Waarom de Cypriotische spaardersheffing lijkt op de inkomensafhankelijke zorgpremie

Een achterafzaal van een groot grijs regeringsgebouw. Op tafel staan een aangebroken doos met broodjes kaas en ham en aantal lege potten koffie, erom heen liggen rapporten vol doorgerekende voorstellen. Om de tafel zitten de onderhandelaars van links en rechts. Sommige zijn wat ingedut na dagen onderhandelen. Ze worden voorgezeten door één van de slimste sociaaldemocraten van zijn generatie. Hij is op zijn scherpst als het lastig wordt.
“Nog een paar miljard, dan zitten we aan ons streefbedrag” zegt hij. De abstracte cijfers geven een gevoel van zekerheid. Een plus een blijft altijd twee. De aanwezigen bladeren door de mappen met door ambtenaren voorbereidde voorstellen. Een sociaaldemocraat heeft een idee: “Wat nou als we maatregel Q11B op pagina 315 tweede van onderen nemen en dan kiezen we voor de variant ‘meest progressief’?” Dan zij we er bijna.” Een tiental politici zoekt in de boeken naar 315.
Je kan de fonkeling in de ogen zien van de voorzitter: “Dat is net niet genoeg, maar als we de nominale heffing iets verhogen …” Hij kijkt naar de rekenmeesters aan de ene kant van de tafel. Een jonge in Amerika geschoolde econometrist vult hem naadloos aan “… als we de nominale heffing van variant Q11B.III nemen dat moet genoeg zijn.” Er wordt op tafel geroffeld. De zaal is moe maar tevreden. Een oudere collega klopt de voorzitter op de rug en zegt: “Een mooi compromis.”
De voorzitter zegt: “We kunnen dit uitleggen. Dit is de grootste crisis sinds de 1945. Iedereen moet meebetalen om de huidige economische problemen op te lossen. Bovendien is het een progressieve maatregel die mensen met een klein inkomen ontziet.”
Op een persconferentie wordt het voorstel gepresenteerd. Serieuze heren in grijze pakken met antwoorden op de economische vragen van onze tijd. De pijn wordt eerlijk verdeeld.
Als het voorstel uit is gekomen, is de onrust groot. In vox-popjes geven de media de burger het woord. Die ziet er niets in om mee te gaan betalen. Het was toch een crisis van de banken? Ze voelen zich geraakt in hun portemonnee. Populistische politici typen het item bijna letterlijk over en noemen het een persbericht. Maar ook weldenkende politici die niet aanwezig waren bij de vergadering vragen om opheldering. Een inkomensafhankelijke heffing is mooi maar dit gaat te ver. Oud-collega’s die nu voorzitter zijn van een of andere belangenclub spreken zich uit tegen de maatregel. De onrust is groot.
Er moet heronderhandeld worden. Dezelfde boeken komen weer op tafel. Op vergelijkbare toon worden bijna identieke gesprekken gevoerd: “… nog een paar miljard …”

Dit zou een beschrijving kunnen zijn van de huidige onrust over de Cypriotische spaardersheffing maar ook van het inkomensafhankelijke zorgtoeslagdebacle nog geen paar maanden geleden. Die gelijkenis is volgens mij veelzeggend over de aard van de politiek in de huidige  economische crisis.

Alles is doorgerekend op economische consequenties: economen kunnen narekenen wat de economische reacties zijn van consumenten en bedrijven. Nou ja, alles? De smalle marges van de politiek zijn steeds meer de smalle marges die worden getekend door de rekenmeesters. Politici hoeven geen eigen ideeën te hebben. Ze kunnen varianten kiezen die door ambtenaren zijn bedacht. Politiek is als multiple choice test.

Maar een doorrekening op politiek-electorale gevolgen is niet gemaakt. Aan de onderhandelingstafel voelt iedereen de verantwoordelijkheid van de economische crisis en het belang van noodmaatregelen drukken. In beide gevallen werd er gekozen voor een variant die alhoewel progressief de middenklasse zwaar aan te slaan. De middenklasse die in de betere jaren wat gespaard heeft maar nu voor hun gevoel lastig rondkomt. Een inkomensafhankelijke zorgpremie zou voor het gemiddelde gezin een paar honderd euro in de maand schelen. Een heffing van 6% op je spaargeld betekent dat je plannen voor de toekomst (een eigen huis, eerder stoppen met werken) moet herzien. In de abstracte termen van de onderhandelingstafel vindt iedereen dat we in crisis tijd onze verantwoordelijkheid moeten nemen en is iedereen het eens met het principe de sterkste schouders, de zwaarste lasten. Maar alles het concreet wordt, dan moet de gewone man, zoals u en ik, ontzien worden.

En wat ik het meest fascinerend vindt, is dat mensen als Jeroen Dijsselbloem en Wouter Bos die vergaderingen voorzitten. Ongelofelijk slimme politici voor wie de spreadsheets van de rekenmeesters geen geheimen hebben. En die in hun retoriek tijdens verkiezingen altijd oog hebben gehad voor de middenklasse en hun zorgen. Maar twee keer achter elkaar blijkt dat een noodmaatregel wel het financiële kapitaal kunnen opleveren dat volgens de economische modellen nodig is, maar dat politici niet het politieke kapitaal hebben om het door te voeren.

De huidige voortslepende economische crisis vindt plaats in de context van een politiek die een sterk technocratisch karakter heeft. Waarin doorgerekende bezuinigingsvarianten het speelveld van de politiek markeren en het het doel van politici is om een bundel van maatregelen te kiezen die een door diezelfde economen gezet doel moet halen.

Maar bovendien lijken politici vergeten waar ze in verkiezingstijd zo goed in zijn: vertrouwen winnen. Op campagne vragen kandidaten met een duizend keer gepolijst verhaal even vaak om ons vertrouwen vragen. En dan vergeten sociaaldemocraten de middenklasse niet uit het oog. Want dat is een cruciale swing vote. Maar juist in de kern is onze economische crisis een crisis van vertrouwen: van vertrouwen van consumenten in hun eigen economische perspectieven en in de zekerheid van hun spaargeld.

En die electorale werkelijkheid lijkt vergeten te worden door mensen die het in verkiezingstijd bar goed begrijpen maar voor wie in de momenten daartussen de werkelijkheid wordt gemaakt door abstracte economische doorrekeningen.

Het socialisatiestreven en de sociaaldemocratie

Vorige maand nationaliseerde Jeroen Dijsselbloem SNS-Reaal. Hij was de tweede sociaaldemocratische minister van Financiën die zich door de voortdurende kredietcrisis genoodzaakt voelde om een bank in overheidshanden te nemen. Wordt hiermee het klassieke sociaaldemocratische streven naar socialisatie in de praktijk gebracht?

Het streven naar socialisatie van de productiemiddelen, dat wil zeggen deze middelen dienstbaar maken aan het welzijn van de gemeenschap en niet langer aan het particuliere belang van diegenen die deze middelen bezitten, is een klassiek sociaaldemocratisch streven dat terug te vinden is in de beginselprogramma’s van de SDAP.

In het eerste beginselprogramma van de PvdA uit 1947 wordt voor het eerst expliciet opgeroepen om het bankwezen te socialiseren. Deze sector wordt samen met industrie en transport genoemd. De op deze beginseluitspraak volgende verkiezingsprogramma’s bevatten geen voorstellen om dit streven in de praktijk te brengen. Wel vragen ze om verscherpt toezicht van het bankwezen en de socialisatie van het particuliere mijnbedrijf.

De socialisatie van het bankwezen is alweer uit het beginselprogramma van 1959 gevallen. Programma’s uit deze periode vragen om allerhande nationalisaties, zoals van het verzekeringsbedrijf en bodemschatten, maar niet van het bankwezen. In het sterk door Nieuw Links beïnvloedde beginselprogramma van 1977 roept de PvdA op om de banken in gemeenschapsbezit te brengen. Tussen 1981 en 1986 had de PvdA haar hoop gevestigd op de Postgiro/Rijkspostspaarbank. Deze in 1977 gevormde bank wás in overheidshanden, de sociaaldemocraten wilden dat deze bank tot een belangrijk financieel instituut kon uitgroeien. Deze bank werd echter in 1986 geprivatiseerd door CDA en VVD. Sindsdien zwijgt de PvdA in alle talen over de mogelijkheid van staatsbanken. Gedurende de jaren ’90 steunt de PvdA wel de verzelfstandiging van de NS en de liberalisering van de energiemarkt. Dat dit in strijd is met het beginselprogramma uit 1977 is voor de PvdA geen kwestie meer: Wim Kok schudde in de Den Uyl-lezing van 1995 de ideologische veren van de PvdA af.

In 2005 schrijft de nieuwe partijleider Wouter Bos, afkomstig uit het bedrijfsleven en bekend vanwege zijn sociaal-liberale sympathieën, samen met partijvoorzitter Ruud Koole (een vertegenwoordiger van de linkerflank van de PvdA) een nieuw beginselprogramma. Dit programma vormt een afsluiting van een periode van verregaande liberalisering van het gedachtegoed van de sociaaldemocraten. Het programma noemt een beschaafd kapitalisme waarin het marktmechanisme beperkt wordt door wetten en regels, een verworvenheid van de sociaaldemocratie. Van enig socialisatiestreven is geen spoor meer over: of de markt of de overheid diensten aanbiedt, is voor de PvdA geen principekwestie. Soms is de overheid hier beter in en soms de markt.

Eind 2008 wordt de PvdA geconfronteerd met het falen van de markt. Fortis verslikte zich in de overname van ABN-AMRO. Het Nederlandse deel van de bank werd door minister van Financiën Bos onder de naam ABN-AMRO in overheidshanden gebracht.

Anno 2010 dacht Bos anders over de vrije markt dan wat hij had opgeschreven in 2005. De kredietcrisis had de grond onder zijn naïeve geloof in de ondernemingsgewijze productie weggeslagen. In de Den Uyl-lezing begin dat jaar, vergeleek hij de vrije markt met de in Diergaarde Blijdorp uit zijn verblijf ontsnapte aap Bokito, om te illustreren dat regelgeving en toezichthouders soms onvoldoende sterk gebleken waren en dat de enige bescherming tegen de vrije markt een brede greppel was.

In het verkiezingsprogramma van 2012 was de PvdA kritisch over de bankensector: “Winsten van banken zijn privaat, maar de risico’s worden afgewenteld op de belastingbetaler.” Hierin schuilt een kritiek die door linkse economen als Ewald Engelen en Alfred Kleinknecht is geuit op de keuze om banken te redden: bankiers kunnen grote risico’s nemen omdat ze weten dat als ze ten ondergaan, ze wel gered zullen worden door de overheid. Het programma stelt voor om de ABN-AMRO niet naar de beurs te brengen en deze bank dienstbaar te maken aan het publieke belang. Hiervoor is een nieuwe organisatievorm nodig; één waarbij geduldige investeerders - en niet durfkapitalisten – aan het roer zitten. Hierin horen we iets van het oude socialisatiestreven van de PvdA terug. Socialisatie betekende namelijk niet per se het in overheidshanden brengen van productiemiddelen, maar deze richten op het welzijn van de gemeenschap.

De nationalisatie van de SNS-Reaal was noodzakelijk omdat de bankverzekeraar zich dreigde ten onder te gaan aan haar nieuwe vastgoedpoot. De opname van het Bouwfonds bracht de vijfde financiële instelling van Nederland aan de rand van de afgrond. De aankoop had plaatsgevonden in 2006, voordat strengere regels in werking getreden waren.

Is de nationalisatie van SNS-Reaal een uiting van diep verlangen van de PvdA? Er zijn twee belangrijke redenen omdat niet zo te zien:

  • In de eerste plaats streefden de sociaaldemocraten volgens haar beginselprogramma van 2005 en haar verkiezingsprogramma’s sinds 1986, niet meer naar het in overheidshanden brengen van banken. De partij had allerlei privatiseringen, verzelfstandigingen en liberaliseringen gesteund. Het nieuwe beginselprogramma sprak geen voorkeur uit voor de markt of de overheid. In een beschaafd kapitalisme had de overheid vooral een rol als marktmeester.
  • Ten tweede, in het laatste programma van de PvdA wordt niet het streven uitgesproken om nog meer banken in overheidshanden te brengen. De PvdA streefde naar een organisatievorm waarbij banken zich richten op het publiek belang. Dat is wel socialisering, maar geen nationalisering. Het sociaaldemocratisch programma onderschrijft juist de kritiek dat het redden van private banken met publiek geld leidt tot perverse prikkels voor bankiers om meer risico te nemen.

Hieruit blijkt dat de overname van SNS-Reaal een noodgreep was van een sociaaldemocratische bewindspersoon om erger te voorkomen. Het was geen power grab van een socialist voor wie het enige antwoord op alle maatschappelijke problemen de socialisatie van de productiemiddelen is.

Dit artikel verscheen ook in de Hofvijver van februari 2013.

“Austeridad Basta Ya!”

In de nachttrein naar Madrid ontmoetten we een man. Laten we hem Louis noemen. Flegmatisch uiterlijk, zwart haar en een licht verdwaasde blik in zijn ogen. Uitermate spraakzaam. Terwijl het Spaanse winterlandschap voorbij trok en wij ons ontbijt aten, vertelde hij honderduit over zijn plan: hij was vanuit Parijs naar Madrid gekomen om te protesteren tegen de bezuinigingen van de regering-Rajoy. In zijn coupe had hij een groot bord met “Austeridad Basta Ya!” op een kant en “Urgencia social y ambiental” op de andere.

Toen we bij ons hotel aankwamen was er veel politie op de Plaza de Sol. Ook waren er wat anarchisten met honden en hand geschreven borden en een groepje activisten met oranje hesjes. Het leek niet als of er een heel grote demonstratie was. Het aantal straatartiesten die verkleed waren als Micky-Mouse-in-Uncle-Sam outfit en het aantal mensen die gele hesjes om hadden die mensen aanmoedigden om goud te kopen overtroefde op dit centrale plein van Madrid het aantal demonstranten.

Na een stadswandeling kwamen we terug bij het hotel. Het aantal mensen op het plein was aanzienlijk toegenomen. Op onze kamer nam het geluid vanaf de straat steeds verder toe: trommels, fluiten, brass-bands, mensen die “El Pueblo Unido” zongen of “Si se puede” scandeerden. Vanuit het raam kon ik een tamelijk grote mensenmassa zien: een horde communisten van Izquerda Unida, republikeinen met de rood-geel-paarse vlag, verpleegsters in uniform, leden van de anarcho-syndicalistische vakbond CNT, dames in bontjas, jongeren met opgeschoren haar én een enkeling met een bord met daarop de tekst “Urgencia Social y Ambiental”. Langzaam trokken de mensen langs mijn balkon. Op hun borden uitten ze hun onvrede met de bezuinigingen, de Partido Popular, het kapitalisme, de banken en het Franco-regime.

Terwijl de mensenmassa onder mij doorliep, kwam bij mij de vraag op: zijn dit de Good Guys? Moet ik niet mee lopen?

Spanje heeft een probleem. Vanuit de trein hadden we Amerikaans opgezette nieuwbouwwijken gezien met golfbanen en zwembaden. En toen we door het zakendistrict van Madrid reden zagen we hoge torens van glas en staal. Het metrostation waar we aankwamen was imposant: zo’n vijf verdiepingen, uitgevoerd in hout, glas en metaal. Spik-splinter-nieuw. Op een muur werd een patroon getoond dat leek alsof er cijfers en letters naar beneden stroomden zoals in de matrix. Maar er was bijna niemand. En als we naar beneden keken, zagen we de plekken waar metrorails zouden moeten liggen, maar waar alleen een lege bak was. In de trein vroeg een man zonder armen om geld. In het straatbeeld was armoede zichtbaar in de tientallen zwervers en bedelaars.

Want door de financiële crisis is de economische groei in Spanje hard geknakt. Toen de banken stopten met lenen verdween het geld dat er was voor huizen- en kantorenprojecten. En daarmee verdwenen ook de banen in de bouw. De conclusie is simpel. Spanje heeft jarenlang op te grote voet geleefd. De economie groeide op geld dat er niet was, geld dat geleend werd om grote bouwprojecten mee te financiëren. Zolang Spanje zou blijven groeien kon iedereen daarvan mee profiteren. Nu blijkt de belofte van groei een fata morgana. Maar de publieke sector in Spanje is wel meegegroeid met de economie: infrastructuurprojecten, ziekenhuizen en uitkeringen. Economische groei betekent ook meer belastingopbrengst. Het is dus niet meer dan logisch dat de regering-Rajoy moet bezuinigen. Een deel van haar economie bleek opgeklopte lucht. Nu de klap gekomen was, moest die lucht eruit.

De demonstranten zouden het niet met die analyse eens zijn: als de regering het gaspendaal van investeringen zou weten te vinden dan zou de groei terugkeren. Maar de manier waarop de overheid groei zou kunnen stimuleren is door zelf geld te lenen op de financiële markten. En Spanje heeft vanwege haar gekrompen economie en door haar niet-geslonken overheidsuitgaven een flink begrotingstekort dat haar onaantrekkelijk maakt voor banken en rating agencies. Het verzet tegen de banken die maar poker spelen met onze economie en het verzet tegen de bezuinigingen lijken hetzelfde verhaal maar is een essentie een radicaal ander verhaal. Spanje kan blijven lenen bij de banken en blijven geloven dat hun economie zal groeien en zo haar verzorgingsstaat betalen, of ze kan zich richten op reële economische ontwikkeling, maar dan moet zij haar verzorgingsstaat afslanken: geld lenen betekent in Spanje dat er een hypotheek op de toekomst wordt gelegd. Niet alleen is 25% van de Spaanse jeugd is werkloos, maar de Spaanse jeugd moet ook opdraaien voor de crisis door een hogere staatsschuld.

Maar wat kunnen we dan doen aan de Spaanse verpleegster die op straat komen te staan, aan het werk te houden en om de jeugdwerkloosheid terug te dringen? Misschien geeft Louis ons wel het goede voorbeeld. Zijn internationale solidariteit is uitzonderlijk. Wie gaat er twee dagen heen en weer naar Madrid alleen maar om mee te lopen in een demonstratie?

Het zou aanzienlijk goedkoper zijn om als Nederlandse overheid te gaan lenen en dat aan Spanje te geven. Vroeger zou Spanje uit haar slechte economische positie kunnen komen door de peso te herwaarderen. Dan zou de import afnemen en de export toenemen. Het zou duurder worden voor Spanjaarden om Nederlandse tomaten te kopen, maar bijvoorbeeld stedentrips naar Madrid worden voor Nederlanders aantrekkelijk. Nu kan dat niet meer door de monetaire unie en is Spanje een netto-importeur van goederen uit Nederland en Duitsland. Onze economie draait nog, houdt de Spaanse jongeren werkloos. Als het Noorden nou eens wat van haar rijkdom met het Zuiden zou delen? Een monetaire unie vereist herverdeling tussen arme en rijke landen.

13 redenen waarom 2013 een ***-jaar wordt

We vonden al die aanhangers van de Maya-kalender die dachten dat de wereld verging volslagen gekkies. Maar 2013 wordt zo’n ongekend ***-jaar dat we die Maya-gekkies misschien beter gelijk hadden kunnen krijgen.

Bijsluiter: Dit stuk is volslagen speculatie zonder enige basis in de werkelijkheid.

1. “There is no clear winner of the Italian elections”
De Italiaanse verkiezingen van februari 2013 worden een volslagen ramp. De verkiezingen leveren geen heldere meerderheid op: noch voor de pro-Europese partijen, noch voor links of rechts. De grote winnaar van de verkiezingen is Beppe Grillo, de komiek die leiding geeft aan de Euroskeptische, anti-establishment partij Movimente 5 Stelle. Het wordt de tweede partij van Italie. De centrum-linkse Partito Democratico blijft de linkse populisten net voor maar weet geen meerderheid te krijgen. De populistische, separatistische en Euroskeptische Lega Nord wint overtuigend in het Noorden. Berlusconi geeft leiding aan het centrum-rechtse Popolo della Liberta maar verliest alle aanhang behalve in Zuid-Italie. De centristische vernieuwingsbeweging van Mario Monti, Agenda Monti per l’Italia, haalt een heel slechte score. Samen halen deze rechtse partijen wel een meerderheid maar hun hekel voor elkaar is nog net groter dan hun hekel voor links. De afwezigheid van een heldere verkiezingswinnaar en daardoor een heldere regeringsmeerderheid in Italie werpt de Europese beurzen in een grote crash.

2. “We must save the Italian banks … sorry … the Italian people.”
Vanwege de gekelderde beurskoerzen dreigden de Italiaanse banken om te vallen. Bovendien heeft de depressie een groot gat geslagen in de Italiaanse begroting. Maar centrum-links, centrum-rechts en de centrum-beweging van Monti komen er samen niet uit. Terwijl de Italiaanse groei- en werkgelegenheidcijfers steeds roder worden, het begrotingstekort stijgt en de beurzen blijven dalen, staat de Italiaanse politiek een half jaar stil. Dan grijpen de Europese regeringsleiders in. Ze dwingen wederom een zakenkabinet af, nu geleid door de voorzitter van de Europese centrale bank Mario Draghi. Dit kabinet is niet alleen verantwoording schuldig aan het Italiaanse parlement maar ook aan de Europese raad. In ruil voor het zakenkabinet krijgt de Italiaanse bankensector en de Italiaanse overheid financiele steun vanuit Brussel. Deze reddingsoperatie zuigt het grootste gedeelte van het Europese noodfonds leeg.

3. “This was common practice for Italian bankers”
Nog geen halve week nadat de reddingsoperatie rond is, breekt er een groot corruptieschandaal los in de Italiaanse bankensector. Deze blijkt structurele banden te hebben met de Maffia. In geheime afspraken werd door grote Italiaanse banken geld geleend aan de Maffia om politici om te kopen voor ‘goede diensten’, en vervolgens het geleende geld terug te betalen met forse rentes. Op het moment dat de Italiaanse banken onder Europese controle komen, blijkt deze constructie onhoudbaar, maar blijken daarmee de omzetcijfers van bijna alle grote Italiaanse banken gebaseerd op drijfzand. De Europese regeringsleiders voelen zich genoodzaakt om alle grote Italiaanse banken op te kopen.

4. “The coordinated VAT-increase will be a solidarity tax with the Italian people.”
Europese regeringsleiders willen het reddingsfonds en opkoop van Italiaanse banken niet langer uit hun (onder grote druk gekomen) begrotingen financieren en besluiten het te betalen uit een ‘gecoordineerde BTW-verhoging’ van 1%. Het is een vondst van de Finse commissaris Olli Rehn. Alle Europese lidstaten verhogen hun BTW met 1%. Maar eigenlijk wordt dit de eerste Europese belasting. Europese regeringsleiders verdedigen in de eerste maand de impopulaire maatregel met verve: het is een Europese solidariteitsbelasting. Maar in de lidstaten wordt dit niet zo gezien: mensen weigeren om de belasting te betalen, bedrijven weigeren om de belasting af te dragen. De Nederlandse publicist Ewald Engelen twittert dat de BTW verhoging “a tax on European solidarity” is. Op 9 november 2013 wordt in Odense een pizzeria in brand gestoken door een groep die zich “Vrede Skatteydere” noemt.

5. “Verdere bezuinigingen zijn noodzakelijk.”
De Italiaanse regerings- begrotings- en bankencrisis leidt tot een nieuwe ronde Catshuisonderhandelingen voor het fragiele kabinet Rutte/Asscher. Binnen de PvdA stuurt met name Jeroen Dijsselbloem, die als voorzitter van de Euro-raad een grote druk voelt om verantwoordelijkheid te nemen, aan op ernstige bezuigingen. In Mei 2013 wordt het pakket bekend:

  • verhoging van het eigen risico in de zorg en invoering van eigen bijdrages;
  • verhoging van de nominale zorgpremie;
  • een grote bezuiniging op het onderwijs;
  • een algemene verlaging van alle uitkeringen (behalve de AOW) met 10%;
  • en een algemene verhoging van de inkomensbelasting.

De PvdA verdedigt het Catshuisakkoord met verve. De PvdA-ministers kloppen zichzelf op de borst om hun vermogen om over hun eigen schaduw heen te springen. De PvdA-ministers vertellen het eerlijke verhaal: de crisis raakt iedereen maar het begrotingspakket is sterk en sociaal. Sterk door de nadruk op bezuigingen en sociaal door de verhoging van de inkomstenbelasting.
Er wordt een onwaarschijnlijke meerderheid in de Eerste Kamer gevonden die naast de coalitiepartijen bestaat uit ChristenUnie, SGP, D66 en de dissidente 50Plus-senator Kees de Lange.

6. “Nu doet u het weer!”
Voor oppositieleider Roemer is dit echter het draaipunt. Hij zegt tegen PvdA-leider Samsom in het debat over het begrotingsakkoord 2014: “Nu doet u het weer. In het regeerakkoord liet u uw rode veren al door Rutte plukken, maar er is niets meer te plukken, meneer Samsom, u laat zich hier publiekelijk villen door Rutte en zijn begrotingsfundamentalisme. Er blijft niets over van de rode haan”. Na het akkoord daalt de PvdA sterk in de peilingen: er blijven nog maar 15 zetels over. Ook de VVD moet ernstig inleveren. Bovenaan de peilingen staan de SP en de PVV die stem geven aan de ontevredenheid over de aanhoudende Europese crisis, de solidariteitsbelasting met de Italianen en het hardvochtige begrotingsbeleid. Coalitiepartners VVD en PvdA houden elkaar innig vast. Maar met de Europese en gemeenteraadsverkiezingen van 2014 in beeld begint het verstandshuwelijk steeds meer op een gezamelijk zelfmoordpact te leiden

7. “Razzia’s keren naar 70 jaar terug in de Amsterdamse straten.”
In een poging om daadkracht te tonen in tijden van crisis voeren VVD en PvdA met steun van de PVV de strafbaarstelling van illegaliteit versneld door. Tijdens een ontspannen diner halen premier Rutte en vice-premier Asscher de Amsterdamse burgemeester Van der Laan over om in een gecoordineerde actie een groot deel van de Amsterdamse illegalen op te pakken. Asscher ziet het als de mogelijkheid om een eind te maken aan mensenhandel. “Operatie schone straten” noemen ze het. De Amsterdamse GroenLinks-fractie trekt zich -verblogen over dit plan- terug uit het college. De Amsterdamse GroenLinks-leider Van Poelgeest houdt een felle, emotionele speech tegen het voornemen van het college. Maar het baat niet. Vanaf kerstavond 2013 gaan er geuniformeerde mannen door Amsterdam, van de afdeling speciale politie-operaties, die bij ieder huis aankloppen om er te kijken of er geen illegalen wonen en zo ja, deze meenemen naar een detentiekamp.

Naast het internationale en nationale economische nieuws domineren drie onderwerpen de media:

8. “Ik heb nooit seksuele relaties gehad met Prins Charles.”
In april breekt de Story met een schokkend verhaal: Koningin Beatrix zou de buitenechtelijke minnaar zijn van Prins Charles. Na het ongeluk van Friso zouden via Mabel de contacten tussen het Nederlandse en Britse Koningshuis heel innig zijn geworden. Beatrix zou steun vinden in de flegmatische humor van de Britse kroonprins. Van het verhaal is volgens de Rijksvoorlichtingdienst weinig waar. Er zou sprake zij van goede contacten tussen de Koningin en de kroonprins, maar van nachtelijke escapades in Buckingham Palace, die door een rancuneuze ex-butler aan de Story gelekt zijn, is niets waar. De mediastorm is enorm. Koningin Beatrix voelt zich genoodzaakt om afstand te nemen van het verhaal in een publieke toespraak aan het einde van Koninginnedag 2013. Hiermee drukt zij echter de speculaties over haar relatie met Charles, die zij in de speech ook niet ontkent, niet de kop in. Dit verhaal blijft de media domineren tot een nieuwe hype zich meldt.

9.  “Ik eis dat de minister naar Moskou gaat om te eisen dat ze hun duikbootoperaties in de Noordzee stoppen.”
In juni van 2013 spoelen er twee bultruggen aan in Nederland. Staatssecretaris Sharon Dijksma had de invoering van een zeezoogdierenprotocol echter uitgesteld omdat zij bezig was met Europese onderhandelingen over de Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De creatieve Finse eurocommissaris Olli Rehn was namelijk met het innovatieve idee gekomen om de Italiaanse banken omhoog te houden met geld dat bedoeld was voor Italiaanse olijvenboeren. Nederland leidt de oppositie tegen dit ongelofelijke plan. PvdD-leider Marianne Thieme wil Dijksma echter aan de schandpaal nagelen voor haar nalatigheid. Zij eist een spoeddebat en dreigt met een motie van wantrouwen. Het debat krijgt een absurdistisch karakter omdat Dion Graus in De Telegraaf had gelezen dat de ‘tsunami van bultruggen’ veroorzaakt was door de verouderde sonar van Russische onderzeeboten die door internationale wateren varen. Maar ook de eigen PvdA-fractie is ontevreden over Dijksma, in de eerste plaats omdat een aantal fractieleden zichzelf geschikter had gevonden om staatssecretaris te worden. De staatssecretaris stelt zich koppig op in het debat en vindt zo de hele oppositie tegen zich… en zo blijkt in het debat in september 2013, zeven dissidente PvdA’ers, geleid door Lutz Jacobi. De bultruggen en de langzame val van staatssecretaris Dijksma domineren het nieuws.

10. “The internet ruined the Hobbit for everyone.”
In zomer van 2013 lekt The Hobbit II uit, in een versie met alles erop en eraan behalve de 3D-effecten. De fantasy/avonturenfilm wordt de meest gedownloade film van de zomer. Aidan Turner, die de enige dwerg speelt zonder prosthetics, laat menig meisjeshart sneller kloppen. Als in december 2013 de film uitkomt sterft een jongen met epilepsie in de filmzaal. Volgens zijn moeder vanwege de 3D-effecten die zijn epilepsie hadden verergert; volgens de autopsie omdat de jongen die 3 dagen in de regen had zitten wachten om een kaartje voor de premier te krijgen leed aan open TBS. De moeder brengt via YouTube haar ideeen over de gevaren van 3D-filmmaken de wereld in. Bange moeders verbieden massaal hun kinderen om naar The Hobbit II te gaan. De download van de normale 2D versie breekt alle piraterijrecords.
Peter Jackson verklaart dat The Hobbit III niet zal uitkomen. Internetpiraterij maar ook de manier waarop onzin zich via de sociale media met hoge snelheid over de planeet verspreidt, heeft het plezier (en de winst) filmmaken voor Jackson volslagen kapot gemaakt. Deze opvallende gang van zaken domineert het nieuws in de laatste maand van 2013.

Drie verhalen worden door de media-hypes echter buiten het gezichtsveld van het Nederlandse publiek gehouden.

11. “The climate crisis has taken much stronger forms much earlier then our models projected.”
Het internationale panel over klimaatverandering (IPCC) oordeelt in de herfst van 2013 dat de series van orkanen in 2012 en in 2013 het gevolg zijn van klimaatverandering. Ook de aanhoudende droogte in de de Amerikaanse mid-west zouden hier volgens het panel een directe gevolg van zijn. Datzelfde geldt voor de overstromingen van de Maas in Belgie en de Rijn in Duitsland in de lente van 2013. En van het verdwijnen van de eerste eilanden van Vanuatu onder de zeespiegel. Nederland blijft van overstromingen gespaard. De modellen waren volgens de klimaatwetenschappers te conservatief. Nu oordelen zij dat niet in 2090 maar in 2030 de temperatuur met 4 graden zal stijgen.
In Nederland krijgt het onderwerp nauwelijks aandacht. Alleen Helma Nepperus weet er gebruik van te maken. Zij buit de onzekerheid over de klimaatvoorspelling uit om alle conclusies van het IPCC op losse schroeven te zetten. Een spetterend optreden in Pauw en Witteman, waarin zij vakkundig de directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving wegzet als een bureaucraat uit “1984″ die de ene dag zeker weet dat X waar is en de andere dag zeker weet dat Y waar is, kattapulteert haar naar het fractievoorzitterschap van de VVD nadat Halbe Zijlstra in 2013 voorzitter van de Raad van Cultuur wordt.

12. “Higgs Boson found. Scientific progress has come to its natural end.”
De gevolgen van de Europese bezuinigingen op wetenschap worden duidelijk. De Large Hadron Collider in Geneve wordt gesloten, net nu er grote stappen worden gemaakt met de ontdekking van de allerkleinste deeltjes. Maar op de Europese begrotingen is geen ruimte meer voor wetenschap, trouwens ook niet meer voor kunst of natuur, alleen nog maar voor steunpakketten voor banken en werkloosheidsuitkeringen. Het ongeloof van wetenschappers over het sluiten van deze wetenschappelijke instelling vindt geen aansluiting bij de media: het ‘goddeeltje’, de Higgs Boson was toch gevonden? De wetenschap was toch af? Voor de nuance dat 99.99% zekerheid iets anders is dan 100% en dat de wetenschap niet ‘af’ is nu dit deeltje met enige zekerheid waargenomen was, was geen ruimte; noch bij de media, noch bij de internationale politiek. Zelfs de brandbrief van Nobelprijswinnaars Veltman en ‘t Hooft dat hiermee fundamenteel natuurkundig onderzoek effectief de nek om wordt gedraaid, wordt niet geplaatst in de Volkskrant: te ingewikkeld.

13. “We all love Al-Assad. We always loved Al-Assad. We will always love Al-Assad.”
De Syrische burgeroorlog blijft doorsmeulen. De internationale gemeenschap blijft tot op het bot verdeeld over ingrijpen. De Russische president Poetin en de Chinese premier Wen steunen Assad. De Amerikaanse steun voor de Islamitische rebellen neemt af, als blijkt dat hun kans om te overwinnen steeds kleiner wordt. Ook het vertrek van interventionisten als Susan Rice en Clinton maakt Obama veel minder geneigd om in te grijpen. Nu bestuurt John Kerry, die door zijn eigen ervaring in Vietnam een afkeer heeft voor militair ingrijpen, het State Department. Op 27 augustus 2013 kleuren de straten van Damascus rood… rood van de duizende rozenblaadjes die worden neergegooid door aanhangers van Assad. De president verklaart op die dag dat de politionele operaties in Syrie gestopt zijn en alle stabiliteit in het land is teruggekeerd. De beelden van president Al-Assad, die, gekleed in een traditioneel Syrisch wit gewaad in een zee van rode rozenblaadjes loopt, bereiken de Nederlandse televisie nog wel, maar voor de verhalen van de tienduizenden politieke gevangen, de verhalen over martelingen en de verhalen over het verdwijnen van de aardbodem van complete dorpjes is geen ruimte in de “verschillige” praatprogramma’s, waar met name aandacht is voor het prive-leven van de Koningin, de bultrug en verhalen van Alexander Klopping over hoe Peter Jackson niet mee kan doen in de moderne informatiesamenleving.