Filosoof van de Maand: Rutger Claassen

Kijken of het mij elke maand gaat lukken. Een filosoof van de maand. Een filosoof met een geniaal idee, een innovatieve visie, of een wenkend perspectief dat inspeelt op de actualiteit. Voor deze maand is het makkelijk: Rutger Claassen voor zijn liberale voorstel over de AOW.

Dankzij de FNV is er nu tijd voor een half jaar lang discussie over de toekomst van de AOW. Nu is er ruimte voor inspirerende voorstellen om de AOW te vernieuwen. Het mooiste dat ik ben tegen gekomen komt van Rutger Claassen. Hij stelde zaterdag in de Volkskrant dat liberalen, net als de FNV, zich niet moeten neer leggen bij het compromis van het kabinet. Dat dwingt iedereen om langer door te werken. Een echte liberaal zal nooit een visie van het goede leven aan iedereen op leggen. Dus moeten we niet de visie van het kabinet opleggen aan iedereen ("Gij zult werken"). Een echte liberaal staat voor de vrije keuze. Mensen moeten de keuze hebben om langer door te werken of eerder met pensioen te gaan. Die keuze heeft echter wel gevolgen. Als je eerder stopt met werken moet je een lagere AOW accepteren, werk je langer door krijg je een hogere AOW.  Mensen krijgen de keuze of meer vrije tijd of een hoger inkomen.

Ik vind het voorstel van Claassen prachtig. Verdelende rechtvaardigheid is innig verbonden met de keuze voor een moralistische of een paternalistische samenleving. Al een tijdje betoog ik dit, ook op dit weblog, over de bijstand, waar juist liberale partijen als GroenLinks, D66 en de VVD proberen een ideaal van een werkend leven op te leggen aan alle burgers. Een ouder mag er niet voor kiezen kinderen op te voeden, een surfer mag niet de hele dag surfen. Maar het geldt even zeer voor de discussie over de AOW, nu proberen echter de PvdA en het CDA ons ook te vertellen dat een werkend leven verkiesbaar is boven een ontspannen leven.

Claassen biedt ons de mogelijkheid voor een overheid die mensen keuzes biedt in plaats van hen een bepaalde moraal ideaal oplegt. Hij stelt voor liberalisme echt in de praktijk te brengen – kunnen die zogenaamd liberale partijen VVD, D66 en GroenLinks nog wat van leren.

GroenLinks als groene moderne gezinspartij

GroenLinks moet een eco-tax instellen op echtscheidingen stellen Diederik Boomsma en Jonathan Price vanochtend in de Volkskrant. GroenLinks als partij die het meest opneemt voor singles en voor het milieu moet een keuze maken. Voor het milieu, en dus voor het huwelijk. Alleenstaanden zijn een belangrijke bron van verspilling en vervuiling stellen zij.

Er is denk ik een centrale onjuiste aanname in dit stuk. GroenLinks is geen partij voor singles of alleenstaanden. GroenLinks is een moderne gezinspartij die mannen en vrouwen in staat wil stellen om allebei arbeid en zorg te combineren. Dat is niet alleen vanuit progressief links perspectief een goede keuze, maar ook vanuit milieu perspectief. Ik zal hier kijken naar drie bronnen van vervuiling: mobiliteit, productie en consumptie.

Aan de kern van het moderne gezinsbeleid van GroenLinks staat het idee dat vrouwen meer zijn dan baarmachines en dat mannen meer zijn dan kostverdieners. Vrouwen en mannen moeten zelf kunnen kiezen hoe ze hun eigen leven in richten. Vrouwen in het bijzonder moeten ervoor kunnen kiezen om meer dan moeder te kunnen zijn. Als meer vrouwen gaan werken, dan krijgen ze statistisch gezien minder kinderen. Minder kinderen in het Westen betekent dat er minder kinderen zijn die op groeien tot  consumenten met een Westers consumptiepatroon. Om een duurzame samenleving te krijgen moeten we toe naar een evenwichtigere bevolkingsgroei in het Westen. Een modern gezinsbeleid kan daarbij helpen.

GroenLinks komt daarnaast ook op voor homo-rechten. Een samenleving waarin homosexualiteit niet wordt gezien als een zonde maar wordt geaccepteerd als een natuurlijke uiting van liefde, is een groene samenleving. Homo’s en lesbiennes maken namelijk met zijn tweeen geen kinderen. Meer homo’s betekent opnieuw minder bevolkingsgroei. Minder bevolkingsgroei is minder mensen met een westers consumptiepatroon.

Dus op het gebied van vervuiling en verspilling vanuit consumptie is een politiek die vriendelijk is voor het moderne gezin beter voor het milieu dan politiek die vriendelijk is voor het traditionele gezin. Maar ook op het vlak van de twee andere bronnen van vervuiling (mobiliteit en productie) is het GroenLinkse moderne gezinsbeleid beter.

Een belangrijke vorm van verspilling van energie zijn de files waarmee Nederland vol staat ‘s ochtends en ‘s avonds. Als mensen deeltijd gaan werken, flexibelere werktijden krijgen, thuis gaan werken, dan lossen die files zo op. Deeltijdwerk, flexibele werktijden en thuiswerken zijn een belangrijk onderdeel van het moderne gezinsbeleid van GroenLinks.

Ten slotte, een belangrijk onderdeel van het GroenLinks beleid op het gebied van arbeid en zorg is dat mensen minder gaan werken. Vrouwen gaan meer werken, maar mannen gaan minder werken, al met al zal dat een bescheiden daling op leveren van de tijd die mensen gemiddeld per dag werken. Als mensen gemiddeld minder gaan werken, betekent dat minder productie. Voor een duurzame economie moeten we minder (milieuvervuilend) produceren. Zo levert het GroenLinkse moderne gezinsbeleid een belangrijke bijdrage aan een vermindering van milieuvervuiling

Al met al levert het moderne gezinsbeleid van GroenLinks een belangrijke bijdrage aan minder productie, minder consumptie en betere spreiding van mobilitieit. Dat is pas echt groene politiek.

Na JPB

Na de Europese Parlementsverkiezingen wordt een nieuwe Europese Commissie gevormd. Er wordt nu vol op gespeculeerd over wie Barosso op moet volgen. Een van de kandidaten is Jan Peter Balkenende.

Dat is een beangstigend toekomst beeld. Niet omdat Jan Peter volslagen ongeschikt is om voorzitter van de Europese Commissie te zijn, maar omdat een andere CDA’er hem op moet volgen als premier van Nederland.

Als ze bij het CDA Jan Peter naar Europa toe schuiven wie zou hem dan op moeten volgen? Er zijn denk ik vijf CDA’ers die kans maken:

  • Logische kandidaat is Maxime Verhagen. #2 op de lijst van CDA in 2006 en op dit moment minister van buitenlandse zaken  en in de vier jaar daarvoor fractievoorzitter van het CDA. Als tweede man van het CDA is hij een logische opvolger. Als minister van buitenlandse zaken heeft hij veel buitenlandse contacten op gedaan en als fractievoorzitter heeft hij de kneepjes van het politieke werk opgedaan.
  • Piet Hein Donner is ook een mogelijke kandidaat. Hij is al twee jaar minister van sociale zaken en daarvoor vier jaar lang minister van justitie. Daarvoor was hij lid van de Raad van State en de WRR. Donner was in het begin van de kabinetten Balkenende het brein achter de premier. Hij heeft ervaring op het gebied veiligheid & justitie en economische & sociale zaken. Hij is een logische opvolger gezien zijn uitgebreide bestuurlijke ervaring.
  • Een interessante internationale move zou Jaap de Hoop Scheffer kunnen zijn. Hij treedt binnen kort af als secretaris-generaal van de NAVO. Terwijl Jan Peter naar Europa gaat, komt Jaap terug uit de NAVO. Daarvoor was hij minister van buitenlandse zaken en fractievoorzitter van het CDA. Hij had CDA lijsttrekker moeten zijn bij de verkiezingen van 2002. Het premierschap is voor zijn ogen weggeroofd. Is nu premier worden een mooie beloning voor zijn geduld?
  • De beste keuze voor het land is Herman Wijffels bewindvoerder bij de wereldbank, voormalig voorzitter va de SER, bestuurder van de RABObank en informateur. Hij heeft veel economische, financiele en internationale ervaring. Dat is precies wat we nu in deze economische crisis nodig hebben. Daarnaast heeft hij een CDA’er met een groen en sociaal profiel, wat mooi uitkomt in dit centrum linkse kabinet.
  • Een typische CDA verassing zou Peter van Heeswijk
    zijn. Hij is nu partijvoorzitter van het CDA. Daarvoor lid van de
    provinciale staten en bestuursvoorzitter in de provincie. Bij de
    laatste formatie bleek hoe belangrijk het partijbestuur voor het CDA
    is. Twee staatssecretarissen werden geput uit het partijbestuur (Jan Kees de Jager en Marja van Bijsterveldt). Partijvoorzitter Marnix van Rij
    vond ook dat hij CDA leider kon worden. Het gebrek aan bestuurlijke
    ervaring voorkwam ook niet Jan Peter Balkenende minister-president werd.

De meest waarschijnlijke kandidaten (Verhagen, Donner) zijn ook de meest beangstigende kandidaten. De onbuigzame jurist Donner of de rechtse gladjakker Verhagen? Wijffels heeft mijn eigen voorkeur, maar dat zou echt zeer onwaarschijnlijk zijn. Misschien Jan Peter, in het landsbelang maar premier blijven, tot de verkiezingen van 2011 natuurlijk!

Rechts en de bankiersbonussen

De voortdurende controverse over de bonussen bij ING stelt rechts voor een interessant dilemma. Rechtse filosofieen over de rechtvaardiging van inkomensverschillen werken namelijk perfect als mensen competent zijn en alles werkt zo als het hoort. Er onstaan echter grote problemen als mensen hun werk niet goed doen.

Volgens rechtse liberalen, libertariers, zijn inkomensverschillen gerechtvaardigd omdat mensen bepaalde vermogens hebben waarvoor anderen willen betalen. Werken mensen hard, presteren ze goed, dan worden ze voor hun inspanningen beloont. Een bankier die keihard werkt, allerlei zware verantwoordelijkheden draagt en welvaart creeert mag doorvoor betaald worden. Bonussen, optieregelinen zijn een prima manier om werknemers te stimuleren hun best te doen. Als ze goed hun best doen worden ze daarvoor beloont.

Er onder lijkt een vrij simpele theorie van inkomensverdeling te liggen het prestatiebeginsel. Iemand die welvaart genereert heeft recht op (een deel van) de welvaart die hij zelf geneert. Als ik een schilderij maak en dat aan iemand verkoop, heb ik recht op die hele verkoopprijs. Er is niemand ander die daar aanspraak op maakt. Het was immers mijn arbeid die die welvaart creeerde. Het zelfde geldt in een bank. Als iemand grote winsten maakt heeft hij recht op die winsten. Het bedrijf dat mogelijk maakte dat zij die winsten maakte, maakt natuurlijk ook gedeeltelijk aanspraak. Dus krijgen ze allebei een deel. Easy as pie zou je zeggen.

Echter dat is niet het hele verhaal. Rechtse liberalen benadrukken ook vaak een ander argument: vrije keuze. Kijk als ik een mooi schilderij maak en dat aan iemand verkoop dan is dat een geheel vrije transactie. Er is geen dwang in de verkoop geweest. We hebben er allebei voor gekozen. Voor veel rechtse liberalen is dat argument genoeg om de verschillen in inkomensverdeling te rechtvaardigen. Zolang mensen maar zelf gekozen hebben om hun eigen geld her te verdelen, is er geen onrechtvaardigheid. Want iedereen heeft daar toch vrij voor gekozen. Laten we dit het vrije keuze beginsel noemen.

Vaak gaat dit goed samen: als mensen goed presteren, willen andere mensen hen in huren. Ze worden betaald voor hun prestatie omdat die dat waard is en ze dat af hebben gesproken. Het vrije keuze beginsel en het prestatie beginsel gaan hand in hand.

Bij de bankiers bij ING is dit echter niet het geval. Mensen die voor armoede en chaos hebben gezorgd worden beloont met grote bonussen. Niet welvaartcreatie wordt beloont maar de destructie van welvaart. Volgens het prestatie criterium mogen ze niet beloont worden.

Volgens het vrije keuze principe is echter niets aan de hand. Mensen hebben in vrijheid besloten om geld over te dragen. Dat mensen een vergissing hebben gemaakt en nu onkunde in plaats van kunde belonen is hun fout. Maar dat betekent niet dat het onrechtvaardig is, want mensen hebben daar zelf voor gekozen.

Hier gaan vrije keuze en prestatie niet samen. De bank heeft er zelf voor gekozen om geld te geven aan incompetente mensen. De VVD en de PVV de vertegenwoordigers van rechts liberalisme en Nederland waren de eerste die opriepen de beloningen van de ING bankiers af te romen. Ze stonden niet voor dit dilemma. Als ze konden kiezen voor een vrije markt of een economie waar het prestatie criterium gold kozen ze voor het prestatie criterium. Een interessante keuze omdat veel marxisten beweren dat juist in een planeconomie het prestatie criterium het beste in stand wordt gehouden.

Over Linkse Euroskeptici en Groene Eurofielen

Ik was verbaasd toen Judith Sargentini op het GroenLinks congres de GroenLinks lijst voor het Europees Parlement een lijst van groene Eurofielen noemde. Nog verbaasder was ik toen ik in de wandelgangen hoorde dat wij met D66 de concurrentie aan moesten gaan over wie de meest pro-Europese partij is. GroenLinks als voorvechter van Europese eenwording.

Vanuit historisch perspectief is dit een opmerkelijk standpunt: ooit waren de voorgangers van GroenLinks de meest Euroskeptische partijen van Nederland. De rode lijn in het standpunt van GroenLinks en haar voorgangers, is zeker niet groen & Eurofiel.

Ik wil hier deze rode lijn volgen. Ik zal kort kijken naar de standpunten van GroenLinks en een van haar voorgangers, de PSP, over Europa. De PSP is speciaal gekozen omdat onze groene Eurofiel daar haar wortels heeft. Ik kijk naar Tweede Kamerverkiezingsprogrammas, omdat juist op de vraag meer of minder Europa, het de Tweede Kamer is die veel te zeggen heeft en niet het Europees Parlement. De pointe is dat de PSP begon met een gematigd standpunt over Europese eenwording maar dat de zij gedurende jaren ’70 steeds feller Euroskeptisch werd. Al bij de fusie van GroenLinks moest dit standpunt gematigd worden. Tot het Eurofiele standpunt dat we nu hebben.

PSP – Linkse Euroskeptici

De eerste keer dat Europa voorkomt in de programma’s van de PSP is in 1967. De PSP noemt hierin twee thema’s die ook weer in de jaren ’90 belangrijk worden: samenwerking tussen West- en Oost-Europa en democratisering van de Europa. De PSP riep op tot samenwerking tussen EEG, EFTA en de COMECON om de Europese rijkdom te verdelen met achtergebleven gebieden. Daarnaast moest het Europees Parlement rechtsstreeks gekozen worden en meer bevoegdheden krijgen.

In 1971 slaat deze Euro-positieve toon om: in kapitalistische landen worden bovennationale organen zoals de EEG gebruikt om de parlementaire democratie om zeep te helpen. Daarnaast is het een obstakel voor de ontwikkeling van individuele lidstaten in socialistische richting. Europese eenwording stimuleert monopolievorming en werpt een machtsblok op tegen armere landen. Wel biedt de PSP een alternatief: een socialistische en  democratische Europese Gemeenschap.

In 1977 neemt de linkse Euroskepsis nog verder toe: de economische ontwikkeling beweegt Europese Gemeenschap in de richting van een “superstaat”. Een superstaat die staat voor alles waar de PSP tegen is: het kapitalisme van grote bedrijven, neo-koloniale onderdrukking van het Zuiden, blokvorming tussen Oost en West. Al met al is de Europese Gemeenschap een “belangengmeenschap van uitbuitende krachten”. Door de gebrekkige democratische controle en de tomeloze uitbreiding van bevoegdheden vormt de EG een bedreiging voor de democratie. Een direct vekozen parlement (10 jaar geleden nog een PSP voorstel) heeft nu slechts een “propagandafunctie voor de kapitalistische superstaat.” Enige conclusie: Nederland moet uit de Europese Gemeenschap stappen.

In 1981 blijfde deze eis staan. Nederland moet uit de EG en zeker geen bevoegdheden afstaan. Het zijn de grote bedrijven die profiteren van open grenzen. Democratie in Europa is schijn.

In 1986 wijst de PSP de Europese Unie nog steeds af als een instrument van het Westerse kapitalisme. Zolang de EG een obstakel is voor de vorming van een socialistisch Nederland, verzet de PSP zich tegen het Nederlands lidmaatschap. De EG moet worden opgeheven en vervangen worden door een internationaal, democratisch samenwerkingsverband van Oost en West, Noord en Zuid.

GroenLinks – Groene Eurofielen

In 1989 bij het eerste verkiezingsprogramma van GroenLinks is de toon al gedeeltelijk omgeslagen ten opzichte van Europa. Het gematigde geluid van de PPR zal hierbij zeker een rol hebben gespeeld. De Europese Gemeenschap moet nu een bijdrage leveren aan ontspanning in Europa. Een Europees sociaal en milieubeleid is zeker nodig, maar zolang het Europees Parlement niet genoeg bevoegdheden heeft, moeten er niet meer bevoegdheden naar Europa. Rechtvaardigheid wordt ondergeschikt gemaakt aan democratie.

In 1994 noemt GroenLinks zichzelf een “kritisch voorstander van Europese samenwerking”. De nationale staat redt het niet alleen meer. In een tijd van internationalisering van economie en grensoverschrijdende problemen is samenwerking noodzakelijk. Maar het gaat GroenLinks wel samenwerking waarbij Oost en West betrokken worden. Waarbij er sociale en milieuregels gesteld worden aan het internationale bedrijfsleven. En waarbij het democratisch tekort van Europa wordt overbrugd.
De consequentie van de keuze van een democratisch Europa wordt hier eindelijk getrokken. Een democratisch Europa is een federaal Europa, waarbij de belangrijkste beslissingen niet meer compromissen zijn tussen staten, maar door de democratisch verkozen volksvertegenwoordiging worden vastgesteld. In een federaal Europa is juiste verdeling van competenties noodzakelijk.

In 1998 blijven deze drie thema’s belangrijk: toetreding van nieuwe landen, democratisering van de Unie en een linkser beleid.
De Europese Unie moet democratischer en transparanter worden. Om hiervoor te zorgen moet eer een Europese grondwet komen, die het Europees Parlement moet worden versterkt.
Daarnaast moet Europa niet langer in zich zelf gekeerd zijn. Eerlijke handel, internationale conflict preventie, ontwikkelingssamenwerking, een rechtvaardig migratiebeleid de Europese Unie moet het allemaal regelen naast de milieu- en sociale eisen die GroenLinks al jaren heeft. Meer mens, minder markt dus. Daarom spreekt GroenLinks zich ook uit tegen de snelle invoering van de Euro.

In 2002 blijven we deze positieve grondhouding zien: er moet een Europa komen van Oost en West. Dit moet een democratisch Europa waar burgerrechten beschermd worden. GroenLinks kiest voor cooperatief federalisme waarbij verschillende bestuursniveaus (Europees, nationaal en lokaal) samenwerken. Dit Europa moet zich sterk maken voor milieu- en sociaal beleid en internationale samenwerking.

In 2003 wordt er maar een ding over Europa gezegd. Europa moet zich meer op het wereldtoneel laten zien. Het is niet genoeg om de wereldpolitiek over te laten aan de militaire wereldmacht van Amerika. Juist Europa moet een civiele wereldmacht worden.

In 2006 blijven veel van deze themas’s belangrijk. Europa moet een pleitbezorger zijn van mensenrechten en trekker voor duurzaamheid. Er is wel iets te zien van het verloren referendum. GroenLinks benadrukt dat ze altijd tegen het Europa van markt en munt is geweest en heeft gekozen voor mens en milieu. Er moet een nieuwe, conventie komen die een democratischere grondwet maakt. Daarnaast wordt er meer subsidiariteit gehamerd: Europese bevoegdheden zijn alleen maar van toepassing voor echt Europese aangelegenheden, en niet voor onderwijs, zorg, publieke voorzieningen en onze progressieve verworvenheden.

Een rode of een groene lijn?

Opvallend genoeg zijn bijna in alle programma’s drie thema’s centraal: er moet een Europa komen van Oost en West. Dit Europa moet democratisch zijn. En dit Europa moet links beleid voeren.
Voor 1989 waren dit voor de PSP redenen om uit de ondemocratische, Westerse en kapitalistische Europese Gemeenschap te willen stappen. Sinds 1989 is dit een reden om juist kritisch voor Europa te zijn.
Vier dingen hebben bij deze omslag voor links dus tegen Europa naar links dus voor Europa waarschijnlijk een rol gespeeld. Ten eerste werd het Euroskeptische PSP geluid gemengt met het veel gematigdere PPR geluid in een GroenLinks geluid.
Ten tweede begon de Europese Unie sinds de jaren ’90 linkser beleid te voeren. In de jaren ’90 werd de commissie van milieu ministers gedomineerd door de Groenen. Veel regeringsleiders waren sociaal-democraat. Europees beleid werd groen en links, Europa werd stapje voor stapje democratischer.
Ten derde werd met de opkomst van nieuw radicaal rechts in Europa Euroskepsis steeds meer gekoppeld aan nationalisme. De tegenreactie hierop was dat GroenLinks (tegen nationalisme en tegen nieuw rechts) pro-Europa werd.
Ten vierde zorgden nieuwe internationale verhoudingen (economische globalisering, wereldwijde milieuproblemen en de unipolaire wereld) ervoor dat we de pretentie moesten opgeven dat een klein landje onze idealen kon realiseren.

Naar een sociaal verzekeringsstelsel

Ik werd er zaterdag in de column van Frank van Kalshoven weer fijntjes op gewezen: belangrijke onderdelen van de Nederlandse verzorgingsstaat volslagen onrechtvaardig zijn.

Laten we als een simpel principe van rechtvaardigheid aanhouden: als wij geld herverdelen dan moeten diegenenen die het minst goed af zijn daar het meest mee geholpen worden. Dit is het onderliggende principe achter Ronald Dworkin‘s hypothetische veiling en John Rawls‘ `difference principle: je probeert mensen die door factoren buiten hun eigen controle er minder goed voorstaan te compenseren voor dit ongeluk.

Nu is het Nederlandse stelsel van sociale zekerheid niet zo ingesteld. Regelingen als de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA, oude WAO) en de Werkeloosheidswet (WW) zijn zo ingesteld dat mensen die arbeidsongeschikt of werkeloos zijn een bepaald percentage van het inkomen dat ze verdienen voor ze werkeloos of arbeidsongeschikt waren uitbetaald krijgen. Als iemand een groot inkomen had krijgt hij een grote uitkering. Verdiende iemand heel weinig, dan krijgt hij een bepaald percentage van heel weinig.

Deze regelingen schenden een heel basaal principe van rechtvaardigheid. Mensen die al veel hebben krijgen meer dan mensen die slechts weinig hebben

De achterliggende reden is dat onze sociale zekerheid niet wordt gezien als een manier om inkomen te verdelen tussen mensen die goed af zijn en mensen die minder goed af zijn. Het wordt gezien als een (verplichte) verzekering van werknemers tegen inkomensderving. De WW is tijdelijke regelingen die bedoeld is om mensen die op zoek zijn naar werk de middelen geven om die periode te overbruggen. De lengte van de uitkering is afhankelijk van iemands’ arbeidsverleden. Dat zelfde geldt voor de uitkering voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten.

Voor de WW kan je het argument misschien nog wel maken: het is een tijdelijke regeling voor als je even geen werk hebt. Als je meer geld verdient dan heb je meer vaste kosten, met name voor je hypotheek of huur. Om ervoor te zorgen dat je die rekeningen kan betalen krijg je meer geld. Het is ook wel te rechtvaardigen: als je meer verdient, betaal je meer premie, dus mag je ook wel meer krijgen. Maar dan moet je het geen sociale zekerheid noemen en doen alsof deze regelingen behoren tot de kernwaarde van linkse politiek, zoals zoveel mensen binnen linkse partijen. Het is gewoon een private verzekering die de overheid op zich heeft genomen omdat ze die voor iedereen verplicht wil stellen: als je er meer in doet, krijg je er meer uit als je het nodig hebt.

Maar de WIA is een manier om mensen die een groot ongeluk lopen te compenseren voor hun ongeluk.  Als je duurzaam volledig arbeidsongeschikt geldt dat voor de rest van je leven. Twee mensen worden getroffen door de bliksem, maar omdat de een rijker is krijgt hij voor de rest van zijn leven meer geld dan iemand die daarvoor minder verdiende. Waarom is dat rechtvaardig? De WIA is niet bedoeld om mensen een periode te laten overbruggen, maar lijkt erop gericht te zijn inkomensverschillen instand te houden/

In beide gevallen zou sowieso ik de compensatie regelingen aan eerlijk maximum binden. Dus niet meer dan 100% van het modale inkomen uitgekeerd krijgen. Voor de rest kunnen mensen die er toch goed aan toe zijn zich zelf verzekeren op de vrije markt, als ze de hypotheek op hun villa willen af betalen. Het liefst zou ik het zo willen organiseren dat de uitkering regressief is: des te meer je verdiende des te minder je krijgt, natuurlijk uitgaand van een redelijk startpunt bv. 100% van het minimumloon voor mensen op het minimumloon, we noemen het immers niet voor niets minimumloon, toch?

Door de uitkeringen aan maximum te binden hoeft de overheid hier minder geld aan uit te geven: kunnen de lasten verlaagd worden of misschien de overheidsuitgaven vergroot. Is dat geen mooie bezuiningsregel in deze crisistijd, Wouter? 

Vraagsturing

Sinds de kredietcrisis zijn marktwerking & vraagsturing helemaal uit. Maar dit weblog gaat gelukkig tegen de stroom in. Daarom zal ik vandaag, nu mijn weblog net meer dan 2 jaar bestaat, eens kijken wat u,  beste lezer, eigenlijk wilt lezen.

Sinds 2/2/2007 heb ik precies 300 berichten geschreven. 38% (115 berichten) daarvan gingen met name over GroenLinks. 24% (74 berichten) gingen over (overige) politiek, zowel binnenlands als buitenlands. 70 berichten (23%) gingen over politieke filosofie. Dan zijn er een aantal kleinere categorieen 5% (15 berichten) gingen over kunst, cultuur & media. En 13 berichten (4%) gingen over wetenschap. Een even groot aantal berichten ging met name over mijn persoonlijke leven.

Maar wat vond u de lezer nu interessant? Over de hele periode kreeg ik gemiddeld 27 bezoekers per dag. Dit varieerde sterk over tijd: In het eerste jaar was dat slechts 16 bezoekers en in het tweede jaar 35. Het gemiddelde is echter een vrij slechte maat voor central tendency, want hij is nogal gevoeliger voor outliers. Daarom kan je beter kijken naar de mediaan die minder gevoelig is voor uitschieters naar boven of naar beneden. Voor de hele periode is de mediaan 20. Deze is opnieuw hoger in het laatste jaar (27) dan in het eerste jaar (12).

Die uitschieters zijn interessant om te bekijken. Wel geteld 14x in de afgelopen twee jaar waren er op een dag meer dan 100 bezoekers op dit weblog. De eerste keer was tijdens de ophef over de faithless electors in Noord en Zuid Holland. GroenLinks onderwerpen doen het ueberhaupt goed: ik kreeg ook veel hits naar aanleiding van mijn ophef over Tofik Dibi’s vragen over conspiracy theories. Het allermeeste hits kregen voor mijn kritisch noot over het groene gehalte van GroenLinks na het afscheid van Wijnand – nut Femke Halsema hoog in de duurzame top 100 van Nederland valt dat allemaal wel weer mee. Ook veel hits kreeg ik toen ik Halsema’s boekje Geluk analyseerde, eerst voor ik ook maar een letter gelezen had en later toen ik dat wel had gedaan. Ook mijn quiz over de voorlopers van GroenLinks deed het erg goed, zowel qua bezoekers als qua reacties, dat geldt in mindere mate voor de Europese lijsttrekkersquiz. Mijn voorspelling over het zetelaantal van de GL en de Europese Groenen in het Europees Parlement deden het ook goed. Mijn evaluatie laatste GroenLinks congres gaf mij ook een kleine bump.

Wat in deze kwalitatieve analyse opvalt is dat met name artikelen over GroenLinks veel aandacht trekken. Dat geldt dan met name op momenten dat GroenLinks in het nieuws is (congressen, Wijnand’s & Femke’s boek, de faithless electors). Dan surfen waarschijnlijk veel mensen naar planeetgroenlinks en klikken ze door naar mijn blog. Wat ook duidelijk te zien is dat als anderen aandacht besteden aan mijn blog er een bump is. Mijn artikel over Wijnand werd door David gelinkt, mijn reactie op Femke werd door GeenCommentaar overgenomen, mijn Grote GroenLinks Geschiedenis Quiz kwam bv. op Michel’s blog ook terug. De beste ideeen kwamen overigens ook niet (helemaal) van mijzelf: Paul bracht mij op het idee om een quiz te maken om te bepalen op welke voorloper hij gestemd zou moeten hebben en Diederik stelde voor ook zo’n quiz voor Europees lijsttrekker te maken.

Met deze informatie kunnen we ook de bezoekersaantallen kwantitatief benaderen: correlatie is de meest makkelijke maat om te kijken of er een samenhang is tussen bezoekersaantallen en type berichten, maar is misschien niet helemaal gepast. Dit geeft aan dat er een matige relatie is tussen het aantal berichten over GroenLinks en het aantal bezoekers (pearson’s R = .321**). Er zijn nog zwakkere relaties met het aantal berichten over politieke filosofie en bezoeker (.133**) en persoonlijke berichten (.141**). De verklaring voor dat laatste zal met name zijn dat ik na goed bezochte berichten met veel commentaar mijn verbazing in een persoonlijke noot moest uiten over de aandacht voor mijn kleine weblogje. Dat bericht valt dan net in een periode met veel bezoekers. De rest van de berichten gaf uitermate zwakke, niet significante relaties weer. Er was zelfs een negatieve relatie tussen het aantal berichten over cultuur en het aantal reacties. Correlatie is vrij gevoelig voor outliers. Met name die dag dat ik vijf blogjes over debat in de tent schreef zal de relatie tussen het aantal berichten over GroenLinks en het aantal bezoekers wel danig hebben beinvloed.

Statistisch verantwoorder is het waarschijnlijk om te kijken naar de relatie tussen het wel of niet op een dag schrijven over een bepaald onderwerp en het aantal bezoekers, dan kan je het gemiddeld aantal bezoekers vergelijken en dan met ANOVA kijken of het verschil in de gemiddeldes significant is. Het eerste dat opvalt is dat er meer bezoekers zijn wanneer ik een nieuw bericht post dan wanneer ik dat niet doe (32 vs. 26 bezoekers). Berichten over GroenLinks doen het erg goed: 23 bezoekers tegenover 49 bezoekers, een significant verschil. Er waren ook positieve, significante verschillen voor (politiek) wetenschappelijke onderwerpen (42 vs. 26), politiek filosofische onderwerpen (26 vs. 38) en persoonlijke onderwerpen (26 vs. 59). Let wel dat het aantal berichten over wetenschap en persoonlijk heel klein is. De hoge score voor persoonlijk komt naar alle waarschijnlijkheid door een outlier, want de mediaan is veel lager dan het gemiddelde. Alleen voor culturele of algemeen politieke onderwerpen zijn er geen significante verschillen.

In totaal heb ik 348 reacties gekregen op berichten. Dat is gemiddeld net meer dan 1 per bericht. Echter heel veel reacties kwamen over mijn GroenLinks Geschiedenis Quiz (30). U reageerde met name op berichten over GroenLinks. En in veel mindere mate geageerd naar aanleiding van berichten over andere onderwerpen. Op persoonlijke berichten kreeg ik dan wel weer vaak reacties. De meeste reacties komen van GroenLinkser en het grootste deel gloggers. De meeste kwamen van Mieke (27), gevolgd door mij zelf (25), daarna Inti (19), Michel (18), Onne (de eerste blogger en enige niet-GroenLinkser in de top 12 (17), Selcuk en Steven (16), Arnoud (15), Harmen (15), Johan (12) op een gelijke plek met de anonomie reageerder R. en op plek #12 Vincent. Samen zijn zij goed voor ruim 61% van de reacties.

Alles duidt erop, dat u als bezoeker met name geinteresseerd bent in GroenLinkse politiek en voor een links-libertair perspectief op politieke vraagstukken. U lijkt weinig geinteresseerd in mijn mening over kunst & cultuur of over algemene politiek. Alhoewel ik zelf vaak zeg dat ik dit weblog niet bij houd voor een ander, maar met name voor mijzelf, is dat niet helemaal waar. Ik ben uitermate gevoelig voor uw aandacht en uw reacties. Het mag dan ook verbazing wekken dat meer dan 60% van de berichten op dit weblog in de meest populaire categorieen valt (GroenLinks & politieke filosofie).

Van der Lans-Ruimte

Een paar weken geleden schreef ik over Evelien Tonkens’ handboek moraliseren. De conclusie van die bespreking was dat er een verzorgingsstaat als die Tonkens beschrijft een grote druk legt op professionals in de verzorgingsstaat. Dat was voor mij een goede reden om door te lezen: Jos van der Lans’ Ontregelen richt zich juist op de plaats van de professionals in de verzorgingsstaat.

Het is een heerlijk boek om te lezen. Van der Lans neemt je mee in de wondere wereld van de professional in de verzorgingsstaat. De kafkaesque bureaucratie waarin zij zich bevinden, de problemen die zij hebben met hoe ze om moeten gaan met hun ‘clienten’ en de tradities waarin zij staan.

Die tradities vormen de kern van het boek, en volgens mij ook de voornaamste zwakte. Van der Lans schetst de geschiedenis van de verzorgingsstaat in vier fasen: het begon met "erbovenop!". De professional van de jaren ’40-’50 (bv. de kapelaan) stond boven de burger. Hij legde hem uit hoe hij zijn leven in moest richten en kwam regelmatig langs om te kijken of alles wel volgens de regels ging.

De professional van de jaren ’60-’70 kwam hierin opstand tegen. Niet erbovenop, maar "ernaast!" De professional (type geitenwollensokken maatschappelijk werker) leefde zich in in de burger. Hij probeerde hem niets op te leggen, maar hem alleen stimuleren zich zelf te ontplooien. Bevoogding en paternalisme maakte plaats voor empathie.

Deze verzorgingsstaat deidde uit en in de jaren ’80-’90 moest daar radicaal in gesneden worden. De overheid probeerde meer toezicht uit te oefenen op de professionals en vereiste dat er over alles vuistdikke rapporten werden geschreven. De kafkaesque bureaucratie deed zijn intrede. De professional verschransde zich achter zijn bureau, richtte zich op zijn rapporten en gunde de burger zijn privacy. De professional ging "ervanaf!" (lees voor "er": de burger).

Sinds ’00 staat ook die verzorgingsstaat onder druk. De afzijdige professional eiste zijn tol: in levens van jonge mensen in enkele extreme gevallen, maar voor veel mensen ook in de leefbaarheid van hun wijken. Er moet nu volgens Van der Lans een nieuwe mentaliteit in de verzorgingsstaat ontstaan: eropaf! Zonder te vervallen in te empathische softheid en te paternalistische hardheid, moet de nieuwe professional in de verzorgingsstaat zich bemoeien met het leven van zijn client.

Vanderlansruimte_2
De ruimtelijke metafoor spreekt mij erg aan, maar het is volgens mij ook een gevaarlijke constructie. Van der Lans wekt de suggestie dat er vier opties zijn: Erbovenop! Ernaast! Ervanaf! En eropaf! Vier opties. Vier paradigma’s van het sociale werk. Je zou een kompas kunnen tekenen met twee tegenstellingen: het paternalistische erbovenop! tegenover het softe ernaast. Het passieve ervandaan! tegenover het actieve eropaf!
Zie het figuur hiernaast.

Vanderlansruimte2
Maar dit wekt de verkeerde suggestie, namelijk dat je "eropaf!" kan gaan zonder "erbovenop!" te zitten of "ernaast!". Wat als we het figuur niet als een kompas zien, met vier mogelijke opties, maar als een driehoek. Je kan of eropaf! gaan of ervandaan! en als je eropaf! gaat dan zit je er of bovenop! of naast! Ernaast en erbovenop zijn mogelijke vormen van eropaf! Dat is ook wat volgens mij de zwakte van het boekje is. Van der Lans wekt de suggestie dat er een vierde weg is, maar werkt die niet goed uit. Zijn kritiek op ervandaan! ernaast! en erbovenop! zijn schokkend, maar het alternatief dat hij biedt komt niet goed uit de verf. Ja ok, het is een vorm van overheidsoptreden dat niet te soft of te hard is. Maar hoe we daar precies vorm aan moeten geven blijft vaag.

Halsema, Spinoza en vrijheid

Er is nog een ding over het congres dat ik nog niet besproken heb, het betreft de inleiding op Halsema’s speech.

"‘Ik ben een mens .. en ik kan me vergissen’ … aldus Spinoza in de 17e eeuw, aan het einde van zijn theologische traktaat. Daarin legde hij de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van
meningsuiting samen vast. In al zijn bescheidenheid is Spinoza wellicht
de grootste denker in de Nederlandse geschiedenis. Hij vestigde onze
vrije samenleving, door vrijheid onverbrekelijk te verbinden met
handel, open grenzen én tolerantie."

Misschien kan ik het beste beginnen door de laatste paragraaf uit het theologisch-politiek tractaat (TTP)  in zijn geheel weer te geven, -het is trouwens het theologisch-politiek tractaat en niet theologisch tractaat. Dat heeft Spinoza nooit geschreven, wel een nooit voltooid politiek tractaat.-

"I have thus fulfilled the task I set myself in this treatise. It remains only to call attention to the fact that I have written nothing which I do not most willingly submit to the examination and approval of my country’s rulers; and that I am willing to retract anything which they shall decide to be repugnant to the laws, or prejudicial to the public good. I know that I am a man, and as a man liable to error, but against error I have taken scrupulous care, and have striven to keep in entire accordance with the laws of my country, with loyalty, and with morality." (Monro translation)

De laatste paragraaf van de TTP is interessant. Niet omdat er een soort epistemisch liberalisme uit spreekt, maar omdat de laatste paragraaf zo weinig te maken heeft met het echte doel van de TTP. Spinoza bouwt zich in deze paragraaf in tegen de censuur, die er toen zelfs in het vrije Nederland heerste. Hij trekt iedere uitspraak die onwelgevallig is voor de machthebbers nu al vast terug. Voor alles wat in de TTP staat wat tegen de wet of de goede moraal is, biedt Spinoza alvast zijn excuses aan. Het menselijke vermogen tot falen waar Spinoza het over heeft is het vermogen om zich niet geheel te conformeren aan de bestaande moraal. Bedoelde Halsema dat toen ze deze zin quote: dat als Wilders straks aan de macht ze dit nu al vast heeft terug getrokken?

Vast niet, maar wat dan wel? Halsema ziet wel iets in de idealen van vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting, handel, tolerantie en open grenzen van Spinoza. Helaas niets is minder waar: Spinoza verdedigt in zijn TTP geen vrije samenleving, geen vrijheid van godsdienst, het is geen pleidooi tot kosmopolitisme. De vrijheid van meningsuiting is slechts voor een beperkte groep.

De pointe van de TTP wordt juist prachtige in de paragraaf daarvoor samengevat:

"Wherefore, as we have shown (…) the safest way for a state is to lay down the rule that religion is comprised solely in the exercise of charity and justice, and that the rights of rulers in sacred, no less than in secular matters, should merely have to do with actions, but that every man should think what he likes and say what he thinks.

De staat moet zowel het religieuze als het seculiere leven over heersen. Er bestaat geen onafhankelijke kerkelijke macht, maar de staat is de vertegenwoordiging van God’s soevereiniteit op aarde. Waar het gaat om de religieuze aspecten van het leven moet de overheid alle religieuze handelingen in overeenstemming brengen met wat Spinoza de "true religion" noemt: handelen op basis van naastenliefde (denk aan de booschap van het Nieuwe Testament) en rechtvaardigheid (denk aan de boodschap van het Oude Testament).

Dit betreft slechts handelingen: waar het gaat om gedachten verdedigt Spinoza wel vrijheid. Iedereen moet vrij zijn om te kunnen denken en zeggen wat hij wilt. Spinoza benadrukt voortdurend dat het hem om een bijzonder soort vrijheid van meningsuiting gaat: de vrijheid om te filosoferen. Na te denken over met name wetenschappelijke en metafysische vraagstukken. Daar mogen mensen vrij over na denken, zonder dat zij religieuze wetten breken:

"Faith, therefore, allows the greatest latitude in philosophic speculation"

In Spinoza’s eigen interpretatie van de bijbel zijn religieuze (en morele) vraagstukken en filosofische (lees wetenschappelijke) vraagstukken helemaal gescheiden. Je kan stellen dat de aarde niet zeven dagen is geschapen zonder meteen de religieuze wetten te breken. Dit schept ruimte om op een andere manier tot God te komen. Veel mensen komen tot God door zijn bevelen te volgen: rechtvaardig te handelen en naastenliefde te tonen. Voor sommige mensen (filosofen) is er een andere manier om tot God te komen: kennis vergaren van zijn schepping. Het doel van de TTP is voor deze tweede groep ruimte te scheppen door speculatie over (meta)fysische vraagstukken te scheiden van religieuze wetten en voorschriften. Spinoza streeft er naar om een vrijheid voor een (intellectuele) elite te creeeren naast de volgzaamheid die voor de meeste burgers genoeg is.

Dus Spinoza stond helemaal niet voor de vrijheid van godsdienst zoals we die nu kennen. Het was geen pleidooi om tolerante te zijn naar andere geloven. Het was een pleidooi om de overheid opperste controle te geven over het religieuze leven. Verwerpelijke handelingen zelfs als ze godsdienstig zijn mogen verboden worden: denk het plegen van aanslagen, het besnijden van vrouwen, het dragen van de hoofddoeken of het niet geven van handen. Als deze handelingen niet in overeenstemming zijn met  Spinoza’s eigen opvattingen van de religieuze moraal moet de overheid ze verbieden. In die zin staat Spinoza in zijn opvattingen van vrijheid van religie erg dichtbij Wilders en niet bij GroenLinks.

Is er nog een manier waarop we GroenLinks als een Spinozistische partij zouden kunnen interpreteren. Ik heb het hier wel eens gehad over die genen die denken dat GroenLinks een moralistische elite partij zou moeten zijn. Dat is precies wat Spinoza voor ogen had: een (intellectuele) elite die zelf zich met name richt op wetenschap en filosofie moet zich afscheiden van de rest van de burgers. Voor dit gepeupel is volgzaamheid van de -door deze elite opgestelde- religieuze wetten genoeg. Zou Halsema hier naar streven: een tweedeling in de samenleving tussen een vrije, intellectuele, elite en volgzaam, vroom, gepeupel. Is vrijheid slechts voorbehouden aan een kleine elite groep?

Misschien niet. Halsema’s speech doet me denken aan iets wat ik eerder heb geschreven. Politici zijn geen filosofen gebruiken filosofische teksten op een retorische manier, niet als onderdeel van filosofische analyse maar als middel om andere te overtuigen. Dat had ik al eerder geschreven, in mijn bachelor scriptie, nu bijna drie jaar geleden:

De filosoof dient hier enige bescheidenheid te tonen. Halsema is een politica, geen filosofe. Wat zij schrijft is een reactie op beleidsstukken, niet een uitwerking van politieke theorieën. Zij laat zich, met name retorisch, inspireren door een aantal centrale liberale begrippen: ‘vrijheid’, ‘sociaal contract’. Deze begrippen kunnen een filosoof makkelijk laten denken dat hij zich hier in een filosofisch debat bevindt. Maar filosofische argumenten, hebben voor Halsema’s vrijzinnige politiek weinig waarde.

#2

Gisteren was het GroenLinks congres, een spannende dag vol met inhoudelijk debat en belangrijke beslissingen over poppetjes. Als ik iets zou willen zeggen over het overarching theme van het congres was dat misschien wel het nummer 2. Europese verkiezingen zijn natuurlijk 2nd order verkiezingen, minder belangrijk -in de ogen van veel kiezers- dan de landelijke verkiezinge. Het moment overigens, om met je hart en je idealen te stemmen, en niet strategisch met je hoofd.

De belangrijkste beslissing op het congres was de verkiezingen van de #2 op de kandidatenlijst. De #1 was al vastgesteld in het referendum. En de 2e zetel in het Europees Parlement moeten we kunnen halen. Er moest dus een ticket worden samengesteld. Tegenover onze progressief-linkse lijsttrekker kwam een ijzersterke groene kandidaat. Bas Eickhout werd met ruim 200 stemmen in een keer verkozen – en was er dus geen 2e ronde nodig. De steun van 2 van onze meest prominente groene gezichten, Arie van den Brand en Wijnand Duyvendak gaf volgens velen de doorslag (beide zijn overigens in 2002 in de 2e Kamer gekomen).

De 2 andere groene gezichten uit de lijsttrekkerscampagne kwamen op verschillend terecht: Niels van den Berge kwam op 4 (2^2), achter Marije "E=MC2" Cornelissen. Een prachtige plaats voor een jong politiek talent. Niels maakte denk ik een zeer goede indruk op veel GroenLinksers en is zo zeker een belofte voor de toekomst. Bedenk je: vijf jaar geleden stond Bas op zes, en nu op 2, nu staat Niels al 2 plekken daarop voor.

Alexander de Roo trok zich na een aantal stemrondes waar hij weinig steun van congresgangers had gekregen terug. Het GroenLinks congres koos voor jeugdige idealisme boven ervaring. Maar 2 kandidaten tussen plek 1 en plek 10 zijn ouder dan onze jeugdige lijsttrekker (34). 5 jaar geleden was Alexander ook gewogen door de kandidatencommissie en te licht bevonden, toen had het congres hem wel een hoge (derde) plek op de lijst gegund. Maar dat gebeurde hem geen 2e keer.

Op de lijst volgde 2 jonge Rotterdammers (de 2e stad van ons land): Nadya van Putten, die beloofde te gaan campaignen in de Antillen en Aruba. De 2 andere delen van ons koninkrijk die nu ook mee mogen stemmen. En Rogier Elshout, naar eigen zeggen "beroepsjongere".

Maar naast al deze coming men and women waren er ook 2 mensen die vertrokken: Joost en Kathalijne. Joost was afwezig, maar Kathalijne nam wel 2 keer afscheid: een keer in haar eigen speech, maar ook in de speech van Femke werd ze naar voren geroepen. De omhelsing van deze 2 top vrouwen was een heel bijzonder moment. Hier mee vertrekt de ongekroonde #2 van GroenLinks (tijdelijk) uit de politiek. Kathalijne is een van de meest populaire politicae van GroenLinks. In de wandelgangen blijft haar naam genoemd worden als het over de opvolging van Femke gaat. In haar afscheidsinterviews maakte ze duidelijk dat ze nu ruimte wil geven aan het 2e politieke gezicht in huize Buitenweg-Van Poelgeest en tijd wil nemen voor haar 2 kinderen.

Voor wie nog niet overtuigd is dat 2 het getal was van dit congres: het was het 2e GroenLinks congres in een halfjaar. Het was mijn 2e congres over Europa. Er zijn maar 2 amendementen op het verkiezingsprogramma tegen het advies van het partijbestuur aangenomen. 2 leden van de programmacommissie staan op de Europese lijst. Er waren 2 buitenlandse sprekers (uit Duitsland en Denenmarken). Het congres had 2 voorzitters (Amy "Hoekje" Koopmanschap en Kees "Het partijbestuur adviseert positief" Luesink).

Op naar de 2 zetels!