Campagne studies

Hoe gaan verschillende politieke partijen met publieke opinie om? Richten zij zich alleen op hun eigen programma of passen zij hun boodschap en misschien zelfs wel hun programma aan aan de mening en behoeften van de kiezers? Politici geven de voorkeur aan het eerste (ik heb een mandaat voor een programma) maar kiezers geven de voorkeur aan het tweede (luister naar mij!). Campagne managers zitten tussen deze twee vuren in: worden de verkiezingscampagnes van partijen bepaald door het politieke programma van de partij of door de publieke opinie?

Uit mijn eigen onderzoek voor de Universiteit Leiden blijkt dat bijna alle partijen, behalve de SGP en de PvdD, een balans proberen te slaan tussen publieke opinie en hun eigen programma. Op basis van kiezersonderzoek bepalen de partijen welke thema’s potentiele kiezers belangrijk vinden en zoeken vervolgens naar een overlap tussen deze thema’s en hun eigen programma. De SP trouwens gebruikt geen kiezersonderzoek maar baseert zich op haar contacten in de wijken. Sommigen partijen slagen er  beter in zo’n overlap te vinden dan. GroenLinks campaignde als Groen, Sociaal en Tolerant , maar uit kiezersonderzoek volgde dat alleen Groen en Tolerant voor potentiele GroenLinks kiezers er toe deed. Toch werd sociaal toegevoegd omdat het in het programma zo’n prominente plek had. Internationaal viel buiten de boot omdat dat, alhoewel prominent in het programma, er in campagnes niet toe zou doen. De ChristenUnie campaignde op Milieu, Sociale politiek en Jeugd en Gezin (ziet iemand de overlap?). Uit onderzoek bleek echter dat potentiele CU-kiezers Abortus en Euthanasie een veel belangrijker thema vonden dan milieu of jeugd en gezin. Toch koos de partij voor deze thema’s omdat zij vonden dat hier grote problemen waren om op te lossen. Programmatische overwegingen waren dus belangrijker dan electorale.

De SGP en de PvdD passen een andere logica toe: de SGP kiest haar thema’s op basis van programmatische overwegingen alleen. Get gezin was het kernthema van haar programma en van haar Bijbelse missie, dus ook van haar campagne. De PvdD heeft haar dierenrechten thema gekozen om de media te bespelen. De partij heeft eigenlijk een breed groen-sociaal programma maar denkt dat ze daarmee geen media aandacht  zullen krijgen. Door zich te profileren als partij voor de dieren krijgen ze wel media-aandacht. Selectie is dus noch gebaseerd op haar eigen programma of op de behoeften van de kiezers, maar op de werking van de media.

Bij de SP en de PvdD speelde publieke opinie ook een rol in het schrijven van het verkiezingsprogramma. Terwijl in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk partijen vaak posities kiezen omdat ze goed liggen bij de bevolking, kiezen de PvdD en de SP voor het tegenovergestelde: sommige posities niet noemen omdat ze niet goed liggen bij de (hele) bevolking. Maar dat geldt alleen als de posities die daarnaast ook formeel niet nodig zijn. Dus zegt de PvdD in haar beginselprogramma niets over evolutietheorie of creationisme om geen kiezers te weren van wege (meta)fysische en niet-politieke standpunten en de SP zegt niets over de NAVO en het koningshuis om geen kiezers af te schrikken met zaken die de SP toch niet kan waarmaken in vier jaar.

Alle partijen, behalve de programmatische SGP, slaan een balans tussen programma en publieke opinie en in geen van de partijen domineert een van deze twee overwegingen.

123 and counting

Na 123 berichten en bijna een jaar bloggen is het misschien goed om terug te kijken op wat ik geschreven heb. Er zijn een aantal terugkerende thema’s in de geschiedenis en evolutie van het weblog.

Idealen
Dit weblog is ooit begonnen om mijn ideeen over de verhouding tussen mijn eigen kernidealen (vrijheid en gelijkheid, diversiteit, democratie, solidariteit, duurzaamheid & vrede) verder uit te werken. Ik ben dit begonnen met de Idealen van GroenLinks en heb me vervolgens gericht op vrijheid. Dit werd al snel een te schematisch en analytische operatie, die dus op een zacht pitje werd gezet. Toen ik eenmaal in het toekomstproject in gerold was kreeg het vernieuwd belang. En ben ik teruggekeerd naar de idealen van groene partijen wereldwijd en heb ik de verschillende GroenLinkse idealen tegenover elkaar gezet en samengebracht.

GroenLinkse geschiedenis
GroenLinks en met name de politieke koers van GroenLinks is ook een belangrijk thema. Dan gaat het over  tegenstelling tussen GroenLinksser die een machtsblok links van de PvdA na streven en zij die een vernieuwende ideeenpartij willen zijn; de verhouding tussen de huidige politieke koers en die van de voorgangers, met name de PPR als de PSP; en groene gehalte van GroenLinks. Dit heeft geleid tot een analyse van de politieke koers van GroenLinks en DWARS door de jaren heen en de verhouding tussen die twee.
Ik heb GroenLinks ook in vergelijkend perspectief proberen te plaatsen. Door de vergelijking te trekken met de Deense SFp en andere GroenLinkse partijfusies. En te kijken wat ik zou stemmen in 1918, in Israel en als GroenLinks niet bestond.
Ook heb ik GroenLinks proberen te plaatsen in het nieuwe politieke spectrum als linkse en progressieve partij, als partij die strijd voor een open samenleving en een eerlijke verdeling van inkomen. Uit deze positie komen dan ook je politieke bondgenoten, niet de cultureel conservatieve SP of de economisch rechtse D66 maar de progressief-linkse PvdA, de partij van de goede intenties.

GroenLinkse & DWARS events, organisaties en campagnes
Er waren ook gewoon gebeurtenissen bij DWARS en GroenLinks die besproken moesten worden. Een beschouwing heet van de naald: cool politics, de klima-mantelorganisatie van GroenLinks, de partijraad, die zich weigert te vernieuwen, het rapport van de commissie van Ojik, mijn eigen betrokkenheid in de evaluatie en de evaluatierapporten van andere partijen, de dramatisch verlopen EK-verkiezingen en de tsunami die erop volgde in de blogosfeer en het omarmen van het Europese Hervormingsverdrag door de partijtop. DWARSe events als het zomerkamp en de basiscursus werden ook verslagen.

GroenLinks Toekomstproject
Dit jaar werd ik ook lid van het begeleidingspanel van Project 2008. Met een eigen agenda en een DWARSe achterban werd me echter als snel duidelijk dat ik als een soort Alice in een chaotische, onvoorspelbare wereld terecht was gekomen. Debat in de Tent was het (voorlopige) hoogtepunt van het toekomstproject. De reis ernaar toe, de sfeer en feest, de debatten over internationale politiek, milieu, sociale politiek, emancipatie en andere beginselprogramma´s proberen te analyseren. Project 2008 leverde tot nu toe een lange lijst van notities, verslagen, papers en discussiestukken op: Over het project in het algemeen, de voornaamste politieke en sociale veranderingen in de laatste 15 jaar, debat in de tent, allerlei dillema´s voor GroenLinkse politiek die uiteindelijk allemaal weggegooid konden worden, en over het ideaal solidariteit.
 
Partij voor de Dieren: publiek en privaat-onderscheid

Twee naaste concurrenten van GroenLinks hebben mijn bijzondere aandacht. De Partij voor de Dieren en de SP. De PvdD niet zo zeer omdat ze geen bestaansrecht heeft als kleine groen-sociale partij of omdat de partij gesteund wordt door karakters uit boeken, maar omdat de partij een voor mij fundamenteel politiek principe schendt: de scheiding van de publieke en de private sfeer. Dit begint met hun keuze om als politieke partij zich te bemoeien met de interne zaken binnen een vereniging, maar uit zich met name in haar foute uitgangspunt dat politiek gaat om mededogen in plaats van rechtvaardigheid: de publieke kernwaarde is rechtvaardigheid, en mededogen is een private waarde. DWARS heeft echter ook problemen met dit onderscheid bijvoorbeeld in haar verzet tegen de Birmese Junta. Een gerelateerd probleem is de aard van de publieke ruimte.

SP: populisme  
Waar mijn bezwaar tegen de PvdD zich richt tegen haar politieke grondslag, vind ik die bij de SP fascinerend: De verschuiving van Maoistisch revolutionair naar sociaal-democratische hervormingsgezinds is opvallend. Mijn bezwaar tegen de SP is de huidige politieke koers. Zowel haar politieke boodschap die gericht is op zekerheid, behoud en patriotisme, dat ver af staat van linkse politiek, als haar gebruik van propaganda (zie ook Nee = Nee en Sorry), dominante positie van Jan M. en de berekende tactiek van de partij. Dat betekent overigens niet dat we geen dingen van de SP kunnen leren. 

Democratie
Als politicoloog en filosoof is democratie een belangrijk thema. Ik heb hier een aantal opvattingen over gedebiteerd: Over postmaterialistische democratie die zich niet meer richt op belangen maar op idealen. Over het belang van een insluitende democratie waar niemand wordt buiten gesloten, niemand verliest, maar juist iedereen zijn evenredige deel krijgt: ook binnen GroenLinks en zelfs bij referenda . En over de boven al beschreven scheiding tussen publiek en privaat, tussen politiek stelsel dat weet wat het goede leven is, dat aan mensen zelf overlaat of dat door experimenten probeert te leren.
Nog uit te werken idee is dat in een parlementair democratisch stelsel een kleine oppositiepartij als GroenLinks de politieke agenda niet domineert maar alleen maar de grote regeringspartijen kan  verleiden hun eigen idealen beter uit te voeren en de  relatie tussen personen, partijen, macht en vernieuwing.

Verdelende Rechtvaardigheid
Voor mij als politiek filosoof blijft verdelende rechtvaardigheid het meest fascinerende thema. Hoe moet je de economie inrichten? Kies je voor herverdeling of gemeenschappelijk bezit als uitgangspunt van linkse politiek? Hoe moet je inkomen verdelen of belasting heffen? Hoe stel je mensen instaat om zelf vorm te geven aan een rechtvaardige economie? Hoe combineer je kansengelijkheid met vrije keuze in het onderwijs en in de gezondheidszorg? Hoe geef je vorm aan solidariteit tussen generaties en tussen staten? Wat moet je doen om mensen te emanciperen? En  hoeveel kan de overheid van je verlangen?
 
 Vrijheid
Vrijheid speelt is mijn denken steeds belangrijker geworden. Ik wil nu zelfs rechtvaardigheids alleen defineren als vrijwilligheid in termen van negatieve vrijheid, dat is gelijke vrijheid in contrast met sommigen. Halsema’s nieuwe ontspannen samenleving en de Groene nadruk op Friluftsliv leggen een sterke nadruk op positieve vrijheid. Dit is een spanning tussen mensen vrij laten of ze vrij maken, tussen een ideaal van het goede leven opleggen of mensen dat zelf laten onderzoeken. Deze nadruk op vrijheid onderligt dan ook mijn verzet tegen bv. terrorisme en het Mein Kampf verbod.
  
Politieke Ruimte
Mijn eigen wetenschappelijke interesse gaat uit naar politieke ruimte, zoals bijvoorbeeld door het political compas weergegeven. Alle politieke partijen zijn nu sterk verdeeld tussen progressieve en conservatieve stromingen en de politieke partijen tussen verschillende organen. Maar opvallender nog is de verandering van de politieke ruimte zelf in de laatste 100 jaar. Steeds waren links en rechts dominant, maar was er een tweede tegenstelling tussen seculier en confessioneel, tussen postmaterialistisch en materialistisch en nu tussen trots op Nederland en de open samenleving.

Buitenlandse politiek
Ook heb ik over de grens gekeken: naar het Belgische kiesstelsel en de formatie, naar de Deense politieke ruimte en de primary strijd in de Verenigde Staten.
Ik heb veel minder over internationale politiek geschreven: iets over mijn eigen ambivalente relatie ten opzichte van oorlog en vrede
en mijn ongeloof in het bestaan van de staat.

Wikipedian science
Ik heb ook een klein aantal onderzoekjes op basis van bv. wikipedia gedaan: over de politieke voorkeur van wikipedianen, over homofobie in Europa en de academische posities van senatoren.

Verkiezingsuitslagen
Ook heb ik een aantal voorspellingen gedaan over de verkiezingen van 2011, later bijgesteld en  geupdate naar aanleiding van de verkiezing van de politicus van het jaar. Succesvoller  was mijn voorspelling van de Eerste Kamerverkiezingen.

Persoonlijk
Heel soms vind ik het nodig om over mij zelf als persoon te schrijven, over mijn keuze voor de toekomst als politicoloog en niet als politicus, wat veel mensen die horen dat je politicologie studeert toch denken. Over mijn drukke leven, ambities, muzikale voorkeuren en hobby’s. En nu dus over het bloggen zelf.

Democratische strijd vernauwt zich

Met het uitvallen van Edwards is de Amerikaanse presidentiele strijd vernauwd. In de Democratische kamp zijn er nog twee kandidaten over. Hillary vs. Obama. En hiermee focust de Democratische strijd zich op verandering versus de gevestigde macht, op woorden versus daden, op groenheid versus ervaring, op bruggenbouwen versus polarisatie. De kandidaten verschillen sterk, al was het alleen al qua demografische kenmerken: man versus vrouw, allochtoon versus autochtoon, zwart versus wit, Calvinistische versus Arminaanse Protestant, jong (generatie Wouter Bos) versus oud (generatie Wim Kok). Qua inhoudelijke standpunten is het verschil niet echt groot: Clinton is iets linkser en Obama is iets progressiever als ik de stemwijzer moet geloven.

Ik ben geloof ik undecided in de race. Eerst geloofde ik het potentieel van Obama niet: te jong, te rhetorisch, te onervaren. Hij leek me de Amerikaanse equivalent van Bayrou. Een door de media-gehypede kandidaat van het (progressieve) midden die geen electorale kans tussen Links en Rechts heeft, maar alleen maar door de media wordt gepushed om de race spannend te houden. Obama is nu echter de leidende kandidaat. Hij lijkt sterk op de Wouter Bos van de verkiezingen van 2003: hip, jong en charismatisch.

Ik zag wel wat in Clinton, een soort Franse Segolene Royal. Een nieuwe generatie van ervaren vrouwelijke leiders, die een einde zou maken aan de harde politiek die laatste tijd zo domineert. Maar de politieke skills van Clinton beginnen in haar tegendeel te werken: Ze is te ervaren in het spelen van politieke spelletjes (denk aan het proberen te krijgen van de delegates van Michigan en Florida en te polariserend binnen haar eigen Democratische partij (denk aan het overlopen van Ted Kennedy). Ze lijkt nu sterk op de Ad Melkert van de verkiezingen van 2002: politiek ervaren en goed in het spelen spelletjes, koud, afstandelijk en als ze sympathiek probeert over te komen hebben ze het over eten (Melkert: koken; Hillary: gezond eten).

Zelfs in de voorverkiezingen van zo’n twee partijenstelsel zie je het nadeel: geen keuze alleen maar Scylla’s en Charibdissen.

SP & Propaganda

Voor de drie keer in bijna een week verzet de SP zich tegen "staatspropaganda". Eerst mag de overheid geen geld geven aan een organisatie die zich inzet voor Europese integratie, vervolgens mag de overheid geen televisie programma’s sponsoren en nu mogen politici niet in het bestuur van "hun" Nationaal Historisch Museum. Als Jan M. daar zelf echt in had gelooft dat het Nationaal Museum geen speelbal van politici mag zijn, waarom heeft hij er zelf zich dan zo voor ingezet?  De politieke traditie waarin de SP staat is niet wars van propaganda, en de partij heeft er zelf ook een handje van.

Er is hier een opvallende spanning voor een linkse anti-establishment partij. Enerzijds is de partij voor een sterke staat in sociaal (grote verzorgingsstaat), economisch (overheidssturing) en internationaal opzicht (Europa van staten), maar ook in cultureel opzicht (tegen bijzonder onderwijs, voor staatsonderwijs dus). Anderzijds verzet de SP zich tegen propaganda van de elite, van de top van de staat: de hoge heren uit den haag mogen hun mening niet aan de burger opdringen. Niet zo zeer omdat mensen hun mening niet aan anderen mogen opdringen, maar omdat de SP zich verzet tegen de mening van het establishment. Onder het mom van verzet tegen staatspropaganda verzet de SP zich tegen propaganda van de Eurofiele, multiculturele elite.

Als er niet zo iets onzinnigs werd verdedigd als de multiculturele samenleving, of Europese integratie, maar typische SP thema’s als sociale cohesie en gelijkheid, dan zou de SP niets te klagen hebben, en als de SP zelf de touwtjes in handen zou hebben, verwacht ik zeker dat de staat zal worden ingezet om het evangelie van Jan te verspreiden.

SP van Revolutie naar Hervorming

In de Open Society and Its Enemies neemt Karl Popper stelling tegen het utopianisme. Dit is het idee dat je naar een ideale samenleving moet streven en dat alle middelen gerechtvaardigd zijn om deze idealen te bereiken. Er moet een radicale, revolutionaire verandering plaats vinden van de huidige samenleving naar een nieuwe, ideale samenleving. Tegenover utopian social engineering stelt hij piece meal social engeering (hervormingen). Deze kleinschalige hervormingen zijn gericht op het aanpakken van sociale problemen. Utopische social engineering gaat onvermijdelijk, volgens Popper, gepaard met geweld, onderdrukking en onvrijwilligheid. Piece meal social engineering  is juist experimenteel, democratisch en kleinschalig. In die zin zou je kunnens stellen dat Popper sociaal-democratie verdedigt tegenover revolutionair socialisme.

Het werk van Mao neemt een opvallende tussen positie in. Anders dan Lenin of Marx heeft Mao een sterk populistische instelling. Een socialistische revolutionair moet voortbouwen op het revolutionaire potentieel van het volk en moet leren van het volk. Mao koppelt kleinschalige hervormingen aan het uiteindelijke socialistische ideaal. De socialitische  revolutionair moet zich inzetten voor de korte termijnbelangen van het volk om hen zo te winnen voor de socialistische revolutie.

De SP komt voort op dit Maoisme. In de jaren ’80 maakte de partij een transformatie door: de nadruk kwam steeds meer te liggen op de sociale hervorming en steeds minder op de socialistische revolutie. Voor een Marxist zou dat een radicale verandering zijn geweest, voor een Maoist is dat "changing gears". Hervorming en revolutie zaten sowieso al in het pakket van de SP, de partij wisselde alleen van nadruk. De huidige sociaal-democratisering van de SP past in deze lijn. De partij verliest haar utopian social engineering strategie, maar behoudt haar piece meal social engineering strategie.

 

Echte solidariteit tussen generaties

De hedendaagse economie bevoordeeld ouderen boven jongeren. Een jongere heeft minder inkomen en minder zekerheid dan iemand die ouder is. Denk er maar over na: jongeren hebben vaker flex-werk, hebben vaker deeltijd werk, krijgen minimumjeugdloon, krijgen minder loon, omdat ze korter bij bedrijven zitten dan oudere collegas, minder werkervaring en minder vaak een afgeronde opleiding hebben. Daarnaast hebben ouderen over hun leven de kans gekregen om meer geld en goederen te verzamelen. Jongeren moeten nieuwe dure huizen kopen of huren of moeten lang op een huur of koophuis wachten omdat ouderen in goedkope huizen blijven zitten. Jongeren worden vaker ontslagen (LIFO) en hebben minder arbeidsbescherming dan ouderen. En krijgen mensen op middelbare leeftijd vaak de erfenis van hun ouders. Uiteraard zit in deze opsomming veel verschillende soorten jongeren: mensen die nog studeren, mensen die net zijn gestart op de arbeidsmarkt, etc. Maar de lijn is duidelijk: jongeren komen er in vergelijking met ouderen veel minder goed vanaf, met name waar het inkomen en zekerheid betreft.

Tegenover dit gebrek aan zekerheid en inkomen staat echter dat jongeren iets hebben wat ouderen niet (meer) hebben: een kans om iets van hun leven te maken. Jongeren beginnen met een clean slate aan een nieuw leven. Je zou kunnen zeggen dat alle jongeren (gedwongen) inkomen en zekerheid ruilen voor de kans om een eigen leven op te bouwen. Dat klinkt als een goede ruil, maar is dat niet. Om iets van je leven te maken heb je juist inkomen nodig. Als je een opleiding wil volgen, een eigen bedrijf je wil beginnen of een huis wil kopen, heb je juist geld nodig. Een kans is zinloos zonder de middelen om iets van die kans te maken.

Ik zie je denken: maar jij, je studeert toch, met financiele steun van je ouders. Die helpen je toch om iets van je leven te maken? Je hebt de middelen en de kansen. OK, misschien heb ik die wel, maar dan zijn die middelen oneerlijk verdeeld. Omdat mijn ouders rijker (of vrijgeviger) zijn dan de ouders van sommige andere jongeren kan ik beter gebruik maken van die kansen dan hen, en omdat mijn ouders armer (of gieriger) zijn dan de ouders van weer andere jongeren kan ik minder goed gebruik maken van mijn kansen dan hen. Dat lijkt me typisch een geval van onrechtvaardigheid: vanwege iets waarvoor ik niet gekozen heb (mijn ouders) ben ik beter af dan anderen. Je zou moeten streven naar een gelijkere verdeling van deze middelen.

Een oplossing is voorgesteld door Ackerman en Alscott een "stake in society" (.pdf). Geef mensen die succesvol hun middelbare school afmaken een aandeel in de maatschappij van $ 80,000 (zo’n  55,000 euro). Dat bedrag kunnen zij vrij uitgeven aan wat ze maar willen: een opleiding, een huis, een eigen bedrijf. Zo geef je iedereen gelijk wat hun ouders ze zouden geven en koppel je de kansen van jongeren aan middelen om hun kansen te gebruiken. Dat bedrag op de bank geeft ook een vorm van zekerheid. Zelfs als je het niet gebruiken zou geeft het ongeveer 200 euro rente per maand. Op middelbare scholen zou je dan aandacht moeten besteden aan de stake die eraan komt: je wordt natuurlijk voorbereid op de verantwoordelijkheid over je eigen toekomst die je nu materieel krijgt.

Inkomen zonder verantwoordelijkheid? Hoe gaan we dat betalen dan? Ackerman en Alscott stellen voor om de uitkering te betalen uit de erfenissen. Met als basaal principe dat je aan het eind van je leven terugbetaald wat je van de overheid heb gekregen. Intergenerationele solidariteit dus. Anders dan bij het basisinkomen of een bijstandsuitkering is dit geen gift, maar je leent het geld als het ware van je toekomstige zelf.

Kijk dat is nog een positieve, vrijzinnige kijk op de kansen jongeren in contrast met de negatieve dwang en paternalisme dat we van sommige sociaal-democratische taatssecretarissen kennen.

Twijfelende basiscursus

DWARS organiseerde een basiscursus voor DWARS’ers. Ik had mij met mijn obligatory cursus Geschiedenis van GroenLinks en DWARS in het programma weten te wurmen. Wat opviel aan het hele programma is dat een basiscursus eigenlijk een aantal maanden te vroeg is voor GroenLinks. Midden in project 2008 is GroenLinks nog erop zoek naar zichzelf en dat laat de cursisten met een boodschap van een zoekende, twijfelende partij over.

Ik zelf had lang getwijfeld hoe ik mijn cursus moest invullen. Een dag van te voren bleek dat wat ik mij voorgenomen had: een slicke powerpoint presentatie met campagne posters en een groepsactiviteit met verkiezingsfimpjes technisch niet mogelijk was. Dus had ik me voor genomen om maar gewoon mijn verhaal te doen zonder lichtbeelden en met een interactieve groepsactiviteit over verkiezingsslogans. Zet de letters gekoppeld aan iedere verkiezingsslogan in de goede volgorde van 1989 naar 2006 en je krijgt een belangrijk thema voor GroenLinks

"Groei Mee! GroenLinks" (n) -
"GroenLinks Kies voor een nieuw evenwicht" (o) – "GroenLinks voor de
verandering" (d) – "GroenLinks komt eraan" (m) – "GroenLinks telt voor twee" (e) – "Knokken voor wat kwetsbaar is" (e) – "GroenLinks of laten we het zo?" (e)

De volgende ochtend bleek dat de techniek mij toch niet helemaal verlaten had en dat ik de campagnefilmpjes van 1989 (op genomen in een trein) en 2006 (op genomen in een hybride auto) wel kon vergelijken samen met de cursisten. Mijn eigen verhaal eindigde met een GroenLinks in debat over de links-liberale koers van Halsema, de partijdemocratie en de laatste
verkiezingscampagnes.

En toen was er ruimte voor vragen vanuit de cursisten, veel vragen. Sommigen kon ik
met een soort wetenschappelijke zekerheid beantwoorden: staan we het
dichtst bij D66 of de SP? Juiste antwoord: we staan het dichtst bij de
PvdA. Anderen waren een stuk moeilijker om wetenschappelijk te beantwoorden: wie moet Femke opvolgen? Tof of Kathalijne? Ik heb daar geprobeerd om genuanceerd te zijn en beide zijden van het verhaal te belichten om vervolgens mijn voorkeur uit te spreken. Bij sommige vragen moest ik meer twijfelen: waarom is er bij DWARS zo’n debat over voorzitterspost geweest? Als mede-vormgever van de huidige structuur met een voorzitter heb ik uiteen proberen te zetten hoe DWARS heeft gezocht naar het verenigen van externe transparantie met een vlakke verdeling van de macht binnen het bestuur.

Het verhaal van Jaap de Bruijn over de strategie van GroenLinks ‘s middags was gevuld met twijfel, met zoeken en denken over verkiezingscampagnes: de slogan, de thema’s en de strategie. Een opvallende vraag was wat de deelnemers naast milieu/klimaat als tweede thema met GroenLinks associeerden. Daarover was geen eenduidigheid: gelijke kansen? open samenleving? individualisme? emancipatie? privacy bescherming?

Ook de kiezers van GroenLinks waren volgens de Bruijn twijfelaars: mensen die aan groene, progressieve en sociale politiek hechten en dus met hun hart GroenLinks willen stemmen, maar die voortdurend door peilingen aan twijfelen gebracht worden over een strategisch stem, een stem vanuit het hoofd, voor de PvdA.

GroenLinks twijfelt en zoekt en misschien is dat in vergelijking met het stellig weten en autoritair opleggen van Marijnissen en Wilders, Balkenende en Rouvoet wel mooi: een partij die open staat, kritisch is naar zich zelf, een partij die zoekt naar oplossingen en die niet pretendeert gevonden te hebben in de gefaalde linkse of rechtse ideologieen van de vorige eeuw of orthodoxe interpretaties van het Christendom.

World of Time Sink

Terwijl belangrijke deadlines al lang al zijn gepaseerd, terwijl de toekomst met rasse schreden nadert, ben ik eindelijk met mijn rogue level 30 geworden.

Er zijn weinig spellen zo verslavend als World of Warcraft. Ik ben nu al ruim negen maanden hooked. Eerst was ik co-dependant. Mijn vriend had het spel gekocht en ik speelde als hij er niet was. Ik had mijn Blood Elf Rogue Gwyfthalin tot leven 39 geleveld, rijk gemaakt op de auction house en ben toen Arathi Basin onveilig gaan maken.  Sinds vier maanden heb ik het zelf. Mijn Mac kon het niet aan, dus heb ik nu twee computers staan op mijn desktop: een oude PC en mijn trouwe Mac. Dus nu speel ik samen met Erik een Night Elf Rogue Gwyfthalis, hij achter zijn PC ik achter de mijne gezellig Azeroth onveilig maken. Met nog twee andere vrienden vormen we ook nog een band van Druids.

Voor veel spelers gaat WOW: om geweld wie het snelst, het hardst een mob of een andere speler kan dood slaan. Die spelers hebben het niet begrepen. De mooiste class van WOW is de Rogue. Die is niet zo zeer gericht op het doen van veel schade (zijn ze ook niet onaardig op trouwens) maar een echte subtiele Rogue is erop gericht gevechten te voorkomen, door ongezien en onopgemerkt rond te lopen, en als je toch opgemerkt bent zo snel mogelijk te verdwijnen. Diep in zijn hard is de rogue een pacifist die probeert conflicten te voorkomen.

Politieke Ruimte

Je zou politieke partijen kunnen plaatsen in een politieke ruimte. Dat deze ruimte wordt gestructureerd door een links en rechts dimensie is gemeengoed. Maar volgens mij wordt de Nederlandse politieke ruimte door een tweede dimensie gestructureerd. Sinds het onstaan van het algemeen kiesrecht heeft de Nederlandse politiek een twee-dimensionale structuur. Deze tweede dimensie is in de loop van de jaren sterk van inhoud verandert. Dit is een hypothetische beschrijving van hoe deze tweede dimensie veranderd zou kunnen zijn.

Eerste Dimensie: Links/Rechts
De sociaal-economische tegenstelling tussen Links en Rechts is wel bekend: socialisme versus kapitalisme, overheidsingrijpen versus vrije markt, hoge versus lage belasting, lage versus hoge uitkeringen, verzorgingsstaat versus nachtwakersstaat, nationaliseren versus privatiseren. De eerste as betreft verdelingsvraagstukken: tussen arm en rijk, tussen kansarm en kansrijk of tussen werknemers en werkgevers. De klassenstrijd noemde Marx dat. Achterliggend liggen bepaalde opvattingen over vrijheid en gelijkheid. Waar rechts de nadruk legt op formele gelijkheid en negatieve vrijheid (gelijke juridische status en vrijheid van overheidsinmenging) legt links nadruk op substantiele gelijkheid en positieve vrijheid (gelijke economische uitkomsten en vrijheid van armoede).

De Tweede Dimensie (a): Confessioneel/Seculier
Tussen 1889 en 1966 werd de tweede as bezet door religieuze vraagstukken. De centrale vraag is dan of je streeft naar een morele overheid op Christelijke grondslag of een neutrale overheid. Is de overheid de zwaardmacht van God of bemoeit de overheid zich niet met religieuze kwesties. Hier worden (strenge) Christenen tegenover vrijzinnige Christenen en atheisten gesteld. De antithese noemde Kuyper dat. Achterliggend is een notie van vrijheid: waar de seculieren streefden naar (geloofs)vrijheid en vrijheid van overheidsinmenging, streefden de confessionelen naar vrijheid van zonde door overheidsinmenging. Omdat de grote Christelijke partijen een centrum positie innamen op de eerste as, had de Nederlandse politiek een driehoekige structuur. Bovenaan de Christelijke partijen (ARP, CHU, KVP/RKSP) en links van hen de socialisten (PvdA/SDAP, CPN, PSP/RS(A)P) en rechts van hen de liberalen (VVD/PvdV/LSP). Sommige partijtjes ontrokken zich van deze driehoekige structuur, de VDB nam een centrumpositie in op de eerste as en was seculier, recht onder de Christelijke coalitie dus, de CDU nam een links-christelijke positie in en de SGP een rechts-christelijke. Vlak na de oorlog probeerde de sociaaldemocraten, vrijzinnig democraten en christendemocraten door de vorming van de PvdA deze structuur te doorbreken maar zij slaagden daar niet in

De Tweede Dimensie (b): Post-Materialistisch/Materialistisch
In de jaren ’60 vond een fundamentele verandering van de politieke ruimte plaats. De tweede dimensie werd vervangen door een nieuwe tegenstelling. Niet langer stonden Christelijke tegenover seculiere partijen maar post-materialisten stonden tegenover materialisten. De centrale vraag is of "Brood alleen" genoeg is, of een mens niet meer wilt dan alleen maar economische zekerheid. Post-materialisten willen meer: kwaliteit van leven, een goed milieu, emancipatie, eerlijk delen met de derde wereld, vrede en inspraak. Materialisten vinden economie genoeg. Het onderscheid op basis van levensstijl snijdt door economische klasse en religie heen. Klassieke religieuze thema´s (bv. abortus) worden geintegreerd in deze nieuwe dimensie, maar op een nieuwe manier benadert, als een feministisch (postmaterialistisch) issue. De achterliggende tegenstelling is tussen (economische) zekerheid en culturele vrijheid. Het partijsysteem wijzigt ook ingrijpend. De post-materialistische PPR scheidt zich af uit de KVP en er onstaan ook post-materialistische liberalen (D66). Deze twee partijen sluiten een alliantie met de PvdA die ook postmaterialitischer word.  Links van de PvdA zijn er zowel materialisten (CPN) en postmaterialisten (PSP). De Christelijke partijen fuseren tot het CDA, die zowel op economisch als op cultureel terein een centrumpositie in neemt. Rechts staat de materialistische VVD, met daarin ook enkele postmaterialisten. De linkse postmaterialisten clusteren uiteindelijk samen tot GroenLinks.

De Tweede Dimensie (c): Open/Gesloten
In 2002 verandert de politieke ruimte weer sterk. De tweede dimensie verandert van materialistisch versus postmaterialistisch naar open versus gesloten. Globalisering met daaraan gekoppeld vragen over Europese integratie en integratie van migranten beheerst de politiek naast de normale economische vraagstukken. De nieuwe tegenstelling is essentieel een sociaal economische tussen winnaars en verliezers van globalisering. Waar winnaars zich geen zorgen maken over migratie, integratie en Europeanisering doen verliezers dat wel. De winnaars willen in een dynamische open samenleving leven, de verliezers willen de zekerheid van de gesloten samenleving. Economische vraagstukken (hervormen van de verzorgingsstaat of behouden?) lopen door culturele vraagstkken (bestaat de Nederlander wel?) heen. Het milieuvraagstuk dat in de vorige periode zo´n prominente rol in nam is nu geintegreerd met het economische vraagstuk en wordt gezien als een verdelingsvraagstuk en geen vraagstuk van levensstijlen. Achterliggend is een vraagstuk van (economische en culturele) zekerheid tegenover (economische en culturele) dynamiek. Het partijsysteem verandert weer: er onstaan nu heel duidelijk vier kwadranten, waar sommige partijen zich moeilijk tussen kunnen positioneren. Sommige linkse partijen kiezen voor een open samenleving (GroenLinks), anderen voor een gesloten samenleving (SP, CU), sommige rechtse partijen kiezen ook voor een open samenleving (D66), anderen voor een gesloten samenleving (Fortuyn, Wilders, Verdonk). De partijen die het oude systeem beheersten balanceren op deze tegenstellingen. Soms met succes, zoals het CDA dat streeft naar een gesloten, zekere samenleving op basis van een centristisch economisch programma. De PvdA balanceert tussen openheid en zekerheid en wordt zo in tweeen gespleten, ook de VVD probeert een balans te slaan tussen zekerheid en openheid maar slaagt daar niet in.