Eerie Coincidence

Nadat ik gelezen had dat Niko Koffeman eigenhandig zowel de SP als de Partij van Dieren groot had gemaakt en Marianne Thieme had bekeerd tot het Zevende Dagsadventisme, dacht ik dat die partij wel het hoogste eerie toeval niveau had van alle partijen die ik ooit heb gezien.

Tot dat ik las dat Ton Dekker in J.J. Voskuil‘s Het Bureau geniaal beschreven als Ad Muller algemeen bestuurslid was van die partij. Hij wordt door Voskuil beschreven als een typische Partij van de Dieren-aanhanger: met een grote passie voor "de dieren" maar ook stug en eigenwijs.

We wisten al dat een lange lijst schrijvers en tv-persoonlijkheden de Partij voor de Dieren steunden, maar schijnbaar zijn roman personages ook al actief voor die partij.

Bos en Rawls: Topinkomens II

Ik had ‘t al eerder ergens gelezen, dat Rawls voor Bos een van de voornaamste politieke inspiratie is, omdat hij van hem geleerd had dat niet iedere ongelijkheid onrechtvaardig is. In het recente debat over top inkomens liet Bos weer eens zien dat hij een klassieke Rawlsiaan is. Een echte sociaal-liberaal dus.

Bos zegt het volgende: de topinkomens zijn gerechtvaardigd omdat dit ten goede komt aan ons allemaal. Als door hogere inkomens te geven aan mensen aan de top van het bedrijfsleven zullen de grootste talenten worden binnen gehaald, omdat deze grote talenten hun bedrijven het (veel) beter zullen doen. Dat is goed voor de werknemers in het bedrijf en goed voor de Nederlandse economie in z’n geheel. (Bos formuleert dit liever in negatieve termen: het is nodig om Nederlands internationale concurrentie positie te behouden). Bos zegt ‘t zelf zo: “Wie hard werkt, mag heel veel verdienen, zeker als wij daar uiteindelijk allemaal beter van worden.” Dat echoot Rawls’ “Social and economic inequalities are (…) to be arranged so that they are reasonably expected to be to everyone’s advantage.” (ToJ, p.53)

Wat Rawls probeert te laten zien in zijn A Theory of Justice is inderdaad dat rechtvaardigheid niet behelst dat inkomen gelijk verdeeld wordt onder de burgers, maar dat een verdeling de absolute delen van iedere individuele burger moet vergroten.
Rawls bewerkt zijn principe echter in zijn boek en herformuleert ‘t een aantal pagina’s verder: “Social and economic inequalities are to be arranged so that they are (…) to the greatest expected benefit of the least advantaged”. Zo lang de armste mensen in de samenleving het maar ‘t best doen in absolute zin (in vergelijking met andere mogelijke arrangementen) is iedere relatieve ongelijkheid volgens Rawls gerechtvaardigd.

Dit is wat Bos niet heeft laten zien en wat hij wel had moeten laten zien en kunnen laten zien. Dat abstracte gepraat over internationale concurrentie positie heeft juist betrekking op diegene die in de hoek zitten waar de klappen vallen. Als grote Nederlandse multinationals het slecht doen, zijn het de Nederlandse laag opgeleide handarbeiders die het eerste eruit vliegen: als het goed gaat met deze bedrijven des te beter voor hen. Verder nog, als het goed gaat met Nederlandse bedrijven stijgt de vraag naar arbeid, wat weer goed is voor de werkgelegenheid en loonontwikkeling. Weer goed voor die gene onderaan de sociale ladder.

Als Bos dat had laten zien, dat hoge topinkomens goed zijn voor de allerarmste, dan had hij Rawls echt eer aan gedaan, en had hij toch ook de populistische sociaal-democraat kunnen uithangen, dat schijnt ‘t in bepaalde buurten goed te doen.

Fuseren?

GroenLinks is een gewilde partner voor fusies. Onstaan uit fusies zijn GroenLinks’ers dan ook voor alles in. Maar hoever willen we gaan?

In 2004 pleitte de Vrij Nederland voor een brede Progressieve Volkspartij met PvdA en SP. Er was in de oppositiebankjes wel ruimte voor Femke Halsema. Nu weer, de Volkskrant schrijft dat prominente VVD’ers, D66′ers en PvdA’ers in 2005 hebben gepraat over een nieuwe progressief liberale partij. In het artikel wordt GroenLinks ook even aan dit liberale clubje toegevoegd. Bart Snels (directeur van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks) spreekt zich in dat stuk positief uit over zo’n fusie. Hij behoort dan ook tot de liberale denkers binnen GroenLinks, die "de markt niet aan rechts willen overlaten." Ook Steven (de Vries, oud-voorzitter van DWARS) ziet wel wat in zo’n fusie. (Je zou je bijna afvragen of ook dit stuk is geschreven door een ghostwriter uit de hoek van de Halsema Jeugd).

Zo’n fusie kan alleen als hij gebaseerd is op een heldere analyse van het politieke speelveld.  Zo’n analyse heb ik bv. donderdag proberen te geven op . Korte samenvatting: politiek speelt zich in Nederland in een twee dimensionaal vlak af. Er is een verdeling tussen linkse en rechtse partijen over kwesties als solidariteit en duurzaamheid; tussen diegene die kiezen voor Nederland als New York (incl. de smog, de minimale overheid en de ghettos) en Nederland als een Scandinavisch land met een duurzame economie, een sterke publieke sector en een eerlijke verdeling van kennis, kansen, arbeid, kapitaal en grondstoffen. De tweede as verdeelt progressieve en conservatieve partijen over diversiteit, openheid voor de wereld en democratie; tussen diegene die terug willen naar de jaren ’50 (incl. de onverdraagzaamheid, de geslotenheid, de koude oorlog en de autoritaire relatie tussen burger en politicus) en diegene die de bevrijding van de jaren ’70 en de jaren ’90 terug willen en streven naar emancipatie, openheid voor de wereld, vrede en verdere democratisering. Deze as verdeelt de winnaars van de globalisering (de progressieven) van de verliezers van de globalisering (de conservatieven). Rutte streven naar het New York van de Jaren ’90 (rechts-progressief), Wilders  en Verdonk naar het New York van de Jaren ’50 (rechts-conservatief), Rouvoet, Balkenende en Marijnissen streven respectievelijk naar het Urk, Madurodam en China van de Jaren ’50 (links-conservatief) en Bos en Halsema streven naar het Zweden van de Jaren ’90 (links-progressief).

D66 neemt hier een bijzondere positie in, Pechtold is zeker progressief, maar neemt op de links-rechts as een moeilijke positie in. Enerzijds onderschrijft D66 het streven naar een duurzame en solidaire economie, anderzijds is D66 erg gehecht aan de vrije markt. Ik heb in de herfst als student-assistent de verkiezingsprogramma’s gecodeerd en op de staat-markt as stond D66 rechts van de VVD. Ik zou D66 dus in het zelfde kwadrant als Rutte indelen.

Ik zou best willen fuseren maar dan alleen met die partijen die op allebei de assen dezelfde positie inneemt: dus een partij die links en progressief is. Dat is op dit moment alleen de PvdA. Dan kan zo’n links-progressieve partij vervolgens een regeringscoalitie vormen met de links-conservatieven of de rechts-progressieven, maar daar hoef ik niet mee te fuseren.

GroenLinks en de Verloren Slag

Ik heb net de Verloren Slag van Rene Cuperus uit, waarin hij samen met een aantal prominente politicologen de verkiezingsuitslag van de PvdA probeert uit te leggen. Lees voor een heldere boekbespreking overigens het blog van Brechtje. Ik denk dat de slechte uitslag van de PvdA alles te maken heeft met de relatief slechte uitslag voor GroenLinks maar dat GroenLinks uit haar (zwakke) positie ook haar kracht kan winnen.

Cuperus analyzeert samen met Frans Beckers in een hoofdstuk de spagaten waarin de PvdA zich bevindt. De belangrijkste spagaat is die tussen aan de ene kant de winnaars van de globalisering, de hoger opgeleiden, de bovenkant van de samenleving en aan de andere kant de verliezers van de globalisering, de lager opgeleiden, de onderkant van de samenleving. De ene groep kan de nieuwe dynamische samenleving wel aan, terwijl de andere groep zich zorgen maakt om de toekomst. De ene groep is gehecht aan individuele vrijheid, de ander verlangt terug naar de gemeenschapszin van de jaren ’50. Het verhaal van de PvdA was met name niet overtuigend voor die laatste groep die en-masse SP heeft gestemd. De issues waaruit deze scheidslijn bestaat zijn divers: immigratie, integratie, Europese eenwording, internationale vrijhandel, culturele globalisering, vernieuwing van de verzorgingsstaat, leefbaarheid, terrorismewetgeving ect. etc. Er zullen dus progressieve partijen zijn, die open staan voor de wereld en vernieuwing en conservatieve partijen, die gesloten zijn voor de buitenwereld.

Nu loopt de links-rechts scheidsscheidslijn loodrecht op deze scheidslijn tussen winnaars en verliezers. Zo onstaat er vier kwadranten: conservatief links, dat gedomineerd wordt door de SP; conservatief rechts, dat gedomineerd wordt door het de PVV; progressief rechts, dat gedomineerd wordt door de VVD; en progressief links waar de stemmers zitten van D66 … en GroenLinks. De PvdA staat aan de linkerkant in spagaat tussen winaars en verliezers. (Merk op dat de scheidslijn tussen winnaars en verliezers van globalisering ook mooi de verliezers en winnaars van de laatste verkiezingen classificieert).

Met name de positie van GroenLinks is opvallend. Ik krijg het gevoel dat met name de groep rond Leo Platvoet zich met name stoort aan deze koers. Zij willen “terug” naar een oude positie waarin GroenLinks het weer goed doet bij de man op de straat, waarbij GroenLinks zich verzet tegen iedere hervorming van de verzorgingsstaat en een euroskeptische houding inneemt. Wat ze dus eigenlijk willen is GroenLinks in deze zelfde spagaat zetten als de PvdA nu zit. Dat lijkt mij geenszins een goed plan. Wat ze willen is terug naar de periode voor Fortuyn, die in Nederland deze tegenstelling heeft gemobiliseerd. Het was immers door Fortuyn dat GroenLinks-stemmers bedachten dat behalve voor natuur, milieu en de sociaal zwakkeren, de GroenLinks zich ook inzet voor de rechten van migranten en voor een open samenleving. Het was de eerste verkiezingen van Fortuyn dat GroenLinks zetels begon te verliezen na de zegentocht van 1998-1999. Met Vrijheid Eerlijk Delen heeft GroenLinks duidelijk kant gekozen voor een (noodzakelijke, rechtvaardige) vernieuwing van de verzorgingsstaat. Ik denk dat het verschillen tussen ons en de conservatief-linkse koers van de SP duidelijk is.

Een ding ergert met wel aan de analyse van Cuperus en Beckers en aan meer van dat soort makkelijke tweedelingen. Er zijn namelijk ook groepen die ambigu staan tegenover globalisering. Ik denk met name aan migranten, die enerzijds in een multiculturele samenleving willen leven (want anders moeten ze dit land uit) en anderzijds aan de onderkant van de arbeidsmarkt staan. Ik denk dat die partijen die het goed doen bij de winnaars van globalisering (de PvdA, GroenLinks en D66) zich aan het lot van deze mensen moet verbinden, zich inzetten voor hun emancipatie, voor een samenleving waar zij ook een plek hebben en kansen op een goed leven.

Er is hoop: er is en er zal in Nederland ruimte blijven voor een partij die linkse en groene idealen koppelt aan progressieve en internationale idealen. Voor een partij die de belangen van migranten kan combineren met de idealen van de culturele elite. Ik denk dat GroenLinks die ruimte kan innemen.

Idolen, Ideeen, Macht

Ik heb (dank zij Vincent Kagie) Al Gore’s An Inconvenient Truth gezien. Ik wil hier kort reflecteren op de vorm van de film, want de inhoud was mij allang al bekend.

Gore mengt een imponerende power point presentatie met korte filmpjes over zijn eigen leven: zijn politiek carriere en familie, zijn jeugd en studietijd. Foto’s die door andere mensen zijn genomen, zijn gemaakt door zijn vrienden. Gore is overal zelf geweest. Het deed mij denken aan Pim Fortuyn‘s ”Puinhopen van Acht Jaar Paars” dat een hele pandora’s doos aan persoonlijk-politieke levensverhalen van politici heeft geopend.

Gore verkoopt een politieke boodschap, net zoals Madonna kleren voor H&M verkoopt. Bindt een product aan een celebrity en het verkoopt als een trein. “Idolen met Ideeen” noemt Dick Pels dat. Politici zouden net als popsterren meer gebruik moeten maken van hun persoonlijke aantrekkingskracht om aandacht te krijgen voor hun ideeen. Marijnissen en Wilders zijn hier een goede voorbeelden niemand kan aan vreemdelingenhaat of anti-globalisering denken zonder dat hun personen te koppelen. Pels denkt dat de personendemocratie de partijendemocratie zal vervangen.

Gore is echter een opvallend voorbeeld van hoe dit dus niet werkt. Gore heeft aangegeven geen president van de VS te willen worden, hij concentreert zijn aandacht op zijn Inconvenient Truth en zijn eigen TV-netwerk. Waarschijnlijk heeft Gore nu meer te weeg kunnen brengen voor het milieu dan als hij president was geweest. Hij bereikt met zijn boodschap miljoenen mensen en sinds zijn film uit is is er in de Westerse wereld een zekere milieu-hype ontstaan. Als president was hij gebonden geweest aan zijn positie, zijn adviseurs aan zijn partij. Personen met Ideeen zijn schijnbaar machtiger dan Politici met Ideeen. Daarnaast is de idool Gore nooit president van de Verenigde Staten geworden, een Idool met Ideeen maar zonder Macht.

Dus waarom zou de personendemocratie dan partijendemocratie vervangen? Personen kunnen zo een aanvullingen geven op de oersaaie dagelijkse praktijk van de partijendemocratie, die je geen idool gunt.

Crisis!

Alle partijen in Nederland zijn nu bezig hun interne problemen op straat uit te vechten. Het partij systeem is een diepe crisis belandt.

Binnen GroenLinks rommelt het al een tijdje tussen kritische en bezorgde GroenLinksers (“Platvoet en zijn vriendjes”) en de partijtop en andere getrouwen (“Halsema Jeugd”). Belangrijkste vraagstuk: moet GroenLinks zich profileren als een vrijzinnige partij?

Binnen de Partij van de Arbeid is het met name Rene Cuperus (WBS) die allerlei tegenstelligen ziet, die hebben geleid tot de onverwachte verkiezingsuitslag. Belangrijkste spalt die hij ziet: tussen social-liberale vernieuwers en sociaal-democratische behoudzuchtigen. Waarbij de JS nog een extra kooltje op het vuur werpt door voor te stellen dat Bos plaats moet maken voor Tichelaar.

De VVD wordt natuurlijk al jaren in tweeen gesplitst tussen de klassiek liberale Rutte en de conservatief liberale Verdonk.

D66 lijkt het nu even stil, maar de essentiele vragen die ook door partij-guru Van Mierlo zijn gesteld (Moet D66 zich niet eens opheffen?), zullen de partij nog wel even bezig houden.

Binnen de ChristenUnie houdt met name het homo-huwelijk de gemoederen bezig. Hoe slecht het regeerakkoord voor de rest voor de ChristenUnie is geweest zullen ze later wel merken.

De SGP werd voor de rechter gedaagd over haar vrouwenkiesrecht-standpunt. Dit heeft ook onder de brave gereformeerde heren tot debat geleid.

De SP begint nu ook beetje door te hebben wat een intern debat is: de partijleider verkondigt het partijstandpunt in een landelijke krant en dat mag dan niet van de leden en kiezers. Wisten de SP stemmers dan niet dat de SP tegen dubbele paspoorten was? De SP heeft nu 5 jaar tactistisch gezwegen over haar integratie standpunten om te voorkomen dat zij de zelfde problemen krijgt als de PvdA.

De PvdD heeft ook haar eerste groepje oude grijze mannen die in de media dingen zeggen die ze niet direct tegen de partijleider mogen zeggen. Kousbroek en Van ‘t Hart vinden het niet wenselijk als 2/3 van de landelijke volksvertegenwoordigers aanhanger is van een redelijk orthodoxe christelijke geloofsgemeenschap.

Opvallend is dat binnen partijen niet een economische scheidslijn speelt maar een culturele, waarbij conservatieven en progressieven tegenover elkaar staan.

Gelukkig zijn niet alle partijen in een interne strijd verdeeld. Als het zo door gaat houden we na de verkiezingen van 2011 maar twee partijen over: het CDA, dat haar positie in het centrum van de macht echt niet gaat opgeven voor politiek gekibbel en de Partij voor de Vrijheid, met een onbetwiste leider en zonder leden.

Het Grootkapitaal

Ik kan me enorm ergeren aan de jaloerse, pietlutterige discussie over topinkomens. Natuurlijk is het binnen de publieke sector onwenselijk dat veel ambtenaren meer verdienen dan de premier. Natuurlijk is het raar dat die mensen in de private sector die het meest te zeggen hebben over het geld, het meest verdienen. De vraag is alleen of dat nou de meest fundamentele kritiek op het kapitalisme is die je kan geven.

Daarom wil ik hier mijn eigen voornaamste bezwaren tegen het kapitalisme uit een zetten (waarbij ik me zal beperken tot nationale sociaal-economische problemen, ik laat milieuproblemen en vraagstukken van internationale solidariteit over aan specialisten), vervolgens laten zien hoe je dat zou kunnen oplossen (waarmee het probleem van de topinkomens opgelost is). Ten slotte zal ik kort reflecteren op de voordelen van een kapitalistische econome. Ik ga hier it van de meest extreme vorm van kapitalisme, namelijk een nachtwakersstaat en verder alleen maar private ondernemingen. Uiteraard zal ik hier met zeven mijlslaarsen door heen rennen (ach was de wereld maar zo simpel).

Het eerste probleem is dat in een kapitalistische economie iedereen wordt gedwongen te werken, omdat alleen loonarbeid voor de meeste mensen de enige manier is om in het noodzakelijk levensonderhoud te voorzien. Mensen wordt zo een idee van het goede leven opgelegd: alleen een leven waar arbeid een substantieel onderdeel van is, is een mogelijk leven in een kapitalistisch systeem. Hiermee is het kapitalisme niet te verenigen met de meest basale liberale opvattingen van (zelfs negatieve) vrijheid.

Oplossing: een basisinkomen, dat mensen voorziet in hun basisbehoeften, zodat ze voor de rest zelf kunnen kiezen hoe zu hun leven inrichten.

Het tweede probleem is dat er in een kapitalistisch systeem een ongelijke machtsverhouding bestaat tussen werknemers en werkgevers. Werkgevers nemen alle beslissingen terwijl werknemers volslagen machteloos zijn en alleen maar kunnen staken of ontslag kunnen nemen om hun onvrede te uiten. De redenering om werkgevers alle macht te geven is dat zij het kapitaal bezitten waaruit het bedrijf wordt gefinancieerd. Dat klinkt aardig, maar bezitten de werknemers de arbeid niet waarmee het bedrijf is opgebouwd.

Oplossing: het bestuur van een bedrijf overlaten aan vertegenwoordigers van investeerders en werknemers.

Het derde probleem is dat verschillen tussen mensen zoals handicaps, gebrek aan talent, inkomen van de ouders, leiden tot verschillen in inkomens. Dit is niet rechtvaardig omdat mensen beloond worden (met een hoger inkomen) voor eigenschappen die ze toevallig bij de geboorte hebben gekregen, waarvoor ze niets hebben gedaan. De enige eigenschap die volgens mij tot inkomensverschillen zou mogen leiden is inzet: mensen die harder werken zouden meer mogen verdienen dan mensen die minder hard werken.

Oplossing: mensen compenseren voor een gebrek aan talent, inkomen ouders en handicaps, door kosteloos onderwijs en gezondheidszorg, uitkeringen en speciale programma’s voor zulke groepen.

Ten vierde, instabiliteit, de vrije markt is dynamisch en daarmee ook instabiel. Dat geldt voor het aanbod van goederen (die plotseling niet meer winstgevend zijn), vraag naar arbeid (wat sommige mensen economische zelfstandigheid noemen is eigenlijk afhankelijkheid van een onvoorspelbaar systeem) en de gehele economie (conjunctuur anyone?).

Oplossing: overheidsingrijpen in de economie, met name de arbeidsmarkt, om deze te stabiliseren, aanbod van belangrijke goederen onder overheidscontrole.

Kritische vragen over financiering: een progressieve belasting op al het inkomen, dat er toe dient de gevolgen van onverdiende verschillen in verdiencapaciteit te compenseren.

Hiermee is dan ook het probleem van de topinkomens in het bedrijfsleven opgelost: vertegenwoordigers van werknemers die de bedrijven mee besturen zullen moeten in stemmen met zulke topinkomens. Het is aan hen om een evenredige stijging van de lonen te eisen. Daarnaast worden inkomensverschillen verkleind door de compensatie die mensen met achterstanden krijgen.

Kort samengevat: een extreem kapitalistisch systeem dwingt mensen te werken, zorgt voor een ongelijke machtsbalans, versterkt onverdiende inkomensverschillen en instabiel. Hiermee heb ik een onderdeel van het kapitalistische systeem niet bekritiseerd: de vrije markt. Ik vind marktwerking sowieso een mooi zelfregulerend systeem. Een markt is responsief naar de vraag die er bestaat en koestert zo diversiteit. Door concurrentie werkt een markt efficient en innovatief.

Volgens mij is het mogelijk om de voordelen van de vrije markt, te ontdoen van de nadelen van het kapitalisme door de oplossingen die hier zo even de revue zijn gepasseerd: door een basisinkomen in te stellen, door werknemers en werkgevers samen bedrijven te laten besturen, door mensen te compenseren voor onverdiende verschillen en de overheid een sterke rol te laten spelen, als tegenhanger van de vrije markt.

Natuurlijk zitten de meeste Europese landen op die lijn, maar ik vind de uitvoering die er in de verzorgingsstaat aan is gegeven (zo’n typisch sociaal-liberaal compromis) niet radicaal genoeg: omdat het uitkeringen voorwaardelijk maakt, werknemers wel inspraak geeft maar geen macht, te weinig compenseert en gebaseerd is op het idee dat als de overheid iets moet controleren, dat het dat dan zelf moet uitvoeren.

Elitair?

GroenLinks wordt verweten dat ze elitair is, door schrijvers van manifesten, oud-kamerleden. Ze verwijten GroenLinks dat ze de band heeft met de mensen waarvoor ze het opnemen heeft verloren. Ik denk dat dat onzin is. Niet zo zeer omdat het onwaar, maar omdat het een bepaalde opvatting van de relatie tussen kiezers en gekozenen uit spreekt.

Het lijkt me waar dat GroenLinks-stemmers meer dan andere stemmers een hoger inkomen hebben, maar met name een hogere opleiding. In die zin is zij meer dan de SP bv een partij van de economische elite. GroenLinkser zijn -denk ik- destemeer lid van de culturele elite: niet zo zeer ondernemers of top-level managers, maar onderwijzers, wetenschappers, kunstenaars etc. Dat GroenLinksers een bepaald rijk en hoog opgeleid publiek aanspreekt lijkt me niet erg.

Het zou wel erg zijn als GroenLinks elitair is omdat zij het opneemt voor de belangen van de elite. Als zij a la VVD beleid zou voeren dat de economische elite zou uitkomen. Dit beleid zou namelijk rechts en asociaal zijn. Ik vind het daarnaast evenmin wenselijk dat de SP beleid voorstaat dat haar stemmers goed uitkomt (zelfs als dit links en sociaal zou zijn). De VVD, maar ook de SP en de PvdA of het CDA zijn belangenpartijen die het voor bepaalde groepen rijk, arm of boer opnemen. Mensen stemmen dan op een partij omdat het ze financieel goed uitkomt. Kiezers zijn dan clienten van partijen die zich inzetten voor hun kiezers. Stemmen worden gekocht met belastingverlaging of juist met verhogingen van uitkeringen.

Met zulke politiek voel ik me niet verbonden. Ik wil niet dat een partij het opneemt voor mijn belangen. Ik zelf heb het allemaal wel redelijk voor elkaar. Ik voel me verbonden met politiek die het opneemt voor diegene die niet voor zichzelf kunnen op komen, omdat ze niet politiek kunnen/mogen participeren: asielzoekers, jongeren, volgende generaties, dieren, mensen in ontwikkelingslanden. Ik wil een partij steunen die vecht voor die genen die niet voor zichzelf kunnen vechten. Politiek draait voor mij om idealen en niet om belangen.

Zulke politiek zou je post-materialistisch of idealistisch kunnen noemen. Of elitair, dat staat je vrij. Maar dan is dat geen verwijt, maar een uiting van lof: liever idealen dan belangenvertegenwoordiging

DWARS Congres

Dit weekend was het DWARS congres, dat ik voor de tweede keer mocht (helpen) organiseren. Drie dagen stress, gezelligheid en politiek voor mij. Ik zal jullie niet vervelen met de oorzaak van de stress, wie na een bacardi cola halfdronken met iedere aantrekkelijke jongen of meisje heeft gedanst of wat voor’n slechte besluiten er zijn genomen, maar me richten op de inhoud. Het thema was “Laat het socialisme niet over aan de SP”, bedacht door your truly. Aan dit thema hadden we drie activiteiten op gehangen een discussie over de relatie tussen liberalisme en socialisme, een actie en een discussie over de lessen die GroenLinks van de SP kan leren.

Ik wil aan de hand van deze drie thema’s mijn belangrijkste (inhoudelijke) lessen willen trekken:

Moet GroenLinks het socialistische gedachtengoed aan de SP overlaten? Nee! De sprekers die waren uitgenodigd om hun visie te geven op de relatie tussen socialisme en liberalisme, drukte GroenLinks op het hart te moet proberen het beste uit het socialisme te verenigen met het beste uit het liberalisme. Een synthese tussen socialisme zonder dogma’s en liberalisme met een hart. Dick Pels noemde het met de woorden van zijn intellectuele inspirator Jacques de Kadt “Socialisme ten bate van het Individualisme”. Je moet de middelen van het socialisme, staatsinterventie, belastingheffing, herverdeling, onderwijs, gezondheidszorg inzetten om echt vrije mensen te maken. Van der Veen koppelde hier een pleidooi aan voor internationale solidariteit (alle mensen echt vrij maken), gezamelijk beslissen over gedeeld bezit (democratiseren van de economie) en het basisinkomen (wat mensen vrijer en gelijker maakt). Dat laatste onderwerp leverde mij nog een felle discussie met Mattias, een oud jongerenfractie lid van DWARS op.
Wat ik qua beginselen van GroenLinks politiek de mooiste bijdrage vond was Dick Pels’ stelling dat ieder ideaal zijn schaduwzijde heeft en dat meerdere idealen elkaar in evenwicht moeten houden. Een mooie onderbouwing van de diversiteit die het DWARSe beginselprogramma kenmerkt.

Moet GroenLinks de politieke strategie van de SP overnemen? Volgens Ineke van Gent die was uitgenodigd hier haar visie op te geven, moet GroenLinks meer buitenparlementaire actie voeren, haar standpunten helderder moet formuleren, haar kader beter moet trainen en contact zoeken met die mensen waarvoor we opkomen, maar niet de partijdemocratie, het populisme, de standpunten van de SP moet overnemen. Ik was het grotendeels met Ineke eens, alhoewel ik haar reactie op het anti-globalisme van de SP opvallen fel vond en haar visie op de organisatie van GroenLinks opvallend laconiek. Mijn eigen visie hierop is veel minder sterk dan op de beginseldiscussie. Maar ik ben toch bang dat de boot al gepaseerd is voor GroenLinks om zijn kader nog zo goed te vormen, het contact met door SP gedomineerde wijken te hervinden of haar actie verleden te herinneren: Small is Beautiful moeten we maar denken.