Het Huis van de Geschiedenis

De SP en met name Jan Marijnissen willen een huis van de geschiedenis, gewijd aan de geschiedenis van Nederland. Een plaats waar jong en oud in gezins- of groepsverband (er worden bij de SP natuurlijk geen individuele kaartjes verkocht) op een ontspannen, plezierige wijze kennis kan nemen van de geschiedenis van ons volk, ons land en ons zorgvuldig gekozen democratische systeem. Ik denk dat voor iemand die links is en zeker voor een socialist zo’n museum een onheilspellende, ongelukkige plaats zou zijn. Immers de geschiedenis van Nederland is niet iets om trots op te zijn.

Zaal 1: waarin we kunnen laten zien waar Nederland in de Gouden Eeuw rijk van is geworden: slavenhandel in Afrika, onderdrukking in de Oost en walvisjacht in de Noordelijke IJszee. Nee dat levert mooie plaatjes op geketende slaven in Nederlandse boten, kannonen in Nederlands Indie en rottende walvislijken met spiezen in hun hoofd.

Zaal 2: waarin we laten zien hoe Nederland in de 19e eeuw omging met haar arbeiders: honger, ziekte, verschrikkelijke levensomstandigheden, armoede, bouwvallen, verschrikkelijke arbeidsomstandigheden, lage lonen, alcoholisme en dienstplicht. Fijn leuk voor het hele gezin!

Zaal 3: waarin de zwartste pagina van de Nederlandse geschiedenis wordt getoond. De Tweede Wereldoorlog. Hoe wij Joden die uit Duitsland vluchtte terug stuurde. Hoe Nederland het laagste percentage overlevende, teruggekeerde en geredde Joden het laagste van Europa werd door onze gezagsgetrouwe bevolking en perfecte administratie.

Ik hoef wil niet naar het ene Huis van de Geschiedenis. Daarom kom je nooit vrolijk vandaan. Meerdere kleine musea gewijd aan een van deze verschrikkingen is voor mij genoeg: het tropenmuseum over onze voormalige kolonien, het Anne Frankhuis, voormalig kamp Westerbork en het Joods Historisch Museum voor de Shoah.

Het punt dat ik wil maken, is dat de Nederlandse geschiedenis, anders dan de SP gelooft, helemaal niet mooi, zegenrijk of prijzenswaardig is: 500 jaar kolonialisme, dierenleed, kapitalisme, protestantisme en nationalisme moet je niet vieren, maar na afschaffing herdenken.

Drie redenen om geen politicus te worden

Op mijn achtste wilde ik politicus worden: lid van het Europees Parlement zelfs, omdat dit het politieke centrum van een kruising tussen een kosmopolitisch ideaal en een wereldmacht is (niet dat ik dat precies zo onder woorden kon brengen). Nu veertien jaar later wil ik geen politicus meer worden, niet zo zeer omdat idealen of macht mij niet meer aanspreken. Maar wel om de volgende drie redenen:

Ik kan het niet. Op het GroenLinks congres in september had ik een amendement in gediend, dat ik stamelend, zenuwachtig en zonder overtuigingskracht heb proberen te verdedigen voor de grote zaal. Ik kreeg nauwelijks steun en vond het verschrikkelijk. Daarentegen had ik ook samen met DWARS, de GroenLinkse Jongeren een aantal amendementen voorbereid mee gedacht over de tekst, de inhoud, de verdediging. De DWARSe woordvoerders Mieke en Steven hebben met veel charisma deze amendementen wel aan de man gekregen. Wij hebben allemaal zo onze sterke kanten en zwakke kanten. Dingen die we leuk en niet leuk vinden. Mee denken en mee helpen met een politiek process is valt voor mij in de eerste categorie, dat zelf moeten doen valt in de tweede.

Ik wil het niet. De partijraad van GroenLinks heeft net de samenstelling van een bepaalde commissie (waar ik voor was gevraagd) afgewezen, omdat de partijraad (het partijkader) een conflict met het bestuur (de partijtop) heeft. Mijn kans om mee te denken en mee te helpen met GroenLinkse politiek is (in elk geval tijdelijk, maar misschien ook wel zeker) de bodem ingeslagen vanwege een conflict waar ik zelf buiten sta. Ik wil niet zo afhankelijk zijn van onvoorspelbare en onbeinvloedbare krachten buiten mij. Een sollicitatiecommissie overtuigen okay, maar moeten vertrouwen op kiezers, congressen of parlementen: mij niet gezien.

Ik vind iets anders leuker. Veertien jaar na mijn droom om lid van het Europees Parlement te worden wil ik wetenschapper worden: empirisch politicoloog met gevoel voor wetenschaps- en politieke filosofie. Dat vind ik echt leuk, daar ben ik echt goed in. Zonder overigens mijn politieke idealen te verliezen: het mee denken en mee helpen aan GroenLinkse politiek zal ik altijd willen doen. De ultieme combinatie van mee denken, mee doen en politieke wetenschap en filosofie, is voor mij directeur van het Wetenschappelijk Bureau. Op afstand met GroenLinkse politiek mee denken, mee schrijven aan verkiezingsprogramma’s en mee helpen met het formuleren van problemen en alternatieven: prachtig!

Mededogen of Rechtvaardigheid

De Partij voor Dieren heeft mededogen voor dieren en mensen als haar leidende principe. Voor een partij die dierenrechten nastreeft is dat een onjust beginsel.

Er is een verschil tussen de persoonlijke sfeer en publieke sfeer. In deze sferen zijn andere principes van toepassing en uit deze principes kunnen andere tyype praktische implicaties volgen.

Volgens mij is in de publieke sfeer rechtvaardigheid het leidende principe. Dit kan gespecifieerd worden in allerlei principes van rechtvaardigheid: solidariteit, duurzaamheid, vrede, diversiteit, democratie. Uit rechtvaardigheid volgen rechten, deze worden niet gegeven uit mededogen van de gemeenschap en de overheid, maar omdat het rechtvaardig is. Een burger heeft recht op een uitkering, als hij gehandicapt is, dit is geen almoes, maar een opeisbaar recht (engels: entitlement). In het katholieke sociale denken speelt mededogen een grote rol, ik denk dat een liberaal of een socialist het hier niet mee eens kan zijn: je maakt dan de rechten van burgers afhankelijk van de moraliteit van anderen.

In de private sfeer geldt geen rechtvaardigheid, maar daar geldt mededogen, liefde, barmhartigheid, compassie. Een kind heeft geen recht op de liefde van zijn vader, maar deze geeft zijn vader uit liefde voor z’n kind. Dit is een natuurlijk proces. Daarnaast, als de vader alleen maar van z’n kind zou houden omdat het moet vanuit rechtvaardigheid, zou de liefde ook niet gemeend zijn.

De Partij voor de Dieren past dus onterecht mededogen toe op de publieke sfeer en leidt hier rechten van af. Als dierenrechten hebben (waar ik het mee eens ben) moet dat niet afhangen van de moraliteit van mensen, maar zijn zij entitled tot dit recht.

De Staat: een fictie

Ik heb laatst twee artikelen van Alexander Wendt gelezen. Hij is een politicoloog, gespecialiseerd in de studie van internationale betrekkingen vanuit sociaal constructivistisch perspectief. So far so good. Hij is echter ook een staat-centrist. Ik geloof dat hier, vanuit wetenschapsfilosofisch perspectief, de grootste onzin onstaat. Ik wil hier laten zien dat wat sociaal-constructivisten doen, ongeveer het zelfde is als een huis bouwen op drijfzand.

Wendt stelt dat staten identiteiten hebben en dat deze door andere staten worden beinvloed, net als mensen onderling elkaars identiteiten beinvloeden. Ik denk dat dit een grove misvatting is: staten kunnen geen identiteit hebben. Staten bestaan namelijk niet, het zijn nuttige ficties, waar mensen zich onderschikken.

De fictie is gebaseerd op een stijlfiguur: als ik zeg “ik bel het museum” dan is dat een short hand om te zeggen ik bel met iemand van het museum. Musea, namelijk gebouwen, kunnen geen telefoon op nemen. Als je zegt “Belgie verklaart de oorlog aan Nederland” maak je gebruik van net zo’n metonymia: je zegt namelijk “de politiek elite van Belgie verklaart de oorlog aan de politieke elite van Nederland.” De staat is dus op deze manier een fictie.

Dit is echter een cheap shot immers sociaal constructivisten zullen zeggen, dat de politieke elites en de receptioniste van het museum, Nederlandse staat of het museum vertegenwoordigen, dank zij de gedeelde perceptie dat zij Nederland vertegenwoordigen. Dat vind ik acceptabel: de staat is een sociaal-psychologisch fenomeen. Hiermee is het geen objectief feit, maar een gedeelde fictie. Het heeft geen locatie. Het moet ongeveer dezelfde eigenschappen hebben als een willekeurige gedachten in iemands geest, want het enige verschil met een willekeurige gedachte en deze is dat iedere Nederlander (schijnbaar; lijkt mij een empirische vraag) het over eens is dat omdat zij de Nederlandse staat vertegenwoordigen, de politieke elite bepaalde rechten heeft.

Zo’n gedeelde gedachte kan dus niet handelen: een gedeelde perceptie kan niet een ander land binnen vallen. Dat kan alleen een leger, op bevel van de politieke elite, in naam van de staat. Een sociaal psychologisch fenomeen heeft ook geen eigen identiteit: immers het is een gedachte, een gedeelde mening, een gedeelde fictie. Hebben jouw gedachte een identiteit?

Het centrale wetenschapsfilosofische probleem is of er zinnige ideniteiten bestaan buiten mensen. Heeft de geschiedenis een eigen dynamiek? Beheerst de kerk ons leven? Onstaat er als veel mensen bijeen zijn een kwalitatieve sprong van groep naar gemeenschap? Ik denk dat je heel goed op moet passen in hoeverre deze zaken waar zijn. Volgens mij bestaan mensen, maar bestaat de “loop van geschiedenis” niet buiten deze mensen. Er bestaan geen supra-individuele structuren, geen holistische systemen. Alleen maar individuen en hun percepties. Als je wel gelooft dat deze bestaan, moet je de metafysische vraag beantwoorden: waar zijn die structuren dan?

Wat Wendt doet is dus op drijfzand bouwen. Staten per-se bestaan alleen maar omdat wij vinden dat er staten bestaan. Hiermee zijn ze een bepaalde klasse entiteit, namelijk gedachten en zijn ze dus geen objectieve feiten. Hiermee krijgen ze bepaalde kenmerken, waarvan het hebben van een identiteit, typisch voor behouden aan intentionele wezens als mensen en dieren, er geen is.

Ik wil best accepteren dat staten bestaan als sociaal geconstrueerde entiteiten en dat het nuttig is om over politieke elites van staten te spreken in termen van staten, als een useful fiction, maar staten hebben geen identiteit. Het zijn de politieke elites in die staten die een identiteit hebben (bv. die van politieke elite van Nederland): deze wordt gevormd. Als je er op deze manier naar kijkt, is het centraal stellen van de staat en het zijn van sociaal-constructivist niet houdbaar.

Voorspellingen

Een tijdje geleden heb ik hier een voorspelling gemaakt en al met al komt het aardig uit, in vergelijking met de laatste voorspelling van de nos

CDA 22 22 0
PvdA 15 15 0
VVD 15 13 +2
SP 12 13 -1
GL 4 5 -1
CU 4 4 0
SGP 1 2 -1
D66 1 1 0
PvdD 1 0 + 1
LPF 0 0
OSF 0 0

De VVD heeft meer gewonnen dan ik verwacht had (Wilders effect). Daarnaast hebben GroenLinks, de SGP en de SP het iets minder goed gedaan. Ik geloof nog steeds niet dat de Partij van de Dieren in de EK komt, ze hebben het net iets beter gedaan dan ik had voorspeld. Als nog, dit is nog niet de definitieve uitslag, ik hoop dat GroenLinks door tactisch te samen te werken een zetel kan winnen want van vier wordt ik erg ongelukkig.

Politiek op wikipedia

Ik ben zelf een groot fan van wikipedia, de gratis on-line encyclopedie. Ik draag ook mijn steentje bij met name op de Engels-talige wikipedia.

Een interessant debat daar is, wat is de politieke overtuiging van wikipedianen? Zijn ze links of rechts? progressief of conservatief? Omdat de oprichter van wikipedia, Jimbo Wales, die overigens een libertarier is, opmerkte dat wikipedia gebruikers waarschijnlijk linkser zijn dan de gemiddelde Amerikaan onstond er een debatje op wikipedia. Wij zijn wij? Ik heb aan de hand van een kleine random sample gekeken wat wikipedianen zeggen over hun politieke ideologie, en dat is eigenlijk best wel weining. Maar als nog werd mijn onderzoekje als een grote stap voorwaarts gezien in de sociologie van wikipedia, ten minste door sommigen.

Het interigeert met toch: zou ik een sample kunnen krijgen die groot genoeg is voor redelijke uitspraken. 1000 respondenten is dan wel het minimum, vooral omdat maar 25% bruikbare informatie geeft. Dat zou een boel tijd kosten. Misschien dat ik een van mijn docenten kan overtuigen dat het nuttig wetenschappelijk werk is