Zondag, Verkiezingsdag

Ik was op het DWARSkamp gevraagd iets te vertellen over Groene Regeringen in Europa: een overzicht van 1990-2009. Op het kamp spraken ook andere GroenLinksers over de mogelijkheid van groene regeringsdeelname in 2010. Maar de wereld staat niet stil. Vandaag waren er verkiezingen in Duitsland (Saarland, Thueringen, en Sachsen) maar ook in Japan. Korte samenvatting: change is in the air.

In Duitsland worden de staatsverkiezingen gezien als een belangrijke indicator van de landelijke komende verkiezingen in. De sociaal-democratische SPD en de Christen-democratische CDU verliezen flink. Die Gruenen winnen iets, maar met name de liberale FDP en de socialistische Die Linke winnen erg. In de twee Oost-Duitse staten zijn de sociaal-democraten derde partij en moeten ze Die Linke boven zich dulden. Dat is niets nieuws. Echter ook in Saarland een West-Duitse deelstaten is Die Linke bijna even groot als de SPD. Daar vertienvoudigt de partij zo wat. De regering van Christen- en sociaal-democraten wordt afgestraft. Linkse en rechtse alternatieven winnen. In Saarland en Thueringen is de verkiezingsuitslag erg gecompliceerd. Die Linke is erg groot. Samen met de SPD haalt ze geen meerderheid. CDU en FDP hebben ook geen meerderheid. Dat brengt Die Gruenen in een bijzondere positie. Ze kunnen steun geven aan een Rot/Rot/Gruene coalitie of een Jamaika coalitie van Christen-democraten (Zwart), Liberalen (Geel) en Groenen (Groen). Een perfecte onderhandelingspositie dus.

In Japan zijn de uitslagen nog schokkender voor de regering. De Liberaal-Democratische Partij een partij die al 48 jaar de regering vormt is dramatisch afgestraft. Na de  Zweedse Sociaal-Democraten (54 jaar) en de Italiaanse Christen-Democraten (49 jaar) zijn ze de langst regerende partijen sinds de Tweede Wereldoorlog. Slechts drie jaar van zijn bestaan heeft de partij niet geregeerd. Maar toen was ze wel nog steeds de grootste partij van Japan. De partij heeft 177 van haar 296 zetels verloren. Ministers en lang zittende kamerleden komen niet terug. In plaats van de pro-Amerikaanse, centrum-rechtse, corrupte LDP komt nu de Democratische Partij in de regering. Een centrum-linkse, sociaal-liberale partij. Deze partij verdrievoudigt zijn stemmen aantal.

We hadden vandaag een aantal keer over de mogelijke verkiezingsuitslag op basis waarvan GroenLinks misschien dat kabinet in komt. Als je een ding kan leren uit Japan en Duitsland is dat de grote systeempartijen altijd dieper kunnen vallen dan je verwacht en de kleine underdog altijd groter kan groeien dan je denkt.

Vrij, Verantwoordelijk, Kind

Als zelfs de New York Times erover schrijft, moet ik er ook iets over zeggen: de reis van Laura Dekker. Een meisje van 13 wil alleen een wereldreis maken in een zeilschip. Van de Nederlandse rechter mag het niet. Het roept interessante vragen op voor liberalen.

Iemand heeft een droom, een idee van het goede leven: de wereld rond reizen. Een liberaal zou daar geen stokje voor moeten steken, maar zij moet dit dat toestaan, aanmoedigen en ondersteunen. Echter deze persoon is 13. Een kind. Moeten liberalen ook kinderen stimuleren om hun passies na te jagen? Nee want kinderen missen de capaciteiten om zelf rationeel beslissingen te maken. Kinderen zijn niet rationeel, volwassenen wel. Dat onderscheid kan niet van op zeventien helemaal niet verantwoordelijk, rationeel of vrij zijn tot op achttien helemaal verantwoordelijk, rationeel en vrij zijn. Dat gaat geleidelijk: een baby kan inderdaad geen beslissingen nemen, maar op hun dertiende kunnen kinderen wel een beperkte verantwoordelijkheid dragen. Maarop hun dertiende kunnen de meeste kinderen nog niet alle verantwoordelijkheid aan.

De natuur heeft ons daarbij geholpen. Kinderen hebben volwassenen om verantwoordelijkheid voor ze te nemen. In een niet-collectivistische samenleving ligt die verantwoordelijkheid primair bij de ouders. De overheid neemt die verantwoordelijkheid over als de ouders daarin falen. Ernstig falen. Waarom zouden we die verantwoordelijkheid leggen bij de ouders? De reden daarvoor is dat er niet een beste manier is om kinderen op te voeden. Om ervoor te zorgen dat de opvoeding van een kind aangepast is aan dat kind, kunnen de opvoeding het beste overlaten aan gedecentraliseerde eenheden voor zeer individuele nurturing of wel GEZINnen. Daarnaast kunnen er dan verschillende opvoedingstheorieen dan getest worden. De overheid zou een one-size-fits-all model opleggen aan alle kinderen en daarmee de diversiteit tussen kinderen ontkennen.

De vraag is of een kind toe staan de  wereld rond te varen een geval is van ernstig falen van ouderlijke verantwoordelijkheid? Ze krijgt genoeg te eten, heeft onderdak en krijgt de kans om te doen wat ze echt wil. Het is gevaarlijk: maar paard rijden is ook gevaarlijk, rolschaatsen ook. Dit meisje kan volgens mij bar goed zeilen. Ernstig falen van ouderlijke verantwoordelijkheid lijkt me niet het geval.

The Family Business

Met het nieuws van het overlijden van Ted Kennedy sijpelt er ook langszaam informatie binnen over de Kennedy familie. Het is een raar fenomeen dat in een land dat zo democratisch is, zo republikeins zo’n aristocratische traditie heeft: naast de Kennedy’s zijn er de Bushes, Clintons, Rockefellers, Roosevelts, Adamses, etc etc. Het is eigenlijk een soort aristocratie, waar een beperkte groep mensen alle macht in handen heeft.

In Nederland is er maar eigenlijk een politieke familie: de Oranjes. Toch? Er zijn wel wat familiale banden tussen Nederlandse politici, overigens veel minder dan in Belgie. Met name vaders en zonen. Er zitten een paar opvallende combinaties tussen.

Een andere familiale band die makkelijk over het hoofd gezien wordt is man/vrouw.

  • Sommige mensen vinden hun liefde binnen de partij. De SP heeft Jan (kamerlid) en Riet de Wit (wethouder). GroenLinks heeft Maarten van Poelgeest (wethouder) en Kathalijne Buitenweg (Europees Parlementarier).
  • Sommige mensen vinden hun liefde binnen het parlement, maar toch over partij grenzen. PSP-kamerlid Van Es was korte tijd getrouwd met PvdA-kamerlid Van Traa. Minister Peper met Minister Kroes.

Het valt dus wel mee in Nederland. Het is niet zo alsof drie Nederlandse broers allemaal een gooi hebben gedaan naar het premierschap of dat het er naar uit zag alsof nadat vader Bush opgevolgd werd door Meneer Clinton die opgevolgd werd door zoon Bush, Mevrouw Clinton president zou worden. Maar ook hier worden politici gebonden door bloed en liefde.

Groen regeren in Europa?

Ik kreeg van DWARS een verzoek om komende week te spreken op een DWARS kamp. Ze wilden een Europees perspectief op Groen regeren. Een breed perspectief want in groenen hebben in 16 van de 27 landen van de Europese Unie in de regering gezeten. 8 daarvan in Oost-Europa.

Europeangreensgovt
Europese Groenen zijn een rare familie. Laat me twee simpele vragen stellen om dat te illustreren: wat is het eerste Europese land met een Groene minister? En wat was het eerste Europese land met een Groene premier? Dat is niet Duitsland waar de Groenen hun wortels vinden, of Belgie waar de Groenen voor het eerst landelijk zetels wonnen. Het waren Bulgarije, Estland en Litouwen waar Groenen het eerst ministers leverden. In 1990. De Groenen waren onderdeel van de anti-communistische hervormingsbeweging. Alleen of in anti-communistische coalities kregen de Groenen een positie in de kabinetten van Bulgarije, Estland en Litouwen. In Bulgarije leverde de Conservative & Ecological Party zelfs korte tijd de premier. Maar veel Groenen zullen zeggen dat dit niet echt telt: ze waren niet lid van de Europese Federatie van Groene Partijen. De eerste "echte" Groene minister was een Fin (1995). De eerste "echte" Groene premier was een Let (2003). In het figuur hiernaast kan je de verschillende partijen zien (licht blauw – geen lid van de EGP, lichtst groen – alleen maar een lid van de EGP, mintblauw – lid EGP in de EU, zachtgroen – alleen maar in het EP, groen – in het parlement, donkerstgroen – in de regering, iets zachter groen – alleen maar steun aan minderheidskabinet, mosgroen – alleen maar in het kabinet vlak na 1989).

Europeangreensfamily
Om Groene regeringsdeelname te begrijpen, moeten we kijken naar het gedachtegoed van Groenen. Het gedachtegoed van GroenLinks wordt gekenmerkt door drie idealen: duurzaamheid, solidariteit en "openheid". GroenLinks is groen, links en progressief. Klimaatverandering is het groene thema. Het versterken van de verzorgingsstaat is het linkse thema. En Europa is een de belangrijkste open thema’s. Hierover zijn Groene partijen sterk verdeeld in West (groen), Noord (geel) en Oost (blauw). In West-Europa zijn Frankrijk, Duitsland en Nederland zijn Groenen inderdaad ook groen, links en pro-Europees. In Oost-Europa waren de groene partijen verbonden geweest aan de anti-communistische hervormingsbeweging: ze kozen voor democratie, voor het Westen en dus voor Europa. Daarnaast waren ze (redelijk) groen. Hun keuze voor democratie op Westerse basis betekent een keuze voor een markteconomie, voor privatisering en voor rechts economisch beleid. In Noord-Europese landen als het Verenigd Koninkrijk en Zweden speelt Euroskepsis sterk. Groenen kiezen daar voor een gedecentraliseerde staat. Een sterke Europese toplaag past niet in dat beeld. Groene partijen hier hebben dus niet hetzelfde open profiel als GroenLinks, ze zijn fel Euroskeptisch. Daarnaast staan ze dicht bij het politieke centrum.

Europeangreensgovtfamily
Met deze drie families is het ook beter te begrijpen hoe Europese Groenen in de regering kwamen. Er zijn drie soorten regeringscoalities met Groenen. Een rood-groene combinatie met sociaal-democraten, groenen en misschien andere linkse partijen (rood en roze voor minderheidskabinetten). Een blauw-groene combinatie met conservatieven, groenen en misschien andere rechtse partijen (blauw en oranje voor post-communistische regeringen). Ten slotte is er een regenboogcoalitie met links, groen en rechts. In Belgie heet dat paars-groen (paars). Het waren anti-communistische coalities van rechtse partijen waar de Groenen het eerst aan de macht kwamen. Bijna geen van deze Groenen overleefde meer dan een verkiezing. Al snel kwamen er andere rechtse partijen op. Nu komen er soms weer Groene partijen op in Oost-Europa. In Tsjechie en Letland hebben zijn ze terug gekomen in de regering. In Letland leverden de Groenen zelfs kortstondig de premier. De eerste groene regeringsleider. In West-Europa kwamen de Groene partijen aan de macht met sociaal-democraten. Dan wel door een bondgenootschap voor de verkiezingen, of wel in een coalitiekabinet dan wel als parlementaire steunpilaar voor een centrum-links minderheidskabinet. In landen met een zwakkere sociaal-democratische partij (Finland en Belgie) kwamen de Groenen in een brede, regenboog coalitie terecht.

Het zijn vaak de grotere Groene partijen die in een kabinet komen. Gemiddeld haalt een Groene partij die een kabinet komt 6.4% in de voorgaande verkiezing. Gemiddeld halen Groenen die niet in een kabinet komen zo’n 4.4% van de stemmen. Een goede verkiezingsuitslag is een boost om de regering te komen. Gemiddeld wint een Groene partij zo’n 2% van de stemmen in de verkiezing voordat ze gaan regeren. Echter groter is niet altijd beter voor een Groene. Kleine Groene partijen kunnen juist in een bondgenootschap terecht komen met andere partijen, waardoor participatie in een kabinet mogelijk wordt. Daarnaast kan je in landen als Luxemburg zien hoe een Groene partij zijn eigen kansen op regeringsdeelname kan verknallen door te groot te groeien ten koste van de sociaal-democraten. Als alle Groenen op de sociaal-democraten zouden stemmen waren ze de eerste partij, maar nu zijn ze kleiner dan de Christen-democraten. Wat ten slotte ook helpt als je in het kabinet wil komen is het mainstreamen van je partij organisatie en het matigen van je standpunten. Het zijn niet de fundi‘s die ministers leveren maar de realo’s.

Maar waar doen we het allemaal voor? Is Groen regeren het waard? Wat levert het op in termen van beleid? Landen waarin Groenen ooit geregeerd hebben zijn in een aantal opzichten groener: per burger pompen ze minder CO2 de dampkring in. 8 ton per jaar per burger. Dat is 12 in landen waar Groenen wel in het parlement zitten maar niet in de regering. Echter in landen waar Groenen helemaal buiten de politieke arena staan is het ook 8 ton. Kortom als Groenen eenmaal in het parlement zijn is het beter voor het klimaat om ze mee te laten regeren. Maar als ze buiten het parlement blijven is dat ook prima. Echter landen met Groenen produceren wel het meeste hernieuwbare energie, volgens de data van de Europese Unie: 16% van de stroom in deze landen is duurzaam. Dat is maar 7.8% in landen waar Groenen in het parlement zijn blijven steken. En 6.5% in landen zonder Groenen. Echter landen met Groenen zijn ook nuclaire landen. 36% van hun energie is nucleair. Dat is respectievelijk 12% en 8% in landen met alleen maar Groene kamerleden of zonder Groenen. De reden hiervoor is waarschijnlijk andersom: Groenen staan sterk in landen waar een grote anti-kernenergiebeweging is en dat zijn weer landen met veel kerncentrales. Het brengt ook de CO2 productie in een ander perspectief. Een van de Westerse landen met de laagste CO2 productie per inwoner is Frankrijk. Daar komt 75% van de stroom uit kernenergie.

Regeren kost bijna altijd stemmen. Voor Groenen valt het alles mee ze verliezen gemiddeld 1% van de stemmen in de verkiezing nadat ze geregeerd hebben. Als we alle Oost-Europese landen waar Groene eendagsvliegen eruit halen is dat minder dan een half procent. Groenen komen relatief goed uit verkiezingen. Het zijn de grote regeringspartijen die een grotere prijs betalen. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen: de Waalse en Vlaamse groenen verdwenen uit het parlement na een periode paars/groen. De Finse Groenen wonnen na iedere kabinetsdeelname.

Wat zegt dit voor Nederland? Dat een Groen kabinet echt nodig is: Nederland heeft maar 3% hernieuwbare energie, in landen met Groene regeringen is dat 18%. Daarom produceert Nederland dan ook 10 ton CO2 per burger per jaar. In landen met een groene regering is dat maar 8 ton. Willen GroenLinks echt iets aan klimaatverandering doen, dan moet ze het kabinet in. De mogelijkheden voor GroenLinks zijn echter wel moeilijk: West-Europese Groenen gaan eigenlijk alleen maar het kabinet in met sociaal-democraten en andere linkse partijen. De Nederlandse sociaal-democraten staan er al drie jaar heel slecht voor. Een brede linkse coalitie (met D66, SP, CU en PvdD) haalt maar 70 zetels. Een regenboogcoalitie lijkt het enige wat mogelijk is: een coalitie met linkse en rechtse elementen. De enige optie met GroenLinks is een kabinet van CDA/PvdA/D66/GL. Dat lijkt me geen waarschijnlijke combinatie.

Leaving Stars Hollow

De laatste aflevering zit er op: sinds februari hebben we in sneltreinvaart The Gilmore Girls erdoorheen gejaagd. Erdoorheen gejaagd want het is een erg verslavende serie. Gilmore Girls zit tussen een soap en een comedy serie in. Het beschrijft de levens van moeder en dochter Gilmore in het kleine dorpje Stars Hollow. De meeste soap komt uit de levens van de Gilmores, de meeste comedy uit Stars Hollow. De soap werkt verslavend, je wilt weten wat er gaat gebeuren met de Gilmores. Het dorp houdt de boel luchtig.

Moeder Lorelai Gilmore voedt dochter Rory Gilmore alleen op. Lorelai kreeg Rory toen ze nog geen twintig was. De relatie tussen moeder en dochter is meer als tussen twee vriendinnen. Rory is het ideale meisje: mooi, slim, beleefd en zachtaardig. Haar moeder is zelfstandig en eigenwijs, maar ook zorgzaam en warm. Ze vult het hoofd van haar dochter met popular culture. Vader Christopher was te jong voor de verantwoordelijkheid van het ouderschap. De keuze om alleen haar kind op te voeden vervreemde Lorelai van haar ouders Emily en Richard Gilmore. Emily Gilmore is de manipulatieve, koele moeder, Richard Gilmore is de altijd afwezige, afstandelijke vader. In het eerste seizoen groeit de familie langszaam weer naar elkaar toe. Lorelai en Rory bezoeken de ouders wekelijks omdat Lorelai geld voor Rory’s droomschool van hen moest lenen. Langszaam laat ook Christopher zich zien. Op deze achtergrond speelt een soap zich af: Lorelai en Rory hebben een aantal grote liefdes in de serie, die allemaal mislukken. Rory valt voor de boy next door, de dark brooding artist en de fun-loving rich kid. Lorelai valt voor de docent van haar dochter, de vader van haar dochter, een oude jeugdvriend en uiteindelijk voor de man die haar al jaren koffie geeft. Liefdes komen en gaan, dromen dreigen te mislukken en te slagen. Een echte soap dus.

Ik zou een echte soap niet lang hebben uitgehouden. Maar de kracht van de serie is de humor. Die komt door de fast-paced popular culture-filled dialoog tussen moeder en dochter, zoals ik had verwacht, maar toch met name van de verschillende rare karakters in en om Stars Hollow. De meest extreme is Kirk een nogal excentrieke jongeman die allerlei baantjes in Stars Hollow heeft (postbode, ober, cassier). Daarnaast zijn er de buurvrouw van Lorelai, Babbette en de lerares op de lokale dansschool, Miss Patty. Beide hebben ze een leven achter de rug vol met mannen en muziek. Voortdurend vertellen ze rare verhalen uit hun eigen verleden. Daarnaast is er Luke, de nurkse dinner-owner met een gouden hart, waar Lorelai uiteindelijk voor valt. De beste vriendin van Lorelai is Sookie, een goedgemonterde kokkin die altijd zwanger blijkt te zijn, zonder dat ze zich daar zelf van bewust is; de beste vriendin van Rory is Lane, een Koreaans meisje dat stiekem tegen haar streng Christelijke, veganistische moeder in gaat door een dubbelleven vol rock en roll te leven. Op school is Rory’s grootste tegenstrever Paris een overambitieuze, competitieve student, die in Rory haar concurrent ziet en haar dus af moet maken. Later nemen ze het samen op tegen de wereld. Een kleine greep nog maar uit de vele over-the-top karakters uit Stars Hollow, die allemaal onverwacht uit de hoek kunnen komen en de serie absurdistisch maken.

In een kleine zes maanden heb ik alle afleveringen gezien. Maar is er een toekomst na Stars Hollow? Een serie met zo veel quirky characters, witty dialogue and compelling story lines? Ik hoop het maar.

Mijn blogje over lokale kracht heeft een aantal prikkelende reacties opgeleverd onder andere van een der kandidaten zelf. Mijn reactie wordt geplaatst in de kritiese categorie. Ik ben niet kritisch over Rietveld/Bonte ’09. Ik kan het alleen maar toe juichen als kandidaten zich zo sterk profileren: een eigen programma, een eigen benadering en nieuwe ideeen.

Arnoud Boer begint een discussie over de aard van de discussie. Dat lijkt me niet zo’n zinnige discussie. In mijn analyse richtte ik mij op de ideeen en ambities van Rietveld/Bonte.

David Rietveld geeft een uitgebreide inhoudelijke reactie. Goed dat kandidaten het debat met de grass roots aan gaat. Hij richt zich op twee vragen het duo-voorzitterschap. De onduidelijkheid over de precieze implementatie van het duo-voorzitterschap blijft echter bestaan. Als er wordt gekozen voor een top of the ticket/running mate oplossing dan moet er helderheid verschaft geworden over de precieze implementatie: wie is eigenlijk de voorzitterskandidaat. Wie is de vice-voorzitterskandidaat. Voor welke post gaat deze vice-voorzitterskandidaat? Rietveld/Bonte beloven een werkhouding. Ik vraag me af hoe dat georganiseerd wordt. David wijst er terecht op dat er goede en minder goede duo’s zijn (herinnert iemand zich nog Brouwers/Rabbae?) Helderheid over de verhoudingen binnen het duo lijkt me het eerste wat nodig is om in te schatten in hoeverre het kan gaan werken.

Arnoud Boer‘s eigen blog noemt twee interessante andere kwesties. Rietveld en Bonte zijn allebei raadslid. Bonte heeft al bekend door te willen gaan in de Rotterdamse raad als lijsttekker. Lokale binding met lokale kracht, zullen Bonte/Rietveld stellen. Er zitten echter wel wat haken en ogen aan. Niet alleen moet het bestuur een neutrale positie hebben in debatten binnen de partij bv. tussen lokale fracties en lokale wethouders (wat moeilijk kan als partijvoorzitter en fractievoorzitter bent). Daarnaast lijkt het erg zwaar om het fractievoorzitterschap in een van de grootste steden in Nederland te combineren met het partijvoorzitterschap. De vergelijking met Mieke Vogels loopt spaak omdat de plaats van partijvoorzitter in Belgie fundamenteel anders al het partijvoorzitterschap in Nederland. De Nederlandse partijvoorzitter is hoofd van de partijorganisatie, een bestuurlijke fucntie dus. De partijvoorzitter van een Belgische partij zet de politieke koers uit, controleert politieke benoemingen en maken belangrijke besluiten. 

Een echte analyse van de mogelijkheden voor GroenLinkse college vorming kan natuurlijk pas met een beter beeld van de politieke verhoudingen. D66 zal winnen, maar ook de rechtse populisten (hier en daar de PVV, hier en daar misschien TON, en allerhande rechtse opportunisten) en lokale partijen. Voor sommige lokale D66 fracties is GroenLinks, als progressieve partij een natuurlijke bondgenoot. Voor andere lokale D66 fracties zullen we te links zijn. Ik hoop dat we het aantal wethouders weten vast te houden.

Weg met het Milieu/Lange Leve Duitsland

"When are you flying back?"
"Actually I’m not flying back I took the train here."
"Why? Isn’t flying much cheaper, easier and faster to fly?"
"Probably it is, but I don’t think one should fly within the continent."
"Well that’s very green of you!"
*Smiles*

Dat gesprek heb ik een aantal keer gehad in Ljubljana. Ja, ik ben met de trein gekomen, ja dat doe ik met name voor het milieu. Alhoewel weerzin tegen luchthavencontroles er ook wat mee te maken heeft. Groen, ja. Groen natuurlijk! Maar ook handig: je hoeft tussen Ljubljana en Amsterdam maar een keer over te stappen: in München.

Nou daar heb dit weekend de prijs voor betaald. Nadat ik naar het station van Ljubljana gelopen was – ja gelopen, geen taxi- kwamen de eerste berichten door: de trein naar München heeft een kwartier minuten vertraging. Een kwartier werd een half uur. Een half uur werd drie kwartier. Ik stond met een groepje ECPR mensen te wachten. Die moesten ook naar de lage landen.

Ik had al niet zo’n goede ervaring met het Sloveense spoornet. Op de heenweg moest ik plotseling in Villach vlak voor de grens van een Oosterrijkse in een Sloveense trein overstappen. De trein stond klaar en de vertraging was miniem. Toen ik van Ljubljana naar het recreatieparadijs Bled wou gaan, vertrok de trein heen maar om het uur – we misten hem net-. Vervolgens was een uur lopen -toen wel een taxi gesplit met z’n zevenen-. Om 18u00 kwamen we erachter dat de laatste trein om 18u45 zou vertrekken. Naar het station gehaast met z’n zevenen. We zagen de trein aan komen. Laatste stukje gesprint. De trein wachtte gelukkig. Want anders was er geen weg uit Bled.

Ik maakte me dus al zorgen. De trein kwam aan. Met een uur overstaptijd in München zou alles goed komen. Dat drukte ik een Nederlands gezin met jonge kinderen nog op het hart. In de buurt van Oosterrijkse grens liep de conducteur zenuwachtig door de trein. We moesten er in Villach uit. Daar zou een nieuwe trein op ons wachten.

De nieuwe trein stond er echter niet maar kwam pas na anderhalf uur aan. Twee uur vertraging dus. De nachttrein in München zou allang al vertrokken zijn. Ik bel naar mijn vriend. Hij zou de mogelijkheden onderzoeken. Ondertussen naar een ÖBB beambte om een stempel te krijgen dat we daadwerkelijk buiten onze schuld vertraagd zijn, want anders zou de DB moeilijk doen over de omboeking. Er is eigenlijk geen beambte op Vlllach West Banhoff, maar in een kamertje zit een tijdelijke beambte. Zonder stempel. We krijgen een handgeschreven brief mee voor de DB.

De trein naar Salzburg arriveert. Een prachtige treinreis door de schemerige Alpen volgt. In Salzburg gaat er geen trein meer naar München, gelukkig heeft de ÖBB een bus geregeld. 130 km met de bus dus. We komen om 0u00 op München aan. De stad bruist op zaterdagavond. Jongens in Lederhosen en meisjes in Gothic Lolita outfits wisselen elkaar af. De volgende mogelijkheid naar Amsterdam vertrekt om 3u16. Overstappen op Frankfurt. We wachten. We eten. We regelen een omboeking. De DB beambte heeft ondertussen al 80 kaartjes bestempeld en 80 omboekingsformulieren op geschreven. Hij moet het allemaal met een zekere vrolijkheid en plezier, zo midden in de nacht.

Ik spreek het Nederlandse gezin weer. De dochter zit naast de tassen. Haar broertje is op de grond in slaap gevallen. Vader en moeder hebben een hotel geregeld in München om morgen weer verder te reizen. De voorpret van de kinderen om met de slaaptrein te reizen is vervaagd. Volgende keer met het vliegtuig.

En nu rijdt de trein weg uit München. Idealen hebben een prijs. Ik vraag me af of ik die precies ervoor over heb. Weg met het milieu! Hup klimaatverandering, dat heel Oosterrijk mag overlopen!

<UPDATE> De trein naar München was verlicht en luidruchtig. Steeds bleven er mensen komen en gaan. De dubbele plekken die we veroverd hadden om te gaan liggen werden al snel ingenomen door nieuwe fahrgaeste. De couchette die ik regelegd had leek een droom uit een vervlogen tijd. Godzijdank is de DB het hoogtepunt van punctualiteit. Om precies 7:06 kwam de trein aan op Frankfurt. Om precies 7u43 vertrok de ICE naar Amsterdam. Precies om 11u00 zag ik mijn vriend weer op het station van Utrecht. Een vertraging van slechts 2u00. Precies de tijd die we in Ljubljana en VIllach hebben gewacht.

Duitsers zijn een prachtig volk en hebben de beste treinen van de hele wereld. Zonder Duitsers was ik terug gevlogen van Villach, zo nodig met een prive helicopter. Lang leve Duitsland!

Lokale Kracht?

Arno Bonte en David Rietveld stellen samen zich kandidaat voor het partijvoorzitterschap van GroenLinks. Ze zetten zich af tegen de Haagse orientatie van de huidige partijtop en roepen op tot lokale kracht. Dat moet leiden tot meer raadsleden, meer wethouders, meer statenleden, meer kamerleden, en ueberhaupt meer leden. Duopartijvoorzitter Bonte en Rietveld?

Statutair kan het natuurlijk niet. Duovoorzitter bestaat niet. Artikel 89 van de HHR stelt “Het partijbestuur bestaat uit zeven leden.” en artikel 90.1 specifieert hun taken “Het partijbestuur wordt gevormd door de voorzitter en zes leden (…).” zeven leden in totaal dus en dat is dan zes plus de voorzitter is zeven. Het voorzitterschap kan dus maar door een persoon gevormd worden. In het andere geval van duo-voorzitterschap Rottenberg & Vreeman, was Rottenberg voorzitter en Vreeman vice-voorzitter.Een functie die GroenLinks ook kent (90.2). Bonte en Rietveld zullen dus open kaart moeten spelen wie van beide nou echt voor het voorzitterschap en wie de running mate is. Als Bonte en Rietveld echte jonge honden zijn, gaan ze natuurlijk samen door. En gaan ze samen op die voorzitterstoel zitten. Uit DWARSe ervaring weet ik dat dat geen optimale situatie is: onduidelijk intern en extern. Iets wat ik voor een volwassen partij niet kan aanraden. Serieuze Groene partijen in het buitenland hebben overigens wel vaak duos, zowel in de besturen als in de fracties, de EGP bijvoorbeeld. Maar dan is vaak gender balance het argument. Dat gaat voor Bonte en Rietveld weer niet op.

En dan over de ambitie: met name een stijging van wethouders lijkt me een toonbeeld van politieke naiviteit. In de 25 grote steden zit GroenLinks altijd in het college met de PvdA. Daarbuiten ook vaak, uitzondering uitgesloten. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen stond de PvdA op 60 zetels in peilingen, nu staat ze op 22 zetels. De PvdA zal dus instorten. Rietveld voorspelt dat zelf ook in zijn native Den Haag. In ruil zullen lokale partijen, D66 en de rechtse populisten stemmen winnen. De vraag is of GroenLinks evenveel wethouders kan krijgen. De PvdA heeft een sterke incentive om GroenLinks op te nemen in colleges: ze schakelen een politieke competitor uit, krijgen een middenpositie in het college, en vaak zullen de programma’s niet vaak uit elkaar liggen. Lokalo’s, rechtse populisten en de Democraten zullen niet per se meteen naar GroenLinks kijken. In die omgeving is een toename van het aantal GroenLinks wethouders niet erg waarschijnlijk. Rietveld and Bonte are setting themselves up for failure.

U begrijpt ik endorse nog niemand, ik moet eerst nog maar eens zien hoe het veld eruit ziet.

Hebben woorden richting, positie of betekenis?

Vergelijk deze twee uitspraken eens:

"Nederland is een wereldland. Dat verschuilt zich niet achter de dijken. Hoop, politieke inzet en
betrokkenheid doen er toe."


"Nederland is een prachtig land. Maar het
staat onder druk. Om tal van redenen. De politieke elite in Nederland
negeert stelselmatig de belangen en problemen van de burger."

De eerste uitspraak is links, de andere uitspraak is rechts. Maar waarom? Een vraag politicologen en in het bijzonder politicologen die net als ik geinteresseerd zijn in het verkrijgen van partijposities uit teksten, bezig houdt.

Als je denkt over politieke teksten zijn er min of meer twee variabelen die interessant kunnen zijn: de thema’s worden besproken en de posities die worden ingenomen. Beide stukjes tekst praten over Nederland maar koppelen dat aan heel andere onderwerpen. GroenLinks koppelt Nederland aan het thema "internationaal", Wilders koppelt Nederland aan het thema "democratie". Grofweg. Verschillende partijen benadrukken verschillende thema’s. Er zijn verschillende thema’s die deze partijen zich hebben toe geeigend en waar ze graag over praten. De VVD praat graag over belastingen, GroenLinks graag over het milieu en de SP graag over zorg. Dat zijn namelijk onderwerpen waar de meerderheid van de bevolking het met ze eens is: burgers willen minder belastingen, een beter milieu en betere zorg. Op basis van dat idee is de saliency theorie van competition ontstaan. Deze zegt grofweg: partijen praten langs elkaar heen: linkse partijen praten over heel andere onderwerpen dan rechtse partijen. Als je partijen wilt onderscheiden kan je ze het beste onderscheiden op hun thema’s. Als je op deze manier naar tekst kijkt, zeg je: kom ik het woord "belasting" tegen dan is het de VVD, het woord "milieu" is het GL en het woord "zorg" dan is het de SP. Dat zien we ook terug in deze twee stukjes tekst. GroenLinks gooit het over de internationale boeg en de PVV over de democratische. Ze benadrukken heel andere issues.

Hier tegenover staat een confrontational benadering van politiek. Deze benadering zegt dat politieke partijen juist positie in nemen. Bijvoorbeeld: linkse partijen zijn voor een generaal pardon, rechtse partijen tegen. Diametraal tegenovergestelde posities op hetzelfde thema. Rechtse mensen hebben het over "belastingverlaging", linkse partijen over "belastingverhoging" laten we zeggen. Woorden hebben dan een positie in de ruimte tussen extreem links en rechts. Je ziet het ook weer terug in het voorbeeld: tegenover de populistisch-nationalistische retoriek van Wilders staat het elitaire-kosmopolitische verhaal van GroenLinks. Dat is geen verschil in thema’s maar in standpunten over waar Nederland naar toe moet.

Je kan het nog een stapje complexer maken door een onderscheid te maken tussen theorieen die zeggen dat woorden alleen maar positie hebben of theorieen die zeggen dat woorden alleen maar richting hebben. De eerste theorie zegt dat een woord als "belastingverhoging" vaak rechtse partijen gebruikt wordt en hoe dichter je bij het centrum komt hoe minder vaak het woord gebruikt wordt. Er zijn dan ook woorden die door middenpartijen gebruikt worden, en woorden die door linkse partijen gebruikt worden. Je kan woorden en partijen in dezelfde ruimte plaatsen. Het woord "nuance" is denk ik een mooi voorbeeld van een middenwoord.
Maar er zijn ook theorieen die zeggen dat er geen woorden in het midden zijn. Het midden is niets anders dan een mengsel van rechtse en linkse woorden. In deze theorie hebben woorden geen positie, maar alleen maar richting. Naar mate je meer naar links gaat zal je bepaalde woorden vaker zien, maar in principe is ieder woord of links of rechts, of het wordt door iedereen (links, rechts en centrum) gebruikt.

De vraag is welke theorie overeenkomt met wat er daadwerkelijk in de programma’s gebeurd. Nemen partijen posities in? Of leggen ze de nadruk op thema’s? En als ze posities in nemen, doen alleen de extremen ertoe of zijn er ook juist woorden die in het midden zitten.

In principe lijkt me de woorden hebben alleen maar richting theorie onjuist. Er zijn woorden van het centrum denk maar aan woorden als "nuance", "gematigd", "gemengd". Dan is de vraag: praten partijen langs elkaar heen of met elkaar? De vraag is of er een scherp onderscheid te maken is. Tussen hoe partijen altijd praten. Soms praten partijen met elkaar, soms langs elkaar heen. Er is niet een theorie die altijd waar is.

Het onderscheid tussen links en rechts zit hem in posities en thema’s. Het is niet of-of, maar en-en. Of is dit te gematigd, gemengd en genuanceerd?

Ayn Rant

Nadat mijn o zo geliefde computer al mijn audio books van Philip K. Dick had gewist moest ik dus een andere bron aanboren van fictie. Per toeval kwam ik op Ayn Rand‘s werk en een open source site dat allerlei audio boeken gratis ter beschikking stelt. Mijn oog viel op Anthem, Rand’s kortste boek.

Anthem is het verhaal over een Randian hero in een repressieve, collectivistische wereld. Alle verhalen van Rand gaan over een Randian hero in een collectivistisch dystopia. Een Randian hero is een Individu, iemand die richting wil en kan geven aan zijn eigen leven, meester wil en kan zijn van zijn eigen lot, maar leeft in een samenleving van volgzame schapen. Prometheus, de hoofdpersoon van Anthem leeft in een collectivistische samenleving. Alle vormen van individualisme zijn uitgebannen. Zelfs het woord "ik" wordt niet meer gebruikt.  Prometheus, een intelligente, sterke, wilskrachtige man, moet in het collectivistische dystopia straten schoon maken. Als hij niet schoon maakt is hij altijd onder zijn kameraden. Nooit is hij alleen. Het hele leven wordt gereguleerd van dag tot dag. Ook wetenschappelijke vooruitgang is aan strikte banden gelegd. Promotheus ondekt een grot waarin hij alleen kan zijn. Daar vindt hij meteen electriticiteit uit -iets wat in het collectivistische dystopia is uitgebannen-. Als hij dat wil schenken aan zijn kameraden wordt hij vervolgd en uitgespuugd. Hij vlucht het bos en vindt een oud huis van voor de collectivistische revolutie. Daar vindt hij technologieen en boeken die hij nooit eerder heeft gezien. Hij ontdekt het woord "ik" en viert zijn nieuw gevonden vrijheid.

Een hevig ideologisch boek dus, Rand was een extreme individualist, in de lijn van Nietzsche en Stirner. Ze noemde haar eigen filosofie, die veel weg heeft van libertarianisme, objectivisme. Maar we kunnen haar min-of-meer als extreem rechts-liberaal indelen.

Ik wil hier kort even wat zeggen over de thesis die ze in het boek maakt en de literaire middelen die ze daarvoor gebruikt.

THESIS Rand koppelt de begrippen collectivisme-altruisme-stilstand en de begrippen individualisme-egoisme-vooruitgang. Met collectivisme bedoel ik hier dat de samenleving boven het individu staat, met individualisme dat de samenleving in dienst staat van het individu. Met altruisme bedoel ik hier dat mensen op zo’n manier handelen dat ze het welzijn van anderen vergroten, egoisme is de pre-occupatie met het iegen geluk. Stilstand en vooruitgang hebben met name te maken met wetenschappelijke innovatie. Rand’s afschuw voor collectivisme voedt haar afschuw voor de hele eerste trits.

Het lijkt logisch dat deze tritsen samenhangen: een samenleving waarin het collectief centraal staat is een samenleving waarin in iedereen zijn eigen geluk kan na streven en geen rekening hoeft te houden met publieke goederen. In zo’n samenleving is er volop dynamiek en dus volop vooruitgang. In een collectivistische samenleving staat "wij" centraal en kan dus niemand gaan voor zijn eigen geluk. In een samenleving zonder individualisme komt wetenschappelijke vooruitgang snel tot stilstand.

De relatie tussen deze twee tritsen is echter helemaal niet noodzakelijk. Karl Popper maakt daar een punt van in zijn boek Open Society and Its Enemies. Rand’s schema is namelijk precies hetzelfde als dat van Plato. Ook hij koppelde collectivisme-altruisme-stilstand. Maar hij waardeerde deze begrippen, met name de laatste. Empirisch en conceptueel gezien is er echter geen noodzakelijk relatie tussen deze begrippen. In Sovjet Rusland was er -op sommige gebieden, denk aan ruimtevaart- grote technologische vooruitgang, Terwijl het een collectivistische samenleving was.

Er zijn ook allerlei humanistische en links-liberale stromingen te bedenken die juist vanuit hun waardering voor het individu streven naar altruisme. De traditionele ideeen over links en rechts die veel mensen hebben doorsnijden deze tritsen ook: links kiest voor de rechten van het individu, maar ook juist voor eerlijk delen. Daar achter liggen theorieen over vrijheid voor iedereen. Bij rechts kiezen bv. Amerikaanse Republikeinen voor een samenleving waar kerk en markt de boventoon voeren. De moraal moet heersten op het gebied van het persoonlijke leven en maar niet op de vrije markt, Voor de stabiliteit van de staat mogen burgerrechten ingeperkt worden.

Als een individu zich los wil schudden van een collectivistische nachtmerrie hoeft hij niet noodzakelijkerwijs alle aspecten van die samenleving te veroordelen. Mijn afkeer voor Rand’s dystopia zit het in het collectivisme, niet in het samen delen.

LITERAIRE MIDDELEN Tot hoofdstuk 11 komt het woord "ik" niet voor in Anthem. De hoofdpersoon leeft in een collectivistische samenleving waar dat woord is uitgebannen. Hij gebruikt "wij". Echter hij gebruikt "wij" om naar "ik" te verwijzen. Als hij over zijn eigen gedachten spreekt gebruikt hij "wij", als hij alleen is gebruikt hij "wij". Het concept "ik" is dus niet verdwenen. Het lijkt alleen of het woord overal vervangen is door "wij". Dat is een oppervlakkige verandering. Een echt collectivistische samenleving zou het concept met wortel en tak uit moeten roeien. Er zouden geen individuele gedachten meer zijn, niemand zou meer alleen kunnen zijn. Maar dat is uiteraard niet mogelijk, vanwege de natuur van de mens. In ons hoofd zijn we alleen zelfs als we met anderen zijn. Daar ligt een sfeer waar niemand in kan komen. Wat er in mijn geest gebeurd is echt van mij en van mij alleen. Uit dat simpele feit alleen al, psychologisch individualisme, volgt al dat collectivisme niet samen kan gaan met de menselijke natuur. We zijn van nature individuen. Daar kan geen collectivistische staat iets aan doen.

Lezers van dit weblog zullen zich er bewust van zijn dat ik eigenlijk een groot bezwaar heb tegen uitspraken met de termen "alle … zijn noodzakelijk" en "van nature". Er is dan ook een bezwaar te maken tegen dit verhaal. Hannah Arendt stelde in haar Origins of Totalitarianism dat de hedendaagse samenleving van individuen ook een schaduwzijde heeft. Mensen zijn niet slechts alleen maar ook eenzaam. Zeker in een moderne samenleving waarin traditionele banden tussen mensen wegvallen. De illusie dat mensen bij elkaar horen valt weg, en de kale waarheid van onze eenzaamheid wordt duidelijk. Deze eenzaamheid is onbehagelijk. Daar kunnen collectivisme van rechts en links gemakkelijk gebruik van maken. Zij creeeren een wereld waarin mensen verbonden zijn, door ras, volk of klasse. Er worden schijnverbanden gelegd boven op een massa van eenzame individuen om ze te verlossen van hun eenzaamheid. Dat dat mogelijk is, duidt erop dat het psychologische individualisme misschien niet zo hard is als ik hier heb neergezet. Het is misschien wel waar dat we alleen zijn, maar een samenleving kan ervoor zorgen dat we ons niet zo hoeven te voelen. Kortom, het feit dat "ik" een concept is waar we niet zonder kunnen, zorgt er niet voor dat de samenleving niet de illusie kan scheppen dat dit niet zo is.

Kortom, de simpele tegenstelling tussen individualisme/egoisme/vooruitgang/ik en collectivisme/altruisme/stilstand/wij die Rand hanteert, is 1) niet houdbaar omdat de begrippen paren niet noodzakelijk verbonden zijn en 2) ontkent de veelheid aan tussen posities tussen ik en wij.