Something Rotten deel II

Arme Oscar Dijkhof en arme Zuid-Hollandse fractie, omdat wij weten wie zij zijn krijgen zij alle kritiek over zich heen. Je zou wat ze gedaan hebben politiek belletjelel kunnen noemen, terwijl er een “politiek sluipmoordenaar” zich in de Noord Hollandse statenfractie bevindt. Dat er woede over de -voorlopige- uitslag is begrijp ik. Maar dat die zich uit op Dijkhof c.s. vind dit volslagen onterecht en wel om drie redenen:

1) Het is niet ongebruikelijk dat er mensen op voorkeursstemmen de Eerste Kamer in komen. Bij bijna alle partijen gebeurt dit. Dit is een discretie die in het systeem van verkiezen van de Eerste Kamer besloten ligt en aan de leden van de provinciale staten wordt overgelaten. Immers we kunnen daar ook met een gesloten lijstenstelsel werken.
2) Waar Dijkhof c.s. tegen in opstand kwamen is niet zo zeer dat wat is vastgelegd in de statuten maar de interpretatie die daar door met name de kandidatencommissie aan is gegeven. Let wel in de partijraad is al menig kritiek op de handelingswijze van deze kandidatencommissie geuit, omdat zij zich niet aan hun opdracht hebben gehouden door absolute kwalificeringseisen als relatief toe te passen. Dus ze hebben gekwalificeerde mensen on te recht te laag geplaatst. Hiertegen zijn Laurier en Platvoet succesvol in opstand gekomen. Anderen hebben zich terug getrokken. Alhoewel de beweegredenen van de partijraad altijd giswerk is, heeft de partijraad ook aan haar onvrede over het eigenzinnig handelen van de kandidatencommissie uiting gegeven door het aantal plekken op de lijst niet aan te passen aan het aantal kandidaten dat er waren, want daar had de kandidatencommissie zich ook niet aan haar opdracht gehouden. Opvallend dat zo’n kandidatencommissie nooit echt verantwoording hoeft af te leggen over het proces!
3) De beslissing is in de laatste plaats niet aan het congres, de partijtop of de statenfracties, maar aan de kandidaten zelf. Als Laurier onder deze druk zijn kandidatuur wil terug trekken, kan dat als nog en kan Koster-Dreese wel in de EK komen. Die vijfde zetel krijgen we zo gemakkelijk niet terug.

Ideologisch familie bezoek: Denenmarken

Project 2008 wilt over grenzen heen kijken. In ons geval geen VOC-mentaliteit (toch?) maar common sense, kijken of eerdere veranderingsprocessen bij onze broeder- en zusterpartijen tot interessante gevolgen heeft geleid. Dat opent de vraag: wij is je familie dan? GroenLinks is lid van de grote gezellige familie Europeese Groene Partij en de Wereldwijde Groenen. Die eerste biedt GroenLinks een uiterst interessant stief/pleeg/geadopteerd zusje, waarover ik toevallig vanmiddag het wikipedia artikel heb geschreven: de Socialistische Volkspartij (SF).

De SF lijkt qua geschiedenis sterk op de Pacifistisch Socialistische Partij, een van de oprichters van GroenLinks: in de late jaren ’50 opgericht als socialistische partij die een derde weg zocht tussen de op de Verenigde Staten-gerichte sociaal-democratie en de op het Soviet Unie-gerichte communisme, wordt de partij in de jaren ’60 groot als politieke tak van de vredes-, vrouwen- en milieubeweging. De cruciale break zit ‘m echter daar: de SF groeit door tot een politieke actor van belang die in de late jaren ’60 en de vroege jaren ’90 linkse minderheidsregeringen steunt, met zo’n 10% van de stemmen en zetels. Daarnaast is het, in het diep over Europa verdeelde Denemarken in 1971 de enige partij in het parlement is die tegen de toetreding tot de EU is. Tot het rood-groene profiel van de SF wordt naast socialisme, groene politiek en feminisme ook euroskepticisme toegevoegd. Samenwerking met anderen leidt (net als binnen de PSP) tot interne strubelingen met name met de meer Trotskistische georienteerde tak, die in 1968 voor zich zelf begint. Als de partij in de jaren ’90 weer haar steun verleent aan een linkse minderheidsregering komt een alliantie van nog linksere partijen het parlement in. In de jaren ’90 raakt de partij hevig verdeeld over haar eigen politieke profiel. De partij verliest zetels, heeft concurrentie van links, de samenleving veranderd. Het grootste thema dat de partij verdeeld is Europa. Een deel van de partijtop is klaar om het Europa van mens en milieu dat nu gevormd kan worden te omarmen. Als een van de stappen om Europa te omarmen verlaat de partij in het Europees Parlement de Euroskeptische GUE/NGL, waar de SP lid van is, voor de EGP-EVA, waar GroenLinks lid van is.

Wat is hier nou interessant voor GroenLinks?
Ten eerste, GroenLinks als groene partij erg ambigue. We zijn opgericht door socialisten, communisten, groenen en progressieve christenen. Met name die eerste groep, de PSP, heeft zich altijd moeilijk weten te plaatsen. De PSP valt echter zeer goed te plaatsen in een traditie van linkse partijen in Noord-Europa, die zich nu in de Noordse Links Groene Alliantie samen werken en vroeger aan “volkssocialisme”. Ze hebben middelgrote leden in alle Noordse landen: IJsland, Denenmarken, Norwegen, Zweden en Finland. GroenLinks is hier, door de PSP, ideologisch mee verbonden. GroenLinks klakkeloos een Groene Partij noemen kan volgens mij niet zo maar.

Ten tweede, de SF is net als GroenLinks verdeeld en verward over haar identiteit. Vragen als “Voor of tegen Europa?” “Zijn we een partij voor de man op de straat of voor de intellectuele elite?” en “Is cultureel liberalisme en groene politiek te verenigen met radicale sociale politiek?” spelen zowel hier als daar. Het is de vraag in hoeverre dit overblijfsel van de Koude Oorlog zich kan handhaven zonder zich radicaal te vernieuwen, te vergroenen en op zoek te gaan naar nieuwe (liberale?) inspiratie bronnen. Dat lijkt me voor een Socialistische Volkspartij echter een stuk moeilijker dan voor een partij als GroenLinks die altijd al niet dogmatisch is geweest over haar ideologie en de nadruk heeft gelegd op vernieuwing, creativiteit en intern debat.

De muis die brulde …

Of ‘ie z’n zaterdagmiddag niet beter kon besteden vroeg Hans, een van de leden van de partijraad, aan de partijvoorzitter, Henk. Henk kon moeilijk antwoord geven op de vraag maar probeerde te benadrukken dat hij open stond voor alle punten die de partijraad wilde aandragen. Vervolgens keerde hij terug naar het inhoudelijk debat: het bestuur was inderdaad van plan de motie van Arend over te nemen. Een overwinning voor de partijraad, waar zij al maanden voor had gepleit (een open procedure voor de aanmelding van de leden van project 2008) was eindelijk bereikt! Vervolgens verliet Hans de zaal: zijn boodschap was duidelijk, leden van de partijraad konden hun tijd beter gebruiken dan invloed hebben op het partijbestuur. De krant lezen op een terras.

Evenredig verdelende referenda

Ik ben zelf geen fan van referenda zoals ze nu worden gebruikt. De vraag is vaak ben je ergens voor of tegen en dan legt de meerderheid (50%+1) de wil op aan de minderheid. Om dezelfde reden zijn referenda ook niet geschikt voor vraagstukken van verdelende rechtvaardigheid, mijn eigen interesse. Want dan zal de rijkste of armste 50%+1 zich inspannen om de andere 50%-1 arm te houden of geld af te nemen.

Er is een andere manier om referenda te gebruiken. Stel een land vindt een grote bodemschat. Aardgas bijvoorbeeld. Een overheidsbedrijf gaat dit delven en verkopen. De prijs wordt bepaald door de wereldmarkt, dus maakt het bedrijf winst. De vraag is nu wat er met de winst moet gebeuren. Je zou dit in een referendum aan de bevolking kunnen vragen. Iedere burger stemt voor die uitgave van het geld die zij het belangrijkst vindt. Vervolgens wordt dit opgeteld en wordt het geld evenredig uitgegeven (in zelfde percentages het geld uitgegeven, als de stemmen zijn uitgebracht). Uiteindelijk wint iedereen, want iedere stem bepaalt de bestending van het geld.

Politieke partijen bepalen de mogelijkheden: De conservatief liberalen zullen ervoor pleiten het geld te gebruiken voor een algehele belastingverlaging (“een winstuitkering voor iedere burger”). Sociaal-democraten zullen ervoor pleiten het geld te steken in een infrastructuur- en industriele ontwikkelingsfonds (“investeren in de toekomst”). Progressief liberalen pleiten voor investering in een onderwijs- en onderzoeksfonds (“investeren in de toekomst”). Christen-democraten willen het geld gebruiken om de staatsschuld af te lossen om zo het land klaar te maken voor de vergrijzing (“investeren in het verleden”). Groenen zullen twijfelen tussen het opkopen van CO2-uitstootrechten op de emissiemarkt om zo de mileuschade van het gasverbruik te niet te doen of het geld steken in een ontwikkelingssamenwerkingsfonds (“wij hebben geen recht op onze grondstoffen, die zijn van de hele wereld”). De burgers stemmen. Voor iedere 1% uitgebrachte stem wordt 1% van de winst in een bepaald fonds gestort.

Zo kan je directe participatie van alle burgers combineren met invloed voor minderheden en besluitvorming over verdelingsthema’s.

Alice needs you!

Vanavond weer een vergadering van toekomst.groenlinks. De voorbereiding voor “debat in de tent” (het debat weekend in 15/16 september) is in volle gang. Wij van het begeleidingspanel beginselen zijn nu opzoek naar tegenstellingen/dilemma’s/verandering/vragen om de debatten over idealen daar om heen te kunnen organiseren. Wij willen daar natuurlijk niet te veel insturen, maar moeten toch vragen op werpen. Want zonder vragen krijg je geen reactie. Daarom heeft ieder lid van ons begeleidingspanel huiswerk mee gekregen: denk na over 1) welke maatschappelijke verandering jij signaleert sinds 1991 die gevolgen hebben voor de idealen van GroenLinks (bv. in 1991 was de val van de muur zo’n maatschappelijke verandering) en 2) welke idealen uit het uitgangspuntenprogramma van 1991 onbetwist zijn en welke veel moeilijker. Ik ga mijn huiswerk, als kind van de internet-generatie natuurlijk interactief op lossen. Ik ga hier mijn lijstjes bij houden en dan krijgen jullie de kans om te reageren aan te vullen etc.

Maatschappelijke veranderingen:
1) Groeiende tegenstelling tussen de winnaars en de verliezers van economische en culturele globalisering in Nederland. Tussen diegene die baat hebben bij de internationale economie en diegene die gevaar lopen door de internationale economie. Met name de gespleten positie van linkse partijen hierin is voor GroenLinks een groot dilemma.
2) De benarde positie van de islam, zowel in Nederland waar moslims zich economisch, sociaal en politiek onderkant van de samenleving bevinden als internationaal waar moslims zich of in het slagveld van de oorlog tegen het terrorisme bevinden (Israel, Irak, Afghanistan en straks misschien ook Iran) of in dictaturen. Dit voedt segregatie en radicalsering.
3) De monopolie positie van het neo-liberalisme in het academische discours, de internationale economie en het openbaar bestuur. Is er een alternatief voor marktwerking?
4) Steeds prangender worden van klimaatverandering. Een beetje een open deur maar toch.
5) Opkomst van het populisme, waardoor directe en participatieve democratie steeds minder aantrekkelijk wordt voor weldenkend links.
6) Effecten van economische globalisering op de armste landen: nieuwe en oude vormen van uitbuiting en slavernij. Verplaatsing van milieuproblemen naar armste landen.
7) Sociaal-democratisering van de Europese politieke agenda, die het voor linkse partijen aantrekkelijker heeft gemaakt om voor Europa te zijn. Europa is zich meer gaan bemoeien met regionale ontwikkeling, sociale zaken, maar ook onderwijs en wetenschap.
8) Afhankelijkheid van energie van landen als Rusland.
9) Opkomst van China, India, Brazilie en als serieuze economische machten met sociale, economische en ecologische gevolgen aldaar (en hier!)
10) Democratisering van Oost-Europa. Een positief punt!
11) Groeiende aandacht voor dierenrechten en -welzijn.
12) Opkomst van conservatisme en gemeenschapszin tegen het “doorgeslagen individualisme” van de jaren ’90.

GroenLinkse idealen
(volgt nog)

Homofoob beleid in Europa verklaard!

Dat Polen is een bar homofoob land, weten we helaas al veel te lang. Gelukkig dat de homo’s daar met steun van Europese politici, als Kathalijne daar tegen in opstand komen. De vraag rijst waarom Polen zo’n homofoob beleid voert, terwijl andere katholieke staten (als Belgie en Spanje) veel progressievere zijn. Ook in andere Oost-Europese staten als Tsjechie en Hongarije is het beleid veel minder homo-onvriendelijk.Gelukkig biedt Wikipedia inzicht, daar staat een interessante opsomming van homo rechten per land. Op basis daarvan heb ik een statistische analyse gedaan: wat bepaalt het homofobe beleid van Europese staten?

Eerst heb ik een index gemaakt, die bestaat uit zes indicator: mogen homo’s een samenlevingscontract ("civil union") sluiten? Of een huwelijk? Mogen homo’s het leger in? Mogen homo’s kinderen adopteren? En treedt de overheid op tegen homo-discriminatie? Deze zes indicatoren zijn hoog in dezelfde landen en laag in dezelfde landen (voor de statistici: een cronbach’s alpha van .814!).Nederland en Belgie scoren het best, Servie, Oekraine en aantal andere landen die het goed deden op het Eurovisie song festival scoren het slechts. Ook Polen bungelt ergens onderaan. Er is dus een consistent patroon tussen de landen van Europa waar het gaat om homobeleid,

Vervolgens heb ik gekeken of dit patroon verklaard kan worden door religie en lidmaatschap van de Europese Unie. Lidmaatschap van de EU opzich verklaart al een boel (28,4% van de variantie). Dat geldt ook voor het zijn van Orthodox (34.0% van de variantie). Het beste model (dat 70.0% van de variantie verklaart!) bestaat uit de volgende factoren: vier variabelen die aangeven of een land protestants, katholiek of gemengd protestants/katholiek is en een variabele die aangeeft wanneer een land is geprobeerd heeft lid te worden van de EU (oprichters, 1972, jaren ’80, 1994, jaren ’00, nu in de wachtkamer, nog niet). Het zijn van protestants, katholiek (!!) en gemengd protestants/katholiek (voor de statistici: dit houdt in dat het zijn van orthodox of islamitisch een negatief effect heeft) heeft een positief gevolg op homo-beleid en de belangrijkste indicator is de variabele die aangeeft wanneer een land bij de EU is gekomen.

Al met al wordt het beleid van een land ten opzichte homo’s dus bepaald door het dominante geloof en het lidmaatschap van de EU: oude EU-staten en landen die protestants, katholiek of beide zijn doen het beter dan staten die korter of niet bij de EU zitten en die orthodox of islamitisch zijn. Polen is dus met name homofoob omdat het land pas zo kort bij de EU zit en niet omdat het katholiek is!

Inti heeft een kritische noot achter gelaten. Ik denk dat er zeker kritisch af te dingen is op de analyse:

* Het is gebaseerd op 41 cases, wat niet kan in regressie. Daarnaast zijn er meerdere indexen gebruikt, terwijl regressie alleen kan worden toegepast op "ratio-interval"-data kan gebruiken.

* Het is de vraag in hoeverre de selectie van de cases (allemaal uit Europa, het "walhalla" voor homo’s) de resultaten niet vervormd.

* Een aantal variabelen missen, met name religiositeit (de mate van religie), waardoor de analyse tekort schiet. Het is ook erg zonde dat de religie-variabelen erin gezet zijn als dichotomieen, waardoor hun effect niet erg zichtbaar wordt.

* Het is de vraag in hoeverre er naast een statistisch een causaal verband is tussen de variabelen en hoe dat dan zou lopen. De causaliteit is ook moeilijk af te leiden uit de "theorie" want die mist. De vraag is met name of lidmaatschap van de EU daadwerkelijk progressief homo-beleid veroorzaakt of dat er andere factoren zowel het lidmaatschap van de EU als het homo-beleid bepalen.

Echter in vergelijking met veel van de statistiek die ik langs heb zien komen in mijn opleiding valt deze analyse nog wel mee.

GroenLinks: politieke partij of milieuorganisatie?

Woensdag organiseerde GroenLinks een actie van Cool Climate op het Plein in Den Haag. Femke Halsema en Beau van Erven Dorens speelden met ijs en vuur en overhandigden Jacqueline Cramer een Cool Climate Manifest. Op de linkse lente . Zelfs het Journaal had er aandacht voor. De minister zei het in grote lijnen eens te zijn met de voorstellen. Al met al een geslaagde actie.

GroenLinks heeft het initiatief genomen voor Cool Climate. Dat kan je duidelijk zien omdat een deel van de BN’ers zich ook al eerder aan GroenLinks hebben verbonden tijdens Femke on Tour en eerdere activiteiten, denk aan Geert Mak en Wubbo Ockels. Daaraan toegevoegd zijn allerlei maatschappelijke organisaties waarmee we schijnbaar toch goede relaties onderhouden (milieudefensie, Greenpeace, NOVIB, FNV). Ook hebben zich een aantal D66′ers zich aangesloten. Dit GroenLinks initiatief lijkt een neutraal maatschappelijk initiatief waar iedereen voor zal zijn.

Het punt is echter dat GroenLinks hier succesvol heeft gehandeld als milieuorganisatie en niet als politieke partij. Bij de SP was iedereen in een SP-jasje gehezen en was Jan’s Klimaat een subpagina geweest van sp.nl. Dan was het duidelijk de SP neemt hier actie tegen klimaat verandering. GroenLinks stelt zich veel bescheidener op, organiseert een actie zorgt ervoor dat alles goed loopt en dat het GroenLinks programma in de tienpunten is verwerkt, en trekt zich dan terug. Het Journaal zegt alleen maar dat politici, wetenschappers en BN’ers dit initiatief hebben genomen (zoals ook uit het persbericht blijkt), alleen Femke weet de naam "GroenLinks" nog in haar interviewtje te droppen. Zo bereik je waarschijnlijk wel inhoudelijk wat je wilt: bewustwording en actie op het gebied van klimaatverandering. Dat is typische de doelstelling van een milieuorganisatie. De vraag is echter of je politieke partij wel bereikt wat je wilt: meer kiezers en sympathisanten voor GroenLinks. Die vitale grondstof voor politieke partijen wordt zo niet aangeboord.

Wat me hieraan fascineert (onafhankelijk of dit nou een goed of een slecht initiatief is) is dat GroenLinks soms verweten wordt ver af te staan van actiegroeperingen, maatschappelijke bewegingen en belangengroepen. Nu gedraagt GroenLinks zich als zo’n organisatie! Dat vind ik een fascinerende paradox.

Dilemma’s in de Publieke Ruimte

Het overkomt bijna iedereen die met de trein reist: overlast van anderen. Neem bijvoorbeeld mensen die telefoneren, (te luid) muziek luisteren of met elkaar praten. Mag je daar dan iets van zeggen? Of als je aangesproken wordt moet je je dat aan trekken.

Er zijn diegene die vinden dat je daar iets van mag (nee zelfs moet!) zeggen: de trein is immers de publieke ruimte. Daar moet je rekening met elkaar houden.

Er zijn anderen die een tegenovergestelt standpunt innemen. Als iemand van hen zou vragen hun muziek zachter te zetten, zouden zij de neiging voelen hun muziek harder te zetten: de trein is immers de publieke ruimte. Daar moet je rekening met elkaar houden.

De vraag is volgens mij onbeantwoordbaar:
Ten eerste, is de verdediging van beide kanten het zelfde: Je moet in de publieke ruimte rekening met elkaar houden.
Ten tweede, is het een typisch geval van conflicterende vrijheden: de vrijheid van overlast van de een, breekt in in de vrijheid om cultuur of gezelschap te beleven van de ander.
Daarnaast is er geen oplossing: de ene burger heeft niet het recht om van de andere burger te eisen zich op een bepaalde manier te gedragen. Geen van beide heeft autoriteit over de ander. Burgers moeten hier samen uitkomen.
Er is ook geen stel regel die bepaalt wiens vrijheid prioriteit, heeft. Getallen lijken er niet toe te doen: het klinkt redelijk dat een coupevol mensen mag vragen aan iemand om stil te zijn. Anderzijds lijkt het niet legitiem dat een coupevol baldadige jongeren herrie maken als er een iemand anders bij zit, die daar last van heeft, alleen omdat ze met meer zijn.
De sympathie van de meesten zal liggen bij diegene die rust willen en geen overlast veroorzaken. Immers hun handelen veroorzaakt geen overlast. Anderzijds val je door iemand aan te spreken haar ook lastig.

De vraag fascineert me omdat je zo de opmerkelijke natuur van de publieke ruimte kan zien: van iedereen en daardoor van niemand.

voorpublicatie

Alle leden van de commissie project 2008/toekomst.groenlinks/project beginselen, partijdemocratie en strategie/Van Ojik-II is gevraagd om input te leveren voor de aankomende discussie. Ik heb er mij ook op toegelegd zo’n stuk te schrijven, sterk vanuit mijn perspectief als coordinator van de commissie politieke vernieuwing van DWARS: de vraag wat kan GroenLinks leren van DWARS?

Het stuk is bijgevoegd voor geinteresseerde GroenLinksers/DWARS’ers. Alle commentaar is welkom en zal verwerkt worden in de uiteindelijke versie!

Ik heb aan het verzoek van Reinout (open formaat!) als volgt uitvoering gegeven. Het stuk staat nu integraal hieronder:

DWARSe beginselen en GroenLinkse diversiteit

Soms is jeugd haar tijd ver vooruit. Zo ook DWARS: terwijl binnen GroenLinks het debat over de beginselen nog steeds moet los barsten, heeft DWARS haar beginselmanifest in 2006 al gewijzigd. Ik zal hier kort uitleggen hoe en waarom het DWARS beginselmanifest gewijzigd is om vervolgens uit te leggen hoe dit zich relateert tot de beginseldiscussie binnen GroenLinks.

In augustus 2005 wijzigde DWARS op advies van een commissie bestuurlijke vernieuwing radicaal haar statuten. Deze commissie raadde het bestuur ook aan om een commissie politieke vernieuwing in te stellen die kritisch zou gaan kijken naar het pas vier jaar oude “manifest voor een betere wereld” van DWARS. Dat had in de gesprekken van deze commissie veel stof op doen waaien. In december 2005 werd de commissie door het congres benoemd, er in zaten een aantal prominente DWARS’ers (oud-bestuursleden en woordvoerders) waaronder ikzelf. De commissie voerde in de lente van 2006 een groot aantal gesprekken met DWARS’ers over hun idealen. Uit deze gesprekken werd een aantal voorstellen tot wijziging van het beginselprogramma gedestileerd. Deze werden op het congres van September 2006 aangenomen. Overigens behoorden wij waarschijnlijk tot een kleine minderheid van GroenLinks’ers, die niet blij waren dat dankzij de motie van Femke Halsema het kabinet Balkenende was gevallen: door de vervroegde verkiezingen werden wij gedwongen om onze deadlines met 3 maanden te vervroegen naar september 2006. De belangrijkste conclusies van onze gesprekken en daardoor inhoud van onze wijzingen waren:
• DWARS’ers verschilt sterk van mening over wat zij als centrale DWARSe waarden beschouwen: sommigen mensen stellen solidariteit centraal, anderen denken dat het woord “vrijheid” het hele beginselprogramma kan vervangen, weer anderen stellen duurzaamheid centraal of vrede of democratie. Het is onmogelijk om hier tussen te kiezen. Daarom moet DWARS meerdere idealen centraal stellen en haar interne pluriformiteit benadrukken.
• vrijheid, diversiteit en vrijzinnigheid moeten een grotere rol binnen het DWARS programma krijgen. Ook zou er een sterkere nadruk gelegd moeten worden op diversiteit en cultuur.
• het vorige programma is op sommige punten erg radicaal, dogmatisch en negatief. In plaats daarvan zou het programma een idealistische optimistische vrolijke en niet dogmatische toon moeten hebben. DWARS moet niet een blauwdruk hebben voor de toekomst, maar moet voortdurend op zoek gaan naar vernieuwende ideeën en creatieve oplossingen.
Vanuit dit perspectief zijn wijzigingen op het beginselmanifest voorgesteld. De belangrijktste wijziging zit in de inleiding. De centrale paragraaf van de nieuwe inleiding is:

DWARS stelt niet één ideaal centraal, maar meerdere: deze diversiteit aan idealen is een reflectie van de diversiteit binnen DWARS. DWARS koestert haar eigen diversiteit, is niet dogmatisch, en zet zich actief in voor vrolijke, creatieve en vernieuwende ideeën.

Vervolgens stelde DWARS vijf idealen centraal: duurzaamheid, solidariteit, vrijheid, vrede en democratie. Deze idealen waren allen vertegenwoordigd in de gesprekken die we gevoerd hadden, maar vinden ook hun basis in de geschiedenis van DWARS en GroenLinks, die sterk verbonden is met de milieubeweging, de vakbondsbeweging, allerlei emancipatiebewegingen, de vredesbeweging en de democratiseringsbeweging van de jaren ’60, ’70 en ’80.
Het nastreven van meerdere idealen is geen teken van zwakte. GroenLinkse politiek is keuzes maken tussen verschillende idealen, op zoek gaan naar synergie tussen die idealen maar ook oog hebben voor het feit dat kiezen voor een ideaal in een bepaald geval, negatieve gevolgen kan hebben voor een ander nastrevenswaardig ideaal. Dat houdt in dat GroenLinks en DWARS genuanceerde politiek voeren en voortdurend kijken hoe je in een bepaalde situatie je eigen idealen toepaste en aan elkaar verbindt. Dit leidt niet tot grijs pragmatisme maar tot het voortdurend streven naar innovatieve en creatieve oplossingen. Ik voel me in deze opvatting ondersteund door Dick Pels, die bij een lezing op het laatste DWARS congres opmerkte dat het nastreven van een enkel ideaal niet goed is omdat ieder ideaal een zelfkant heeft, te ver door kan slaan. Je zou dan meerdere idealen moeten na streven om deze in balans te houden: om er voor te zorgen dat solidariteit duurzaam is en democratie oog heeft voor diversiteit.

Ik verwacht, en gezien het debat binnen GroenLinks is dat geen rare verwachting, dat wij als toekomst.GroenLinks-commissie evenveel meningen binnen GroenLinks gaan vinden als binnen DWARS. Er zijn mensen die streven naar een sociale volkspartij, anderen naar een kosmopolitische en tolerante emancipatiepartij, weer anderen zullen op zoek zijn naar de enige groene partij van Nederland. Een teken van de diversiteit binnen GroenLinks is te vinden op de site www.150volksvertegenwoordigers.nl. Hier krijgen alle Tweede Kamerleden de kans om iets over zichzelf te vertellen. Waar alle SP’ers zich zelf “socialist” noemen (en een groot deel Jan Marijnissen noemt als grootste politiek denker) noemt de ene GroenLinkser zichzelf sociaal-ecologist (Wijnand Duijvendak), de ander zich progressief liberaal (Mariko Peters), een derde zich sociaal-liberaal (Naima Azough) of libertijn (Tofik Dibi) en Ineke van Gent noemt zich zelf “socialist”. Dit is een prachtige verscheidenheid.

Ik denk dat er binnen het toekomst.groenlinks-project ruimte moet zijn voor de bestaande diversiteit binnen GroenLinks en dat ook het uiteindelijke eindproduct deze diversiteit moet reflecteren. Ruimte voor mensen die de nieuwe “liberale” koers toe juichen en voor mensen die er skeptisch tegenover staan, ruimte voor vrijzinnige GroenLinkers en voor groene, socialistische en pacifistische GroenLinkers. Voor mensen wiens hart ligt bij de ontwikkeling van de armste landen, die zich zorgen maken over de gevolgen van klimaatverandering en diegne die zich inzetten voor vluchtelingen. Een nieuw (mogelijk) beginselprogramma van GroenLinks zal dezelfde geest ademen als het DWARS beginselmanifest: divers en niet-dogmatisch.

Deliberatieve Democratie on speed

Terwijl GroenLinks voor de laatste keer terugblikte op het lange campagne jaar 2006, opende DWARS haar armen voor Jonge Groenen uit Duitsland en Vlaanderen om te praten over de toekomst van Europa. Ik ging naar beide activiteiten toe. Ik zal nu kijken naar de GroenLinkse regiobijeenkomst nabeschouwing permanente campagne. Misschien dat ik later nog terug kom op de DWARSe Euregionale weekend.

De regiobijeenkomst had een bijzondere opzet bedacht door de commissie samen met een communicatie bureau. Je moest eerst zelf je drie kritiekpunten op de GroenLinkse campagne formuleren. Daarna moest je deze punten in allerlei groepjes bespreken om te komen tot een gezamelijke top drie te komen. Daarna werd een vertegenwoordiger (“voorzitter”) in ieder groepje aangewezen om de lijstjes met anderen hun lijstjes samen te voegen, tot een lijstje van zes. Vervolgens werd er weer uit dat groepje een vertegenwoordiger gekozen die met vijf anderen onder bezielende leiding van Kathalijne Buitenweg een top-negen moest samenstellen. Een homeopathisch proces volgens sommigen, deliberatieve democratie on speed als je het mij vraagt.
Ik werd iedere keer door mijn groepje naar voren geschoven om hun te vertegenwoordigen. Ik denk met name omdat ik ieder groepje sterk had op getreden bij het zoeken naar een gezamelijke lijst van kritiekpunten.
Helaas viel veel van “mijn” werkgroep leden het lijstje erg tegen. Met name die gene die later waren gekomen hadden, misten een radicale kritiek op de politieke koers. Ik wil hier uitleggen wat ik denk wat er in het proces is ‘mis’gegaan. Met name de laatste rond van voorzitters ging niet goed. Ik kijken wat er mis is gegaan vanuit drie verschillende perspectieven: een politiek perspectief, een organisatorisch perspectief en een filosofisch perspectief.

Ik denk dat mijn achterban aan mij een slechte vertegenwoordiger had, om te twee redenen: ten eerste deel ik hun kritiek op de koers van GroenLinks niet. Mijn kritiekpunten gingen over de relatie tussen top en basis, het gebrek aan intern debat en kaderopbouw. Daarnaast kan ik beter onderhandelen, gelijkenissen zoeken en mee denken met mensen die ik beter ken en op gelijke voet sta, dan met mensen die ik alleen van TV en nogal naar op kijk.

Daarnaast was er gewoon weg te weinig tijd en verliep het proces chaotisch. We moesten meteen naar de negen, terwijl ik liever even alle rijtjes van de voorzitters naast elkaar had uitgeschreven en opzoek was gegaan naar gelijkenissen. Er was geen ruimte om de manier waarop ik in de groepjes had gewerkt te herhalen.

Ik denk dat mijn groepje dacht dat dit proces gebaseerd was op een idee van vertegenwoordigende democratie (Ik moet hun punten verdedigen), maar mijn houding was veel deliberatiever van instelling (samen na denken over GroenLinks). Ik heb me laten overtuigen van het gepassioneerde betoog van een van de vertegenwoordigers dat GroenLinks meer passie moet hebben, en door diegene die opmerkte dat het hier ging om de campagne en wij niet in de positie waren om kritiek te leveren op de inhoudelijke koers.

Ik was ook zelf niet tevreden over het resultaat, gelukkig had ik in de trein 5 uur de tijd om na te denken over wat er wel uit had moeten komen. (voor diegene die geinteresseerd zijn hoe ik op deze punten ben gekomen, zie bijlage):
1. Horizontaal beter samenwerken (interne netwerken)
2. Verticaal beter samenwerken (relatie top/basis)
3. Buiten GroenLinks beter samenwerken (worteling in de maatschappij)
4. Helderder campagne voeren (betere communicatie & ICT)
5. Assertiever campagne voeren (claim je eigen idealen, issues en successen)
6. Gerichter campagne voeren (richt je op doelgroepen, met name allochtonen)
7. Werk aan een eigen ideologisch profieel (duurzaamheid, solidairiteit en emancipatie)

Maar gelukkig voor diegene die deze bijeenkomst te weinig gericht op de inhoud vonden: we krijgen nog anderhalf jaar de tijd om uitgebreid over de toekomstige idealen van GroenLinks te deliberen!

Download bijlage.xls