kerstgedachten

Voor sommige GroenLinksers is het misschien wat burgerlijk, die gaan naar Ghana of Kenia de wereld verbeteren, maar voor mij is de tijd tussen kerst en nieuw jaar een mooi moment om na te denken over de giften die je geeft aan goede doelen.

Dit jaar hebben we besloten om jaarlijks een redelijk bedrag over te maken aan twee goede doelen. Ten eerste aan Simavi, een organisatie die zich bezig houdt met schoon drinkwater in ontwikkelingslanden. De reden dat we Simavi geld geven is dat we bij ons thuis water in flessen drinken. Eigenlijk vind ik het belachelijk om water uit flessen te drinken, want het komt toch uit de kraan? Terwijl veel mensen helemaal geen kraanwater hebben. Maar ja, prikwater uit zo’n fles kan je lekker mengen met appelsap voor Apfelschorle. Dus hebben we besloten om even veel geld als we uitgeven aan water in flessen ook te geven voor drinkwater in ontwikkelingslanden.

Ten tweede geven we geld aan De Binnenvest, een organisatie die zich inzet voor dak- en thuislozen in Leiden. Als ik een dakloze met een straatkrant tegen kom, loop ik altijd snel door. Ik rationaliseer dan later dat ik niet zeker weet of ze het geld goed besteden en dat ik het geld dan beter kan geven aan een organisatie die zich voor hen inzet. Maar je moet dan wel eerlijk tegen jezelf zijn en dus de daad bij het woord voegen en geld geven aan een organisatie die zich inzet voor dak- en thuislozen.

Toen ik, ten slotte, mij voor het nieuwe jaar liet knippen, vroeg de kapster mij of ik mijn haar wou afstaan aan een organisatie die pruiken maakt voor mensen met kanker. Heb ik het jaar toch goed afgesloten.

Campagne geweld

Het GroenLinks web begint langszaam aan overspoelt te worden met campagne filmpjes. Een overzicht voor een ieder de zo nog niet allemaal heeft gezien.

Bas Eickhout heeft er al drie op zijn naam staan. Het belooft een hele serie te worden. Het begon met deze nieuwjaarswens waar hij zijn absurdistische gevoel voor humor ten toon spreidde. Het deed me een beetje denken aan het campagne filmpje van Mike Gravel for president grappig maar niet erg inhoudelijk. Alsof hij mij dat had horen denken, volgde er twee inhoudelijke filmpjes van Bas op leerzame reis door Nederland over groene energie en open grenzen.

Tineke Strik kwam iets eerder met een filmpje
dat haar toont terwijl ze door een stad loopt en vertelt over haar
groene, sociale en tolerante idealen voor Europa.  Een mooi gemaakt filmpje:
lekker dynamisch op de fiets door het groene land en op de voet door de
diverse stad. Open in gesprek met kiezers en tolerant voor graffiti
spuiters.

Niels van de Berge heeft ook al wat filmmateriaal op zijn naam staan: een speech op een DWARS borrel en een verslag vanaf Poznan. In het enige echte campagne filmpje combineert hij een pessimistisch toekomstbeeld met absurde humor door een nieuwjaars duik te maken in Zeeland.

Alexander de Roo benadrukt in zijn campagnefilm zijn brede profiel, zijn lange ervaring en zijn resultaten. Daarnaast pleit hij voor een Europees sociale minimum, iets wat mij zeker aanspreekt. Zeggen dat Europa "veel te liberaal was en te weinig sociaal" geeft echter wel weer een heel beperkt beeld van wat liberalisme is.

Maar beste campagne filmpje is volgens mij toch van Judith Sargentini. Het filmpje met vier talking heads is creatief. Zij heeft meteen ook een post-materialistische snaar geraakt bij mij door te antwoorden op de vraag van een kiezer "wat ga jij voor mij doen?" "Niets, helemaal niets" te zeggen. Zij wil zich niet inzetten voor diegenen die het al goed hebben, maar voor een betere wereld. Helaas spreekt ze zich zelf in het filmpje vervolgens tegen: door te zeggen dat ze zich in wil zetten klimaat omdat dat wij dat voor onze leefbaarheid keihard nodig hebben.

Maar in de filmpjes springt bij geen van de kandidaten de x-factor over. Ze spreken de kiezer via de camera toe en dan blijft het toch een beetje steriel. De kandidaten komen erg koel over, en het stemgeluid is monotoon, de teksten lijken uit het hoofd geleerd. Misschien moet je voor gevoel en passie toch bij een debat aanwezig zijn. Het eerste was vanavond. Helaas kon ik niet omdat ik zelf zo dom was geweest een andere vergadering te plannen. Maar ik hoor graag hoe het was

PSP’92

Een reactie van de PSP’92! That brings back memories. Toen ik jong was heb ik nog wel gedwaald qua politieke partijen. Mijn sympatie ging toen uit naar een partij als de oude Pacifistisch Socialistische Partij: een partij die linkse idealen als solidariteit en gelijkheid combineerde met idealen als vrijheid, vrede en tolerantie.

Ik heb toen wel eens gesproken met oud PSP-kamerlid Fred van der Spek, die uit de PSP stapte toen deze te zeer ging samenwerken in wat later GroenLinks zou worden. Na wat omzwervingen werd hij het gezicht van een nieuw opgerichte PSP, de PSP’92. een keer ben ik naar een bijeenkomst geweest van hen en nog regelmatig ontvang ik nog hun blaadje, het Socialistisch Initiatief.

Ik heb toen niet gekozen om lid te worden van de PSP’92, in retroperspectief vallen twee dingen me op: de gebrekkige organisatie. Het partijtje heeft maar zo’n honderd leden. Dat bijeen komt in bovenzaaltjes maar doet voor de rest weinig. De partij heeft een lijstje onsuccesvolle lokale verkiezingsdeelnames achter haar naam staan. De meest recente was in 2007 toen bij de provinciale verkiezingen een gecombineerde lijst van allerlei kleine linkse groepen waaronder de PSP’92 er in Noord-Holland niet in slaagde om een zetel te winnen.

Daarnaast is de toon van de partij erg negatief: de partij bestaat omdat de oprichters het niet eens waren met de vorming van GroenLinks, dat zij als "noch pacifistisch, noch socialistisch" afwezen ook sloten ze zich niet aan bij de SP omdat deze ook niet "pacifistisch" genoeg was. De partij legt voortdurend de nadruk op wat niet goed is bij anderen en niet wat goed is aan haar eigen programma. De partij biedt ook geen alternatieven maar slogans.

Laatst las ik in de Volkskrant dat Fred van der Spek 85 geworden was, een mooie reden om z’n pagina op wikipedia een beetje uit te breiden. Heb ik toch ook weer een beetje bijgedragen aan de bekendheid van die kleine rechtzinnige PSP’92.

Utopias in Science Fiction

Ik ben Star Trek: Deep Space Nine weer aan het kijken. Het is denk ik dat ik de derde keer dat ik al de afleveringen weer zie. Qua karakters en plotlines valt het eigenlijk een beetje tegen: met name nadat ik Lost en Battlestar Galactica gezien heb, dat het moet hebben van hun sterke karakters en hun onnavolgbaar geniale plot.

Deep Space Nine is een atypische Star Trek serie. Een normale Star Trek series vliegt door de ruimte en ontmoet om de week een andere beschaving. Deep Space Nine speelt zich af op een ruimte station, op een kruispunt tussen verschillende beschavingen. Zo kan de serie zich focussen op de ontwikkeling en geschiedenis van verschillende beschavingen en de conflicten daartussen.

Het interessante aan de beschavingen in Star Trek is dat een aantal – helaas niet allemaal- hiervan uitwerkingen zijn van utopias van verschillende ideologieen: de Ferenghi zijn een extreem kapitalistische samenleving, de Cardassians leven in een fascistisch utopia, de Federation verenigt links-liberale idealen als vrijheid, gelijkheid, democratie en vrede. In andere Star Trek series zijn andere beschavingen uitgewerkt: de collectivistische Borg, bijvoorbeeld of de feudale Klingons, en de eveneens fascistische Romulans. De kracht van Star Trek is dat het deze beschavingen uitdiept en de samenwerking en conflicten tussen de beschavingen, ideologische utopieen, uitwerkt.

Ook andere science fiction gaat soms verder dan ruimtegevechten tussen rare buitenaardse rassen en werkt verschillende beschavingen, gebaseerd op politieke idealen uit. Starship Troopers, beter bekend van de gelijknamige film, zet een "ideaal" van een liberaal militarisme, neer. In Alpha Centauri, een computerspel, strijden zeven "facties" over de controle van een planeet. Al deze facties zijn utopias: van de ecologische Gaians, de Socialistische Free Drones tot de religieus-fundamentalistische Believers.

Tussen de beschaving in Star Trek, de facties in Alpha Centauri en de verschillende beschaving in andere science fiction series zijn opvallende gelijkenissen. Ik heb wel eens gepuzzeld om te kijken welke utopias nou regelmatig terug komen en ben op een lijstje van negen utopias gekomen, die allemaal dan weer interessante relaties hebben met bepaalde politiek-filosofische stromingen :

  • De Vrijstaat is een extreem libertarische samenleving met een minimale staat. De enige rol die de overheid hier nog heeft is beslissen van rechtszaken over inbreuken van burgerrechten en het breken van contracten. Burgers zijn, in negatieve zin, vrij om zelf vorm te geven aan hun leven vorm te geven. In de zeer vrije markt zorgt een sterk bedrijfsleven voor een grote welvaart dat naar prestatie verdeeld wordt.
  • De Socialistische Democratie is een samenleving op communistisch-syndicalistische grondslag. In deze samenleving beslissen arbeiders gezamelijk over economische en sociale ontwikkeling. Zij zijn verenigd in vakbonden die bedrijven beheren. In hun sterke, op industrie gebaseerde economie, is er voor ieder die wil werken genoeg.
  • In het Collectief is het onderscheid tussen staat en samenleving weg gevallen. Een totalitaire, collectivistische utopie. In een echt radicale democratie beslist iedereen over alles. In de meest futuristische interpretatie is er geen onderscheid meer tussen individu en gemeenschap, en is er een gezamelijk bewustzijn.
  • In de Technocratie speelt wetenschappelijke vooruitgang een belangrijke rol. Mensen worden door genetische manipulatie, toepassing van techniek en onderwijs voor bepaalde doeleinden gecreeerd. De politieke macht is in handen van een kleine groep bestuurders, die speciaal gemaakt is voor dit doel. Zij geven de samenleving vorm op basis van wetenschappelijke kennis van de werkelijkheid.
  • De Natie-Staat is een fascistische utopie. Burgerschap wordt verworven door militaire dienstplicht uit te voeren. De overheid heeft slechts plichten ten opzichte van burgers: bijvoorbeeld om hen te voorzien van een veteranenpensioen en te consulteren over belangrijke beslissingen. Er ligt een sterke nadruk op de directe verbinding tussen de grote leider, de verpersoonlijking van de staat, en het volk.
  • De Verenigde Stammen is een natuurstaat. Hier zijn mensen vrij van iedere macht van de overheid. Zij hebben zich verenigd in stammen waar het eer, geweld en de recht van het sterkste een belangrijke rol spelen. Een recht op bezit, bijvoorbeeld, bestaat niet, wat je niet zelf kan beschermen is niet van jou.
  • In de Theocratie vallen kerk en staat samen. De samenleving wordt geleid door een profeet, die de aan haar geopenbaarde waarheid probeert te realiseren. Hier leven mensen volgens strikte religieuze regels. Ze verspreiden hun geloof fanatiek.
  • De Groene Gemeenschap is een ecologistische utopie, waar een balans is geslagen tussen de mens en de natuur. Mensen hebben een spirituele connectie met al het leven om hen heen. Economische ontwikkeling is niet alleen maar in overeenstemming gebracht met ecologische grenzen, het is een onderdeel geworden van de natuurlijke kringloop.
  • De Federale Republiek is een links-liberale utopie. Burgers genieten echte gelijke rechten en kansen om hun eigen idee van het goede leven te realiseren. Er is ruimte voor een veeheid aan culturen en levensstijlen. De overheid is georganiseerd op democratische principes, als scheiding der machten.

The Mother of All Endorsements

Uit Amerika overgewaaid: endorsements. Bij de Europese lijsttrekkersverkiezing verzamelen sommige kandidaten steun van andere politici. In numerieke termen doet Judith het (‘s sinds vandaag) het beste: 27 steunbetuigingen. Tegenover 13 voor Bas en 17 voor Tineke en 1 voor Alexander. Niels doet niet aan endorsements. Wie krijgt steun uit welke hoek? En wat zegt dat over de kandidaten>

Lange tijd was TIneke met haar uitgebreide steun, frontrunner. Zij krijgt met name steun van senatoren (6) en professoren (3) – opvallend genoeg geen professoren/senatoren. Daarnaast krijgt zij steun van uit andere partijen: sociaal-democraten, Christen-democraten en democraten. Overigens waren het de Republikeinen die -handenwrijvend- bij de Amerikaanse verkiezingen hun steun voor Hillary Clinton uitspraken, wetend dat zij haar wel zouden kunnen verslaan. Ook krijgt ze steun van Tweede Kamerlid Mariko Peters en de zittende Deens Europarlementarier Pernille Frahm. Hiermee toont Tineke zich een kandidaat van de weldenkende groene elite, die nu al over partij grenzen heen weet te werken.

Judith krijgt haar steun uit lokale hoek: wethouders (4), raadsleden
(5), portefeuillehouders (2), duos (1) en deelsraadsleden (2), onder andere Amsterdamse wethouder, ex-kamerlid en ex-partijvoorzitter, Marijke Vos, spreekt haar steun uit. Met haar
lokale steun krijgt Judith wat ik beschouw als The Mother of All Endorsements: Wethouder Maarten van Poelgeest, man van Kathalijne Buitenweg.
In de Amerikaanse politiek zijn familierelaties verschrikkelijk
belangrijk: als, zeg, de politiek actieve ega van de vorige president
-zeg Hillary Clinton- iemand steunt dan is dat politiek goud waard. Het is ook vaak de impliciete steun van de partner. Judith heeft de meest imposante lijst steun betuigingen en toont zich daarmee een politica met goede connnecties in de lokale basis van de partij. Zij is niet alleen lokaal overigens: Judith krijgt een boel steun uit Afrika. 

Bas krijgt zijn steun van normale leden met name uit werkgroepen (8), maar ook van zijn collegas uit de programmacommissie: professor Ruth Oldenziel en korstondig kamerlid Arie van den Brand. Bas moet het hebben van de inhoud boven de politiek ervaring en connecties.

Alexander krijgt, in een uitgebreide brief, steun van de Vlaamse MEP Bart Staes. Maar doet het daarmee niet beter dan Tineke die ook al een zittend Europarlementarier achter zich heeft.

Niels mag dan wel geen steunbetuigingen verzamelen, in zijn geval spreekt DWARS zich al voor hem uit en doet het heel redelijk qua steun van gloggers, waar al lang over zijn deelname werd gespeculeerd. Niels toont zich hiermee een kandidaat van de nieuwe generatie, voor wie endorsements, net overgewaaid uit Amerika, al weer passe zijn.

  Nu maar hopen dat al die mensen die hun steun hebben uitgesproken ook gaan stemmen, dan is de opkomst vast hoger dan bij het ledenreferendum in de PvdA, waar de teller vandaag op 2% is blijven steken.

Regeren

Met het nieuwe beginselprogramma is GroenLinks klaar om te regeren. Al het gefantaseer over "een ideeenpartij op zoek naar macht" ten spijt zit dat er in 2010 niet in.  Laten we ervanuit gaan dat bij de volgende verkiezingen de huidige trends die Maurice de Hondt en de politieke barometer signaleren, door zetten:

  • Het CDA verliest aanzienlijk, maar blijft (een van) de grootste;
  • De PvdA wint iets, en komt dicht bij het CDA;
  • De SP verliest aanzienlijk en komt uit rond de 10% van de stemmen;
  • De VVD verliest iets en komt uit rond de 10% van de stemmen ;
  • De PVV wint aanzienlijk  en komt uit rond de 10% van de stemmen;
  • GroenLinks wint iets;
  • De ChristenUnie wint iets;
  • D66 wint heel veel en komt uit rond de 10% van de stemmen;
  • De SGP blijft stabiel;
  • De PvdD blijft stabiel;
  • En ToN blijft een weinig relevante beweging.

In dit geval zal er een nauwe meerderheid zijn voor links in brede zin (net meer dan 75 zetels voor ChristenUnie, PvdD, GroenLinks, D66, PvdA en SP). Er zal een (ruimere) meerderheid zijn voor combinaties van PvdA, CDA en een van de 10%-partijen of combinaties met kleinere partijen.

In de formatie zal aan de D66 en CDA c.q. PvdA het initiatief worden gelegd, als grootste winnaar en grootste partij.  Deze drie partijen liggen elkaar eigenlijk heel goed.

  • PvdA en CDA zullen samen willen door te regeren, om in economisch onstabiele tijden een vaste hand te houden.
  • Daarnaast zijn dit drie partijen stabiele, ervaren, en gematigde bestuurderspartijen.
  • Ook zal een drie partijencoalitie de voorkeur hebben boven een vierpartijen coalitie.

Inhoudelijk liggen CDA, PvdA en D66 elkaar niet ver uit de weg, met een centrum tot centrum-links economisch beleid, dat wil investeren in de publieke sector, een integratiebeleid dat de nadruk legt op "grenzen stellen en kansen bieden", en licht groene ideeen over het milieu. Voor mogelijke breukpunten tussen CDA enerzijds en PvdA en D66 anderzijds, bv. een onderzoek naar de Irakoorlog, bezitten ze alle drie voldoende pragmatisme en plooibaarheid.

Hiermee is deze centrum-linkse coalitie van CDA, PvdA en D66 eigenlijk al een realiteit. De andere serieuze opties (die dus bestaan uit CDA, PvdA en een derde partij of paar) zijn allemaal erg onwaarschijnlijk.

  • Een kabinet van CDA, PvdA en VVD zou te grijs zijn in tijden van flankerende zweeppartijen. Dat centrum kabinet zou omver worden geblazen in de volgende verkiezingen. Daarnaast zou het bestaan uit twee verliezende partijen.
  • Het kabinet dat er in 2006 niet kwam: PvdA, CDA en SP zou ook bestaan uit twee verliezers. Daarnaast blijven de vele (potentiele) breukpunten van 2006 liggen (marktwerking in de publieke sector, flexibelere arbeidsmarkt, eerlijkere inkomensverdeling), zeker omdat dit kabinet daar niets aan doet.
  • Een kabinet van PvdA, CDA en PVV is onmogelijk omdat de PVV nooit met die linkse PvdA’ers in een kabinet zou willen.
  • Een vier-partijen coalitie van PvdA/CDA/ChristenUnie is weinig reeel omdat het min of meer een kabinet in stand zou houden dat net haar meerheid heeft verloren; omdat de PvdA geen partij links van haar in het kabinet zal dulden, zodat ze zich kan profileren als het sociale gezicht van het kabinet. En omdat de verschillen op het gebied van emancipatie en ethische kwesties tussen GroenLinks/PvdA en CDA/ChristenUnie te groot zijn.

Het zal niet aan onze gewilligheid liggen, maar ik voorspel oppositie ook na 2010. Mensen met ideeen op zoek naar macht kunnen maar beter lid worden van D66, die zijn nog op zoek naar goede ideeen

De Bourgeoisie

De Nederlandse samenleving is verdeeld in twee klassen: de bezittende klasse en de bezitsloze klasse, de heersende klassende en de beheerste klasse, de bourgeoisie en het proletariaat. Door haar macht over de productie middelen beheerst de bourgeoisie de samenleving. Niet alleen bepaalt zij de levensstandaard van het machteloze proletariaat, zij heeft ook de politiek in haar macht: gedreven door persoonlijke hebzucht en electorale overwegingen kunnen politici niets anders dan de wil van de bourgeoisie uit voeren. Immers de bourgeoisie verdeelt de interessante goed betalende commissariaten voor ex-politici en door haar macht over de productiemiddelen kan de bourgeoisie de economische ontwikkeling en daarmee de volgende verkiezingen maken of breken. De bourgeoisie heeft zo dus ook de macht over wetgeving: niet alleen de belasting wet maar ook juist wetten over ethische kwesties. Hiermee kan zij de samenleving in het conservatieve, monogame, patriarchale stramien houden, die nodig is voor de hedendaagse consumptiesamenleving.

Gelukkig ben ik vrijdag dan ook toe getreden tot de burgerlijke klasse, ik ben nu huizenbezitter en daarnaast heb ik mij geconformeerd aan de burgerlijke waarden door een samenlevingscontract te tekenen. Nog even en ik ga d66 stemmen. 

Pink Politics

Aangezien dat ik zaterdag eens ga kijken bij RozeLinks is het misschien om ook eens te bespreken hoe ik tegen roze politiek aan kijk.

Veel actie voor homo’s is "negatief", dat is je probeert ongelijkheden op te heffen, oneerlijke behandelingen tegen te gaan of gelijke rechten te krijgen: je vecht tegen discriminatie en homofobie. Daarnaast is er "positieve" actie. Zo roept het COC op om homo-cultuur zichtbaar te maken, door een roze museum te stichten en homo televisie uit te zenden op de publieke omroep. Je zou kunnen pleiten voor financiele steun voor het homo film festival, de Roze Zaterdag of Gloria Gaynor impersonatie wedstrijd. Overigens doen de Europese overheden het dan al best goed met hun steun voor het Eurovisie Song Festival. Filosofen als Iris Marion Young steunen dit soort ideeen expliciet door te pleiten voor een politics of difference die ook ruimte beidt voor de homo cultuur. Waar de negatieve actie (anti-discriminatie) me oncontroversieel lijkt, heb ik zelf grote bezwaren tegen (bepaalde aspecten van) positieve actie.

De achterliggende assumptie lijkt te zijn dat homo’s net als andere minderheden (Antilianen, Moslims of Friezen) een eigen (kleurrijke) cultuur en (levendige) gemeenschap hebben en dat het de rol van de overheid is om deze cultuur te beschermen en zichtbaar te maken. De koppeling tussen seksuele voorkeur en een bepaalde gemeenschap is echter niet een noodzakelijke. Je wordt wel als homo geboren, maar wordt door hetero’s opgevoed en als je uit de kast komt kan je ervoor kiezen om van "de" homoseksuele gemeenschap deel uit te maken. Dat is echter geen must. Je kan het zijn van Fries of Moslim moeilijk ontkoppelen van bepaalde culturele uitingen (de taal spreken of de religieuze regels volgen). Maar homo kan je zijn zonder deel uit te maken van een homo cultuur. Deze homo’s volgen de opvatting van Christelijk rechts dat homoseksualiteit een life style is, waarvoor je zou kunnen kiezen.

Dat betekent niet dat we niets moeten doen: immers homo’s worden opgevoed in een heterosexuele samenleving die homoseksualiteit tegelijkertijd ontkent en ridiculiseert. Daar is uit de kast komen geen mogelijkheid. Zodat mensen niet beperkt worden in het onderzoeken van hun eigen (seksuele) identiteit, moet op scholen en sportclubs homoseksualiteit geen taboe zijn. Op televisie moet er ruimte zijn voor homoseksuele karakters. De rol van de overheid ligt er dan met name in het negatieve vlak: homofobie bestrijden. Sterker nog: een grote nadruk op het positieve vlak (het ondersteunen van de homo-cultuur) kan een beperking zijn voor mensen die misschien wel homoseksuele gevoelens hebben, maar zich niet verbonden voelen met een homoseksuele cultuur.

Blast from the past: het referendum van 1993

De hele GroenLinkse blogsfeer is er vol van: het lijsttrekkersreferendum voor de Europese Verkiezingen. Wordt het Niels, Judith, Alexander, Tineke of Bas? Maar dit is niet het eerste referendum binnen GroenLinks. Al in 1993 hield GroenLinks een referendum over het lijsttrekkerschap, met dramatische gevolgen.

Nadat Ria Beckers, fractievoorzitter vanaf 1989 de politiek verlaten had moest er een nieuwe politiek leider gekozen worden, met name met oog op de aankomende kamerverkiezingen. Er werd een referendum uit geschreven. Weinig serieuze kandidaten leken te poken. Paul Rosenmöller en Ina Brouwer wilden zich geen kandidaat stellen omdat zij meende dat het lijsttrekkerschap een te grote druk op hun familie leven zou leggen. De partijraad maakte het duo-lijsttrekkerschap mogelijk. Rosenmöller en Brouwer vormde allebei een duo. Rosenmöller met kamerlid Leoni Sipkes en Brouwer met Mohammed Rabbae, een onbekende binnen de partij. Ook stelden zich enkele individuen zich kandidaat waaronder later TK-lid Ineke van Gent, later partijvoorzitter Herman Meijer en toenmalig senator Wim de Boer. Na een tweede ronde wonnen Brouwer en Rabbae nipt.

De verkiezingen werden een debacle. GroenLinks verloor een van zijn zes zetels. Brouwer trok zich terug als partijleider en Rosenmöller werd fractievoorzitter. Referenda werden binnen GroenLinks afgeschaft … tot 2008.

De keuze voor Brouwer is uitgebreid wetenschappelijk onderzocht. De data zegt iets over de keuze van GroenLinksers in de begin jaren, maar kan misschien ook wel wat indiceren over de keuzes van huidige GroenLinksers. De conclusies:

  • Bloedgroepen deden er al in de beginjaren niet toe. Het zal dus nu ook helemaal geen rol spelen. Dat is zonde voor Judith en Alexander die nog voortkomen uit een bloedgroep (PSP);
  • Geslacht destemeer. GroenLinksers zijn dol op vrouwelijke leiders. Dit in het voordeel van Tineke en Judith. Dit overigens terwijl GroenLinksers met mannelijk leider het electoraal het best deden (Wim de Boer, Joost Lagendijk, Paul Rosenmöller waren lijsttrekker bij onze grootste overwinningen);
  • Ervaring is relevant maar niet doorslaggevend. Dat is goed voor Tineke en Alexander.

Al met al maakt Tineke volgens deze fingerspitzeninschatting de meeste kans: vrouw en ervaren.

Wat moet jij stemmen … voor Europese lijsttrekker?

Veel planeetgroenlinksers hebben hun steun al uitgesproken voor een van de kandidaten voor Europees lijsttrekker. Maar er moeten genoeg GroenLinksers zijn die het nog niet weten. Voor hen en voor mensen die bevestigd willen worden in hun eigen oordeel, een lijsttrekkerstest

(klik hier om te downloaden in .xls) Het idee kwam van Diederik naar aanleiding van mijn eerdere test voor partijkeuze van voor 1989. Met 19 vragen weet jij in welk kamp je thuis hoort. Laat me weten wat je scoort en of dat overeen komt met
wat je verwacht had! Hij is nog "in beta" omdat ik niet zeker weet of
het goed werkt.

Er zijn een aantal verbetering ten opzichte van de vorige test en na aan dringen van Evelien is het nog geavanceerder: de eerste vraag bepaalt welke vragen het belangrijkst zijn, die gaan over persoonlijkheid, idealen of connecties. Er komt nu niet meer een enkele persoon uit rollen, maar een voorkeursordening van 1 (hoogst) tot 5 (laagst). Wel zo handig als je straks het stembriefje in moet vullen. Kandidaten kunnen ook ex aequo uitkomen. Alle input over test is ook welkom!

Om je uitslag te duiden: de eerste zin van het oordeel van de kandidatencommissie

  • Alexander heeft een indrukwekkende staat van dienst op het gebied van milieu en is een GroenLinkser in hart en nieren.
  • Niels is werkzaam als beleidsmedewerker milieu van de huidige GroenLinks-delegatie in het Europees Parlement en heeft daardoor veel (detail)kennis en ervaring opgedaan van het (euro)politieke handwerk.
  • Bas werkt bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en heeft een stevige deskundigheid op het gebied van klimaat, energie, landbouw, natuur en internationale handel.
  • Judith is fractievoorzitter van de Amsterdamse raadsfractie en daarnaast werkzaam als consultant voor Eurostep, een samenwerking van progressieve ontwikkelingsorganisaties in de EU. 
  • Tineke is lid van de Eerste Kamerfractie en werkt als onderzoeker bij het Centrum voor Migratierecht aan de Radboud Universiteit.

Kleine "hoe werkt dit?" vul in de .xls een 1 in bij het groene vakje
dat overeenkomt met het antwoord op de vraag. Je kan maar een keuze per
keer maken.