The Fountain of Confusion

Er is veel kunst die ik niet begrijp: muziek van Radiohead bijvoorbeeld of Björk. Zo ook The Fountain van Darren Aronofsky.

The Fountain stond al lang op mijn must see list. Ik was erg onder de indruk van Aronofsky’s eerdere films Pi en van Requiem for a Dream. Prachtige films die diepgraven in bepaalde psychologische fenomenen, in het geval van Pi de gekte van genialiteit en in het geval Requiem verslaving. Dat waren films die onder je huid kropen.

Zo niet The Fountain. Deze film beschrijft parallel hoe drie keer een Thom zich inzet om een Isabelle het eeuwige leven te geven. In 1500 is Tomas een conquistador die voor Isabella van Spanje de Boom van het Leven zoekt. In 2000 probeert Tommy, een arts, het leven te redden van Izzy, zijn zieke vrouw. In 2500 reist Tom, een astronaut, naar een verre sterrennevel om daar een boom tot leven te wekken.

De drie verhalen zijn sterk verweven. Zo vindt Tommy dezelfde magische levensgevende boom die Tomas vond en is dit dezelfde boom die Tom naar de nevel brengt. De Izzy uit 2000 schrijft een boek over Isabella en Tomas in 1500 en wijst Tommy op de sterrennevel waar hij naar toe zal reizen in 2500. In 1500 geeft Tomas zijn leven voor Isabella maar kan haar de boom van het leven niet brengen. In 2000 sterft Izzy voor Tommy een medicijn voor haar kan uitvinden. En in 2500 geeft Tom zijn leven om de boom van het leven te redden, achtervolgd door herinneringen van Izzy. Dezelfde kleuren, symbolen en achtergrondverhalen keren voortdurend terug.

Dat klinkt allemaal, zo samen gevat, als een begrijpelijk verhaal. In zo’n samenvatting zijn natuurlijk alle onvolslagen onnavolgbare delen er uit gelaten, deze zijn immers niet navertelbaar: bv aan het einde van de film worden twee van de drie verhalen op onbegrijpelijke wijze aan elkaar verbonden. Ongeveer even begrijpelijk als het einde van 2001 A Space Odyssey.  Belangrijker nog: alle emotionele verhaallijnen ten spijt kwam deze film niet onder je huid. Ik kreeg geen sympathie voor de karakters, deels omdat ik niet precies kon volgen waar ze mee bezig waren, deels omdat de film te veel in medias res begint, deels omdat er snel gewisseld wordt tussen verhaallijnen.

Maar misschien valt de film me gewoon tegen omdat ik verwacht werd weg geblazen te worden door een overweldigende trip in een rare geestelijke toestand zoals in Pi en Requiem. Die films laten je na twee uur achter met een beklemmend gevoel achter. Nu was ik na 2 uur blij dat die onzin eindelijk was afgelopen.

Regressieve belastingteruggave!

Oud nieuws overigens CDA is voor vlaktax, zo 2001. De reden echter dat het nu in het nieuws komt is wel erg pervers. Het CDA pleit nu voor een vlaktax omdat dat de hypotheekrente aftrek uit de inkomenspolitiek haalt, zo stellen ze zelf. Ik wil hier kort toe lichten waarom deze opzet voor de hypotheekrenteaftrek niet rechtvaardig is.

Vlaktax en hypotheek rente aftrek
Het wetenschappelijk bureau van het CDA market de vlaktax in een recente publicatie over de woningmarkt. Daarin stellen ze dat de hypotheekrenteaftrek uit de inkomenspolitieke sfeer moet worden gehaald. Het CDA lijkt te denken dat als de hypotheekrente aftrek geen middel meer is voor inkomenspolitiek getrokken is, hij bestan ist tegen de kritiek van de linkse partijen.

Nu is de teruggave van de hypotheek rente uitermate onrechtvaardig verdeeld. De allerrijksten krijgen de belasting die ze over hun hypotheekrente hebben betaald terug. En omdat zij het hoogste percentage belastingen betalen krijgen ze ook het meest terug. De linkse partijen stellen dat het niet de bedoeling is om mensen die al veel geld hebben, veel geld van de overheid terug te geven. Immers in Rawlsiaanse zin is het de bedoeling dat door overheidsbeleid de minst bevoordeelden er het meest op vooruit gaan, en niet dat bestaande ongelijkheden versterkt worden.

Het CDA stelt voort om een percentage inkomensbelasting in te voeren. Dat heeft in dit geval als voordeel, stellen zij, dat ook de teruggave van de hypotheekrente voor iedereen gelijk is. Immers iedereen krijgt het zelfde percentage terug. Maar dat houdt nog steeds in dat mensen met een duurder huis in absolute zin meer geld terug krijgen van de overheid dan mensen met een minder duur huis. Het valt te verwachten dat mensen met een duurder huis ook een hoger inkomen hebben. Nog steeds krijgen mensen met een hoger inkomen dan dus meer geld van de overheid terug. En worden dus bestaande ongelijkheden in inkomen versterkt.

Laten we er even vanuit gaan dat we een hypotheekrenteaftrek rechtvaardig vinden. Hoe kunnen we deze dan het meest rechtvaardig implenteren? Door de hypotheekrenteaftrek regressief te maken, in plaats van progressief of vlak. Dat is de mensen met het kleinste inkomen mogen het meeste hypotheek rente aftrekken, de mensen met een hoger inkomen steeds minder.

De simpelste manier om je dit voor te stellen (het vereist wel een beetje fantasie) is mensen een "fictioneel" belastingtarief te laten aftrekken. Dat is mensen die het laagste belastingtarief betalen trekken hypotheekrente af alsof ze het hoogste belastingtarief betalen. En vice versa mensen die het hoogste belastingtarief betalen trekken hypotheekrente af alsof ze alleen het laagste belastingtarief betalen.

Dan krijgen dus de mensen die er het minst bedeeld zijn het meest terug. Precies zoals liberalen als Rawls en Dworkin het willen.

GroenLinks Radicalisme

Wat een reacties op mijn quizje! 68% van jullie komt uit de groene PPR. 24% op de linkse PSP en 8% op de emancipatiepartij CPN, Niemand bij de christelijke vredespartij EVP. Niet verwonderlijk stelt David, immers het huidige GroenLinks lijkt verdacht veel op de huidige PPR. Dat lijkt mij ook. Maar we  kunnen het natuurlijk na gaan met die zelfde quiz! Hoe zou het GroenLinks van 2008 in het algemeen op de vragen antwoorden?

  • Belangrijkste ideaal: Ecologische duurzaamheid is het eerste ideaal van het nieuwe beginselprogramma;
  • Belangrijkste probleem: Klimaatverandering (sinds Al Gore);
  • Vrijheid is: "Bevrijding van armoede en achterstelling" volgens Halsema;
  • Gelijkheid is: gelijke kansen "om van een dubbeltje een kwartje te worden" was het niet?
  • Geloof is: persoonlijk en belangrijk voor sommige mensen. Geen religieuze partij maar wel tolerant;
  • Buitenlands beleid draait om: vredesopbouw en conflictpreventie, ten minste dat is de specialisatie van de buitenland woordvoerder;
  • Economisch beleid draait om: het verduurzamen van de economie, ten minste dat is portefeuille van financiele woordvoerder;
  • Milieu beleid draait om: het bewaren van de aarde voor de toekomst;
  • Basisinkomen: Tegen! want werken is goed voor ieder, toch Ineke?
  • Belasting: Omhoog! Zelfs vrijheid eerlijk delen voorzag in allerlei belasting verhogingen
  • EKO-tax: Voor! Vervuiler betaalt enzo
  • Privatisering: Tegen! Het nationaliseren van banken werd met applaus onthaalt
  • Euthanasie: Voor! Misschien is zelfbeschikking niet het enige uitgangspunt belangrijk is het wel
  • Economische Groei: Tegen! Welvaart gaat boven welzijn, toch Femke?
  • NAVO: Erin! Laatste verkiezingsprogramma wou alleen dat EU defensie samenwerking belangrijker werd dan NAVO;
  • PvdA is: een bondgenoot voor progressieve en linkse politiek, bv. lijstverbinding 2004;
  • D66 is: een bondgenoot voor progressieve politiek;
  • SP is: een bondgenoot voor linkse politiek, bv. lijstverbinding 2006;
  • PvdD is: een bondgenoot voor groene politiek, bv. lijstverbinding 2007;
  • Ik voel met het meest verbonden met: Milieubeweging zijn o.a. Wijnand en Marijke actief in geweest;
  • Politiek gaat om: het inzetten van beleidsverandering GroenLinks is al sinds 1999 op zoek naar pluche.

Daar komt PPR uit. Het nieuwe GroenLinks is dus "groen, gematigd, regeringsfähig en cryptoliberaal."

Nog even een kleine statistische noot. Met 25 reacties kan ik wel iets zeggen over de face validity van mijn "meetinstrument". Als je de scores van mensen vergelijkt met de verwachtingen die ze hebben uitgesproken dan zie je dat 84% juist geplaatst is. Dat is eerlijk gezegd een heel aardige score.

Wat stemde jij … 18 jaar geleden?

GroenLinks is achttien jaar. Dus zijn er actieve leden die (bijna) even oud zijn als hun partij. Een van hen, Paul Smeulders, vroeg zich af op welke van de moederpartijen hij zou hebben gestemd.

Daarom en voor iedereen die zich af vraagt wat zij/hij gestemd zou moeten hebben … een Quiz (klik hier om te downloaden in .xls). Met 21 vragen weet jij waar jij had gestaan. Laat me weten wat je scoort en of dat over een komt met wat je verwacht had! Hij is nog "in beta" omdat ik niet zeker weet of het goed werkt.

Om je uitslag te beoordelen:

Kleine "hoe werkt dit?" vul in de .xls een 1 in bij het groene vakje dat overeenkomt met het antwoord op de vraag. Je kan maar een keuze per keer maken.

Process Stories

Het mag nu eindelijk. Pas nu het beginselprogramma er ligt kunnen we zeggen hoe het wel had gemoeten. Ik weet nog steeds niet of het nieuwe beginselprogramma een stap vooruit is ten opzichte van het oude. Ik weet in elk geval zeker dat het beter had gekund. Ik wil hier kort uitleggen wat ik denk dat de cruciale fouten in het proces, hoe dat heeft gereflecteerd op het product en hoe het anders & beter had gekund.

Proces

Vanaf het begin was het proces gedoemd te falen. Diegenen die het proces hadden opgezet hadden schijnbaar nooit nagedacht over hoe je scherpe, consistente en bindende politieke programma’s schrijft. Er zijn vijf cruciale fouten gemaakt:

  • Te veel tijd voor input: Wat het proces parte speelde was de passieve afwachtendheid. Alles was
    gericht op input van de leden, die maar mondjesmaat is binnen
    gedruppeld. Veel van de input ging over beleid en niet over idealen.
    Dat was voor de schrijversgroep een reden om te denken dat er geen
    noodzaak was voor een discussie over principes. Maar als je mensen niet
    uitdaagt om na te denken over idealen dan gebeurt dat ook niet.
  • Te weinig tijd voor schrijven: Terwijl we al sinds de zomer van 2007 bezig waren, mocht er pas in de zomer van 2008 geschreven worden. Ik begrijp van de schrijvers van het Europese Programma dat zij vanaf dag een schreven. Om de juiste toon aan te slaan, de goede selectie te maken en de standpunten scherp te formuleren. Zij hadden een half jaar om te schrijven. De kopgroep had uiteindelijk maar een maand.
  • Te weinig betrokkenheid partijleider: De afwezigheid van Halsema in het proces werd voor Henk Nijhof op het congres geroemd als een toonbeeld van een bottom up proces. Halsema heeft de laatste anderhalf jaar heeft besteed aan het voeren van kwaliteitsoppositie en het schrijven van een boek, dat volgens het NRC veel bepalender is voor ons profiel dan het nieuwe beginselprogramma. Maar als je je politiek leider niet in het proces betrekt, hoe ben je er dan zeker van dat zij ook maar iets met het product doen?
  • Te weinig binding Kritiese elementen: Niet alleen werd de partijtop niet genoeg betrokken in het proces om
    het een bindend document te laten zijn, ook de kritiese vleugel van de
    partij is niet genoeg gebonden aan het proces. Als zij aan de knoppen
    hadden kunnen zitten, was het concept niet uit angst voor Krities
    GroenLinks geschreven, maar met hun vertrouwen.
  • Congres: Ten slotte is er teveel laten neer komen op het congres. Een congres dat geen beslissingen mocht nemen over bepaalde stukken tekst, dat eigenlijk geen beslissingen kon nemen over de vorm en structuur, waar er allerlei alles-of-niets-keuzes
    voor liggen en waar krappe meerderheden hun wil op kunnen leggen. Daardoor lijkt het alsof veel besloten is door het congres, maar veel is door een kleine groep besloten en onafwendbaar gemaakt door het op het congres te laten aan komen

Product

Dit heeft geleid tot, wat ik de vijf cruciale zwaktes van het uiteindelijke programma vind:

  • Het blijft -met name in de omamendeerbare tussen stukken- wollig en vaag. Dat komt omdat er te weinig tijd is geweest om te schrijven.
  • Het is niet compleet en consistent omdat er op het congres uiteindelijk met kleine meerderheden alles-of-niets keuzes zijn gemaakt voor amendementen. Door eerder een concept uit te brengen was dat voorkomen, dan had door feedback leegtes aan gegeven worden en hadden nieuwe standpunten binderder geformuleerd kunnen worden.
  • Het is wanordelijk. Als de keuzes voor de ordening en structuur van het programma waren voorgelegd aan de leden in een concept, waren er meer momenten geweest om de structuur bij te stellen.
  • Het programma had binderder kunnen zijn als kritiese elementen mee hadden kunnen schrijven in plaats van in hun criticus rol te moeten blijven. Angst is een slechte raadgever.
  • Het hele programma zal niets betekenen voor onze koers of ons profiel. Dan had de partijleider betrokken moeten zijn in het proces.

Anders & Beter

Ik zie je denken: hoe dan Jan? Hoe had jij het dan gewild? Mijn ideale proces had er zo uit gezien. Na de commissie van Ojik en misschien zelfs een debat-in-de-tent achtig moment worden Leo Platvoet en Femke Halsema in een huisje op de hei gezet voor een weekend. Met een laptop en de resultaten van de discussie tot dan toe. Ze krijgen een simpele opdracht: schrijf een concept-beginselprogramma. Wat bindt jullie nou als GroenLinksers van de liberale en kritiese persuasion?

Dat stuk, een beetje bijgeschaafd en geordend door een ghostwriter wordt de partij ingezonden. Op het zelfde moment dat het huidige idealen stuk de partij in werd gezonden. Er worden bijeenkomsten georganiseerd door het land heen op basis van dat concept-programma. Een bijeenkomst in Den Haag sluit dat proces af. Van iedereen wordt feedback over het stuk gevraagd, zodat de discussie gefocust wordt op de idealen. Mensen geven aan wat ze missen, wat ze anders zouden willen en wat ze niet nodig vinden. Zo kunnen amendementen worden voorkomen. Het stuk blijft zo scherp en consistent blijven en is toch bindend. Dat is alle feedback kan worden opgenomen (iedereen wordt gehoord) maar toch blijft het programma een sterke interne consistentie houden (want er blijft een penvoerder). Dan pas kan het aangepaste programma naar het congres, waar maar weinig amendenten nodig zijn, omdat allerlei flanken hebben mee geschreven.

Dat had een product opgeleverd dat helder, completer, ordelijker en consistenter was geweest, dat meer had gebonden en meer voor de koers had betekend. 

Halsema’s Hyperconsumptie, Haast en Hufterigheid V: Small Green Pieces of Paper

Femke Halsema legt in haar Geluk! een grote nadruk op inkomensherverdeling om tot een gelukkigere samenleving te komen. Misschien is dit citaat van Douglas Adams het overdenken waard: "This planet has -or rather had- a problem, which was this: most of the people living on it were unhappy for pretty much of the time. Many solutions were suggested for this problem, but most of these were largely concerned with the movement of small green pieces of paper, which was odd because on the whole it wasn’t the small green pieces of paper that were unhappy."

Halsema’s Hyperconsumptie, Haast en Hufterigheid IV: Keeping up with who?

Een van de sociale mechanismes die volgens Halsema onze hyperconsumptie aan drijft is wat "keeping up with the Joneses" genoemd wordt (Halsema, 2008:25): mensen consumeren meer en meer om de consumptie van hun buren bij te houden. Er valt op dit principe een boel af te dingen van uit diep groen en fel roze perspectief.

In haar The Overspent American (1998) schetst Juliet Schor een ander beeld: de hyperconsumptie van der Amerikaan kan worden verklaard door een verandering van de "comparative focus". Waar eerder mensen zich inderdaad vergeleken met de buurman en deze bij wilden houden, vergelijken hedendaagse Amerikanen zich met de "rich en shameless". Om hun status te verbeteren proberen de Amerikanen de gelukkige mensen van reclames en de rijke mensen die getoond worden op televisie bij te houden. Dat verklaart waarom mensen hyperconsumeren: gewone burgers proberen mensen bij te houden die ze niet bij kunnen houden.

Maar eigenlijk zijn zowel keeping up with the joneses als keeping up with the rich and shameless maar beperkte manieren om veranderingen in consumptieve trends uit te leggen. Als ik mijn buurman probeer te overtreffen en hij mij waar halen we dan onze inspiratie vandaan? Waar haalt de rich en shameless hun inspiratie vandaan? Bij de homo’s, zo stelt Cathy Crimmins in haar How the Homosexuals Saved Civilization (2004). Zij stelt de esthetische opvatting van homo’s de Amerikaanse hetero cultuur radicaal heeft beinvloedt. Crimmins ziet de volgende cyclus van trends: homo’s nemen trends die uit de mode raken bij hetero’s over als hun eigen "campy" trends. Hetero’s nemen vervolgens onbewust deze trends over als de laatste mode. Als deze dan weer uit raken begint de cyclus opnieuw. Deze cyclus komt overal terug: homo’s hebben allerlei mode trends geintroduceerd van spijker broeken met witte t-shirts uit de jaren ’80 tot de kaalgeschoren hoofden van de jaren ’00. Maar ook trendy voedsel als quiche en pesto zijn door homo’s aan de hetero wereld geherintroduceerd.

Maar wat heeft dit nou met (hyper)consumptie te maken? Het is te simpel om veranderingen van consumptie te leggen bij hoe buren met elkaar om gaan. Dat verklaart noch de overmatige consumptie noch de trends die we in consumptie patronen zien. Daarvoor moeten we kijken naar de rol van massa media en van celebrity culture, mensen die de Neighbours van TV proberen bij te houden. En naar homo’s. Het interessante is daarbij is dat geen hetero er homosexueel wil uit zien: niemand probeert de homo bij te houden, maar toch doet de hele Amerikaanse samenleving precies dat.

Halsema’s Hyperconsumptie, Haast en Hufterigheid III: Reactie

Mijn eerdere blogs over Halsema’s Geluk! hebben heel wat reacties op geleverd: van binnen en buiten de partij en van de top tot de basis van GroenLinks. Ik wil hier kort even reageren op de reacties, die met name zijn achter gelaten op mijn eerste bericht.

We hebben zo allemaal onze triggers. Ik heb dat bij politici die het over geluk hebben. Halsema en Harmen hebben dat bij Leo Platvoet. Misschien zou minder hyper en haast de discussie verbeteren. 

Wat is nou de reactie van Halsema die gedeeld wordt door Diederik en enige lezers van geencommentaar: ze stellen dat je vrijheid en geluk met elkaar kan verenigen. Het is opmerkelijk dat liberalen als Rawls (waar Halsema een paar jaar geleden nog zo lovend over schreef) denken dat dat niet kan. Mijn kritiek is dat Halsema het utilistische principe niet goed door zet. Als je je commiteert aan het utilisme dan kan je niet een groot punt maken van de paradox van het consumentisme en vervolgens zeggen dat de overheid mensen niet gelukkig kan maken. Dan is er een groter probleem (wereldwijde ongelijke verdeling van geluk) en dan moet de overheid meer mogen. Je verschuilen achter liberale principes, zoals Halsema, lost weinig op. Dat duidt er alleen maar op dat er andere goederen zijn dan geluk. Iets wat ik helemaal deel: daarom zou ik ook nooit een boek schrijven met de titel "geluk" terwijl het stiekem over liberale politiek gaat.

Een kleine P.S. over J.S. Mill, die door velen gezien wordt als een liberale utilist. John Stuart laat in veel van zijn schrijven zien dat het hem om meer gaat dan geluk. Zo stelde hij "It is better to be a human being dissatisfied than a pig satisfied; better to be Socrates dissatisfied than a fool satisfied". Schijnbaar waren ervoor hem ook goederen belangrijker dan simpel geluk.

Halsema’s Hyperconsumptie, Haast en Hufterigheid II: J.S. Mill

Ik wil komende tijd Femke Halsema’s Geluk door nemen op dit blog. Mijn eigen mening over het essay is gemengd.Ik wil hier laten zien dat zelfs filosofen die utilisme en liberalisme mengen een ander perspectief zullen hebben op "hyper"-consumptie, dan Halsema. Halsema deelt haar ambigue relatie ten opzichte van het utilisme en het liberalisme met J.S. Mill. Hij vormt als filosoof de brug tussen utilisme en (links-)liberalisme. Daarom is het interessant om vanuit het licht van zijn On Liberty te kijken naar haar Geluk!

Voor J.S. Mill staat geluk centraal. Hij streeft naar een samenleving waarin iedereen gelukkig is. Maar zoals Halsema beseft hij zich dat de overheid daar niet voor kan zorgen. De maximalisering van geluk is gebaat bij een maximale culturele vrijheid. J.S. Mill verzet zich tegen een conformistische, traditionele cultuur en stelt daartegenover dat mensen alles moeten kunnen doen zolang zij anderen maar niet schaden. De onderliggende verdediging is utilitisch: er is nog niet een levenswijze gevonden waarvan iedereen ultiem gelukkig wordt. Het culturele klimaat kan daarom het beste experimenten in levenswijze koesteren, zodat we er ooit achter kunnen komen wat die ene goede levenswijze is (als hij al bestaat): vrijheid staat in dienst van geluk.

Halsema’s pleidooi lijkt mooi te passen in dit kader. In haar interne kritiek op het utilisme stelt dat zij er achter gekomen is dat bepaalde sociale processen (hyperconsumptie) niet goed zijn voor ons geluk. En dat "evangelie" komt zij nu verspreiden. Dan rijst de vraag: is het de rol van de politiek om uit te leggen hoe het niet moet? Karl Popper stelt van wel. Hij deelt J.S. Mill’s opvatting dat wij niet weten hoe we wel moeten leven, maar we weten steeds beter hoe het niet moet. Popper ziet een rol voor de overheid in het bestrijden van misstanden en leed. Dat kunnen we namelijk wel identificeren.

Maar ik meen dat zelfs een liberale utilist een andere kritiek op de hyperconsumptie centraal zou stellen. Voor Halsema staat de paradox van de hyperconsumptie centraal. Het geluk dat we na streven kunnen we niet bereiken. Een ander probleem van onze consumptie dat Halsema bewust niet in haar boek bespreekt, is echter voor utilisten veel groter. Halsema stelt dat er een bepaald inkomensniveau is waarop we genoeg geld hebben: dan maakt een extra euro niet gelukkiger. Veel mensen zitten daar ver boven, maar een boel mensen (in het Zuiden van deze aarde) zitten daar ver onder. Het leed dat we zouden kunnen bestrijden door inkomen van Noord naar Zuid te bewegen is veel groter dan het leed dat Halsema bestrijdt door ons te verlichten met haar theorie van geluk. Dat zorgt ervoor dat niet iedere euro gebruikt wordt om het maximale geluk eruit te halen: daarvoor zouden wij in het Westen minder moeten en hebben en "zij in het Zuiden" meer.

De utilistische principes die Halsema heeft roepen op tot een verder gaande herverdeling dan zij voorstaat in haar boek. Ook, ten minste dat zou ik stellen, zou het oproepen om minder navel te staren over hoe wij hier net iets gelukkiger kunnen worden en meer in te zetten op maximale totaal wereld van iedereen op deze planeet.