13 redenen waarom 2013 een ***-jaar wordt

We vonden al die aanhangers van de Maya-kalender die dachten dat de wereld verging volslagen gekkies. Maar 2013 wordt zo’n ongekend ***-jaar dat we die Maya-gekkies misschien beter gelijk hadden kunnen krijgen.

Bijsluiter: Dit stuk is volslagen speculatie zonder enige basis in de werkelijkheid.

Beppe Grillo, de winnaar van de Italiaanse verkiezingen

1. “There is no clear winner of the Italian elections”
De Italiaanse verkiezingen van februari 2013 worden een volslagen ramp. De verkiezingen leveren geen heldere meerderheid op: noch voor de pro-Europese partijen, noch voor links of rechts. De grote winnaar van de verkiezingen is Beppe Grillo, de komiek die leiding geeft aan de Euroskeptische, anti-establishment partij Movimente 5 Stelle. Het wordt de tweede partij van Italie. De centrum-linkse Partito Democratico blijft de linkse populisten net voor maar weet geen meerderheid te krijgen. De populistische, separatistische en Euroskeptische Lega Nord wint overtuigend in het Noorden. Berlusconi geeft leiding aan het centrum-rechtse Popolo della Liberta maar verliest alle aanhang behalve in Zuid-Italie. De centristische vernieuwingsbeweging van Mario Monti, Agenda Monti per l’Italia, haalt een heel slechte score. Samen halen deze rechtse partijen wel een meerderheid maar hun hekel voor elkaar is nog net groter dan hun hekel voor links. De afwezigheid van een heldere verkiezingswinnaar en daardoor een heldere regeringsmeerderheid in Italie werpt de Europese beurzen in een grote crash.

Mario Draghi, de nieuwe premier van Italie

2. “We must save the Italian banks … sorry … the Italian people.”
Vanwege de gekelderde beurskoerzen dreigden de Italiaanse banken om te vallen. Bovendien heeft de depressie een groot gat geslagen in de Italiaanse begroting. Maar centrum-links, centrum-rechts en de centrum-beweging van Monti komen er samen niet uit. Terwijl de Italiaanse groei- en werkgelegenheidcijfers steeds roder worden, het begrotingstekort stijgt en de beurzen blijven dalen, staat de Italiaanse politiek een half jaar stil. Dan grijpen de Europese regeringsleiders in. Ze dwingen wederom een zakenkabinet af, nu geleid door de voorzitter van de Europese centrale bank Mario Draghi. Dit kabinet is niet alleen verantwoording schuldig aan het Italiaanse parlement maar ook aan de Europese raad. In ruil voor het zakenkabinet krijgt de Italiaanse bankensector en de Italiaanse overheid financiele steun vanuit Brussel. Deze reddingsoperatie zuigt het grootste gedeelte van het Europese noodfonds leeg.

Het hoofdkantoor van Unicredit de grootste bank van Italie

3. “This was common practice for Italian bankers”
Nog geen halve week nadat de reddingsoperatie rond is, breekt er een groot corruptieschandaal los in de Italiaanse bankensector. Deze blijkt structurele banden te hebben met de Maffia. In geheime afspraken werd door grote Italiaanse banken geld geleend aan de Maffia om politici om te kopen voor ‘goede diensten’, en vervolgens het geleende geld terug te betalen met forse rentes. Op het moment dat de Italiaanse banken onder Europese controle komen, blijkt deze constructie onhoudbaar, maar blijken daarmee de omzetcijfers van bijna alle grote Italiaanse banken gebaseerd op drijfzand. De Europese regeringsleiders voelen zich genoodzaakt om alle grote Italiaanse banken op te kopen.

De aanslag op de Deense pizzeria vormde het dramatische dieptepunt van het verzet tegen de BTW-verhoging.

4. “The coordinated VAT-increase will be a solidarity tax with the Italian people.”
Europese regeringsleiders willen het reddingsfonds en opkoop van Italiaanse banken niet langer uit hun (onder grote druk gekomen) begrotingen financieren en besluiten het te betalen uit een ‘gecoordineerde BTW-verhoging’ van 1%. Het is een vondst van de Finse commissaris Olli Rehn. Alle Europese lidstaten verhogen hun BTW met 1%. Maar eigenlijk wordt dit de eerste Europese belasting. Europese regeringsleiders verdedigen in de eerste maand de impopulaire maatregel met verve: het is een Europese solidariteitsbelasting. Maar in de lidstaten wordt dit niet zo gezien: mensen weigeren om de belasting te betalen, bedrijven weigeren om de belasting af te dragen. De Nederlandse publicist Ewald Engelen twittert dat de BTW verhoging “a tax on European solidarity” is. Op 9 november 2013 wordt in Odense een pizzeria in brand gestoken door een groep die zich “Vrede Skatteydere” noemt.

Als voorzitter van de euro-groep voelt minister Dijsselbloem zich gedwongen om ook in Nederland zwaar te bezuinigen.

5. “Verdere bezuinigingen zijn noodzakelijk.”
De Italiaanse regerings- begrotings- en bankencrisis leidt tot een nieuwe ronde Catshuisonderhandelingen voor het fragiele kabinet Rutte/Asscher. Binnen de PvdA stuurt met name Jeroen Dijsselbloem, die als voorzitter van de Euro-raad een grote druk voelt om verantwoordelijkheid te nemen, aan op ernstige bezuigingen. In Mei 2013 wordt het pakket bekend:

  • verhoging van het eigen risico in de zorg en invoering van eigen bijdrages;
  • verhoging van de nominale zorgpremie;
  • een grote bezuiniging op het onderwijs;
  • een algemene verlaging van alle uitkeringen (behalve de AOW) met 10%;
  • en een algemene verhoging van de inkomensbelasting.

De PvdA verdedigt het Catshuisakkoord met verve. De PvdA-ministers kloppen zichzelf op de borst om hun vermogen om over hun eigen schaduw heen te springen. De PvdA-ministers vertellen het eerlijke verhaal: de crisis raakt iedereen maar het begrotingspakket is sterk en sociaal. Sterk door de nadruk op bezuigingen en sociaal door de verhoging van de inkomstenbelasting.
Er wordt een onwaarschijnlijke meerderheid in de Eerste Kamer gevonden die naast de coalitiepartijen bestaat uit ChristenUnie, SGP, D66 en de dissidente 50Plus-senator Kees de Lange.

Emile Roemer hervindt zijn flow als oppositieleider.

6. “Nu doet u het weer!”
Voor oppositieleider Roemer is dit echter het draaipunt. Hij zegt tegen PvdA-leider Samsom in het debat over het begrotingsakkoord 2014: “Nu doet u het weer. In het regeerakkoord liet u uw rode veren al door Rutte plukken, maar er is niets meer te plukken, meneer Samsom, u laat zich hier publiekelijk villen door Rutte en zijn begrotingsfundamentalisme. Er blijft niets over van de rode haan”. Na het akkoord daalt de PvdA sterk in de peilingen: er blijven nog maar 15 zetels over. Ook de VVD moet ernstig inleveren. Bovenaan de peilingen staan de SP en de PVV die stem geven aan de ontevredenheid over de aanhoudende Europese crisis, de solidariteitsbelasting met de Italianen en het hardvochtige begrotingsbeleid. Coalitiepartners VVD en PvdA houden elkaar innig vast. Maar met de Europese en gemeenteraadsverkiezingen van 2014 in beeld begint het verstandshuwelijk steeds meer op een gezamelijk zelfmoordpact te leiden.

Amsterdamse politie pakt een vrouwenhandelaar op.

7. “Razzia’s keren naar 70 jaar terug in de Amsterdamse straten.”
In een poging om daadkracht te tonen in tijden van crisis voeren VVD en PvdA met steun van de PVV de strafbaarstelling van illegaliteit versneld door. Tijdens een ontspannen diner halen premier Rutte en vice-premier Asscher de Amsterdamse burgemeester Van der Laan over om in een gecoordineerde actie een groot deel van de Amsterdamse illegalen op te pakken. Asscher ziet het als de mogelijkheid om een eind te maken aan mensenhandel. “Operatie schone straten” noemen ze het. De Amsterdamse GroenLinks-fractie trekt zich -verblogen over dit plan- terug uit het college. De Amsterdamse GroenLinks-leider Van Poelgeest houdt een felle, emotionele speech tegen het voornemen van het college. Maar het baat niet. Vanaf kerstavond 2013 gaan er geuniformeerde mannen door Amsterdam, van de afdeling speciale politie-operaties, die bij ieder huis aankloppen om er te kijken of er geen illegalen wonen en zo ja, deze meenemen naar een detentiekamp.

Naast het internationale en nationale economische nieuws domineren drie onderwerpen de media:

Volgens de Story zou de relatie tussen Beatrix en Charles begonnen zijn in 1989.

8. “Ik heb nooit seksuele relaties gehad met Prins Charles.”
In april breekt de Story met een schokkend verhaal: Koningin Beatrix zou de buitenechtelijke minnaar zijn van Prins Charles. Na het ongeluk van Friso zouden via Mabel de contacten tussen het Nederlandse en Britse Koningshuis heel innig zijn geworden. Beatrix zou steun vinden in de flegmatische humor van de Britse kroonprins. Van het verhaal is volgens de Rijksvoorlichtingdienst weinig waar. Er zou sprake zij van goede contacten tussen de Koningin en de kroonprins, maar van nachtelijke escapades in Buckingham Palace, die door een rancuneuze ex-butler aan de Story gelekt zijn, is niets waar. De mediastorm is enorm. Koningin Beatrix voelt zich genoodzaakt om afstand te nemen van het verhaal in een publieke toespraak aan het einde van Koninginnedag 2013. Hiermee drukt zij echter de speculaties over haar relatie met Charles, die zij in de speech ook niet ontkent, niet de kop in. Dit verhaal blijft de media domineren tot een nieuwe hype zich meldt.

Marianne Thieme laat staatssecretaris Dijksma vallen na Walvisgate

9.  “Ik eis dat de minister naar Moskou gaat om te eisen dat ze hun duikbootoperaties in de Noordzee stoppen.”
In juni van 2013 spoelen er twee bultruggen aan in Nederland. Staatssecretaris Sharon Dijksma had de invoering van een zeezoogdierenprotocol echter uitgesteld omdat zij bezig was met Europese onderhandelingen over de Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De creatieve Finse eurocommissaris Olli Rehn was namelijk met het innovatieve idee gekomen om de Italiaanse banken omhoog te houden met geld dat bedoeld was voor Italiaanse olijvenboeren. Nederland leidt de oppositie tegen dit ongelofelijke plan. PvdD-leider Marianne Thieme wil Dijksma echter aan de schandpaal nagelen voor haar nalatigheid. Zij eist een spoeddebat en dreigt met een motie van wantrouwen. Het debat krijgt een absurdistisch karakter omdat Dion Graus in De Telegraaf had gelezen dat de ‘tsunami van bultruggen’ veroorzaakt was door de verouderde sonar van Russische onderzeeboten die door internationale wateren varen. Maar ook de eigen PvdA-fractie is ontevreden over Dijksma, in de eerste plaats omdat een aantal fractieleden zichzelf geschikter had gevonden om staatssecretaris te worden. De staatssecretaris stelt zich koppig op in het debat en vindt zo de hele oppositie tegen zich… en zo blijkt in het debat in september 2013, zeven dissidente PvdA’ers, geleid door Lutz Jacobi. De bultruggen en de langzame val van staatssecretaris Dijksma domineren het nieuws.

Het uitlekken van The Hobbit II voorkomt het uitkomen van The Hobbit III

10. “The internet ruined the Hobbit for everyone.”
In zomer van 2013 lekt The Hobbit II uit, in een versie met alles erop en eraan behalve de 3D-effecten. De fantasy/avonturenfilm wordt de meest gedownloade film van de zomer. Aidan Turner, die de enige dwerg speelt zonder prosthetics, laat menig meisjeshart sneller kloppen. Als in december 2013 de film uitkomt sterft een jongen met epilepsie in de filmzaal. Volgens zijn moeder vanwege de 3D-effecten die zijn epilepsie hadden verergert; volgens de autopsie omdat de jongen die 3 dagen in de regen had zitten wachten om een kaartje voor de premier te krijgen leed aan open TBS. De moeder brengt via YouTube haar ideeen over de gevaren van 3D-filmmaken de wereld in. Bange moeders verbieden massaal hun kinderen om naar The Hobbit II te gaan. De download van de normale 2D versie breekt alle piraterijrecords.
Peter Jackson verklaart dat The Hobbit III niet zal uitkomen. Internetpiraterij maar ook de manier waarop onzin zich via de sociale media met hoge snelheid over de planeet verspreidt, heeft het plezier (en de winst) filmmaken voor Jackson volslagen kapot gemaakt. Deze opvallende gang van zaken domineert het nieuws in de laatste maand van 2013.

Drie verhalen worden door de media-hypes echter buiten het gezichtsveld van het Nederlandse publiek gehouden.

Grote overstromingen in Duitsland, net voor de Nederlandse grens

11. “The climate crisis has taken much stronger forms much earlier then our models projected.”
Het internationale panel over klimaatverandering (IPCC) oordeelt in de herfst van 2013 dat de series van orkanen in 2012 en in 2013 het gevolg zijn van klimaatverandering. Ook de aanhoudende droogte in de de Amerikaanse mid-west zouden hier volgens het panel een directe gevolg van zijn. Datzelfde geldt voor de overstromingen van de Maas in Belgie en de Rijn in Duitsland in de lente van 2013. En van het verdwijnen van de eerste eilanden van Vanuatu onder de zeespiegel. Nederland blijft van overstromingen gespaard. De modellen waren volgens de klimaatwetenschappers te conservatief. Nu oordelen zij dat niet in 2090 maar in 2030 de temperatuur met 4 graden zal stijgen.
In Nederland krijgt het onderwerp nauwelijks aandacht. Alleen Helma Nepperus weet er gebruik van te maken. Zij buit de onzekerheid over de klimaatvoorspelling uit om alle conclusies van het IPCC op losse schroeven te zetten. Een spetterend optreden in Pauw en Witteman, waarin zij vakkundig de directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving wegzet als een bureaucraat uit “1984″ die de ene dag zeker weet dat X waar is en de andere dag zeker weet dat Y waar is, kattapulteert haar naar het fractievoorzitterschap van de VVD nadat Halbe Zijlstra in 2013 voorzitter van de Raad van Cultuur wordt.

Na de sluiting zal de Large Hadron Collider worden gebruikt als supersnelle achtbaan.

12. “Higgs Boson found. Scientific progress has come to its natural end.”
De gevolgen van de Europese bezuinigingen op wetenschap worden duidelijk. De Large Hadron Collider in Geneve wordt gesloten, net nu er grote stappen worden gemaakt met de ontdekking van de allerkleinste deeltjes. Maar op de Europese begrotingen is geen ruimte meer voor wetenschap, trouwens ook niet meer voor kunst of natuur, alleen nog maar voor steunpakketten voor banken en werkloosheidsuitkeringen. Het ongeloof van wetenschappers over het sluiten van deze wetenschappelijke instelling vindt geen aansluiting bij de media: het ‘goddeeltje’, de Higgs Boson was toch gevonden? De wetenschap was toch af? Voor de nuance dat 99.99% zekerheid iets anders is dan 100% en dat de wetenschap niet ‘af’ is nu dit deeltje met enige zekerheid waargenomen was, was geen ruimte; noch bij de media, noch bij de internationale politiek. Zelfs de brandbrief van Nobelprijswinnaars Veltman en ‘t Hooft dat hiermee fundamenteel natuurkundig onderzoek effectief de nek om wordt gedraaid, wordt niet geplaatst in de Volkskrant: te ingewikkeld.

Damascus kleurt rood met Damascusrozen

13. “We all love Al-Assad. We always loved Al-Assad. We will always love Al-Assad.”
De Syrische burgeroorlog blijft doorsmeulen. De internationale gemeenschap blijft tot op het bot verdeeld over ingrijpen. De Russische president Poetin en de Chinese premier Wen steunen Assad. De Amerikaanse steun voor de Islamitische rebellen neemt af, als blijkt dat hun kans om te overwinnen steeds kleiner wordt. Ook het vertrek van interventionisten als Susan Rice en Clinton maakt Obama veel minder geneigd om in te grijpen. Nu bestuurt John Kerry, die door zijn eigen ervaring in Vietnam een afkeer heeft voor militair ingrijpen, het State Department. Op 27 augustus 2013 kleuren de straten van Damascus rood… rood van de duizende rozenblaadjes die worden neergegooid door aanhangers van Assad. De president verklaart op die dag dat de politionele operaties in Syrie gestopt zijn en alle stabiliteit in het land is teruggekeerd. De beelden van president Al-Assad, die, gekleed in een traditioneel Syrisch wit gewaad in een zee van rode rozenblaadjes loopt, bereiken de Nederlandse televisie nog wel, maar voor de verhalen van de tienduizenden politieke gevangen, de verhalen over martelingen en de verhalen over het verdwijnen van de aardbodem van complete dorpjes is geen ruimte in de “verschillige” praatprogramma’s, waar met name aandacht is voor het prive-leven van de Koningin, de bultrug en verhalen van Alexander Klopping over hoe Peter Jackson niet mee kan doen in de moderne informatiesamenleving.

De Toekomst van GroenLinks: Rood, Groen of Blauw

GroenLinks staat op een kruispunt in haar bestaan. Na de dramatische verkiezingsuitslag moet de partij gaan nadenken over haar koers, haar plaats in het politieke landschap en daarmee over haar zelfstandige bestaansrecht. Christiaan Jongeneel schetst drie toekomstscenario’s. Ik wil deze hier in hun historische en electorale context plaatsen. De drie scenario’s zijn:[1]

  • Een groene koers: GroenLinks kiest voor een koers met een groene focus.
  • Een rode koers: GroenLinks kiest voor een realistisch linkse koers.
  • Een blauwe koers: GroenLinks richt zich op het progressieve midden.

Doormodderen kan niet: het is te gemakkelijk om de schuld van de uitslag van 12 september op te hangen aan individuen. Het fundamentele probleem is dat GroenLinks geen duidelijkheid geeft over haar koers. Het ontbrak de laatste jaren aan consistentie. In de ogen van sommige kiezers is GroenLinks te veel naar links opgeschoven. In de ogen van andere kiezers is GroenLinks juist te liberaal geworden. Is GroenLinks groen, sociaal of progressief? Deze keuzes zijn van het allergrootste belang nu GroenLinks zich als kleine oppositiepartij zal moeten verhouden tot een kabinet van PvdA en VVD, terwijl er acht andere fracties oppositie voeren.

De plaats van GroenLinks in het politieke landschap 2010-2012
Het probleem van GroenLinks kan het best in beeld worden gebracht als we kijken naar de politieke samenwerkingsverbanden die zijn aangegaan in de laatste twee jaar.

  • In juni 2010 onderhandelde GroenLinks mee over een Paars+ kabinet van PvdA, VVD, D66 en GroenLinks.
  • Halsema pleitte in november 2010 vlak voor haar vertrek voor een intensieve samenwerking tussen GroenLinks, D66 en het progressieve deel van de PvdA.
  • De eerste grote beslissing van partijleider Sap, in januari 2011, was om deel te nemen aan de Kunduz-missie. Deze werd mede gesteund door D66, ChristenUnie, CDA en VVD en niet door de PvdA.
  • Voor de provinciale statenverkiezingen sloot GroenLinks tien lijstverbindingen met de PvdA, twee met de PvdD en twee D66. Ze sloot echter maar één provinciaal coalitieakkoord met de PvdA (in het Groningse Paars+ college) en één zonder de PvdA (in het Utrechtse CDA/VVD/D66/GL-college.
  • In 2011 sloot GroenLinks een lijstverbinding met de PvdD voor de Eerste Kamerverkiezingen.
  • Een jaar later opende GroenLinks het nieuwe jaar samen met PvdA en SP. Die partijen pleitten samen voor een ander Nederland en een gezamelijke strategie tegen de crisis.
  • Maar toen het kabinet van CDA en VVD in mei 2012 op zoek ging naar een nieuwe meerderheid voor haar begroting, werkte GroenLinks zonder de PvdA en de SP maar opnieuw samen met ChristenUnie en D66 mee aan het Lenteakkoord.
  • Voor de verkiezingen van 2012 sloot GroenLinks een lijstverbinding met SP en PvdA.
  • Tijdens het eerste lijsttrekkersdebat pleitte GroenLinks voor een kabinet-Roemer van SP, PvdA, GroenLinks en D66.
  • Een week voor de verkiezingen verlegde GroenLinks haar koers en pleitte zij voor een Paars+ kabinet. Hiermee zijn we full circle.

Vaart GroenLinks een soevereine koers, onafhankelijk van de bestaande partijen, of wordt zij geleid door verschillende zielen in haar borst?

Het politieke landschap
Om de positie van GroenLinks te begrijpen kunnen we de politieke ruimte indelen aan de hand van  twee dimensies. Deze betreffen de kern van het GroenLinks-programma: wat houdt links in en wat houdt groen in?

Op de sociaal-economische dimensie maken we een onderscheid tussen behoudend en hervormingsgezind links. Deze dimensie betreft een aantal onderwerpen: hervormingen op de arbeidsmarkt, het onderwijs, de huizenmarkt en zorg. Het gaat concreet over de eigen bijdragen in de zorg, de AOW-leeftijd, het sociaal leenstelsel het ontslagrecht, de WW en scheefwonen. Deze onderwerpen volgen niet langerde klassieke links/rechtsverdeling. Populistische partijen als PVV en SP staan hier tegenover hervormingsgezinde liberale partijen als D66 en VVD. Deze tegenstelling speelt ook op thema’s van buitenlandpolitiek (Europa, Afghanistan). De tweede tegenstelling is die tussen dark green en bright green partijen. Zij betreft de oplossingen die partijen kiezen (moeten we de techniek aanpassen of onze levensstijl?), waar partijen waarde aan hechten (mensen of dieren?) en het belang dat ze hechten aan economische groei.

In deze ruimte kunnen we de vier partijen die het dichtst bij GroenLinks staan plaatsen: de SP, de PvdA en D66 zijn duidelijk lichtgroene partijen. Ze vinden het milieu best belangrijk zolang het maar niet ten koste gaat van mensenbelangen, onze levensstijl en economische groei.[2]Alleen de Partij voor de Dieren heeft een heldere dark green anti-groei en anti-antropocentrische agenda De SP, PvdA en D66 verschillen wél sterk op sociaaleconomische onderwerpen: de SP is helder anti-hervorming en D66 helder pro-hervorming. De PvdA neemt een middenpositie in (tegen hervormingen in de zorg, maar wel voor het leenstelsel). De PvdD neemt net als de PvdA een middenpositie in. De centrale vraag is: waar moet GroenLinks zich plaatsen op deze twee dimensies?

De PvdA als ijkpunt
GroenLinks is ontstaan als een fusie van verschillende partijen die zich links van de PvdA plaatsten. Twee van de oprichtende partijen zijn ontstaan omdat de grote sociaaldemocratische partij te veel naar rechts neigden: de CPN en de PSP.[3] De PPR is ontstaan als een progressief-Christelijke bondgenoot van de PvdA.[4] In 1989 gingen deze drie partijen samen.[5] Wat zij deelden was dat ze hun eigen positie definineerden in relatie tot de PvdA. GroenLinks wilde de PvdA in de formatie en PvdA-kiezers in de verkiezingen een links alternatief bieden.

Links of hervormingsgezind?
De oprichters van GroenLinks plaatsten zich allemaal in economische zin links van de PvdA. Het debat over economische onderwerpen is in Nederland sinds het eerste kabinet-Van Agt eigenlijk altijd gevoerd in termen van bezuinigen op versus behoud van de verzorgingsstaat. De vrije markt en de individuele verantwoordelijkheid staan tegenover collectieve verantwoordelijkheid en het streven naar inkomensgelijkheid. De PvdA heeft altijd verantwoordelijkheid genomen voor bezuinigingen waar GroenLinks zich tegen verzette. In het Paarse kabinet liet de PvdA zich van haar economisch meest rechtse kant zien: marktwerking en werk stonden voorop. GroenLinks, onder Paul Rosenmöller, werd het gezicht van het verzet hiertegen. De partij beschermde de rechten van uitkeringsgerechtigden. De leus ‘werk, werk, werk’ bood in de ogen van GroenLinks geen afdoende antwoord op uitsluiting en armoede.

Tijdens het tweede kabinet-Balkenende verschoof de positie van GroenLinks. Femke Halsema voelde zich gevangen in de tegenstelling tussen bezuinigend rechts en behoudend links. Met Vrijheid Eerlijk Delen probeerde ze daar een alternatief voor te formuleren: hervormingsgezind links. De kern van Vrijheid Eerlijk Delen was dat mensen niet langer afhankelijk moesten zijn van een uitkering, maar van werk naar werk begeleid moesten worden. Werk is de sleutel voor emancipatie uit armoede. Daarom steunde GroenLinks de versoepeling van het ontslagrecht en de verkorting van de WW. Deze maatregelen zouden misschien leiden tot minder inkomens- c.q. baanzekerheid, maar GroenLinks zou werkzekerheid bieden. GroenLinks wilde de kansen van mensen met weinig rechten op de arbeidsmarkt (zoals flexwerkers, ZZP’ers, starters en deeltijdwerkers) verdedigen tegenover de ‘insiders’. Ze koos hiermee het conflict met de vakbonden, met de PvdA en de SP, die de verworven rechten van insiders verdedigden. GroenLinks omarmde in deze periode ook het sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs, de verhoging van de AOW-leeftijd en een grotere eigen verantwoordelijkheid in de zorg. Je kunt ook stellen dat aan de bezuinigingen die de VVD en het CDA voorstelden een sociale draai werd gegeven. Hiermee activeerde Halsema een nieuwe tegenstelling in de Nederlandse politiek die dwars door de links/rechts-tegenstelling liep: die tussen hervormingsgezind en behoudend. GroenLinks moest een hervormingsgezinde linkse partij zijn. D66 was in deze koers een bondgenoot: ook zij was hervormingsgezind maar op een centrumrechtse positie. De PvdA en de SP waren in deze visie behoudend links. Op sociaal-economische onderwerpen had GroenLinks daarmee een onderscheidende positie.[6],[7]

Het sluiten van het Lenteakkoord in april past in deze ontwikkeling. Na de val van de coalitie van CDA, VVD en PVV met haar ongekend rechtse economische programma, dat radicaal bezuinigde op de zorg, de sociale zekerheid, de cultuur en de natuur, sloot GroenLinks samen met CDA, VVD, D66 en ChristenUnie een begrotingsakkoord zonder de PvdA. GroenLinks had nog nooit eerder zo dicht bij de politieke macht gezeten en deed dat zonder de PvdA. Wat de partijen bond was niet hun positie op de links/rechts-dimensie maar hun hervormingsgezindheid. Midden in de crisis waren de voorstellen van GroenLinks over sociaal-economische onderwerpen relevanter dan ooit: het programma leverde op de lange en de korte termijn bezuinigen op en waren goed voor de werkgelegenheid. Het Lenteakkoord hield zich aan de 3%-regel van de Europese commissie, zette een aantal hervormingen in op de arbeidsmarkt en vijlde de scherpe randen af van een grote set bezuinigingen die CDA en VVD al hadden afgesproken met de PVV.

Het Lenteakkoord was een opmerkelijke stapGroenLinks onderschreef een ingrijpend bezuinigingspakket zonder de PvdA. Eerder had de PvdA altijd compromissen gesloten met CDA en VVD over bezuinigingen en hadden GroenLinks of haar voorgangers vanaf de zijlijn kritiek geleverd. Nu stond GroenLinks in het veld, en stelde ze liever vuile dan lege handen te hebben. De PvdA had een vergelijkbaar akkoord kunnen sluiten en GroenLinks had evengoed aan de zijlijn kunnen staan. Maar GroenLinks koos voor het akkoord omdat de partij daarmee een deel van haar hervormingsgezinde linkse agenda kon realiseren, én kon laten zien aan de kiezer dat GroenLinks het verschil kon maken.

GroenLinks, de PvdA en D66
GroenLinks en haar voorgangers hebben hun bestaansrecht altijd ontleend aan hun verhouding tot de PvdA. In sociaaleconomisch opzicht stond GroenLinks links van de PvdA: zo konden ze als concurrent de PvdA naar links trekken en een linkse coalitiepartner bieden. Die positie is overgenomen door de SP, een anti-hervormingsgezinde partij.[8] We kunnen het Lenteakkoord op twee manieren begrijpen: politiek-inhoudelijk en politiek-strategisch.

Als GroenLinks deze koers inhoudelijk onderschrijft, dan geeft de partij prioriteit aan haar sociaaleconomisch hervormingsgezinde positie boven haar linkse positie. Zij kiest dan een progressieve, blauwe koers die focust op sociaal-economische hervormingen op de arbeidsmarkt en de woningmarkt, in de zorg en in het onderwijs. Hierachter zit een visie die individuele ontplooiing boven collectieve arrangementen plaatst. Die voorkeur sluit aan bij een vrijzinnige, individualistische culturele agenda die de rechtstaat en de rechten van moslims en asielzoekers verdedigt zonder de rechten van vrouwen en homo’s uit het oog te verliezen. Hierbij wordt ook de Europese samenwerking omarmd: we kiezen niet voor de zekerheden van de Nederlandse verzorgingsstaat maar voor de kansen van een flexibele Europese samenwerking. De belangrijkste bondgenoot voor GroenLinks bij deze koers is D66. In het Lenteakkoord, met haar mix van hervormingen, bezuinigen en vergroeningen, konden beide partijen zich vinden. D66 durfde tijdens de verkiezingscampagne van 2012 eerlijk te vertellen welke hervormingen nodig zijn op de arbeidsmarkt en in de zorg. In een land dat in economisch en cultureel opzicht conservatief is, helt deze formatie in progressieve richting en vaart dus tegen de stroom in. Nu wordt er nu een paars kabinet gevormd van PvdA en VVD. Hoe verhoudt een blauwe koers tegenover een paars kabinet? Een blauwe oppositiekoers stelt dat het PvdA/VVD kabinet te veel negatief uitruilt, te weinig hervormt en daarmee te veel dingen houdt zoals ze zijn. We volgen hiermee de lijn van Halsema.

Je kunt het Lenteakkoord ook anders interpreteren. De PvdA ondertekende tijdens de formatie van 2012 een Herfstakkoord dat grotendeels overeenkkwam met het Lenteakkoord. De keuze van de PvdA om in de lente van 2012 aan de kant te staan met lege maar schone handen was met name politiek-strategisch. Ook de PvdA is centrumlinks en gematigd hervormingsgezind. Zij koos nu tegen deze voorstellen omdat ze de hete adem van de SP in de nek voelde. GroenLinks wilde aan potentiële kiezers en coalitiepartners laten zien dat zij op lastige onderwerpen verantwoordelijkheid kon nemen. Nu de PvdA in de formatie met de VVD het Lenteakkoord-met-amendementen omarmt en juist een hervormingsgezind linkse positie inneemt, kan GroenLinks ook kiezen voor een rode koers. Deze koers volgt de succesvolle oppositiestrategie van Rosenmöller tijdens het eerste paarse kabinet.. Leg nadruk op het klassiek sociaaleconomisch linkse profiel van GroenLinks. Laat de PvdA maar de lasten dragen voor de hervormingen van het ontslagrecht, de WW en de zorg. Richt je tijdens het PvdA/VVD-kabinet op die onderwerpen die de PvdA in een formatie met de VVD zal moeten slikken, met name waar het gaat om eerlijk delen.

Dit is een duidelijke keuze voor GroenLinks: blauw of rood? Is het nu tijd om definitief te breken met de sociaaldemocratie als kompas waar GroenLinks haar koers vanaf laat hangen? Of biedt het huidige kabinet juist een kans om de plaats van de sociaaldemocraten op te eisen?

Groen
GroenLinks is niet alleen opgericht als een samenwerkingsverband links van de PvdA. Hieraan was ook een groene agenda gekoppeld. Maar groen is niet een eenduidige politieke stroming maar omvat een verschillende richtingen.

Bright green of dark green
Van de oprichters van GroenLinks hadden met name de PPR en de PSP een groen profiel. Ze zijn niet opgericht als groene partijen, maar hun verzet tegen kernenergie en kernbewapening plaatsten hen wel in het groene kamp. Met name de PPR wilde niet dat de nieuwe formatie alleen een links karakter kreeg, maar streefde naar een vernieuwende groene dimensie. Zo zou GroenLinks aansluiten bij de Europese groene familie. Is GroenLinks in deze opzet geslaagd?

In de groene politiek zijn er grofweg twee stromingen: dark green en bright green. Dark green politiek heeft vier kenmerken: zij constateert een door de mens veroorzaakte ecologische crisis; die is niet alleen een probleem omdat de crisis het voortbestaan van de mensheid in gevaar brengt, maar ook dat van dieren, de natuur en de aarde zelf; de oplossing voor onze problemen is een verandering van onze moraal; en economische groei moet worden afgezworen. Bright green politiek onderschrijft alleen de eerste positie: er is sprake van een ecologische crisis, maar de oplossing hiervoor is te vinden in economische groei die voortkomt uit groene innovatie.

  • GroenLinks en haar voorgangers hebben sinds het midden van de jaren ‘60 gerept van een ecologische crisis. De aard van de crisis veranderde met het milieu: de eindigheid van grondstoffen (jaren ’70), de gevaren van kernenergie (jaren ’80), het gat in de ozonlaag (eind jaren ’80) en nu steeds meer klimaatverandering (sinds de jaren ’90).
  • In de ogen van GroenLinks zijn dit verdelingsvraagstukken: een eerlijke verdeling van grondstoffen binnen de huidige generatie en tussen huidige en toekomstige generaties. Groene politiek is eerder een voortzetting van sociale politiek dan een eigenstandige stroming.
  • GroenLinks heeft altijd één oplossing gehad: de verschuiving van de belasting van arbeid naar vervuiling. GroenLinks gelooft in het stimuleren van de markt om groene innovaties te ontwikkelen. Soms moet de overheid zelf vervuilende producten en processen verbieden of juist groene initiatieven ondersteunen. Dit leidt tot groene werkgelegenheid.
  • Dit heeft ook implicaties voor de houding tegenover groei: een groene belastingverschuiving zal in elk geval op korte termijnleiden tot nieuwe banen en groene groei.

Het profiel van GroenLinks is nooit donkergroen maar altijd bright green geweest: een enigszins technocratische benadering die de nadruk legt op slimme en innovatieve oplossingen. De intrinsieke waarde van niet-menselijk leven, een nieuwe moraal en het afzweren van economische groei zijn in de partij nooit mainstream geweest .

In electoraal opzicht is de groene koers succesvol: in de ogen van de kiezers is GroenLinks inderdaad dé groene partij . Een zeer groot deel van de kiezers denkt dat GroenLinks de beste oplossingen heeft voor natuurbescherming en klimaat. En voor een groot deel van de GroenLinks-kiezers is milieu het doorslaggevende onderwerp.

Dit is de kern van een groene koers. Wil GroenLinks haar groene karakter uitbuiten dan moet zij hier sterker de nadruk op leggen. Ecologie moet in politieke zin de kernwaarde zijn die alle onderwerpen verbindt: GroenLinks biedt groene oplossingen, niet alleen voor natuur, klimaat en dierenwelzijn maar ook voor gezondheid (gezond leven) en werk (groene banen). Groen is geen technocratisch verhaal van innovatie, maar een verhaal dat mensen direct in hun leefomgeving raakt. Geduld is gepast: onze tijd komt. We werken aan een consistent groen verhaal, zelfs als het niet het belangrijkste onderwerp voor de kiezer is.

De Partij voor de Dieren
Er zitten twee groene partijen in de Tweede Kamer: GroenLinks en de Partij voor de Dieren. In hoeverre zijn zij concurrenten?

In programmatisch opzicht heeft de Partij voor de Dieren een opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt. In de eerste zes jaar legde de partij in haar programma, haar parlementaire activiteiten (speeches en moties) en haar buitenparlementaire activiteiten (zoals de films Meat the Truth en Sea the Truth) een grote nadruk op dieren. Het programma van 2012 sprak echter eerst over duurzame energie, gezond voedsel en natuur en pas daarna over dierenwelzijn. De beprijzing van vervuiling is nu een kernpunt geworden. Het programma komt zo steeds dichterbij het GroenLinks-programma.

Electoraal gezien is dit (nog) niet zichtbaar. Electoraal gezien is dit (nog) niet zichtbaar. De Partij voor de Dieren krijgt niet zozeer groene stemmen, maar krijgt met name stemmen van mensen die geen vertrouwen hebben in andere partijen. Het is geen groene partij, eerder een anti-partijenpartij.[9] De electorale uitwisseling tussen GroenLinks en de Partij voor de Dieren is beperkt.

Er bestaat bij de Partij voor de Dieren een grote discrepantie tussen haar programma en haar electorale aantrekkingskracht. In programmatisch opzicht is de Partij voor de Dieren een concurrent van GroenLinks, maar in electoraal opzicht is dat niet het geval.

GroenLinks moet kiezen
De laatste twee jaar heeft GroenLinks een weinig consistente koers gevaren. Kiezers vinden het lastig om die koers te benoemen: is GroenLinks in de laatste jaren te veel naar links geschoven? Of juist te liberaal geworden? Is GroenLinks onvoldoende groen? Of juist te groen? Dat betekent dat GroenLinks staat voor fundamentele keuzes: legt ze de nadruk op duurzaamheid, kansengelijkheid of vrijzinnigheid? Kiest ze voor een oude linkse of een progressieve middenkoers? Gaat ze voor eerlijk delen of hervormen? Gaat GroenLinks voor een diepgroene of een felgroene positionering? Werkt ze samen met de Partij voor de Dieren, D66 of de PvdA? Hier is geprobeerd de veelheid en complexiteit aan keuzes over de koers te ordenen volgens de kleuren groen, rood en blauw.

Een blauw programma
Een kansrijke toekomst. Dat is wat wij willen. De huidige verzorgingsstaat past niet meer bij hoe mensen nu leven en werken, denk aan de obstakels voor ZZP’ers. Deze crisis is een kans om ons land klaar te maken voor de toekomst. Als we onze sociale zekerheden nu hervormen zodat ze toekomstbestendig zijn, dan slaan we twee vliegen in één klap: we werken aan een economie die nu sterk is en straks stand houdt.Wij kiezen voor vijf hervormingen

  • Investeren in onderwijs: want dat betekent eerlijke kansen voor iedere kind;
  • Een flexibele arbeidsmarkt: meer kansen voor ZZP’ers en flexwerkers;
  • Beweging in de huizenmarkt: meer kansen voor starters;
  • Grip op de zorgkosten: dat betekent meer eigen bijdrage, naar draagkracht;
  • En bovendien: digitale grondrechten in de grondwet.
Een rood programma
Een socialer Nederland. Dat is wat wij willen. We moeten nu kiezen hoe we Nederland uit de crisis leiden. Kiezen we voor een Nederland waar iedereen maar zijn eigen problemen moet oplossen? Of hebben we een warm hart voor mensen die het niet breed hebben en juist het hardste geraakt worden door de crisis? Wij leggen de rekening van de crisis bij de banken, die door hun inhalige gedrag talloze mensen in de problemen gebracht hebben. We zorgen ervoor dat mensen met een uitkering kunnen rondkomen en dat mensen die nu aan de kant staan werk kunnen vinden.Dit betekent:

  • De banken aan banden leggen;
  • De zorg voor iedereen betaalbaar houden;
  • Een 60%-tarief voor veelverdieners;
  • De beste docenten voor de klas;
  • En bovendien: geen versoepeling van het ontslagrecht.
Een groen programma
Een schoon land. Dat is wat wij willen. GroenLinks werkt aan een economie die draait op wind en groeit op zon. De groene innovaties van vandaag zijn de duurzame banen van morgen. Een groen land is bovendien een gezond land, waarin onze kinderen zorgeloos kunnen opgroeien. GroenLinks kiest voor duurzaam en diervriendelijk voedsel en voor ruimte voor de natuur. GroenLinks kiest voor een samenleving die in balans is met ons milieu, ons klimaat en onze natuur. Want economie en ecologie gaan hand in hand. Een schoon land is gewoon een kwestie van gezond verstand:

  • 50% schone energie in 2030;
  • Een einde aan 10 miljard subsidies voor vervuilers en de bio-industrie;
  • Gezond leven wordt makkelijker: biologisch eten wordt goedkoper;
  • Vrije uitloop voor dieren: geen megastallen;
  • En bovendien: Nederland kernenergievrij.

[1] Ook de PPR stond begin jaren ’80 op een cruciaal punt in haar geschiedenis. De keuzes die zij toen voor stond werden ook in termen van kleuren gezien (Waltmans, 1983:196).

[2]Denk maar aan het verzet van de PvdA en SP tegen de belasting op de reiskostenvergoeding en de belasting op vlees, van de SP tegen rekeningrijden, van D66 tegen kernenergie en megastallen.

[3] De CPN ontleende haar bestaansrecht uit het feit dat de sociaaldemocratie zich te veel richtte op sociale hervormingen, zoals de achturige werkdag, en niet principieel vasthield aan een principieel socialistische koers. De PSP ontleende haar bestaansrecht uit het feit dat de sociaaldemocratie steun verleende aan het Amerikaanse buitenlandbeleid tijdens de Koude Oorlog, alhoewel al veel oprichters van de PSP de PvdA hadden verloren na de politionele acties in Nederlands-Indië.

[4] Ze kwam voort uit de Katholieke KVP. Zij hoopten dat een progressief akkoord van PvdA, D66 en Christen-radicalen een linkse meerderheid zou kunnen halen. Een linkse minderheid zou midden jaren ’70 het kabinet-Den Uyl afdwingen, waarin de PPR ook ministers zou leveren.

[5] Ook de EVP ging in deze formatie op. Haar positie lijkt enigszins op die van de PPR.

[6] De steun voor de Kunduzmissie lijkt op de steun voor het Lenteakkoord. De oprichters van GroenLinks waren allemaal verbonden met de vredesbeweging. Na de Koude Oorlog zocht GroenLinks een nieuwe buitenlandkoers. Dit uitte zich in een permanente balans tussen verzet tegen het Amerikaanse buitenlandbeleid en het streven naar een internationale rechtsorde. De meerderheid van GroenLinks steunde -zeker na de genocide in voormalig Joegoslavië- het gebruik van militair geweld om mensenrechten te beschermen. GroenLinks steunde militaire operaties in Kosovo (1999) en Afghanistan (2001) en verzette zich tegen de invasie van Irak in 1991 en 2003. De steun voor de politietrainingsmissie was een logische stap: GroenLinks steunde de inval in Afghanistan in reactie op de aanslag van 11 september. Daarna was GroenLinks niet altijd even koersvast. De balans tussen de meer pacifistische achterban en de meer interventionistische partijtop was precair. Voor de interventionisten was duidelijk dat Nederland (en GroenLinks) vanwege haar steun aan deze invasie een verplichting had om de opbouw van de Afghaanse rechtstaat te steunen. Voor de pacifistische achterban kon de missie niet los gezien kan worden van de Amerikaanse Afghanistanpolitiek. De PvdA die het kabinet in 2010 had laten vallen over een militaire missie naar Uruzgan, Afghanistan stond negatief tegenover de missie. Het kabinet vond steun bij de ChristenUnie, D66 en GroenLinks. Binnen GroenLinks waren de partijtop, de achterban en het electoraat verdeeld.

[7] De verschuiving van links naar hervormingsgezind links viel samen met een beweging van Euroskeptisch naar pro-Europees. Eind jaren ‘90 wees GroenLinks het Verdrag van Amsterdam af. In 2005 was zij een van de vocaalste verdedigers van de Europese grondwet. Deze twee bewegingen lopen parallel: GroenLinks omarmde een wereldbeeld van flexibiliteit en globalisering. Tegelijkertijd schoof de PvdA in een Euroskeptische en in sociaaleconomische zin meer ‘behoudende’ richting met name onder druk van de opkomst van de SP.

[8] In 2012 leek de SP de functie van PvdA als natuurlijke linkse regeringspartij over te nemen.

[9] Dit is overigens dezelfde aantrekkingskracht die de Duitse Groenen door hun hele geschiedenis hebben gehad. De Groenen zijn opgericht als anti-partijenpartij. En hun recente renaissance is gebaseerd op hun profiel als betrouwbare, integere partij in een landschap van onbetrouwbare partijen.

Stelling 4: kleine partijen kunnen een groot effect hebben

Op 31 oktober hoop ik te promoveren in de politicologie. Bij een proefschrift horen stellingen. Ik wil de komende weken de stellingen van mijn proefschrift kort toelichten, want ik vond het erg leuk om de toelichtingen van Tom Louwerse een jaar geleden te lezen. Vandaag de vierde: een open brief aan Marianne Thieme.

Stelling 4: “De Partij voor de Dieren is een krachtige ondersteuning van de stelling die vaak toegeschreven wordt aan Margaret Mead: “Never doubt that a small group of thoughtful, committed people can change the world.””

Beste Marianne Thieme,

Voor uw partij, de Partij voor de Dieren, heb Ik een bijzonder grote bewondering, zowel als politicoloog als als partijgebonden kiezersonderzoeker. Toen uw partij zes jaar geleden in de Tweede Kamer kwam deed u dat op een verkiezingsprogramma dat sterk verschilde van de bestaande verkiezingsprogramma’s door haar exceptionele focus op landbouw en dierenwelzijn. In uw Kamerwerk toonde u en uw collega’s ook een bijzondere focus op landbouw. U eindigt iedere bijdrage met de woorden “tevens ben ik van mening dat de bio-industrie afgeschaft moet worden.” Door de grote aandacht die u besteedt aan landbouw heeft u dit onderwerp op de agenda gezet. De Partij voor de Dieren is, zeker gezien haar beperkte grootte, de meest succesvolle nieuwe partij in de Nederlandse geschiedenis.
In mijn proefschrift heb ik onderzocht waarom de PvdD zo succesvol is. Het mechanisme dat ik daarachter heb gevonden, is dat partijen controle willen houden over de definitie van het conflict over landbouw. Als de PvdD moties gaat indienen over landbouw dan moeten andere partijen wel volgen omdat ze anders alleen maar tegen moties van de PvdD kunnen stemmen. Zo kan zelfs een kleine partij de agenda beïnvloeden. Daarmee is de PvdD een krachtige ondersteuning van de stelling die vaak wordt toegeschreven aan Margaret Mead: een kleine groep van bedachtzame en toegewijde mensen kan de wereld veranderen.

Als partijgebonden kiezersonderzoeker heb ik grote bewondering voor uw partij. Zelfs als we tijdens de verkiezingstijd regelmatig speldenprikjes aan elkaar hebben uitgedeeld: u citeerde een twitterdebat met mij tijdens een discussie over het Lenteakkoord; uw partij publiceerde een lange lijst met tendentieuze uitspraken over de mijne; dus vervolgens heb ik on-line ieder van de uitspraken weerlegd. Politieke partijen kunnen het beste herkend worden door kiezers als ze sterk focussen op een bepaald thema: D66 focust op onderwijs, de PVV op migratie en de PvdD, dus, op dierenwelzijn. Zo zijn partijen herkenbaar voor kiezers. Veel partijen vinden het lastig om focus te kiezen. Eén van de verklaringen voor het slechte resultaat van de PvdA in 2006 is dat ze zich niet op een centraal thema konden richten: onderwijs, zorg, eerlijk delen of veiligheid.

Daarom verbaast het laatste programma van de PvdD mij wel: dat programma focust niet dierenwelzijn maar besteedt veel aandacht aan gezond voedsel, schone energie en mooie natuur. Hiermee komt de PvdD met een groen en sociaal programma dicht bij de PvdA, D66, GroenLinks, de CU en de SP. De Partij voor de Dieren heeft haar radicale, niet-antropocentrische programma naar de achtergrond geschoven. De verhouding tussen dieren en mensen is in dit programma stevig verschoven richting mensen. Het programma stelt “mensenrechten zijn erom te worden nagestreefd” maar heeft het niet over dierenrechten. Het is een teken aan de wand van een veranderende focus. Het radicale dierenrechtenprogramma, is ingeruild voor een breed groen en sociaal programma met oog voor mens, milieu en dier.

Uw partij lijkt haar unieke karakter op te geven. En dat vind ik een groot gemis voor de Nederlandse politiek.

Vriendelijke groet,

Simon Otjes

Stelling 1: Als je de agenda wil bepalen, moet je haar niet volgen

Op 31 oktober hoop ik te promoveren in de politicologie. Bij een proefschrift horen stellingen. Ik wil de komende weken de stellingen van mijn proefschrift kort toelichten, want ik vond het erg leuk om de toelichtingen van Tom Louwerse een jaar geleden te lezen. Vandaag de eerste: een open brief aan Henk Krol.

Stelling 1: “Het is voor veel nieuwe partijen lastig om zich aan de parlementaire agenda te onttrekken. En toch moet je deze agenda niet volgen, als je deze wil bepalen.”

Beste Henk Krol,

Laat ik allereerst de mogelijkheid nemen om u, zij het wat laat, te feliciteren met de uitslag van uw partij, 50Plus, bij de Tweede Kamerverkiezingen.

Nieuwe partijen als de uwe komen vaak met grote ambities naar Den Haag: de Politieke Unie 55+ schreef in 1994 “Natuurlijk zal de Unie, alhoewel er reeds circa 3.5 miljoen potentiële kiezers van vijfenvijfitg jaar en ouder zijn geen meerderheid in de Tweede Kamer verkrijgen (…). Toch kan haar invloed groot zijn. Elke zetelwinst zal ten koste gaan van andere partijen. Door de afgedwongen wijziging van de opstelling van de bestaande partijen en door eigen inbrengen zullen de doelstelling van de Politieke Unie 55+ kunnen worden verwezenlijkt.” In mijn proefschrift kijk ik naar het vermogen van nieuwe partijen om aandacht voor thema’s in de Tweede Kamer te beïnvloeden. U noemt zelf naar de Partij voor de Dieren als voorbeeld. Ik denk dat u dat terecht doet: deze partij is een van de meest succesvolle nieuwe partij geweest als we kijken naar haar effect op de bestaande partijen.

Waarom is de PvdD zo succesvol geweest? Er is hier één belangrijke oorzaak voor: focus. Geen partij in de Tweede Kamer is zo sterk gefocust geweest op één onderwerp, in haar geval landbouw. 69% van haar eerste verkiezingsprogramma ging over landbouw, 36% van haar parlementaire speeches en 68% van haar moties. Daardoor heeft zij de toon gezet van het debat over landbouw. De zeer grote aandacht voor landbouwthema’s leidde zichtbaar tot wrevel bij andere partijen: D66-Kamerlid Boris van der Ham verliet de vergadering en riep “Dit heeft zo geen zin.” toen de PvdD tientallen moties over dierenwelzijn indiende. Maar niets is minder waar: ook D66 heeft meer aandacht besteed aan landbouw en dierenwelzijn sinds de PvdD zo opereert in de Tweede Kamer. Andere partijen moesten wel mee doen met de PvdD, wilden zij de grip over  het debat niet verliezen. Ik zie in mijn eigen onderzoek dat nieuwe partijen zelfs als ze klein zijn, een grote invloed kunnen hebben op de parlementaire agenda, ten minste als ze sterk gefocust zijn op hun eigen onderwerp. Mijn eerste advies is dus focus op uw eigen onderwerp: ouderen. Neem tijdens de financiële beschouwingen de volle tijd om te praten over pensioenen. U zult, gezien uw achtergrond, graag willen bijdragen aan bijvoorbeeld een debat over homo-emancipatie. Mijn advies doe dat niet: het is voor veel nieuwe partijen lastig om zich aan de parlementaire agenda te onttrekken. En toch moet je deze agenda niet volgen, als je deze wil bepalen.

Het tweede advies is: geen ruzie. Nieuwe partijen die ruziemaken hebben minder effect op bestaande partijen. Dat is waar de eerste generatie ouderenpartijen aan onder is gegaan. Er is naast grootte, focus en interne organisatie, een vierde oorzaak voor het succes van nieuwe partijen. Als nieuwe partijen een onderwerp aansnijden dat nog niet gepolitiseerd is, bereiken ze veel meer dan als ze een onderwerp aansnijden dat al op de politieke agenda staat. Hierin staat uw nieuwe partij op achterstand. Uw partij is binnengekomen op het verzet tegen de verhoging van de AOW-leeftijd en de onzekerheid over de pensioenen. Dit onderwerp is al sterk gepolitiseerd, met de PVV en de SP die de kant van ouderen gekozen hebben. Dit maakt het onwaarschijnlijk dat uw partij de aandacht voor pensioenen zal vergroten, immers deze onderwerpen zijn al sterk gepolitiseerd.

Intern eenheid en sterke focus. De belangrijkste factoren voor succes voor een kleine partij in de Kamer. Dat kan ik u zeker aanraden. Ik wens u veel succes met uw werk in de Tweede Kamer,

Vriendelijke groet,

Simon Otjes

Anders dan de PvdD liegen dieren nooit

Ook de Partij voor de Dieren heeft een vergelijking met GroenLinks gemaakt. De lijst zit vol met onwaarheden, halve waarheden, tendentieuze uitspraken en quotes buiten context. Laten we ze eens doorlopen

Groen
Op groen kiest de PvdD ervoor om haar zusterpartij die net als haar voor een duurzame economie is en een groene campagne voert, op basis van uit context gehaalde quotes de maat te nemen.

De Partij voor de Dieren stelt dat GroenLinks economische groei belangrijk vindt. Hiervoor geven ze twee persberichten waarin GroenLinks haar zorgen uitspreekt over bezuingingsmaatregelen en loonmatiging, en geeft hierbij als argument dat dit economische groei beperkt. Niet de sterkste onderbouwing. Maar wat schrijft GroenLinks over groei in haar programma?

“Het is tijd onze neoliberale economie grondig te herzien. Klassieke economische groei levert niet meer wat zij ons zo lang vanzelfsprekend gaf: betere levens. Ondanks de stijgende welvaart nemen welzijn en geluk niet meer toe. Een duurzame economie is gericht op het welzijn van mensen, werkt zonder schulden en is financieel en ecologisch in balans.”

Helderder kan je toch niet zijn? Of misschien wel:

“Het is tijd voor een bredere opvatting van rijkdom en vooruitgang, waarin groei van welzijn en behoud van natuur en milieu centraal staan. Het uitgangspunt van een gezond financieel-economisch beleid is het Bruto Nationaal Geluk. “
Eindoordeel: onwaar

Ook weet de Partij voor de Dieren Jolande Sap te quoten “Moeten we wel zo sterk op groen inzetten als groen in deze tijd niet zo lekker ligt. Is dat de investering waard?” Nu lijkt het alsof Sap zelf vindt dat groen niet belangrijk is. Maar de quote is uit context gehaald:

“Je kijkt; moeten wij ook niet in deze tijden toch wat meer winst kunnen incasseren? Moeten we wel zo sterk op groen inzetten als groen in deze tijd niet zo lekker ligt? Is dat de investering waard? Daar wordt af en toe verschillend over gedacht.”

Dat lijkt me andere koek: binnen GroenLinks wordt er gediscussieerd over waar de nadruk op moeten komen te liggen. Wat is de conclusie van die discussie? In het Financieel Dagblad schreef campagneleider Klaver:

“GroenLinks kiest ervoor de groenste campagne te voeren in haar geschiedenis.”

Eindoordeel: onwaar.

De Partij voor de Dieren schrijft dat GroenLinks een CO2-reductie van 30% in 2020 wil. Dat klopt helemaal. Wij willen dat niet alleen maar bieden ook de maatregelen om daar toe te komen. Als enige partij in de doorrekening weet GroenLinks dit doel te bereiken. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving reduceert GroenLinks broeikasgassen met 31%. Welke reductie van CO2 de Partij voor de Dieren met haar programma weet te realiseren is volslagen onduidelijk: zij hebben hun programma niet laten doorrekenen. Hiermee is het hele programma van de Partij voor de Dieren weinig meer waard dan het nietje dat de boel bij elkaar houdt.
Eindoordeel: waar en doorgerekend, anders dan het programma van de Partij voor de Dieren. 

De Partij voor de Dieren schrijft dat natuur voor GroenLinks geen breekpunt is. Die claim fundeert ze op basis van het Lenteakkoord. GroenLinks had een heldere inzet bij die onderhandelingen: een streep door de bezuinigen op natuur van Bleker. Dat is gelukt. Wat de Partij voor de Dieren heeft binnen gehaald? Niets. GroenLinks formuleert geen breekpunten, de Partij voor de Dieren boekt geen resultaten. In ons programma kunnen we, als enige, meer geld in natuur investeren dan Bleker heeft bezuinigd. Op basis van de doorrekening kunnen we zien dat de Partij voor de Dieren evenveel geld over heeft voor natuur als ze CO2 reduceert. Niets.
Eindoordeel: tendentieus.

De Partij voor de Dieren noemt ook nog de aanleg van de Kolencentrale in de Eemsmond. GroenLinks kon geen meerderheid vinden in de Provinciale Staten van Groningen om dit tegen te houden. In Provinciale Staten heeft GroenLinks tegen de bouw van de kolencentrales gestemd. Er was echter een meerderheid van andere partijen, namelijk PvdA, VVD, CDA en D66 die de bouw steunt. Onze gedeputeerde heeft uitgevoerd wat de meerderheid wil. Zo gaat dat in een democratie. Ik heb goed nieuws voor Thieme c.s. door de Kolentaks die GroenLinks invoert in het Lenteakoord komt de kolencentrale er niet. Wat deed de Partij voor de Dieren bij het Lenteakkoord, o ja, armen over elkaar aan de zijlijn.
Eindoordeel: onwaar en opgelost 

De PvdD geeft drie moties van hen die biobrandstoffen afwijzen waar GroenLinks tegen heeft gestemd. In ons programma stellen we heldere criteria voor biobrandstoffen:
“de teelt ervan [gaat] niet ten koste van natuur, voedselvoorziening en inheemse volkeren.” De PvdD is tegen het bijmengpercentage uit biobrandstoffen. GroenLinks heeft tegen hun motie over bijmengen gestemd. Dat betekent niet dat GroenLinks voor alle biobrandstoffen is. GroenLinks wil alleen écht duurzame biobrandstoffen uit reststoffen. Het huidige bijmengpercentage kan ook met duurzame biobrandstof worden gedaan. Dat is goed voor ons klimaat.
Eindoordeel: onwaar

De PvdD wil alle palmolie verbieden. GroenLinks heeft tegen hun verbod gestemd. Dat betekent niet dat GroenLinks voor alle palmolie is. GroenLinks wil alleen duurzaam geproduceerde palmolie wil importeren. En die is gelukkig in toenemende mate beschikbaar
Eindoordeel: onwaar

De PvdD pleitte tegen energie uit mestvergisting. Dat is erg onverstandig bij het huidige mestoverschot. De Partij voor de Dieren vindt schijnbaar dat dierenwelzijn zwaarder telt dan klimaatverandering. De bio-industrie is zo fout dat we zelfs restproducten niet nuttig mogen inzetten. Ik heb slecht nieuws voor Thieme. Biologische koeien kunnen niet buiten grazen als de polders onder water staan.
Eindoordeel: waar, maar biologische koeien kunnen niet buiten grazen als de polders onder water staan.

Europa
Over Europa zijn de Partij voor de Dieren en GroenLinks het oneens, maar we moeten die verschillen niet overdrijven of verkeerd weergeven.
De Partij voor de Dieren schrijft dat GroenLinks “zo snel mogelijk naar een politiek unie streeft, democratie belangrijk is, maar nu even niet”. Deze woorden zijn nooit door een GroenLinkser uitgesproken, maar opgeschreven door een overijverige Partij voor de Dierenstagair.
Maar wat wil GroenLinks dan wel met Europa?

“Om onze groene en sociale idealen te verwezenlijken, kiezen wij voor verdergaande Europese integratie en een Europese Unie die dichter bij mensen staat.”

We kunnen het klimaatprobleem, dierenleed en de bankencrisis niet in Nederland oplossen. Onze ham komt uit Parma, de banken opereren over landsgrenzen en broeikasgassen hebben geen paspoort. GroenLinks kiest voor Europees bankentoezicht om de wereld van de bonussen aan banden te leggen. De Partij voor de Dieren is tegen. En GroenLinks realiseert zich dat als je kiest voor Europese samenwerking dat dit dan ook democratisch moet: GroenLinks kiest voor een sterk Europees Parlement, een verkozen Europese commissie en Europees correctief referendum. De Partij voor de Dieren is hiertegen.
Eindoordeel: onwaar

In het verlengde hiervan stelt de Partij voor de Dieren dat GroenLinks voor het ESM heeft gestemd. Dat is inderdaad waar. GroenLinks heeft Europese garantiefonds ESM gesteund. Dat is de enige manier om ervoor te zorgen dat Spaanse jongeren, waarvan de helft werkloos is, een toekomst hebben. De Partij voor de Dieren biedt geen oplossingen voor hen.
Eindoordeel: waar. Maar de Partij voor de Dieren heeft geen oplossing voor Spaanse jeugd.

Mensen
De dierenpartij heeft twee mensenpunten gevonden waar GroenLinks en de Partij voor de Dieren verschillen.
GroenLinks kiest voor opt-out-stelsel van orgaandonatie: je kan kiezen om geen donor te zijn, maar anders worden je organen na je de dood gebruikt om levens te redden. De PvdD wil het huidige opt-in-stelsel behouden. Een oplossing voor het feit dat in Nederland tweehonderd mensen per jaar sterven omdat er geen organen zijn die ze nodig hebben om te overleven interesseert de PvdD schijnbaar niets. Het opt-out-stelsel dat GroenLinks voorstaat, behoudt vrije keuze, wordt breed gesteud en redt mensenlevens.
Eindoordeel: waar. Maar de Partij voor de Dieren heeft geen oplossing voor de tweehonderd mensen die overlijden vanwege een gebrek van organen

De Partij voor de Dieren schrijft dat GroenLinks voor een studentenleenstelsel is. GroenLinks kiest juist voor een sociaal leenstelsel in plaats van de studiebeurs. GroenLinks wil dat mensen naar draagkracht terugbetalen, onder gunstige voorwaarden, verlaagt het collegegeld met 500 euro en verhoogt de aanvullende beurs voor mensen met arme ouders en die blijft wel een gift. Het enige wat de Partij voor de Dieren rapporteert is dat wij voor een leenstelsel zijn. Dat is maar de helft van de waarheid. Dat in het huidige stelsel de bakker meebetaalt voor de studiebeurs van de advocaat is de PvdD ook vergeten.
Eindoordeel: tendentieus

Dieren
Natuurlijk heeft de PvdD wat punten over dieren weten te verzamelen waarin GroenLinks en de Partij voor de Dieren het oneens zijn. Ze hebben lang gezocht, want GroenLinks en de PvdD trekken op dit onderwerp samen op. Dat doen ze overigens op bijna alle onderwerpen: over 87% van de moties stemmen de twee partijen hetzelfde. Ze hebben toch zes punten weten te vinden.
De PvdD heeft een motie ingediend over het beperken van internethandel in dieren. GroenLinks heeft tegen gestemd. Dat betekent niet dat GroenLinks voor ongereguleerde internethandel is, maar we willen dat álle handel in dieren (dus niet alleen internethandel) beperkt wordt tot lijst van dieren waarin nog gehandeld mag worden.
Eindoordeel: onwaar

De PvdD heeft een motie ingediend om Orka Morgan terug te sturen naar de zee. GroenLinks heeft tegengestemd omdat naar oordeel van deskundigen deze orka nagenoeg geen overlevingskans hebben zou als zij zou worden vrijgelaten. De PvdD zou met vrijlating het dier naar alle waarschijnlijkheid de dood hebben ingestuurd.
Eindoordeel: waar, maar de PvdD veroordeelde een orka tot de dood

GroenLinks heeft tegen de dierenpolitie gestemd. GroenLinks wil geen dierenpolitie zoals door de PVV bedacht. Wij willen meer geld naar de dierenbescherming, zodat de bestaande controleurs beter hun werk kunnen doen. Even effectief en een stuk goedkoper. Wij willen wel graag het meldnummer “144 red een dier” behouden.
Eindoordeel: tendentieus

GroenLinks heeft tegen de door de PvdD voorgestelde aparte kilometerheffing voor diertransporten gestemd. GroenLinks wil een harde maximumtijdsduur waarbinnen dieren mogen worden vervoerd, namelijk 4 uur. De PvdD vindt schijnbaar dat als je maar genoeg betaalt, je dieren blijkbaar langer mag kwellen.
Eindoordeel: waar, maar de PvdD vindt dat dierenmishandeling mag als je er maar genoeg voor betaald

GroenLinks werkt volgens de Partij voor de Dieren, zij het niet van harte, op provinciaal niveau mee met megastallen. Laten we helder zijn: GroenLinks is tegen megastallen en pleit voor een wettelijk maximum op de schaalgrootte van boerenbedrijven. In onze provinciale coalitieakkoorden heeft GroenLinks zich hard gemaakt voor een zo ver mogelijk beperken van de bouw van megastallen, maar stemde in met een compromis. Dankzij GroenLinks worden er minder megastallen gebouwd.
Eindoordeel: tendentieus

De PvdD schrijft dat GroenLinks het goed vindt als er ganzen vergast worden. Dat doet ze omdat GroenLinks het ganzen-7 akkoord steunt dat gesloten is door onder anderen Natuurmonumenten en de Vogelbescherming. Het akkoord zorgt ervoor dat het aantal ganzen dat geruimd wordt in de komende vijf jaar drastisch omlaag gaat. Als we de redeneringen van de PvdD tot nu toe zouden volgen, dan zou tegen het ganzen-7 akkoord zij,n zoals de PvdD is, betekenen dat je wilt dat er per jaar 100.000 ganzen worden afgeschoten zoals de situatie was voor het sluiten van het akkoord. Uiteindelijk is het akkoord een compromis tussen natuurorganisaties en boeren, dat er voor zorgt dat er meer ganzen in leven blijven.
Eindoordeel: tendentieus

Eindoordeel
Zeven keer schrijft de PvdD dingen op die gewoon niet waar zijn. Vijf keer is de PvdD tendentieus bezig en haalt ze quotes, stemgedrag en voorstellen uit context. Zes keer klopt het wel dat GroenLinks zo heeft gestemd, maar heeft de PvdD zelf geen oplossingen voor de problemen die GroenLinks zo oplost. Als er echte verschillen zijn, dan komt het omdat of de PvdD kies voor een principiele getuigenispolitiek die niets bereikt. De Partij voor de Dieren heeft liever schone maar lege handen, dan dat ze wat verandert voor mens, dier en milieu. Soms zijn er ook verschillen omdat de PvdD zo vasthoudt aan hun dierenrechtenprincipes dat hetzelfs ten koste gaat van het leven van die dieren zelf en ons klimaat. De Partij voor de Dieren neemt het niet zo nauw met de waarheid, en dat terwijl dieren nooit liegen.

De wilde veren van de Partij voor de Dieren

Dierenrechten liggen niet meer in de etalage van de Partij voor de Dieren. In de etalage ligt vlees, natuurlijk wel onder een hoger BTW-tarief.

Focus

Ik heb een grote bewondering voor de Partij voor de Dieren. Ze hebben iets wat bijna alle Nederlandse partijen missen: focus. Een scherpe, inhoudelijke focus. Er is geen partij geweest in de geschiedenis van de Nederlandse politiek die zo sterk gefocust is op één onderwerp, in haar verkiezingsprogramma’s én haar parlementaire werk.

Met die strategie heeft de partij heel wat bereikt. Niet door haar eigen moties, amendementen of wetsvoorstellen. Die zijn bijna allemaal verworpen. Maar door aandacht te vragen voor dierenrechten dwingt ze de andere partijen meer te doen op dit onderwerp. Er was geen convenant geweest over rituele slacht als Thieme de wet tegen de rituele slacht niet had ingediend. De partij noemt zichzelf graag een haas in de marathon: door haar aanwezigheid in de race moeten de andere partijen harder lopen voor dierenrechten. De Partij voor de Dieren is, zeker gezien haar beperkte grootte, de meest succesvolle nieuwe partij in de Nederlandse geschiedenis. Door haar exceptionele focus heeft zij het onderwerp dierenrechten bovenaan op de agenda van het Nederlandse parlement gekregen.
En dat is een lovenswaardig, want de manier waarop mensen dieren behandelen is misselijkmakend. Dieren hebben intrinsiek waarde: hun leven moet niet ten dienst staan van ons leven. Dieren hebben rechten omdat ze net als wij levende wezens zijn die pijn, angst en honger kunnen voelen. De Partij voor de Dieren en GroenLinks zijn groene bondgenoten waarbij de eerste wat meer focust op dieren en de tweede op groene economie die niet stilstaat op kolen en olie, maar draait op zon en wind.

Dierproductierechten

Wat wil mijn verbazing toen ik het programma van de partij doorlas: het woord ‘dierenrechten’ is in het programma niet meer terug te vinden. Wel het woord ‘dierproductierechten’. Een dierproductierecht is het recht van een boer om een bepaald aantal dieren te houden. De enige diergerelateerde rechten die het programma van de Partij voor de Dieren beschrijft zijn rechten van mensen, niet van dieren. De Partij voor de Dieren deze kafkaësque beleidstaal overgenomen: ze verzet zich niet tegen de term, maar wil dat het systeem van dierproductierechten wordt uitgebreid.

Dieren nemen überhaupt een ondergeschikte positie -en dan bedoel ik niet alleen in de samenleving maar ook in het  programma van de Partij voor de Dieren: de eerste drie hoofdstukken gaan over voedsel, natuur en energie. Dan pas is er een hoofdstuk dat alleen maar over dieren gaat. Landbouwdieren komen aan de orde in het hoofdstuk over voedsel. Het eerste voorstel in dat hoofdstuk is om de BTW op vlees, vis, zuivel en eieren te verhogen. Ik vind dit een curieuze keuze van een partij die zich profileerde als dierenrechtenpartij: ze lijkt hiermee de abjecte situatie te accepteren dat wij mensen op een beestachtige manier dieren houden voor ons eten.
Het programma biedt een beter uitgewerkte agenda voor Nederland, dan in voorgaande programma’s. De Partij voor de Dieren wil dus de BTW verhogen op vlees en vis; natuurgebieden verbinden in een Ecologische Hoofdstructuur; een klimaatwet die de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk reduceert; een positieflijst voor dieren die als gezelschapsdieren gehouden mogen worden; meer geld voor ontwikkelingssamenwerking; een door de raad gekozen burgemeester; en een flexibelere arbeidsmarkt. Deze agenda is herkenbaar – maar al te herkenbaar: al deze punten zijn ook terug te vinden in het GroenLinks-programma Groene kansen voor Nederland. Programmatische verschillen tussen GroenLinks en de Partij voor de Dieren zijn er nauwelijks. En als ze er zijn zitten ze in de intensiteit van de standpunten: kies je voor 40% of voor 30% reductie van CO2 in 2020?

Dieren instrumenteel of intrinsiek?
GroenLinks, maar ook de PvdA, D66, de ChristenUnie en SP delen in grote mate de groene en sociale agenda van de Partij voor de Dieren. De unique selling point van de partij, haar focus op dierenrechten, lijkt op de achtergrond geschoven. De vraag rijst: wat is er aan de hand met de dierenpartij?

Om te begrijpen wat er speelt, kunnen we het best teruggaan naar de oprichting van de Partij voor de Dieren. Thieme, wiens naam op de oprichtingsstatuten staat, en Koffeman, die het idee voor een dierenpartij al vroeg in de jaren ’90 had bedacht, hebben een andere verklaring voor de oprichting van specifiek een dierenpartij. Volgens Thieme zijn de bestaande partijen one-issue partijen, omdat zij zich slechts richten op de financiële belangen van mensen.1 De Partij voor de Dieren heeft radicaal, niet-antropocentrische programma. De bestaande partijen negeren dieren. Het is de rol van de Partij voor de Dieren om de bestaande partijen uit te dagen zich meer in te inspannen voor dieren.2
Thieme heeft de Partij voor de Dieren misschien opgericht, maar Koffeman heeft het idee bedacht, bijna een decennium eerder. Hij geeft een heel andere reden om specifiek een dierenpartij op te richten: journalisten zijn niet geïnteresseerd in nog een partij met een breed programma voor duurzaamheid en welzijn. Door in te zoomen op het specifieke vraagstuk van dierenrechten trekt de partij de aandacht van journalisten. Op deze manier kunnen ze hun bredere groene en sociale boodschap naar het publiek brengen. Zelfs de keuze voor de naam ‘Partij voor de Dieren’ was strategisch, volgens Koffeman. De partij zou zich ook ‘partij voor het milieu’ of ‘partij voor dieren en kinderen’ kunnen noemen, maar dat beklijft niet.3
Deze argumenten zijn deels tegengesteld: aan de ene kant zou de partij een breed groen en links programma nastreven en het onderwerp dieren gebruiken om media-aandacht te krijgen (lijn-Koffeman). Aan de andere kant lijkt het een partij te zijn die zich profileert op het onderwerp dieren omdat -indirect- de dierenlevens te redden (lijn-Thieme). Zijn dieren dus intrinsiek waardevol voor de partij of slechts een instrument om aandacht te krijgen?

Dieren als middel

Als we kijken naar het nieuwe programma van de Partij voor de Dieren lijken de dieren geïnstrumentaliseerd. De verhouding tussen dierenonderwerpen en mensenonderwerpen is in dit programma stevig verschoven richting mensen. Het programma stelt “mensenrechten zijn erom te worden nagestreefd” en het zwijgt vervolgens in alle talen over dierenrechten. Het eerste hoofdstuk van het programma richt zich op gezonde landbouw en duurzaam voedsel, niet op het afschaffen van de veehouderij. Let wel: van een radicale verandering in de posities van de Partij voor de Dieren is geen sprake, De Partij voor de Dieren onderschrijft de intrinsieke waarde van dieren nog wel, maar dat is weggestopt: op pagina 14, paragraaf 5.

Het is een teken aan de wand van een veranderende focus. Het radicale dierenrechtenprogramma dat de intrinsieke waarde van dieren centraal stelde, is ingeruild voor een breed groen en sociaal programma met oog voor mens, milieu en dier.
De partij volgt de lijn-Koffeman. De dieren hebben hun nut gehad om de aandacht van journalisten te trekken. Maar nu is het blijkbaar tijd voor andere onderwerpen: voedsel, energie en natuur. Het lijkt toch een beetje op mijn buurmeisje van twaalf dat een konijn wilde omdat alle populaire meisjes dat hadden. Nu ze mee mag doen met populaire meisjes en heeft ze geen aandacht meer voor het konijn. Dat hupst nu vereenzaamd in zijn kooi.
Het programma van de Partij voor de Dieren heet Hou vast aan je idealen, of die titel de lading dekt is maar zeer de vraag: de Partij voor de Dieren heeft haar wilde, ideologische veren afgeschud. Ze lijkt haar unieke karakter op te geven. En dat vind ik een groot gemis voor de Nederlandse politiek.

noten
1
Thieme, M. 2006. De eeuw van het dier. Antwerpen: Houtekiet.
Van Heese, R. and I. Weel (2009) “”Wij zijn Partij voor de Duurzaamheid” Partijcongres PvdD-fractievoorzitter Thieme wil verder kijken dan de belangen van de westerse mens” in Trouw March 21, 2009
2 Thieme, M. 2006. De eeuw van het dier. Antwerpen: Houtekiet.
3 Van Os, P. “Dierenmanieren; portret Partij voor de Dieren”. NRC Handelsblad 17 April, 2010,
“”Wij worden gedomineerd” Partij voor de Dieren-senator Niko Koffeman gruwt van CDA “Beschaving zou los moeten staan van welvaart”". De Telegraaf, 2 Juli, 2007
“‘Wij worden groter dan GroenLinks’”. De Pers, 31 Maart, 2008.