De opvolger

Het vertrek van Tom van der Lee, de hoofd persvoorlichter en politieke coordinatie van GroenLinks naar NOVIB moest er een opvolger komen. De positie is cruciaal binnen GroenLinks. Door zijn invloed van achter de schermen verwierf Van der Lee de bijnaam RaspoeTom binnen GroenLinks, -alhoewel hij door mensen van buiten als gekscherend als Spindoctorandus werd weggezet.

Op de website van GroenLinks is er geen teken dat hij als opgevolgd. Echter op twitter is er een nieuwe verschijning: Bart Snels, die zich zelf beschrijft als "hoofd persvoorlichter Tweede kamerfractie GroenLinks,
econoom, ex-wetenschapper, ex-journalist, ex-directeur Wetenschappelijk
Bureau". Het lijkt erop dat Bart Snels de opvolger is van Tom van der Lee, ten minste als persvoorlichter. Aan de ene kant is het een opvallende keuze: Snels heeft zich de laatste tijd opgesteld als liberale partijideoloog en niet als -strateeg. Zijn achtergrond (gepromoveerd econoom en UD) paste beter bij zijn positie als directeur van het WB.

Aan de andere kant heeft Snels werkervaring in de politiek (bij de Tweede Kamerfractie) en in de journalistiek. Politiek gezien is de keuze voor Snels een consistente in de lijn "GroenLinks los [te] breken van de softe, pacifistische, oud-linkse
geitenwollensokkenroots en [te] positioneren als moderne, links-liberale
partij met regeringsambities."
Als penvoerder van het nieuwe beginselprogramma koos Snels consistent voor regeringsdeelname. Als redacteur van Vrijheid Als Ideaal was een architect van de vrijheidslievende koers van de partij.

Nu Snels door geschoven is naar de Tweede Kamerfractie rijst natuurlijk de vraag wie hem opvolgt als hoofd van het Wetenschappelijk Bureau ….

Europarties, wat zijn dat?






Ik zit al een tijdje in Florence maar ik had nog niet
geblogd over wat ik daar zoal uitspook. Ik volg een cursus over politieke
partijen en partijsystemen met name vanuit Europees perspectief. Tot nu toe
allemaal vrij theoretisch en weinig interessant voor mijn lezers. Tot vandaag.
De vraag die vandaag werd gesteld was: wat zijn dat nou eigenlijk die partijen
op het Europese niveau
ook wel Europese partijfederaties, Europarties, zoals de
Europese Groene Partij. Waar doen ze ons nou aan denken?

Eerst even wat feiten over de complexiteit van Europese
partijen. De Europese Unie erkent 10 Europese partijen waaronder de EGP, de
Partij van Europese Socialisten, Europese Liberale, Democratische en
Hervormerspartij
en de Europese Volkspartij. De leden van deze organisaties
zijn nationale partijorganisaties, GroenLinks is lid van de EGP, de PvdA van de
PES, D66 en de VVD van de ELDR en het CDA van de EPP. De EGP organiseert congressen, waar er gezamelijke posities
worden ingenomen en coordineert (verkiezings)campagnes. Dat is eigenlijk niet
heel veel. Veel van de echte politiek gebeurt ergens anders. De lidpartijen
stellen op nationale congressen nationale kieslijsten vast. Voor hun politieke
toekomst zijn EP leden dus met name afhankelijk van de nationale partij. Ook
worden er nationale verkiezingsprogramma’s vastgesteld los van de Europese. De
verkiezingscampagnes worden door nationale partijen gevoerd met nationale
middelen, op nationale thema’s.

Maar dat is niet alles. In het Europees Parlement zijn
nationale partijdelegaties georganiseerd in transnationale fracties, Europees
Parlementsgroepen
. Daarvan zijn er nu 7. Die Europese Parlementsgroepen vallen
niet perse samen met Europese partijfederaties. Zo is GroenLinks lid van de
EGP-EVA groep waar leden van de Groene EGP in zitten en de EVA, die
regionalistische partijen organiseert. Evenzo zijn de VVD en
D66-parlementariers lid van ALDE, een de EPG van de liberale ELDR en
centristische EDP,  en de PvdA zit in de PASD een groep van socialisten en onafhankelijken. In het Europees Parlement zijn de parlementsgroepen vrij
sterk. EPleden stemmen vaak met hun EPGs mee. De EPGs hebben ook benoemingen
voor commissies, voorzitterschappen en rapporteurs in hun hand. In de Europese
Unie zijn partijen dus erg sterk in het parlement, maar erg zwak daarbuiten.

Het lijkt een onmogelijke situatie. Zo onbekend is dit
partij model echter niet. Het doet sterk denken aan wat “elitepartijen” genoemd
wordt in de literatuur. Denk aan de CHU of aan de VVD tot de jaren ’70. Deze
partijen waren eigenlijk niet meer dan een organisatie van lokale
kiesverenigingen en een parlementaire fractie. De kiesverenigingen vormden
samen een federatie, daarin hadden de kiesverenigingen het voor het zeggen en
niet de centrale organisatie. In het parlement bestond de partij ook als
organisatie van gelijkgezinden parlementariers. Dit model was in de negentiende
eeuw het dominante organisatiemodel in Nederland en Europa: een zwakke
nationale partijorganisatie die gedomineerd werd door een fractie en lokale
kiesverenigingen. Het zijn partijen die passen bij het Nederland met een
districtenstelsel. Lokaal gaan kiesverenigingen hun eigen gang. Ze kiezen hun
eigen kandidaat en voeren hun eigen campagne. Eenmaal in het parlement
aangekomen werken parlementariërs
met elkaar samen in politieke clubs van gelijkgezinden.

Dat geeft ook aan wat we kunnen verwachten van Europese
partijfederaties: niet heel veel. Zolang politici voor hun carrière niet
afhankelijk zijn van Europese partijfederaties maar van hun nationale partijen
(voor herverkiezing) en voor de Europese fracties (voor benoemingen) zullen ze
niet zo veel voor stellen.

De Europese Unie: eigenlijk heel negentiende eeuws.

Arme Jesse

Jesse Klaver is toegevoegd aan een lijst met prominente GroenLinksers waar ook Judith Sargentini op staat: de verwijderlijst van wikipedia. Nu hij voorzitter van CNV-jongeren is, dacht ik dat hij wel een wikipedia artikel waard was, net als zijn voorganger Antoon Blokland. Een kort artikel vol met referenties naar zijn optreden in de media, met name naar aanleiding van de controverse over zijn voordracht. Daar dacht de wikipedia stasi anders over. Arme Jesse, zo jong en nu al het digitale ravijn van irrelevantie in geworpen. Daar klimt hij vast wel weer uit.

De JPB reshuffle

Er zijn weinig mensen die liever Jan Peter Balkenende zien vertrekken dan ik. Zonder meer een van de zwakste premiers, die al bijna zes jaar dit land niet heeft geleid. De speculaties over zijn mogelijke vertrek naar Europa beluister ik dan ook met groot plezier. Zelfs als ze flauwekul zijn. Niet alleen omdat ik JPB graag zie vertrekken, maar ook omdat het een reshuffle van het kabinet zou betekenen. Er zitten echter wel wat constitutionele haken en ogen aan.

Veel van de reshuffle staat echter al vast: als de premier naar Europa gaat, zal Maxime "Slytherin" Verhagen dit land gaan leiden. Vervolgens zal Camiel "Net terug uit Europa" Eurlings hem opvolgen. Wie Eurlings opvolgt als minister van V&W staat nog niet vast. Daar zijn een aantal mogelijkheden voor:

  • de voorzitter van de Tweede Kamer-commissie V&W Rikus de Jager. Misschien inhoudelijk geschikt maar geen bestuurlijk gewicht;
  • CDA-fractieleider Pieter van Geel. Meer bestuurlijk gewicht, zit in de groene hoek, maar dat levert in de fractie weer een opvolgingsprobleem op.
  • de GS Ruimtelijke Ordening in Noord Brabant Paul Ruepp of GS verkeer in Gelderland Marijke van Haaren of iemand anders met provinciale bestuurlijke ervaring op dit gebied.

Het CDA loopt in elk geval niet over van bestuurlijke ervaring op dit gebied.

Een interessantere vraag is of een wisseling van een premier een verkiezing vereist. Trouw-columnist Goslinga vindt in elk geval van wel. Sinds 1967 vereist iedere regeringswisseling nieuwe verkiezingen. Dat is een verandering van de partijpolitieke samenstelling van de regering. Verandering van ministers of staatssecretaris vereist dat niet. Ella Vogelaar, Cees van der Knaap, en Ahmed Aboutaleb zijn allemaal uit het kabinet verdwenen zonder probleem. Constitutioneel gezien is de premier maar one of the club. Als we vereisen dat een wisseling van premier nieuwe verkiezingen vereist is dat een teken van de presidentialisering van de Nederlandse politiek. De trend dat politieke macht steeds meer in de handen in de persoon van premier komt te liggen. Het is zijn kabinet en als hij weggaat dan moeten er verkiezingen komen.

De vraag is we met deze trend mee moeten gaan. Ik denk van niet. In de Nederlandse grondwet
wordt de rol van de premier heel nauw gedefinieerd. Hij zit de
ministerraad voor en zijn ministerie is verantwoordelijk voor de
coordinatie het kabinetsbeleid. In die beperkte rol van de premier kan ik me vinden. Dat past bij mijn idee van consensuele democratie, waar in een kabinet een college van gelijken is. Dat betekent dat ieder van die gelijke als dat noodzakelijk is voor het lands of Europese belang ontslag moet kunnen en nemen om ergens anders benoemd te worden.

In een collegiale uitvoerende macht is het verdwijnen van de primus inter pares geen verkiezing waard.

Sorry VPRO

"Nee, ik vind het niet leuk kom op!" de laatste woorden van Sorry Minister, de VPRO versie van Yes Minister slaan de spijker op z’n kop. Na de desillusie van Commander in Chief, is ook Sorry Minister een slap aftreksel.  Micha Wertheim, een van mijn favoriete columnisten van Vrij Nederland fileerde het finaal.

Grote gedeelten van de tweede aflevering van Yes Minister "The Official Visit" zijn vertaald. Op zich zijn de vertalingen wel interessant. De LSE wordt Nyenrode; Schotland, Friesland; Buranda, Suriname; by-elections, gemeenteraadsverkiezingen; Tin Pot Little African Country, Onbeduidend Ontwikkelingsland; Yes Minister wordt Sorry Minister. Ze blijven dicht bij het Engelse voorbeeld. De pointe van de aflevering is precies hetzelfde: een oude schoolvriend van de minister wordt dictator van Suriname en door wat politiek te dealen wordt een politieke crisis voorkomen. In plaats van de aflevering te eindigen met "Yes Minister" begint de aflevering nu met "Sorry Minister"

Maar alles is wel erg outdated. Yes Minister is gemaakt in de jaren ’80. De anti-koloniale retoriek was toen nog bekend maar nu outdated. Ook was dat de tijd Suriname werd bestuurd door een militaire dictator. Nu is het een stabiele democratie. Er wordt iets gedaan om een en ander in een modern Hollands politiek jasje te steken. Ik heb het wel gerookt maar niet geinhaleerd.

Al met al was het geen groot succes. Misschien wordt de zaak beter als Peter Heerschop op komt dagen. Of als ik gewoon de Yes Minister DVD in mijn mac schuif.

Een slap aftreksel

De West Wing is niet de enige Amerikaanse televisie serie over de president. In navolging van NBC maakte ABC Commander in Chief. Een serie over een onafhankelijke vrouwelijke president. Ze wordt “per ongeluk” president, als haar baas overlijdt.

De serie vormt een opvallende mengsel van The West Wing, Seventh Heaven en Harry Potter. Meer dan The West Wing gaat Commander in Chief over de familie van de president (Seventh Heaven). En is er een grote
gevaarlijke tegenstander Voldemort … o nee Speaker Templeton (Harry Potter). Daardoor wordt de politiek een dimensionaal en de president als vrouw meer moeder dan een president.

Mackenzie “Mac” Allen wordt onverwacht gevraagd als vice-presidentskandidaat van een Republikein. Als hij komt te overlijden
volgt Mac hem, zeer tegen de zin van Republikeinse Partij op. Ze benoemt een
Democraat als vice-president. En ze gaat een onafhankelijk progressief beleid voeren

Een groot deel van de serie is gejat van the West Wing. Het introfilmpje bv. heeft dezelfde kleuren, dezelfde techniek en vergelijkbare muziek. Het tweede introfilmpje heeft dat ook. Er is een aflevering over een onderzeeer die in de buurt van Noord Korea niet te vinden is (Gone Quiet), een aflevering waarin de president, kortstondig tijdelijk uitgeschakeld, wordt opgevolgd door de Speaker of the House van een andere partij (Twenty Five). Jatwerk, maar met een aantal verslechteringen.

Het was de bedoeling dat de Speaker of the House Voldemort de positie van president overnam. Maar Mac was eerste kandidaat. Daardoor strijkt ze zeer tegen de haren van de conservatieve Republikein in. Vanaf dat moment is Voldemort de grote tegenstrever van Mac. In alles wil hij haar tegen zitten. Maar dat doet hij niet. In iedere aflevering moeten Mack en hij samen werken. Want wie kent de Chinese ambassadeur bij een crisis in de Gele Zee? Voldemort! Wie komt langs met Thanksgiving? Voldemort! Wie spreekt ook op een Townhall? Voldemort! Daardoor wordt de dynamiek erg lineair. Er is een “vijand” Voldemort en een good guy Mac. Niet echt een realistische politieke dynamiek.

Daarnaast speelt de familie van Mac meer een rol dan in de West Wing. Meneer Allen went moeilijk aan zijn positie van First Gentleman. Meneer Allen wisselt voortdurend tussen een politieke en een niet-politieke rol. Als hij het allemaal niet meer aan kan, blijft Oma Allen om de First Lady taken over te nemen. Mack heeft een tweeling van rond de zeventien en een dochter van een jaar of zeven. Die hebben allerlei kinder- en tienerproblemen. Ze kunnen niet slapen. Ze halen slechte cijfers. Ze hebben relaties. Ze gaan naar feestjes. Erg zoetsappig allemaal. Het allerergste is dat als de familie gezamenlijk gaat eten ze eerst even bidden. Daar heb ik niets op tegen maar het geheel krijgt een Seventh Heaven-achtige weeige zoetheid.

Het is een angstig beeld: een wereld waar een vrouwelijke maverick de Amerikaanse president op volgt. Niet zo zeer omdat een vrouw is, of omdat ze een gezin heeft, of omdat ze een vijand heeft. Maar omdat het stuk slechtere TV oplevert dan die serie waar een jonge charismatische minderheidskandidaat president wordt.

Gelukkig is na een seizoen de plug eruit getrokken.

Amsterdam ligt niet in Afghanistan

Halsema stelt: "Ik merk het in mijn wijk: natuurlijk is de islam een probleem." Brechtje Paardekooper snelt haar te hulp. Margreet de Boer en Paul Vermast knikken ondersteunend. Maar ik geloof niet dat Paardekoopers betoog Halsema ondersteunt:

Halsema heeft het over haar wijk, haar stad, haar land. Het is op het schoolplein waar ze zich verbaasd over hoofddoekjes. Het zijn de moeders van de klasgenoten van haar kinderen waar ze het over heeft.

Maar Paardekooper baseert haar bewijsvoering over het probleem van de Islam op landen als Afghanisaten en andere Arabische landen. Ik wist niet dat Amsterdam in Afghanistan lag. Ik wil best erkennen dat er problemen zijn met de manier waarop ze in sommige Islamitische landen met vrouwen omgaan. Maar dat is niet een probleem van de Islam. Denk maar eens aan  niet-Arabische Islamitische landen als Pakistan, Bangladesh en Indonesie.
Waar Islamitische vrouwen premier zijn geworden. Iets wat in Nederland nog niet is gebeurd.

Er is niet een Islam. We kunnen de Islam hier in Nederland niet op een hoop gooien met de Islam in Indonesie of in Afghanistan. In verschillende landen zijn er vele verschillende Islams. Gematigd, vooruitstrevend, conservatief. In Nederland is er een groot pluralisme aan Islams. Mensen uit Indonesie, Turkije, Afghanistan, Marroko, en Suriname, soms ook autochtone Nederlanders noemen zich zelfs Islamitisch. Die hebben niet allemaal dezelfde opvatting over de positie van de vrouw. Er is niet een Islamistische opvatting over hoe vrouwen zich moeten kleden, over hoe vrouwen en mannen wel of niet mogen doen.

Net als het Christendom is de Islam een veel vormige godsdienst. Ik heb vrijzinnige Christelijke vrienden en strengere Christelijke vrienden sommige van hun vinden dat ik wel met mijn vriend mag trouwen en anderen vinden dat niet mag. Dan is er niet een probleem van homofobie in het Christendom. Dan zijn er verschillende Christendommen met verschillende problemen.

Zeker vanuit dat perspectief is het volslagen onzinnig om aan te komen met voorbeelden uit Afghanistan om over de situatie van Islamitische mensen hier te praten. Amsterdam ligt niet Afghanistan. De problemen in Baghdad en Rotterdam zijn anders. We kunnen niet alle Moslims over een kam scheren!

Als je die veelheid aan Islams erkent dan kan de Islam niet een probleem zijn. Paardekooper’s betoog ondersteunt dat punt alleen maar.

Halsema in de pers

 Het interview van Halsema in de Pers. Christiaan zei er al wat wijze dingen over. De rechtse media vonden het prachtig.

Volgens hen is de kern van het interview de uitspraak van Halsema over hoofddoekjes. Kustaw Bessems komt op de hoofddoek. Halsema benadrukt haar politieke standpunt: tolerant, multicultureel, liberaal. Bessems vraagt door. Halsema komt op haar persoonlijke standpunt: liever geen hoofddoekjes. Maar Halsema legt er daarna een extra laagje bovenop: "natuurlijk is de islam een probleem". Ze specifieert dat: er zijn mensen in Amsterdam die geen eigen opvatting over het goede leven hebben, weinig sociaal-economische zekerheid en ze zijn sociaal geisoleerd. Daardoor worden mensen conservatief. Dat is het probleem van de Islam.

Persoonlijk vind ik hoofddoekjes prachtig. Er lopen op de faculteit regelmatig zelfverzekerde moslima’s rond met hoofddoek, die prachtig zijn ingepast in een outfit dat modern en traditioneel, oost en west combineert. Daar kan ik geen bezwaar tegen hebben. Maar dat is een persoonlijke, esthetische mening. De kern van liberale politiek, van rechtvaardigheid is dat we afstand nemen van onze eigen esthetische en ethische opvattingen.

Uiteraard vind ik een uitspraak "de islam is een probleem" absolute onzin. De Islam bestaat niet. Er zijn in Nederland veel Islams: modern, traditioneel, Polder-Islam en Islam georienteerd naar Mekka en Teheran. De islam kan geen probleem zijn. Maar zelfs als een van deze islams een probleem is, dan kan dat niet zijn om de de reden die Halsema geeft. Dat mensen conservatieve opvattingen hebben over hun eigen leven is geen probleem. Dat mensen naar andere luisteren om zich te laten inspireren over hoe ze hun leven moeten leiden is ook geen probleem. In de ogen van liberaal mogen mensen zelf kiezen hoe ze hun leven in willen richten. Het liberalisme ontstond juist in een tijd van godsdienst twisten tussen allerlei conservatieve, orthodoxe gelovigen, die het niet eens konden worden over dat goede leven. Een liberaal gelooft uiteindelijk dat de vraag naar wat het goede leven is niet op het niveau van de samenleving beantwoord kan worden: daar moet iedereen zelf naar op zoek gaan. Als mensen dan een bepaalde keuze maken kan dat geen probleem zijn.

Politiek liberalisme is een tricky business. Persoonlijke opvattingen over welke imam gelijk heeft, of hoofddoekjes mooi zijn, of iemand een te vrijzinnige of te traditionele persoonlijke ethiek erop na houdt zijn niet relevant in de politiek. Dat er in Nederland een diversiteit aan opvattingen over deze onderwerpen is, is een feit. Daar kunnen we niet om heen. We kunnen als samenleving niet verder als we daar maar op blijven steken. We moeten kijken naar wat ons bindt, onafhankelijk van onze prive opinies en persoonlijke posities. Dat zijn volgens mij een aantal simpele zaken: de vrijheid om je eigen leven in te richten, de middelen om dat ook te kunnen doen, en de zekerheid dat komende generaties er niet slechter voorstaan dan de huidige.

Maar ja dat wordt bij de rechtse media dan weer niet positief ontvangen.

Geert Wilders Links?

Regelmatig komen er op het nieuwsstukje van planeetgroenlinks berichtjes langs van de Dagelijkse standaard. Rechtse stukjes. Joshua Livestro schrijft mee. Niet echt mijn cup of tea. Maar over "linkse" koers van Wilders slaan ze de spijker op de kop: Wilders beweegt niet naar links, maar verzet zich tegen het kabinetsbeleid en vindt daar soms de SP aan hun zijde. Zoals ik ook al schreef. Maar dat is niet hetzelfde als links.

Politieke Posities van Europese Groene Partijen

Europeangreensfamily

Ik heb veel positieve reacties gehad op mijn verhaal over Groene Partijen in Europa. Ik had echter wel mijn twijfels. Mijn karakterisering van Noord, Oost en West Europese partijen was niet zo zeer gebaseerd op harde cijfers maar op mijn gevoel van regionale verschillen. Harde cijfers misten. Daar heb ik vandaag even naar gekeken. Op basis van stemmingen in het Europees Parlement en expert surveys komt hetzelfde beeld naar voren wat ik heb gesteld. Binnen de Europese Groenen zijn er verschillende smaken: Noord, Oost en West.

Dit figuur is gebaseerd op stemmingen in het Europees Parlement tussen 1999 en 2004. Untitled
Alleen de leden van de groene fractie zijn weer gegeven. Op basis van analyse van de stemmingen blijkt dat je dit moet begrijpen in een twee dimensionaal model. De horizontale as scheidt partijen die linkser zijn van partijen die rechtser zijn. Let wel de as gaat van -1 (links) tot +1 (rechts). De groenen gaan maar van -.9 tot -.65. Ze staan allemaal best wel links dus. De verticale dimensie scheidt partijen die voorstander zijn van het huidige Europese beleid van partijen die daar skeptisch tegenover staan. Het mengt dus een gouvermmentele orientatie met een pro-Europese orientatie. Groene gaan van +.1 tot -.4. De Noord-Europese Groenen zijn weergegeven met een N. Deze zitten eigenlijk allemaal aan de links-Euroskeptische flank van de partij. De meest extreme leden aan deze zijde komen uit Ierland, Engeland, Zweden en . West-Europese Groenen zijn weer gegeven met een W. Deze staan allemaal aan de pro-Europese zijde. Met R zijn de met regionalistische leden van de fractie weergegeven. Deze staan net rechts en Euroskeptisch van de rest van de fractie. Aan de rechterflank van de partij staat Vlaamse Groen!e Jan Dhaene, die in 2004 overstapte naar de Socialistische Partij. Juan Manuel Ferrandez Lezaun, die korte tijd voor de conservatieve Partido Aragonese in het Europees Parlement zat. Het beeld dat ik schetste lijkt dus te kloppen: Noord-Europese groenen stemmen anders dan West-Europese groenen.

Untitled2

Oost-Europese Groenen zijn niet groot genoeg om in het Europees Parlement te komen. Wel worden ze opgenomen in expert onderzoek. Een voordeel hiervan is dat we niet per parlementarier kijken, maar per partij. Het beeld dat ik schetste komt hier weer naar voren. De experts is gevraagd om partijen te scoren op een aantal dimensies. Twee hiervan zijn bijzonder relevant: de scheidslijn tussen links en rechts (horizontale dimensie) en tussen pro en anti-Europees (verticale dimensie). De schalen gaan van 1 tot 10. De twee Oost-Europese groenen (uit Letland en Tsjechie) staan beide net rechts van het midden, maar zijn wel pro-Europees. De Noord-Europese groenen staan wel links van het midden (alhoewel niet zo links als de rest van de groenen) maar zijn Euroskeptisch. Uitzondering hierop zijn de pro-Europese centrum-linkse Finse Groenen. De rest van de Groenen staan aan de linker zijde en zijn pro-Europees. De EUprofiler die partij standpunten op deze twee assen baseert op geschreven bronnen geeft een zelfde beeld. Op bijna alle andere onderwerpen staan de Groenen vaak dicht bij elkaar. Qua tolerantie voor homosexualiteit, burgerlijke vrijheden, culturele diversiteit wijken alleen de Letten sterk af (want erg conservatief). Alleen decentralisatie verdeeld de groenen nog echt: de Britten zijn er groot voorstander voor en de Walen zijn een groot tegenstander van.

Kortom ook binnen de Europese Groenen is er heel wat diversiteit. Er zijn West-Europese linkse pro-Europese groenen, Noord-Europese rechtse anti-Europese groenen en Oost-Europese rechtse pro-Europese groenen. Schematisch gezien dan … niet iedereen houdt zich aan zijn hokje.