The Power of Nightmares

Waar ik razend positief was over Adam CurtisThe Trap, over positieve en negatieve vrijheid, ben ik helemaal weggeblazen door zijn The Power of Nightmares over islamisme en neoconservatisme.

Feilloos legt Curtis de link tussen de onzinnige oorlogsretoriek en gevaarlijk angstpolitiek van de neo-conservatieven onder Reagan en Bush. Zijn centrale stelling: de Amerikaanse neo-conservatieven hebben hun eigen vijand in de vorm van Osama bin Laden gecreeerd. Niet alleen door de Mujahedin in de jaren ’80 te ondersteunen maar met name door de individuele terroristen achter 9/11 te behandelen als een organisatie "Al Qaida". Al Qaida is, volgens Curtis, geen organisatie, maar een naam die de Amerikanen hebben gegeven aan een los netwerk rond Bin Laden, om hem te kunnen vervolgen en te kunnen demoniseren.

Het controversiele onderdeel is echter dit: de Amerikaanse neo-conservatieven zijn zich hier bewust van. Het is een nobele leugen. Geinspireerd op de filosofie van Leo Strauss meende zij dat om de Amerikaanse samenleving te verenigen een heldere vijand nodig was. Tijdens de Koude Oorlog waren dat de Russen (de neo-cons waren de aanstichters van de Evil Empire-doctrine van Reagan). Nadat ze die hadden `overwonnen´ was een nieuwe vijand nodig. De neo-conservatieven hebben 9/11 aangegrepen om van Al Qaida de nieuwe vijand te maken. Politici kunnen hun kiezers alleen nog maar binden door angst en niet door hoop. Een angst die zij zelf niet hebben, maar die zij de burgers aan praten.

Ook in een ander aspect komt de nobele leugen mooi terug bij de Neo-Conservatieven. De niet-religieuze, joodse, liberaal-Christelijke neo-conservatieven hebben zich vanaf de jaren ’80 verbonden met de Evangelische kerken. Niet alleen voor electorale steun, maar met name omdat ze, meenden dat geloof en gedeelde, absolute, moraal een belangrijke bindende factor zijn in een samenleving.

Maar het gaat verder: de neocons zijn uiteindelijk gaan geloven in hun eigen leugens over het gevaar van de USSR, Al Qaida en de rol van het geloof. Dit is een belangrijk aspect van de nobele leugen van Plato. Het komt ook terug in George Orwell‘s 1984, waar uiteindelijke de regerende elite zich in stand houdt door een nutteloze oorlog. Enerzijnds weten ze dat de oorlog alleen maar dient om de staat in stand te houden en anderzijds geloven ze dat het een rechtvaardige oorlog is tegen een echte vijand:  Doublethink.

Hier is het eerste deel op youtube.

GroenLinkse beginselen & de dierenpartij

Waar plaatst het GroenLinks concept-beginselprogramma zich tussen
socialisten, sociaal-democraten, radicale democraten en one-issue
groenen? Na de socialisten
van de SP, de sociaal-democraten van de PvdA, en de sociaal-liberalen van D66, vandaag de dierenpartij en hun diep groene idealen.

De intrinsieke waarde van dieren
Pas twee jaar naar haar oprichting in 2003 nam de Dierenpartij een beginselmanifest aan. In het denken van de Partij van de Dieren staat een drieslag centraal: de aarde, de dieren, en toekomstige generaties. Al hun belangen zijn in gevaar door de huidige economische ontwikkeling. We bereiken de grenzen van onze aarde, we exploiteren dieren en we gebruiken die grondstoffen die we zouden moeten bewaren voor toekomstige generaties.
De mens neemt ten opzichte van deze drie slag in een bijzondere rol in: enerzijds is de mens de grootste, meest intensieve vervuiler die allerei gebalanceerde ecosystem in gevaar brengt, anderzijds is de mens een moreel wezen die overtuigd kan worden hiermee te stoppen. Hier ligt dan ook de hoop van de PvdD. Mensen moeten hun gedrag aan passen ten bate van toekomstige generaties, maar in het bijzonder ten bate van dieren. Hun intrinsieke waarde, hun waarde als levensvormen op zich, hun recht op zelfontplooing moet worden erkend. Hiermee toont de PvdD zich een diepgroene partij: zij ziet een ecologische crisis, dat komt door menselijk handelen en haar gerichtheid op haar eigen korte termijn belangen. Alleen in de oplossing is de PvdD niet donkergroen. Zij wilt een overheid die het leven van mensen micro-managet en ziet het verbod van de vissenkom als de oplossing voor al onze problemen.

De instrumentele waarde van dieren
Voor GroenLinkse vormt de Partij van de Dieren een bijzondere partij. Soms wordt de dierenpartij beschreven als een satelietpartij, in Vlaanderen spreekt met van zweeppartij: De VVD heeft de PVV, de PvdA de SP, het CDA de CU en GroenLinks heeft de PvdD. Deze zweeppartijen stimuleren andere partijen om harder aan de gang te gaan met hun eigen key issues, voor de liberalen is dat belasting en migratie, voor de sociaal-democraten inkomensverschillen en de publieke sector, voor de christen-democraten gemeenschap en gezin, en voor GroenLinks ten slotte dieren en het milieu.
Waar de VVD, de PvdA en het CDA de electorale druk van deze partijen wel voelen geldt dat niet voor GroenLinks: het nieuwe beginselprogramma spreekt alleen over dieren waar het gaat om hun instrumentele waarde en kosten, ze vervuilen daarom moeten we ze minder gaan eten. Niets over de waarde die dieren op zichzelf hebben, het GroenLinks programma denkt alleen maar aan de belangen van mensen.

Ik denk dat wij de zweep van de dierenpartij wel moeten voelen en zeker waar het gaat om onze beginselen. Niet alleen voor electorale redenen, maar juist voor ideologische redenen. De dierenpartij heeft gelijk in haar analyse van de samenleving: de mens, de kiezer, de consument zijn allemaal gericht op hun eigen korte termijn belang (anders dan Halsema zie ik weinig in een vroeg-Marxistische analyse die een burger-deel en een consument-deel in mensen onderscheidt: de burger stemt ook in haar eigen belang): materialisme. GroenLinkse politiek is postmaterialistische politiek, niet in de zin dat ze naar niet materiele waarde (vrije tijd, ontspanning, lange wandeling door de natuur) op zoek is, maar dat ze politiek verdedigt die niet geinspireerd is door eigen korte termijn belangen van een bepaalde sociale groep. Het zou ons, in een rijk Westers land, niet meer moeten gaan om onze belangen maar de belangen van hen die geen stem hebben.  In ons eigen land: kinderen of "outsiders", die geen echte rechten hebben. Belangrijker echter over de hele wereld zijn er mensen die worstelen om te overleven in ontwikkelingslanden of mensen, die voorr dictatuuren of oorlog vluchten. Juist ook de belangen van levensvormen die niet voor zich zelf op kunnen komen, moeten wij verdedigen: dieren en toekomstige generaties. GroenLinkse politiek is post-materialistisch omdat wij ons over onze eigen korte termijn belangen heen zetten.
En dat zouden wij van de PvdD kunnen leren.

GroenLinkse beginselen & Sociaal-Liberalisme/Radicale Democratie

Waar plaatst het GroenLinks concept-beginselprogramma zich tussen
socialisten, sociaal-democraten, radicale democraten en one-issue
groenen? Na de socialisten van de SP, de sociaal-democraten van de PvdA, vandaag, de sociaal-liberalen/radicale democraten van D66.

Pragmatisch, Sociaal-Liberaal of Radicaal Democratisch?
Jarenlang hadden de Democraten geen beginselprogramma. Beginselen dat
was de de politiek van de 19e eeuw met haar in marmer gebeitelde
ideologieen van socialisme, liberalisme en christen-democratie. D66 zou
nieuwe politiek voeren. Daar kwam echter in 2000 een einde aan. Er werd
een beginselprogramma aangenomen op anderhalf a4tje

Het programma hinkt op twee idealen: vrijheid als democratische
participatie en vrijheid als individuele ontplooing. Dus mensen moeten
instaat worden gesteld om individueel vorm te geven aan hun eigen
leven, daarvoor zijn formele mogelijkheden niet genoeg, maar zijn ook
juist substantiele kansen: onderwijs, zorg, milieubeleid staan allemaal
in dienst van de vrijheid. Individuele vrijheid en sociale
betrokkenheid wordt door D66 gezien als twee zijdes van dezelfde
medaille: zonder de een niet de ander en zonder de ander niet de een.
Daarnaast moeten mensen dus ook "vrijheid" kunnen beleven in
collectieve besluitvorming. D66 gelooft in een soort van directe
consensusdemocratie. Waarin alle stemmen tellen en er geen regenten
zijn. Dat vereist een transparante overheid. Democratie uit zich
daarnaast ook juist in bedrijven en burgerinitiatieven.
Ten slotte, is D66 vooruitstrevend, internationaal-georienteerd, omarmd
zijn technologische innovatie en toekomstgericht, de huidige generaties
mogen geen "wissel" trekken voor toekomstige generaties.

GroenLinks vs. D66
Hoe verhoudt dit sociaal democratische programma zich tot ons (ontwerp)beginselprogramma?

Het D66 programma, een wonder op zich, is nog minder samenhangend dan
het GroenLinks programma en komt over als het resultaat van een middag
associeren van een groepje intellectuelen. De centrale spanning tussen
individuele, negatieve, vrijheid en collectieve, positieve vrijheid
wordt niet uitgewerkt. Onder het kopje democratie wordt zowel D66 haar
internationale en innovatieve idealen besproken.

Duurzaamheid
Op anderhalf A4tje krijgt geen enkel onderwerp genoeg aandacht. Milieu
komt twee keer voor. Een keer als een voorwaarde voor individuele
vrijheid. In een zin: "Vereiste daarvoor is ook een duurzame
ontwikkeling naar een leefbare samenleving, nu en in de toekomst." en
daarna onder Vooruitstrevend, met als belangrijkste zin: "Er moet een
balans gevonden worden tussen het welbevinden van mensen, respect voor
de levende natuur, behoud van een leefbare wereld en een voldoende
economische welvaart." Voor D66, net als voor GroenLinks, is milieu een
vraagstuk tussen de belangen van nu en de toekomst. Onze visie is
echter ontwikkelder en legt anders dan D66 geen nadruk op een naief
geloof in technologische ontwikkeling -Let wel zelfs D66 heeft aandacht
voor de eigen waarde natuur, naast grondstof voor de mens-.

Solidariteit
Ook sociale politiek komt er niet goed af in het programma. Het enige
wat duidelijk is, is dat onderwijs, sociale zekerheid en gezondheidszorg, gericht zijn op individuele vrijheid. Individuele vrijheid om zelf in staat worden gesteld om vrije tijd, arbeid, zorg, persoonlijke ontwikkeling te combineren. Daar ben ik of GroenLinks, het uiteraard niet mee oneens. Maar het is allemaal wel heel weinig: hoe ziet D66 de huidige welvaartsstaat? Wat is er nodig om dit vrijheidsheids ideaal te realiseren? Vereist het herverdeling? Wat is de relatie tussen individuele betrokkenheid en georganiseerde solidariteit?

Diversiteit
Individuele vrijheid op het gebied van religie, seksuele vrijheid, zelfbeschikking over het eigen lichaam. Tolerantie staat centraal bij de democraten: maar heeft grenzen, namelijk intolerantie wordt niet getolereerd. Dit is de hele visie van D66 op de vraagstukken van integratie, tolerantie en individuele vrijheid.
Opnieuw heeft D66 geen ongelijk, maar mist ze zowel oog voor de nadelen van tolerantie: de groeiende tweedeling tussen kansarm en kansrijk of de afnemende sociale cohesie. Op twee a4tjes kan je geen samenhangende ideologie neer zetten.

Democratie
Hier gaat het D66 natuurlijk om: collectieve besluitvorming bij de overheid. Maar D66 schrijft hier weinig over democratische besluitvorming en des te meer over gerelateerde onderwerpen (transparantie, consensusdemocratie, maatschappelijke democratie, rechtsstaat) en nauwelijks gerelateerde onderwerpen (informatie technologie, internationale samenwerking). Zelfs voor het ideaal dat de partij haar naam geeft, heeft de partij nauwelijks oog. GroenLinks heeft dan zelfs nog meer oog voor democratie.

Vrede
D66 is uiteraard een internationaal georieneerde partij. Echter van hun internationalisme beperkt zich sterk: er staat niets over Europese samenwerking, eerlijke handel, vredespolitiek, mondiale oplossingen voor mondiale problemen. Hier doen zelfs wij het nog beter.

Pragmatisch of Uitzichtloos
Partijen verschillen in de mate waarin ze beginselen hebben en nodig hebben. Voor D66 was een beginselprogramma nieuw. In 2000 is er in mijn ogen weinig goed uitgekomen. De tekst is te niets zeggend en te kort af. Maar misschien past dat ook wel bij de no-nonsense D66-aanpak van politiek.

GroenLinkse beginselen en sociaal-democratie

Waar plaatst het GroenLinks concept-beginselprogramma zich tussen socialisten, sociaal-democraten, radicale democraten en one-issue groenen? Na de socialisten van de SP, vandaag, de sociaal-democraten van de PvdA. Vandaag ook een prijsvraag: wil je een eerlijke chocolade reep winnen? Doe mee! (Zie de laatste paragraaf van dit bericht).

Het programma van Bos
Het beginselmanifest van de PvdA is gepubliceerd in 2005. De partijleider Bos, samen met de PvdA voorzitter en Leidse professor Koole, in het gezelschap van professoren, partijideologen en bestuurders, hebben, in mijn ogen, een uitermate helder, compleet en scherp beginselprogramma geschreven. De PvdA kiest in dit programma voor de derde weg koers die elementen van de klassieke sociaal-democratie en het sociaal-liberalisme samenbrengt. Het manifest opent met idealen, gevolgd door beginselen in de huidige tijd en ten slotte verlangens.

De idealen van de PvdA zijn vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Deze zullen later in het programma, alhoewel niet erg expliciet worden uitgewerkt. De PvdA plaatst zich in een wereldwijde en Nederlandse sociaal-democratische traditie. De sociaal democratie wordt gekenmerkt door een "sociaal-democratische methode", die de vitaliteit van de vrije markt met de bescherming en begrenzing van de overheid combineert.

Deze idealen uitten zich in een recht op een fatsoenlijk bestaan voor allen, dit is meer dan alleen maar (financiele) bestaanszekerheid, maar omvat ook een recht op participatie op de arbeidsmarkt, in de samenleving en in democratische besluitvorming, en een respectvolle behandeling door de overheid. Solidariteit en lotsverbondenheid zijn noodzakelijk om de verzorgingsstaat die nodig is om de bestaanszekerheid voor alle te verzekeren, in stand te houden. De PvdA richt zich in het bijzonder op de al geemancipeerde middengroepen, hun solidariteit is nu nodig om de nieuwe onderklasse, die voor een groot deel bestaat uit migranten, te emanciperen. Een vitale markt en een sterke overheid zijn nodig om de sociale opdracht van de PvdA te realiseren. Het is de rol van de overheid om de markt te begrenzen waar andere waarden, ecologisch of sociaal, in het gevaar komen. De PvdA neemt expliciet afstand van het liberalisme, dat vrijheid niet voor allen verzekert, en het conservatisme, dat gemeenschapszin oplegt aan allen.

Het grootste deel van het programma wordt besteed aan verlangens. Waar het gaat om buitenlandse politiek verlangt de PvdA een rechtvaardige, democratische wereld, waar ontwikkeling duurzaam is en samenwerking vreedzaam:

  • De PvdA kiest voor rechtvaardige mondialisering, waar door eerlijke handel ontwikkeling in het Zuiden gestimuleerd wordt.
  • De PvdA kiest voor duurzame ontwikkeling, waarbij er een rechtvaardige verdeling van ruimte en grondstoffen wordt nagestreefd. De mens wordt expliciet verantwoordelijk gemaakt voor het voortbestaan van andere levensvormen dan mensen.
  • De PvdA streeft naar een wereld waar democratie en mensenrechten gerespecteerd worden. Militair ingrijpen, onder strikte voorwaarde mag, om mensenrechtenschendingen tegen te gaan.
  • De PvdA streeft naar Europese samenwerking op basis van principes van openheid, flexibiliteit, subsidiariteit en democratie.

Waar het gaat om sociale politiek staat voor de PvdA het fatsoenlijk bestaan voor allen:

  • Aan dit fatsoenlijke bestaan linkt de PvdA een groot deel van de publieke sector, van veiligheid tot huisvesting, van onderwijs tot gezondheidszorg, van sociale verzekering tot arbeidsmarktreintegratie. Allemaal noodzakelijk om dat fatsoenlijke bestaan te verzekeren. Arbeid is een belangrijk deel van het fatsoenlijke bestaan. Te hoge inkomensverschillen worden door de PvdA uitgesloten. De PvdA bouwt aan wederzijdse solidariteit tussen generaties.
  • Voor mensen die meer dan dat fatsoenlijke bestaan willen, wil de PvdA kansen en ruimte bieden, voor mensen die gevaar lopen zijn wil de PvdA zekerheid bieden, en voor mensen die hulp nodig hebben staat de PvdA klaar. De PvdA ziet een bijzondere rol voor onderwijs in de sociaal-democratie: het biedt mensen kansen en versterkt de Nederlandse economie.
  • De sociaal-democratische methode bestaat uit een innovatieve en vitale markt en een overheid die daar tegenwicht aan biedt door de belangen van werknemers en toekomstige generaties te verdedigen en kunst en wetenschap te beschermen die meer dan economische waarden hebben. Waar het gaat om de rol die overheid speelt legt de PvdA heel specifiek een aantal principes neer: de overheid is verzekert het aanbod, de toegankelijkheid en de kwaliteit, maar de markt mag de diensten aan bieden als dat efficienter is.

Waar het gaat om het samenleven, keert het fatsoenlijke bestaan weer terug en krijgt het vorm in een multiculturele samenleving:

  • De PvdA staat voor een samenleving die gekenkenmerkt wordt door burgerschap: waar mensen  met verschillende achtergronden respectvol met elkaar omgaan en waar asociaal gedrag, fraude en racisme die de solidariteit ondermijnen worden bestreden. Daar ligt een rol voor het onderwijs, voor het maatschappelijk werk en het strafrecht.
  • De PvdA kiest voor een samenleving waar naast werken, ruimte is voor zorg, recreatie en vrijwilligerswerk voor mannen en voor vrouwen.
  • De PvdA wil immigratie toestaan zolang dit selectief gebeurd en er oog is voor de absorptiekracht van ons land. Er worden eisen gesteld aan nieuw komers en aan Nederlandse burgers om respect te tonen voor elkaar, zich aan de democratische waarden als geloofsvrijheid, anti-discriminatie en vrouwenemancipatie, te commiteren.

Ten slotte waar het gaat om de organistie van de overheid.

  • De PvdA staat voor beperking van de overheidsmacht door de principes van rechtsstatelijkheid.
  • De PvdA staat voor een kleinschalig bestuur dat dichtbij de burger staat.
  • En voor democratische participatie in indirect en directe democratie.

GroenLinks vs. PvdA
Hoe verhoudt dit sociaal democratische programma zich tot ons (ontwerp)beginselprogramma?

Wat voor het PvdA programma pleit, in mijn ogen, is zijn heldere structuur en opbouw, haar samenhang, scherpe formuleringen, waar je het ook mee oneens kan zijn, en haar compleetheid.

Duurzaamheid

Voor groene politiek heeft de PvdA minder oog dan GroenLinks. Waar GroenLinks haar programma opent met een uitgebreide paragraaf met daarin haar ambities voor een groene maatschappij, waar in ruimte en grondstoffen eerlijk gedeeld worden tussen huidige en toekomstige generaties, waarin waarde niet wordt uitgedrukt in consumptie maar in dat wat er echt toe doet, opent de PvdA met een korter stukje waarin dezelfde ambities worden uitgesproken waar het gaat om een eerlijke verdeling tussen huidige en toekomstige generaties. Hier wordt net als bij GroenLinks gekozen wordt voor rechtvaardige globalisering. En hier toont de PvdA, anders dan GroenLinks en net als de SP, dat zij oog heeft voor levensvormen anders dan mensen.

Sociale Politiek
Hier besteedt de PvdA een groot deel van haar programma aan: ze ziet een rol voor de markt en voor de overheid in het verzekeren van een fatsoenlijk bestaan voor allen. Het GroenLinks programma dat veel meer op de oppervlakte blijft, gaat veel minder goed in in de rol die wij voor de overheid zien. Met de PvdA kan ik het oneens zijn: je zou kunnen willen dat de overheid meer doen, of de markt meer. De GroenLinks formulering is niets zeggend.
De ambities van GroenLinks en de PvdA verschillen niet zo zeer: sociale politiek beperkt zich bij beide tot het verzekeren van een fatsoenlijk minimum. Dat de ambitie van linkse politiek om te komen tot een rechtvaardige verdeling van inkomen, kennis, arbeid en vrije tijd zich vernauwt tot het bieden van een minimum voor allen, baart mij ernstig zorgen. Het PvdA bespreekt ten minste nog de topinkomens (opvallend niet: GroenLinks staat hier in de Tweede Kamer pal voor, maar schrijft er niets over, minister Bos doet er niets aan, maar schreef er wel over). Maar grote ambities waar het gaat om herverdeling heeft groenlinkse of sociaal democratische politiek allang niet meer.

Diversiteit
Ik denk dat hier, gedeeltelijk, het verschil tussen een sociaal democratische volkspartij en een liberale intellectuelenpartij tot uiting komt: de PvdA heeft oog voor fraude, discriminatie, onveiligheid en hoe de bestrijding hiervan noodzakelijk is om lotsverbondenheid tussen mensen met verschillende achtergronden te bewerkstelligen. In wat ik zonder meer de minst zeggende paragraaf van ons programma roept GroenLinks wel dat ze staat voor vrijheid en de moderne tolerante gemeenschapszin die daarvoor nodig is, maar werkt ze dit niet uit. Er wordt wel een verschil geschetst tussen rijke wereldburgers en de bewoners van achterstandsbuurten, maar hoe de kansen van globalisering tussen deze groepen eerlijk verdeeld moet worden, wordt niet uitgewerkt.
Ik denk niet dat de PvdA het oneens is met onze ambities, ik weet alleen zeker dat hun programma meer houvatten biedt voor hoe wij onze ambities kunnen realiseren. De PvdA heeft beter nagedacht dan ons over hoe ze verschillende groepen, midden- en onderklasse, allochtoon en autochtoon moet verbinden. Let wel, de PvdA faalt hier als nog in, maar voor ons blijft dit hangen in vage wolligheid en flauwe grappen met achternamen.

Democratie
Dit is de enige passage uit het PvdA programma dat ik echt helemaal niets vind. Het is wolliger geschreven dan de rest, en het probeert een brug te slaan tussen rechtsstaat en direct democratische participatie, tussen kleinschalig bestuur en de parlementaire democratie. Dit deel van het PvdA programma lijkt met name geschreven te zijn met een oog voor de SP als concurrent op links, met het pleidooi voor kleinschalige, directe democratie en niet voor de gevaren van populisme op zich. Als nog heeft dit deel van het programma meer oog dan de herhaling van de dogma´s van 1969 die ons programma sieren.

Vrede
Verschillen onze internationale ambities van die van de PvdA zijn er nauwelijks: beiden pleitten voor  Europese samenwerking, voor rechtvaardige mondialisering, voor ingrijpen als het niet anders kan.

Groene Partij van de Arbeid?

De verschillen tussen de PvdA en GroenLinks zijn niet ideologisch: beide partijen kiezen voor een sociaal, democratisch en tolerant Nederland in een groene wereld, waar mensen rechten gerespecteerd worden.
Uiteraard zijn er verschillen tussen GroenLinks en de PvdA. Hun beginselmanifest is beter geschreven dan het onze; zij nemen daarin keuzes die wij niet zouden nemen, maar omdat ons beginselprogramma,  in sneltreintempo met oogkleppen op is geschreven, zegt ons programma er niets over; hun visie op de multiculturele samenleving, de rol van de overheid en de markt, en de democratie zijn volwassener dan de onze. Zelfs in de kleine dingen doet de PvdA het beter: zij hebben wel oog voor dierenwelzijn, spreken wel de ambitie om iets te doen aan topinkomens.
Daarnaast heeft de PvdA de moed gehad om in de achttien jaar die GroenLinks bestaat, veertien jaar te regeren: verantwoordelijkheid te nemen voor hun idealen, compromissen te sluiten, keuzes te nemen waar wij oppositie tegen konden voeren, en die GroenLinks de kans gaf van de kantlijn te zeggen, wat de PvdA eigenlijk zou willen.
Veel van de problemen van de hedendaagse sociaal-democratie zijn de onze: de groeiende kloof tussen allochtoon en autochtoon, tussen kansarm en kansrijk, tussen bestuur en burger, tussen de noodzaak van Europese samenwerking en het gebrek aan Europees idealisme. Dat zijn ook de kloven die sociaal democraten en groenlinksers willen overbruggen. De PvdA heeft hier beter overnagedacht dan wij, maar nog steeds niet genoeg.
Ik ben het met PvdA programma oneens op precies dezelfde zaken als met het concept GroenLinks beginselprogramma: beide spreken van een fatsoenlijk maximum in plaats van echte gelijkheid, beide zijn duurzaamheid met name in termen van menselijk voortbestaan en zien de belangen van dieren niet of nauwelijks, beide beperken hun internationale ambities tot samenwerking in plaats van samenvoeging, beide verheerlijken arbeid en hebben te weinig oog voor andere ideeen van het goede leven.

De uitdaging

Maar misschien is dit mijn sociaal democratische bril. Ik geef iedereen die een verlangen/ideaal/beginsel kan noemen dat het PvdA beginselprogramma niet heeft en het GroenLinks concept-beginselprogramma wel heeft, een eerlijke Tony´s Chocolonely. Dus wat heeft GroenLinks nou wel dat de PvdA niet heeft? Wat maakt jou nou trots op dit GroenLinks beginselprogramma?

Inzendingen kunnen worden ingediend als reactie op dit bericht. Voor ieder beginsel wordt maar een keer een chocolade reep weg gegeven, aan de eerste. Beginselen die hier expliciet in zijn besproken tellen niet. Als je het aantoonbaar oneens bent met het GroenLinks programma op het punt dat je aandraagt telt het niet. Sluiting voor reacties is 1 augustus. De winnaar(s) worden 14 augustus bekend gemaakt. Chocolade repen worden uitgedeeld op DWARS/GroenLinks events in augustus, september en oktober.

GroenLinkse beginselen & Socialisme

Ronald van Raak heeft mij geinspireerd. Hij heeft uitermate platte en simpele kritiek op het concept-beginselprogramma van GroenLinks. Hij maakt de onsterfelijk domme opmerking dat dit programma ook zo van de VVD zou kunnen zijn. Ja hoor, die begint hun programma ook met "wij behoren tot een wereldwijde groene beweging".

Echter de vraag waarin dit programma van GroenLinks nou echt verschilt van het socialisme van de SP, de sociaal-democratie van de PvdA, het sociaal-liberalisme van D66 en de one-issue groene politiek van de PvdD, is wel relevant en verdient serieuze aandacht, die Van Raak er niet voor over heeft.

Heel de Mens

Heel de  Mens is de kernvisie van de SP. De SP kiest hierin een vijand: het neo-liberalisme. Het neo-liberalisme creeert een maatschappij waar de markt de boventoon voert die voor de SP om drie redenen onverteerbaar is: Ten eerst, wat ooit van ons allemaal was, de publieke sector, verschaalt of wordt geprivatiseerd; ten tweede groeien de inkomensverschillen, armoede aan de onderkant van de maatschappij, ongekende rijkdom aan de bovenkant; en ten derde ondermijnt commercie onze gemeenschappelijke waarden.
Ook internationaal is het neo-liberalisme dominant: er ontstaat een wereldwijd ongeremd kapitalisme dat het vermogen van staten ondermijnt om voor hun eigen burgers op te komen. De Europese Unie is hiervan een Europese exponent. Wereldwijd groeit de kloof tussen arm en rijk. De uitbuiting, ondervoeding, onderdrukking van de armste wereldburgers maakt hen onvrij.

De SP streeft naar een socialistische maatschappij, dat gekenmerkt wordt door drie waarden

  • menselijke waardigheid, dat bestaat uit bestaanszekerheid, deelname aan democratische besluitvorming en vrijheid om het eigen leven vorm te geven;
  • gelijkwaardigheid van mensen, namelijk de afwezigheid van discriminatie en achterstelling;
  • en solidariteit tussen mensen, dat is die organisatie die nodig is menselijke waardigheid en gelijkwaardigheid te bewerkstellingen;

Daarom streeft de partij naar de volgende verandering van de maatschappij:

  • democratisering van de economie: door meer macht aan werknemers te geven en bepaalde economische activiteiten onder te brengen bij de overheid, die ook direct-democratischer moet worden georganiseerd;
  • het recht op werk moet voor iedereen verzekert zijn en iedereen heeft de plicht om, naar vermogen, bij te dragen;
  • inkomen moet eerlijk verdeeld worden en wordt gebonden aan een minimum en een maximum;
  • iedereen heeft recht op (goede, toegankelijke en gratis) gezondheidszorg maar door preventie moet ziekte ook worden voorkomen;
  • respect voor de natuur is een zaak van beschaving en van gezond verstand;
  • gettovorming, segregatie en verval van de oude wijken moet worden bestreden;
  • misdaad moet worden voorkomen door sociale ongelijkheid aan te pakken en de politie alle middelen te geven die zij nodig heeft;
  • iedereen heeft recht op (goed, toegankelijk en gratis) onderwijs, dat opvoedt tot kritisch burger;
  • kunst, dat het leven verrijkt, moet een publieke zaak zijn;
  • Nederland moet zich inzetten voor omvorming van de wereldeconomie om armoede en uitbuiting te bestrijden, nationale soevereiniteit moet worden beschermd en het leger mag alleen worden ingezet voor bescherming van ons eigen land en de wereldwijde vrede.

Hoe verhoudt dit socialistische programma zich tot ons (ontwerp)beginselprogramma?

Duurzaamheid

Het fundamentele verschil tussen GroenLinks en de SP waar het gaat om groene politiek lijkt te zijn dat zij vervuiling, verontreiniging en verspilling benaderen als een zaak van beschaving en gezond verstand: Dat is (een) zonde. Ergens weggemoffeld naast alle andere dingen die de overheid op zich moet nemen is ook de plicht om vriendelijk voor het milieu te zijn. Voor GroenLinks is dit anders. Groene politiek is voor ons een zaak van eerlijk delen. Wij, de huidige generatie in het Westen, maken te veel gebruik van natuurlijke grondstoffen, en daarmee ontzeggen we anderen, in het Zuiden en toekomstige generaties, het gebruik hiervan. Onze economie tast daarnaast de leefbaarheid van dat Zuiden aan. En wij maken ons zelf met al die grondstoffen ook niet gelukkig. Ons consumentisme tast onze kwaliteit van bestaan aan.
GroenLinks is groener dan de SP, maar ook socialer omdat voor ons groene politiek wereldwijd en intergenerationeel eerlijk delen inhoudt.

Solidariteit

Voor de SP bestaat sociaal-economische politiek uit het eerlijk delen van werk, inkomen en toegang tot publieke voorzieningen als zorg en onderwijs. Doelen die wij als GroenLinks delen. Wij verschillen echter op twee vlakken van de SP: de SP gelooft dat dit kan in de huidige verzorgingsstaat, of eigenlijk die van de jaren ’50. Wij geloven dat nieuwe vormen van solidariteit georganiseerd moeten worden. We moeten  de verzorgingsstaat hervormen om zij die aan de kant staan vrouwen, allochtonen, gehandicapten, jongeren, perspectief te bieden op werk. Belangrijker echter leggen wij als GroenLinks een veel grotere nadruk op ontspanning: mensen moeten beter in staat worden gesteld hun tijd te delen tussen zorg, vrije tijd, arbeid, vrijwilligerswerk en opleiding.
De SP denkt nog steeds in termen van de klassieke verzorgingsstaat, die inkomen herverdeelt en geen kansen; die geen oog heeft voor de uitsluiting die haar arrangementen veroorzaakt; en die geen ruimte biedt aan mensen om meer te doen dan werken.

Diversiteit

Voor de SP is diversiteit een weinig interessant thema. Gettovorming en segregatie worden besproken in een hoofdstuk over woningpolitiek, discriminatie wordt kort besproken in het hoofdstuk over bedrijfsdemocratisering. Voor GroenLinks neemt emancipatie en diversiteit een veel belangrijkere plek in. De SP wordt vaak als een conservatieve, communotaire partij geschetst, maar in dit programma dat zich met name richt op de overheid en wat zij moet doen, staat er geen woord over de relatie tussen individu en gemeenschap.
Laten we er simpel over zijn: de SP heeft vaak een grote pet over gemeenschapszin, over solidariteit en over integratie. In deze kernvisie gaat alle gemeenschapszin en solidariteit echter via de overheid. Hoe burgers tot elkaar staan, lijkt de SP niets te interesseren.

Democratie

De democratische idealen van GroenLinks en de SP verschillen niet zo veel: meer democratie bij de overheid en in het bedrijfsleven. Besluitvorming moet dichterbij de burger gebeuren. De overheid moet het publieke belang blijven verdedigen. De rechtsstaat komt bij de SP echter niet voor: grenzen aan wat de overheid kan en mag doen worden niet gesteld. Om misdaad te bestrijden moet de politie alle middelen krijgen die ze nodig hebben.

Internationaal

De SP levert keiharde kritiek op de wereldwijde neo-liberale globalisering, maar hun internationale paragraaf is flinterdun. Als er een wereldwijde markt ontstaat moeten we die niet inperken door te te verwijzen naar nationale soevereiniteit maar door te zoeken naar nieuwe internationale vormen van overheidsmacht om tegenover de macht van het kapitaal te zetten. Economische globalisering vraagt om politieke globalisering. Het willen behouden van nationale solidariteit is prijzenswaardig maar vereist deze tijd niet juist het centraal stellen van internationale solidariteit?
De SP kiest ervoor om zich achter het Nederlandse leger en Nederlandse protectionistische politiek, zich terug te trekken in de Nederlandse democratie en de Nederlandse verzorgingsstaat. De partij mist het besef dat Europese en internationale politiek juist de burgerlijke en sociaal-economische rechten van alle wereldburgers moet beschermen tegen de macht grote bedrijven en van autoritaire dictators.

Meer SP, minder SP

Op basis van de vergelijking met de SP zou ik vier zaken in het concept-beginselprogramma toch anders willen zien, soms meer SP, soms minder SP:

  • Inkomenspolitiek: Het programma richt zich nu te veel op een fatsoenlijk minimum-inkomen en te weinig op de top van de inkomenspyramide. Een maximuminkomen als de SP wilt vind ik absurd, maar het ideaal van eerlijk delen mag wel sterker in het programma.
  • Milieu-politiek: Het programma moet er rekenschap van geven dat er grenzen aan de economische (en demografische!) ontwikkeling zijn. Dat is de reden dat milieu-politiek voor ons centraal staat.
  • Eco-centrisme: Het programma moet weergeven dat voor GroenLinks niet alleen mensen maar ook de natuur en zeker dieren ons respect verdienen.
  • Ontspanning: we willen mensen de kans geven om vrije tijd beter over hun leven te verspreiden. Misschien moeten we concreter zijn over wat zij met deze vrije tijd kunnen doen:  kunst, sport en natuur zijn daar goede voorbeelden van.

Partij van de Toekomst 5: Structuur, Opbouw & Idealen

Ik wil in een aantal blogs de idealen van
GroenLinks zoals vastgelegd in het nieuwe beginselprogramma bespreken: na participatie en de partijdemocratie, internationale solidariteit
en samenwerking
solidariteit en vrijheid, en mens en milieu en nu structuur en de opbouw van het stuk te bespreken.

Met al mijn kritiek op de inhoud, is mijn kritiek op de vorm van het beginselprogramma nog veel groter.
De structuur van het programma is onevenwichtig en veel van de formuleringen zijn gewoon niet mooi. Ik vind het programma te wollig en de onderlinge structuur te weinig helder. Ik had liever een helder, strak geformuleerd programma gehad waarin alle centrale idealen van GroenLinks staan in plaats van een sociologische beschouwing over globalisering en individualisering waarin "toevallig" we ook nog een aantal standpunten worden ingenomen. Het lijkt allemaal haastwerk.

Het programma is gestructureerd in drie delen: een inleiding die zich richt op ons verleden, een deel over onze idealen, en een deel over onze ambities op de korte termijn. Toen ik het stuk voor de eerste keer las, bracht de inleiding mij op het verkeerde spoor: waarom zou je schrijven dat het programma van 1992 onze idealen nog prachtig weer geeft? Wat zegt over de status van dit stuk? Waarom een nieuw programma als het oude nog voldoet? Ik ken geen enkel ander beginselprogramma dat zo over het vorige beginselprogramma schrijft.

Vervolgens worden onze idealen besproken. Waarom dit gebeurt onder het tussenkopje "ver weg is dichtbij" is mij echt volslagen onduidelijk. Onder kopjes als "we zijn groen", "we zijn sociaal", "we zijn open" en "we zijn democratisch" worden onze groene, sociale, tolerante en democratische idealen besproken. Het zou voor de logica van een programma pleiten als deze viervoudige structuur ergens van te voren zou zijn aankondigd. Ik vind de titels van de paragrafen eigenlijk meer geschikt voor de kleuterversie van het beginselprogramma. Zo van onze leden kunnen geen woorden met meer dan vier lettergrepen aan. Waarom noem je de paragrafen niet gewoon naar onze centrale idealen:  duurzaamheid, solidariteit, diversiteit en democratie?

Waar ik ook echt misselijk van wordt is het gepsychologiserende "we" dat het onderwerp vormt van twee derde van de zinnen. Het is volkomen onduidelijk wie de "we" nou zijn. Soms is het GroenLinks, soms zijn het Nederlanders, soms zijn het een bepaalde groep Nederlanders. Dat leidt tot volslagen belachelijke zinnen als "De hoeveelheid geld die we overmaken naar familie in arme landen is veel groter dan de officiele ontwikkelingshulp van overheden." De "we" van die zin is zeker niet de zelfde we als "In het programma van uitgangspunten uit 1992 staat de we niet een leidende ideologie of maatschappijtheorie hebben, maar wel enkele idealen." Waarom kunnen we niet gewoon de onderwerpen van de zinnen benoemen: GroenLinks, Nederlanders, wereldburgers?

Tussendoor in de tekst staan genummerde stukjes waarin GroenLinks positie in neemt. Dit is vaak een uitermate ongebalanceerde samenvatting van het voorgaande. Dat komt omdat de verschillende individuele paragrafen willekeurig in het programma zijn gegooid. Waarom volgt op een paragraaf over de onder de problemen in onze verzorgingsstaat een paragraaf over economische globalisering? (Dit alles p.5) En waarom heeft het samenvattende stukje daaronder alleen maar betrekking op de vorige paragraaf en niet de eervorige?

Niet alle titels dekken wat er onder gebeurt. Laat ik niet eens over de uitermate open titel "wij zijn open" beginnen wat dat is echt de vaagheid der vaagheden. Maar waarom wordt vrede & veiligheid besproken onder "wij zijn democratisch"? Dat moest duidelijk nog ergens worden weggeschoven: het stukje mengt van alles tegelijk: ingrijpen, mensenrechten, Europose samenwerking, wereldwijd terrorisme.  Waarom staat het stuk over markt & staat onder "wij zijn democratisch"?

Wat ik wel mooi vind is dat in ieder hoofdstukje binnenlandse en buitenlandse politiek is verweven, en dat zelfs de ideeen over hoe GroenLinks zich als partij moet opstellen ten opzichte van kiezers en maatschappelijke organisaties in het programma is verweven.

Ten slotte de prioriteiten op de lange termijn. Eigenlijk kan ik hier alleen maar om lachen: kijk als een vaag, abstract beginselprogramma niet terug komt in de verkiezingsprogramma’s van de partij kan dat komen door de vaagheid ervan. Maar als je nu een soort tussen-verkiezingsprogramma schrijft met doelen voor 2-3 verkiezingen in de toekomst, en het komt niet terug in verkiezingsprogramma’s dan kan dat alleen maar komen omdat niemand naar je beginselprogramma kijkt. Alles duidt er op dat dit ook niet vaak meer zal gebeuren. De partij top (de landelijke fracties) heeft zich al zo sterk van het hele schrijfproces afgewend dat het programma op de koers van de partij geen enkele invloed zal hebben. Door testbare doelen in het programma op te nemen stellen de schrijvers zich uitermate kwetsbaar op.

Daarnaast zijn de doelen vrij ongebalanceerd over de thema’s verspreid. Er zijn drie doelen voor milieu (waaronder het doel "meer groen in de buurt": nee zo gaan we de wereld redden). Drie over sociaal-economisch beleid: over onderwijs, sociale zekerheid en huisvesting. De volksgezondheid hebben we maar aan de SP over gelaten in het programma. Slechts een over openheid/tolerantie/diversiteit, terwijl deze dimensie de Nederlandse politiek de komende jaren zal blijven beheersen. Internationale prioriteiten heeft GroenLinks eigenlijk niet.

Nee, ik weet zeker dat als er een oneindige hoeveelheid apen willekeurig op
een oneindige hoeveelheid typmachines zou drukken, er een helderder, beter gestructureerd
beginselprogramma uit zou komen.

Partij van de Toekomst 4: Mens & Milieu

Ik wil in een aantal blogs de idealen van
GroenLinks zoals vastgelegd in het nieuwe beginselprogramma bespreken: na participatie en de partijdemocratie, internationale solidariteit
en samenwerking
, en solidariteit en vrijheid, en nu mens en milieu en om later structuur en de opbouw van het stuk te bespreken.

GroenLinks maakt volgens het nieuwe beginselprogramma maakt GroenLinks deel uit van een wereldwijde groene beweging. Er moet toch een fundamenteel verschil zijn tussen een links-sociaal democratische c.q. progressief liberale partij, die zich zorgen maken om het milieu, en een groene partij. Dat moet volgens mij liggen in drie zaken:

  1. de centrale plek die milieu in het programma heeft: er is een ecologische ramp aan de gang, als we die niet oplossen is de mens verdoemd.
  2. de analyse van de oorzaak van die ramp: de cruciale fout in de Westerse cultuur is dat wij antropocentrisch zijn: onze eigen belangen stellen boven  de belangen van het ecoysysteem.
  3. en de oplossing van dat probleem: een einde aan het geloof dat economische groei het hoogste doel van economische politiek is en dat technologische innovatie alle problemen op kan lossen.

De positie die een partij neemt op deze drie verschillen onderscheidt environmentalisten, licht groenen van ecologisten, donker groenen. Als je stelt dat milieu maar een van de maatschappelijke problemen is, dat de oplossing voor het probleem niet in een cultuurverandering maar in technologische vernieuwing ligt, en dat wij groene politiek kunnen bedrijven en toch onze antropocentrische cultuur en economische groei kunnen behouden, dan ben je niet donker maar licht groen. Licht groene partijen zijn er in Nederland genoeg: van SP tot VVD vinden alle partijen milieu een probleem maar willen ze niet de welvaart in economische groei opgeven om het op te lossen.

"Groene" politiek staat centraal in het nieuwe beginselprogramma: het is het eerste thema van het beginselprogramma. Echter deze paragraaf begint niet met een somber doembeeld over de toekomst van de mensheid en de Aarde, maar met een positief verhaal over economische en culturele globalisering (die ik zonder een claim over de noodzaak van politieke globalisering moeilijk als andersglobalistisch kan benoemen). Deze economische globalisering biedt kansen voor wereldwijde eerlijke verdeling van welvaart, maar ook gevaar: "een wereldwijd oprukkende cultuur" van consumentisme put grondstoffen uit, tast biodiversiteit uit, en warmt de aarde op.

De analyse van het milieuprobleem ligt dus ook op een ander niveau dan de "klassieke" donkergroene benadering: consumentisme is het probleem, niet antropocentrisme. Een consumentist gelooft dat waarde niet ligt in, en welzijn niet voortkomt uit consumptiegoederen. De culturele kritiek ligt dus in hoe wij menselijk geluk willen bereiken en niet in dat wij menselijk geluk centraal stellen.

Nadat er kritiek is geleverd op onze consumentische cultuur, wordt vervolgens de oplossing bijna puur in  termen van groei en technologie geboden: er moet groene groei komen (in termen van menselijk geluk). technologie moet eerlijk verdeeld worden en groene innovatie gestimuleerd. Een culturele verandering hoeft niet plaats te vinden, we moeten alleen maar duurzaam gaan verbouwen, produceren en vervoeren.

De natuur wordt niet benaderd als iets wat intrinsiek waardevol is. Het is iets wat eerlijk verdeeld moet worden tussen mensen: ieder mens heeft recht op evenveel hulpbronnen.  Of iets waarvan mensen moeten genieten: GroenLinks wil mooie natuurgebieden, lekker eten en schone lucht.

Met dit programma kiest GroenLinks niet voor donker groene, maar ook niet voor licht groene politiek:

  1. GroenLinks ziet het milieuprobleem als het eerste probleem, maar het is geen ramp;
  2. GroenLinks heeft kritiek op onze cultuur. De boodschap is: door meer consumptie, meer groei in euro’s, wordt ons welzijn niet verhoogd: wij worden gelukkig van een lekkere biologische hap, een mooie wandeling door de natuur en schone lucht. Menselijk geluk staat centraal. De natuur wordt niet behandeld als iets waardevols maar als een verzameling hulpbronnen, waar wij recht op hebben;
  3. En GroenLinks ziet de oplossing wel in een ander begrip van groei en waarde, maar wijst groei niet af. Deze groene groei moet bereikt worden door technologische innovatie, en bijvoorbeeld niet in de hoeveelheid van onze consumptie. Zelfs intern loopt de argumentatie niet goed: er is een cultureel probleem (consumentisme) maar wij bieden een technologische oplossing.

De beginselprogramma is niet dat van een donkergroene partij, maar wel donkerder van wat hier gedefinieerd is als licht groen. Een groene partij zou ik ons niet noemen, maar een linkse partij, die groene politiek bedrijft omdat ze linkse idealen heeft over het eerlijk delen tussen mensen, nu.

Wat me echter het meest aan het programma fascineert, is de nadruk op de belangen van de huidige menselijke generaties.  Vanaf de eerste paragraaf gaat het "groene" deel van het programma wel over het eerlijker delen van welvaart nu tussen noord en zuid, maar veel aandacht voor toekomstige generaties lijkt er niet te zijn. Houdt duurzaam niet juist in dat je wilt dat ook volgende generaties gebruik kunnen maken van de aarde?
Een fundamenteler probleem is misschien wel hoe wordt omgegaan met de waarde van dieren en het ecosysteem. De waarde daarvan is slechts instrumenteel: dieren en het ecosysteem staan in dienst van mensen. Bv. "Zuinger zijn met de ruimte op de aarde, betekent ook dat we minder vlees moeten eten." De intrinsieke waarde van dieren, hun welzijn, of misschien wel hun rechten blijven onbesproken.

GroenLinks heeft alleen maar oog voor menselijk geluk.

Partij van de Toekomst 3: Vrijheid en Solidariteit

Ik wil in een aantal blogs de idealen van
GroenLinks zoals vastgelegd in het nieuwe beginselprogramma bespreken: na participatie en de partijdemocratie, en internationale solidariteit
en samenwerking
, nu over  solidariteit en vrijheid, om later milieu en
moralisme en structuur en de opbouw van het stuk te bespreken.

In de controverse over Vrijheid Eerlijk Delen bleek wel dat binnen GroenLinks de strijd tussen links-liberaal en klassiek socialist de grootste was. Tussen individualistisch en gemeenschapsgezind, tussen vrijheid en solidariteit, tussen vrijzinnig en kritisch GroenLinks, tussen Femke en Leo. De vraag rijst in hoeverre het nieuwe beginselprogramma in staat is om deze tegenstelling te overbruggen. Ik heb zelf in dit debat altijd een ambigue positie in genomen, als liberaler dan de liberalen, socialer dan de socialisten. Ik zal nadat ik heb gekeken in hoeverre Kritisch GroenLinks blij kan zijn met dit programma kijken in hoeverre ik er zelf blij mee kan zijn.

Ik denk dat de kritisch GroenLinkse koers zich kenmerkt door kritiek op de liberale koers in vijf elementen:

  1. Een nadruk op de tegenstelling tussen insider/outsider speelt de arbeidersklasse uit elkaar;
  2. GroenLinks moet haar relatie met de vakbonden versterken;
  3. Inkomens moeten eerlijker verdeeld worden;
  4. De overheid moet een grotere rol spelen in de economie;
  5. En GroenLinks moet de nadruk leggen op solidariteit en niet op vrijheid.

Insider/Outsider
Het beginselprogramma herhaalt de kritiek die al in Vrijheid Eerlijk Delen stond, over de verouderde
verzorgingsstaat die allochtonen, vrouwen, lager opgeleidden,
gehandicapten geen perspectief biedt. Wat vroeger leek te voldoen, voldoet niet meer. De termen "insider" en "outsider" worden niet genoemd, ook wordt er niet afgegeven op de insiders, de blanke vakbondsmannen van middelbare leeftijd. Maar deze tegenstelling is de enige maatschappelijke tegenstelling waar het beginselprogramma op duidt.
De nadruk op deze tegenstelling is misschien afgezwakt, maar niet ingeruild.

Vakbonden
Het woord "vakbeweging" komt 1 keer in het
programma voor, in een geschiedenisparagraaf, het woord "bedrijf" 13 keer, vaak in positieve zin. GroenLinks lijkt haar bondgenoot meer te zien in bedrijven dan ik vakbonden.
Dat
is tekent voor de visie die het programma heeft op de relatie tussen
werkgevers en werknemers. Hoe ziet GroenLinks de relatie tussen abeid en kapitaal? Weggemoffeld in "wij zijn democratisch" staat
een zin over bedrijfsdemocratisering. Waar is onze visie op de
economische globalisering? Op de opkomst op het locust-kapitaal? Op de ongelijke machtsverhouding tussen werknemers en werkgevers?

Inkomensherverdeling
Radicale inkomenspolitiek wil het beginselprogramma ook niet voeren. De nadruk
waar het gaat om inkomensherverdeling gaat niet verder dan het fatsoenlijk bestaansminimum, dat zo uit het PvdA-beginselprogramma lijkt over te zijn genomen, en perspectief op participatie in de arbeidsmarkt. Streeft GroenLinks niet meer naar een rechtvaardige verdeling van inkomen?  Waar is ons verhaal
over de groeiende kloof tussen rijk en arm? Over exhibitionistische zelfverrijking aan de top?

Staat & Markt
Waar bij de
verzorgingsstaat het behoud van het huidige systeem voor ons niet
genoeg was, willen we bij privatisering wel pas op de plaats gemaakt
worden: de overheid mag de verantwoordelijkheid voor het publieke
belang niet afschuiven op anderen. Is dat onze hele visie op de rol van
de overheid in de economie: niet aan morrelen! Een zoenoffer aan de Kritisch GroenLinksers?

Solidariteit
De tegenstelling tussen individualisme en gemeenschapszin komt ook tot uiting in "wij zijn open". Hier wordt gemeenschapszin wordt gereduceerd tot de liberale begrippen verantwoordelijkheid en tolerantie. Lotsverbondenheid, solidariteit, een meer socialistische invulling van het begrip gemeenschapszin missen. Gemeenschapszin in een uniforme samenleving zou een leeg begrip zijn volgens het nieuwe programma, maar is dit soort liberale gemeenschapszin niet even hol?

Een heel sterke brug tussen de meer nieuw-liberale en de meer klassiek-socialistische stroming wordt in dit programma niet gelegd: solidariteit wordt vervangen door verantwoordelijkheid, een eerlijke verdeling van inkomen door een "fatsoenlijk" minimum, vakbonden door werkgevers, en de tegenstelling tussen insiders en outsiders blijft staan, alleen de pas op de plaats waar het gaat om marktwerking.

Liberaler dan de liberalen, socialer dan de socialisten
Ik heb zelf in het debat tussen Kritisch en Vrijzinnig GroenLinks een bijzondere positie ingenomen. Ik ben veel liberaler dan het "arbeid = vrijheid"-liberalisme, en veel socialer dan het "wat voldeed, voldoet"-socialisme.
 Ik geloof in liberalisme als de vrijheid om je eigen idee van het goede leven in de praktijk te brengen. Dat betekent dat de politiek geen aannames moet doen over hoe mensen hun leven willen inrichten maar daar hun vrij in willen laten. Van een zin als "We willen allemaal prettig werk kunnen doen" gruwel ik dan ook: mensen moeten zelf bepalen of ze werk prettig vinden of niet!
Ik realiseer me dat ik met deze positie een extreme plaats binnen GroenLinks inneem, dus heb ik me een wat bescheidenere positie in genomen: er moet een balans zijn tussen de nadruk op participatie en de nadruk op ontspanning. Werk is niet alles en mensen moeten de kans krijgen om arbeid te combineren met vrijwilligerswerk, vrije tijd, zorg, en opleiding. Met een zin als "De verzorgingsstaat wordt langs twee invalshoeken gemoderniseerd", namelijk meer participatie en meer ontspanning, lijkt het nieuwe beginselprogramma die balans in elk geval te zoeken.

Partij van de Toekomst 2: Internationale Solidariteit en Samenwerking

Ik wil in een aantal blogs de idealen van
GroenLinks zoals vastgelegd in het nieuwe beginselprogramma bespreken: na participatie en de partijdemocratie, nu over internationale solidariteit
en samenwerking, om later solidariteit en vrijheid, milieu en
moralisme en structuur en de opbouw van het stuk te bespreken.

Op het eerste gezicht is internationale solidariteit het ondergeschoven kind van het programma. GroenLinks is groen, sociaal, open, en democratisch, maar niet kosmopolitisch. Echter onze groene koers, heeft een internationale component, even als onze sociale en democratische koers. Ik denk dat hier een interessante visie uitspreekt: voor ons is het buitenland geen apart hoofdstuk, maar een onderdeel van onze idealen.

In het hoofdstuk `wij zijn democratisch` liggen de meeste internationale ambities. Hier blijkt echter ook hoe beperkt onze ambities zijn. Gister schreef ik over de opkomst van het populisme. Ik schreef daar alleen maar over hoe wij het gevaar van het populisme kunnen beperken, niet hoe het populisme ´tot de wortel` kan worden uitgeroeid. Ik denk dat een belangrijke oorzaak van de opkomst van het populisme is, dat de traditionale natie staat steeds minder goed in staat is om in de wensen van de burger te voorzien. Politici beloven veel, maar kunnen weinig waar maken. In een globaliserende economie kan je niet alleen je economie te sturen, met de grote migratie stromen kan je niet in je eentje je grenzen dicht te houden, de wereldwijde milieu en veiligheidsvraagstukken kunnen we niet alleen aan. Dus zou je zeggen: als er wereldwijde problemen zijn, moeten er wereldwijde oplossingen gezocht worden. Simpel gesteld: de natie staat kan in een mondiale supermarkt de verlangens van de burger vervullen, alleen een mondiale superstaat zou dat kunnen.

Een gedeelte van deze analyse wordt gedeeld door het programma:  er zijn mondiale problemen,  zoals de opwarming van de aarde, het verlies van de biodiversiteit, die Nederland niet alleen aan kan. De oplossing wordt echter gekozen achter de veilige ´dijken´ van Europa. Het ideaal van een wereldwijde supranatioanle politieke ordening lijkt niet een beginselprogramma thuis te horen. We richten ons op het politiek haalbare: een sterker Europa, dat een voortouw neemt in Europa. De vraag is of je in een beginselprogramma niet je idealen moet uitspreken, in plaats van het politiek haalbare.

De veranderende wereldeconomie vraagt om het herzien van de competenties van verschillende bestuurslagen. Dit is het consequent doorvoeren van het subsidiariteitsbeginsel. De natiestaat is niet de logische grootte om problemen op te lossen, veel zaken vragen om Europese, maar boven al, mondiale aandacht, en er zullen voor groenen ook altijd dingen zijn die op een lager niveau geregeld kunnen worden. Opvallend is echter dat het programma alleen maar spreekt over deze politieke niveau´s in termen van geengageerd burgerschap, en niet in termen van competenties en overheidsverantwoordelijkheden.

Voor de rest ben ik over veel internationale aspecten van het programma, eigenlijk wel te vreden. Er lig sterk de nadruk op rechten, wat mij als liberaal wel aanspreekt. Alle wereldburgers hebben een gelijk recht op een schaarse natuurlijke hulpbronnen (1.) en hebben sociale rechten (4.), het recht op veiligheid gaat zelfs boven de soevereiniteit van staten (15.).

Het mooiste misschien aan de verschillende internationale passages is  `In veel landen is het leven onvergelijkbaar met dat van ons. Zonder vrede, voldoende eten, een dak boven je hoofd is het slecht toeven.´ In het vorige beginselprogramma stond dat ´het goed toeven in Nederland´ was. Dat heeft toen veel voeten in de aarde gehad, maar ik vond het altijd wel een mooie passage, omdat onze ambitie is het niet alleen voor ons zelf, in Nederland, goed te maken, maar juist ook voor anderen, wereldwijd.  Nu staat er in iets meer woorden het zelfde.

Opvallend is echter dat van al die mooie, maar misschien soms weinig ambitieuze, internationale idealen er heel weinig terugkomt in onze ´decennium doelen´: een half zinnetjes over de hervorming van de Europese Unie, en een half zinnetje over een rechtvaardiger handelsbeleid, maar niets over internationaal veiligheidsbeleid, de hervorming van de Verenigde Naties, het democratiseren van Wereldbank, WTO, en de aanjagers van slechts economische globalisering. Zelfs niet eens een half zinnetje over de Europese Groene Partij waar wij in de inleiding nog zo trots onderdeel van waren.

Partij van de Toekomst 1: Participatie & Partijdemocratie

De concept versie van het nieuwe beginselprogramma is uit. Op planeetgroenlinks, normaal een goede graadmeter voor het debat binnen de partij, is het ijzig stil.  Een aantal landelijke kranten heeft wel gereageerd. Trouw was opvallend negatief, De Telegraaf was veel positiever. Maar zij schreven allemaal over macht, maar volgens Henk Nijhof en Femke Halsema is GroenLinks een ideeenpartijen op zoek naar macht. Daarom wil ik in een aantal blogs iets zeggen over de idealen van GroenLinks zoals vastgelegd in het nieuwe beginselprogramma: over participatie en de partijdemocratie, over internationale solidariteit en samenwerking, over solidariteit en vrijheid, over milieu en moralisme en over de structuur en de opbouw van het stuk.

Maar, ik zie je denken: "Simon, je zat toch in de subpanel dat de discussie over beginselen begeleidde?" Zoals ik al eerder schreef is de rol van het subpanel al snel gereduceerd op het commentaar geven op een  concept-versie. Ik zag het eindstuk, dat sterk van het eerste concept-verschilde, vrijdag voor het eerst.

Ik wil eerst "de democratie" zowel binnen als buiten GroenLinks bespreken. Er is naar mijn mening te weinig over democratie is gesproken binnen de partij.

Het huidige concept-beginselprogramma stelt nu, waar het gaat om de democratie, twee idealen centraal: de (democratische) rechtsstaat, waar burgers door grondrechten beschermd zijn tegen de overheid, en radicale democratisering, waar burgers zelf richting geven aan de samenleving. Wat GroenLinks wil is dat burgers zelf betrokken worden bij de samenleving; dat mensen participeren in hun de wijk of gemeente. De overheid moet zich vervolgens niet te veel de levens van mensen gaan bemoeien.

Ik vind dit een vrij simplistische opvatting van de democratie. De jaren ’70 lijken voor GroenLinks niet te zijn opgehouden: zowel het wantrouwen voor een autoritaire overheid, als de wil om de samenleving te democratiseren, zijn regelrecht afkomstig van de democratiseringsbeweging. Waar op het gebied van vrede, solidariteit en diversiteit het denken van GroenLinks niet heeft stil gestaan lijkt dat hier wel. Het nieuwe beginselprogramma herhaalt de mantra’s van radicale democratisering.

Ik geloof niet zo in de schoonheid van participatie. Op een bepaald
moment zullen de meeste mensen nuttigere dingen gaan doen dan participeren in
democratische besluitvorming: werken, een mooie wandeling maken, eten koken. Dan blijft er een beperkte groep over die
de koers bepaalt. De ijzeren wet van de oligarchie is juist bewaarheid door het falen van de studentenbeweging van de jaren ’70 en de omvorming van basisdemocratische partijen tot normale partijen.

De tegenstelling tussen enerzijds de overheid beperken, en anderzijds burgers meer invloed geven wordt  ook niet gezien. Wat moet progressieve politiek doen als blijkt dat burger in meerderheid een sterke man/vrouw aan het roer willen of de doodstraf willen invoeren? De opkomst van het populisme, en de cynische, wantrouwende kiezer wordt door het nieuwe beginselprogramma niet gezien.

De cruciale vraag voor democratie na de jaren ’70 en Fortuyn, is dan ook niet "wie moet regeren?". Het volk (in het GroenLinks ideaal) of de sterke man (zoals TON en de PVV dat willen)? De cruciale vraag is hoe we voorkomen dat, als degenen die regeren incompetent zijn, het land naar de afgrond gaat. Popper stelde deze vraag overigens al in de jaren ’40, toen de radicale democraten (toen de socialisten) en de populisten (toen de Nationaal-Socialisten) nog oneindig veel extremer waren.

Daarom heb ik meer vertrouwen in de rechtsstaat dan het participatie ideaal. De rechtsstaat krijgt maar weinig aandacht in het nieuwe beginselprogramma. De overheid moet beperkt worden door grondrechten. Prachtig, maar hoe gaan we daarvoor zorgen? De Founding Fathers van de Verenigde Staten hadden daar een heldere visie op: checks & balances. Je moet de overheid niet alleen maar beperken door grondrechten, maar deze grondrechten ook bij de rechter afdwingbaar maken door middel van rechterlijke toetsing van wetten aan grondrechten. Daarnaast moet je de wetgevende macht en de uitvoerende macht van elkaar scheiden en het parlement de middelen geven om het kabinet echt te controleren. De Amerikanen konden in het grote land ook nog door middel van federalisme de overheidsmacht beperken door de federatie en de staten tegen elkaar uit te spelen.

Participatie biedt geen bescherming tegen populisme en dreigt ten prooi te vallen aan oligarchisering. Liberale democratie, zoals Popper en Publius verdedigden beperkt het gevaar van oligarchisering door scheiding der machten, en beschermt grondrechten echt tegenover populisme.

Dezelfde visie ademt in het programma ook door waar het gaat om de partijdemocratie: geen wantrouwen, maar vertrouwen; niet tegenwerken, maar meedoen. En debat, veel debat! Iedereen moet mee kunnen praten, of je nu lid bent of niet. Het stuk herhaalt weer de nadruk op participatie niet op controle. Wat nu als we een incompetent partijbestuur hebben, of een gesloten fractie? Als er geen controle en verantwoording is, kun je zoveel praten als je wilt, maar zal het nooit wat veranderen.

Het meest erger ik me aan het "opheffen" van het lidmaatschap. Dat doet er in de nieuwe visie niet meer toe of je lid bent of niet. Aan wie leggen onze bestuurders en politici dan verantwoording af? Wie voorkomt dat incompetente, gesloten politici fouten maken? Dit is een typische manier van een partijtop om over het partijkader heen te stappen, en direct te appeleren aan de burgers. Hiermee bevrijden zij zichzelf van de knellende en vervelende controle structuren van de partij. Zolang partijleiders zelf kunnen kiezen naar welke burger ze wel luisteren en naar welk partijlid niet, vind ik dit een naief participatie ideaal en mis ik echte checks & balances.