Liberaler dan de liberalen, socialer dan de socialisten

Inti stelde mij een opmerkelijke vraag: jij zou toch blij moeten zijn met de overwinning van Krities GroenLinks? Jij hebt toch samengewerkt met Leo? En jij staat toch ver links van Bart?

Over mijn positie kan geen twijfel zijn: ik beschouw mij zelf als heel links en heel liberaal. In de woorden van de Vlaamse Partij VIVANT: ik ben liberaler dan de liberalen en socialer dan de socialisten. Ik heb op dit weblog regelmatig geschreven over mijn eigen visie, die een nadruk legt op neutraliteit ten opzichte van het goede leven als uiting van vrijheid en gelijkheid.

Dat houdt echter niet in dat ik niet samenwerk met mensen die op dezelfde thema’s bezig waren in het beginselenpanel. Ja, ik heb met oude socialisten als Leo Platvoet en Alfred Kleinknecht samengewerkt, we need to reach across the isle. Overigens hebben ik en Leo alleen maar mee gewerkt aan input voor het debatstuk, op dit concept-beginselprogramma heb ik alleen maar voortdurende kritiek gehad, met name dat het te wollig was en bepaalde thema’s niet noemde. 

Wat mij van Krities GroenLinks onderscheidt is ook niet onze positie op de as links-rechts, maar op een as tussen oud links en nieuw links. Tussen links dat hecht aan dierenrechten en Europese samenwerking, en links dat kernenergie ziet als voornaamste milieuvraagstuk en kernbewapening het voornaamste vraagstuk op het buitenlands gebied. Tussen links dat de verzorgingsstaat wil hervormen om meer mensen meer kansen te bieden op zelfontplooing en links dat de verzorgingsstaat wil behouden om de rechten van bepaalde groepen te verzekeren. Voor links dat de nadruk legt op naieve jaren ’70-achtige idealen van participatieve democratie en links dat inziet dat in onze liberale democratie we juist de rechtsstaat moeten versterken.

Ik ben dan ook altijd een voorstander geweest van Halsema’s pleidooi om GroenLinkse politiek te laten inspireren op het liberale gedachtegoed, om een nadruk te leggen op individuele zelfontplooing, op de rechtsstaat en op het vernieuwen van de verzorgingsstaat. In die zin valt het nieuwe beginselprogramma mij tegen omdat juist op die punten nu al compromissen zijn gesloten.

Normaal is een nieuw beginselprogramma een afsluiting van een proces van ideologische verandering binnen een partij. Maar voor GroenLinks is het nieuwe beginselprogramma het afsluiten van de deur naar vernieuwende, vooruitstrevende politiek geweest. Er klinkt weinig in door van de nieuwe koers die onder Halsema is ingezet.

Overigens: ik weet niet of ik linkser ben dan Bart Snels. Hij noemt zich wel een links-liberaal, maar hij legt in debatten vaak de nadruk oo bepaalde liberale instrumenten (marktwerking, flexibilisering), terwijl het mij draait om liberale waarden.

P.S. Johan, uiteraard zat er een hint van ironie in mijn vorige blog, maar een grap is vaak leuk omdat het een kern van waarheid bevat.

Victory

"Eigenlijk hebben we gewoon gewonnen", zei de Krities GroenLinkse deelgemeentewethouder trots: vrijheid eerlijk delen was al op het congres in 2006 van de baan, waar het ging om het ontslagrecht, het beperken van de macht van de vakbonden, had Krities GroenLinks nog voor haar ontstaan een grote overwinning geboekt. Maar de hele nieuwe liberale koers is tot een grinding halt gekomen: niemand binnen GroenLinks durft het woord "liberalisme" nog in zijn mond te nemen.

Eigenlijk had hij gelijk. Zelfs het nieuwe beginselprogramma is geschreven vanuit een defensieve positie voor vrijzinnig linkse mensen. De macht van Krities GroenLinks is zo groot dat er geen enkele vooruitstrevend, vrijzinnig standpunt is genomen in het beginselprogramma. Het concept is een compromis tekst, volgens Jos van der Lans. Dat is het zeker: de inzet van het debat van de liberale GroenLinkse penvoerder, Bart Snels, is al een compromis met de oud linkse vleugel.

Maar zelfs de top van de partij is overgenomen. Halsema ooit de liberaal der liberalen, ooit de koningin van de vrijzinnigheid, ooit de Isaiah Berlin-citerende kampioen van de vrijheid, heeft in elk geval in de ogen van de Kritiese GroenLinkser een zwenking richting de oud-linkse/neo-marxistische gedachten over de consumptiecultuur van het late kapitalisme gemaakt met haar recente pleidooi tegen hyperconsumptie.

Nee, voor echte progressieven, voor overtuigde liberalen, voor mensen die geloven dat linkse en vrijzinnige politiek hand in hand kunnen gaan, komt er een koude, kille, winter van oud-linkse dominantie. Misschien dat ik mijn huis kan stoken met wat van die concept-beginselprogramma’s … 

Reshuffle

Eigenlijk zijn de Nederlandse ministeries raar georganiseerd. Waarom is het Verkeer en Waterstaat, wat doet Natuurbeheer tussen Landbouw en Voedselveiligheid, waarom gaat de minister van OCW over emancipatie? Tijd voor een reshuffle van de kabinetsposten.

  • Het ministerie van Algemene Zaken. Puntloze toplaag. In mijn ideale kabinet zou de post van minister-president toch roteren, Dan kunnen de taken van dit ministerie (communicatie en coordinatie) onder gebracht kunnen worden bij BiZa
  • Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ik zou hier de politie en AIVD component uit halen omdat onder te brengen bij Justitie. De rest van de portefeuille (ambtenaren, grondwet en lagere overheden) samenvoegen met het ministerie van algemene zaken tot het ministerie van Binnenlandse Zaken.
  • Het ministerie van Justitie. Mijn voorstel zou zijn om alle portefeuilles die gaan om het gebruik van geweld op het eigen grondgebied (justitie, politie, sancties, veiligheidsdienst, douane, migratiedienst) onder te brengen in een ministerie, dat komt de verantwoording hiervan ten goede.
  • Het ministerie van Buitenlandse Zaken. Heldere samenhangende portefeuille. Niets aan doen.
  • Het ministerie van Defensie. Ik zou graag het gebruik van geweld op andermans’ grondgebied in een onafhankelijke ministerspost willen houden, dat zo goed verantwoording af kan leggen. Daarom blijf ik voorstander van een ministerie van defensie, zelfs als die in vergelijking minder zwaar lijk.
  • Het ministerie van Financiën. Heldere samenhangende portefeuille. Niets aan doen.
  • Het ministerie van Economische Zaken. Klein ministerie waar ik in principe energie uit zou willen halen om dat bij verkeer onder te brengen. Gelukkig krijgen ze landbouw terug. Daarnaast zou het zich meer bezig moeten houden met consumentenzaken, om zo een ministerie te worden voor internationale handel, consumentenbelangen en regionale ontwikkeling.
  • Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Goede portefeuille, waar ik alleen maar "integratie" aan toe zou willen voegen, dat tot nu toe bij justitie, binnenlandse zaken en VROM zijn plaats heeft gezocht. Integratie gaat er om dat mensen van verschillende afkomsten leren samen te werken en gelijke kansen hebben.
  • Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ik heb die aparte "sport"-portefeuille altijd een beetje overdreven gevonden, daarnaast is het in deze tijd van vergrijzing ook goed om meer aandacht te besteden aan zorg, die niet altijd hoeft te gaan om gezondheid, denk maar aan de thuiszorg. Daarom: het ministerie van Gezondheid, Zorg en Welzijn.
  • Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Heb ik altijd een mooie portefeuille gevonden, maar dan moet je het wel hierbij houden en niet allerlei toeters en bellen er aan toevoegen, meneer Plasterk.
  • Het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Verkeer en waterstaat is een klassieke combinatie. Maar is het niet veel logischer om waterstaat (dat sterk samenhangt met ruimtelijke ordening) onder te brengen bij Ruimtelijke Ordening en Milieu? Je zou dan een ministerie van Huisvesting, Verkeer en Energie kunnen maken dat over die economische sectoren gaan die 1) een sterke verbinding hebben met milieu/klimaat, 2) een sterke ruimtelijke component hebben en 3) allemaal draaien om het bouwen van infrastructuur c.q. gebouwen.
  • Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu. Ruimtelijke ordening is ons kleine land zeker nodig, maar de vraag is of die portefeuille samen met volkshuisvesting en milieu moet. Waarom halen we volkshuisvesting niet weg (om onder te brengen bij Huisvesting, Verkeer en Energie), dan blijft een veel groener ministerie over dat naast over Ruimtelijke Ordening en Milieu ook over Waterstaat en Natuurbeheer zou moeten gaan.
  • Het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselveiligheid. Alles goed en wel maar een onafhankelijk ministerie van Landbouw is niet meer van deze tijd. De Europese Commissie beheert een groot deel van landbouw portefeuille any way. Daarnaast is de samenhang tussen de portefeuilles landbouw en natuurbeheer zwak. Laten we daarom dit ministerie maar op heffen en de portefeuilles landbouw/voedselveiligheid onder brengen bij Economische Zaken en de portefeuilles natuurbeheer bij Ruimtelijke Ordening & Milieu.

Dan zijn de ministeries in mooie symmetrische relaties georganiseerd. Een sociaal-economische driehoek van financien, sociale zaken en economische zaken, daarnaast een driehoek van de ministeries die zich bezig houden met de kern van de publieke sector (sociale zaken, gezondheid en onderwijs) en een driehoek van de ministeries die zich bezig houden met ruimtelijke/milieu zaken (economische zaken, milieu en verkeer). Dan zijn er ten slotte nog twee paren die allebei gaan internationale en nationale politiek. Deze twee paren vallen beide uiteen in organisatie (buitenlandse zaken/binnenlandse zaken) en het gebruik van geweld (defensie/justitie)

Moraliserende elitepartij

Ik sprak laatst een GroenLinkser die vond dat GroenLinks een nieuwe elite moest vormen die een nieuwe moraal moest opleggen aan de rest van Nederland. Ze ergde zich aan het consumentisme dat het milieu in gevaar brengt, de publieke sector verzwakt en de samenleving verhardt. Iedereen wilt steeds meer en houdt geen rekening meer met anderen. Er moest in haar ogen een nieuwe elite komen die een nieuwe niet-consumentistische moraal aan iedereen op legt. Haar inspiratie voor deze "innovatieve" aanvliegroute voor GroenLinkse politiek kwam van twee kanten: het conservatieve denken van Bart-Jan Spruyt en het imago dat GroenLinks heeft namelijk als moraliserende elite partij.

Ergens voelt het als iemand die op de Partij voor de Dieren stemt omdat zij als fundamentalistische christen zich verbonden voelt met het homo-hatende zevende dagsadventisme dat de partij "uitdraagt". Iemand die voor een partij kiest vanwege het imago dat door critici wordt gekoesterd. In de ogen van SP’ers is GroenLinks maar een elite partij en voor de VVD en D66 zijn onze oplossingen te moralistisch. Maar wij zelf willen toch juist van het opgeheven vingertje en de grachtengordel imago af?

Voor mij gaat de stelling dat GroenLinks als elite partij de leiding moet nemen in het ontdekken van een nieuwe moraal tegen al mijn GroenLinkse intuities in. Een elite die wat dan ook aan de massa op gaat leggen gaat recht in tegen waarden als gelijkheid die wij als GroenLinksers zo koesteren. Politiek die onderscheid maakt tussen een leidende elite groep en volgzame massa dat gaat recht in tegen de democratie die wij koesteren.

Over moralisme wordt een een fel debat gevoerd binnen GroenLinks. Maar aan beide kanten van de tegenstelling tussen moralisten en liberalen pleit niemand voor het opleggen van een bepaalde monolithische moraal. Evelien Tonkens, bekend als critica van de vrijzinnige koers pleit voor een beschavingsoffensief dat door ironie en zelfreflectie mildheid over morele standaarden en onderling respect koestert. Dick Pels is een voorstander van een vrijzinnig moralisme, dat probeert mensen te herinneren aan hun eigen moraal in plaats van een nieuwe moraal aan hen op te leggen. Femke Halsema probeert juist niet te moraliseren in haar nieuwe boek. Jos van der Lans die al jaren pleit voor meer paternalisme door hulpverleners meent dat dit kan zonder de morele beladenheid van de jaren ’50.

GroenLinks als "moraliserende elitepartij" is dus geen innovatieve aanvliegroute voor GroenLinkse politiek maar een aanvliegroute weg van alles waar GroenLinks voor staat.
 

Kaartspelletjes

De New York Times heeft een interessant speeltje op zijn site: een interactieve electorale kaart van de Amerikaanse verkiezingen, waarbij je zelf een eigen electoral college kan vormen. In het Amerikaanse verkiezingsstelsel waarbij het gaat om het winnen van staten is electorale geografie heel belangrijk. Bijvoorbeeld de home states van de presidentskandidaten zullen bijna nooit naar een andere partij over gaan. Maar ook de staten waarin ze de eerste primaries hebben gewonnen behoren ook tot hun kollommen, omdat ze daar zich sterk georganiseerd hebben. Daarom doet Obama het goed in de rurale staat Iowa en McCain in de Eastcoast staat New Hampshire.

Maar zo’n kaart is ook leuk om de dynamiek van de verkiezingen mee te analyseren. Bijvoorbeeld: je ziet in 2008 twee clusters battleground states: in het Zuiden zijn de staten New Mexico, Colorado, Florida, en Nevada up for grabs, alle vier staten met veel Latino’s; en in het Noorden zijn Minnesota, Michigan, Ohio, en Virginia toss up states, alle vier staten met veel werknemers in verzwakkende industriele sectoren.

De twee clusters zijn met name interessant om de strategie die de ene groep staten aan je bindt, de andere groep staten afstoot. Wil je Latino’s aan je binden moet je meer doen om de grenzen te openen voor migranten uit Zuidelijk Amerika en illegale migranten legaliseren. Wil je arbeiders in zwakke industriele sectoren aan je bieden moet je beloven protectionistisch beleid te voeren en hard op te treden tegen illegale migratie. Je kan niet beide kanten tevreden houden.

Het interessante aan deze kaart is dat omdat Obama net van iets meer stemmen zeker kan zijn dan McCain hij een grotere kans heeft om te winnen. Hij hoeft namelijk maar een van deze twee clusters te overtuigen. Hij heeft genoeg aan of de Noordelijke industriele staten dan wel de de Zuidelijke migrantenstaten om te winnen. John McCain heeft beiden nodig of moet in elk geval in beide gebieden door dringen.

Maar dat houdt niet in dat deze verkiezingen niet cruciaal zijn. De keuze van de Democraten zal de dynamiek van de Amerikaanse verkiezingen voor lange tijd kunnen beinvloeden. Stel de Democraten binden met name de Latino’s aan zich. Dat houdt in dat ook andere staten met veel Latino’s naar ze toe zouden kunnen komen: Arizona bijvoorbeeld (nu Republikeins want McCain’s thuisstaat) of Texas (heel misschien). Daarvoor zouden ze dan alleen een aantal traditioneel blauwe staten op moeten geven: Pennsylvania misschien, Wisconsin of zelfs misschien wel Illinois (nu Democratisch en Obama’s thuisstaat). Dat levert een veel meer Republikeins beeld voor de lange termijn op.

Als de Democraten zich richten op hun traditionele thuisbasis: de industriele arbeiders in zwakke sectoren en daarmee zich afsluiten voor Latino’s zullen ze het zuiden juist aan de Republikeinen laten. Maar dan niet alleen New Mexico en Arizona, maar een staat als California, met een heel grote Latino bevolking zou plotseling ook voor de Republikeinen interessant kunnen worden. En ook die situatie is interessant voor Republikeien want California is erg groot.

Nee, met zo’n kaartje voel ik me heel wat. Ik vraag me af of ze geen ruimte hebben als Junior Political Analyst bij CNN.

Mee of Tegen-Oppositie voeren

Halsema’s speech bij de algemene beschouwingen kwam net langs op politiek24. De rol van GroenLinks als oppositiepartij tegen een kabinet met de PvdA lijkt meer op de rol van een charmante verleider dan een rigide tegenmacht. Dus wees Halsema Bos op zijn dit jaar niet waar gemaakte beloften over werkgelegenheid, over kinderopvang, over een betaalbare AOW en over het bestrijden van de klimaatverandering. Door alternatieven te bieden, te verleiden, probeert GroenLinks uiteindelijk de PvdA er van te overtuigen om het eigen sociaal-democratische programma uit te voeren.

Dit verschilt sterk van de oppositie die Wilders of Thieme voeren. In hun ogen kan het kabinet niets goed doen. Volgens de rechtse populist Wilders is dit "flutkabinet" dat staat voor "waanzinnige klimaathysterie". Volgens groene getuigenispolitica Thieme is dit een egoistisch kabinet dat juist te weinig doet voor het klimaat, het milieu en de dieren. Ze roepen hard dat het niet goed zit, maar verleiden de PvdA niet hun groene c.q. rechtse beleid uit te voeren. Iedere stapje dat het kabinet doet voor klimaatbeleid, veiligheid, dierenwelzijn en integratie wordt door de tegenpartijen als te weinig af gedaan.

GroenLinks voert oppositie om iets te bereiken. Ze doet voorstellen in de hoop dat de PvdA net een klein beetje harder loopt voor de progressieve, sociale en groene idealen die wij delen. De Partij voor de Vrijheid en de Dieren voeren oppositie voor de buehne. Hard roepen dat het niet goed gaat om zo de publieke opinie een verkeerd beeld te geven van dit kabinet dat het toch eigenlijk allemaal wel goed bedoelt. De PvdD & V krijgen zo waarschijnlijk bij de volgende verkiezingen meer zetels ten koste van de PvdA, GroenLinks krijgt nu iets gedaan dank zij die zelfde PvdA.

Ik ga liever duurzaam met de sociaal-democratie om. Spaar Bos, biedt alternatieven.

P.S. Nog even een kleine opmerking over D66. Bij het vaderverlof, een uitermate bescheiden voorstel van GroenLinks, voert Pechtold het hoogste woord over de verhoging van de kosten voor werkgevers. Je krijgt toch het gevoel dat de "sociaal-"liberalen het uitvoerend committee van de werkgevers zijn. Erik wees me er terecht op: als de Nederlandse werkgevers een uitvoerend committee nodig hadden, dan zouden ze dat wel minder amateuristisch organiseren. 

Smurfenpolitiek en de Wizard of Oz

We weten allemaal dat de Smurfen een uitermate politieke strip is. Niet alleen omdat een kleine smurf in het rood met een baard een vreedzame, harmonieuze commune leidt waarin "iedereen werkt naar vermogen en krijgt naar behoefte". Communisme dus met Grote Smurf als Marx. Maar juist ook omdat  sommige smurfen strips geniale satire bevatten op de politieke situatie in Belgie in de jaren ’70. In Schtroumpf vert et vert Schtroumpf (vertaald als "Smurfe Koppen en Koppige Smurfen") neemt Peyo de taalstrijd in Belgie op de hak. Het smurfen dorp raakt verdeeld tussen een groep die voor "aardbeienyogurth" "smurfenyogurth" zegt en een groep die "aardbeiensmurf" zegt. Het komt tot een gewapend conflict in het ooit zo harmonieuze smurfen dorpje.

Wat ik niet wist is dat de Wizard of Oz een satire is op de politiek situatie van de Verenigde Staten rond 1890. Dorothy (de naam van toen nog presidential hopeful The-o-dore Roosevelt om gedraaid) smeedt een coalitie van de Scarecrow (de boeren), de Tinman (de arbeiders) en de leeuw (de politiek) om de munchkins (de kleine luyden) te bevrijden van de overheersing van de Tovenaars en Heksen. Dorothy gaat de strijd aan door met haar zilveren schoenen over een gouden weg te lopen. Dat is een verwijzing naar een belangrijk politieke stroming uit die tijd: het bimetalisme, die voorstelde om de dollar te koppelen aan zowel de prijs van goud als van zilver. (Dit overigens om door inflatie de schulden van boeren te verminderen). Dorothy bindt de strijd aan met de Wizard of Oz, een vaak gebruikte afkorting voor ounce, waarin je het gewicht van goud en silver uitdrukt.

En ik maar denken dat de all-male samenleving van de smurfen en die vrolijke musical iets te maken hadden met homo-emancipatie.

4

Ja, dames en heren 4 computers staan er nou op mijn bureau of beter gezegd mijn meubel formerly known as eetkamertafel. Mijn nieuwe iMac, met het kleinste beeldscherm dat ze hadden (groter dan mijn televisie dus) mijn oude iMac, die in vergelijking met de nieuwe een soort schattig overblijfsel uit de jaren ’80 lijkt en tegenover mij aan de tafel Erik’s huidige PC en zijn oude waar we nog een en ander vanaf moeten halen.

Het voelt al met al wel een beetje decadent, 4 computers waaronder een gloed nieuwe, bloed mooie iMac. Maar het was wel nodig. Mijn oude iMac werd uitermate traag, had nauwelijks ruimte over op zijn harde schijf, kon van alles niet aan. Daarnaast had om dubieuze redenen de helft van mijn toetsenbord het opgegeven. Piecemeal engineering was zinloos gebleken, dus moesten er radicale maatregelen genomen worden.

Nee, dat gaat onze energie rekening geen goed doen, alhoewel we uiteindelijk maar twee computers willen laten staan. Maar dat maakt toch niet uit: we hebben groene stroom.

The Political Status of Blogs

Morgen partijraad, de stukken gister pas gekregen. Een opvallend stuk deze keer is van de fractie over de Duyvendak kwestie. Zonder in te gaan op de inhoud van dit stuk met een semi-vertrouwelijke status, viel me een ding op. Er werd voortdurend gerefereerd aan Femke Halsema’s persoonlijke weblog.

Laat ik eerst opmerken dat Halsema’s weblog zeer waardeer. Zij is een van de weinige GroenLinks politici in Den Haag die regelmatig dit medium gebruik maken. Voor ons GroenLinksers is het heel mooi om zo op de hoogte te kunnen blijven van wat Halsema binnen en buiten de Kamer doet, maar ook van wat ze nu leest en wat haar mening is over de Amerikaanse verkiezingen. Daarnaast wisselt Halsema heldere analyses af met korte berichten en filmpjes. Veel beter dan die lange betogen van mij. Het blog geeft een beeld van een gepassioneerde, idealistische politica met een oog voor de wereld buiten de dijken, in-tune met de laatste hypes op het internet, de beste politieke blogs en de hipste pop muziek.

Maar de vraag rijst: wat is de formele status van Halsema’s blog? Is de mening die Halsema op haar blog geeft de partijlijn? Geeft dit weer wat GroenLinks vindt? Moet ik als partijraadslid het blog goed bij houden omdat hier de lijn van de partij wordt uitgezet? In dat geval is het legitiem om in partijraadsstukken zo uitvoerig in te gaan op Halsema’s blogs over Duyvendak’s aftreden. Hier spreekt de fractieleider als fractieleider over de beslissingen van de fractie.

Maar hoe zit het dan met de rest van de inhoud van het blog? Is het partijlijn dat George Clooney single moet blijven? Wenste Halsema ons als mens een mooie zomer of als partijleider? Is het partijlijn om filmpjes met dubieuze copyright status van youtube te gebruiken?

Overigens ironisch genoeg: Is dat niet de wet breken met een politiek doeleinde? En heeft Halsema niet juist de lijn uit gezet dat GroenLinks als politieke partij de wet niet mag breken?

WikiPuzzle

Ik kwam gister op een mooie puzzel: ik kwam de GroenLinks lijst voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1989 tegen, terwijl ik onderzoek deed naar het Nederlandse kiesstelsel. Eerder kon ik alleen maar op basis van stukken, zoals Leo´s onderhandeldagboek, de lijst bijelkaar puzzelen. Ik was tot plaats 11 gekomen. Nu kon ik de lijst met alle 30 plekken op wikipedia zetten. Op dat lijstje wou ik ook graag aan geven hoe de partijen onderling de plekken op de lijst hadden verdeeld tussen onafhankelijken, radikalen, communisten, pacifistisch-socialisten en evangelischen.

Voor sommigen mensen was het bepalen van de achtergrond makkelijk: van mensen als Marijke Vos (#23), Maarten van Poelgeest (#14) en Rudi van Dantzig (#27) wist ik dat ze onafhankelijke waren. Ik had al eerder naar de achtergrond van Singh Varma (# 13, CPN), Leo Platvoet (#19, PSP), Wim de Boer (#12, PPR) en Bob van Schijndel (#16, PSP) gekeken. Met google en de rest van de namen van de rest van de namen heb ik stukje voor je stukje de lijst geconstrueerd. Van 27 van de 30 kandidaten weet ik nu de partijachtergrond.

Op de lijst met 30 plaatsen stonden ten minste 6 onafhankelijken, 7 CPN´ers, 6 PSP´ers, 7 PPR´ers en 1 EVP´er. Van drie mensen weet ik de partijachtergrond nog niet. Het zou heel logisch zijn als die drie verdeeld zouden zijn tussen onafhankelijken, de PSP en de EVP. Dan zou het 7-7-7-2 worden. Kijk dan zou ik op basis en hun plaats op de lijst de partij van de overige drie kunnen bepalen. De lijst heeft een simpele volgorde, met name aan het einde van de lijst: een onafhankelijke en dan in willekeurige volgorde CPN, PSP en PPR. Dat betekent dat #26 Annelies Schutte lid moet zijn geweest van de PSP. Zij staat namelijk na een CPN´er en PPR´er, vlak voor een onafhankelijke. Voor #21 Anneke de Jong en #22 Miny Wolterink is het lastiger omdat ze zo vlak naast elkaar staan. Miny Wolterink was bekend als activiste voor mensen op het sociale minimum en dus een waarschijnlijke kandidaat als prominente onafhankelijke. Dat laat De Jong over als EVP´er.

De volgorde gaat min of meer van blokjes van vier (dus onafh., PPR, CPN, PSP). Op een aantal plekken is die logica doorbroken: voor plaats 1 t/m 3 staat er geen onafhankelijken. Er wou geen onafhankelijke lijsttrekker worden. Een van de mogelijke kandidaten daarvoor was indertijd: Jacqueline Cramer. Bij plaats 4 t/m 8 staat er plotseling twee PPR´ers in een blok. Dat is logisch omdat het verkiesbare plekken zijn en de PPR er van alle partijen het best voor stond. bij plaats 9 t/m  13 staat er een EVP´ers tussen. Plaats 18 t/m 22 staan er plotseling 2 onafhankelijken, een EVP´er maar geen PPR´er. Hier heeft de PPR waarschijnlijk in moeten gegeven, voor haar voordelige positie aan de kop van de lijst (lijsttrekker en drie kandidaten bij de eerste 8).