We make the internet not suck en zeven andere sites die je moet bezoeken

Vrij Nederland had deze week een sectie met de vijftig beste sites. Op die lijst miste toch veel mooie sites, hier mijn eigen toevoegingen aan die VN-lijst. Morgen volgt, in verband met De Grote GroenLinks Liefde Dag, zal ik me richten op GroenLinks blogs. Maar vandaag dan toch 5 sites die je niet kan missen:

  • Philosophy Bites: twee Britse filosofen, David Edmonds en Nigel Warburton maken een serie podcasts over filosofie. Een half uur lang een interview met een filosoof. Vaak politieke filosofie maar je blijft zo ook op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen in middeleeuwse metafysica. Heerlijk in je luie stoel genieten van mooie argumenten. Samen maakte ze ook ethics bites specifiek over ethische dilemma’s. Edmonds maakt ook Philosophy: the Classics podcasts over de geschiedenis van de filosofie. 
  • xkcd: een webcomic gewijd aan beta humor. Soms te beta voor mij, maar soms ook heel herkenbaar. De tekenaar, Randal Munroe, werkte voor NASA maar kan nu de kost verdienen door zijn grote angst voor Velociraptors uit te tekenen.
  • NRC rocks: Vlogs van Eric Corton over nieuwe rock muziek. Ik heb er nog maar een paar gezien, maar ik wordt iedere keer enthousiast over de band en ben ik zo weer verknocht aan een nieuwe CD. Door zijn inspirerende verhaal over Last of the Shadow Puppets speelt dat nu op mijn itunes. Maar eigenlijk is het leukst om te kijken naar iemand die zo zichtbaar van een CD kan genieten. Prachtig!
  • Making Magic: het kaartspelletje Magic speel ik eigenlijk al een tijdje niet meer. Maar Mark Rosewater‘s columns lees ik nog regelmatig. Mark is hoofd van ontwerpers van het spel. Zijn collumn biedt een interessante kijk in het hoofd van creatieveling.
  • Angus Reid Global Monitor: deze site verzamelt peilingen van de hele wereld. Wil jij weten wie in Takatukuland op winst staat, of hoe Finnen denken over hun president? Je vindt het hier.
  • Tegenlicht: televisie kijk ik eigenlijk niet meer maar VPRO’s tegenlicht kijk ik toch regelmatig online. Geniale televisie die de achtergronden achter het nieuws uit diept. Je zou er bijna een televisie voor kopen.
  • The Colbert Nation: Stephen Colbert speelt een conservatieve Amerikaanse pundit en wijst hen zo op hun hypocrisie en onhoudbare posities. Met geniale segmenten als "the word" waarin hij wordt tegen gesproken door z’n splitscreen. 

En dan toch maar een eervolle vermelding voor wikipedia, die verzameling half-ware informatie over werkelijk alles, die onmogelijke kruising tussen een autoritaire commune van autistische nerds en een prachtig forum voor samenwerking met specialisten uit andere landen. Maar als je iets wilt weten over een onderwerp waar je niets over weet blijft de beste manier: schrijf er een wikipedia artikel over.

Foto’s

Foto’s op wikipedia is voor mij altijd lastig. Ik vind het leuk om bij de GroenLinks artikelen goede foto’s te hebben. Ze hebben daar echter strenge regels over copyright. Zo streng dat de foto’s van GroenLinks niet mogen. Zelf foto’s maken dan maar: dan moet je ook wel mooie foto’s kunnen mkane. Nadat ik een aantal -weinig sierende- foto’s op Debat in de Tent had gemaakt, had ik mijn eigen fototoestel maar aan de wilgen gehangen. Dan moet je afhankelijk zijn van andere GroenLinks fotografen: de kwaliteit van hun foto’s en hun wil om mee te werken. Met wat hulp van Judith Sargentini, kwam ik in contact met Amsterdams GroenLinks lid Bill Crompton, die op lokale en landelijke activiteiten mooie foto’s heeft gemaakt. Een aantal memorabele foto’s heeft hij geschoten, waaronder die van het feest op Debat in de Tent.

Na wat onderhandelingen heb ik een aantal foto’s vrij gekregen: van Judith zelf, maar ook van een van de andere lijsttrekkerskandidaten Alexander de Roo en Tineke Strik (naast de foto die ik al via haar campagneleider Paul had gekregen). Maar ook foto’s van Judith’s Amsterdamse voorganger Maarten van Poelgeest, en zijn collega Marijke Vos. Ook kreeg ik foto’s van partijvoorzitter Henk Nijhof, voormalig kamerlid Wijnand Duyvendak, en oud provo Roel van Duijn. En een groepsfoto van de eerste 9 kandidaten van de GroenLinks-lijst in 2006. Een erg leuk vind ook de foto van Naima Azough met haar tijdelijke vervanger Mathieu Heemelaar. Ook PvdA prominenten Lodewijk Asscher, Jos de Beus en Marcel van Dam zijn nu gesierd met een foto. Ik ben er erg blij mee. Nogmaals: hartelijk bedankt Bill!

Lokale dilemma’s over sociale rechtvaardigheid

Vandaag sprak ik, namens de Leidse programmacommissie, met Hans van Egdom, de woordvoerder op het gebied van werk & inkomen van de Leidse GroenLinks fractie. Hij had een aantal interessante dilemma’s voor ons. Een wil ik hier vanuit filosofisch perspectief (iets) verder uitwerken.

De vraag is op welke groep mensen "aan de onderkant van de samenleving" je je middelen moet richten: die mensen in die net in de bijstand zijn geraakt, of die mensen die er al jaren in zitten. Je zou de volgende beelden van deze twee groepen kunnen schetsen: De tweede groep wordt ook wel het "granieten bestand" genoemd. Een groep mensen die al zeer lang niet werken, misschien zelfs nooit werkervaring hebben op gedaan. Ze worden langszaam ouder, te oud voor veel werkgevers. Ze hebben geen of een gebrekkige opleiding, die niet aan spreekt bij de behoefte van werkgevers. Kansarme mensen, die al jaren aan de kant staan dus. De eerste groep bestaat uit mensen die net de bijstand in komen, omdat ze bv. net te lang in de WW hebben gezeten. Niet zo lang geleden nog ontslagen, met werkervaring, een stuk jonger ook.

Het dilemma betreft geld dat de gemeente uitgeeft aan reintegratie in de arbeidsmarkt. Je kan ervoor kiezen om dit te concentreren bij de eerste groep of bij de tweede groep. Je kan de tweede groep dan ook van de sollicatieplicht bevrijden, met name als ze ouder zijn. Volgens Hans was hier in een ingewikkeld verdelingsvraagstuk: als een
vast budget uit kan geven aan reintegratie, geef je het daaruit
waar je het meest kan bereiken of waar het ‘t meest nodig is? Je kan met relatief weinig middelen snel resultaat kan boeken bij de eerste groep. Er zijn sterke incentives om je op de eerste groep te richten. Dat geeft allerlei succesverhalen over grote uitstroom en verminderde uitgaven aan uitkeringen. Maar moet je die tweede groep dan vergeten, opgeven, omdat het zoveel meer moeite kost om deze mensen vooruit te helpen?

Laten we hier eens naar kijken vanuit de drie belangrijkste benaderingen in de huidige politieke filosofie omtrent verdeling:

  • De utilitische benadering (van Jeremy Bentham) stelt dat we als we handelen, bv. belastinggeld uitgeven aan sociale zekerheid, we zo moeten handelen dat het ‘t meeste geluk oplevert. Efficientie staat hier dus centraal: met die ene euro zoveel mogelijk geluk genereren;
  • De resource-georienteerde benadering (van John Rawls en Ronald Dworkin) is ontwikkeld in reactie op het utilisme. Deze stelt dat we niet geluk kunnen herverdelen -mensen moeten zelf hun eigen geluk na streven-, maar dat de overheid zich slechts kan richten op middelen, zoals geld, onderwijs en zorg, die mensen in staat stellen om zelf vorm te geven aan hun eigen leven. Een centraal principe voor resourcists is dat middelen egalitair verdeeld moeten worden. En wel dat middelen op een of andere manier zo gedeeld moeten worden dat zij die het slechtste af zijn er het meeste voordeel van hebben;
  • De capability benadering (van Amartya Sen) is weer een reactie op het de resource-georienteerde benadering. Sen stelt dat je middelen wel gelijkmatig kan verdelen, maar dat je oog moet hebben voor hoe mensen in staat zijn om de middelen om te zetten die middelen om te zetten in "functionings". Functionings zijn intrinsiek waardevolle activiteiten en eigenschappen, denk hierbij aan een gezond leven, participeren in de samenleving maar ook het vermogen om na te denken, gevoelens te hebben, en van vrije tijd te genieten.

Hoe zouden Rawls, Sen, Dworkin en Bentham Hans adviseren?

  • Bentham zou als volgt naar het dilemma kijken: je hebt een euro en je wilt daar zoveel mogelijk geluk mee genereren. Door mensen aan het werk te helpen, te laten participeren in de samenleving maak je ze gelukkig. Dan moet je dus met dat geldt zoveel mogelijk mensen aan het werk helpen. Als je voor het dilemma staat geld uit te geven aan iemand die waarschijnlijk nooit meer aan het werk kan en iemand die daar wel perspectief op heeft, moet je kiezen voor efficientie. Het klinkt misschien hard, maar je moet geen geld gooien in een groot zwart gat.
  • Rawls en Dworkin zouden hier heel anders naar kijken: het granieten bestand bestaat juist uit die mensen die er het slechtst aan toe zijn. Mensen uit de laagste sociale klasse, waar armoede erfelijk is. Mensen die vaak geestelijke of lichamelijke problemen hebben. Juist daar moet je je middelen op concentreren.  Zij hebben juist meer aanspraak op dit geld omdat hun situatie uitzichtlozer is, dan die van "kansrijke" werkelozen.
  • Sen zou Rawls volgen: als je middelen verdeelt moet je dat dan op zo’n manier doen dat je het vermogen om bepaalde waardevolle staten te bereiken gelijkelijk verdeeld. Laten we aannemen werken zo’n waardevolle staat is. Je moet iedereen zo gelijk mogelijk in staat stellen om te werken. Zowel het granieten bestand als de kansrijke werkelozen. Als dat betekent dat je meer geld steekt in de reintegratie van de meest kanslozen is dat rechtvaardig, als je werk zo’n belangrijk vindt, moet je iedereen daar perspectief op bieden.

Kiezen voor de kansrijken wordt door Bentham gesteund, kiezen voor de kansarmen door Sen, Rawls en Dworkin. Ik denk dat zij het als volgt zouden verwoorden: het een vals dilemma kiezen tussen kansrijk en kansarm, tussen waar je geld iets bereikt en waar het nodig is. Efficientie is wel belangrijk maar rechtvaardigheid is belangrijker. Echt gelijke kansen voor kansarmen en kansrijken om vorm te geven aan hun eigen leven, om waardevolle staten te kunnen bereiken, betekent dat je je meer moet inzetten voor zij die het echt moeilijk hebben.

Once more … with percentages

Eigenlijk was ik niet van plan een uitgebreide duiding te geven van de uitslag van het referendum over het lijsttrekkerschap. Maar nadat zowel Arnoud als Harmen ons hadden mee genomen in de stemrondes. Wou ik ook mijn 2 cents maar even toe voegen. Zowel Arnoud als Harmen kijken naar de absolute aantal stemmen die als een kandidaat afvalt verdeeld wordt over de anderen. Maar wat volgens mij veel interessanter is, is om te kijken naar de verschillen in percentage stemmen tussen die genen die hun kandidaat zagen afvallen en die genen die nog steeds hun eerste keuze in de race hebben. Het punt is dat als veel van de mensen die toen Niels afviel op Judith stemmen dit niet opmerkelijk is: namelijk Judith deed het al heel goed in de eerste ronde. Als ze en masse op Alexander stemden, dan is dat wel opmerkelijk. Immers Alexander deed het minder goed onder de rest van de kiezers.

De getallen die je kan krijgt zijn verschillen tussen de twee populaties: kiezen de mensen die vrij kwamen nadat X afviel, in vergelijking met de stemvoorkeuren van diegenen die niet vrij kwamen, vaker of minder vaak voor bepaalde personen. Vaker wordt uitgedrukt in positieve percentages, minder vaak in in negatieve percentages.

  • Ronde 2: de mensen die hun eerste voorkeur op Niels hadden, kozen bovenmatig voor Bas (+13%) en Alexander (+4%) en niet voor Judith (-11%) of Tineke (-12%).
  • Ronde 3: de mensen die vrij kwamen toen Alexander afviel, kozen vrij weinig voor Judith (-8%) en destevaker voor Bas (+3%), blanco (+2%) en uitgeput (+3%).
  • Ronde 4: de mensen die doorschoven toen Bas afviel, kozen minder vaak voor Tineke (-5%) en vaker voor blanco (+2%) en voor uitgeput (+2%)   

Wat zijn de conclusies van deze exercitie?

De grootste percentuele verschillen zitten in het begin van de
stemrondes. Met name mensen die op Niels stemden hadden een voorkeur
die opmerkelijk afweek van die van de rest van de stemmers. Daarna
worden de verschillen tussen de voorkeuren van de vrijgekomen kiezers
en diegenen die niet vrij kwamen veel kleiner.

En als er al verschillen tussen de groepen zijn: is er een duidelijke groep van mensen die liever een groene man hadden dan een linkse vrouw. Veel kiezers van Niels schoven voor naar Bas, en van Alexander door naar Bas. Ook kozen steeds meer van deze mensen ervoor om niet meer te stemmen. Niels stemmers hadden duidelijk geen voorkeur voor beide linkse vrouwen. Voor Bas stemmers gold dit met name voor zijn collega uit de programmacommissie Tineke Strik en voor Alexander stemmers voor Judith, die net als hij in de Amsterdamse gemeenteraad heeft gezeten.

Rita’s Rechte Rug

Vanochtend werd mijn dag al meteen gebroken door een klein berichtje in de marge van de Volkskrant: Rita Verdonk sympathiseert met cafe’s die zich niet aan het rookverbod houden. Je kon over de oude Verdonk veel zeggen: maar haar principes waren wel eerlijk. Regel is regel. Ik ben een harteloos mens dat alleen maar de wet uit kan voeren, zonder aanziens des persoons. Een stasi mentaliteit, maar wel consequent.

Maar dat was de oude Verdonk. De nieuwe Verdonk vindt dat sommige regels wel gebroken mogen worden. Je mag wel roken in een cafe zelfs als het tegen de wet is.  Ik was ziendend toen ik het berichtje las: een vluchteling die in Nederland asiel zoekt van armoede, oorlog en onderdrukking die verdient geen uitzondering. Mensen die in Nederland geintegreerd zijn, met kinderen hierop school, de taal spreken mogen van mevrouw "regel is regel" hier niet blijven. Zelfs als de reden dat ze hier nog steeds waren, lagen in ons rechtssysteem en overheidsbureaucratie. Die mensen moesten terug soms met gevaar voor eigen leven naar conflictgebieden en tyrannieke regimes. 

Maar als je met een sigaret het leven van andere mensen in gevaar wilt brengen dan mag dat wel. Is het nou echt zo simpel dat regel-is-regel wel geldt voor mensen die niet kunnen stemmen en regel-is-regel niet voor mensen die wel kunnen stemmen? Het is misselijk makend, walgelijk om over de rug van de meest zwakke, stemmeloze mensen politiek gewin te maken door een nadruk te leggen op regels en dan volte face te maken als je stemmen kan winnen.

1+2

Zat ik er toch naast. In mijn enige voorspelling over de lijsttrekkersverkiezing stelde ik dat Tineke Strik de meeste kans had. Toen ik vanmiddag de uitslag hoorde was ik toch niet verbaasd. Judith Sargentini is een echte GroenLinks politica, met een mooi combinatie van ervaring en idealisme. En zij had steun van Amsterdam tot Afrika. In de lijn van Femke en Kathalijne kiest GroenLinks weer voor een slimme, progressief-linkse vrouw uit Amsterdam.

Ik ben erg tevreden over de uitslag: Judith heeft mijn hart gestolen door te zeggen dat ze niet voor Nederlanders in het Europees Parlement wil maar voor de hele wereld. Ze heeft een idealistische uitstraling en sterke nadruk op internationale
solidariteit.

Ook DWARS boekte een overwinning, zelfs als Niels, geen lijsttrekker is geworden. Judith Sargentini heeft haar politieke wortels in de jongerenbeweging van de PSP, de PSJG, en DWARS. Nog nooit eerder haalde iemand die actief geweest was in DWARS zo’n hoge positie.

Maar er is genoeg om vooruit naar te kijken: wie wordt er nummer 2? Zoals ik al eerder schreef is een derde zetel wel heel erg ambitieus. Dan moeten we op zoek gaan naar een goede nummer 2.

Judith bestrijkt een groot deel van het GroenLinks profiel: internationalisme, solidariteit en diversiteit. Daar moet een groene kandidaat bij komen. En voor de gender balance is een man welkom. Judith heeft veel politieke ervaring, maar misschien is iemand met Europese expertise een goede aanvulling. Wie van de vele kandidaten is de beste partner voor Judith?

  • Alexander de Roo, het groene gezicht van GroenLinks in Europa in 1999-2004?
  • Dirk van de Bosch, redacteur van de groene omroep Llink?
  • Diplomaat Harald Boerekamp?
  • Feministe Marije Cornelissen bekend van E=MC2?
  • Jong talent Niels van den Berge?
  • Revolutionair-academicus Peter Custers?
  • Bas Eickhout die een overtuigende derde plek haalde bij de lijsttrekkersverkiezing?
  • Of Tineke Strik, de senator die het aflegde tegen Judith?

De vrouwen vallen af: Tineke en Marije. Hun profielen overlappen wel erg met die van Judith: diversiteit en emancipatie. Daarnaast: met een vrouw op een moet er een man op twee. Ontwikkelingsexpert Custers valt af, want het zelfde profiel als Judith; diplomaat Boerekamp heeft wel Europese ervaring maar mist in het oog springde expertise; en de groene Van den Bosch heeft geen Europse ervaring. Blijven over: Bas, Niels en Alexander. Waar hadden we die namen eerder gezien? De drie mannen die het in de Europese lijsttrekkersstrijd aflegden tegen de vrouwen. Alle drie groen, man en met een zekere Europese ervaring.

Ik ben er nog niet uit. Ze hebben allemaal hun pro’s en con’s. U hoort later meer van mij.

Machteloze rebellen of eminente notabellen?

In weinig landen is de fractiediscipline zo sterk als in Nederland. In de Tweede Kamer is het zo sterk dat de kamervoorzitter partijen telt bij het stemmen en geen kamerleden. Alleen als kamerleden zich onttrekken van hun fractie worden ze geteld. Dat is bij minder dan 1% van de stemmen het geval.

Je zou verwachtte dat fractiediscipline het laatste redmiddel is van de machteloze kamerleden is. Mensen die het in de fractie verloren hebben kunnen dan niet anders doen dan anders stemmen. Backbanchers zonder macht, zonder invloed, zonder overredingskracht zouden dat dus moeten zijn.  Van de fractiediscipline afwijken wordt, zo verwacht je dan bij de partij niet in dank afgenomen. Je bent toch verkozen om het partijprogramma uit te voeren niet om een beetje op je eigen houtje at random je hand op te steken! Einzelgaengers, solisten, die niet kunnen functioneren in de groep, de fractie, maken het maar moeilijk voor zich zelf.

Ik ben nu bezig om stemmingen in de Tweede Kamer te bestuderen. En wat blijkt, wie wijken af van fractiediscipline? Kamerleden als Rouvoet, Halsema, Wijn, Verburg. Dat zijn kamerleden die veel voorkeursstemmen binnen haalden, hoog op de lijst stonden en een zeker aan zien genieten. Mensen van wie je kan verwachten dat ze de fractie achter zich kunnen krijgen. Waarom stemmen deze eminente kamerleden nou juist afwijkend? Omdat zij het zich kunnen veroorloven. Onafhankelijkheid is niet het teken van een zwak kamerlid, maar van een sterk kamerlid. Ook worden ze niet afgestraft voor hun eigenzinnigheid, maar gepromoveerd: het fractievoorzitterschap, ministerschappen dat krijg je als je je onafhankelijk op stelt.   

Overigens het zijn ook soms de Singh Varma‘s, Van Gijzels en natuurlijk de leden van de ouderenpartij die rebels stemmen. Toch ook de zwakkere kamerleden met een kleinere machtsbasis in de fractie, die niets anders kunnen. Hier worden mensen de fractie uitgezet, of op een lagere plaats op de lijst, of vertrekken mensen uit de kamer. 

Er zijn dus twee type kamerleden die zich onttrekken van de fractiediscipline: de machtigen, die het zich kunnen veroorloven en de machtelozen, die niets anders kunnen. Alleen als je van alle gedisciplineerde kamerleden en alle onafhankelijken een beeld kan krijgen van hun machtsbasis (voorkeursstemmen, plaats op de lijst) dan kan je zeggen of in het algemeen de relatie de ene of de andere kant uitslaat. Maar in zo’n gemengde groep zouden de machtigen en de machtelozen elkaar nog wel eens in balans kunnen houden.

Toch zegt dit al iets over de fractiediscipline in de Tweede Kamer: alleen de allermachtigsten en de allerzwakste onttrekken zich van de fractiediscipline. De allermachtigsten zullen toch wel vaak hun zin krijgen, dus is het beperkte afwijkend stemgedrag een teken dat de macht in fracties relatief gelijk verdeeld is: veel kamerleden zitten in de middenmoot en stemmen met de mainstream. Iedereen krijgt wel eens zijn zin, en soms niet. Daar zit geven en nemen in. Fractiediscipline is geen teken van hierarchisch parlement maar van een traditie van polderen en consensus. 

Parlement of -tijraad

Soms is de Tweede Kamer net de partijraad. Stelt Balkenende eindelijk onderzoekscommissie in. Kiest hij een onafhankelijke, uiterst capabele voorzitter. Doet hij dus dat gene waar veel oppositiepartijen al jaren toe opriepen: een onafhankelijk onderzoek laten te doen naar hoe wij de Irak oorlog in "gerommeld zijn". Dan komen de kamerleden van de oppositie op hoge poten klagen dat het niet genoeg is en te laat. Het Reformatorisch Dagblad stelde het mooi: Femke Halsema "heeft een vinger van Balkenende gekregen, en wil nu de hele hand."  Het is nooit genoeg voor die GroenLinks parlementariers. Altijd maar vragen om meer controle, meer toezicht. Altijd maar wantrouwen, argwaan. Straks heeft Davids een commissie van 30 top juristen bij elkaar geformeerd, komt een motie van Halsema c.s. die oproept 15 leden toe te voegen aangewezen door het parlement.

Kijk, ik krijg een warm hart ik Halsema in dat debat bezig zie. Met die West Wing quote aan het begin had ze mijn aandacht meteen. Het is prima als een politicus als Balkenende gecontroleerd wordt. Vertrouwen is goed, maar toezicht is beter. Macht zonder checks & balances is een gevaar.

Maar waarom moet er dan zo geklaagd worden over de partijraad? Behoeft de macht van Femke Halsema geen checks? De invloed van Henk Nijhof geen balances? Als Kees Vendrik aanhoudend is in de Tweede Kamer is hij een held. Als Tofik Dibi sterk toezicht houdt op het falende beleid van Andre Rouvoet is hij politiek talent van het jaar. Voor een scherpe vraag krijgt Kathalijne Buitenweg bij ons applaus. Is een partijraadslid aanhoudend dan is zij wantrouwend. Probeert een partijraadslid toezicht te houden op iets wat uit de handen van het partijbestuur dreigt te vallen, dan is hij zuur. Een scherpe vraag van een partijraadslid is een vervelende horzelsteek.

Het zal altijd wel zo zijn als je aan de andere kant van de macht staat: controle voelt nooit goed. Wantrouwen is nooit fijn. Maar het is wel noodzakelijk in een democratische samenleving en een democratische partij.

Geachte Heer Wilders,

Geachte Heer Wilders,

Ook ik maak mij zorgen over een grote religieuze groepering in Nederland. Een religieuze groepering die de antisemitische elementen in haar midden niet veroordeeld maar omarmt. Een religieuze groepering die holocaustontkenners niet de deur wijst, maar toelaat in haar kringen. Een religieuze groepering die die bewegingen die de verlichtingsidealen afwijzen, alle ruimte biedt. De leiders van deze religieuze groepering wijzen homoseksualiteit af, schofferen Joodse leiders, en komen daarmee weg. En het meest schokkende is: deze religieuze groepering heeft meer dan 4 miljoen aanhangers in Nederland!

Vier miljoen mensen in onze tolerante land omarmen dus antisemitisme en homohaat. Vier miljoen mensen in onze vooruitstrevende land willen terug naar de middeleeuwen van pogroms en heksenverbranding. Vier miljoen rotte appels in mooie, vrije land.

Deze religie heeft een geschiedenis van geweld en terrorisme. Eeuwen geleden voerde ze al oorlog tegen ongelovigen in het Midden Oosten. En recent pleegde aanhangers van dit geloof nog verschrikkelijke aanslagen in steden als Londen.

Is het niet tijd dat u een film maakt over de misstanden van 2000 jaar Katholicisme? Wordt het niet tijd om de haatdragende, geweld-oproepende passages uit de bijbel te scheuren? Kunnen katholieken zolang zij geen afstand doen van de antisemitische, homohatende, gewelddadige elementen in hun midden nog wel Nederlander zijn?

Of moeten we erkennen dat alle groeperingen, religieus of seculier, mensen zonder verdraagzaamheid voor andersdenkenden, mensen met een hekel aan vooruitgang en mensen met haat voor vreemdelingen in hun midden hebben. En dat we nooit alle leden van een groep mogen veroordelen op basis van de foute opvattingen of misdadige handelingen van een enkelen van hun.