Liberalisme tussen GL, PvdA, D66 en de VVD

Verschijnt binnenkort in de Thauma, het blad van Leidse filosofie-studenten, maar nu al vast op het heb web! Speciaal voor alle liberalen binnen en buiten GroenLinks, waarom de PvdA soms beter liberale waarden verdedigt dan GL, de VVD of D66.


Liberalen en de sollicatieplicht

Politieke filosofie in de dagelijkse politiek

 

De VVD, D66 en GroenLinks afficheren zich als liberale partijen die individuele vrijheid hoog in het vaandel hebben staan. Echter, als je hun standpunten vergelijkt met de principes die uiteengezet worden door liberale filosofen als Rawls, Berlin, Dworkin en Sen, zie je dat het liberalisme soms beter wordt uitgedragen door andere partijen.

Een mooi voorbeeld daarvan is de afschaffing van de sollicitatieplicht voor ouders met jonge kinderen in de bijstand. Deze maatregel werd vorige maand voorgesteld door het kabinet. PvdA Staatssecretaris Aboutaleb stelde voor om de sollicitatieplicht voor ouders met jonge kinderen te vervangen door een scholingsplicht. Het gaat hier met name om jonge meisjes die een één-ouder-huishouden runnen. Ze hebben vaak hun opleiding niet afgemaakt en komen vaker uit een achtergesteld milieu.

Het voorstel werd gesteund door de CDA, SP, CU en de SGP, die deze mogelijkheid aangrijpen om kinderen een stabielere gezinssituatie te geven. Ook de PvdA steunde het voorstel, omdat deze vrouwen door scholing kunnen emanciperen uit hun armoede en kansloosheid.

Staatssecretaris Aboutaleb verdedigde zijn voorstel als volgt: zonder scholing gaan deze jonge vrouwen van schoonmakersbaantje naar schoonmakersbaantje, waardoor hun inkomen minimaal zal blijven. Door een opleiding zullen zij meer gaan verdienen en sterker in hun schoenen komen te staan. De VVD, D66 en GroenLinks stemden tegen het voorstel, want zo stelden zij, het huidige beleid werkt. Er zijn al veel mensen uit de bijstand gekomen. De staatssecretaris maakte een eind aan succesvol beleid.[1]

Ik denk dat liberale politici veel gevoeliger zouden zijn voor de argumenten voor de afschaffing van de sollicitatieplicht. Juist vanuit de fundamenten van het liberalisme is zo’n plicht niet acceptabel. Je zou het kernprincipe van het liberalisme, in navolging van Dworkin, kunnen beschrijven als: de overheid moet neutraal zijn ten opzichte van verschillende concepties van het goede leven.[2] De overheid mag bepaalde concepties van het goede leven niet opleggen, bevoordelen, afwijzen of benadelen. Deze omschrijving van het liberalisme kun je ook terug vinden bij liberalen als Berlin, Rawls en Ackerman.[3] Berlin verdedigt deze neutraliteit van de staat het felst. Hij stelt dat de overheid nooit bepaalde ideeën van het goede leven op mag leggen aan burgers, zelfs niet als dit, in de ogen van de overheid, beter voor ze zou zijn.[4]

De manier waarop de huidige verzorgingsstaat is ingericht staat in schril contrast met het belangrijkste uitgangspunt van het liberalisme. Bijna alle regelingen zijn gericht op werk. Alle partijen werken hieraan mee: het was het paarse kabinet dat de sollicitatieplicht in de bijstand invoerde, het centrum-rechtse tweede kabinet Balkenende legde de nadruk op het aan het werk houden van oudere werknemers en het aan het werk krijgen van arbeidsongeschikten. Het huidige kabinet wil een leer/werkplicht voor jongeren tot 26 jaar. Onder die leeftijd zou je, als je geen opleiding volgt, geen uitkering mogen krijgen maar aan het werk moeten. Wat voor’n werk je krijgt, lijkt de overheid niet te interesseren: de notie van passend werk wordt steeds verder uitgebreid. Het doet er niet toe of het werk dat je krijgt in je eigen idee van het goede leven past, want je moet namelijk gewoon werken. Het maakt niet uit waar.

Simpel gesteld: al deze maatregelen bevoordelen bepaalde concepties van het goede leven, namelijk die, waar (betaalde) arbeid een onderdeel van is. Als je wilt werken krijg je van de overheid hulp en steun, als je niet wilt werken dan probeert de overheid je door dwang en drang op het “goede” pad te krijgen. Er is geen ruimte voor concepties van het goede leven waar arbeid geen onderdeel van is. Dit gaat recht in tegen het net geformuleerde liberale principe.

Maar met het voorstel van Aboutaleb gloort er hoop op een verzorgingsstaat die pluralisme van de ideeën van het goede leven mogelijk maakt. Op de regel van werk, werk, werk komt een uitzondering: er komt ruimte voor mensen (in dit geval bijna alleen vrouwen) wiens conceptie van het goede leven ouderschap (dus moederschap) is, om hun hart te volgen.Nee! want die moeten nu naar school weet je wel hoe moeilijk dat is te combineren? Op deze manier wordt er ruimte geschapen voor meer ideeëen van het goede leven. Echter de grondslag van deze maatregelis niet liberaal. De Christelijke partijen dragen juist een conceptie van het goede leven uit en zijn dus niet neutraal: zij benadrukken het moederschap voor vrouwen en kostwinnerschap voor mannen.

De verdediging van de sociaal-democraat Aboutaleb is voor liberalen echter veel interessanter. Aboutaleb stelt dat de huidige sollicitatieplicht mensen niet in staat stelt om hun idee van het goede leven na te streven, zelfs als werk daar een onderdeel van is. Het werk waar deze meisjes zonder diploma’s op kunnen solliciteren behoort niet tot type droombanen: schoomaakster, cassière, lopende bandwerk of gemeentelijke groen dienst.

            Door deze mensen aan het werk te zetten in weinig bevredigende banen voor een laag inkomen met weinig perspectieven op een carrière breid je als overheid niet hun kans uit om hun eigen idee van het goede leven na te streven, zelfs als werk daar een onderdeel van is. Het huidige beleid dwingt mensen om perspectiefloos werk te doen. Het lijkt op wat Amartya Sen “unfavourable inclusion” noemt: mensen worden wel opgenomen in het arbeidsproces, maar hun “capability” (hun reële vermogens om bepaalde waardevolle doelen te bereiken) om bevredigend werk te doen wordt niet uitgebreid en misschien zelfs wel beperkt[5].

Liberalen zouden moeten streven naar een verzorgingsstaat waar niet een idee van het goede leven wordt bevoordeeld. De uitzondering die dit centrum-linkse kabinet nu maakt, is een beweging in de goede richting: er komt ruimte in de inrichting van de verzorgingsstaat voor verschillende concepties van het goede leven. Dit gaat mij echter niet ver genoeg. Je zou de sollicitatieplicht op meer plekken moeten afschaffen of verzwakken. Zeker als mensen kunnen aantonen dat zij een andere conceptie van het goede leven hebben dan werken (net als dienstweigeraars met gewetensbezwaren). Je zou hierbij met name kunnen denken aan mensen die zich toe leggen op zorg, vrijwilligerswerk, maar ook kunst, wetenschap of sport. Voor diegenen voor wie werk wel een onderdeel van het goede leven is maar daar nu van uitgesloten zijn zouden liberalen zich veel sterker moeten inzetten. Zowel een uitkering als een perspectiefloze baan breiden hun reële mogelijkheden op bevredigend werk niet uit. Een liberaal zou mensen hun reële vermogens om bevredigend werk te vinden willen uitbreiden door hen een opleiding te laten volgen of werk te bieden dat perspectief biedt.

 


[1] Doorduyn, Y. “Aboutaleb: geen sollicitatieplicht bijstandsmoeder.” in De Volkskrant 28 maart (2008)

[2] Dworkin, R. “Liberalism” in Stuart (ed.) Public and Private Moralities 1978Cambridge: University Press

[3] Taylor, C. “Politics of Recognition” in Goodman, A. Multiculturalism 1994 Princeton: University Press

[4] Berlin, I. “Two concepts of Liberty" in Berlin, I. Four Essays on Liberty 1969 Oxford: Clarendom

[5] Sen A. “Social Exclusion: Concept, Application and Scrutiny” 1999 Paper prepared for the Asian Development Bank

Gras, Voeten, Weggemaaid

Ze had ons verzocht er niet te veel over te bloggen. Femke Halsema’s pleidooi voor een ontspannnen samenleving. Immers ze was druk aan het werk met een nieuw pamflet/boek/nota. Het zou een nieuw perspectief moeten bieden voor GroenLinks, een geheel nieuw thema aan snijden: een ontspannen samenleving waar tijd is voor groene ruimte en rust. Vrij van consumentisme en de economische ratrace.

Te lang getreuzeld Femke, Diederik Samsom heeft het verhaal net gekoppeld aan de PvdA in een groot interview in de Volkskrant:

"We kiezen voor een samenleving met kleinere inkomensverschillen, met ruimte voor groen. Ik noem het ook wel de economie van de bescheidenheid en rust."

De vraag is natuurlijk: waar is het lek? Hoe heeft Samsom Halsema’s politieke ideeen zo snel al weg kunnen kapen, voordat ze ueberhaupt bekend zijn? Of zou het pleidooi voor een ontspannen samenleving niet exclusief GroenLinks zijn, en terug gaan op het PvdA programma van 1994? Is Halsema toch weer leentjebuur aan het spelen bij de sociaal-democratie?