Rooms-Katholieke Kerk in 2D

Fomoraal110809_620_01
Antoine Jacobs, professor rechten aan de Universiteit van Tilburg plaatst vandaag in de Volkskrant de Rooms-Katholieke kerk in een twee dimensionale ruimte. Met de nieuwe encycliek "Charitas in Veritate" neemt de kerk zich volgens Jacobs een bijzondere (hij gebruikt zelf de term "vetcool" – laat ik mij daar maar niet verder over uit laten) positie in het politieke spectrum: de kerk verenigt de linkse ideeen over solidariteit met rechtse ideeen over de moraal. Een unieke positie, zo stelt Jacobs.

Als je de encycliek leest dan wordt al snel duidelijk dat Jacobs er een verkeerd beeld van schetst. Inderdaad je kan de encycliek moeilijk in een traditioneel links/rechts schema plaatsten. Maar dat komt niet omdat ze linkse en rechtse posities met elkaar verenigt maar omdat ze de tegenstelling tussen links en rechts overstijgt.

De boodschap van Rooms-Katholieke Kerk (RKK) is geen pleidooi voor een machtige staat
(het traditionele linkse standpunt) of voor een ongecontroleerde markt (het traditioneel rechtse standpunt). De RKK pleit voor een nieuwe balans tussen staat, markt en maatschappelijke ondernemingen. Of zoals de RKK zelf in zijn encycliek  stelt: "Alongside profit-oriented private
enterprise and the various types of public enterprise, there must be room for
commercial entities based on mutualist principles and pursuing social end (…)". Hiermee overstijgt de RKK het traditionele onderscheid tussen links ("staat") en rechts
("markt") en pleit ze voor een derde weg: "The exclusively binary model
of market-plus-State is corrosive of society, while economic forms
based on solidarity, which find their natural home in civil society
without being restricted to it, build up society."

De RKK is dus niet links op sociaal-economisch terrein, maar ze overstijgt deze politieke tegenstelling. Niet alleen overstijgt de RKK deze tegenstelling, je kan de positie van de RKK ook moeilijk direct met politieke partijen vergelijken, zoals Jacobs doet. Uiteindelijk zet een politieke
partij zich in voor maatschappelijke verandering door de overheid, een
kerk heeft de overheid niet nodig om de maatschappij te beinvloeden,
een encycliek is een directe oproep aan de volgelingen van de
Katholieke Kerk. De relatie tussen een kerk en zijn volgelingen en
tussen een staat en zijn burgers is fundamenteel anders. Tekend is
hierbij de titel van de encycliek "Charitas in Veritate". Charitas
betekent naastenliefde. Het is de rol van een kerk om mensen op te
roepen naastenliefde te voelen voor elkaar en daaruit moreel te
handelen. Dat is alles behalve de rol van de staat. Het is de rol van
de staat om mensen te geven waar zij recht op hebben. Er is een
fundamenteel verschil tussen iemand een euro geven uit naastenliefde en
iemand een euro geven omdat hij daar recht op heeft. In het eerste
geval is de euro een gunst, een gift, iets wat ik ook niet hoef te
doen, in het andere geval is de euro een recht, iets waarop hij
aanspraak heeft of mij dat nu bevalt of niet. Het onderscheid tussen
rechtvaardigheid en naastenliefde of wel tussen politiek en moraal, of
wel tussen staat en kerk, is een van de fundamenten van de moderne
samenleving. De encycliek onderschrijft dit principe en stelt: "The
Church (…)
does not claim to interfere in anyway in the politics of States". Of
zoals Mattheus 22:21 stelt: "Render unto Caesar the things which are Caesar’s, and unto God the things that are God’s”

Dat zorgt ervoor dat de standpunten van de RKK en een politieke partij
onvergelijkbaar zijn. Een politieke partij richt zich op de politiek,
op rechtvaardigheid, op de staat. Ze formuleren overheidsbeleid op
basis van principes van rechtvaardigheid. Een kerk bemoeit zich met het
morele leven van haar volgelingen. Ze schrijft voor hoe ze moeten
leven, aan welke morele regels ze zich moet houden en wat ze aan de
armen moeten geven. Een linkse politieke partij pleit voor sociale rechtvaardigheid, een rechtse politieke partij daartegen. Echter de kerk is geen politieke partij. De RKK pleit wel voor naastenliefde in tijd van van crisis en globalisering. Ze lijkt dus op een linkse politieke partij in de zin dat ze wil dat we eerlijk delen, maar ze roept op tot naastenliefde en niet tot sociale rechtvaardigheid. Dat komt omdat er in de RKK’s interpretatie van solidariteit, solidariteit alleen maar kan bestaan als er ruimte is voor moraal naast de macht van de overheid: "Solidarity is first and foremost a sense of responsibility on the part
of everyone with regard to everyone, and it cannot
therefore be merely delegated to the State." 

Christen-Democratische partijen, zoals het CDA zijn juist partijen (of zouden dat juist moeten zijn) die ruimte scheppen voor moraal. Zij stellen
dat de overheid niet alles moet regelen dat er ruimte moet zijn voor
eigen verantwoordelijkheid, morele beslissingen en naastenliefde. Het
CDA staat dus rechts van het midden omdat zij, in de strijd met de
socialisten niet alle verantwoordelijkheid aan de overheid wil geven,
maar een aparte ruimte wil bewaren waarin de kerk een rol kan spelen.

En daarmee stort de dichotomie die Jacobs opbouwt tussen links en rechts in. Net als het CDA overstijgt de RKK de traditionele links/rechts verdeling. Zij maakt geen keuze voor staat en markt, maar gelooft dat in het samenspel tussen staat, markt en maatschappelijke actoren, menselijke waardigheid het beste tot zijn recht komt. De RKK buigt dus niet naar links, en niet naar rechts, maar overstijgt deze tegenstelling.

Anti-Techniek veldentheorie

Ik heb deze blog eerst met vulpen uitgeschreven, u weet wel, op papier, voordat ik eindelijk in tzp met een Oost-Duits toetsenbord op een eeuwenoude PČ van Sovjetrussische makelijk. Er gaat een anti-techniek veld van mij uit. Om mij heen vallen langzaam alle apparaten stil. Computers, USB sticks, Ipods, telefoons, camera’s.

Ik ben in het prachtige, zonnige Ljubljana op een zomerschool van de ECPR. Zo’n zomerschool wordt niet alleen bezocht door zo’n 300 graduate students van over de hele wereld (van Japan tot Nederland, van Canada to Palestina). Maar ook door hun 300 macbooks. Ik kon niet achter blijven. De angst voor slechte Oost Europese compouters, gecombineerd met het feit dat ik mijn eigen data mee kon nemen en dus verder kan werken aan mijn onderzoek, The West Wing kon kijken en iedere avond mijn vriend kon skypen, overtuigde me ervan om in de spur of the moment de nieuwste macbook te kopen. Met een hip touch pad, de meest milieuvriendelijke technologie en dat prachtige appel design. Mijn trouwe ipod ging ook mee, want ik ben nergens zonder muziek.

Tijdens de treinreis durfde ik mijn macbook nauwelijks aan te raken, zo mooi en nieuw. Mijn Ipod, toch al bijna 4 jaar oud gaf het op tijdens de treinreis. Soit dat ik: er staat meer muziek op mijn laptop.

Ik behandelde mijn macbook de eerste paar dagen als een prins. Toch genoot ik met volle teugen van hem. De colleges statistiek waren stukken beter te volgen als je onder tussen met dezelfde input, dezelfde output krijgt als de docent. Die tweede avond was het rustig op de campus. Ik wilde The West Wing gaan kijken. Ik start mijn laptop op: een blauw scherm. 5 minutenlang, 30 minutenlang. Ik bel mijn vriendje in Nederland, hij belt mijn broer, een apple expert. Ik moet waanzinnige toetsencombinaties indrukken. Opnieuw opstarten. Het heeft geen zin. De volgende dag wijst een mede-cursist me op de lokale apple winkel. Daar ligt hij een paar dagen ter diagnose. Onder tussen verlies ik ook nog mijn USB stick met alle bestanden voor mijn werk. De apple winkel belt. Ze hebben de originele installatie discs nodig van OSX. Die liggen nog in Leiden. Ik bel mijn vriend. Hij stelt voor ze per koerier te versturen. Voor 60 euro zijn ze de volgende dag hier. Voor de rest maak ik geen kosten want Apple heeft het eerste jaar gratis garantie.

Gister kwam het pakketje aan. Ik in de pauze naar de apple winkel. Binnen twee uur is OSX opnieuw geinstalleerd. Ik kom terug. Daar staat hij, hij werkt weer! De hele avond spendeer ik aan het herinstalleren van allerlei programmas. Onder tussen Skype ik uitgebreid met mijn vriend.

Eindelijk geen trage oostblok PCs meer, eindelijk geen Oost Duits QWERTZ toetsenbord waar van alles onder verborgen zit. Alles op die prachtige zilveren mac. Om een programma te installeren start ik hem op nieuw op. Het blauwe scherm staart me weer aan. Daar vervliegt mijn droom om te skypen, te werken en college 2.0 te volgen.

Vanochtend weer terug naar de mac winkel met mijn installatie CDs. Half uur heen, half uur terug. Het maakt me allemaal niet meer uit. Die prachtige prins, die zilveren schone, die hippe jongen met zijn multifingertrackpad blijkt een onbetrouwbare vlegel. Was het niet Vergillius die al schreef: "varium et mutabile semper Malum MacLiber." 

Er gaat dus een soort antitechniek veld van mij uit. Mijn Ipod (voor altijd op slot), mijn mac (voor eeuwig een blauw scherm) en mijn USB stick (tot het einde der tijden verloren) zijn al geslachtofferd. Eergisteravond bel ik mijn vriend. Als ik zeg dat alles wat elektronisch in mijn buurt kapot gaat, wijst hij er fijntjes op dat ik nog een telefoon heb die werkt en een camera die nog foto’s maakt. Nog diezelfde avond valt de camera van een mede-studenten uit als ik in de buurt ben en sluit de telefoon mijn kamergenoot zich af voor de buiten wereld, als ik hem aanraak.

Misschien moet ik maar in Timor Leste gaan wonen. Het land met de minste internet gebruikers van de hele wereld. Weg van de techniek. Heidegger zou trots op me zijn.