Studio Jan

Werkelijk fascinerend: Luister deze podcast (de bovenste podcast) met Jan Marijnissen en Harry van Bommel. Niet zo zeer vanwege de matige SP propaganda en de uiterst dubieuze positionering van de SP, maar vanwege de manier waarop Jan Marijnissen met Harry van Bommel omgaat. De EU specialist van de SP wordt in dit kwartiertje met enige regelmaat onderbroken en (onjuist) verbeterd door de leider van de SP. Marijnissen begint ergens dwars door Van Bommel’s verhaal een nutteloze uitwijding over wat Timmermans heeft gezegd. Op een aantal punten praten ze langs elkaar heen ("dat had ik al gezegd"). Het is een slecht geregiseerd gesprekje waarbij de pikorde binnen de SP duidelijk is. Je zou toch verwachten dat Marijnissen en Van Bommel dit gesprek hebben voorbereid of dat er in geknipt wordt bij de productie.

Progressieve Belasting?

Een docent van mij, Bruno Verbeek, houdt zich bezig met belastingen en verdelende rechtvaardigheid. Het is een brave links-liberaal en toch is hij voor een flat tax gecombineerd met een basisinkomen maar zonder enige aftrekpost. Op het eerste gezicht een onrechtvaardig idee.

Ik kwam in de Vrij Nederland in een interessante collumn tegen over belastingpolitiek van Kalshoven. Nou ja de collumn zelf was niet zo zeer interessante als wel de grafiek (helaas niet achter de link). Het liet zien hoeveel procent van z’n inkomen belasting iedere  burger, per inkomensgroep afdroeg. Waar de armste groep ongeveer 50% afdraagt, draagt de rijkste  groep 60% af. Daartussen loop het langszaam op, terwijl het licht fluctueert (zo betaalt de 10% minder belasting dan de armste 10%!!). Het percentage betaalde belasting is een stijgende lijn die steeds minder stijgt en een bovengrens heeft van 60%. Zie de tabel in deze excel sheet.

Deze twee punten komen samen in het volgende. Als je Bruno’s systeem invoert krijg je een zelfde soort inkomens verdeling als je nu in Nederland hebt. Een progressieve belasting die in progressiefheid afneemt naar mate je meer verdient. Twee verschillen: er is geen lichte fluctuatie meer en het is een stuk simpeler omdat een groot deel van de aftrekposten en uitkering worden afgeschaft. In deze excel sheet

staat de grafiek waarin een zelfde grootheid staat uitgedrukt als percentage inkomen afgestaan aan belastingen, namelijk: de totale hoeveel belasting min de totale hoeveel uitkeringen als percentage van het bruto inkomen. De winst-verlies rekening van iedere burger na overheidsingrijpen.
De reden voor de afnemende progressiviteit is simpel vanuit wiskundig perspectief: iedereen draagt een percentueel deel van z’n inkomen af aan belastingen en krijgt daarop een vaste overheidsuitkering. Voor iemand met een klein inkomen maakt maakt zo’n uitkering veel meer uit en de belasting veel minder voor het uiteindelijke inkomen dan voor iemand met een veel groter inkomen.

De tweede vraag is echter of zo’n inkomensverdeling rechtvaardig is. Centraal punt daarbij is of een progressiever (dit stelsel is al progressief!) belastingstelsel eerlijker is. Ik heb daar nog geen antwoord op. Intuitief ben ik voor een extreem progressief belastingstelsel: sterkste schouders de zwaarste lasten etc.

Vanuit Rawls’ principes echter valt er wel wat voor zo’n systeem "afnemend progressief" te zeggen. Volgens hem moet iedere institutie er op gericht zijn diegene die er uiteindelijk het slechts voorstaan het best voor te laten staan. Een belastingverlaging voor de armste groepen, waarop Bruno’s en het Nederlandse systeem uiteindelijk uitkomen, past daar prima in.

Een "belastingverlaging" voor de armste klasse lijkt me rechtvaardig. Maar voor de middenklasse? Zij krijgen in Bruno’s systeem een omgekeerd evenredige belastingverlaging als de armste klasse, namelijk een redelijk kleine. Vraag is of de middenklasse substantieel minder belasting moet betalen dan de rijkste klassen. Of omgekeerd dat de allerrijksten het allermeest moeten betalen aan publieke voorzieningen. Daar ben ik nog niet uit…

Een recalcitrante socialist zou zeggen: de strijd tussen midden en bovenklasse is een interne strijd in de bourgeoisie daar hoeven socialisten (c.q. linkse politiek) zich niet mee bezig te houden. Zolang het proletariaat maar minder hoeft te betalen.  Immers inkomenspolitiek moet er op gericht zijn armoede en niet rijkdom te bestrijden (vrij naar Jan M.).

Het blijft blanco

Bij het vorige referendum heb ik blanco gestemd, want ik was voor de Europese Unie, maar niet voor de weinig linkse of democratische versie die in de Grondwet werd voorgesteld. Met name de nadruk op marktwerking en de concentratie van macht in de Europese Raad staan mij tegen. Zij voorkomen dat Europa zich om vormt in een federaal stelsel, dat gericht is op solidariteit en duurzaamheid.

Nu hebben de Europese regeringsleiders een nieuw wijzigingsverdrag geformuleerd. Het geeft mij weinig reden om nu voor te zijn:
* de federale randversiering, waar ik geen problemen mee had zijn er vanaf gehaald;
* enkele hervormingen, waar ik voorstander van was, worden uitgesteld;
* de referenties naar marktwerking worden terug geschroefd, zonder dat dit het beleid zal veranderen;
* het mensenrechten handvest, waar ik wel voorstander van was, wordt verplaatst en de Britten krijgen een opt out
* een veto van nationale parlementen om Europese richtlijnen te verbieden, ik had liever het van nationale parlementen gezien om richtlijnen te intieren, dit behoudt de status quo.
Veel symbool politiek en vertragingstaktieken als je het mij vraagt. Een Nederlandse eis, die ingewilligd wordt, is een versteviging van de toelatingscriteria. Een van de weinige goede punten. Anti-federalistische landen zijn een groot voorstander van snelle en sterke uitbreiding, die voorkomt dat Europese eenwording verdiept.

Al met al kan ik weinig goede redenen vinden om nu wel voor te stemmen, ook verandert er op cruciale gebieden te weinig om tegen te stemmen. Het blijft blanco.

Take Alice’s advice

De chaotische vergadering van mijn panel van project 2008 is digitaal voortgezet. Het verschil tussen de digitale en de face to face vergadering is volgens mij dat op de face to face vergadering de mensen die het minste tijd en zich het slechts voorbereid hadden het meeste input gaven, nu is het input geven een kwestie van tijd en voorbereiding. Voor de geintereseerde watcher van dit weblog is hieronder mijn input te lezen. Op de 8 thema’s die gedestileerd zijn door de medewerkers van het wetenschappelijk bureau heb ik met kritisch meedenkend commentaar, mogelijke stellingen en sprekers gereageerd. Waar dus de face to face vergadering een zooitje werd van verschillende inputgevers, was ik geloof ik nu een van de weinigen die meteen gereageerd had.

1. Het domein van en de moraliteit in de politiek: cultuurkritiek en de rol van de politiek

(geen reactie)

2. Linkse globalisering: is er een recept denkbaar voor sociale globalisering?

Stellingen:
* Bij de keuze tussen winnaars en verliezers van de globalisering, heeft
GroenLinks allang gekozen voor de winnaars in Nederland, (maar de
verliezers buiten Nederland).
* Er is geen alternatief voor de monopolie positie van het neo-liberalisme in de internationale politiek(e economie).
* Linkse globalisering begint bij de praktisch idealistische consument in de rijke landen.
* Een echte globalist streeft naar een mondiale staat om de mondiale markt in toom te houden.

Sprekers: een kosmopolitisch filosoof.

3. Milieupolitiek en Ontwikkelingssamenwerking: dubbele standaarden bij de aanpak van klimaat- en milieuproblemen.

Drie kanttekeningen hierbij: is het vruchtbaar om thema’s zo zeer te mengen? Ik vind dat er gepraat moeten worden over milieupolitiek en ontwikkelingssamenwerking en niet alleen maar het raakvlak van die twee velden. Daarnaast waarom wordt ontwikkelingssamenwerking onafhankelijk van globalisering besproken, die thema’s lijken met juist heel veel overlap te hebben. Met een half thema is er ook maar weinig ruimte voor Groene politiek.

Stellingen:
* Op Paaseiland dacht iedereen ook dat er wel een oplossing zou zijn voor
het opraken van de bomen. Innovatie alleen is niet genoeg voor het
oplossen van onze milieuproblemen.

4. GroenLinks en het platteland: willen we die stadse partij blijven of bieden we boeren en buitenlui ook een wenkend perspectief.

Ik vind GroenLinks en het platteland niet een thema dat past in een beginseldiscussie. Immers landbouw politiek behoort niet tot GroenLinks’ kernidealen of thema’s. Zo’n debat wordt misschien ook wel snel erg beleidsmatig. Misschien kunnen jullie dit onder de aandacht van de strategie-werkgroep brengen?

5. Sociale politiek: spreiding van macht, inkomen en kennis, is dat oudlinks? En hoe activistisch moet de staat zijn (Scandinavisch model?)

Stellingen:

* GroenLinks blijft voorstander van behoorlijke bestaanszekerheid voor iedereen en is dus voorstander van een basisinkomen.
* De democratisering van de economie en bedrijven moet weer een kernthema voor GroenLinks worden.
* Linkse economische politiek compenseert mensen voor de achterstanden
waarvoor ze niet hebben gekozen, maar maakt mensen wel verantwoordelijk
voor hun eigen keuzes.

Sprekers:
links-liberale filosofen op het gebied van verdelende rechtvaardigheid

6. Buitenlandpolitiek en islamisering van het debat: who is the terrorist?

Stellingen

* GroenLinks had de oorlog in Afghanistan niet zo schaaps mogen steunen: GroenLinks moet weer echt op komen voor vredespolitiek.
* Terrorisme is zo’n onbelangrijk verschijnsel dat het niet in een beginselprogramma hoeft terug te keren.
* Nederland moet weer een gidsland worden, juist waar het gaat om
homo-emancipatie, drugsbeleid en euthanasia moeten we internationaal
opkomen voor onze idealen.

* Tien jaar na Kosovo: GroenLinks en militaire interventie?

7. De toekomst van Europa

Stellingen:
* Sinds Europa in de jaren ’90 een centrum-linkse agenda is gaan voeren
wordt het steeds aantrekkelijker voor linkse partijen om daar politiek
gaan te bedrijven, aan de andere kant is juist sinds de jaren het
Euroskepticisme in ontwikkeling bij de bevolking: links in een spagaat.

* Nederland moet zich zo snel mogelijk opheffen en fuseren met een Europese superstaat.

8. Individualisering en gemeenschapsdenken: minder vrijheid, meer moralisme?
* Groene politiek kan alleen maar moralistisch zijn, want we moeten anders gaan leven.
* Er is geen tegenstelling tussen vrijheid en moralisme, maar tussen
serieus opkomen voor je idealen en mensen maar laten doen wat ze willen
(negatieve vs. positieve vrijheid).
* GroenLinks moet opkomen van de vrijheid van het individu voor het zelfgekozen levenseinde (Pil van Drion).

Wat ik met name mis in dit rijtje zijn drie thema’s:
1) democratisering en de rechtsstaat: moet weldenkend links nog steeds pleiten voor meer directe democratie in het tijdperk van het populisme? 

Sprekers:
denkers op het gebied van burgerschap

2) Migrant in Nederland: GroenLinks als emanicipatiepartij

3) Andere groene issues dan milieu- of klimaatpolitiek, bijvoorbeeld dierenrechten
Bij milieupolitiek in het algemeen denk ik qua sprekers met name aan:
Millieufilosofen

Er zijn twee thema’s die in de huidige opzet niet aan bod komen, maar mij wel zeer belangrijk lijken:
* Wat zijn de kernidealen van GroenLinks? Hoe gaan we die bepalen?
* Wat is de politieke positionering van GroenLinks in het Nederlandse politieke spectrum?
Sprekers daarbij kunnen zijn:
Politicologen die zich bezighouden met politieke positionering.

Ten
slotte, Christiaan had ‘t op de eerste bijeenkomst over een
gemeenschappelijk thema voor alle drie de onderdelen, hij koos voor "de
relatie tussen individu en collectief". For what it is worth, ik denk
dat "de relatie tussen top (elite/partijtop) en basis
(massa/partijkader)" een veel logischer overkoepelend thema zou zijn.

Herverdeling of gemeenschappelijk bezit?

Nu de vakantie is begonnen of in elk geval de colleges zijn geeindigd heb ik eindelijk tijd om andere dingen dan studieboeken te lezen. Ik ben nu bezig in G.A. Cohen’s‘s Selfownership, Freedom and Equality. Een fascinerende combinatie van Marxisme met rationale keuze theorie. Ook wel non-b*llshit Marxism of Analytisch Marxisme genoemd. Erg socialistisch wordt ik er overigens niet van, maar het helpt wel om een soort egalitair-libertarianisme te ontwikkelen.

Een interessant vraagstuk dat Cohen opwerpt is het volgende. stel je de volgende samenleving voor:
De samenleving bestaat uit twee mensen. Alle productie middelen die er zijn zijn drie koeien. Die geven drie eenheden melk. Aan een eenheid melk heb je net genoeg om jezelf te voeden en twee eenheden melk is “aardig toeven”. Een van de twee mensen kan melken en de ander niet. Wat is het gevolg van verschillende economische stelsels op de verdeling van melk.

Stel nou dat je, heel socialistisch voor gemeenschapsbezit gaat. Dat houdt in dat iedere keer als de koeien gemolken worden allebei de mensen moeten instemmen. Als diegene die kan melken voorstelt dat hij de koeien gaat melken, zal degene die niet kan melken hier alleen maar mee instemmen als hij ten minste een eenheid melk krijgt, immers anders gaat hij dood. Als de ander geen melk wilt mee nemen, verbiedt hij het gebruik van de melk en gaan ze allebei dood. De melker heeft geen keuze, als hij wilt overleven, zal hij moeten doen wat de ander zegt en zich voor de ander’s welzijn inzetten. De melker is dus niet vrij.

Wat nou als er prive-bezit is. Het kapitalisme. Stel dat de niet-melker (in een taktisch moment) om alle drie de koeien een hek heeft gezet heeft en tegen de melker zegt: “als je melk wilt zal je ermee moeten leven, dat ik twee derde van de melk krijgt en jij een derde.” De niet-melker heeft niet zo veel keuze: immers als hij zich niet laat uitbuiten door de ander gaat hij dood. Weer heeft de melker geen echte vrije keuze tussen melken of sterven.

Let wel, als de tafels omgedraaid zijn tussen melker en niet-melker, en de melker de koeien in bezit gaat de niet-melker sowieso dood. Want waarom zou de melker z’n melk met hem delen?

Conclusie van Cohen, zowel gemeenschapsbezit als prive-bezit zijn op dezelfde manier niet te verenigen met individuele vrijheid. Hiermee deelt hij libertariers als Nozick een gevoelige slag. Ik denk dat hij hiermee heeft laten zien dat koeien (productiemiddelen) niet het fundamentele probleem zijn, maar melk (inkomen). Als je alleen koeien verdeeld wordt het dus nooit rechtvaardig.

Laten we de situatie iets veranderen en iets meer op de melk focussen. Er zijn nog steeds twee mensen, maar nu kan een goed melken en de ander minder goed melken. Als je goed kan melken heb je aan een koe genoeg om te overleven (je krijgt een eenheid melk), kan je niet goed melken heb je twee koeien nodig om te overleven (je krijgt twee keer een halve eenheid melk). Ze besluiten de koeien als volgt te verdelen: allebei krijgen ze een koe en voor de derde gooien ze een munt op. Als de incompetente melker een koe krijgt, gaat hij dood, want hij heeft maar een halve eenheid melk. De competente melker leeft in een overvloed van melk. Als de competente melker een koe krijgt en de ander twee overleven ze beiden.

De eerste situatie is de meest interessante. Een iemand dreigt dood te gaan en de ander leeft in rijkdom. Rijkdom die hij bij kans heeft gekregen: immers hij is geboren met melkvingers en heeft de koe gewonnen bij muntopwerping. Hij heeft er niets voor gedaan. Er is sprake van een “unearned difference”. Wat mijn voorstel zou zijn om de situatie rechtvaardig te maken is dat de competente melker het verschil in melk dat hij krijgt omdat hij goed kan melken en twee koeien heeft eerlijk tussen hun beide verdeeld. Dat verschil is ander anderhalve eenheid melk (2 (goed+twee koeien)-.5 (slecht+een koe)). In dit simpele voorbeeld hebben zij allebei evenveel recht op dit overschot en krijgen ze allebei een driekwart eenheid melk, extra en hebben ze allebeid vijfkwart eenheid melk: meer dan genoeg.

Let wel het gaat hier niet om dat iemand dood gaat van de honger. In het geval dat de incompetente melker twee koeien krijgt en de competente een, worden ze allebei belast, om hun “unearned” differences te compenseren. Ze moeten allebei een halve eenheid melk aan de ander afstaan.

Verkiezingen in Belgie

(Eer)gisteren waren er in Belgie verkiezingen. Grofweg kun je zeggen dat de Liberalen en Socialisten verloren en de Christen-Democraten en Groenen wonnen. Er zijn twee dingen opmerkelijk aan Belgische verkiezingen die ik hier uiteen zal proberen toe te lichten: het kiesstelsel en het partijenstelsel.

Belgie heeft een evenredig kiesstelsel in meerdere districten. Deze districten zijn op het niveau van de provincie. In iedere provincie is een aantal zetels te verdelen, dat afhangt van de grootte van de provincie. Deze zetels worden evenredig verdeeld. Dit systeem zorgt ervoor dat als kleine partijen het relatief goed doen in kleine districten zij hier geen zetels van krijgen. Zo haalde Groen! in het kleine district Leuven (met 7 zetels) 8% van de stemmen (bij een landelijk gemiddelde van 4%) maar hield hier geen zetels aan over. Partijen die minder stemmen halen dan kiesdrempel in het grootste district zijn sowieso kansloos.

De vraag rijst wat er zou gebeuren als we in Nederland zo’n kiesstelsel zouden invoeren. Ik heb er aan zitten rekenen. We zouden de volgende uitslag hebben:
CDA – 50 zetels
PvdA – 40
SP – 27
VVD – 22
PVV – 6
GL – 3
CU – 2
D66 – 0
PvdD – 0
SGP – 0
De grotere partijen profiteren en de kleinere partijen zijn de dupe. GroenLinks zou twee zetels halen in Noord Holland en een in Zuid Holland: de twee grootste districten. Er is in Nederland echter nog een  perverser gevolg. Omdat Nederland meer en soms kleinere provincies heeft en een gefragmenteerder partij systeem, dan in Belgie, onstaan er een soort "rotten boroughs": provincies waar maar een partij de kiesdrempel haalt. Dat zijn Groningen en Drenthe voor de PvdA en Zeeland en Flevoland voor het CDA. De hypothesische volledige uitslag per provincie, staat hier

Over het partijenstelsel in Belgie zou je grofweg drie dingen kunnen zeggen. Ten eerste het kent veel scheidslijnen: tussen links, midden en rechts, tussen katholiek en seculier en tussen pro-Waals via pro-Belgisch tot pro-Vlaams. Ten tweede zijn er heel veel partijen (als ik goed tel zijn er 18 partijen verkozen in de Kamer of de Senaat). Maar deze werken sterk samen gedwongen door de hoge kiesdrempel: in Vlaanderen werken de Christen-Democraten samen met de conservatieven regionalisten, het Vlaams Belang met een anti-cordon liberale partij, de Liberalen met links-liberalen en rechts-liberalen, en de socialisten met de linkse regionalisten. De Groenen deden het alleen, ze weigerden samen te werken met de socialisten. Ten derde zijn er sterke verschillen tussen het conservatieve Vlaanderen en het progressieve Wallonie. Linkse partijen deden het verschrikkelijk slecht doen in Vlaanderen. 20% van de zetels is voor partijen links van de Nederlandse PvdA en 80% is voor partijen rechts daarvan. Wallonie is dat 45%/55%. In Nederland is ook dat ongeveer 45%/55%.

Als je de Vlaamse naar de Nederlandse situatie zou omrekenen zou je de volgende uitslag krijgen (van links naar rechts):
Lijst Hilbrand Nawijn (Vlaams Belang): 30 zetels
Partij voor de Vrijheid (Lijst Dedecker): 10
CDA samen met Marco Pastors (CD&V/NV-A): 46
VVD (Open VLD): 29
PvdA-D66 (SP.A-SPIRIT): 25
GroenLinks (Groen!): 10
Geen slechte score voor de Groenen maar voor de rest een grote verschrikking! Van de 150 zouden er 35 zetels voor links zijn, 75 gaat naar centrum-rechts en 40 gaat naar (extreem-)rechts.

Al met al: als je over de grens kijkt, ben je blij dat je het relatief progressieve Nederland woon met het meest proportionele kiesstelsel mogelijk. Ik geloof dat ik ga emigreren naar een andere planeet …

Geschiedenis & Evolutie

Ik was zaterdagmiddag op een symposium over geschiedenis en evolutie. De centrale vraag was of je evolutionaire modellen kan toepassen op het verloop van de (menselijke) geschiedenis. Dat vind ik zelf een interessant onderwerp, alhoewel ik noch historicus, noch bioloog ben.

Mijn interesse hiervoor is gewekt door de werkelijk verschrikkelijke filosofie colleges die ik bij Oudemans heb gevolgd. Ik ben daar besmet geraakt met het idee dat evolutionaire modellen toepasbaar zijn op mensen. Niet alleen omdat wij bepaald worden door genen die door evolutiebiologie beschreven worden, maar ook omdat wij bepaald worden door “memen”, kleine cultuur-deeltjes die zich in veel gevallen hetzelfde gedragen als genen . Dit vindt zijn basis in het werk van Dawkins met name de Selfis Gene. Volgens Dawkins is al het leven erop gericht om genen zich te laten voortplanten. Soorten en individuele levensvormen zijn dus slechts vehikels van genen om zich te laten voortplanten. Dit is geen raar idee omdat mutatie, selectie en erfelijkheid zich allemaal voor doen op het niveau van het gen. Dawkins meent dat memen, de kleinste stukjes cultuur, dingen als woorden, gereedschap, ideeen en riedeltjes zich op dezelfde manier gedragen als genen ook zij worden op basis van mutatie en fitness geselecteerd en verspreiden zich over de hele menselijke populatie. Het beste voorbeeld is zo’n liedje dat in je hoofd blijft zitten en je wel moet neurien. Zo’n liedje is erg “fit” voor de menselijke geest en verspreid zich makkelijk. Sommigen vergelijken het met een virus dat in dit geval van brein tot brein gaat om zich te verspreiden en daarbij het brein overneemt en naar zijn hand zet. Overigens zijn internethypes ook een typische meme, maar computervirussen ook.

Jared Diamond voegt, voor mijn gevoel, iets toe aan dit idee van een evolutionair cultuurbegrip. In zijn Guns, Germs and Steel legt hij uit waarom het westen de wereld domineert. Dat komt volgens hem omdat de geografische condities voor Europa zo waren dat zij gunstig waren voor economische ontwikkeling: dan gaat het met name om de aanwezige planten en dieren en de oost-west ligging van het Euraziatische continent, dat er voorzorgt dat plant- en diersoorten zich gemakkelijk verspreiding, namelijk door dezelfde temparatuur zones. Wat hij dus eigenlijk zegt is dat geografische condities gunstig kunnen zijn voor bepaalde memen: Europa was geschikt voor landbouw. Opvallend is het onderscheid dat hij maakt tussen China en Europa. Door de grillige kust van Europa kan het moeilijk beheerst worden als een rijk, anders dan China. Dit zorgt ervoor dat er verschillende staten onstaan die onderling concureren. Europa is dus geografisch geschikt voor het idee liberalisme. Zo’n visie werd ook al voorgestaan door Fareed Zakaria in zijn Future of Freedom.

Slechts een aantal sprekers op het symposium raakte deze thematiek. Het thema meme bleef volledig ongenoemd. Dat kan te maken hebben met de zachte dood die memetics als wetenschap is gestorven. De meest interessante bijdrage in deze zin kwam van Khaled Hakami die betoogde dat als je evolutionaire modellen wil toepassen op culturen (memen) dat je dan moet opletten dat cultuur iets anders is dan biologie. Er is sprake van diffusie en intentioneel gebruik. Waar de verspreiding van genen altijd onbedoeld is kunnen mensen juist memen gebruiken met een bepaald doel. Daarnaast kunnen memen zich veel makkelijker dan genen verspreiden, zij hoeven namelijk niet mee te liften op een DNA-spiraal die gelinkd is aan een bepaald soort, maar zij kunnen op een andere “soort” (een Chinees die communist wordt) of als eenling zich verspreiden. Een andere spreker zag collectief leren als een belangrijk kenmerk van menselijke geschiedenis: dus de verspreiding van memen. Een derde onderzocht handelsroutes als proxies voor verspreidingskanalen van menselijke cultuur (memewegen).

Het grootste probleem is dat als je eenmaal vanuit zo’n evolutionair model naar menselijke cultuur kijkt het moeilijk van je af te schudden is. Ook ik ben geinfecteerd….

Orgaandonatie

Na de geniale donorshow van BNN is de discussie over orgaandonatie weer helemaal terug. GroenLinks pleit nu voor het nee-tenzij stelsel, wat als je het mij vraagt een radikale inbreuk is op liberale principes.

Een van de kernprincipes van het liberalisme is het idee dat mensen hun eigen lichaam bezitten: “Self-ownership”. En dat je hier alleen maar vrijwillig afstand van kan doen. Ik ben ten minste meester van mijn eigen lichaam. Hieruit leidt bijvoorbeeld Locke zijn hele theorie van bezit af, die later door Nozick is over genomen. Maar ook het verbod op slavernij is hierop gebaseerd. En werk van libertarisch-socialistische filosofen als Cohen. Dit principe leidt tot een zeer progressieve medische ethiek. Mensen mogen zelf beslissen of zijn een abortus willen, euthanasie of suicide willen plegen, hun lichaam willen verbouwen of vervuilen enz.

Het uitgangspunt van het “nee ten zij”-stelsel van orgaan donatie is echter het tegenover gestelde. Niet de burger beschikt in principe over zijn eigen lichaam maar de overheid. Na overlijden wordt, als je geen bezwaar maakt, je lichaam het bezit van de staat en niet van de na bestaanden, die wel de rest van de erfenis krijgen. Hiermee wordt dus het idee dat jouw lichaam van jou zelf en dat jij er zelf mee mag doen wat je wilt, radicaal geschonden. “Vrijzinnig links” noemt men dat, ik denk eerder aan totalitair links dan …

Alice in Chaosland

Gisteravond was weer een vergadering van toekomst.groenlinks. De chaos en gebrek aan organisatie die de eerdere vergaderingen zo kenmerkte, kenmerkte ook deze vergadering.

Zo ook bij mij, ik was heel even op Inti’s weblog en realiseerde me aan de hand daarvan dat de vergadering een week eerder was. Paniek in de tent! We hadden namelijk drie huiswerk opdrachtjes gekregen: na denken over maatschappelijke veranderingen sinds 1991, na te denken over de veranderingen binnen GroenLinks tussen 1994 en 2006 aan de hand van twee verkiezingsprogramma’s en na denken over de tekst van het programma. Stukken uitgeprint en op de trein gesprongen. Ik had een groot deel wel al bekeken in het weekend, maar moest toen komen tot een aantal concrete kritiek punten. Dat was mij alleszins gelukt.

Eenmaal in Utrecht aangekomen was er geen planning of agenda gemaakt. Noch was het duidelijk wanneer de vergadering moest stoppen (uiteindelijk erg vroeg omdat sommige mensen weg gingen). We begonnen gewoon maar ergens. Mijn weinig schokkende voorstel om alles wat we aan “huiswerk” hadden mee gekregen te bespreken kreeg enige steun. Chaos in de tent. Je zou toch denken dat een groot deel van de mensen de hele dag al vergadert en dus weet wat er gebeurt als je slecht vergadert, aan de andere kant, misschien zijn zij dan ook een te strakke vergadering zat.

Toen bleek echter dat een deel van de aanwezigen niet eens wist wat hij moest doen of zich niet had voorbereid. Dat leidt uiteraard tot oneindige, soms weinig coherente woordenstromen. Het meest opvallend nog was dat die mensen die zeiden zich niet te hebben voorbereid het meest praten. Shirking in de tent.

Dus waren we toen de eerste mensen weg moesten, nog niets eens bij het tweede agendapunt of het derde agendapunt. Dat had mensen (die zich niet hadden voorbereid) niet tegen gehouden zeer wonderbaarlijke exegese van allerlei teksten te doen. Ja, de kernthema’s van GroenLinks zijn “ecologische moderniteit”, “sociale politiek”, “internationale solidariteit” en de “multiculturele samenleving”. Nadat daar ook “democratie” aan toe was gevoegd, was ik het er mee eens, immers hier werden DWARS’ duurzaamheid, solidariteit, diversiteit, democratie en vrede (dat laatste wat te ambigu) verwoord. Maar dat staat niet in het GroenLinks beginselprogramma.

Er moesten dus lijstjes gemaakt worden met de veranderingen binnen GroenLinks, de veranderingen in de wereld en de zwakke punten van het beginselprogramma die uiteindelijk moesten leiden tot een lijst van thema’s met sprekers en stellingen. Daar zijn we nooit aan toe gekomen. De secretaris heeft uit de vergadering wel punten gehaald, maar voor mij was dat ook een onwerkelijke exegese van de vergadering. Met name als alle eerder punt gemaakte vervallen lijken en de samenvatter alleen maar herhaalt wat de laatste spreker heeft gezegd. Mijn common sense voorstel om op het whiteboard bij te houden welke punten we nu gekozen hadden werd resoluut afgewezen. Dat moest jezelf maar bij houden. Dus ging Bart weg met zes punten (let wel voor +-16 bijeenkomsten) en ik met vier.

Toen ik na de vergadering mijn onvrede uiten, mocht ik het doen met twee opmerkingen. Ten eerste, was er weinig tijd. Ja, dat krijg je ervan als je een commissie vult met prominenten. Maar als je weinig tijd hebt dan zorg je toch voor een strakke vergadering. Niks geen slecht voorbereidde uitweidingen, maar: we willen over 2 uur deze informatie van jullie hebben. In vergelijking met DWARSe bestuur vergadering is dit een volslagen chaos.
Ten tweede was dit een brainstormend groepsproces, dat moet je niet te veel sturen. Dan zou ik het proces laten leiden door mensen die verstand hebben van brainstormen. Want als ik het goed begrijp moet je dan niet uitweiden en in discussie gaan, maar gewoon thema’s op schrijven (op een white board!). En dan daarna schrappen.

En toch, als ik dan iemand hoor spreken over de noodzaak Nederland en GroenLinks zo snel mogelijk op te heffen en te fuseren in een Europese federatie en partij, omdat daar het strijdtoneel is voor linkse globalisering, weet ik weer waarom ik lid ben van GroenLinks.

Dan maar promovendus?

Donderdag en vrijdag zat ik Antwerpen bij het politocologen etmaal een conferentie van de Vlaamse en Nederlandse politicologenverenigingen. Samen met een van mijn docenten waar ik al een tijdje student-assistent bij ben, Huib Pellikaan gingen we een paper presenteren, een kritiek op het werk van de invloedrijke politicoloog Arend Lijphart. Wat we grofweg zeggen is dat Lijphart zijn eigen model niet goed toe past en daarom onjuiste conclusies trekt. We willen lijphart "over-lijpharten"

Ik was nog nooit eerder op zo’n soort conferentie geweest, gelukkig wist de voorzitter, een goede vriend van mij, Gijs-Jan Brandsma, wel wat je dan moet doen: meteen in het diepe. De opzet is als volgt, per werkgroep worden er zo’n 7-12 papers besproken, die over dezelfde thematiek gaan. Iedereen die een paper heeft geschreven krijgt een paper van een ander om te reviewen. Ik als eerste een paper van Marianne van der Steeg, een "post-doc" die over Europese verantwoording in nationale parlementen schrijft. Ik mocht ik dus als eerste van de conferentie een review houden over een onderwerp waar ik niet heel van af weet van iemand die al gepromoveerd is terwijl ik nog maar een lowly BA’tje ben. Een beetje zenuwachtig was ik dus wel. Maar ik geloof dat Marianne erg blij was met m’n opbouwende kritiek en dat ik een goede inleiding heb gegeven op het debat dat volgde. Voor niet politicologen overigens weinig interessant als het gaat om zaken als casus-selectie, als dan niet impliciete causaliteit, en het combineren van kwalitatieve met kwantitatieve analyse .

Als je zegt dat het universititaire bestaan bestaat uit grofweg vier pilaren: onderzoek, onderwijs en wetenschappelijk debat en besturen. Dan ben ik tot nu toe uitgebreid in aanraking gekomen met het eerste, dankzij mijn opleiding en mijn werk als student-assistent, en ben ik hier best goed in, ten minste in het statistische/analytische deel in het plaatsen en marketen van onderzoek heb ik vaak gewoon geen zin. Onderwijs ken ik alleen nog maar passief als student, gelukkig ga ik (waarschijnlijk) volgend jaar les geven in politieke filosofie voor zij-instromers. Het wetenschappelijk debat heb ik dus in Antwerpen mee gemaakt. En eerlijk gezegd dat beviel me erg. Zelf kritisch na denken over andermans werk, met de kritiek van anderen omgaan (overnemen/pareren) en deelnemen in debatten over wetenschap, vind ik erg leuk. Van het laatste "bestuur" heb ik als lid van de opleidingscommissie Wijsbegeerte wel wat mee gekregen, maar daar heb ik tot nu toe maar weinig meer. Gelukkig is dat weer belangrijker voor mensen die al hoger op de lader staan.

Het lijkt me wel wat, dat universitaire bestaan: lezen, schrijven, onderzoeken, kritisch mee denken.