Onderwijsplan DWARS

Geen van de huidige partijen heeft een visie op onderwijs, roept DWARS
manmoedig. En dus komt zij met een plan. Een plan wat als je er naar
kijkt verdacht veel lijkt op wat er nu al gebeurd. Er zijn twee
aspecten van het onderwijsplan waar ik echt over in zit: de elitaire
orientatie en zijn haagse visie.

De hele onderwijsvisie focust op de HAVO/VWO met het ideeen om
een soort basisvorming en profielen te combineren (wat overigens erg
lijkt op het huidige stelsel). Het grootste probleem in het
huidige onderwijs is echter niet de HAVO en het VWO, maar het VMBO: het
onderwijs van de minst kansrijke jongeren. Hier is schooluitval het
hoogste en werken nu de minst goed opgeleide leraren, onder de zwaarste
druk. Terwijl er een grote brand woedt op een
etage, gaat DWARS op een andere etage de kamers anders inrichten.
De
opzet gaat, net als het huidige stelsel, van bepaalde leerlingen uit:
de VWO scholier. Op het VMBO werkt een stelsel van een brede
basisvorming, zoals het huidige niet. Je kan mensen die praktisch zijn
ingesteld niet dwingen om dag achter dag theorie te gaan op slurpen.
Als je respect hebt voor mensen die goed zijn in techniek, of in
verzorging of in landbouw, dan moet je hen de kans geven zich daarin te
ontplooien.

Dit soort grootste visies op onderwijs waren, tot enkele jaren geleden, met name populair bij de PvdA. Namelijk vanuit Den Haag en toen nog Zoetermeer een onderwijs
model over iedereen is uitgooien: one size fits all onderwijs. Er is
geen ruimte voor experimenten, voor onderwijssystemen die door de
Haagse beleidsmaker niet bedacht heeft of voor innovatie. DWARS doet
aan deze cultus mee en legt een nieuw model op, nu geinspireerd door
diversiteit en wereldburgerschap, maar het blijft een van bovenafopgelegde visie. DWARS
heeft, net als het ministerie eerder, de waarheid in pacht over hoe het
onderwijs georganiseerd moet worden. Als er een ding in het onderwijs
moet veranderen is het het idee dat het ministerie weet wat goed voor mensen
is. Er moet meer ruimte komen voor experimenten.

Het is mijn
mening dat je het huidige stelsel op een ander punt moet aanpakken,
namelijk de financiering. Hiermee worden beide bovengenoemde aspecten geaddresseerd. Ik heb daarover eerder dit plan

geschreven (overigens een draft-versie in het Engels, je kan het stuk over Roemer, Dworkin en Rawls scannen, skimmen of skippen). Het basis idee is dat iedere leerling vanaf het begin van de basisschool een bepaalde hoeveelheid vouchers krijgt om onderwijs mee in te kopen op scholen die zelf bepalen wat ze doceren. De hoeveelheid vouchers is gebaseerd op de toekomstperspectieven van de leerling: leerlingen uit arme of laagopgeleide gezinnen krijgen meer vouchers dan leerlingen uit rijke, goedopgeleide gezinnen. Hiermee krijgen kansarme mensen de kans om beter en intensiever onderwijs te kopen. Daarnaast verdienen leerlingen die het goed doen tijdens hun school carriere meer vouchers om meer onderwijs in te kopen (met name vervolg onderwijs). De scholen, die onafhankelijk van de centrale overheid het onderwijs organiseren, worden gefinancieerd op basis van het aantal vouchers dat ze krijgen. De scholen zijn vrij om het onderwijs vorm te geven, als ze willen. Leerlingen zijn vrij om zelf te kiezen waar zij onderwijs in willen en hoe dat gegeven wordt. Geen model dat van boven af wordt opgelegd maar eigen keuze voor de leering en de school. Daarnaast gaat in dit model, de meeste aandacht (financiering) naar die studenten die dat het meest nodig hebben.

Dilemma’s voor GroenLinkse politiek-II

Het centrale dilemma bij het thema democratie is of GroenLinks wel moet streven naar meer gebruik van vormen van directe democratie.

GroenLinks komt voort uit de democratiseringsbeweging van de jaren ’60/’70. Dit geluid klinkt sterk door in het beginselprogramma, waarin wordt gepleit voor radicale democratisering en decentralisatie. Het idee is dat er in de democratische samenleving geen onrecht kan zijn: immers iedereen kan haar of zijn stem laten horen als er ontrecht tegen haar of hem wordt begaan. De huidige GroenLinkse politiek volgt het beginselprogramma en komt op voor vormen van directe democratie, met name het referendum.
Er bestaat binnen GroenLinks echter ook een zekere twijfel over dit soort vormen van directe democratie. Ze staan namelijk in tegenstelling tot andere idealen zoals diversiteit en duurzaamheid.

  • Diversiteit: in de meeste vormen van directe democratie telt de meerderheid. Naar de minderheid wordt per definitie niet geluisterd. Het wringt als je als partij enerzijds opkomt voor de positie van minderheden en anderzijds voor directe democratie.
  • Duurzaamheid: in de democratie telt alleen de mening van de huidige generatie en van de inwoners van dit land: immers alleen zij kunnen zich uitspreken. Het wringt als je partij enerzijds opkomt voor volgende generaties en internationale solidariteit en anderzijds voor directe democratie.

De twijfel over directe democratie is echter ook veel dieper en basaler: GroenLinks gaat tegen het maatschappelijk klimaat in. Terwijl grote groepen in de samenleving zich willen afsluiten voor Europa, zien veel in voor meer repressie en stellen zich intolerant op. De vraag is of we in zo’n klimaat GroenLinkse politiek kunnen bedrijven door directe vormen van democratie te versterken.
Ten slotte, burgerparticipatie bij referenda (maar ook burgermeestersverkiezingen) valt sterkt tegen. Ze geven vaak niet eens weer wat de wil van de meerderheid is, maar wat de wil van de meerderheid van diegene die participeren is. Dat is vaak een minderheid van de bevolking.

Dilemma’s voor GroenLinkse politiek

Het begeleidingspanel beginselen is in subbegeleidingspanels uiteen gegaan. De subbegeleidingspanels houden zich bezig met het debat binnen GroenLinks op bepaalde thema’s. Mij is de eer om in het subbegeleidingspanel sociale politiek en democratie & rechtsstaat te zitten. De panels zijn nu bezig om op basis van het debat weekend dilemma’s te formuleren.

Bij deze (een opzetje van) het door mij geformuleerde dilemma over sociale politiek. Kritisch mee denken over de formulering van het dilemma wordt gewaardeerd. Ik zal snel ook het opzetje van mijn dilemma over democratie & rechtsstaat posten.

Het centrale dilemma bij de hervorming van de verzorgingsstaat is of GroenLinks moet streven naar een ontspannen samenleving of een participatiesamenleving.

In 1991 streefde GroenLinks naar een rechtvaardige verdeling van bezit, arbeid en inkomen in Nederland en naar behoorlijke bestaanszekerheid voor ieder mens. GroenLinks vond dat iedereen die daartoe in staat is moet kunnen deelnemen aan betaalde arbeid. Hiervoor moest er worden herverdeeld tussen betaalde en onbetaalde arbeid (met name tussen man en vrouw) en moest de arbeidstijdverkort worden.
Geleidelijk is de positie iets veranderd. Het laatste verkiezingsprogramma (deels gebaseerd op Vrijheid Eerlijk Delen) streefde naar een samenleving waarin  iedereen die daartoe in staat is moet deelnemen aan de samenleving, door betaalde arbeid, vrijwilligerswerk of een opleiding te volgen. De nadruk is komen te leggen op de arbeidsmoraal: mensen moeten werken. De redenen hiervoor zijn veelvoudig: GroenLinks wil een progressief links antwoord geven op de hervorming van de verzorgingsstaat: er moet niet bezuinigd worden om de vergrijzing te kunnen betalen, maar juist geinvesteerd worden in een vergroting van de arbeidsparticipatie.
De huidige verzorgingsstaat (en ook een systeem van een basisinkomen) schrijft mensen af: ze krijgen een uitkering maar geen kans om een betere positie te krijgen in de samenleving. Hiermee worden vooral de kansen van vrouwen, laagopgeleiden, (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten en allochtonen (de ‘outsiders’) op een volwaardige positie (lees: betaalde arbeid) in de samenleving beperkt. Een uitkering maakt mensen niet vrij, maar afhankelijk.

Tegenover dit ideaal van de ‘participatie samenleving’ staat het ideaal van de ‘ontspannen samenleving’. Volgens dit ideaal moet je juist minder willen gaan werken en niet meer. De kritiek richt zich met name op de ‘ratrace’ die de huidige economie kenmerkt: mensen hebben geen tijd voor zorg, ontspanning, vrijwilligerswerk en zelfontplooiing: ze leven om te werken. GroenLinkse sociale politiek zou juist moeten staan voor onthaasting: meer rust, ontspanning en eerlijkere verdeling van arbeid binnens- en buitenshuis. Daarnaast ligt in de huidige maatschappij te veel de nadruk op consumptie en economische groei.
Het huidige GroenLinkse sociale politiek staat op gespannen voet met deze nadruk op een ontspannen samenleving. Het wil zoveel mogelijk mensen dwingen om aan deze ratrace mee te doen: mensen moeten werken en niet genieten van hun vrije tijd. Daarnaast waardeert de huidige sociale politiek het deelnemen aan de economie te veel: de nadruk ligt op meer werk, dus meer produceren en meer consumeren.
Let wel, het huidige verkiezingsprogramma en Vrijheid Eerlijk Delen proberen beide idealen, participatie en ontspanning met elkaar te verenigen: iedereen moet werken, maar er zijn meer verlofregelingen, betere kinderopvang en flexibelere arbeidstijden. De idealen lijken dus te verenigen. Het probleem is echter waar je de nadruk op legt, bijvoorbeeld: een belangrijk argument om de huidige hervormingsstaat te hervormen is de vergrijzing opvangen door grotere arbeidsparticipatie. In een ontspannen samenleving zou er juist minder gewerkt moeten worden. De vraag is dan: hoe betaal je voor de vergrijzing?

Minister van goede intenties

Ik vind haar eigenlijk wel schattig die Minister Cramer. Ze is nog niet helemaal uitgevlakt door media training en lijkt oprecht bezorgd voor klimaatverandering. Ze was ook bijna GroenLinks-kamerlid… Maar dan kijk je naar wat ze voor’n beleid onderneemt: goede intenties hoor dat klimaatbeleid van dit kabinet, maar iedere keer als haar wordt gevraagd wie het moet doen, zegt ze: ik niet. Zelfs als de Stichting Milieu & Natuur met een oproep komt meer licht ‘s nachts uit te doen, zegt ze: ik ondersteun deze oproep. Niet "ik ga er wat aan doen", maar "wat een goede idee". En als het er dan op aankomt, laat ze kolencentrales bouwen, die zoveel energie produceren dat er geen ruimte meer is voor duurzame energie!

Maar misschien is ze minder erg dan Minister Plasterk, weer zo’n PvdA-minister, die dus op mijn sympathie kan rekenen. Maar hij heeft tot nu toe in slechte intenties gedebiteerd, waarbij de dreiging van hogere collegegelden of lagere of alleen geleende studiebeurzen nu wel de meest slechte is. Eerder al dat schellinkje wat in het theater moet worden ingevoerd. Deze supposedly sociaal-democratische minister roept eigenlijk alleen maar op tot rechts-liberaal beleid. Hij lijkt een aanhanger van het profijtbeginsel: als je er voordeel van hebt, moet je het maar zelf betalen. Voor solidariteit en het stimuleren van kunst en wetenschap is geen ruimte.

Het is dan maar goed dat dit kabinet tot nu toe al ruim 3/4 jaar alleen nog maar bezig is geweest met intenties: coalitie-akkoord, 100-dagenplan, begroting, proefballon, goede intentie daar, domme opmerking hier. Als ze nou zo ook de volgende drie jaar vol maken?

Friluftsliv

Wat is Friluftsliv dan? vraagt Joep. Diep groene politiek heeft een sterk morele component. Het zegt iets over wat het goede leven is. In het idee van de "ontspannen samenleving" zit deze morele component ook.

Het boek op het gebied van diep groene politiek (van Arne Naess) heet dan ook "Ecology, Community, and Lifestyle". Diep groene politieke filosofie gaat over de verandering van de levenswijze van mensen (AGALEV: Anders Gaan Leven). Het doel daarvan is om mensen dichter te brengen bij de natuur. Hun eigen natuur ("essentie") en hun natuurlijke omgeving.

Friluftsliv, op wikipedia wat lafhartig vertaald als "out door activities" is een manier om dit te doen. In Scandinavische landen is outdoor recreation een belangrijk onderdeel van de nationale cultuur. Je mag wandelen en kamperen waar je wilt, overal door het platteland zijn huisjes waar je kan slapen.  Volgens Naess is dit een manier om dichter te komen bij onze menselijke natuur. Mensen leven slechts een paar duizend jaar in steden, daarvoor leefden we in de vrije natuur. Het stadsleven vervreemd ons van onze menselijke natuur. Regelmatig recreeeren in de natuur kan ervoor zorgen dat wij de connectie houden met onze menselijke natuur.

Halsema impliceert als ze lovend spreekt over recreatie in de natuur, in de rust, stilte en natuurlijke schoonheid, dat ze zo’n idee van friluftsliv aanhangt. Mensen moeten uit de stad en in de natuur om in contact te komen met hun menselijke natuur. GroenLinks wordt eindelijk diepgroen.

Sorry nee is toch nee

Keurige, beleefde reactie van de lokale SP-voorzitter op mijn iet-wat ironisch bedoelde reactie op hun folder.

"Excuus, dat is niet de afspraak die er is met de verspreiders. Bij NEE NEE stickers geen folders in de bus.
Ik zal het opnieuw onder de aandacht brengen.
Het is wel milieuvriendelijk papier, dat dit er niet op staat wil niet zeggen dat het zo is.

hartelijke groeten

Tim van Houten

SP afd. Leiden"

Humorloos zou je het ook kunnen noemen …

De ontspannen samenleving: een ideaal of een fata morgana?

Na links-liberaal, vrijzinnig links, vrijheid als ideaal en de linkse lente kondigde Femke Halsema een nieuwe karakterisering van GroenLinkse politiek aan op de laatste partijraad: "De ontspannen samenleving".  Ik wil hier, vooruit lopend op een nieuw artikel van Halsema, bekijken of dit ideaal past in onze GroenLinkse politiek.

De huidige maatschappij wordt niet gekenmerkt door onstpannen verhoudingen: niet in de economie, waar er sprake is van een voortdurende dwang te groeien om je eigen positie te verbeteren: "eat or be eaten." Of het nu gaat om de internationale economie, waar Europa met China moeten concurreren. Of de Europese economie, waar je als bedrijf twee opties hebt: overnemen of overgenomen kan worden. Of de positie van werknemers, waar er twee groepen onstaan: zij die steeds banger moeten zijn voor ontslag en vervanging door machines of polen en de groep die zichzelf alleen maar kunnen handhaven door carriere te maken.
Of in de politiek, die gekenmerkt wordt door krampachtige angst voor verandering, een steeds sterkere polarisering tussen populistisch links en rechts en de profileringsdrang van backbenchers.
Maar ook in de samenleving heeft dit gevolgen. Er is steeds minder tijd voor de waardevolle dingen: het gezin wordt vervangen door professionals (in onderwijs en zorg), mensen hebben geen tijd om te genieten van (wat er overblijft van)  de natuur om hun heen, en het leven in de grote steden wordt steeds verstikkender, tussen verloedering, vervuiling en vercommercialisering. Waar nu nog rust, stilte en schoonheid zijn, dreigen kolencentrales en autowegen.

GroenLinks zou een nieuwe kant op willen. Naar een verzorgingsstaat die gericht is op levensvreugde en niet op arbeidsethos: door deeltijdarbeid een echte keuze te maken, door meer en betere verlofregelingen, door mensen de zekerheid te geven dat er altijd een baan voor ze zal zijn. Naar een economie die is gericht op de lange termijn en rekening houdt met de grenzen die de Aarde aan de groei stelt.  Naar een nieuwe manier van politiek bedrijven, waarin niet het creeeren van politieke tegenstellingen, maar het zoeken naar een duurzame meerderheid voor ontspannen politiek centraal staat. En naar een nieuwe samenleving, waar meer ruimte is voor de belangrijke dingen: mensen worden in staat gesteld zelf een balans te vinden tussen arbeid, zorg en vrijwilligerswerk, er is meer (fysieke) ruimte voor "friluftsliv" en het hoge tempo van het stedelijke leven wordt vertraagd.
Mensen krijgen de ruimte en tijd zich zelf te ontplooien in plaats van alleen maar bezig te zijn zichzelf te handhaven.

Klinkt allemaal mooi, erg groen, linkse en vrijzinnig niet? In een ontspannen samenleving staan duurzaamheid, solidariteit en diversiteit voorop. Ik denk dat dit ideaal van een ontspannen samenleving in grote tegenstelling staat met de standpunten van GroenLinks, met nieuwe links liberale koers.

De nieuwe inrichting van de verzorgingsstaat, zoals in "Vrijheid
Eerlijk Delen" beschreven, is niet gericht op de ontspannen
samenleving, maar op arbeidsparticipatie. Vrijheid Eerlijk Delen werd
gekenmerkt door een zekere arbeidsmoraal, de ontspannen samenleving
juist door een waardering van vrije tijd. Halsema is hier in de
partijraad al op in gegaan, door te zeggen dat vrijheid eerlijk delen
te verenigen is met een ontspannen samenleving. OK, maar dan is een
ontspannen samenleving niet je enige prioriteit, maar eerlijk delen of samen werken ook. Filosofische vraag is dan: waar ligt je prioriteit?
Hoe je die vraag beantwoordt heeft filosofische gevolgen: de vergrijzing is een van de argumenten voor Vrijheid Eerlijk Delen. Hier kom je voor een keuze: wil je meer gaan werken om de grijze golf te betalen of wil je minder gaan werken en meer gaan ontspannen en de grijze golf laten voor wat hij is?

Dan het milieu. De GroenLinkse koers is de laatste 5-10 jaar gericht geweest op investeren in en het mogelijk maken van innovatie om het milieuprobleem aan te pakken. Een mooi voorbeeld vind ik Kathalijne Buitenweg’s pleidooi om, zoals in Californie, vroeg van te voren te waarschuwen, als je als overheid – heel strenge – milieunormen invoert. De bedrijven zullen dit aangrijpen om te innoveren. Vrije concurrentie en duurzame regelgeving zijn niet aan elkaar tegenovergesteld.
Helaas is de vrije markt nou niet typisch het meest ontspannen onderdeel van de samenleving. De vrije markt is gericht op de voortdurende groei van de winsten voor de aandeelhouders: "Greed is good". Als je de dynamiek van de vrije markt probeert te vertragen (vraag is overigens: hoe dan, Femke?), tast je ook het vermogen van de markt om te innoveren aan en stort het hele moderne, niet-moralistische milieubeleid in.

Ten slotte, Halsema maakt tegenwoordig binnen en buiten GroenLinks furore door te benadrukken dat de overheid zich niet bezig moet houden met het geluk van mensen. Hoe mensen hun eigen leven willen inrichten preuts of bandeloos, met of zonder hoofddoek, vegetarisch of veganistisch, moeten mensen zelf uitzoeken.
Maar nu de vraag komt of mensen meer of minder moeten werken, achter de PC moeten recreeeren of in het zonlicht en de buitenlucht, op moeten gaan in de grootstedelijke dynamiek of het lome tempo van de provincie, komt Halsema met een geheven vingertje: ga ontspannen carrierejager want dat is goed voor je.

Opnieuw, net als in Vrijheid Eerlijk Delen, valt GroenLinks voor het fata morgana van de positieve vrijheid, voor het welwillende paternalisme. Wij van GroenLinks, weten wat goed voor je is: eerst was het werken, nu zorgen en ontspannen in de natuur. Wanneer krijg ik ooit tijd om zelf te bepalen wat ik mag doen!

Nee = Nee

Ik overweeg de volgende mail te sturen naar het lokale SP-bestuur

"Kameraden,

Vanochtend vond ik een ongeadresseerd pamflet van uw partij in mijn brievenbus getiteld "RGL NEE BLIJFT NEE" (lezers: voor meer informatie over de RijnGouweLijn en de huidige politieke situatie zie het blog van Hans), dit terwijl wij een NEE-NEE stikker hebben.

Uit uw schrijven begrijp ik dat u de betekenis van het woord "nee" niet is ontgaan. Het woord staat een aantal keer met grote rode letters in uw vlugschrift. In een bijgevoegd schrijven staat een lange quote van uw fractievoorzitter. Daarin maakt hij duidelijk dat hij als mensen iets niet willen, hij er alles aan zal doen om te voorkomen dat dit gebeurd. En toch heeft een van uw militanten het noodzakelijk gevonden om dit pamflet ongeadresseerd in mijn brievenbus te doen.

U roept in uw vlugschrift iedereen op de SP te laten weten wat hij of zij vindt, bij deze. 

Ik begrijp dat u niet zoveel op heeft met de individuele voorkeuren van mensen. Immers alleen waar het om collectieven gaat komt de SP in actie. In uw visie van de samenleving is schijnbaar geen ruimte voor diversiteit aan meningen, voorkeuren en levensvisies. Alle brievenbussen gelijk, alle brievenbus een pamflet.

Ik begrijp ook dat u zich geen zorgen maakt over het opraken van de grondstoffen, de vervuiling en verspilling. Wij wel en daarom willen wij geen ongeadresseerd drukwerk. Dat u tegen een  duurzaam en hoogwaardig openbaar vervoersproject in deze regio bent, het zij zo: iedere politieke partij mag zijn mening hebben. Maar dat nergens uit uw folder blijkt dat hij gedruk is op chloorvrij gerecycled papier vind ik wel bezwaarlijk, immers u zadelt mij er mee op.

Ik hoop dat u uw militanten er van kan overtuigen om naast de collectieve voorkeuren, ook de individuele voorkeuren van Leidse burgers te respecteren en dat u voortaan uw drukwerk op een duurzame manier verspreid,

Tevens ben ik van mening dat er een tram door Breestraat moet komen,

met groene en linkse groet,

Simon Otjes
{ADRES INFORMATIE}"

DWARScongres tussen publiek en privaat

Een van mijn nieuwe hobby horses is het onderscheid tussen de publieke en de private sfeer. En alhoewel het DWARScongres eigenlijk over dierenrechten ging, liep het onderscheid tussen politiek en maatschappij door het congres heen.

Een van de grootste discussies op het congres betrof het dierenrechten manifest/handvest. Het stuk dat anderhalf jaar was aangenomen werd nu eindelijk gewijzigd naar aanleiding van felle kritiek. Een van de wijzigingen betrof het woord liefde: in het origineel hadden dieren recht op liefde, nu alleen nog maar op respect en integriteit. Ik ben erg blij met dit amendement liefde behoort niet tot de sfeer van de politiek. De hoogste waarde van de politiek is rechtvaardigheid, hieruit volgen allerlei universele rechten en plichten waar iedereen zich aan moet houden. In persoonlijke relaties (in de private sfeer) gelden allerlei andere waarden, waarvan liefde de belangrijkste is: een vader moet zijn kind verzorgen niet omdat ze daar recht op heeft, maar omdat hij van haar houdt. Dit betekent overigens niet dat ik het met Jesse oneens ben dat politieke actie geinspireerd kan worden door (naasten)liefde, maar dat geldt ook voor woede, haat en ambitie. Een recht op liefde is voor mij een onmogelijk mengsel van publieke en private principes.

Naar aanleiding van het debat, nam het congres een motie aan van Esther die, na enige amendering van Selcuk las: "het congres spreekt uit dat ieder DWARSlid op een eigen manier invulling geeft aan het dierenrechtenhandvest/manifest." De originele intentie was om ieder DWARSlid te dwingen vegetarier te worden. Ik vind niet dat de overheid mensen kan dwingen om een bepaalde culinaire preferenties te hebben, er is een "scheiding van smaak en staat". Iedereen is vrij om zelf te bepalen wat hij wilt eten: smaak behoort tot de private sfeer. De overheid moet er echter wel voor dat de culinaire voorkeur van de een, de vrijheid van de ander niet beperkt en dat daar anders compensatie voor is: door, bijvoorbeeld vlees veel duurder te maken (en het geld te gebruiken voor meer dierenwelzijn).

Het laatste debat ging over de overheid en de sexuele moraal, min of meer tussen Arend, wat feministische DWARS’ster en Femke Halsema, kort samengevat door Lot. Hier liepen twee debatten door elkaar: Is de huidige sexuele moraal wenselijk? Waarbij Femke hierop ja zei en een deel van de zaal nee. En moet de overheid hier wat aan doen? Hier had de zaal niet echt een antwoord op, Halsema wou slechts op treden waar het mensen echt onvrij maakt of vernederd, en wilde de overheid meisjes (en jongens) sterker maken door ze sociaal-economische kansen te bieden. Ik ben het Femke Halsema eens: het eerste debat behoort niet tot de publieke sfeer, maar tot de private: dat is een kwestie van smaak. Dat Femke opvallend minder preuts was dan de DWARS’ers is een private aangelegenheid, over smaak valt niet te twisten, en heeft niets te maken met dwarse politiek.  Dat betekent overigens niet dat ik vind dat Halsema helemaal de juiste politieke keuzes maakt. Ze legt te sterk de nadruk op negatieve vrijheid: het is de rol van de overheid om jongeren (in positieve zin) vrij te maken, hun te leren autonoom en kritisch keuzes te maken en de middelen te geven dat te doen.

Op de terugweg merkte Vincent, met recht op, dat een politieke partij iets anders dan een overheid is: een partij, en zeker een politieke jongerenorganisatie staat ergens tussen staat en maatschappij, maar haar principes hebben wel betrekking op het publieke.

Political Compass

Ook ik kon mij niet weerhouden van het speeltje dat menig planeetgroenlinkser van nuttiger werk heeft afgehouden. Toch even het politieke compas in vullen (voor de honderste keer). Mijn uitslag (-7.62 op sociaal-economische thema’s en -8.00 op sociaal-culturele) wordt ik alleen door Steven links ingehaald.

De uitslag is trouwens erg te sturen, als je extreem wilt uitkomen, moet je gewoon voortdurend de uiterste van de twee opties kiezen en niet de middelste, en je kan menig stelling ook nog zo interpreteren dat het jou uitkomt (in mijn geval links uit komen). De stelling "The freer the market, the freer the people", wat in empirisch-comparatief opzicht gewoon waar is (correleer de verschillende uitslagen van de freedom house surveys maar eens met elkaar), heb ik maar geinterpreteerd als een moment om mijn wat marxistischere opinies te uiten: de markt is (ook) een onderdrukkend systeem. Eigenlijk is zo’n kompas te simpel om al mijn complexe opinies over staat, markt en maatschappij in weer te geven: maar ik voel me zo thuis in die linkeronderhoek.