‘Helping Mom’

De kinderen naar school brengen. Rapport afschrijven. De klok tikt door. Snel het huis uit. Lunch tussendoor. Afspraak met een nieuwe klus. Avondeten halen. Sophie en Laurens van school halen en rijden naar Kinderyoga. Rapport proberen af te maken. Kinderen ophalen. Eten maken. De moderne mens heeft het druk: ZZP’er of deeltijdwerk, want je bent ook nog ouder: en dat betekent dat je chauffeur, schoonmaker, kok en secretaresse bent.

Dan heb je nauwelijks tijd om beredeneerde keuzes te maken: reclames proberen hier op in te spelen. In de intelligente Australische panelshow over reclame Gruen Transfer noemt de conservatieve reclameman Russell Howcroft dat ‘helping mom‘. Reclame probeert moeders te helpen om de juiste keuzes te maken voor hun gezin door ze te informeren over de gezonde producten voor hun kinderen. De eerste keer dat ik het hoorde vond ik het maar een rare redenering: het is een conservatieve ondernemer die manipulatieve reclames probeert goed te praten.

Maar in dat idee van ‘helping mom‘ zit wel wat iets: GroenLinks-kiezers zijn betrokken bij de maatschappij. Ze willen een groene wereld en een sociaal land, ze maken zich zorgen over het groeiende verschil tussen rijk en arm en de afbraak van de natuur. Maar hebben vaak geen tijd om daar werk van te maken. Duurzaamheid en solidariteit zijn mooie idealen maar ze zijn ook tijdrovend: niet naar de grote ketens gaan maar eerlijke kleren kopen bij een fairtradeboutique; iet de hamlampjes uit de bonus maar biologisch vlees uit de regio; niet alleen je eigen kinderen naar de beste school sturen en heen en weer te rijden van allerlei hobby’s maar ook nog tijd vinden om vrijwilligerswerk doen met kansarme kinderen.

Het idee dat hordes Nederlandse kiezers tijd hebben om zelf met mooie ideeën te komen om een groene stad en sociale samenleving te realiseren of om zelf daaraan bij te dragen door als mantelzorger ook nog het huishouden te doen bij een gehandicapte buurman of als beheerder van het park op te treden vind ik tamelijk illusoir.

GroenLinks-kiezers zijn wel vrij altruïstisch: ze hebben zelf een leuk maar druk leven. Het enige waar ze het lastig vinden om tijd voor te vinden is om echt bij te dragen aan een groene wereld en sociale land. GroenLinks-kiezers hoeven geen belastingverlaging en zelfs de ideeën van GroenLinks om als moderne gezinspartij ‘mom’ (m/v) te helpen door het gemakkelijker te maken werk en zorg voor kinderen te combineren zijn niet per se nodig.

Hoe GroenLinks ‘mom’ (m/v) wel zou kunnen helpen is door met een kleine handeling, namelijk in het stemhokje een grote bijdrage te leveren aan groene en sociale doelen. Ik denk dat je in campagnes in het oog moet houden: dat mensen het lastig vinden om naast werk en zorgtaken ook nog tijd te maken voor idealen. En dat je het eigenbelang van mensen om iets te willen bijdragen aan de wereld zo kan aanspreken.

Het gras is altijd groener aan de andere kant van het hek

Ik krijg veel vragen over de Duitse Groenen. Waarom gaat het hen zo goed? Waarom leveren die nu de premier in de traditionele, Katholieke staat als Baden-Württemberg, terwijl GroenLinks in het traditionele, Katholieke Noord-Brabant drie zetels heeft.

Het beeld leeft bij veel GroenLinksers dat de Duitse Groenen in staat zijn om rechtse kiezers aan zich te bieden. Dat er en-masse Christen-democraten en liberalen naar de De Groenen toe komen. En zo zouden de Groenen misschien wel de de tweede partij van Duitsland kunnen worden.

De feiten laten een ander beeld zien: als we kijken naar waar de Groenen hun kiezers vandaan halen dan zien we dat de SPD de belangrijkste leverancier is van De Groenen kiezers. In de figuur hiernaast zien we waar de kiezers van De Groenen vandaan kwamen bij de Bundestag verkiezingen van 2009. De Groenen haalden 870.000 stemmers bij de sociaal-democratische SPD vandaan en 50.000 bij de Christen-democratische CDU/CSU.

In Baden-Würrtemberg waar de Groenen de premier leverden omdat ze groter zijn van dan hun sociaal-democratische bondgenoot haalden De Groenen 140.000 stemmen bij de SPD vandaan en 87.000 bij de Christen-democraten. Als we kijken naar de 14 meest recente landelijke of deelstaatverkiezingen, dan zijn er maar twee verkiezingen waren waar de uitwisseling met de CDU/CSU groter dan de uitwisseling met de SPD: Thüringen en Bremen. In nog eens twee verkiezingen, in Schleswig-Holstein en Nordrhein-Westphalen winnen De Groenen licht van de Christen-Democraten om (veel) meer kiezers te verliezen aan de Sociaal-Democraten.

In alle verkiezingen gecombineerd winnen De Groenen 1.747.000 stemmen bij de SPD en 243.000 bij de CDU/CSU. Kortom: het succes van De Groenen komt met name bij sociaal-democraten vandaan.

En daar komt dat alhoewel De Groenen er niet slecht voor staan, de hype wel een beetje van de partij af is: in 2011 was de partij inderdaad groter dan de SPD in sommige peilingen, maar nu is de SPD al maanden ongeveer twee keer zo groot als De Groenen. De sociaaldemocraten halen ongeveer 25% van de stemmen en De Groenen ongeveer 13%. Dat betekent bijvoorbeeld ook dat ze samen niet groter zijn dan de Christen-Democraten.

Electoraal wijken de Groenen niet sterk af van GroenLinks: deze partij wisselt met name stemmen van hun sociaal-democratische zusterpartij. En met de SPD gaat het eigenlijk al jaren niet bijzonder goed. Sinds het vertrekt van Schröder heeft de partij geen aantrekkelijke leider weten te vinden. Bovendien, veel linkse alternatieven voor de SPD zijn er niet: De Linksen, een samenwerkingsverband van voormalige Oost-Duitse communistische partij en wat SPD-dissidenten is voor veel mensen in West-Duitsland onacceptable vanwege het DDR-verleden. Daar profiteren De Groenen van.

Als u meer wilt leren over Duitse verkiezingsuitslagen, de ARD heeft een goede website met uitgebreide peilingen.

Deze column verschijnt tegelijkertijd op de website van GroenLinks.

Lijsttrekkerstest Amsterdam

De politiek leider van GroenLinks Amsterdam is een van de machtigste politici binnen GroenLinks. De huidige politiek leider, Maarten van Poelgeest heeft zich niet beschikbaar gesteld voor een nieuwe termijn. Vier mensen hebben zich kandidaat gesteld: Rutger Groot Wassink, Jorrit Nuijens, Jenneke van Pijpen en Paulus de Wilt. Een lastige keuze begreep ik van sommige Amsterdammers. Daarom speciaal voor hen een lijsttrekkerstest.

Deze test werkt als volgt: zet bij jouw keuzes een 1 neer in de groene vakjes en kijk daarna wat er eruit komt in de rode vakjes. Hoe lager, hoe dichter de kandidaat bij je ideaal en idealen komt.

Komt er uit wat je verwacht had? Laat het me weten!

 

 

Waltmans & progressieve samenwerking

Op 4 mei overleed Henk Waltmans. Waltmans was jarenlang een van de meest invloedrijke leden van de Politieke Partij Radikalen (PPR). Hij gold als een exponent van samenwerking met de PvdA. Zijn politieke biografie zegt veel over de PPR en misschien ook wel over GroenLinks.

In 1968 behoorde Waltmans tot de oprichters van de PPR. Hij was katholiek opgevoed en lid van de KVP. Midden jaren ’60 verliet hij katholieke kerk. Uit onvrede over de voorkeur van de KVP voor samenwerking met de VVD boven de PvdA verliet Waltmans met een groep andere zo geheten Christel-Radikalen de katholieke parij. Hun hoofddoel: een progressieve meerderheid van sociaal-democraten, sociaal-liberalen en een eigen progressief-Christelijke partij. In 1970 wordt Waltmans lid van de Provinciale Staten van Limburg. Een linkse meerderheid is daar nog ver weg. De combinatie van Christelijke partijen haalt 40 zetels en PvdA, D66 en PPR halen 13 zetels. Als de PPR onder leiding van Bas de Gaay-Fortman zeven zetels in de Tweede Kamer haalt, wordt Waltmans Tweede Kamerlid. Waltmans is een bondgenoot van De Gaay-Fortman en voorstander van samenwerking in het kabinet-Den Uyl.

Waltmans voert het woord over Buitenlandse Zaken. Hij is een groot voorstander van Europese integratie en wordt lid van het dan nog indirect verkozen Europees Parlement. Anders dan de leden van de PPR is hij ook voorstander van de lidmaatschap van de NAVO. De relatie tussen Waltmans en de leden is conflictueus. De leden verkiezen de meer links-radicale Ria Beckers boven de meer bestuurlijke De Gaay-Fortman als partijleider. De leden wijzen samenwerking met het CDA af en sluiten daarmee toetreding tot een nieuw kabinet uit. De PPR houdt in 1977 nog maar drie van haar zeven zetels over. Nadat voormalig staatssecretaris Michel van Hulten de Kamer verlaat vanwege een verschil van inzicht over koers van de PPR met Beckers, keert Waltmans terug in de Kamer.

Binnen de PPR ontstaat een discussie over samenwerking. Een groep verkiest samenwerking met de links-socialistische PSP en communistische CPN. De anti-gouvernementele en Euroskeptische PSP en de pro-Russische CPN zijn voor Waltmans geen goede bondgenoten. Hij ziet hen als klein links. Hij prefereert samenwerking met groot links: de PvdA, D66 en de linkse stroming in het CDA. De PPR moet zich richten op een progressieve meerderheid met PvdA en D66 en moet haar deuren openen voor de ontevreden CDA-leden uit de groep ‘Niet bij brood alleen’. Meer dan een inhoudelijk conflict is dit een conflict tussen pragmatisme en idealisme, tussen gelijk hebben en gelijk krijgen en tussen verantwoordelijkheid nemen en getuigenispolitiek. Een groep PPR-leden die dit ook vindt, organiseert zich in de Godebald-groep: hiervan zijn veel bestuurders lid, zoals NOS-voorzitter Erik Jurgens, oud-staatssecretaris Van Hulten, staatsraad Jacques Aarden, burgemeester Jacques Tonnaer en kandidaat-Europees Parlementslid Ad Melkert. Waltmans sluit zich hier als lid van de Tweede Kamer niet bij aan. Formeel kiest de partijtop niet voor linkse samenwerking. Ze hopen dat PPR kan functioneren als brug tussen ‘klein links’ en ‘groot links’.

De leden verkiezen echter klein linkse samenwerking. Electoraal betaalt dat zich niet uit: de PPR haalt in 1982 twee zetels zodat Waltmans uit de Kamer valt. De leden van de Godebald groep verlaten een-voor-een de PPR: Jurgens en Melkert gaan naar de PvdA, Van Hulten naar D66. Waltmans wordt burgemeester van Landsmeer en senator. Na de oprichting van GroenLinks, waarin klein linkse samenwerking vorm krijgt, gaat Waltmans, net als Tonnaer als onafhankelijke burgemeester door. De PPR is volgens hem ‘ten grave gedragen’ en hij had zelf geen politieke bondgenoten meer over en stond dus ‘met lege handen bij de kist’.

Waarom ik links ben

Na 28 jaren in dit leven, maak het politieke testament op van mijn jeugd.

Kinderlijke emoties
Mijn politieke opvattingen zijn gegrondvest in twee basale bijna kinderlijke emoties. Ten eerste, ik kan er niet tegen om medische documentaires te zien, waarin ze operaties filmen. Noem het squeamish, noem het empathisch. Maar door zo geconfronteerd te worden met bloed en lijden word ik fysiek onpasselijk. Maar een die in mijn politieke motivatie een centrale rol speelt. Want evenzeer als ik niet tegen verhalen over operaties kan, vind ik het verschrikkelijk om armoede te zien, dierenleed of de verschrikkingen van oorlog.
Voor mij speelt ook een tweede drang een grote rol, niet alleen in de politiek maar in mijn hele leven: het gevoel om niet beperkt te willen worden door anderen. Een basale, puberale vrijheidsdrang: om niet behandeld te worden als een schoolkind. Mijn ouders hebben mijn wil om mijn hart te volgen vanaf mijn eerste herinneringen nooit tegengehouden maar juist altijd gestimuleerd. Zo werd ik wilskrachtig, eigenwijs, gedreven.
Gedreven door een afkeer van lijden, besloot ik om altijd de kant te kiezen van de good guys, die zich inzetten om dit lijden tegen te gaan: dat betekende voor mij dat ik vegetariër werd, bijvoorbeeld, en demonstreerde tegen de oorlog in Irak en Afghanistan. Door een politieke opvoeding en een filosofische scholing werd deze motivatie politiek-filosofisch verdiept.

Socialisme
Links zijn de good guys van de politieke geschiedenis. Het is de stroming die zich tegen armoede en oorlog verzet. Onder links reken ik de liberale abolitionisten die tegen slavernij streden in de Verenigde Staten, maar ook socialisten die zich inzetten tegen armoede. Het is de stroming die zich inzet voor diegenen waarvan het lijden vergeten of genegeerd wordt zoals vluchtelingen maar ook dieren. Ik werd geïntrigeerd door linkse stromingen als het socialisme. De allerbelangrijkste les die ik daarvan heb geleerd is dat mijn gevoelens van empathie waardevol waren maar nooit het volledige antwoord konden zijn op dit lijden. Naastenliefde maakt de ontvanger afhankelijk van de gulheid van de gever. Terwijl iemand die in armoede is opgegroeid recht heeft op eerlijke kansen of iemand die de oorlog is ontvlucht recht heeft op een veilige haven. Dat is hun recht, daar maken zij aanspraak op. Gulle giften houden de maatschappelijke structuren die mensen ontzeggen wat van hen zou moeten zijn in stand. Het gaat niet om compassie, maar om rechtvaardigheid. Het gaat niet om gul geven maar om de maatschappelijke structuur veranderen. Empathie is een drijfveer maar geen antwoord.
Socialisten zijn er in veel kleuren: van gematigde sociaal-democraten, die in de jaren ’90 technocraten waren zonder gedrevenheid tot destructieve revolutionaire communisten die in de eeuw daarvoor hebben laten zien dat weg naar de hel geplaveid is met goede intenties. In de geschiedenislessen viel mijn ogen op een klein partijtje dat precies vertegenwoordigde waar ik voor stond: de Pacifistisch-Socialistische Partij. Met die combinatie van pacifisme, tegen oorlog, en socialisme, tegen armoede en uitbuiting, voelde ik me verbonden. Maar ook met de politieke stijl: eigenzinnig, onconventioneel en principieel.
Maar aangezien dat de PSP in 2002 niet meer bestond, en ik wel moest stemmen, kwam ik bijna automatisch bij GroenLinks uit. Niet eens zo zeer door waar die partij op dat moment voor stond, maar omdat zij erfgenamen waren van de idealen van de PSP. Pas later herkende ik in GroenLinks dezelfde partijcultuur, geschiedenis en vertegenwoordigers van de PSP.

Liberalisme
In 2003 ging ik filosofie studeren. We lazen Marx, waarvoor ik een afkeer kreeg vanwege het terloopse antisemitisme in zijn vroege geschriften. Uit de debatten tussen de laatste overgebleven Marxisten, analytical Marxists, zag ik dat het hoofdpunt van het socialisme, namelijk de nationalisatie van de productiemiddelen geen antwoord gaf op de problemen die het probeerde op te lossen. Tegelijkertijd lazen we ook de drie John’s: Locke, Mill en Rawls. In het werk van de laatste zag een andere manier van denken: dat juist de vrijheidsdrang die ik altijd gevoeld had de juiste manier was om na te denken over lijden. En in de debatten tussen Rawls en Nussbaum, Van Parijs, Dworkin en Nozick scherpte ik mijn eigen inzichten. De fundamentele les van het liberalisme is dat het probleem niet geluk of ongeluk is, maar gekozen of ongekozen. Er zijn teveel problemen met mijn utilitische motivatie die gericht is op lijden om een coherent antwoord te geven. Als mensen bewuste keuzes maken, waarvan ze weten dat ze daarmee meer rijkdom vergaren of minder dan, is dat gerechtvaardigd. Zolang niemand maar veroordeeld is tot armoede buiten zijn eigen schuld.[1]

Ik kwam dus als achttienjarige vrijdenkende socialist uit bij GroenLinks. Groene politiek, duurzaamheid of klimaatpolitiek zijn voor mij eigenlijk nooit primaire motivaties geweest. De reden dat ik me politiek voor duurzaamheid inzet en ook in mijn prive-leven groene keuzes probeer te maken, is voor mij niets anders dan consequent zijn. Als je het sociaal-liberalisme radicaal doordenkt, dan moet je wel groen zijn: als ik geloof dat ieder mens recht heeft op eerlijke kansen, betekent dat ieder mens nu en in de toekomst. En wat geldt tussen generaties geldt ook tussen staten. De aanspraken die mensen maken op elkaar gaan volgens mij worden niet begrensd door grenzen in tijd en ruimte.

Links is voor mij de kant van de good guys. Ik herkende daarin het verzet tegen lijden. Van socialisten leerde ik dat het niet ging om naastenliefde maar om rechtvaardigheid. Van liberalen leerde ik dat het niet ging om geluk maar om autonomie. Dat verenigde mijn eigen vrijheidsdrang met mijn politieke opvattingen.

[1] Mijn basale motivatie om vegetariër te worden was het soft-hearted idee dat dieren niet mogen lijden vanwege mij. Maar ook dat denken volgt dezelfde evolutie als het denken over armoede: het gaat uiteindelijk niet om lijden, maar kiezen. En daarom vind ik het onbestaanbaar als een partijcongres vanwege een vrijzinnige imborst vlees op tafel wil houden. Immers de dieren hebben nooit de keuze gehad of ze wouden sterven om op mijn bord te komen.

Keuze-adviseur: Pieter, Lot of Rik?

Begin volgende maand kunt u kiezen: wie wordt voorzitter voor GroenLinks? De campagne is in full swing. De drie kandidaten, Leidse fractievoorzitter Pieter Kos, oud-Internationaal Secretaris Lot van Hooijdonk en oud-Kamerlid Rik Grashoff gaan naar afdelingen, spreken met leden en treden op in de media.

Maar het is een lastige keuze: wat telt? Persoonlijke achtergrond? Bestuurlijke ervaring? De steun uit de partij? Om u te helpen met uw keuze, bied ik wederom een partijvoorzitterstest aan. Na 20 vragen weet u welke partijvoorzitter het best past bij uw prioriteiten.

Een kleine “hoe werkt dit?”. U vult de vragen in door in de groene vakjes per vraag een maal  het getal 1 neer te zetten. Na 20 vragen komt er in de rode vakjes een voorkeursordening van 1 (eerste voorkeur) naar 3.

Als medewerker van GroenLinks ben ik niet betrokken bij enige campagne van welke kandidaat dan ook, maar wil ik GroenLinks leden informatie geven over de kandidaat-voorzitters.

Lessen van Nieuw Links & Niet Nix

Gisteren meldde Klub Kobalt zich, een vernieuwingsbeweging binnen GroenLinks. Al snel werd de vergelijking getrokken met Niet Nix en Nieuw Links twee vernieuwingsbewegingen binnen de PvdA. Ik kan me als medewerker niet te veel uitspreken over wat Kobalt wil. Maar ik kan wel mee denken: wat kan Kobalt leren van deze bewegingen?

Nieuw Links
Nieuw Links is een van de meest succesvolle interne vernieuwingsbewegingen geweest in de parlementaire geschiedenis. Midden jaren ’60 was de PvdA was electoraal als ideologisch in verval geraakt. De partij die nog geen twintig jaar geleden was opgericht om een economie te verwezenlijken zonder klassentegenstellingen was geworden tot gezappige bestuurderspartij die af en toe mocht aanschuiven bij de Christen-democraten om op de winkel te passen. Tussen 1965 en 1969 nam Nieuw Links geleidelijk het leiderschap van de PvdA over. Dat begon in 1965 met Nieuw Linkser Jan Nagel die tot het partijbestuur van de PvdA toetrad en had zijn hoogtepunt in 1969 toen Nieuw Linkser André Van der Louw verkozen werd tot voorzitter van de PvdA. Nieuw Links had toen een absolute meerderheid in het partijbestuur. In 1971 werd de beweging opgeheven. Een meerderheid van de PvdA-congresgangers bleef zich echter identificeren met Nieuw Links.

Nieuw Links had een heldere eigen agenda. Ze verwoordde dat in Tien over Rood: de vernieuwers wilden dat de PvdA naar links schoof op sociaaleconomisch en internationaalpolitieke vraagstukken. Zo moest inkomen radicaal herverdeeld worden op nationaal en internationaal niveau. De PvdA zou niet deelnemen aan een kabinet als de ontwikkelingshulp lager dan 2% van BBP zou zijn. Bovendien zette Nieuw Links zich in voor de democratisering van de politiek, de economie en de samenleving. Daar waren ze overigens niet alleen in: studenten eisten medezeggenschappen, jonge Christenen wilden een progressieve koers voor de kerken en de Christelijke partijen. D66 kwam in de Kamer op basis van verhaal over democratisering. Autoritaire structuren stonden in de hele samenleving onder druk. Ook voor de organisatie en strategie van de PvdA had Nieuw Links een helder plan: ze was voorstander van de democratisering van de PvdA en van een polarisatiestrategie waarbij de PvdA het conflict koos met de rechtse krachten in de samenleving.

Dat alles culmineerde in 1973 in de vorming van het linkse kabinet Den Uyl. Den Uyl, opvallend genoeg, was een uitgesproken tegenstander van Nieuw Links maar zag zich genoodzaakt om niet alleen de polarisatiestrategie van Nieuw Links over te nemen, de PvdA naar links toe te schuiven maar ook prominente Nieuw Linksers als Marcel van Dam in zijn kabinet te benoemen. Veel Nieuw Linksers bleven tot midden jaren ’90 prominente PvdA’ers en daarmee prominente bestuurders in Nederland: Van der Louw werd burgemeester van Rotterdam. Nieuw Linkser Han Lammers werd wethouder in Amsterdam en daarna Commissaris van de Koningin in Flevoland, Relus ter Beek was PvdA-Kamerlid en daarna Commissaris in Drenthe, Max van den Berg, een andere Nieuw Linkse partijvoorzitter werd Commissaris in Groningen. Nagel was een van de weinige Nieuw Linksers die niet tot het establishment ging behoren. Hij richtte juist de protestpartij Leefbaar Nederland op en later de ouderenpartij 50+

Niet Nix
Niet Nix had een heel andere achtergrond. In 1992 is Felix Rottenberg tot PvdA-partijvoorzitter verkozen. Hij wil de PvdA hervormen. Dat lukt hem maar mondjesmaat. De PvdA is een bestuurdersclub geworden. Opvallend genoeg zijn veel van de Nieuw Linksers uit de jaren ’70 de oude regenten van de jaren ’90. Toen twee brutale studenten, Lennart Booij en Erik van Bruggen, hem een brief stuurde dat het ‘anders’ moest in de PvdA en ‘opener’, werden zij met open armen ontvangen. Ze mochten de PvdA-campagne adviseren en kwamen later in dienst van Rottenberg om hem te helpen vorm te geven aan de partijvernieuwing. De twee studenten verzamelden een groep van jonge PvdA’ers om zich heen. Ze brachten samen een manifest uit, getiteld Niet Nix. In het manifest formuleerden ze een nieuwe koers van de PvdA: een sociaal-liberaal verhaal waarin milieu en onderwijs centraal stonden, Ook pleitten ze ervoor de PvdA om te vormen tot een democratische beweging. Bovendien moest de partij op zoek gaan naar jong talent uit de kunsten en het bedrijfsleven. In 1999 stelden Booij en Van Bruggen zich verkiesbaar voor het partijleiderschap. Ze verloren van de kandidaat van het establishment, Marijke van Hees. Het duurde nog bijna een jaar maar toen werd Niet Nix opgeheven. Het breed gedeelde gevoel was dat Niet Nix er niet in geslaagd was om de PvdA te hervormen.

In 2002 kreeg Nieuw Links als nog gelijk: de PvdA, die ook in de ogen van de kiezer een gesloten bestuurdersclub was geworden, werd door electoraal afgestraft. Ruud Koole (al verkozen in 2001) en Wouter Bos (verkozen in 2002) namen het roer over in de PvdA. Ze zetten in op vernieuwing van het gedachtegoed en de partij. Sommige Niet Nixers groeiden door: Van Bruggen leidde campagnes bij de PvdA, Frank Heemskerk werd staatssecretaris, Jan Vos Kamerlid, Co Verdaas gedeputeerde en Tino Wallaart persoonlijk assistent van een minister. Partijleiders Wouter Bos en Diederik Samsom waren geen lid van de beweging maar konden wel op sympathie van de club rekenen. Vervolgens accepteerde Samsom dat Nederland een historisch laag percentage van haar BBP besteedde aan ontwikkelingshulp, maar dat terzijde.

Lessen
Volgens mij leren Nieuw Links en Niet Nix vijf belangrijke lessen:

  • Vorm en inhoud gaan samen: het fundamentele verschil tussen Nieuw Links en Niet Nix is dat Nieuw Links een verhaal had toen ze werd opgericht. De PvdA moest naar links. Tien over rood is een praktisch democratisch-socialistisch programma. Daarbij hoorde een democratische partijorganisatie. Niet Nix vond dat de PvdA ‘anders’ moest en ‘opener’, maar hoe anders precies dat ontwikkelden de jongeren gaande weg.
  • Vergadertijgers winnen: Nieuw Links was van plan om de partij over te nemen en deed dit stapje voor stapje. In lokale afdelingen kregen ze congresafgevaardigden verkozen. Zo konden ze zich het partijbestuur toe eigenen. Met het congres en het partijbestuur achter zich namen ze ook de fractie in. Een klassieke infiltratietechniek. Niet Nix waren sympathieke jongens met leuke ideeën die al snel door de partij werden ingekapseld. Toen ze het onderste uit de kan wilden, namelijk het partijvoorzitterschap, kregen ze de partijtop op hun neus.
  • Begin in tijden van tegenslag: naar Niet Nix werd niet geluisterd. Midden jaren ’90 was de PvdA de grootste partij en leverde ze premier. Pas nadat de PvdA de verkiezingen had verloren, werden de lessen van Niet Nix overgenomen. Nieuw Links kon de PvdA overnemen toen de partij electoraal in verval was gekomen.
  • En wacht dan 20 jaar: maar als je er dan eenmaal bent gekomen door avonden lang te vergaderen om met een inhoudelijk verhaal te komen voor een partij in verval, en je hebt stap voor stap het congres, het partijbestuur en de fractie overgenomen, dan heb je een bestuurlijke carrière voor je liggen. Campaigner, het partijbestuur, persoonlijk assistent van een bestuurder,Tweede Kamerlid, wethouder, Commissaris van de Koningin, partijleider. De wereld ligt aan je voeten.

Een groen wedge issue

Plassen onder de douche, gratis kraanwater en het vuurwerkverbod. Het zijn allemaal de verschijningsvormen van hetzelfde probleem. GroenLinks mist een groene versie van de kopvoddentax.

Een kopvoddentax is een wedge issue. Een voorstel waar 50% van de bevolking het harstochtelijk mee eens is en 50% het hartgrondig mee oneens is. En waar de 50% die het er mee oneens zijn daar zo’n punt van maken dat zij de media blijven zoeken om hun tegenstand te blijven herhalen. En waardoor de 50% die het er mee eens zijn zo voortdurend versterkt worden in hun opvattingen.

Plassen onder de douche en gratis kraanwater zijn voorbeelden van een voorstel waar veel mensen het mee oneens zijn en die het graag herhalen. Maar het onderwerp is niet overtuigend genoeg om het groene mensen mee te krijgen. Daarvoor is het te klein.

Maar de belangrijkste voorstellen van GroenLinks zijn geen wedge issues. Onze voorstellen voor eco-belastingen zijn technocratisch en milieubestuurlijk. Ze roepen geen tegenstand op aan de kant van de oppositie en geen passie op aan de kant van de voorstanders. Het zijn een gematigde voorstellen dat bij niemand geestdrift opwekt in positieve of negatieve zin. Dat betekent niet dat het een slecht voorstel is overigens, maar niet een die heart & minds van mensen in beweging zet.

Aan de andere kant zijn de hedendaagse milieuproblemen te groot, te zeer langetermijnproblemene en te abstract om er direct over te praten. “Als jij nu niet handelt zal klimaatverandering de wereld zoals wij kennen vernietigen over vijftig jaar.” Dat roept meer angst op dan de motivatie om te handelen. Milieuproblemen moeten verkocht worden in bite-size packages die aan de ene kant niet te klein zijn om niet serieus genomen te hoeven worden en aan de andere kant niet te groot zijn om met name angst te genereren.

Het vuurwerkverbod raakt in mijn ogen een boel juiste noten. Ongeveer 50% van de mensen is er tegen en 50% van de mensen is ervoor. De mensen die ervoor zijn echte vuurwerkenthousiasten die hun ene avond pyromanie niet willen laten afpakken en de andere zijn vuurwerkhaters die op nieuwjaarsavond een huisje op de hei zoeken ver weg van de herrie, de rommel en de stank. Bovendien is dit een probleem dat zowel mensen op de korte termijn raakt (vuurwerkslachtoffers) als op symbool is voor langetermijnproblemen (verspilling van grondstoffen en luchtvervuiling). Bovendien is het een jaarlijks terugkerend ritueel in de nieuwsluwe decembermaand. En toch wringt het: want GroenLinks heef zich willen positioneren als vrijzinnige partij zonder moralistisch vingertje. Daar past een verbod op een avond nationaal plezier niet bij. In het verleden was de Tweede Kamerfractie weinig enthousiast over de vasthoudendheid van het duo Rietveld-Bonte. Toch moet ik hen het nageven: hun consistente herhaling van hun boodschap (‘meer plezier met minder vuurwerk’) leverde in het begin met name scheve ogen op. Maar het is nu overgenomen in het GroenLinksprogramma en hun initatief in eind vorig jaar werd uitgevoerd samen met een tiental lokale GroenLinks-afdelingen.

Een ander voorstel dat het ook goed doet is een verbod op mega-stallen. De Brabantse GroenLinks-afdeling voerde er succesvol campagne op. Het raakt mooi een groot aantal groene GroenLinks-thema’s: landschap, dierenwelzijn en gezondheid. Bovendien zijn de voorstanders van zo’n verbod talrijker dan de tegenstanders. Maar is er aan beide kanten genoeg passie om een debat op te zetten. Inhoudelijk zitten er wel een aantal haken en ogen aan het voorstel: op klimaat scoort een mega-stal beter dan een bio-stal. Je kan dan namelijk veel beter de broeikasgassen, geproduceerd door vee, afvangen in een afgesloten mega-stal dan in de vrije natuur. Al met al: het is niet zo zwart/wit. Het past niet bij een genuanceerde partij als GroenLinks om fundamenteel tegen mega-stallen te zijn.

Kortom: GroenLinks moet op zoek naar een groen onderwerp waarop ze 50% van de kiezers vol geestdrift achter zich heeft en 50% van de kiezers op de kast jaagt. Het moet een onderwerp zijn dat niet te klein is om weggelachen te worden, maar niet zo groot dat mensen zich machteloos voelen. En bij voorkeur moet het regelmatig terugkeren in de nieuwscyclus zodat GroenLinks zich er consistent op kan vastbijten. En daarvoor moeten we onze vrijzinnigheid en nuance maar stallen. Want een wedge issue is politiek goud.

13 redenen waarom 2013 een ***-jaar wordt

We vonden al die aanhangers van de Maya-kalender die dachten dat de wereld verging volslagen gekkies. Maar 2013 wordt zo’n ongekend ***-jaar dat we die Maya-gekkies misschien beter gelijk hadden kunnen krijgen.

Bijsluiter: Dit stuk is volslagen speculatie zonder enige basis in de werkelijkheid.

Beppe Grillo, de winnaar van de Italiaanse verkiezingen

1. “There is no clear winner of the Italian elections”
De Italiaanse verkiezingen van februari 2013 worden een volslagen ramp. De verkiezingen leveren geen heldere meerderheid op: noch voor de pro-Europese partijen, noch voor links of rechts. De grote winnaar van de verkiezingen is Beppe Grillo, de komiek die leiding geeft aan de Euroskeptische, anti-establishment partij Movimente 5 Stelle. Het wordt de tweede partij van Italie. De centrum-linkse Partito Democratico blijft de linkse populisten net voor maar weet geen meerderheid te krijgen. De populistische, separatistische en Euroskeptische Lega Nord wint overtuigend in het Noorden. Berlusconi geeft leiding aan het centrum-rechtse Popolo della Liberta maar verliest alle aanhang behalve in Zuid-Italie. De centristische vernieuwingsbeweging van Mario Monti, Agenda Monti per l’Italia, haalt een heel slechte score. Samen halen deze rechtse partijen wel een meerderheid maar hun hekel voor elkaar is nog net groter dan hun hekel voor links. De afwezigheid van een heldere verkiezingswinnaar en daardoor een heldere regeringsmeerderheid in Italie werpt de Europese beurzen in een grote crash.

Mario Draghi, de nieuwe premier van Italie

2. “We must save the Italian banks … sorry … the Italian people.”
Vanwege de gekelderde beurskoerzen dreigden de Italiaanse banken om te vallen. Bovendien heeft de depressie een groot gat geslagen in de Italiaanse begroting. Maar centrum-links, centrum-rechts en de centrum-beweging van Monti komen er samen niet uit. Terwijl de Italiaanse groei- en werkgelegenheidcijfers steeds roder worden, het begrotingstekort stijgt en de beurzen blijven dalen, staat de Italiaanse politiek een half jaar stil. Dan grijpen de Europese regeringsleiders in. Ze dwingen wederom een zakenkabinet af, nu geleid door de voorzitter van de Europese centrale bank Mario Draghi. Dit kabinet is niet alleen verantwoording schuldig aan het Italiaanse parlement maar ook aan de Europese raad. In ruil voor het zakenkabinet krijgt de Italiaanse bankensector en de Italiaanse overheid financiele steun vanuit Brussel. Deze reddingsoperatie zuigt het grootste gedeelte van het Europese noodfonds leeg.

Het hoofdkantoor van Unicredit de grootste bank van Italie

3. “This was common practice for Italian bankers”
Nog geen halve week nadat de reddingsoperatie rond is, breekt er een groot corruptieschandaal los in de Italiaanse bankensector. Deze blijkt structurele banden te hebben met de Maffia. In geheime afspraken werd door grote Italiaanse banken geld geleend aan de Maffia om politici om te kopen voor ‘goede diensten’, en vervolgens het geleende geld terug te betalen met forse rentes. Op het moment dat de Italiaanse banken onder Europese controle komen, blijkt deze constructie onhoudbaar, maar blijken daarmee de omzetcijfers van bijna alle grote Italiaanse banken gebaseerd op drijfzand. De Europese regeringsleiders voelen zich genoodzaakt om alle grote Italiaanse banken op te kopen.

De aanslag op de Deense pizzeria vormde het dramatische dieptepunt van het verzet tegen de BTW-verhoging.

4. “The coordinated VAT-increase will be a solidarity tax with the Italian people.”
Europese regeringsleiders willen het reddingsfonds en opkoop van Italiaanse banken niet langer uit hun (onder grote druk gekomen) begrotingen financieren en besluiten het te betalen uit een ‘gecoordineerde BTW-verhoging’ van 1%. Het is een vondst van de Finse commissaris Olli Rehn. Alle Europese lidstaten verhogen hun BTW met 1%. Maar eigenlijk wordt dit de eerste Europese belasting. Europese regeringsleiders verdedigen in de eerste maand de impopulaire maatregel met verve: het is een Europese solidariteitsbelasting. Maar in de lidstaten wordt dit niet zo gezien: mensen weigeren om de belasting te betalen, bedrijven weigeren om de belasting af te dragen. De Nederlandse publicist Ewald Engelen twittert dat de BTW verhoging “a tax on European solidarity” is. Op 9 november 2013 wordt in Odense een pizzeria in brand gestoken door een groep die zich “Vrede Skatteydere” noemt.

Als voorzitter van de euro-groep voelt minister Dijsselbloem zich gedwongen om ook in Nederland zwaar te bezuinigen.

5. “Verdere bezuinigingen zijn noodzakelijk.”
De Italiaanse regerings- begrotings- en bankencrisis leidt tot een nieuwe ronde Catshuisonderhandelingen voor het fragiele kabinet Rutte/Asscher. Binnen de PvdA stuurt met name Jeroen Dijsselbloem, die als voorzitter van de Euro-raad een grote druk voelt om verantwoordelijkheid te nemen, aan op ernstige bezuigingen. In Mei 2013 wordt het pakket bekend:

  • verhoging van het eigen risico in de zorg en invoering van eigen bijdrages;
  • verhoging van de nominale zorgpremie;
  • een grote bezuiniging op het onderwijs;
  • een algemene verlaging van alle uitkeringen (behalve de AOW) met 10%;
  • en een algemene verhoging van de inkomensbelasting.

De PvdA verdedigt het Catshuisakkoord met verve. De PvdA-ministers kloppen zichzelf op de borst om hun vermogen om over hun eigen schaduw heen te springen. De PvdA-ministers vertellen het eerlijke verhaal: de crisis raakt iedereen maar het begrotingspakket is sterk en sociaal. Sterk door de nadruk op bezuigingen en sociaal door de verhoging van de inkomstenbelasting.
Er wordt een onwaarschijnlijke meerderheid in de Eerste Kamer gevonden die naast de coalitiepartijen bestaat uit ChristenUnie, SGP, D66 en de dissidente 50Plus-senator Kees de Lange.

Emile Roemer hervindt zijn flow als oppositieleider.

6. “Nu doet u het weer!”
Voor oppositieleider Roemer is dit echter het draaipunt. Hij zegt tegen PvdA-leider Samsom in het debat over het begrotingsakkoord 2014: “Nu doet u het weer. In het regeerakkoord liet u uw rode veren al door Rutte plukken, maar er is niets meer te plukken, meneer Samsom, u laat zich hier publiekelijk villen door Rutte en zijn begrotingsfundamentalisme. Er blijft niets over van de rode haan”. Na het akkoord daalt de PvdA sterk in de peilingen: er blijven nog maar 15 zetels over. Ook de VVD moet ernstig inleveren. Bovenaan de peilingen staan de SP en de PVV die stem geven aan de ontevredenheid over de aanhoudende Europese crisis, de solidariteitsbelasting met de Italianen en het hardvochtige begrotingsbeleid. Coalitiepartners VVD en PvdA houden elkaar innig vast. Maar met de Europese en gemeenteraadsverkiezingen van 2014 in beeld begint het verstandshuwelijk steeds meer op een gezamelijk zelfmoordpact te leiden.

Amsterdamse politie pakt een vrouwenhandelaar op.

7. “Razzia’s keren naar 70 jaar terug in de Amsterdamse straten.”
In een poging om daadkracht te tonen in tijden van crisis voeren VVD en PvdA met steun van de PVV de strafbaarstelling van illegaliteit versneld door. Tijdens een ontspannen diner halen premier Rutte en vice-premier Asscher de Amsterdamse burgemeester Van der Laan over om in een gecoordineerde actie een groot deel van de Amsterdamse illegalen op te pakken. Asscher ziet het als de mogelijkheid om een eind te maken aan mensenhandel. “Operatie schone straten” noemen ze het. De Amsterdamse GroenLinks-fractie trekt zich -verblogen over dit plan- terug uit het college. De Amsterdamse GroenLinks-leider Van Poelgeest houdt een felle, emotionele speech tegen het voornemen van het college. Maar het baat niet. Vanaf kerstavond 2013 gaan er geuniformeerde mannen door Amsterdam, van de afdeling speciale politie-operaties, die bij ieder huis aankloppen om er te kijken of er geen illegalen wonen en zo ja, deze meenemen naar een detentiekamp.

Naast het internationale en nationale economische nieuws domineren drie onderwerpen de media:

Volgens de Story zou de relatie tussen Beatrix en Charles begonnen zijn in 1989.

8. “Ik heb nooit seksuele relaties gehad met Prins Charles.”
In april breekt de Story met een schokkend verhaal: Koningin Beatrix zou de buitenechtelijke minnaar zijn van Prins Charles. Na het ongeluk van Friso zouden via Mabel de contacten tussen het Nederlandse en Britse Koningshuis heel innig zijn geworden. Beatrix zou steun vinden in de flegmatische humor van de Britse kroonprins. Van het verhaal is volgens de Rijksvoorlichtingdienst weinig waar. Er zou sprake zij van goede contacten tussen de Koningin en de kroonprins, maar van nachtelijke escapades in Buckingham Palace, die door een rancuneuze ex-butler aan de Story gelekt zijn, is niets waar. De mediastorm is enorm. Koningin Beatrix voelt zich genoodzaakt om afstand te nemen van het verhaal in een publieke toespraak aan het einde van Koninginnedag 2013. Hiermee drukt zij echter de speculaties over haar relatie met Charles, die zij in de speech ook niet ontkent, niet de kop in. Dit verhaal blijft de media domineren tot een nieuwe hype zich meldt.

Marianne Thieme laat staatssecretaris Dijksma vallen na Walvisgate

9.  “Ik eis dat de minister naar Moskou gaat om te eisen dat ze hun duikbootoperaties in de Noordzee stoppen.”
In juni van 2013 spoelen er twee bultruggen aan in Nederland. Staatssecretaris Sharon Dijksma had de invoering van een zeezoogdierenprotocol echter uitgesteld omdat zij bezig was met Europese onderhandelingen over de Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De creatieve Finse eurocommissaris Olli Rehn was namelijk met het innovatieve idee gekomen om de Italiaanse banken omhoog te houden met geld dat bedoeld was voor Italiaanse olijvenboeren. Nederland leidt de oppositie tegen dit ongelofelijke plan. PvdD-leider Marianne Thieme wil Dijksma echter aan de schandpaal nagelen voor haar nalatigheid. Zij eist een spoeddebat en dreigt met een motie van wantrouwen. Het debat krijgt een absurdistisch karakter omdat Dion Graus in De Telegraaf had gelezen dat de ‘tsunami van bultruggen’ veroorzaakt was door de verouderde sonar van Russische onderzeeboten die door internationale wateren varen. Maar ook de eigen PvdA-fractie is ontevreden over Dijksma, in de eerste plaats omdat een aantal fractieleden zichzelf geschikter had gevonden om staatssecretaris te worden. De staatssecretaris stelt zich koppig op in het debat en vindt zo de hele oppositie tegen zich… en zo blijkt in het debat in september 2013, zeven dissidente PvdA’ers, geleid door Lutz Jacobi. De bultruggen en de langzame val van staatssecretaris Dijksma domineren het nieuws.

Het uitlekken van The Hobbit II voorkomt het uitkomen van The Hobbit III

10. “The internet ruined the Hobbit for everyone.”
In zomer van 2013 lekt The Hobbit II uit, in een versie met alles erop en eraan behalve de 3D-effecten. De fantasy/avonturenfilm wordt de meest gedownloade film van de zomer. Aidan Turner, die de enige dwerg speelt zonder prosthetics, laat menig meisjeshart sneller kloppen. Als in december 2013 de film uitkomt sterft een jongen met epilepsie in de filmzaal. Volgens zijn moeder vanwege de 3D-effecten die zijn epilepsie hadden verergert; volgens de autopsie omdat de jongen die 3 dagen in de regen had zitten wachten om een kaartje voor de premier te krijgen leed aan open TBS. De moeder brengt via YouTube haar ideeen over de gevaren van 3D-filmmaken de wereld in. Bange moeders verbieden massaal hun kinderen om naar The Hobbit II te gaan. De download van de normale 2D versie breekt alle piraterijrecords.
Peter Jackson verklaart dat The Hobbit III niet zal uitkomen. Internetpiraterij maar ook de manier waarop onzin zich via de sociale media met hoge snelheid over de planeet verspreidt, heeft het plezier (en de winst) filmmaken voor Jackson volslagen kapot gemaakt. Deze opvallende gang van zaken domineert het nieuws in de laatste maand van 2013.

Drie verhalen worden door de media-hypes echter buiten het gezichtsveld van het Nederlandse publiek gehouden.

Grote overstromingen in Duitsland, net voor de Nederlandse grens

11. “The climate crisis has taken much stronger forms much earlier then our models projected.”
Het internationale panel over klimaatverandering (IPCC) oordeelt in de herfst van 2013 dat de series van orkanen in 2012 en in 2013 het gevolg zijn van klimaatverandering. Ook de aanhoudende droogte in de de Amerikaanse mid-west zouden hier volgens het panel een directe gevolg van zijn. Datzelfde geldt voor de overstromingen van de Maas in Belgie en de Rijn in Duitsland in de lente van 2013. En van het verdwijnen van de eerste eilanden van Vanuatu onder de zeespiegel. Nederland blijft van overstromingen gespaard. De modellen waren volgens de klimaatwetenschappers te conservatief. Nu oordelen zij dat niet in 2090 maar in 2030 de temperatuur met 4 graden zal stijgen.
In Nederland krijgt het onderwerp nauwelijks aandacht. Alleen Helma Nepperus weet er gebruik van te maken. Zij buit de onzekerheid over de klimaatvoorspelling uit om alle conclusies van het IPCC op losse schroeven te zetten. Een spetterend optreden in Pauw en Witteman, waarin zij vakkundig de directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving wegzet als een bureaucraat uit “1984″ die de ene dag zeker weet dat X waar is en de andere dag zeker weet dat Y waar is, kattapulteert haar naar het fractievoorzitterschap van de VVD nadat Halbe Zijlstra in 2013 voorzitter van de Raad van Cultuur wordt.

Na de sluiting zal de Large Hadron Collider worden gebruikt als supersnelle achtbaan.

12. “Higgs Boson found. Scientific progress has come to its natural end.”
De gevolgen van de Europese bezuinigingen op wetenschap worden duidelijk. De Large Hadron Collider in Geneve wordt gesloten, net nu er grote stappen worden gemaakt met de ontdekking van de allerkleinste deeltjes. Maar op de Europese begrotingen is geen ruimte meer voor wetenschap, trouwens ook niet meer voor kunst of natuur, alleen nog maar voor steunpakketten voor banken en werkloosheidsuitkeringen. Het ongeloof van wetenschappers over het sluiten van deze wetenschappelijke instelling vindt geen aansluiting bij de media: het ‘goddeeltje’, de Higgs Boson was toch gevonden? De wetenschap was toch af? Voor de nuance dat 99.99% zekerheid iets anders is dan 100% en dat de wetenschap niet ‘af’ is nu dit deeltje met enige zekerheid waargenomen was, was geen ruimte; noch bij de media, noch bij de internationale politiek. Zelfs de brandbrief van Nobelprijswinnaars Veltman en ‘t Hooft dat hiermee fundamenteel natuurkundig onderzoek effectief de nek om wordt gedraaid, wordt niet geplaatst in de Volkskrant: te ingewikkeld.

Damascus kleurt rood met Damascusrozen

13. “We all love Al-Assad. We always loved Al-Assad. We will always love Al-Assad.”
De Syrische burgeroorlog blijft doorsmeulen. De internationale gemeenschap blijft tot op het bot verdeeld over ingrijpen. De Russische president Poetin en de Chinese premier Wen steunen Assad. De Amerikaanse steun voor de Islamitische rebellen neemt af, als blijkt dat hun kans om te overwinnen steeds kleiner wordt. Ook het vertrek van interventionisten als Susan Rice en Clinton maakt Obama veel minder geneigd om in te grijpen. Nu bestuurt John Kerry, die door zijn eigen ervaring in Vietnam een afkeer heeft voor militair ingrijpen, het State Department. Op 27 augustus 2013 kleuren de straten van Damascus rood… rood van de duizende rozenblaadjes die worden neergegooid door aanhangers van Assad. De president verklaart op die dag dat de politionele operaties in Syrie gestopt zijn en alle stabiliteit in het land is teruggekeerd. De beelden van president Al-Assad, die, gekleed in een traditioneel Syrisch wit gewaad in een zee van rode rozenblaadjes loopt, bereiken de Nederlandse televisie nog wel, maar voor de verhalen van de tienduizenden politieke gevangen, de verhalen over martelingen en de verhalen over het verdwijnen van de aardbodem van complete dorpjes is geen ruimte in de “verschillige” praatprogramma’s, waar met name aandacht is voor het prive-leven van de Koningin, de bultrug en verhalen van Alexander Klopping over hoe Peter Jackson niet mee kan doen in de moderne informatiesamenleving.

“Een waardeloze economie”

Afgelopen maand organiseerde ik een lezingencyclus over de waardevolle economie. Vijf avonden waarop de economische koers van GroenLinks verdiept werd. Van twee schreef ik een verslag. Bij deze het verslag van de bijdrage van Ewald Engelen.

“Tegenover een ‘waardevolle economie’ staat een ‘waardeloze economie’.” stelt Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie. “Het type economische groei die Nederland in de afgelopen 15 tot 20 jaar heeft meegemaakt, is waardeloos. Om te zien hoe waardeloos die groei is, dalen we af naar de krochten van het bankbedrijf”.

De bankencrisis aan weerzijde van de Oceaan
De aanleiding van de crisis lag in de Verenigde Staten: “In Amerika hadden Democraten en Republikeinen geprobeerd om inkomensongelijkheden weg te plaveien door mensen eigen huizen te geven zonder oog of mensen de hypotheken konden terugbetalen. Banken zetten die hyptoheken niet op de balans. De banken verpakten die hypotheken en verkochten ze door. Het zo geheten securitiseren.”

Er waren mensen die uiteindelijk die hypotheek niet meer op konden brengen: “Dan kan je in Amerika de sleutels naar de bank toe sturen. Steeds meer huizen stonden leeg. De huizenprijzen daalden. De gesecuritiseerde producten waren de prijs niet meer waard waarvoor ze op de boeken stonden. Niemand wist wie de verpakte hypotheekcontracten had gekocht. Er ontstond wantrouwen tussen banken. Er werden tussen banken geen geld meer geleend.” In 2008 gingen verschillende banken daardoor failliet.

“Deze gesecuritiseerde producten waren niet alleen verkocht aan Amerikaanse banken maar ook aan Europese banken. De schokgolf raakte zo ook het Europese continent. Staten in de hele Eurozone konden zich de meltdown van de financiële infrastuctuur niet permitteren. Het bankwezen was technisch failliet maar mocht niet failliet gaan. De overheden gaven kapitaalinjecties, namen de risico’s over van de banken en leverden garanties. In Nederland komt dat neer op 26% van het bruto binnenlands product.” Dat is de reden voor de grote staatsschulden nu, want “voor de crisis ging Bos met een overschot naar de Tweede Kamer”. In de onderstaande figuur is te zien hoe de staatsschuld in verschillende Westerse landen scherp steeg: voor de crisis daalde de schuld in Spanje met 10% na de crisis steeg de schuld met 10% per jaar.

Bankieren op anabole steroïden
“Het was een gigantische implosie van een financiële kathedraal, die de laatste twintig jaar is opgebouwd, waar toezichthouders geen zicht op hadden. Bankiers ook niet. They didn’t know shit. Ze wisten niet hoe markten eruit zagen, niet hoe kwetsbaar hun eigen bank was of hoe onderling verbonden en onderling afhankelijk de internationale bankwereld was. Wat wij sinds midden jaren ’80 zien is een nog nooit eerder vertoonde groei van de financiële economie ten opzicht van de de reële economie. Bancaire balansen zijn twee keer zo groot zijn als het mondiale bruto binnenlands product. Dat is bankieren op anabole steroïden.” De rode lijn in de onderstaande figuur geeft de ontwikkeling van de bankensector weer tegenover het gecombineerde bruto binnenlands product van de 14 rijkste landen.

Dat is nog maar wat de banken rapporteren. In de schaduwbancaire stelsel gaat nog een keer een heel mondiaal bruto binnenlands product om.  “Het schaduwbancaire stelsel bestaat uit alle transacties die verricht worden buiten het toezicht van bancaire toezichthouders. Ongeveer een derde van de financiële transacties vindt zo plaats. Dat weten we pas sinds de crisis. Er wordt daar geld gecreëerd door schuldtitels. Hetzelfde onderpand wordt gebruikt in vijf leentransacties. Dat is: hetzelfde onderpand wordt vijf keer heen en weer gedaan om enorme balansen te creëren. Nederland is de vierde grote draaischijf van het schaduwbancaire stelsel.”

Het gefinancialiseerde kapitalisme had haar oorsprong eind jaren ’70. “Door het  ineenstorten van de internationale monetaire orde in de jaren 70 verdween de quasi-goudstandaard die als ankerpunt fungeerde. Vervolgens zijn de financiële markten zijn geïnternationaliseerd en gedereguleerd.”

“We denken allemaal dat in de Verenigde Staten de grootste klootzakken rondlopen. Maar de VS heeft een kleine financiële sector. Deze is net zo groot als de Amerikaanse economie. De grootste klootzakken dat zijn de Europese banken. De landen met de grootste balansen in verhouding tot hun eigen economieën zijn Nederland en het Verenigd Koninkrijk.” De verhouding tussen de binnenlandse producten en de bankensectoren zijn weergegeven in de onderstaande figuur. “De Nederlandse banken zijn nog steeds vijf keer zo groot als de Nederlandse economie. Dat is too big to fail. Maar we kunnen ons niet een tweede reddingsoperatie permitteren.”

“Wat is hier gebeurd? Hoe kan dit gebeuren? Hoe kon het dat wij dit niet zagen? We hebben ons bezig gehouden met futiele kwesties, zoals hoofddoekjes, terwijl we ons financiële stelsel uit het oog verloren hebben. De financiële sector heeft een grote lobbymacht. Er is sprake van een draaideureffect: de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken is Eerste Kamerlid van D66. Banken krijgen de wetgeving die ze insteken. Europese wetgeving vindt plaats op basis van consultatierondes. Alleen de financiële sector reageert. Ze hebben een enorm batterij aan juristen.” Maar er is sprake van kennisfalen: “Economen zijn gelobotomiseerde krankzinnigen die niets begrijpen van de reële economie. Alleen heterodoxe economen zagen de zeepbel aankomen.”

Hefbomen
“Als je de winstgevendheid van banken afzet tegen de totale balans, dan zien we dat de winstgevenheid van banken niet veel is. In de VS is het hoogst: een winstpercentage van 1 tot 1.2%. In Europa is het nog lager. We kunnen ook naar hetzelfde rendement kijken in termen van het eigen kapitaal. Dat is wat de aandeelhouders en de bankiers zelf krijgen. Het rendement is midden jaren ’90 7% en loopt op naar 15%. Dit type rendementen maakt de banken tot een zeer winstgevende sector. Hoe kan een bank zo’n laag rendement hebben op de totale balans en zo’n hoog rendement per aandeel hebben?” De twee figuren hieronder geven de winst uitgedrukt in termen van de balans en uitgedrukt in termen van het eigen vermogen weer.

De hefboom is de simpelste reden voor het hoge rendement per aandeel: “De hefboom is niet anders dan de verhouding tussen het eigen vermogen en de omvang van de balans. In 1850 was de balans van het bankwezen twee keer zo groot als het eigen vermogen. De partners van een bank gokten met hun eigen vermogen. Dat betekent dat als je 1.2% winst haalt op je totale balans, je 2.4% winst haalt op je eigen vermogen. Rond 1970 zijn er hefbomen van 25%. Dit betekent dat banken nog maar 4% van hun eigen balans als eigen vermogen hebben. 1.2% winst betekent dan een winst van 30% op het eigen vermogen.”

“Hoe werkt dit? Een bank heeft heel weinig eigen vermogen. Voor een korte periode, één of twee dagen, lenen ze goedkoop geld. Dat lenen ze vervolgens uit voor hogere rentes of daar kopen ze financiële producten voor met hoge rendementen. Het verschil tussen die goedkope kortdurende leningen en die langdurige duurdere leningen dat is de winst die een bank maakt.”

Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er internationale regels voor de verhouding die banken moeten hebben tussen eigen kapitaal en de totale balans. “Als een bank risicovolle activa op hun balans zetten, dan maakt dat ze tot een onveilige bank. Daarvoor moet veel eigen vermogen achter de hand gehouden. Voor overheidsobligaties van landen met een AAA-rating hoeven banken 0% eigen vermogen achter de hand te houden. Hypotheken zijn relatief onveilig daar moeten banken 8% eigen vermogen voor achter de hand houden. Dat betekent dat banken rekening houden met het mogelijke faillissement. Banken willen dus onveilige producten omzetten in producten met een AAA-rating. Het totale eigen vermogen is zo veel lager dan het cijfer dat volgt uit de risico-gewogen activa.” Hieronder zie je het risicogewogen eigen kapitaal van Nederlandse banken (waar ze in de top-4 staan) maar ook het niet risico-gewogen eigen kapitaal van banken (waar ze bij de onderste 4 staan).

“De toezichthouders van banken hebben afgesproken dat banken zelf hun eigen risico’s mogen inschatten, zolang dit maar voldoet aan een aantal procedurele voorwaarden. Bij grote banken keurt de slager het eigen vlees. De risico’s die verbonden waren aan veel financiële producten werd schromelijk onderschat. Ze kunnen zo kunstmatig hun eigen winsten oppompen.”

Securitisatie
“Banken hebben een intermediaire functie. Of ten minste dat is het zeehondjesverhaal dat ze graag vertellen. Mensen hebben geld over. De banken zetten dat surplusgeld uit bij mensen en bedrijven die geld nodig hebben. Tijdens de bancaire revolutie zijn banken andere dingen gaan doen. Ze zijn gebruik gaan maken van securitisatie. Dat is een vrij eenvoudig proces: we hebben een hypotheekbank die leent geld uit aan mensen die een lening willen. Door te securitiseren kunnen banken datzelfde beetje geld nog een keer uitgeven. Securitiseren is niet meer dan een contract als een op financiële markten verhandelbaar product doorverkopen aan andere partijen. Je hebt een bank die verkoopt aan een special purpose vehicle. Die koopt van die bank de hypotheken door evenveel obligaties uit te geven als hypotheekcontracten. De rente uit deze obligaties worden betaald uit de rente van de hypotheekcontracten. Er worden producten verkocht die tot in de tweede of de derde trap verwijderd zijn van het oorspronkelijke hypotheekcontract. In Nederland werden zulke producten gekocht door onze eigen pensioenfondsen. Nederland staat in de top-4 van markten in gesecuritiseerde schulden. Toen er geen hypotheekcontracten meer te slijten waren, bleek hoe enorm raar het vlechtwerk van afhankelijkheden in elkaar zat.”

Een schuldgedreven groeimodel
“Nederland is een verderfelijk land. We zijn een grote partij in het casinospel dat banken opgetuigd hebben. Wij hebben zelf een heel precair groeimodel gehanteerd.” Een onderdeel daarvan wordt in de volgende lezing uitgelicht door Alfred Kleinknecht: het exportgedreven groeimodel. “Sinds midden jaren ’80 krimpt onze binnenlandse economie zodat grote bedrijven kunnen exporteren. Daarvoor laten we onze lonen dalen.”

“Er is geprobeerd het tekort aan binnenlandse bestedingen op lossen door de vastgoedsector.” Dit is grotendeels gedreven door schulden: “Dit is een grote misallocatie van kapitaal: ons grote commerciële vastgoedprobleem. In Groot-Amsterdam staat 18% van de kantorenparken leeg. Dat wordt nooit meer verhuurd. Honderden miljoenen euro’s die gestoken zijn in vastgoed: vroeg of laat moet dat ergens afgeboekt worden. Laten we hopen dat het bij de banken zal zijn en dat niet de burgers ervoor moeten betalen. Woningbouwcorporaties, universiteiten en ziekenhuizen zijn sterk financieel gedreven. Hun hoofdtaak is niet meer onderwijs, onderzoek of zorg, maar het managen en beheren van een vastgoedportefeuille.” Maar ook huishoudens zijn gelinkt aan de vastgoedbubbel: “Nederland heeft een gigantische hypothecaire schuld. Alleen Zwitserland en Denenmarken hebben zo’n grote hypotheekschuld.” Het wordt voor huishoudens vanwege de bezuinigingen moeilijker om hun hypotheek te betalen of anders hun huis te verkopen. “We moeten af van onze geldverslaving en onze economie moet af van de vastgoedverslaving van de bouwsectoren.”

De illusoire winstgevendheid van het bankenstelsel heeft geleid tot een gigantische misallocatie van kapitaal en arbeid. Dit is een reset moment, een moment van herbezinning, een therapeutisch moment dat we met z’n allen moeten doormaken. We zitten nu in de nasleep van een sterk door marktdenken gedomineerd bedrijf. Er is nu veel meer ruimte voor het nadenken over alternatieven, andere vormen van markten, zoals duurzame markten. Maar eerst zal er een vlijmscherpe scalpel gezet moeten worden in de mondiale financiële sector zodat banken weer in dienst staan van mensen en niet in dienst van zichzelf.