Partij voor de Dieren heeft geen bestaansrecht

Het is wetenschappelijk bewezen door het wetenschappelijk bureau van de Partij voor de Dieren: de partij heeft geen bestaansrecht. Uit een analyse van stemmingen in de Tweede Kamer blijkt dat GroenLinks en de Partij voor de Dieren allebei even diervriendelijk zijn: een score van 9,4 voor GL en 9,5 voor de PvdD voor beiden. Het onderzoek is uitgevoerd door de N.G. Pierson-stichting het wetenschappelijk bureau van de Partij voor de Dieren en is door de partij trots gepresenteerd. De SP en D66 volgen met 8.7 en 8.4. Dan de PVV 5, de regeringspartijen PvdA (2.9) en CU (1.7: hoe zo respect voor de schepping?), en de SGP (1.7 van de man die zo lief de spinnen buiten zet) VVD (1.4). Onderaan staat het CDA.

De enige juist conclusie die je volgens mij uit deze dat kan trekken is dat de Partij voor de Dieren geen bestaansrecht heeft, als er een andere partij is (GroenLinks) die zo op je lijkt op je belangrijkste thema (dierenrechten): wat is je bestaansrecht dan? Kamervragen stellen? Dat kan je ook vanuit een andere partij doen. Het lijkt me evident dat de dierenpartij moet opgaan in een grotere groenlinkse partij die het opneemt voor dieren, volgende generaties en mensen!

top 11?

Mijn muziek smaak is moeilijk te definieren ik hou van wat in de VS college rock wordt genoemd en in de VK Indy. Alternatieve muziek laten we zeggen. Een persoonlijke top 11 beste nummers (zonder volgorde). 

  • K’s ChoiceShadowmanAlmost Happy – Folk Rock – 2000 – Belgie – Enige band die ik meerdere keren live heb gezien en waarvan ik alle rarities, DVDs/CDs/onuitgebrachte nummers heb proberen te verzamelen. Mijn absolute jeugdliefde: dromerig, gevoelig, zacht. Shadowman is hun donkerste nummer, nummers als Believe zijn veel liever. Overigens ook hun wiki is van mijn hand.
  • I am Kloot – Mermaids – I am Kloot – Indy – 2003 – Engeland – Voor het eerst gezien op Lowlands in 2002. Een erg Brits gitaarbandje met witty  teksten. Weten met opvallend weinig middelen opvallend veel te bereiken. Luister hier naar Cuckoo.
  • Franz FerdinandMichaelFranz Ferdinand – Indy – 2005 – Engeland – Gezien op Lowlands 2005.Behoort tot de generatie van Indy rock waartoe ook the Arctic Monkeys, Snow Patrol and  toe behoren, die ik erg kan apprecieren. Veel grootster en meeslepender dan I am Kloot. Moet het ook hebben van de geladen tekst.
  • dEUS -  Put the Freaks up Front – Ideal Crash
    - Rock – 1999 – Belgie – dEUS fascineert me. Ik heb Ideal Crash gekregen van m’n
    vader. Combineert de wonderlijke Vlaamse teksten met een hoog rock
    tempo. Luister hier naar Instant Street.
  • MuseKnights of CydoniaBlackholes and Revelations – Symphonic Rock – 2006 – Engeland – Gezien op Lowlands 2002. Muziek voor tijdens de Derde Wereldoorlog: bombastisch, futuristisch en paranoide. Blaast je van je stoel.
  • PlaceboHaemogloblinBlack Market Music
    - Punk – 2000 – Engeland/Luxemburg – Gezien: Lowlands 2002. Placebo’s muziek is decadent en de teksten zijn
    geladen. Placebo bouwt voort op de Punk/New Wave uit de jaren ’80 (m.n.
    The Cure). Het androgyne van de leadzanger Molko fascineert me. Muziek voor na de Apocalyps.
  • The OffspringHave You EverAmericana – Punk – 1998 – Verenigde Staten – Eigenlijk hield ik niet van de andere, ruige, onderstroom in de punk, na een meer politiek gemotiveerde anarchistische punk periode (Anti-Flag, Propaghandi) kon ik ook the Offspring en Green Day  meer waarderen.
  • NightwishGhost Love Score - Once – Gothic – 2004 – Finland – Gezien op Lowlands 2005. Gothic rock is een donkere jeugdzonde (luister ook nog naar Tristania). Even decadent als Placebo en even bombastisch als Muse.
  • Red Hot Chili PeppersStadium ArcadiumStadium Arcadium – Funk Rock – 2006 – Verenigde Staten Beter dan Under the Bridge en Californication als je het mij vraagt. Ik heb lang moeten twijfelen bij deze omdat Incubus (zelfde genre) bijna even geniaal is.
  • Sigur Ros – Hlemmur 1 – Hlemmur – Post-rock – 2002 – IJsland – Onstijgt muziek, meer een soort sfeer in  subtiele variaties geluid vastgelegd. Lijkt op minimalistische schilderkunst. Hlemmur (luister hier naar Glosoli en kijk naar de clip!) verschilt van andere CDs door het monotone karakter, dat een meditatieve mindset over brengt.
  • HooverphonicRenaissance AffairBlue Wonder Power Milk – Pop – 1998 – Belgie – Gezien op Lowlands 2002. Behoort, samen met K’s Choice en dEUS tot mijn Belgische fascinatie: wonderlijke teksten met wonderlijke muziek.

Waarom is terrorisme onrechtvaardig

Ik volg al een paar maanden het vak "filosofie van de mensenrechten" voor mijn wijsbegeerte master. Bij het laatste college had ik een fel debat over waarom terrorisme onrechtvaardig is.

Voor mij is het centrale probleem hierbij is de definitie van terrorisme. Igor Primoratz definieert het als volgt: "the deliberate use of violence, or the threat of its use against innocent people with the aim of intimidating some other people into a course of action they otherwise would not take. Bij terrorisme zijn er dus drie groepen: de dader(s), de slachtoffer(s) en diegenen tegen wie het eigenlijk gericht is. Terrorisme is dus een machtsmiddel met een bepaald doel: maar het staat vrij welk doel dat is.

Ik denk dat er volgens deze definitie niemand zichzelf als terrorist zal beschouwen. Geen enkele terrorist zal zeggen dat diegenen tegen wie hij geweld gebruikt onschuldig zijn. Als je kijkt naar bin Laden of Ulrike Meinhoff  diegenen die zij raken beschouwen zij als (mede-)schuldig aan of de handelingen van Amerikaanse overheid, de westerse decadentie, het kapitalisme of het systeem in het algemeen. Ik denk dat onder deze definitie terrorisme dus feitelijk niet voorkomt. Geweld tegen andere mensen wordt bijna altijd gerechtvaardigd door schuld: zelfs de Nazis vermoordden de Joden omdat zij hen schuldig achtten aan wereldwijd complot.

Misschien is het dan aan mij, als politiek filosoof, om te bepalen wie er een terrorist is of niet en dus wie er onschuldig zijn of niet. De schuld zou dan het geweld rechtvaardigen: je mag schuldigen wel opblazen schijnbaar.
Ik denk dat je er niet omheen kunt dat in een democratisch stelsel zoals het onze wij mede-verantwoordelijk zijn voor de beslissingen die onze overheid voor ons neemt. Alleen als je je daartegen (al dan niet met terroristische middelen) niet hebt verzet, ben je er verantwoordelijk daarvoor. Ik voel mij (voor een deel) verantwoordelijk voor de Coalitie inval in Afghanistan en Irak. Ik was er tegen, ik heb mijn geluid in demonstraties laten horen, maar ik heb mij uiteindelijk moeten schikken in de beslissing van de Nederlandse Tweede Kamer en als zodanig ben ik verantwoordelijk. Daarom vind ik het standpunt "troepen terug" ook zo gratuit, zeker voor GroenLinksers: de fractie was toen voor de inval in Afghanistan, Nederland is uiteindelijk gegaan en dus moeten we verantwoordelijkheid nemen voor onze daden en vrede en veiligheid proberen te brengen in Afghanistan.
Als zodanig waren dus ook de Britten en de Spanjaarden verantwoordelijk voor de handelingen van hun overheden in Irak en Afghanistan. Het is dus triviaal: de daden die tegen ze begaan zijn, zijn geen terrorisme, volgens de definitie. Primoratz zou stellen dat ik zo het begrip schuldig uitrek. Echter democratie en sociaal contract-denken heeft alleen maar zin als je stelt dat  burgers in een democratie zich mede-verantwoordelijk zijn voor de beslissingen van hun overheid. Alleen in een echte klassieke dictatuur heb je de luxe om je niet verantwoordelijk te zijn voor beslissingen van de overheid en zelfs dan zou je je kunnen verzetten tegen de dictatuur.

De belangrijkere vraag is: is geweld dan gerechtvaardigd tegen schuldigen/verantwoordelijken? Ik zou stellen: nee, want geweld is nooit gerechtvaardigd, behalve als je je daar vrijwillig aan onderwerpt. Voor mij is, zonder twijfel, de aard van onrechtvaardigheid onvrijwilligheid. Omdat ik het burgerschap van de Staat de Nederlanden accepteer mag deze geweld tegen mij gebruiken, zolang dat op basis van democratisch tot stand gekomen wetten gebeurd (mijn eigen voorwaarde). Dus accepteer ik dat als ik iemand vermoord de overheid mij mag vervolgen en mijn vrijheid beperken. Ik denk niet dat er meer nodig is om te bewijzen dat terrorisme onrechtvaardig is: de slachtoffers van terrorisme hebben nooit geaccepteerd dat de daders van dat terrorisme geweld tegen ze gebruikten: of ze nou verantwoordelijk waren of niet.

Denenmarken worstelt verder over integratie

Vandaag was de Deense Folketingvalg.  De verkiezingen van het Deense parlement. Omdat Denenmarken in veel opzichten op Nederland lijkt is het interessant om naar de uitslag te kijken:

De liberalen, een soort VVD-Rutte, geleid door premier Rasmussen bleven de grootste partij met 46 zetels (-6) net meer dan de Sociaal-Democraten, een soort PvdA (45; -1). De xenofobe Deense Volkspartij, het Vlaams Belang van Denenmarken, die de minderheidsregering van Rasmussen steunt vanuit won een zetel (25). Opvallende winnaar was de Socialistische Volkspartij. Deze sociale, tolerante en groene partij verdubbelt  23 zetels. De partij is bezig met een hervorming van een meer op de SP lijkende koers naar een meer op GroenLinks-lijkende koers. De winst van hun progressieve en sociale geluid is een mooi vooruitzicht. De conservatieven,  die wel wat hebben van het CDA, bleven gelijk op 18 zetels. De sociaal-liberalen, een soort D66, verloren zwaar van 17 naar 9. De Nieuwe Alliantie partij opgericht door een sociaal-liberale dissident, Khader Nasser, won 5 zetels, veel minder dan verwacht. De partij was opgericht om macht bij de Deense Volkspartij weg te halen, door het politieke centrum te versterken. De partij is sociaal-liberaal en sociaal-conservatief, en wil een open en tolerant Denenmarken. Ten slotte de Rood-Groene Alliantie deze fusiepartij van kleine linkse partijtjes heeft twee van haar zes zetels verloren en dook bijna onder kiesdrempel van 2%. Reden: de uitgesproken Moslima Abdol-Hamid stond met hoofddoek en steun van enkele imams op hun lijst op onverkiesbare plaats.

Al met al is integratie en tolerantie een steeds sterkere conflict dimensie in Denenmarken aan het worden: De uitgesproken xenofobe Deense Volkspartij blijft het goed doen. Daar staat tegenover dat tolerante partijen als de Nieuwe Alliantie en de Socialistische Volkspartij juist ook zetels winnen. Voor de Denen is er echter ook een grens aan hun tolerantie: de uitgesproken Moslima Abdol-Hamid was kansloos.

Als Denenmarken een spiegel voor Nederland is, is het beeld (deels) hoopvol: juist ook de zachte krachten zullen kunnen profiteren van een polarisatie van integratie en tolerantie thema.

Topinkomens, Ontslagrecht en Autogestion

"Bos ontkent uitruil topinkomens en ontslagrecht" kopt de Volkskrant op hun site. De twee gecompliceerde kwesties (een flexibelere of een rigider arbeidsmarkt en beloningsstelsel voor top managers?) worden door Bos expliciet niet met elkaar verbonden. Het frame van koehandel dat de media ook al opriep bij de Europees Hervormingsverdrag wordt weer door de PvdA ontkent. Het opvallende is dat de weigering van de PvdA om dossiers uit te wisselen er tot nu toe voorzorgt dat zij voortdurend verliest van het CDA: geen onderzoek naar Irak, geen Europees Referendum.

Volgens mij is er wel een enkele oplossing voor beide nettelige dossiers: meer macht voor werknemers binnen bedrijven.
Kijk als je een systeem van inspraak maakt waarbij de werknemers moeten instemmen met de arbeidsvoorwaarde van alle werknemers, dus ook de topmanagers, dan zullen exhibitionistische bonussen alleen nog voorkomen als de werknemers er mee instemmen, als de hele CAO in hun voordeel is. Er is volgens mij dan geen bezwaar meer te maken tegen de salarissen aan de top, als de ongelijke verdeling van inkomen, in Rawlsiaanse termen, in the interest of everyone zijn.
Likewise, als werknemers meer te zeggen krijgen over de bedrijfsvoering dan zullen massa-ontslagen alleen nog maar plaats vinden als het echt gaat om het voortbestaan van het bedrijf als geheel. Als je ervoor zorgt dat ook bij re-organisaties alle werknemers (of hun vertegenwoordigers) in moeten stemmen dan zal dat alleen gebeuren als het ook in het voordeel is van de median werknemer is. Waarom zou je, als je ervoor zorgt dat bedrijven in the interest of hun werknemers handelen, dan nog een rigide arbeidsmarkt willen behouden?

Als het aan mij zou je in bedrijven de macht tussen aandeelhouders en werknemers gelijk moeten verdelen: een mengvorm van autogestion en de dictatuur van het kapitaal. Scherp gesteld: als je mensen zelf echt verantwoordelijk maakt voor hun eigen toekomst, kan je een boel paternalistische verzorgingsstaat, bureaucratische staatsinterventie en rigide wetgeving opdoeken.

Een zondsvloed aan idealen

Vandaag was ik als subpanel beginselen-lid uitgenodigd bij de GroenLinks strategie dag in Utrecht. Ik was bij een discussie over de stand van zaken van mijn panel. We hebben ons enige tijd bezig gehouden met beleidsmatige dilemma waar GroenLinks voor staat: bv. participatie of ontspannen, of allebei? De aanwezige leden, met name van andere panels vonden dat wij ons meer op de idealen/beginselen/uitgangspunten/doelstellingen moesten richten en minder de spanningen in het beleid.

Ik ben een groot voorstander van een focus op beginselen/idealen/uitgangspunten/doelstellingen. Ik denk dat er twee centrale vragen zijn op dit vlak: wat zijn de idealen van GroenLinks en  hoe verhouden die zich tot elkaar. Ik zal hier proberen te kijken wat antwoorden zouden kunnen zijn op de eerste vraag.

Het huidige beginselprogramma noemt zes uitgangspunten, die overigens vrij slecht in het stuk worden uitgewerkt:

  1. democratische rechtsstaat
  2. leefbaar milieu/ecologisch evenwicht
  3. rechtvaardige verdeling van macht, kennis, bezit, arbeid en inkomen
  4. behoorlijke bestaanszekerheid voor allen
  5. verzet tegen onderdrukking

Dit is een klassiek rijtje, dat sterk zijn basis heeft in de jaren ’70/’80. Het nadeel van deze vijf is dat ze niet allemaal van het zelfde type zijn: sommigen zijn dingen die we niet willen (uitbuiting/onderdrukking), anderen juist dingen die we wel willen. Een aantal zijn vrij beleidsmatig geformuleerd (bestaanszekerheid, verdeling).  Ik vind de de term "democratische rechtsstaat" altijd erg dubieus als politiek-filosoof, het herbergt twee stromingen binnen de democratie theorie: de liberale democratie en de radicale democratie. Opvallend genoeg mist een expliciet vrijzinnig ideaal: dat wordt negatief (tegen onderdrukking) geformuleerd.

Geleidelijk zien vier centrale GroenLinks idealen ontstaan in de partijtop, met name onder Rosemuller:

  1. ecologische duurzaamheid,
  2. culturele openheid,
  3. sociale rechtvaardigheid
  4. en internationale solidariteit.

Ik heb mijn twijfels bij de formulering van deze vier idealen. Inhoudelijk zijn ze zo amorf… Ik vind dat het woord "rechtvaardigheid" niet bij kernidealen gebruikt kan worden. De reden daarvoor is puur analytisch. Rawls stelt "Justice is the first virtue of institutions" daarmee zegt hij: rechtvaardigheid is (gedefinieerd als) wat primair goed kan zijn een instituut. Dit houdt in dat je alle idealen, die je kan hebben, kan vervangen door "justice", want dat is de  al-omvattende term voor goede kenmerken van instituties. Als je sociale rechtvaardigheid gebruikt zeg je dus: goede kenmerken van instituties voor zover ze betrekking op sociale vraagstukken. Zonder te specificeren wat dat dan is. Maar waarom zeg je dan voor de rest niet: "economische rechtvaardigheid", "internationale rechtvaardigheid", "economische rechtvaardigheid" etc. Iedere combinatie van een beleidsveld met rechtvaardigheid is dan een ideaal, maar zonder inhoudelijke omschrijving: economische rechtvaardigheid is voor een sociaal-democraat staatsinterventie en voor een liberaal staatsonthouding.
Daarnaast, ik begrijp gewoon weg niet wat er precies met "culturele openheid" (soms ook wel "democratische openheid") bedoeld wordt: het klinkt als of er geduid wordt op een soort Popperiaanse Open Society, wat zoveel inhoudt als een samenleving die er rekening meehoudt dat zij niet de wijsheid in pacht heeft, maar dat het absolute politieke ideaal (nog) niet bepaald is. Als zodanig is het de antithese van een politiek ideaal.
Ik vind het hoogst dubieus om wel internationale solidariteit te hebben als ideaal maar niet nationale solidariteit. We zijn dus alleen solidair met mensen buiten Nederland (?!).
Het probleem van het woord "duurzaam" is dat het, net als rechtvaardig, de pretentie heeft een een overkoepelende waarde te zijn: alleen als economie, samenleving en milieu met elkaar in balans zijn is er sprake van een duurzame situatie. Door te zeggen dat je alleen naar ecologische duurzaamheid streeft, zeg je dat sociale en economische duurzaamheid niet relevant zijn.

DWARS heeft vijf centrale idealen:

  1. Duurzaamheid
  2. Solidariteit
  3. Vrijheid
  4. Vrede
  5. Democratie

De DWARSe idealen zijn ook niet zalig makend. Het woord duurzaamheid komt weer terug (zie kritiek boven). Solidariteit is voor DWARS grenzeloos (maar ook binnen Nederland geldig!). Ik vind dat het woord "vrijheid" niet taktisch gekozen is. Vrijheid is een kenmerk van een individu, net als gelijkheid, duurzaamheid, solidariteit, vrede en democratie van een samenleving. Een "vrije samenleving" is een samenleving die niet door een andere samenleving wordt overheerst, een  samenleving bestaande uit vrije individuen wordt volgens mij gekenmerkt door het ideaal "diversiteit". DWARS heeft vrede als een streefdoel geformuleerd: wij streven naar een wereld zonder oorlog, hoe je daar komt (wel of niet militair ingrijpen om een ergere oorlog te voorkomen?) is een kwestie voor ons verkiezingsprogramma. Democratie is voor mij een side constraint. Het is geen streefdoel op zich maar een vereiste: iedere politieke beslissing die genomen wordt moet democratisch tot stand komen.

De Global Greens hebben er zes "pillars". De eerste vier behoren overigens ook tot de originele pillars van die Gruenen/B’90

  1. Ecological Wisdom
  2. Social Justice
  3. Participatory Democracy
  4. Non-violence
  5. Sustainability
  6. Respect for Diversity

Hier spelen op nieuw een aantal problemen: wat is ecologische wijsheid? En is wijsheid een ideaal of een deugd van politici (dat laatste volgens mij). social justice (zie boven). Non-violence is eerder iets wat je niet wat dan wat je wel wilt en daarnaast meer een side-constraint van je handelen dan een doel dat je nastreeft, sustainability (zie boven), respect voor diversity impliceert dat diversiteit bestaat en wij daar eerbied voor moeten hebben, niet dat we het stimuleren.

De Zweedse Groenen noemen drie vormen van solidariteit:

  1. Met dieren en het ecosysteem
  2. Met toekomstige generaties
  3. Met alle wereldburgers

Ik vind het een uiterst esthetisch rijtje. Enige nadeel: het is weinig vrijzinnig: vrijheid/culturele openheid/democratie hebben geen ruimte we zijn solidair maar niet divers.

De Amerikanen hebben er 10 "key values":

  1. Grassroots democracy
  2. Social Justice & Equal Opportunity
  3. Ecological Wisdom
  4. Non-violence
  5. Decentralization
  6. Community-based economics & Economic Justice
  7. Feminism & Gender Equity
  8. Respect for Diversity
  9. Personal & Global Responsibility
  10. Future Focus and Sustainability

In Amerika is alles groter en meer, maar niet per definitie beter. De 10 Key values mengen allerlei verschillende niveau:  Grassroots democracy, violence en decentralization geen doelen zijn maar -altijd noodzakelijke- beperkingen. Ecological Wisdom is een kenmerk van goede beleidsmakers. Community-based economics is erg christen-democratisch. Social & Economic justice hebben volgens mij geen betekenis. Het noemen van Feminism en Gender Equity is niet eerlijk ten opzichte van andere emanciperende groepen (LBGT, moslims, christenen, mannen, gehandicapten). Ik weet niet precies wat er met "personal and global responsibility" bedoeld wordt. Future focus klinkt goed: maar wie pretendeert niet gericht te zijn op de toekomst?

Laten we ze naast elkaar leggen

  1. Idealen mbt besluitvorming: democratische rechtsstaat (GL ’91) Democratie (DWARS) Participatory Democracy (GG& B’90/DG) solidariteit met dieren, het ecosysteem en toekomstige generaties (MdG) Grassroots democracy (GPUS) Decentralization (GPUS)
  2. Idealen mbt de grenzen aan ontwikkeling: leefbaar milieu/ecologisch evenwicht (GL ’91) ecologische duurzaamheid (GL ’98) duurzaamheid (DWARS) Ecological Wisdom (GG& B’90/DG) Sustainability (GG) Ecological Wisdom (GPUS) Future Focus and Sustainability (GPUS)
  3. Idealen mbt de verdeling van goederen: rechtvaardige verdeling van macht, kennis, bezit, arbeid en inkomen (GL ’91),behoorlijke bestaanszekerheid voor allen (GL ’91) sociale rechtvaardigheid (GL ’98) solidariteit (DWARS) Social Justice (GG& B’90/DG) Social Justice & Equal Opportunity (GPUS) Community-based economics & Economic Justice (GPUS)
  4. Idealen mbt de vrijheid van individuen: verzet tegen onderdrukking (GL ’91) culturele openheid (GL ’98) Vrijheid (DWARS) Respect for Diversity (GG) Feminism & Gender Equity (GPUS) Respect for Diversity (GPUS)
  5. Idealen mbt internationale verhoudingen: internationale solidariteit (GL ’98) solidariteit met alle wereldburgers (MdG) Vrede (DWARS) Non-violence (GG& B’90/DG) Non-violence (GPUS)
  6. Ruis: Personal & Global Responsibility (GPUS)

Laat ik dit tenslotte in overweging mee geven: waarom zoveel? Volgens mij kun je als progressieve en linkse partij, als anarchist, vrije socialist of linkse liberaal af met twee idealen, zolang je ze maar precies definieert: vrijheid en gelijkheid. In Rawlsiaanse/Dworkiaanse terminologie:

We streven naar een samenleving waarin iedere burger een zo groot mogelijke set rechten heeft zolang die te verenigen is met een identieke set van rechten voor ieder andere burger en een zo groot en gelijk mogelijke bundel interne en externe middelen om die rechten te kunnen gebruiken. Dit principe is onafhankelijk van grenzen en generaties van toepassing.

Een beginselprogramma in drie regels.

Dilemma’s voor GroenLinkse politiek IV

En dan ten slotte een herschrijving/synthese van de dilemma’s voor GroenLinkse politiek waar het de democratie betreft.

GroenLinks komt voort uit de democratiseringsbeweging van de jaren ’60/’70. Dit geluid klinkt sterk door in het huidige beginselprogramma, waarin wordt gepleit voor radicale democratisering en decentralisatie. Het idee is dat er in de democratische samenleving geen onrecht kan zijn: immers iedereen kan haar of zijn stem laten horen als er ontrecht tegen haar of hem wordt begaan.
Waar het gaat om democratie zijn er twee dilemma’s: rond directe en indirecte democratie, personen- of partijendemocratie en democratie. Hieronder ligt een fundamentele vraag: wat het GroenLinkse ideaal van burgerschap is.

Direct of indirecte democratie
Een van de manieren waarop GroenLinks uiting geeft aan haar radicaal-democratische gezindheid is door te pleiten voor het toepassen van directere vormen van democratie binnen het kader van de representatieve democratie, voorbeelden hiervan zijn (lokale) referenda.
Het inbrengen van deze directe vormen van democratie lijkt consistent met de GroenLinkse idealen: als radicale democraten vinden wij directe participatie in democratische besluitvorming een doel op zich. Een grotere nadruk op directe democratie kan echter ook wringen met andere idealen die we na streven, met name diversiteit en duurzaamheid: Diversiteit: in de meeste vormen van directe democratie telt de meerderheid. Naar de minderheid wordt per definitie niet geluisterd. Het wringt als je als partij enerzijds opkomt voor de positie van minderheden en anderzijds voor directe democratie. Duurzaamheid: in de democratie telt alleen de mening van de huidige generatie en van de inwoners van dit land: immers alleen zij kunnen zich uitspreken. Het wringt als je partij enerzijds opkomt voor volgende generaties en internationale solidariteit en anderzijds voor directe democratie.
Dit hangt samen met een praktische reden om te twijfelen aan de toepassing van meer directere vormen van democratie: politieke besluiten zijn niet eenvoudig en zeker genuanceerde GroenLinkse standpunten zijn moeilijk te verwoorden in de stelling van een referendum. Besluitvorming over complexe aangelegenheden, waarbij meerdere belangen moeten worden af gewogen kan je het best overlaten aan (gekozen) specialisten: kamerleden.

Personen- of Partijendemocratie

Er is in de samenleving een merkbare trend naar personalisering van de politiek. Nieuwe politieke bewegingen worden gevormd rond charismatische lijsttrekkers. De media richt zich op personen. Maar ook binnen oudere politieke partijen komt een grotere nadruk te liggen op de persoon van de politiek leider (“ Femke on Tour”). Politieke partijen worden door sommigen gezien als een onderdeel van een verouderd politiek stelsel. Op lokaal niveau komt deze trend tot uiting in directe verkiezingen van de burgemeester. Er is een verschuiving van ‘ partijen met programma’ naar ‘ idolen met ideeen’.
De vraag is hoe GroenLinks als progressieve politieke partij hiermee om moet gaan. Moeten wij ingaan tegen deze trend ingaan en pleiten voor een gedepersonaliseerde politiek? Een voorbeeld hiervan is het voorstel in het concept-verkiezingsprogramma 2006 om de burgemeester af te schaffen, en in plaats daarvan een eerste wethouder tot politiek leider van een gemeente te maken: een vertegenwoordiger van het politieke compromis van de coalitiepartijen.
Of juist deze “moderne” trend ondersteunen en juist persoonlijk democratische elementen in de huidige partijendemocratie integreren. Het pleidooi om de kiesdrempel voor voorkeursstemmen te verlagen valt hier bijvoorbeeld onder.

Burgerschap
De onderliggende vraag bij beide dilemma’s is hoe wij over burgerschap denken, met name wat wij van de burger verwachten en waar wij willen dat haar loyaliteiten liggen: denken we dat de burger eigenlijk alleen om haar eigen belang geeft en moeten we dus politieke instituties zo instellen dat het streven naar het eigen belang van allen ook in het algemeen belang is. Of willen we juist dat de burgers zelf gericht zijn op het algemeen belang en belangen over grenzen en generaties heen. Maar ook eisen we van burgers dat ze zich verdiepen in partijprogramma’s en complexe sociale problemen of laten we toe dat ze hun vertrouwen geven aan een bepaald idool?
De onderliggende tegenstelling tussen een (klassiek-)liberaal beeld van de burger (“egoistisch en gemakzuchtig”) of een veel republikeinser beeld van de burger als gericht op het algemeen belang en geinteresseerd voor de publieke zaak.

Dilemma’s voor GroenLinkse politiek III

Een vernieuwde versie van mijn eerdere dilemma’s voor GroenLinkse sociale politiek, met nieuwe tegenstellingen en syntheses. Alle commentaar is welkom!

Binnen de GroenLinkse sociale politiek bestaan er twee spanningsvelden: tussen ontspanning en participatie en tussen eigen verantwoordelijkheid en paternalisme.

In 1991 streefde GroenLinks naar een samenleving waarin iedereen die daartoe in staat is moest kunnen deelnemen aan betaalde arbeid. Geleidelijk is de positie iets veranderd. Het laatste verkiezingsprogramma streefde naar een samenleving waarin  iedereen die daartoe in staat is moet deelnemen aan de samenleving, door betaalde arbeid, vrijwilligerswerk of een opleiding te volgen. Tegenover dit ideaal van de participatie samenleving staat het ideaal van de ontspannen samenleving: mensen moeten juist minder willen gaan werken en niet meer. De kritiek richt zich met name op de ‘ratrace’ die de huidige economie kenmerkt. Mensen hebben geen tijd voor zorg, ontspanning, vrijwilligerswerk en zelfontplooiing: ze leven om te werken. GroenLinkse sociale politiek zou juist moeten staan voor onthaasting: meer rust, ontspanning en eerlijkere verdeling van arbeid binnens- en buitenshuis. Er is een spanning tussen participatie en ontspanning: willen we zoveel mogelijk mensen dwingen om aan de ratrace mee te doen of willen we juist mensen de kans geven om zich te richten op dingen die echt belangrijk zijn.
Deze tegenstelling kan opgelost worden door een nadruk op eerlijk delen: van arbeid en zorg, binnen een mensenleven, van vrije tijd en arbeidstijd, tussen mensen in de ratrace en mensen die uitgesloten zijn van participatie. Het probleem van het huidige sociale stelsel is niet het gebrek aan arbeidsparticipatie maar een oneerlijke verdeling hiervan. De vraag is hoe zo’n sociaal stelsel, waarin deze drie idealen (eerlijk delen, ontspanning, participatie) allemaal gelijkelijk worden verwezenlijkt er uit ziet. Hoe kunnen deze idealen verenigd worden? En op welke van deze leg je de nadruk?

Een andere vraag bij het vorm geven van dit sociale stelsel is burgerschap: wat kan de overheid van haar burgers verwachten? Is het bieden van kansen genoeg of moet de overheid soms mensen dwingen hun kansen te grijpen? Hebben burgers een eigen verantwoordelijkheid voor hun eigen emancipatie? Zijn burgers dan ook zelf verantwoordelijk voor hun eigen falen? Mogen burgers zelf bepalen hoe zij vorm geven aan hun leven?
Er ligt dan een tegenstelling tussen een (klassiek-)liberaal ideaal van burger als verantwoordelijk voor zijn eigen leven en een sociaal-democratisch ideaal van de staat die bepaalt wat in het eigen belang van burgers is en hen ondersteunt  (lees: dwingt) om dat te bereiken: een vorm van paternalisme.

Door de tegenstelling tussen ontspanning en participatie en eigen verantwoordelijkheid en paternalisme met elkaar in verband te brengen krijg je vier posities.

  • Als je de nadruk op participatie en paternalisme met elkaar verenigd krijg je een positie die mensen zal dwingen meer te participeren: participatie/betaalde arbeid is goed voor je en de overheid zorgt ervoor dat iedereen dat ook doet.
  • Een systeem dat de nadruk op participatie met eigen verantwoordelijkheid eigen verantwoordelijkheid verenigd is de nachtwakersstaat: de afwezigheid van een sociaal stelsel stelt iedereen in staat om zelf te kiezen hoe hij zijn eigen leven vorm geeft en dwingt iedereen te werken.
  • Een nadruk op ontspanning en paternalisme is een tendens die de ontspannen samenleving met zich mee draagt: te veel werken is niet goed, de overheid moet ervoor zorgen dat, bijvoorbeeld door algemene arbeidstijdverkorting, iedereen gedwongen wordt minder te gaan werken.
  • Een systeem dat eigen verantwoordelijkheid en ontspanning met elkaar verenigd is het basisinkomen: mensen kunnen zelf kiezen om een ontspannen of een ingespannen leven te leiden. Mensen zijn zelf verantwoordelijk om meer dan het sociale minimum te verdienen, dat de overheid voor allen verzekert.

My life as a …

Ik had het deze hele week verschrikkelijk druk en ben niet aan bloggen toegekomen, ik heb min-of-meer de hele week van 9u ‘s ochtends tot 12u ‘s avonds gewerkt: deadlines voor onderzoeksvoorstellen, gewone deadlines voor papers, papers na kijken, colleges voorbereiden, college volgen, college geven, sollicitatiebrieven schrijven, sollicitaties afnemen, GroenLinks AVs,  radio-interviews, opleidingscommissies, voorbespreking, nabespreking, indringende gesprekken over mijn academische toekomst. Opvallend genoeg zitten er een heleboel gespiegelde activiteiten tussen: ik geef nu zelf twee werkgroepen, maar volg ook nog college, ik zit nu als student-lid in een sollicitatie-commissie voor een universitair docent, maar ben ook zelf bezig met wat ik na mijn studie ga doen.

Genoeg materiaal voor blogs dus. (Ik heb dit idee gewoon keihard van mede planeet-groenlinkser Margreet gestolen – overigens). Misschien dat ik er een aantal nog wel een keertje uitwerk.

Bewust consument?
Zaterdag werd ik als bewust consumerende GroenLinkser geinterviewd over mijn consumptiepatronen door het GroenLinks magazine. De andere geinterviewdem waren nog bewuster bezig dan ik zelf: weinig consumeren, niet funshoppen, niet veel spullen hebben. Terwijl voor mij het hoogtepunt was kleren kijken in Nuku-hooloovoo-humuhumunukunukuapua’a-hiva, de winkel van Floortje Dessing: echt mooie en duurzame kleding: "Zou zo’n soort t-shirt me staan?"

Boeddhistische Psychologie
Vervolgens door naar een verjaardag van een goede vriend van mij in Utrecht. Met een andere vriend daar een serieus gesprek gehad over een onderwerp waar ik me al weer een tijdje niet meer mee bezig had gehouden: hoe werkt onze geest? Bestaat mijn "ik" wel? Is het erg als dat niet zo is? Over hoe verschillende situaties sterk invloed hebben op hoe je je gedraagt en hoeveel zelfvertrouwen je hebt. Ik heb een lans proberen te breken voor mijn eigen combinatie van Boeddhistische psychologie en Hume’s Theory of Mind

Participatiecontract is dwangarbeid?
Maandag ochtend werd ik wakker met het voor mij inspirerende radio bericht "Inwoner beschuldigt gemeente Arnhem van dwangarbeid". Work First-achtige projecten waar ook GroenLinks voor is zijn een vorm van dwangarbeid en dus niet in overeenstemming met het internationale recht, claimt een "slachtoffer". Die claim zou ik niet zo willen maken, maar het idee van arbeidsdwang stuit me zeer tegen de borst. Aangezien dat het posten van een ander paper van mij hier ook zo’n succes was, denk ik dat ik ook in de nabije toekomst mijn bachelorscriptie over dit onderwerp van anderhalf jaar geleden post met een kleine inleiding.

Valentijn tussen man en vrouw
Dinsdagavond gekeken naar de indrukwekkende documentaire Valentijn over een heel moedig en mooi mens, dat zich niet thuis voelde in het lichaam waarin hij geboren is. Nu wordt ze gedwongen te kiezen tussen man of vrouw door een samenleving die het moeilijk vindt om mensen te begrijpen die niet meteen in te delen zijn.

"Kritische AV herkiest Partijraadslid"
Woensdag was de AV van GroenLinks Leiden. Ik ben herkozen in de partijraad. Een tegenkandidaat  vond dat hij te weinig van mij had gehoord. Ik had geprobeerd met te profileren op mijn ervaring in de partijraad, terwijl mijn tegen-kandidaat tegen wie ik na een eerste ronde zonder winnaar het moest opnemen zo nieuw was dat ze nog net voor de verkiezingen zich definitief kandidaat had gesteld. Het lot heeft het in de tweede ronde tussen ons besloten: gelijke stemmen. Daarna werd ze, als mijn collega voor de tweede Leidse plek gekozen. De rest van de vergadering was besloten, interne zaken van de fractie, de val van het Leidse college en informatienieuws.

Normale PJO’s zijn klein en zielig
Donderdag tijdens/vlak na een gesprek met een docent over mijn toekomstperspectieven als filosoof gebeld door Jesse over een artikel in de NRC "Politiek Jongerenclubs zijn klein en zielig". zowat iedere PJO had wel wat aandacht in het artikel behalve DWARS, of ik daar iets slims over te zeggen had: nou gezien de normalisering van DWARS als PJO (weer zo’n onderwerp voor een blog) denk ik dat je kan stellen dat DWARS van klein en excentrisch, als activistengroep tussen politiek en kraakbeweging in nu wel steeds meer klein en zielig is, net als het CDJA (het toonbeeld van klein en zielig).

Links-liberaal of progressief socialistisch?
Vervolgens daarnet nog even op de Leidse lokale radio, gemaakt door studenten: wat drijft je als jongere in de politiek? Waar staat GroenLinks voor? Wat zijn de verschillen met de SP? Is strijden voor een wereld gekenmerkt door vrijheid en gelijkheid niet erg liberaal? Of juist anarchistisch? Maakt het uit want GroenLinksers, socialistisch, liberaal of anarchistisch zijn progressief en links. Wat zijn nou eigenlijk de verschillen tussen die begrippen en hoe zinnig zijn die?

En nu ga ik, geloof ik, eindelijk slapen en morgen "dolce far niente" ….