Ticket Balancer

Gister was ik bij een debat tussen 6 van de 12 kandidaten voor de #2 op de Europese lijst van GroenLinks. Aan het eind van de avond vroeg een van de kandidaten of ik niet een kieswijzer wou maken voor deze keuze, zoals ik ook eerder had gedaan.

Dat heb ik gedaan: je kan hem  hier

 

downloaden in .xls. Deze kieswijzer is expliciet op gericht om een goede balans te zoeken naas Judith Sargentini, als lijsttrekker: het gaat op zoek naar een balans op de "ticket", tussen de #1 en #2. De vragen lijst bestaat uit 19 vragen, over jouw prioriteiten voor de #2 en hoe jij Judith Sargentini ziet. Nadat ik eerder een kieswijzer had gemaakt waarbij zelfs Judith niet op haar zelf uit komt wil ik iedereen de kans gegeven om zijn of haar eigen Judith te maken. De rest van de informatie over de kandidaten is gebaseerd op de adviezen van de kandidatencommissie. 

Kleine "hoe werkt dit?":  in de .xls bij de eerste vraag een getal tussen de 1 en de 5 neer (1 helemaal mee eens, 5 helemaal mee oneens). Bij de volgende drie vragen een 1 in bij het groene vakje
dat overeenkomt met het antwoord op de vraag. Je kan hier maar een keuze per
keer maken. Bij de overige 16 vragen moet je een getal tussen de 1 en 5 neerzetten: van helemaal mee eens (1) tot helemaal mee oneens (5). Er komt een rangordening van 1 (eerste keus) tot 12
(laatste keus) uit. Kandidaten
kunnen ook ex aequo uitkomen.

Filosoferen over de kredietcrisis

Ik had er erg veel zin in, maar het viel erg tegen. Tegenlicht had een speciale uitzending over de filosofie van de kredietcrisis. Het werd aangekondigd als de visie van Martha Nussbaum, een invloedrijke progressieve filosofe, op de crisis. Maar Nussbaum was een paar minuten aan het woord, waar ze de zelfde oude kool kwam stoven. Een toespraak van Naomi Klein die er door heen was geplakt was stukken interessanter.

Volgens mij werden er twee fouten gemaakt in de uitzending. De kredietcrisis wordt geponeerd als een morele crisis. Een crisis dus van de westerse moraal, de manier waarop mensen hun eigen leven vorm geven. Egoisme dat zou het centrale probleem zijn, hebberigheid, graaigedrag van de top. Nieuwe normen en waarden zouden nodig zijn. Ik ben het daar niet mee eens. Hebberigheid, egoisme en graaigedrag zijn in financiele instellingen op een perverse manier in gezet: zowel aan de top van die bedrijven als bij lenende burgers werd er op een verkeerde manier gebruik gemaakt van deze eigenschappen. Maar met andere incentives kan je een heel andere wereld creeeren nog steeds op basis van egoisme en hebberigheid, een goed voorbeeld is de groene belasting verschuiving waar wij zo voor zijn: belast milieuvervuiling meer en arbeid minder dan zullen bedrijven uit eigen belang groene werkgelegenheid gaan creeeren. In die zin is de kredietcrisis een politieke crisis omdat hij gaat om de vraag hoe morele voorkeuren in combinatie met sociale structureren bepaalde negatieve gevolgen hebben: het is geen crisis van de preferenties alleen.

Martha Nussbaum maakte een groot punt van haar capabilities approach: dat de gemeenschap ernaar moet streven mensen in staat te stellen bepaalde waardevolle praktijken en toestanden te bereiken, zoals gezondheid, recreatie, en religie. De nieuwe economisch moraal moest volgens Nussbaum gestoeld zijn op deze benadering. Echter de kredietcrisis is geen crisis van "doelen", maar een van middelen. De vrije kredietmarkt die we hadden is een middel om goederen te verdelen. Geen doel op zich. We kunnen via de vrije markt of overheidsplanning de waardevolle toestanden van Nussbaum zeker stellen, of andere maatschappelijke doelstelling zoals greatest happiness. Dat is een simpele kwestie van organisatie.

Ik zag bij Tegenlicht dus geen schokkende inzichten over de filosofie van de kredietcrisis, maar misschien wordt het daar wel eens tijd voor …

Moraliseren zonder ongedeelde moraal

Nadat ik, als co-auteur van het Leidse verkiezingsprogramma, weer eens geconfronteerd ben, met de plaats die moralisme in neemt in de hedendaagse politiek, moest ik mezelf maar eens in lezen in het onderwerp. Een van de meest vocale progressief-linkse voorstanders van een vorm van moraliseren is Evelien Tonkens. In 2006 schreef ze al samen met een aantal andere links-progressieve "moralisten", een bundel "Handboek Moraliseren". Ik had het al een aantal keer laten liggen. Dit was natuurlijk het moment om het boek te lezen.

De centrale stelling van het boek is volgens mij de volgende. Tonkens et al. beschrijven het centrale dilemma van de moderne moralist: we leven in een samenleving waar er niet langer een morele waarheid, een visie op het goede leven is die door iedereen gedeeld wordt. Dit is door liberalen aan gegrepen om iedere vorm van moralisme vanuit de overheid verdacht te maken: behalve als iemand een ander schaadt dan mag de overheid in grijpen, tot die tijd gelden vrijheid, eigen verantwoordelijkheid en tolerantie.

Volgens Tonkens et al. is tegen deze laissez-faire mentaliteit een backlash gekomen: groeiende gevoelens van onveiligheid, van gebrekkige sociale cohesie. De keuze waar progressieve linkse mensen nu voorstaan is min-of-meer, dan wel conservatief-rechts alle ruimte te geven om een gedeelde moraal op te leggen, of juist als progressief-linkse beleidsmakers terug te gaan naar een linkse traditie van moralisme, van verheffing en beschaving. Tonkens stelt een nieuwe koers van moralisme voor: dialogisch moralisme. Hierarchische vormen van moralisme werken niet meer: burgers accepteren niet dat een macht boven hen hen de wet voor schrijft. Wat echter wel kan is dat we de dialoog aan gaan. Mensen wijzen op de negatieve gevolgen van hun handelen voor hen zelf. (Zelf)reflectie is dan centraal. Dit wordt in de anglo-saksische wereld ook wel "libertarian paternalism" genoemd.

Ik heb een kanttekening bij dit dialogische moralisme: de overheid kan en moet burgers niet voor schrijven hoe ze moeten leven. Er is niet een ideaal van het goede leven dat voor iedereen geldig is. Er dus ook niet een ideaal dat opgelegd zou kunnen worden. De overheid zou mensen vrij moeten laten om zelf te experimenteren, een diversiteit aan levenswijzen moeten koesteren, tolerant zijn verschillen en afwijken van de gebaande paden. Zo kan iedereen er achter komen wat voor hem het goede leven is.

De dialoog en de zelfreflectie die Tonkens voorstelt kan hier zeker een rol hebben. Reflectie over en dialoog tussen verschillende levenswijze kan de vrijheid van mensen om zelf een levenswijze te kiezen juist verdiepen. Daarnaast: natuurlijk zijn er manieren om je eigen leven in te richten die desastreus zijn. En "we" zouden mensen daar zeker op moeten wijzen. Maar nooit van bovenaf als centrale overheid. In het radicale onderscheid tussen politieke en private sfeer dat ik maak, is er een grote semi-publieke sfeer: het onderwijs, de zorg, het maatschappelijk werk. Hier doen professionals hun best om mensen te helpen in het vinden van hun eigen weg, door dialoog en (zelf)reflectie maar soms ook het neerleggen van heldere grenzen en regels. Ik denk dat die mensen zeker goed werk doen. En dat zij een grote bijdrage leven aan de samenleving.

Maar je zal dit als overheid moeten over laten aan semi-publieke organisaties. Kan je je voorstellen dat de overheid in zijn geheel met burgers in debat gaat over hun idee van het goede leven? Dat klinkt absurd. Deze dialogische vorm werkt eigenlijk alleen maar op de micro-schaal: in de relatie tussen "burgers" en "professionals", tussen scholieren en docenten, patienten en zorgverleners, tussen jongeren en wijkagenten.

Dit nieuwe moralisme vraagt dus heel wat van de publieke professional. En die heeft het al zo moeilijk. Ik heb voor de volgende zondagochtend maar meteen "Ontregelen – de herovering van de werkvloer" van Jos van der Lans bestelt, over de problemen van deze hedendaagse professional.
 

Ik ben een Bassist

Mijn keuze voor nummer twee staat vast. Er was een lange tijd van overdenking nodig. Maar uiteindelijk forceerde een kandidaat een oplossing. Mijn eerste keuze voor nummer 2 is: Bas Eickhout.

Bas is een groene kandidaat, dat balanceert mooi met de linkse lijsttrekker Judith Sargentini. Hij maakt een grote indruk op mij toen we samen in het panel beginselen van project 2008 zaten. Hij zit
vol goede ideeen, scherpe analyses van de partij en haar idealen.

Maar ook Niels van den Berge is een groene kandidaat, die op mij in de tijd dat we samen bij DWARS zaten. De reden dat ik nu voor Bas kies is dat Bas alleen maar kandidaat is voor blok 2, en niet voor hogere blokken. Omdat ik vind dat Bas zeker op de lijst moet staan, dwingt hij mij nu om te voorkomen dat hij van de lijst afglijdt, net als dat twee jaar voor de Senaatslijst gebeurde met Arie van den Brand. Daarom zal ik op het congres de eerste keuze maken voor Bas, gedwongen door Bas’ keuze. Ik moet het erkennen: ik ben Bas-sist geworden.

Dilemma’s in de publieke ruimte II

Voor de Leidse programmacommissie spreek ik met heel wat lokale GroenLinksers als experts op allerlei gebieden. Gisteren had ik een expert meeting over veiligheid met een van de weinige echte conservatieven die ik binnen GroenLinks ken. Al eerder had zij de vrij opmerkelijke opvatting dat GroenLinks een moraliserende elitepartij moest zijn.

Het gesprek ging lange tijd over overlast en dat mensen weerbaarder moeten worden om daar iets over te zeggen. Ze pleitte voor "burgerlijke weerbaarheid", de moed om mensen aan te spreken. We hebben in de publieke ruimte soms overlast van andere mensen: mensen die luid telefoneren, auto’s met te harde muziek, schreeuwende kinderen, jongeren die onguur op pleintjes hangen, mensen wiens sigaretrook net jou kant op komt waaien, of mensen die op dat stukje van de weg willen fietsen waar jij net stil wilt staan.

Ze stelde dat mensen meer moed moeten hebben om op te staan tegen mensen waar ze overlast van hebben, mensen aan te spreken op hun gedrag, als dat overlast geeft. Mensen die overlast geven lijden volgens haar aan de Veronica-mentaliteit: I want it all and I want it now, no matter what the consequences. Mensen die overlast veroorzaken houden geen rekening met anderen. Het maakte ze geen bal uit als anderen niet van hun rust kunnen genieten.

Maar geldt dat niet even zeer voor mensen die klagen over overlast? Lijden juist die zelf ook niet aan de Veronica-mentaliteit: ik wil van alles zonder dat ik daarbij rekening hoef te houden met wat anderen willen? De een wil rust, de ander wil herrie. De herrieminnende persoon kan zich aan de rustminnende persoon aan passen door zijn herrie zachter te zetten, de rustminnende persoon kan zich aan de herrieminnende persoon aan passen door zich niets van de herrie aan te trekken. In beide gevallen moet de een een beetje van zijn vrijheid op geven voor de ander. In beide gevallen eist iemand dat een ander zich aan past. Hoe je het ook wendt of keert, of je het nu opneemt voor de herrieminnaar of de rustminnaar iemand moet zich passen aan een ander. Iemand die rust wil, heeft niet meer recht op wat hij wil dan iemand die herrie wil. 

Is het niet juist een belangrijk onderdeel van een vrije, open samenleving dat je een ander ruimte geeft? Een dikke huid, een beetje weerstand, ontwikkelt voor overlast. Leert te accepteren dat niet altijd iedereen precies zo doet als jij zou willen? Burgerlijke weerbaarheid? Ik zie meer in burgerlijke weerstand!

Duurzaamheid in de grondwet

DWARS en PerspectieF willen duurzaamheid in de grondwet. Ed Anker verdedigde het voorstel van de ChristenUnie en GroenLinks jongeren tegen Helma "Vervuiling is een goede Nederlandse traditie" Nepperus. De Belgen hebben dat al gedaan in hun grondwet: "Bij de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden streven de federale
Staat, de gemeenschappen en de gewesten de doelstellingen na van een duurzame
ontwikkeling in haar sociale, economische en milieu-gebonden aspecten, rekening
houdend met de solidariteit tussen de generaties."

Er zijn twee bezwaren die ik heb tegen dit idee: ten eerste je bereikt er niets mee; en ten tweede je kiest een weinig idealistisch symbool.

Ten eerste, duurzaamheid zou aan de grondwet worden toegevoegd in het deel over de sociale grondrechten. Daar staat al van alles over milieu. En ook over dieren, ten minste als het amendement van GroenLinks wordt aan genomen. Maar alles goed en aardig: wat daar staat is allemaal symbool politiek. Zelfs als het amendement van Halsema is aan genomen, dan is het niet afdwingbaar voor de rechter. Alles wat je ooit kan uitspreken in dit gedeelte van de grondwet is dat de overheid rekening moeten houden met milieu, dieren en volgende generaties. Een milieubeleid dus dat bestaat uit goede intenties, daar hebben we GroenLinks en de ChristenUnie niet voor nodig dat kan de PvdA al heel goed zonder ons.

Misschien wordt het tijd om echt iets te doen om vorm te geven aan intergenerationele solidariteit. Niets geen symboolpolitiek, maar een echte lange termijnvisie. Een voorbeeld: in veel Westerse landen is er een sterke, onafhankelijke centrale bank die zorg draagt voor het rentebeleid. Politici kan je niet vertrouwen met de rentestanden, en daarmee de inflatie. Zij kunnen snel politieke korte termijn belangen na streven, door met de rentestanden te spelen, maar dat is op de lange termijn heel gevaarlijk. Dat zelfde geldt voor de belangen van volgende generaties. Leg het bereiken van je klimaat- en milieudoelstellingen niet in de handen van politici met hun politieke korte termijn belangen. Industriele, economische groei is goed op korte termijn, maar op lange termijn zal je radicale keuzes moeten maken voor een groenere economie. Een onafhankelijke centrale klimaatraad zou dan de klimaat- en milieudoelstellingen die politiek stelt kunnen afdwingen. Kijk dan kies je echt voor de volgende generaties. Geen symboolpolitiek, maar echt groene politiek.

Maar je bent jong en je wilt wat: symboolpolitiek dus. Het woord "duurzaamheid" is dan wel weer het slechtste symbool dat je kan kiezen. Michael Braumgart en William McDonough leverden in hun Cradle to Cradle een keiharde kritiek op het begrip "duurzaamheid". Duurzaamheid betekent dat wat je probeert zo weinig mogelijk uit te stoten, probeert de schade aan het milieu te minimaliseren, het kleine beetje natuur dat we nog hebben te conserveren. Waarom proberen we niet we de natuur niet te verrijken? Iets te voegen aan onze natuurlijke omgeving in plaats van alleen maar weg halen? Het beeld dan Braumgart en McDonough schetsen is dat van een fabriek die water uit de omgeving gebruikt, maar waar het water  schoner uitkomt dan dat het ingaat, omdat tijdens het productieproces het ook gereinigd is. Behoud is misschien genoeg voor de jongeren van de ConservatievenUnie, maar het is niet genoeg voor ons progressieven: wij streven toch juist naar vooruitgang, vernieuwing en verandering. Duurzaamheid is een begin van een evenwicht tussen mens en natuur, geen politiek ideaal en zeker geen ideaal voor groene en progressieve jongeren.

Duurzaamheid in de grondwet is symboolpolitiek en nog met een symbool van het conservatisme ook.

Behoudende Alpenrepubliek

Letterlijk uit de GroenLinks congreskrant over Oosterrijk: "De EU zou deze vernieuwingsdrang in de behoudende Alpenrepubliek moeten waarderen." Hoe zou "behoudende alpenrepubliek"? De Groenen halen daar 11% van de stemmen! Dat is een van de hoogste percentages van Europa. 70% van de energie in Oosterrijk komt uit vernieuwbare bronnen als waterkracht en biomassa. Geen kolen, geen gas, geen kernenergie, maar puur natuur. Dat moeten we hier nog maar bereiken! Behoudende Alpenrepubliek? Oosterrijk is een gidsland voor ons rasconservatieve terpenvolkje!

Na de West Wing

Ik kan niet nog een keer the West Wing kijken. Hoe geniaal ook, ik kan sommige dialogen nu uit mijn hoofd op zeggen. Wat kan er op deze topserie volgen? The West Wing heeft, zoals ik schreef, geniaal politiek inzicht: zo voorspelde zij juist dat er een jonge hoopvolle minderheidskandidaat als president zijn rivaal als minister van Buitenlandse Zaken zou benoemen. Daarnaast is er een boel drama en bovenal uitermate goede dialogen, op tempo en vol met sociale kritiek en popular culture references.

Al een tijdje ligt Yes Minister op de plank, maar met 38 aflevering mist het de epische kwaliteit van the West Wing. Dat kan makkelijk even tussen door. Goede, politieke science fiction als Battle Star: Galatica zou ook een goede vervanging kunnen zijn, maar dat kijk ik al met vrienden, Star Trek: Deep Space Nine ben ik ook in bezig, en al bijna mee klaar. Babylon 5 lijkt me iets te zweverig.

Met politieke series uit de weg, en grote dramatische epossen geelimineerd blijft er maar een soort serie over: een serie vol met snelle witty dialoog met politieke kritiek en cultural references, zoals The Gilmore Girls. Net aflevering 1 gezien, en de dialogen zijn net zo snel, grappig en geniaal als ik verwachtte. Er is maar een mogelijke opvolger voor Jed Bartlet: Lorelai Gilmore!

Onder Filosofen

Vandaag was ik bij de North Sea Workshop in Early Modern Philosophy. Ik was uitgenodigd door een van mijn voormalige filosofie docenten, de intellectuele duizendpoot, Eric Schliesser, die mij zo de kans gaf om up-to-date te blijven met de laatste ontwikkelingen in de geschiedenis van de filosofie. Twee papers vielen mij vandaag in het bijzonder op.

Leids professor Pauline Kleingeld, die al jaren bezig is met Kant’s kosmopolitisme, liet nu haar licht schijnen over hoe Kant gedacht zou hebben over economische globalisering. Ze liet een kant van Kant zien die ik niet eerder kende: Kant’s filosofie van verdelende rechtvaardigheid. Ze had aan een aantal zinnen over hulp aan de armen ergens weg gestopt in een van Kant’s doorwrochte filosofische werken genoeg om een heel bouwwerk op te zetten van werkeloosheidsuitkeringen tot overheidsbezit van cruciale economische sectoren. Traditioneel worden Kant’s visie op sociale rechtvaardigheid afgeleid van zijn ethiek. Libertariers menen dat omdat Kant vindt dat je mensen altijd als doel op zich moet behandelen en niet als middel, dat je geen belasting mag heffen voor een bijstandsregeling. Immers dan gebruiken de armen de rijken slechts als middel. Egalitariers menen dat omdat Kant vindt dat mensen op een bepaald niveau allemaal gelijkwaardig zijn, dat we juist mensen gelijke kansen moeten geven, door herverdeling. Twee diametraal tegenover gestelde posities: Kant als libertarier en Kant als egalitarier. Kleingeld toonde de ongeloofwaardigheid van beide posities. Wat Kant vond van armoede en ongelijkheid hoeven we niet af te leiden van zijn ethiek, maar dat staat gewoon in zijn politieke filosofie!

Miriam McCormick van de Universiteit van Richmond probeerde Hume‘s epistemologie te verenigen met zijn politieke gedachtegoed. Wij kennen Hume nu met name vanwege zijn skeptische ideeen over kennis, maar hij was in het verleden juist bekend voor zijn politieke pamfletten. Hume gelooft, grofweg, niet dat mensen over veel onderwerpen zekere kennis kunnen hebben. Dat heeft grote gevolgen voor je politieke gedachtegoed. Politiek gezien is Hume een pragmatic, prudent conservative die niet gelooft in grote blauwdrukken voor de toekomst, maar hecht aan wat in het verleden in elk geval gewerkt heeft. Maar hij is boven alles een onafhankelijk politiek denker die zich niet in een ideologisch kamp laat drukken.

Hume lijkt in zekere zin op Karl Popper. Ze delen dezelfde basic opvatting over menselijke kennis maar hebben ook een zelfde idee over de rol van de politiek. Popper maakt een iets andere keuze tussen behoud van het huidige en utopische maatschappelijke vooruitgang. Popper stelt voor dat er een middenweg is tussen conservatisme en revolutie. In piece meal social engineering probeer je door kleine veranderingen bepaalde maatschappelijke problemen op te lossen. Piece meal social engineering heeft wel wat van Hume’s prudent conservatism: beide geloven in kleine, wel overwogen, stappen gericht op praktisch nut.

Een radicale conclusie van de gebrekkige menselijke kennis miste ik echter wel: ik zou stellen dat omdat we niet zeker zijn over wat goed of slechts is, en wat waar en onwaar is, we een vrijzinnige cultuur van tolerantie moeten koesteren moeten. Min of meer in de lijn van J.S. Mill en wat ik eerder hier eerder "epistemological liberalism" heb genoemd. Een nadruk op vrijheid van gedachten, geloof en levensstijlen omdat we niet weten wat goed en waar is. Uit epistemologische onzekerheid, volgen, mijn inziens, juist radicale politieke eisen.

Grote GroenLinks Liefde Dag

Het idee kwam van Arnoud: de grote GroenLinks liefde dag, het moment om aandacht te besteden aan andere GroenLinksers op het web. In paren, want daar gaat valentijnsdag toch om?

  • Zowel het Leids raadslid Hans als Walter, mijn collega in de Leidse programma commissie zijn F-loggers die prachtige foto’s maken van Leiden en zijn bewoners. Een Hans’ foto’s van een bevroren Leiden heb ik nog steeds als achtergrond.
  • Mieke verruilde Brussel voor Ghana en Evelien Amsterdam voor Kenia en New York, om daar ontwikkelingshulp te doen, ze doen bericht vanaf hun blogs voor het thuisfront. Beide waren daar overigens getuige van een presidentiele inauguratie.
  • Kandidaten voor de twee plek Bas en Niels. Nee, jongens, ik ben er nog niet uit.
  • Hyvend vanaf het Binnenhof: Tofik doet het al een tijdje. Ik hoop ook dat Mathieu het ook blijft doen als hij Naima vervangt.
  • DWARS’ers Gerrit en Vincent leveren op hun eigen manier commentaar op
    de politieke situatie. Gerrit geeft gratis strategisch advies aan
    iedereen en Vincent kijkt met zijn altijd kritisch blik naar de
    hele wereld, in het bijzonder de Leidse en GroenLinkse politiek. Met Vincent ben ik het uiteraard bijna altijd eens, daarom is hij dan ook mijn volksvertegenwoordiger in de Leidse raad.
  • De blogs van Diederik en Jaap geven een inzicht in het dagelijks leven van een DWARSbestuurder: Jaap blogt over de laatste ontwikkeling van onder de Haagste kaasstolp. Diederik richt zich met een brede blik op de Europese politiek. Diederik kijkt met een scherpe wetenschappelijke blik naar zijn eigen activiteiten kijkt. Prachtig! 
  • Arnoud en Michel houden de GroenLinks blogosfeer levendig en levend. Arnoud als razende reporter en Michel als beheerder van de planeet. Beiden blijven ook proberen om mijn weblog te lezen: houdt hoop! Misschien dat ik ooit iets leesbaars schrijf!
  • De top-webloggers uit de Hofstad: David die zijn blog gebruikt als uitvalsbasis voor allerlei prachtige internetinitiatieven. En Femke, die een tijdje druk bloggend was, maar helaas stil is de laatste tijd.
  • Bloggend van en naar het Europees Parlement : Judith en Kathalijne. Our coming and going woman in Brussel. Kathalijne’s blog is misschien wel het beste GroenLinks blog, vol prachtige inzichten over de Nederlandse actualiteit en mooie kijkjes in de Europese politieke keuken.
  • De blogs van politieke talenten Jesse en Paul staan vol van vergaderingen, borrels, bijeenkomsten, die hun drukke politieke leven kenmerken.
  • Bloggende statenleden Harmen en Jasper zijn politiek gezien polar opposites: Harmen is een groene liberaal en Jasper een eco-socialist, maar ze konden elkaar wel vinden in hun keuze voor Bas, als lijsttrekker.
  • Et in genu exceptionale Selcus, homo bloggans et decurio in Breda: festina! Paene hodie est in tuo diaro interretis. Laudandum ephemeris tua fida diligensque atque, eheu, tarda est.