positie inneemt, kan GroenLinks ook kiezen voor een rode koers. Deze koers volgt de succesvolle oppositiestrategie van Rosenmöller tijdens het eerste paarse kabinet.. Leg nadruk op het klassiek sociaaleconomisch linkse profiel van GroenLinks. Laat de PvdA maar de lasten dragen voor de hervormingen van het ontslagrecht, de WW en de zorg. Richt je tijdens het PvdA/VVD-kabinet op die onderwerpen die de PvdA in een formatie met de VVD zal moeten slikken, met name waar het gaat om eerlijk delen.

Dit is een duidelijke keuze voor GroenLinks: blauw of rood? Is het nu tijd om definitief te breken met de sociaaldemocratie als kompas waar GroenLinks haar koers vanaf laat hangen? Of biedt het huidige kabinet juist een kans om de plaats van de sociaaldemocraten op te eisen?

Groen
GroenLinks is niet alleen opgericht als een samenwerkingsverband links van de PvdA. Hieraan was ook een groene agenda gekoppeld. Maar groen is niet een eenduidige politieke stroming maar omvat een verschillende richtingen.

Bright green of dark green
Van de oprichters van GroenLinks hadden met name de PPR en de PSP een groen profiel. Ze zijn niet opgericht als groene partijen, maar hun verzet tegen kernenergie en kernbewapening plaatsten hen wel in het groene kamp. Met name de PPR wilde niet dat de nieuwe formatie alleen een links karakter kreeg, maar streefde naar een vernieuwende groene dimensie. Zo zou GroenLinks aansluiten bij de Europese groene familie. Is GroenLinks in deze opzet geslaagd?

In de groene politiek zijn er grofweg twee stromingen: dark green en bright green. Dark green politiek heeft vier kenmerken: zij constateert een door de mens veroorzaakte ecologische crisis; die is niet alleen een probleem omdat de crisis het voortbestaan van de mensheid in gevaar brengt, maar ook dat van dieren, de natuur en de aarde zelf; de oplossing voor onze problemen is een verandering van onze moraal; en economische groei moet worden afgezworen. Bright green politiek onderschrijft alleen de eerste positie: er is sprake van een ecologische crisis, maar de oplossing hiervoor is te vinden in economische groei die voortkomt uit groene innovatie.

  • GroenLinks en haar voorgangers hebben sinds het midden van de jaren ‘60 gerept van een ecologische crisis. De aard van de crisis veranderde met het milieu: de eindigheid van grondstoffen (jaren ’70), de gevaren van kernenergie (jaren ’80), het gat in de ozonlaag (eind jaren ’80) en nu steeds meer klimaatverandering (sinds de jaren ’90).
  • In de ogen van GroenLinks zijn dit verdelingsvraagstukken: een eerlijke verdeling van grondstoffen binnen de huidige generatie en tussen huidige en toekomstige generaties. Groene politiek is eerder een voortzetting van sociale politiek dan een eigenstandige stroming.
  • GroenLinks heeft altijd één oplossing gehad: de verschuiving van de belasting van arbeid naar vervuiling. GroenLinks gelooft in het stimuleren van de markt om groene innovaties te ontwikkelen. Soms moet de overheid zelf vervuilende producten en processen verbieden of juist groene initiatieven ondersteunen. Dit leidt tot groene werkgelegenheid.
  • Dit heeft ook implicaties voor de houding tegenover groei: een groene belastingverschuiving zal in elk geval op korte termijnleiden tot nieuwe banen en groene groei.

Het profiel van GroenLinks is nooit donkergroen maar altijd bright green geweest: een enigszins technocratische benadering die de nadruk legt op slimme en innovatieve oplossingen. De intrinsieke waarde van niet-menselijk leven, een nieuwe moraal en het afzweren van economische groei zijn in de partij nooit mainstream geweest .

In electoraal opzicht is de groene koers succesvol: in de ogen van de kiezers is GroenLinks inderdaad dé groene partij . Een zeer groot deel van de kiezers denkt dat GroenLinks de beste oplossingen heeft voor natuurbescherming en klimaat. En voor een groot deel van de GroenLinks-kiezers is milieu het doorslaggevende onderwerp.

Dit is de kern van een groene koers. Wil GroenLinks haar groene karakter uitbuiten dan moet zij hier sterker de nadruk op leggen. Ecologie moet in politieke zin de kernwaarde zijn die alle onderwerpen verbindt: GroenLinks biedt groene oplossingen, niet alleen voor natuur, klimaat en dierenwelzijn maar ook voor gezondheid (gezond leven) en werk (groene banen). Groen is geen technocratisch verhaal van innovatie, maar een verhaal dat mensen direct in hun leefomgeving raakt. Geduld is gepast: onze tijd komt. We werken aan een consistent groen verhaal, zelfs als het niet het belangrijkste onderwerp voor de kiezer is.

De Partij voor de Dieren
Er zitten twee groene partijen in de Tweede Kamer: GroenLinks en de Partij voor de Dieren. In hoeverre zijn zij concurrenten?

In programmatisch opzicht heeft de Partij voor de Dieren een opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt. In de eerste zes jaar legde de partij in haar programma, haar parlementaire activiteiten (speeches en moties) en haar buitenparlementaire activiteiten (zoals de films Meat the Truth en Sea the Truth) een grote nadruk op dieren. Het programma van 2012 sprak echter eerst over duurzame energie, gezond voedsel en natuur en pas daarna over dierenwelzijn. De beprijzing van vervuiling is nu een kernpunt geworden. Het programma komt zo steeds dichterbij het GroenLinks-programma.

Electoraal gezien is dit (nog) niet zichtbaar. Electoraal gezien is dit (nog) niet zichtbaar. De Partij voor de Dieren krijgt niet zozeer groene stemmen, maar krijgt met name stemmen van mensen die geen vertrouwen hebben in andere partijen. Het is geen groene partij, eerder een anti-partijenpartij.[9] De electorale uitwisseling tussen GroenLinks en de Partij voor de Dieren is beperkt.

Er bestaat bij de Partij voor de Dieren een grote discrepantie tussen haar programma en haar electorale aantrekkingskracht. In programmatisch opzicht is de Partij voor de Dieren een concurrent van GroenLinks, maar in electoraal opzicht is dat niet het geval.

GroenLinks moet kiezen
De laatste twee jaar heeft GroenLinks een weinig consistente koers gevaren. Kiezers vinden het lastig om die koers te benoemen: is GroenLinks in de laatste jaren te veel naar links geschoven? Of juist te liberaal geworden? Is GroenLinks onvoldoende groen? Of juist te groen? Dat betekent dat GroenLinks staat voor fundamentele keuzes: legt ze de nadruk op duurzaamheid, kansengelijkheid of vrijzinnigheid? Kiest ze voor een oude linkse of een progressieve middenkoers? Gaat ze voor eerlijk delen of hervormen? Gaat GroenLinks voor een diepgroene of een felgroene positionering? Werkt ze samen met de Partij voor de Dieren, D66 of de PvdA? Hier is geprobeerd de veelheid en complexiteit aan keuzes over de koers te ordenen volgens de kleuren groen, rood en blauw.

Een blauw programma
Een kansrijke toekomst. Dat is wat wij willen. De huidige verzorgingsstaat past niet meer bij hoe mensen nu leven en werken, denk aan de obstakels voor ZZP’ers. Deze crisis is een kans om ons land klaar te maken voor de toekomst. Als we onze sociale zekerheden nu hervormen zodat ze toekomstbestendig zijn, dan slaan we twee vliegen in één klap: we werken aan een economie die nu sterk is en straks stand houdt.Wij kiezen voor vijf hervormingen

  • Investeren in onderwijs: want dat betekent eerlijke kansen voor iedere kind;
  • Een flexibele arbeidsmarkt: meer kansen voor ZZP’ers en flexwerkers;
  • Beweging in de huizenmarkt: meer kansen voor starters;
  • Grip op de zorgkosten: dat betekent meer eigen bijdrage, naar draagkracht;
  • En bovendien: digitale grondrechten in de grondwet.
Een rood programma
Een socialer Nederland. Dat is wat wij willen. We moeten nu kiezen hoe we Nederland uit de crisis leiden. Kiezen we voor een Nederland waar iedereen maar zijn eigen problemen moet oplossen? Of hebben we een warm hart voor mensen die het niet breed hebben en juist het hardste geraakt worden door de crisis? Wij leggen de rekening van de crisis bij de banken, die door hun inhalige gedrag talloze mensen in de problemen gebracht hebben. We zorgen ervoor dat mensen met een uitkering kunnen rondkomen en dat mensen die nu aan de kant staan werk kunnen vinden.Dit betekent:

  • De banken aan banden leggen;
  • De zorg voor iedereen betaalbaar houden;
  • Een 60%-tarief voor veelverdieners;
  • De beste docenten voor de klas;
  • En bovendien: geen versoepeling van het ontslagrecht.
Een groen programma
Een schoon land. Dat is wat wij willen. GroenLinks werkt aan een economie die draait op wind en groeit op zon. De groene innovaties van vandaag zijn de duurzame banen van morgen. Een groen land is bovendien een gezond land, waarin onze kinderen zorgeloos kunnen opgroeien. GroenLinks kiest voor duurzaam en diervriendelijk voedsel en voor ruimte voor de natuur. GroenLinks kiest voor een samenleving die in balans is met ons milieu, ons klimaat en onze natuur. Want economie en ecologie gaan hand in hand. Een schoon land is gewoon een kwestie van gezond verstand:

  • 50% schone energie in 2030;
  • Een einde aan 10 miljard subsidies voor vervuilers en de bio-industrie;
  • Gezond leven wordt makkelijker: biologisch eten wordt goedkoper;
  • Vrije uitloop voor dieren: geen megastallen;
  • En bovendien: Nederland kernenergievrij.

[1] Ook de PPR stond begin jaren ’80 op een cruciaal punt in haar geschiedenis. De keuzes die zij toen voor stond werden ook in termen van kleuren gezien (Waltmans, 1983:196).

[2]Denk maar aan het verzet van de PvdA en SP tegen de belasting op de reiskostenvergoeding en de belasting op vlees, van de SP tegen rekeningrijden, van D66 tegen kernenergie en megastallen.

[3] De CPN ontleende haar bestaansrecht uit het feit dat de sociaaldemocratie zich te veel richtte op sociale hervormingen, zoals de achturige werkdag, en niet principieel vasthield aan een principieel socialistische koers. De PSP ontleende haar bestaansrecht uit het feit dat de sociaaldemocratie steun verleende aan het Amerikaanse buitenlandbeleid tijdens de Koude Oorlog, alhoewel al veel oprichters van de PSP de PvdA hadden verloren na de politionele acties in Nederlands-Indië.

[4] Ze kwam voort uit de Katholieke KVP. Zij hoopten dat een progressief akkoord van PvdA, D66 en Christen-radicalen een linkse meerderheid zou kunnen halen. Een linkse minderheid zou midden jaren ’70 het kabinet-Den Uyl afdwingen, waarin de PPR ook ministers zou leveren.

[5] Ook de EVP ging in deze formatie op. Haar positie lijkt enigszins op die van de PPR.

[6] De steun voor de Kunduzmissie lijkt op de steun voor het Lenteakkoord. De oprichters van GroenLinks waren allemaal verbonden met de vredesbeweging. Na de Koude Oorlog zocht GroenLinks een nieuwe buitenlandkoers. Dit uitte zich in een permanente balans tussen verzet tegen het Amerikaanse buitenlandbeleid en het streven naar een internationale rechtsorde. De meerderheid van GroenLinks steunde -zeker na de genocide in voormalig Joegoslavië- het gebruik van militair geweld om mensenrechten te beschermen. GroenLinks steunde militaire operaties in Kosovo (1999) en Afghanistan (2001) en verzette zich tegen de invasie van Irak in 1991 en 2003. De steun voor de politietrainingsmissie was een logische stap: GroenLinks steunde de inval in Afghanistan in reactie op de aanslag van 11 september. Daarna was GroenLinks niet altijd even koersvast. De balans tussen de meer pacifistische achterban en de meer interventionistische partijtop was precair. Voor de interventionisten was duidelijk dat Nederland (en GroenLinks) vanwege haar steun aan deze invasie een verplichting had om de opbouw van de Afghaanse rechtstaat te steunen. Voor de pacifistische achterban kon de missie niet los gezien kan worden van de Amerikaanse Afghanistanpolitiek. De PvdA die het kabinet in 2010 had laten vallen over een militaire missie naar Uruzgan, Afghanistan stond negatief tegenover de missie. Het kabinet vond steun bij de ChristenUnie, D66 en GroenLinks. Binnen GroenLinks waren de partijtop, de achterban en het electoraat verdeeld.

[7] De verschuiving van links naar hervormingsgezind links viel samen met een beweging van Euroskeptisch naar pro-Europees. Eind jaren ‘90 wees GroenLinks het Verdrag van Amsterdam af. In 2005 was zij een van de vocaalste verdedigers van de Europese grondwet. Deze twee bewegingen lopen parallel: GroenLinks omarmde een wereldbeeld van flexibiliteit en globalisering. Tegelijkertijd schoof de PvdA in een Euroskeptische en in sociaaleconomische zin meer ‘behoudende’ richting met name onder druk van de opkomst van de SP.

[8] In 2012 leek de SP de functie van PvdA als natuurlijke linkse regeringspartij over te nemen.

[9] Dit is overigens dezelfde aantrekkingskracht die de Duitse Groenen door hun hele geschiedenis hebben gehad. De Groenen zijn opgericht als anti-partijenpartij. En hun recente renaissance is gebaseerd op hun profiel als betrouwbare, integere partij in een landschap van onbetrouwbare partijen.

Veilige afstand

Fossiele brandstoffen worden het niet. Daar kunnen rechts en links het over eens zijn. Rechts biedt kernenergie als alternatief en links kiest voor windenergie. Eigenlijk verschillen die twee opties niet zoveel, behalve dat links kiest voor de veilige weg.

Eigenlijk is een kernreactor best een simpel apparaat. Door een kernreactie(1) wekken we heel veel warmte op. Met die warmte brengen we water aan de kook. Dat water komt langs een windturbine. Een daarmee wekken we energie op.

Nu staat er op een grote afstand van de Aarde een grote kernreactie(1) die door warmte te produceren allerlei lucht op de Aarde in beweging zet. Dat ding heet de zon. Het enige verschil tussen een kernreactor en een windmolen is dat wij mensen bij de kernreactor zelf de reactie ingang zetten, terwijl de windmolen draait op een al bestaande kernreactie.

We kunnen helaas uit de geschiedenis van kernenergie zien hoe verschrikkelijk gevaarlijk het is om zelf een kernreactie op te wekken: plaatsen als Three Mile Island, Tsjernobyl en Fukushima herinneren ons eraan dat een door de mens begonnen kernreactie niet altijd door de mens in de hand gehouden kan worden. Gelukkig waren die kernrampen op veilige afstand van Nederland, maar is het niet een idee om de kernreactor op veilige afstand te zetten van de gehele mensheid? Wat dacht je van 149597870.700 kilometer?

(1) De zon draait op kernfusie en een kernreactor draait op kernsplitsing. Maar ze leveren allebei heel veel warmte op.