De Junta uit Birma! Total uit Birma

Vandaag was de JS/Free Burma-demonstratie in Amsterdam (en Breda!) voor democratie en vrijheid in Burma. Er was een grote DWARS delegatie aanwezig in Amsterdam, waaronder ikzelf. Met ingeveer 150-200 demonstranten DWARS door Amsterdam met spandoeken en leuzen gedemonstreerd om steun en solidariteit aan de vreedszame en moedige demonstranten te uiten.

Een van de leuzen die geschald werden interigeerde me "Total uit Birma!" Ook de SP, PvdA, GroenLinks en de Partij voor de Dieren roepen op tot een consumenten-boycott van Total. Overigens, zelfs Sarkozy roept bedrijven op niet meer in Birma te investeren.

Ik ben hierzelf vrij ambigu over. Kijk ik steun sancties tegen het bewind en zeker ook een (uitbreiding) van het embargo. En ik steun ook consumentenacties tegen bedrijven die zich fout gedragen. Maar het is niet de aard van parlementaire politiek om zich te bemoeien het gedrag van individuele bedrijven. De politiek moet een wettelijk verbod stellen op investeren in Birma. Dan is het aan de rechterlijke macht om individuele bedrijven aan te spreken. Zo werkt de rechtsstaat. Het is de rol van actiegroepen om de overheid, bedrijven en consumenten te overtuigen iets wel of niet te doen. Als politici pleiten voor een boycott van Total doen ze de rechtsstaat schade aan. Dit is tenminste dezelfde kritiek die in februari op de Partij van de Dieren heb gegeven: een politieke partij is geen actiegroep.

In het geval van Total ligt het (misschien) iets anders. De oproep staat inverband met een groter politiek goed: een embargo tegen de Birmese junta door Europese Unie. En dan is het plotseling weer parlementaire politiek, immers mensen oproep door te rijden is een manier om dat voorstel te ondersteunen.

What’s wrong with positive liberty?

Een onschuldige vraag van Mieke: wat is er dan mis met positieve vrijheid? Dat ligt er natuurlijk aan wat je daar onder beschouwt. Ik heb hierover al (veel) eerder een stukje geschreven (wat niet echt leesbaar is geworden).

Berlin stelt in zijn "Two Concepts of Liberty" dat positieve vrijheid inhoudt de afwezigheid van storende interne obstakels die voorkomen dat ik doe wat ik echt wil. (Dit in contrast met negatieve vrijheid: de afwezigheid van storende externe obstakels). Angst kan bijvoorbeeld voorkomen dat ik de Mount Everest beklim terwijl dat wel iets is wat ik zou willen bereiken. Een ander voorbeeld is een verslaving aan cholocolade, die kan verkomen dat ik het gewicht bereik dat ik wil. Positieve vrij zijn is bevrijd zijn van zulke interne belemmeringen.

Maar je kan ook radicalere interpretaties maken van wat mensen echt willen:

  • Rousseau stelde dat mensen door de ontwikkeling van beschaving worden afgehouden van hun natuurlijke vermogen tot sympathie voor anderen en gesocialiseerd worden in een wereld van eigenbelang.
  • Marx stelde dat maatschappelijke structuren kunnen voorkomen dat leden van bepaalde klassen zien wat in hun objectieve eigenbelang is (de proletarische wereldrevolutie in het geval van arbeiders), maar dat ze door vals bewustzijn tegen dat belang in handelen (arbeiders die oorlog voeren in het belang van de bourgeoisie).
  • Volgens Augustinus (en andere christelijke denkers) moeten mensen zich bevrijden van hun zondige behoeften, die voorkomen dat ze doen wat echt goed voor hun is: een leven gewijd aan God.
  • Freud stelde dat mensen grotendeels beheerst worden door hun
    onderbewuste Id, hun lagere, natuurlijke, behoeften  en verlangens, die
    voorkomen dat ze hun hogere, rationele, idealen van hun Superego
    bereiken.

Allemaal menen deze denkers te weten wat in het belang van het individu is, zelfs als dat individu dat zelf niet beseft. Als je weet wat het absolute goede voor iemand is, waarom zou je haar dan niet dwingen daarnaar te handelen. Immers dat zou zijn wat zij wilde als ze echt zou weten wat ze wilt. Mensen worden dan gedwongen vrij te zijn.

Berlin meent dat het niet mogelijk is om te weten wat echt goed voor een ander is, en dat mensen dat het beste zelf kunnen onderzoeken. Hierin volgt hij overigens mooi de notie van het leven als experiment om het goede te vinden, afkomstig van J.S. Mill . Hij wilt mensen dus niet dwingen op een bepaalde "bevrijde" manier te leven, maar hij wil mensen vrij maken dat zelf te bepalen.

Hierop is dan ook mijn grootste bezwaar tegen Vrijheid Eerlijk Delen gebaseerd: het is gebaseerd op het idee dat een werkzaam leven het beste voor iedereen is. Ik zou nooit de pretentie willen hebben te weten wat het best voor iedereen is.

The Trap

Bij het voorbereiden van m’n college vrijdag kwam ik via wikipedia bij de BBC-documentaire "the Trap" een serie van drie geniale films over het begrip vrijheid in de huidige tijd. In drie delen laat Adam Curtis zien hoe een uitermate plat en simpel begrip van vrijheid (die uit de rationale keuze theorie) in onze economie, politiek en persoonlijk leven een absoluut ideaal is geworden. Na het eerste stuk op youtube gezien te hebben was ik verkocht en heb ik (min-of-meer) drie uur gekluisterd aan mijn beeldscherm gezeten.

Ik raad een ieder aan dit te kijken! Curtis geeft wel een vlijmscherp beeld van hoe de (Engelse en Amerikaanse) maatschappij in elkaar zit sinds de Koude Oorlog, wat het mensbeeld en politiek-filosofische onderbouwing van zowel de Derde Weg als Reaganism zijn en van het ideaal van vrijheid dat op leggen aan Irak en Afghanistan.

Het meest geniale stuk vond ik het begin van deel drie waarin Curtis uitlegt wat het onderscheid is tussen positieve en negatieve vrijheid en waarom positieve vrijheid gevaarlijk werd gevonden (ook door Berlin, die het concept heeft uitgevonden). De gemakkelijke manier waarin Femke Halsema in Vrijzinnig Links schreef dat je positieve en negatieve vrijheid moet combineren staat hier in sterk contrast mee.

Ik heb hieronder maar even alle links op youtube verzamelt zodat je in drie uur een volkomen nieuwe blik kan krijgen op het begrip vrijheid in de huidige politiek en maatschappij.

Film een
Deel 1, Deel 2, Deel 3, Deel 4, Deel 5, Deel 6

Film twee
Deel 1, Deel 2, Deel 3, Deel 4, Deel 5, Deel 6

Film drie
Deel 1, Deel 2,Deel 3, Deel 4, Deel 5, Deel 6

Kernthema’s sociale politiek uit de tent

Dit is een samenvatting van de kernthema’s van de tent "sociale politiek" op Debat in de Tent.

De huidige verzorgingsstaat voldoet niet meer. Het systeem is niet in staat om burgers te voorzien in de zekerheid die zij zoeken in een dynamische tijd van globalisering. Daarnaast is de overheid niet in staat om tegenover de plicht tot participatie die zij burgers oplegt, genoeg ruimte (banen) te scheppen om iedereen ook daadwerkelijk te laten participeren.
Naast een groep “insiders”, burgers die baat hebben bij de huidige sociale politiek, onstaat een groep outsiders, burgers die baat zouden hebben bij hervorming hiervan. Het helderste voorbeeld is het ontslagrecht: oudere werknemers met een vast contract hebben hier voordeel van, mensen met een tijdelijk contract en jongere werknemers vormen een “precariaat”, dat een onzekere positie op de arbeidsmarkt heeft.

Hieruit volgen een aantal problemen en een aantal oplossingen.

  • De overheid moet de voorwaarden scheppen om iedereen te laten participeren in de samenleving, waar het om sociale politiek gaat, dan met name op de arbeidsmarkt. De overheid moet bv. de mobiliteit van gehandicapten vergroten om ze instaat te stellen overal te werken.
  • Daarnaast moet de overheid investeren in mensen om zich weerbaar te maken in een dynamische samenleving. Onderwijs is een belangrijk middel voor sociale politiek en een voorwaarde voor economische ontwikkeling, daar moet in geinvesteerd worden.
  • Sociale politiek zou er niet op gericht moeten zijn de positie van de sterkste (rijksten, de best beschermden) te verzwakken, maar de positie van de zwaksten (de armsten, de minst beschermden) te verbeteren. Een voorbeeld is de hervorming van het ontslagrecht: dit moet erop gericht zijn de positie van outsiders te verbeteren. Dit hoeft niet ten koste te gaan van insiders.
    • Een belangrijke kwestie hieraan gerelateerd is of er niet altijd een zwakke groep zal zijn, hoeveel je mensen ook schoolt en hoe gelijk je de kansen van mensen ook maakt. In dit soort gevallen volstaan gelijke kansen niet, maar zul je solidair moeten zijn. Een simpel voorbeeld: iemand die volledig arbeidsongeschikt is, kan je nog zoveel kansen bieden op werk, maar hij kan gewoon niet werken. die mensen moeten een uitkering krijgen, maar ook de middelen om toch te participeren in de samenleving.
  • Sociale politiek moet Europese politiek worden: er moet een Europees sociaal minimum zijn. Zo kan worden voorkomen dat Polen zich gedwongen voelen om onder verschrikkelijke omstandigheden in Nederland te komen werken.
  • De rechten van werknemers (op scholing, pensioen etc.) moeten niet afhankelijk gemaakt worden van vluchtige bedrijven, maar zijn een verantwoordelijkheid van de overheid/gemeenschap.
  • De vraag is of vrijzinnige sociale politiek erop gericht moet zijn iedereen te dwingen te werken. Moeten mensen niet zelf kiezen hoe zij hun leven inrichten?

Gluren uit de Tent

Mijn eerste workshop op zondagochtend was "gluren bij de buren" over beginselprogramma’s van het FNV, Groen!, EGP en het huidige van GroenLinks, en (een beetje) DWARS. Centrale vraag: waarom schrijf je een beginselprogramma en wat doe je ermee? Niet alleen interessant als lid van het begeleidingspanel maar ook als jonge onderzoeker: ik wil ook juist deze vraag onderzoeken.

Bij de FNV en GroenLinks was het eerste beginselprogramma geschreven vlak na de fusie. Het beginselprogramma van de EGP was ook onderdeel van verdergaande samenwerking. De centrale vraag was: wat bindt ons als de sociaal-democratische NVV en de katholiek-sociale NKV, c.q. de links-socialistische PSP, de emancipatiepartij CPN, de groene PPR en de progressief-christelijke EVP dan wel alle groene partijen uit West, Oost, Noord en Zuid Europa?
Bij het herschrijven van het nieuwe DWARS en FNV programma speelde met name de vraag: sluit het huidige programma nog wel aan bij de kwesties van de huidige tijd.
Bij het schrijven van het Groen!-programma wilde de partij zich herorienteren op haar identiteit, van het oude, moralisitische AGALEV, naar het groen-progressieve Groen!
Bij het eerste DWARS, EGP en GroenLinks programma speelde met name ook een uitruil, een compromis tussen verschillende groepen. Zo diende het eerste DWARS programma om tussen de radicale anarchistische DWARS’ers en de parlementaire jonge GroenLinksers een compromis te vinden. Bij het GroenLinks speelde de vraag tussen Groen en Links en Staat en Maatschappij.

De programma’s worden ook op andere manieren gebruikt door politici en bestuurders:
Je kan zo’n programma gebruiken bij interne discussies over de koers om te kijken wat vinden we eigenlijk? Bij het schrijven van verkiezingsprogramma’s wordt hij echter niet (altijd) gebruikt. Daarnaast orienteren nieuwe leden zich aan de hand van zo’n programma. Bij de EGP wordt het zelfs gebruikt om mogelijke lidpartijen uit te sluiten, als een nieuwe groene partij bijvoorbeeld tegen homo-emancipatie zijn.

Transsexuelen in de Tent

RozeLinks had een uiterst sympathieke petitie op Debat in de Tent: "Kees wordt Trees zet een trans op twee".

Toevallig had ik me net verdiept het onderwerp. De eerste (en tot nu toe) enige transsexuele parlementarier in Europa is Vladimir Luxuria uit Italie. Zij is lid van de Heropgerichte Communisten wat me toch niet de meest LBGT-vriendelijke partij van Europa leek. Buiten Europa is er ook nog Georgina Bayer uit Nieuw Zeeland, voor de sociaal-democraten. Beiden hebben ze een achtergrond in het acteerwerk en maken ze zich, wie had dat verwacht, sterk voor politiek issues rond sexuele identiteit.

Ik denk dat het zeer goed zou zijn als er in Nederland een transsexueel de politiek in gaat, en GroenLinks is daar dan de beste partij voor. De vraag is wel of je een van je 7 zetels hier aan kwijt wil zijn, of dat je 7 andere GroenLinks prioriteiten kan noemen, waar je dus ook kamerleden aan wilt koppelen

Feest in de Tent

Na al het debat was er een borrel en eten. DWARS had zelf voor eten gezorgd, voor menig student viel de 20 euro erg voor het eten van Fair Food tegen. Ik heb van beide walletjes gegeten en dus genoten van Mieke’s spinaziequiche, Lamiek’s Hawaiaanse Macaroni en Jan-Lars’ Macaroni salade. Zelf had ik nog Gazpacho en couscous-salade toegevoegd.

Daarop volgde Peer de Graafmachine met een zeer GroenLinks optreden vol improvisatie en politieke actualiteit, net iets te kunstzinnig en vol passie. De avond, en het begin van de nacht, werd en overgenomen door een DJ die disco, latin mengde met een flinke hoeveel rock. Zodat ik gepogoed heb en stijl gedanst, geheadbanged en geswinged. Menig DWARS’er heeft ook gestagedived. Zelfs de kamerleden namen deel aan het feestgedruis. Femke Halsema bleef echter een beetje aan de kant hangen. Dat kan ik op twee manieren interpreteren: of ze heeft de leden de ruimte geboden om hun ding te doen of ze zit niet op de zelfde golflengte als de leden. Ik denk toch dat de conclusie van de eerste dag het eerste moet zijn: de leden hebben alle ruimte gekregen om hun gedachten (en andere dingen) te laten dansen.

Tijdens een wat rommelige afterparty (die ik de volgende ochtend mocht opruimen) viel ik in slaap in mijn thermische slaapzaak en heb ik nog een paar uurtjes geslapen.

Sociale Politiek in de Tent

De tweede parallelsessie die ik bezocht ging over de sociale kwestie. De focus lag sterk op Vrijheid Eerlijk Delen (VED) en de dilemma’s en die daaruit volgden. De sessie werd geleid door mijn collega-begeleidingspanellid Jolande Sap. Deelnemers aan de discussie waren Ineke van Gent, Henk van der Kolk (voorzitter FNV-bondgenoten), Alfred Kleinknecht (professor economie van de innovatie) en Ronald de Leij (werkzaam bij het AWVN). Jolande wist de discussie meteen te concentreren op de dilemma’s die er binnen GroenLinks qua sociaal beleid spelen.

VED werd toegelicht door Ineke van Gent. Zij legde uit wat het centrale probleem was: het gebrek aan participatie op de arbeidsmarkt door outsiders. Het doel van VED is gelijkheid tussen insiders en outsiders. VED legt een sterke nadruk op de staat om tegenover de participatieplicht van de burger is er de plicht van de overheid om mensen te ondersteunen om te participeren.

Van der Kolk, een criticus van VED, met name waar het ‘t ontslagrecht betreft (een thema dat hij liet liggen), begon toch met opmerken dat GroenLinks gelijkhad dat er sprake was van een "faillissement van de verzorgingsstaat". Onder druk van de mondialisering is de burger op zoek naar zekerheid, zekerheid die de overheid kan bieden. Linkse politiek moet burgers een minimum aan sociale zekerheid bieden. In een Europese economie moet zo’n minimum aan sociale zekerheid ook Europees geregeld worden. De sociale zekerheid moet gericht zijn op participatie op de arbeidsmarkt.
Daarnaast moet linkse politiek investeren in mensen om zich weerbaar te maken in een dynamische samenleving. Een kwalitatieve sprong in het onderwijs, dat rekening moet houden met beginposities van mensen, is daarom noodzakelijk.

Voor Kleinknecht was het ontslagrecht wel een kernthema, waarnaar hij onderzoek heeft gedaan. Volgens hem is niet een flexibele arbeidsmarkt een belangrijke voorwaarde voor welvaart en economische groei, maar een goed onderwijsstelsel. Een starre arbeidsmarkt was volgens hem ueberhaupt een pre voor een kennis economie, zo wordt namelijk juist kennis bewaard voor bedrijven. Er is beter onderwijs nodig en met name betere leraren. Hij zag een "precariaat" (wat bij ons in het jargon outsiders heet) van 15-20% van de werknemers, die nu een precaire situatie op de arbeidsmarkt hebben. Hij stelde echter dat nu de economie weer aantrekt en daarmee de vraag naar arbeid, hun positie sowieso beter zal worden.

De Leij ten slotte keek vanuit het perspectief van de werkgever: zijn bezwaar richtte zich meteen op het begrip delen. We moeten niet proberen de toppen af te verlagen, maar de dalen te verhogen. Waar hij ook bezwaar tegen had was het idee dat werkgevers een scholingsplicht hadden ten opzichte van hun werknemers. In een vrije markt zijn bedrijven vluchtig van aard. Hiertegenover moet de gemeenschap/overheid zekerheid bieden: de scholingsplicht ligt dan ook bij de overheid. Werknemers zouden ueberhaupt minder afhankelijk moeten worden van bedrijven: sociale zekerheidsrechten, als pensioenen zouden veel meer aan het individu en veel minder aan het bedrijf gekoppeld moeten worden.

Vervolgens mocht de zaal reageren. Een stormvloed van vragen, dilemma’s, persoonlijke ervaringen en oplossingen volgden.
* Het ontslagrecht blijft een moeilijke kwestie in twee dingen kunnen veel groenlinksers zich vinden: wij zijn tegen de huidige voorstellen en streven naar een betere bescherming van "outsiders". Zoals Kleinknecht stelde: je moet waar het om het ontslagrecht gaat niet de positie van insiders zwakker maken, maar juist die vanuit outsiders sterker maken. Gon Mevis stelde daartegenover dat er altijd een zwakste groep, een precariaat zal zijn.
* Er zijn enkelen die menen dat de overheid de burger onconditioneel zekerheid moet bieden door een basisinkomen. Zij delen de nadruk op participatie en arbeid van VED, die gedeeld wordt door werknemers, werkgevers en de politiek niet.
* Er bestaat een tegenstelling tussen gelijke kansen en solidariteit tussen verschillende mensen. Gelijke kansen zijn niet genoeg om een sociaal rechtvaardige uitkomst te krijgen.
* Een belangrijke strategisch dilemma is of linkse politiek de werkgevers moet verleiden om mee te betalen aan participatie van allen (door bv. het ontslagrecht te versoepelen) of dat de overheid moet dwingen om mee te betalen.
* Toch waren er veel dingen waar we het over eens zijn. Het onderwijs wordt als een heel belangrijk middel gezien om economische emancipatie te stimuleren. Regels mag de ontplooing van mensen niet in de weg staan. Verbetering van de mobiliteit kan veel outsiders ook aan het werk helpen. Het ontslagstelsel in het onderwijs dat veel dienstjaren waardeert is pervers. De overheid moet juist een voorbeeld geven door outsiders te recruteren. De sociale onrechtvaardigheid in Nederland valt mee. ten opzichte van de oneerlijke verdeling tussen Noord en Zuid.

Het is moeilijk om uit al deze punten een aantal kerndilemma’s te destileren. Ik zal wel moeten, aan het eind van de discussie vroeg Bart Snels aan mij om een overzicht van de discussie te maken voor de commissie. Nou Bart, hier is een grove outline, ik zal nog verder na denken over welke kerndilemma’s spelen.

Milieu in de Tent

Het eerste van de vier plenaire sessies ging over milieu. Wijnand Duijvendak sprak met Els Keytsman van Groen! over de milieu-politiek en moralisme.

Wat mij opviel was hoever Duijvendak en Keytsman uit elkaar stonden, en destemeer hoe Femke Halsema zich positioneerde tussen die twee in haar eindspeech.
De portee van Duijvendak’s bijdrage was: er is nog zoveel winst te halen voor het klimaatprobleem door innovatie en technologische vernieuwing dat we niet hoeven somberen of te moraliseren. Duijvendak nam in de discussie een positie in die in de literatuur "environmentalistisch" wordt genoemd.
Hiertegenover stonden Keytsman en later ook Halsema, zij gebruikten zelf het woord "ecologisch" en namen een veel radicaler groen standpunt in: tegen de ideologie van de economische groei, voor beperking van de consumptie in het Westen.

Wat me opviel was dat het begrip "moraliseren" (een verboden woord binnen GroenLinks) in het debat geen heldere
betekenis kreeg. Volgens mij stelde Duijvendak en Keytsman dat moraliseren inhoudt "dingen
verbieden door de overheid". Daartegenover staan beprijzing en
innovatie veel betere middelen om milieu-politiek te bedrijven.
Ik denk echter dat je het woord moraliseren heel anders moet opvatten. Moraliseren houdt volgens mij in de ethische opvatten van mensen proberen te veranderen: mensen een bepaalde "zedelijke opvatting" op te leggen. Als je (anders dan de Partij voor de Dieren) de scheiding van kerk en staat respecteert en de gewetensvrijheid respecteert, dan mag politiek zich nooit bezig houden met de moraal van mensen. De politiek mag mensen niet verbieden om vlees te willen eten, om te denken dat LCD-televisies een goede aankoop zijn en dat het veel fijner is om met z’n allen in de auto te zitten dan om met het openbaar vervoer te reizen. Je kan en je moet echter wel als groene partij ervoor zorgen dat als mensen een keuze maken voor voedsel, televisies en vervoer, hun handelingsvrijheid wordt beperkt door de vrijheid van andere mensen, volgende generaties en dieren:  dus moet je vlees duurder maken dan vegetarische alternatieven, bepaalde energieslurpende apparaten verbieden en investeren in innovatief openbaar vervoer om zo onze ecologische voetafdruk te verkleinen.

Pauze in de Tent

In de eerste pauze merkte ik met hoeveel petten op ik naar Ginkelduin was gekomen.

Als wikipedia-vrijwilliger moest ik foto’s verzamelen van prominente groenlinksers onder een creative commons licentie (dat werk heb ik uiteindelijk over gelaten aan Harmen, die o.a. deze zeer geslaagde foto van Femke Halsema leverde – overigens meer foto’s van prominente groenlinkers onder een vrije licentie (GDFL, CC zijn welkom! op simon at dwars.org));
Als lid van de toekomst.groenlinks-beginselpanel moet je dan nog even na praten met andere commissieleden over de sessie;
Als kandidatencommissie van DWARS moest ik potentiele kandidaten benaderen;
Als planeetgroenlinks-blogger wordt je aangesproken over wat je zoal hebt geschreven, onder andere praise van Tofik Dibi voor mijn blogje over het Mein Kampf-verbod (schijnbaar wordt ik toch gelezen!);
En als DWARS’er moet je gezellig in het grasliggen.

Kortom het leven van GroenLinks’er op wat nu al het "Lowlands van GroenLinks" wordt genoemd is geen sinecure.