Klaver-Gate?

Jesse Klaver (23) is enige kandidaat om voorzitter te worden van CNV-jongeren, de jongerenvakbond van het Christelijk-sociale CNV. Tot 1 augustus blijft Klaver voorzitter van DWARS, de jongerenorganisatie van GroenLinks.

De voordracht van Klaver heeft echter tot onrust geleid in (bevindelijk) Christelijke kringen. Een handvol leden van CNV-jongeren heeft al protest aan getekent tegen de voordracht, zo meldt het "Christelijk-Betrokken" Nederlands Dagblad. De reden hiervoor is dat Klaver breekt met de lijn die het CNV-Jongeren in de laatste jaren heeft ingeslagen: Klaver wil "minder het accent leggen op" het Christelijke karakter van de jongerenvakbond en een sterkere nadruk leggen op milieu. Dat stelde hij in een interview met het datzelfde Nederlands Dagblad. De huidige jongerenvakbondsvoorzitter Klaas Pieter Derks, zelf afkomstig uit het Christelijk-sociale PerspectieF, heeft juist geprobeerd het Christelijke karakter van de jongerenvakbond te benadrukken. In hetzelfde interview zegt Jesse "Sotomayor" Klaver: "Hoewel ik respect heb voor christenen die dat belangrijk
vinden, zeg ik nooit dat ik christen ben of dat ik dat niet ben. Ik
geef mijzelf geen label.
" Een uitermate diplomatiek antwoord. In plaats daarvan benadrukt hij de mix van culturen waarin hij is opgegroeid en hoe hij bidt tot zijn voorvaderen.

De keuze voor de, laten we zeggen, niet orthodox gereformeerde Klaver lijkt opmerkelijk. Maar is misschien ook wel veelzeggend over de koers die de CNV-jongeren wil inslaan. Van de twee grote vakbonden in Nederland (CNV en FNV) is de CNV niet alleen de Christelijke, maar ook de meer pragmatische en progressieve. Zo richtte het CNV als eerst een jongerenvakbond op om op te komen voor arbeidsrechten van jongeren in tijden van vergrijzing. (Opvallend trivium: het FNV is de eerste Nederlandse vakbond met een aparte bond voor 50plussers, ik bedoel maar.) Op zijn eigen website stelt Klaver dat "[d]e keuze voor CNV Jongeren voor mij een natuurlijke [was]. Het is een vakbond die net als GroenLinks nooit zomaar ‘nee’ zegt, maar met een alternatief komt. Deze vakbond is voor verandering, zolang dit een verbetering ten opzichte van de oude situatie betekent." De verwantschap tussen het CNV-jongeren en Klaver uit zich bijvoorbeeld in het feit dat ze beiden, anders dan het FNV, voorstander zijn van verhoging van de pensioengerichtigde leeftijd (zie hier en hier). Ze kiezen allebei voor de rechten van jongere werknemers in tijden van crisis en vergrijzing.

Het signaal dat het CNV-jongeren hier mee wil afgeven is duidelijk: afstand nemen van de Christelijke koers en kiezen voor een progressieve, pragmatische koers. Dat is volgens mij een keuze voor een vakbeweging die "zin in de toekomst" kan hebben en waarschijnlijk beter jongeren aan zich kan binden dan een club die het eigenlijk alleen maar opneemt voor vijftigplussers.

Ljubljana een stad met drie gezichten






Vandaag
aangekomen in Ljubljana, on business,
maar na een 14 urige treinreis was ik wel toe aan een stadswandeling. Ljubljana
is een wonderlijke stad. Als je door de stad heen loopt, is in de gebouwen de
geschiedenis van de stad zichtbaar: een middeleeuws fort, art nouveau gebouwen, communistische plattenbau
en dazzling moderne architectuur.

Ljubljana, toen Laibach, was
jarenlang een onderdeel van Oostenrijk, toen een wereldmacht. Dat is
prachtig te zien in de stad. Er staan allerlei middeleeuwse en vroeg-moderne
gebouwen. Eind negentiende eeuw
wordt de stad getroffen door een aardbeving. De gaten die in het stadscentrum
vallen, worden opgevuld met art nouveau
fin de siecle
architectuur, specifiek de Weense variant (Sezession). Dat was voor mij een hele
verassing. Ik had niet verwacht dat er dwars door de stad allerlei prachtige
gebouwen staan die zwierigheid, moderniteit en strakheid combineren. Een stad
vol geschiedenis dus.

Nadat al die
prachtige Sezession gebouwen werden
neergezet door de Oostenrijkers, was Ljubljana een tijd onderdeel van
Joegoslavië. Sinds 1945 was dat een communistische staat onder een sterke
leider
. Dat is te zien aan de stad. Als je uitkijkt over de stad dan zie je dat
er allerlei industrie midden in woonwijken staat, in wijken gebouwd uit
communistische flats gemaakt van betonnen platen. Maar ook in het centrum staan
deze plattenbau flats op plekken waar
ze niet passen en niet horen. Er zijn grote wonden in de stad geslagen onder
het communisme. Als je de geschiedenis leest, is er menselijk lijden geweest,
alhoewel dit in Tito’s Joegoslavië mee viel in vergelijking met Stalin’s
Rusland
. Maar ook in de architectuur van de stad kan je de geschiedenis nog zien.

In 1990 word
Slovenië voor het eerst onafhankelijk. Ze kiezen voor aansluiting bij het
Westerse blok, zoals zo veel voormalige communistische staten. Lidmaatschap van
de NAVO, van de EU en van de eurozone volgen minder dan twee decennia. Ook deze
omslag laat zijn tekens achter op de stad. Geen communistisch beton, maar
kapitalistisch glas. Allerlei nieuwe kantoren en shopping malls van zilverkleurig spiegelend glas. verschijnen in de
stad. Maar Westerse invloed betekent niet alleen consumentisme. De stad ligt
volg met fietspaden, de parkeerbetaalmachines lopen op zonlicht en afval wordt
in meer categorieën gesplitst dan ik voor mogelijk hield.

Politieke
keuzes hebben blijvende consequenties. Niet alleen maar op de levens van
mensen, maar ook op hun omgeving. Het gezicht van Ljubljana toont de verschuiving van Wenen naar Belgrado en nu naar Brussel.

The Pleasure and Sorrows of the Pleasures and Sorrows of Work






In een zucht
uitgelezen: Alain de Botton’s The
Pleasures and Sorrows of Work
. De Botton bedrijft “niet-academische
filosofie”. Hij kijkt met een filosofisch oog naar dagelijkse gebeurtenissen.
In PASOW kijkt naar het werkende leven, het bedrijfsleven. De Botton loopt met
verschillende mensen mee op hun werk: een koekjesmaker, een schilder, een
accountant.

Aardige
journalistieke stukjes schrijft De Botton. Het boek wordt ook niet minder
journalistiek van de grote hoeveelheid foto’s (ongeveer de helft van het boek). Soms, niet al te vaak komt hij tot een filosofische punt over die Pleasures and Sorrows van werk. 

In het hoofdstuk
over de koekjesbakker (pp.78-80) vraagt De Botton zich af: “Wanneer voelt een
werk als betekenisvol?” Daar volgt meteen een stellig antwoord op: “Wanneer het
ons instaat stelt om geluk te generen of lijden te verminderen.” Hoe we van
“betekenis” meteen naar “altruisme” komen, is niet helemaal duidelijk. Wel
wordt onmiddellijk het hele koekjesbakken veroordeelt: kindjes voeden in Malawi
is veel nuttiger. Ik vind het een
vrij plat utilitarisme. Kan betekenis ook niet komen van de schoonheid van het
werk zelf? Of van het bereiken van waarheid? Juist wat betreft consumptie maakt
De Botton dit punt wel (pp.100-103)?

Het meest
interessante hoofdstuk gaat over een carrière adviseur: hij stelt dat pas in de
Verlichting arbeid en zelfontplooiing aan elkaar gekoppeld worden. Daarvoor
(pp.106-109). Daarvoor koppelden Grieken en Romeinen juist vrije tijd,
onderwijs, onafhankelijkheid van arbeid aan zelfontplooiing. De Botton maakt
een interessante analogie met liefde: ook in de Verlichting werden liefde en
het gezin aan elkaar gekoppeld. Er was ruimte voor romantiek in het huwelijk en
voor geluk in het werk. Er is dus geen noodzakelijke relatie tussen arbeid en
geluk. Dat hangt af van de cultuur, van de tijd, van de persoon en van het
werk. De in linkse kringen erg populaire stelling dat arbeid zaligmakend is, is
niet houdbaar er zijn pleasures and
sorrows in werk
.

Wat moeten we
denken van arbeid volgens De Botton? Wat zijn de joys? Wat zijn de sorrows?
Alle mensen die De Botton spreekt zijn trots op hun werk, gelukkig met wat ze
doen. De joys zijn dus duidelijk:
werk is leuk om te doen. Echter in De Botton’s sampling zit wel een grote bias.
Alle mensen die hij spreekt, hebben vrijwillig toe gestemd om in het boek te
figureren. De bedrijven die hij aanschreef hebben gelukkige, blije werknemers
uit gekozen als model. De echte sorrows
of work
zien we niet: kapotte ruggen van stratenmakers, gestresste
docenten, stoflongen van mijnwerkers.

In dit boek worden de sorrows getoond door de
filosoof. Veel werk maakt
misschien gelukkig, maar echt nuttig is het niet. Dat zijn de sorrows van werk. De existentiële
nutteloosheid van accountancy en koekjesbakken. Ik vind het een arrogante
positie van een filosoof om het werk van anderen zo te veroordelen. Een
koekjesmaker brengt kleine momenten van geluk in de levens van mensen. Is dat
niet bijdragen aan welzijn?

“A cooperative venture for mutual advantage”

De PVV wil alle ministeries een kosten/baten analyse laten maken van de Nederland wonende allochtonen. Wat allochtonen ons aan belasting opbrengen en wat ze kosten aan uitkeringen, subsidies, onderwijs en zorg. Dragen allochtonen wel genoeg bij of nemen ze eigenlijk alleen maar. De kamer ziet er niets in.

Is daar iets mis mee? Immers de samenleving is, volgens de late great Johnny Rawls "a cooperative venture for mutual advantage." Iedereen moet er voordeel van hebben dat ze in deze samenleving leven. Het is niet de bedoeling dat bepaalde groepen alleen maar voordeel hebben van deze samenleving en anderen niet. Het idee dat iedereen moet bijdrage leveren aan de samenleving is wijdverbreid. Er is geen "recht op luiheid" in de huidige samenleving, want iedereen moet bijdragen. Waarom zou je dan niet eens gaan onderzoeken wat mensen kosten?

Toch? De John Rawls specifeerde het begrip reciprociteit op een heel andere manier. Voor hem is een samenleving als een gemeenschappelijke onderneming in ieders voordeel, een samenleving waar middelen zo verdeeld dat zij die het minst af zijn daar het grootste voordeel van hebben. Reciprociteit betekent voor Rawls dus oog hebben voor de onderkant van de samenleving, welvaart zo verdelen dat diegenen die aan de onderkant van de samenleving staan daar het meeste voordeel van hebben.

Dat betekent dat er een heel ander onderzoek gehouden zou moeten worden. Een onderzoek naar de vraag: doen we genoeg voor de genen die het minst af zijn? Geven we mensen die aan de onderkant van de samenleving, moslim of Christen, PVV stemmer of PvdA stemmer, allochtoon of autochtoon, staan een eerlijk deel van arbeid, inkomen, zorg en onderwijs? Zouden we middelen in Nederland niet eerlijker moeten verdelen tussen rijk en arm? Bieden we genoeg mogelijkheden aan allochtone en autochtone meiden en jongens om zich te emanciperen uit armoede en achterstelling?

Maar misschien wordt het tijd voor een ander onderzoek: wat kost een stem op de PVV? Niet alleen in zinloze kamervragen, beveilingskosten, torenhoge kamersalarissen, kansloze moties, maar ook in het wegtrekken van jonge, goed opgeleide Moslims en het wegtrekken van grote vervuilende bedrijven? Kijken of de PVV wel zo’n goede bijdrage levert aan onze cooperative venture for mutual advantage

The Grasshoper in the High Castle

Pkdhigh_castlepenguinclassicsDe reden dat ik geintegreerd was geraakt door Philip K. Dick was wat ik had gelezen van The Man in the High Castle. Deze alternatief geschiedenis stelt de vraag: hoe had de wereld eruit gezien als de As-machten de Tweede Wereldoorlog hadden gewonnen?

Dick beschrijft een paar dagen van de levens van een aantal mensen in de Japanse bezettingszone in Amerika: onder anderen een verjapanste verkoper van oude Amerikaanse kunstvoorwerpen aan Japanners, een Jood die gevlucht is uit de Duitse bezettingszone, een Duitse diplomaat. De internationale omstandigheden beinvloeden hun levens: de Verenigde Staten zijn verdeeld tussen de Japan en Duitsland die hele wereld hebben verdeeld. De verhoudingen tussen Japan en Duitsland verkoelen. De koude oorlog dreigt warm te worden. Ondertussen overlijdt de Duitse Fuehrer, wat op verschillende manieren een impact heeft op de mensen in het boek.

De wereld die beschreven wordt, lijkt me een heel redelijke inschatting van wat er gebeurd zou zijn: net als in de werkelijkheid viel de alliantie tussen Oost en West na de Tweede Wereldoorlog uit elkaar. De Japanners, want het blijven Japanners, zuigen de Amerikaanse cultuur op en zijn gefascineerd door alles wat historisch Amerikaans is. De Duitsers halen verschrikkelijke dingen uit in Afrika en het Oosten van de Verenigde Staten. De Amerikanen zonder de herinnering aan de Sjoah, blijven anti-semitische en racistisch. Het enige wat vrij ongeloofwaardig is, is dat de Duitsers Mars hebben bereikt, maar dat is een side point.

Maar hiermee heb ik nog niet eens de titel van het boek uitgelegd. Een aan levens komt een boek voor: The Grasshoper lies heavy. Dit is een alternatieve geschiedenis in een alternatieve geschiedenis en stelt de vraag: wat als de Geallieerden de Tweede Oorlog hadden gewonnen? De schrijver hiervan woonde in een fort, beschermd tegen de Duitsers, die hem willen vermoorden. Een van de personen uit het boek (de vrouw van de Joodse vluchteling) neemt per ongeluk deel in de planning van een moordpoging op hem, maar steekt daar uit eindelijk een stokje voor. Al met al een ingewikkeld raar door elkaar heen lopend plot dus. Vol met (onaffe) zij plotlijnen, en verhalen in verhalen.

Dat maakt het boek voor mij onbevredigend: ik had zin in een simpele what if, een beetje van het niveau the Confederate States of America. Wat als het Zuiden de Burgeroorlog had gewonnen? Maar dat krijg je niet: Dick gebruikt de alternative history om vol op te speculeren over de aard van de werkelijkheid: Is het boek waar? Of het boek in het boek waar? Of
geen van beide? Maar omdat ik weet dat het fictie is, wordt de vraag nooit relevant.

Het CDA & de respectloze samenleving

Na een voorstel van het CDA-kamerlid Sander de Rouwe, wil CDA-minister Camiel Eurlings het doorsnijden van een rouwstoet verbieden, zo schrijft de Volkskrant. Het moet (weer) verboden worden om met je auto tussen twee auto’s van een rouwstoet terecht te komen, die de lijkwagen volgt naar het crematorium of begraafplaats. Zo’n verbod aldus Eurling zegt ‘veel over de  mate van respect in de samenleving in den brede.’ Maar dat is niet zo: een verbod en respect staan haaks op elkaar.

Respect is een innerlijke gemoedstoestand, die kan leiden tot handelingen. De overheid kan moeilijk die innerlijke toestand veranderen, je dwingen je anders te voelen. Dat kan alleen jij zelf. De overheid kan alleen maar bepaalde handelingen verbieden of stimuleren. En dat is precies wat De Rouwe en Eurlings willen: een verbod op het doorsnijden van een rouwstoet. Daarmee worden dus wel bepaalde handelingen aanbanden gelegd, maar de geestestoestand van mensen wordt niet beinvloed. Of ze nu respect hebben voor de overledene en de nabestaanden of niet iedereen moet stoppen. Dat roept de vraag op wat dit nog met respect te maken heeft: als mensen niet in een rouwstoet gaan doorsnijden omdat dat verboden is,  omdat ze straf vrezen, doen ze dat dus niet uit respect.

Het verbod wat deze CDA’ers voorstaan zal respect dus niet bevorderen. Sterker nog het verbod maakt het onmogelijk om je respect te uiten: iedereen moet stoppen of ze nu respect hebben of niet. Uiteindelijk is een samenleving vol ver- en geboden vanuit de overheid een samenleving waarin respect overbodig is geworden. Een respectloze samenleving.

Partijraad nieuwe stijl

U kent mij als een skepticus van de partijraad in de huidige stijl. Nadat ongeveer drie jaar geleden de voorstellen ter hervorming van de partijraad waren afgeschoten is er nu een nieuwe poging, vanuit de partijraad en het partijraadsbestuur. De stukken zijn gister publiek gemaakt. Ik heb zo mijn bedenkingen bij de voorstellen.

De voorstellen gaan uit van het volgende model: er komt een nieuwe "partijraad" waar met name meningsvormende debatten worden gevoerd. Daarnaast komt er een "toezichtsraad" die achteraf toezicht houdt op allerlei processen.

Een korte samenvatting van mijn bezwaren:

  • Een orgaan dat richting gevende uitspraken kan doen (zoals de partijraad 2.0) moet politieke besluiten kunnen nemen.
  • Een orgaan dat moet deliberen, moet bestaan uit de beste deliberateurs, niet uit vertegenwoordigers van afdelingen.
  • Een kleine, geisoleerde raad van toezicht is te zwak om de belangrijke controle functies uit te oefenen.
  • De samenstelling van kandidatencommissies moet door een orgaan buiten het partijbestuur bekrachtigd worden.

De partijraad 2.0 wordt dan een plek van deliberatie: waar proefballonetjes worden opgelaten, argumenten getest, voorstellen van lokaal naar landelijk worden vertaald en vice versa. Een podium voor het inhoudelijke debat binnen de partij. Ruimte voor discussies over nieuwe thema’s. Met de mogelijkheid om richting gevende uitspraken te doen. Om debatten binnen de partij te concluderen.

Ik heb twee problemen hiermee:

  • Er moeten richtinggevende uitspraken gedaan worden, maar er mag niet gestemd of besloten worden. "In de partijraad vindt geen politieke besluitvorming plaats". De uitkomsten van besluitvorming hebben geen juridische status. Dit lijkt me een oxymoron: een orgaan dat richtinggevende uitspraken mag doen maar niet mag stemmen. Mijn angst is het volgende: als er geen meerderheden gevormd worden, kunnen het partijbestuur en de fractie de discussie gebruiken zoals zij willen. Een mooi voorbeeld uit een ander gremium, mijn werk: er was een tijd geleden een discussie over een bepaalde hervorming. Een ruime meerderheid van de instituutsraad sprak zich hier tegen uit. De voorzitter was voor. Hij concludeerde de discussie als volgt: "er zijn stemmen voor en tegen." Dat geeft de voorzitter de ruimte om vervolgens zijn eigen mening te blijven volgen.
  • De verkiezing van de partijraad moet de juiste mensen voortbrengen. De huidige methode blijft in principe in stand: verkiezing van 80 leden door afdelingen. Dit is een systeem van "Votons le plus stupide". Iedereen die wil komt erin, of ze nu geschikt zijn of niet, of hun deelname nu de representativiteit vergroot of verkleint. Er is een nieuw partijraadslid nodig voor de partijraad 2.0: een die constructief mee wilt denken, die kan luisteren en
    naar lijnen van argumentatie kan kijken. Daarvoor is betere werving, selectie en scholing nodig. Een een verkiezing vanuit afdelingen verzekert dat niet. Daarnaast, vertegenwoordiging door afdeling betekent regionale represenativiteit, maar dat is niet relevant in de nieuwe partijraad, daar moet er diversiteit in meningen zijn binnen GroenLinks vertegenwoordigen: Groen en Rood, Vrijzinnig en Gemeenschapsgezind, pro-Europees en Euroskeptisch, DWARS en Krities. Ook moet de partijraad worden verkleind: je kan geen open debat voeren met 80 individuele deelnemers. Een stelsel van werkgroepen kan hierbij ook helpen. Overigens het voorstel om 10 leden te laten verkiezen door werkgroepen vind ik wel goed. 10 is wel wat weinig.

De toezichtsraad neemt dan alle controlefuncties waar: financieel, wat betreft organisatorische en bestuurlijke processen en wat betreft tussentijdse benoemingen. Voor technisch en procedurele kwesties. De raad krijgt 5 leden, 5 technische specialisten. Verkozen door het congres, met een kandidatencommissie. De kandidatencommissies worden door het bestuur benoemd. Hier zit mijn grootste probleem:

  • Ik ben geen voorstander van de depolitsering van "technische kwesties". Een gedepolitiseerde, technische toezichtsraad wordt een raad van commissarissen van een bank of bedrijf. Met de kredietcrisis wordt duidelijk dat in veel banken de raad van toezicht een rubberstamp is, die niet kan optreden tegen slechte voorstellen of fouten van bestuurders. Die mensen besteden er een dag in het half jaar aan. En zullen vaak denken: de bestuurders hebben er vast goed over na gedacht, laten we maar niet gaan dwars bomen. Onze Tweede Kamerleden houden zich voortdurend bezig met technische kwesties om politieke doelen te bereiken. Als partijraadsleden dat doen dan zij ze wantrouwend. Echter in veel van deze technische kwesties zit de crux: iedereen was het eens met een project 2008, maar een aantal partijraadsleden zag vanaf dag 1 de procedure fout lopen.
  • De werkwijze en samenstelling van kandidatencommissies heeft in het verleden regelmatig tot controverse geleid. Soms lijken hier koelbloedige politieke afrekeningen gepleegd te worden door de innercircle. Lees dit verhaal over Tom Pitstra maar eens. Ik denk niet dat hier echt politieke afrekeningen gepleegd worden, maar elke schijn moet worden voorkomen. Als het partijbestuur zonder toestemming van wie dan ook, zelf de kandidatencommissie benoemd dan wordt het gevaar van schijn wel erg groot. Daarom moet zo’n commissie benoemd worden door een orgaan buiten het bestuur: maakt mij niet uit welke: congres, partijraad of toezichtsraad.

Al met al, heb ik zo mijn twijfels en bezwaren. Dat betekent niet dat ik overal tegen ben: de samenvoeging van de verschillende commissies van beroep & bezwaar vind ik prima, ook de verkiezing van een deel van de partijraad door werkgroepen (zolang DWARS en krities GroenLinks dan ook maar werkgroepen zijn).

Hoezo xenofoob?

In binnen- en buitenland staat de PVV bekend als een "xenofobe" partij en als een partij van politieke buitenstaanders. Een partij die dijken rondom Nederland wil optrekken er niet overheen wil kijken. Een partij van mensen zonder banden met de gevestigde politiek: niets is minder waar zeker als je kijkt naar het persoonlijk leven van een aantal prominente PVV’ers.

Drie van de negen kamerleden van de PVV heeft een significante buitenland connectie.

  • Geert Wilders zelf benadrukt zelf altijd zijn band met Israel. Hij bezocht het land regelmatig sinds zijn 19e en heeft zelfs overwogen zich daar permanent te vestigen. Wilders zelf is sinds 1992 getrouwd met een Hongaarse. Wilders reist om zijn anti-Islamitische verhaal te verkondigen de hele wereld rond.
  • Martin Bosma werkte na zijn studie in New York als journalist onder andere voor CNN. Tijdens zijn verblijf in Amerika was hij medewerker voor de campagne van Bill Clinton. Als journalist werkte hij vervolgens in Nederland aan allerlei multiculturele radiozenders mee.
  • Teun van Dijck is gehuwd met een voormalige Miss Curacao, naar het schijnt een prachtige Afro-Antiliaanse vrouw.

Het idee dat de PVV een partij is van xenofoben lijkt me ueberhaupt onjuist: de partij is primair anti-Islamitisch, omdat ze menen dat dit geen geloof is maar een totalitaire ideologie. Daarom wil Wilders mensen met een Nederlands paspoort die wel islamitisch zijn uitzetten als een misdaad begaan, maar vind hij dat als Nederland migranten nodig heeft er Hindoestanen het land in mogen. De crux zit voor hem in de Islam. Neem de Europese campagne: speerpunt van de PVV was Turkije geen lid mag worden van de Unie, dat Christelijk project moet blijven.

Ook denken veel mensen dat de PVV een partij is van nieuwkomers, van buitenstaanders. Dat is ook maar ten dele waar.

  • Geert Wilders, dat weten we allemaal, heeft zijn wortels in de VVD. Sinds 1998 zit hij in de kamer. Met 3913 dagen is hij 15e in ancienniteit. Er zijn maar drie kamerleden (Poppe, Marijnissen en Van der Vlies) die voor 1998 al in de kamer zaten. Daarvoor werkte hij al 8 jaar voor de VVD in de Tweede Kamer. Er zijn maar weinig mensen die al zo lang in Den Haag mee lopen.
  • Maar hij is niet de enige die al eerder in de partij politiek rondliep: Fleur Agema en Barry Madlener waren Fortuynisten. Agema zat voor de LPF in de Noord-Hollandse Staten, Madlener voor Leefbaar Rotterdam in de gemeenteraad van Rotterdam.
  • Ook uit de gevestige politieke partijen komen PVV’ers voort: Hero Brinkman was slapend (?) lid van de Partij van de Arbeid. Daniel van der Stoep, binnenkort Europarlementarier voor de PVV, was actief binnen het CDJA voordat hij overstapte naar de PVV.

Een aantal PVV’ers heeft dus hun wortels in andere partijen. Veel ideeen van de PVV zijn ook al niet nieuw: het anti-Islamitische geluid kwam al eerder voorbij Fortuyn, maar ook bij Bolkenstein, zij het in beschaafdere bewoordingen en waren hun standpunten minder extreem. Maar de andere thema’s van de PVV: vrijheid van meningsuiting, belastingverlaging, fileprobleem, zwaardere straffen, hervormen sociale zekerheid, Euroskepsis, dierenrechten zijn niet nieuw en spelen als sinds de jaren ’90 een prominente rol in de Nederlandse politiek.

Dus: de PVV is niet xenofoob en niet nieuw, maar eigenlijk een gewone oerhollandse partij …

Europees Kwartetten

Terwijl men in Den Haag op rustig reces is, lopen in Brussel de meest
belangrijke onderhandelingen van de komende 5 jaar. Wie krijgt welke
commissie? Volgens De Trouw, doet GroenLinks het best aardig in de
Groene fractie. Dat mag ook wel want numeriek is GroenLinks de derde delegatie van de Groenen/EVA:

Is zorg anders?

Mevrouw Citroen (2 kinderen, 4 kleinkinderen) en Mevrouw Mik (2 kinderen, 4 klein kinderen) worden allebei 90. Toevallig vieren ze dit met hun familie op dezelfde avond, in hetzelfde restaurant Brasserie Evelien. De familie Citroen heeft het altijd iets beter gehad, omdat Mevrouw Citroen een baantje had naast het opvoeden van haar kinderen. Daar staat een grote fles champagne op tafel. De familie Mik zat altijd thuis, en daar kunnen ze geen champagne betalen. Zij hebben een karaf water besteld. Mevrouw Mik ziet mevrouw Citroen genieten van haar champagne. "Mag ik ook champagne" vraagt mevrouw Mik. "Nee, oma dat kunnen we niet betalen". Mevrouw Mik is al een beetje dement, begrijpt het allemaal niet zo goed meer en begint te huilen.

Een zelfde verhaal schreef Evelien Tonkens een paar weken geleden in De Volkskrant. Alleen was de setting daar in een verzorgingstehuis. Het is onderdeel van haar wekenlang betoog tegen de hervorming in de AWBZ. Sommige ouderen kunnen straks een pluspakket kopen voor extra service. Mevrouw Citroen (geen pluspakket) krijgt geen wijn bij het eten. Mevrouw Mik (wel een pluspakket) krijgt wel wijn. Oneerlijk, vernederend, onbegrijpelijk met name voor demente ouderen. Maar is het ook verschrikkelijk als een ouderen op haar verjaardag champagne kan kopen en een andere dat niet kan betalen? We accepteren dat er in een maatschappij inkomensverschillen zijn. Inkomensverschillen waardoor sommige  mensen meer kunnen kopen dan anderen. Zeker als die inkomensverschillen het gevolg zijn van bewuste keuzes van mensen (bv. om wel en niet te gaan werken) vind ik die inkomensverschillen gerechtvaardigd. Dat betekent ook dat de verschillen in goederen en diensten die zij kunnen kopen gerechtvaardigd zijn. Ik zie geen borden voor de lokale brasserie: "Stop de tweedeling in de horeca! Champagne en water voor dezelfde prijs!" 

Maar in het pluspakket ziet niet alleen wijn bij het eten. Ook een stukje lopen met de zuster. Vaker gewassen worden. Is dat niet oneerlijk? Is zorg niet bijzonder? Verdienen onze arme ouderen niet beter?

Het verhaal van Tonkens is tragisch. Maar ik heb het gevoel dat zij het punt mist. Ik denk dat iedereen het over eens is dat alle ouderen hebben recht op een menswaardige oude dag. En dat wij daar collectief in moeten voorzien. Iedere oudere heeft recht op ten minste die zorg en andere diensten om waardig te leven. Vaak genoeg gewassen worden hoort daarbij. Maar ook een eigen kamer in verzorgingstehuis. Het politieke gevecht gaat niet over tweedeling of collectief vs. individueel. Het gaat om de vraag: wat is noodzakelijke zorg en wat is extra, luxe? Wat moet er collectief en wat kan er individueel?

In mijn ogen is zorg wel anders dan veel diensten die wij kopen. In de zin dat iedereen recht heeft op een minimum dat genoeg is om menswaardig te kunnen leven. Mensen hebben geen recht op een minimum aan nagellakken om menswaardig te kunnen leven, omdat nagellak daar niet noodzakelijk voor is. Maar boven dat minimum uit zie ik geen verschil tussen het glas wijn in het tehuis en het glas champagne op je verjaardag.

Nog eentje dan: Mevrouw Citroen en Mevrouw Mik doen nog altijd samen
boodschappen. Samen schuifelen ze door de Plus. Mevrouw Citroen koopt een
fles Whisky. Mevrouw Mik kijkt in haar portemonnee. 25 euro voor een
goede fles Whisky. Dat kan ze niet betalen. Mevrouw Mik had ook graag
een glaasje gedronken. Die avond drinkt ze maar weer water. De volgende
ochtend komt de ambulance door de straat. Ze stoppen bij nummer 6.
Mevrouw Citroen. Mevrouw Mik loopt naar buiten en vraagt de broeder:
"Wat is er aan de hand?" "Het spijt me," antwoordt hij, "Mevrouw
Citroen is overleden. Een levercoma
vanwege haar alcoholprobleem." Mevrouw Mik is al een beetje dement,
maar begrijpt het overlijden van haar dierbare vriendin maar al te goed
en begint te huilen.