Polarisatie in de Verenigde Staten

Het wordt gezien als een slecht voorteken voor de toekomst van de Republikeinse Partij: de verkiezingen van het 23ste district van het Huis van Afgevaardigden. Dede Scozzafava de Republikeinse kandidaat voor de plek heeft zich terug getrokken. Ze liep ver achter op de andere twee kandidaten: de gematigde Democratische kandidaat Bill Owens en Doug Hoffman van de Conservatieve Partij. Hoffman verwacht 35-45%, Owens 25%-35% en Scozzafava 15%-20%.

Het kiesstelsel van New York verschilt iets van de rest van de Verenigde Staten: naast de Democraten en de Republikeinen zijn er drie kleinere partijen. De rechtse Conservatieve Partij, de linkse Werkende Families Partij, en -in het verleden- de linkse Liberale Partij. Vaak steunen deze kleine partijen de kandidaten van de Democraten de Republikeinen, de Conservatieven vaak de Republikeinen, de Werkende Families en de Liberalen de Democraten. Toen de gematigde Republikein Michael Bloomberg voor de tweede keer burgemeester wilde worden van New York kreeg hij ook de steun van de Liberale Partij. Soms kiezen de kleine partijen ervoor om een eigen kandidaat naar voren te schuiven, die dan kansloos hoort te verliezen.

Niet dit keer Scozzafava, een gematigde Republikein, die voor abortus en homo-rechten was, en geen tegenstander was van een hogere belasting, kreeg een Conservatieve tegenkandidaat. Conservatieve Republikeinen als Sarah Palin, Tim Pawlenty en conservatieve radio talk show hosts
gaven hun steun aan de kandidatuur van de Conservatieve kandidaat. Het
was de eerdere steun van linkse Working Families Party en de huidige steun van het
progressieve blog Daily Kos die haar opbrak. In een paar weken is ze helemaal kapot gemaakt door types als Glenn Beck en Rush Limbaugh. Ze viel van 40% naar 15% van de kiezers. Ze was te progressief.

Scozzafava was een typische New Yorkse Republikein: gematigd, om het progressieve electoraat in New York aan te spreken. In het Amerikaanse stelsel neemt de tegenstelling tussen links en rechts steeds verder toe. De Republikeinse Partij wordt steeds rechtser, binnen de partij is er steeds minder ruimte voor progressievelingen. 

Het is geen logische strategie van de Republikeinen: als het electoraat kiest voor een progressieve Democraat als president, als de Democraten 60 leden in Senaat hebben en meerderheid in het Huis van Afgevaardigden zet je je steun achter conservatieven. Je moet dan toch juist op zoek gaan naar de kiezers in het centrum, niet naar de flank. Maar de Republikeinse Partij schuift op naar rechts. Mooi daarmee verzekeren ze de Democraten een meerderheid in de Senaat, het Huis van Afgevaardigden en Obama een tweede termijn. Prachtig!

Roti Coalitie

Het werkbezoek van de fractievoorzitters aan Suriname heeft een discussie over het toekomstige kabinet aangewakkerd. RTL speculeert over een roti coalitie.

De coalitie zou bestaan uit vier partijen: D66, zou volgens de peilingen de grootste (democratische) partij kunnen worden. Pechtold wordt al premier genoemd. Een klus waar hij zelf overigens niet eens aan wilt beginnen. De progressief liberale hervormers doen het op dit moment prima in de peilingen en hebben de coalitiegenoten voor het uitkiezen.

Volgens RTL zou Pechtold zijn oog al hebben laten vallen op Rutte en zijn conservatief liberale VVD. De VVD verliest wel in de peilingen maar niet zo erg als andere partijen. D66 en VVD hebben een liberale economische hervormingsagenda gemeen.

Daarnaast kan D66 niet om het CDA heen. De Christen-democraten zullen een grote speler blijven. Daarnaast zijn D66 en het CDA het over heel veel (economische) thema’s eigenlijk wel eens.

De vierde partner, volgens RTL, zou GroenLinks zijn. De progressieve linkse partij zou makkelijk mee kunnen doen in deze coalitie van hervormers. GroenLinks zal zich op onderwerpen als de AOW en het ontslagrecht makkelijk bij deze coalitie aan kunnen sluiten. Als een van de drie liberale partijen in het parlement deelnemen in dit liberale hervormingskabinet.

De coalitie heeft volgens Maurice net aan een meerderheid (26+26+16+13), maar volgens de Barometer niet (34+18+14+9).

Ik kan met goed voorstellen dat het CDA graag tot deze coalitie toetreedt, want het CDA, machtspartij bij uitstek kan zich makkelijk bij iedere coalitie aansluiten. Zeker een die zo dicht bij het politieke centrum zit.

Ook voor de VVD vind ik deze coalitie een logische keuze. Weer een hervormingskabinet met een liberale agenda. Dat zal dan de achtste zijn in de laatste 30 jaar. Weer fijn bezuinigen en privatiseren. Dit kabinet zal de AOW leeftijd zonder problemen verhogen. Maar ook zijn er mogelijkheden om eindelijk het ontslagrecht te hervormen.

Voor D66 vind ik het een opvallende keuze om zo duidelijk zich bij de VVD aan te sluiten. Dat is dezelfde VVD die nog steeds met zichzelf in discussie is over integratie en migratie, die uitgebreid met Wilders flirt waar het gaat om veiligheid en Islam. Tot 2003 was de natuurlijk bondgenoot van D66 de PvdA, niet de VVD. Van Mierlo’s hart klopte links. Maar zijn opvolgers neigden altijd al meer naar rechts. Links-liberaal kan je het profiel van D66
dan nauwelijks meer noemen. Klassiek liberaal is misschien wel de beste beschrijving voor een partij die streeft naar negatieve individuele vrijheid en formele gelijkheid op alle
terreinen.

Ik zou het volslagen ongeloofwaardig vinden als GroenLinks zich bij deze coalitie aan zou sluiten. Kijk GroenLinks een D66 overlappen wel, met name waar het gaat om de culturele, internationale en ecologische agenda. Maar dat zijn juist punten waarop het steeds meer wringt met CDA en VVD. Waar het de economie betreft moet de nuance van GroenLinks niet wegvallen. GroenLinks heeft zich uitgesproken voor verhoging van de AOW-leeftijd maar wel in een heel specifieke uitvoering en in verband met specifieke maatregelen. Net
als met het ontslagrecht wordt GroenLinks’ genuanceerde standpunt maar al te snel op een rechtse hoop gegooid. “Voor” dus kan wel aanschuiven.

Ik kan me moeilijk voorstellen dat GroenLinks in een coalitie stapt zonder de PvdA. Bij de campagne en formatie van 2006 was dat overduidelijk de strategie: inzetten op de PvdA. Traditioneel positioneert GroenLinks zich ook ten opzichte van de PvdA. GroenLinks is groener, progressiever en linkser als de “grote” broer. Steeds meer ziet het ernaar uit
dat de PvdA als systeempartij is uitgespeeld. Misschien moet GroenLinks zich aan het nieuwe speelveld aanpassen: zich niet afhankelijk maken van de PvdA voor de zo gewenste regeringsdeelname. Ik zie het Femke en Bart al verdedigen: vanuit het politieke centrum eindelijk wat bereiken op het gebied van klimaat en milieu, bewerkstelligen dat de
noodzakelijke hervormingen van de verzorgingsstaat worden uitgevoerd en bovendien een regering met Wilders voorkomen. Het zou ook goed passen bij andere Groene partijen die
vanuit het centrum of zelfs over rechts regeren
. Het zou wel ruim 90 jaar traditie van de partij verloochenen. GroenLinks, de meest linkse partij van de Tweede Kamer, voortgekomen uit vrijheidslievende traditie van links van de sociaal-democratie in een rechtse regering met VVD en CDA.

CDA/D66/VVD/GL … wie had dat 10 jaar geleden voor mogelijk gehouden?

Privatiseer de Publieke Omroep!

Ik heb geen televisie meer. Immers wat er op de Nederlandse Publieke Omroep komt of wat er wordt uitgezonden bij de commercielen is niet van een bijzonder hoge kwaliteit. Om de actualiteiten bij te houden gebruik ik het internet en een krant. Voor goede series zijn er DVD’s. En als ik het gevoel heb dat ik wat mis kan ik altijd uitzendinggemist gebruiken. Toch moet ik mee betalen aan de Publieke Omroep. Van mijn belasting geld worden programma’s als Lingo, Boer Zoekt Vrouw en Onderweg Naar Morgen gemaakt, maar ook Zendtijd Voor Kerken, Omega Code en Het Elfde Uur.

Ik ben geen voorstander van de publieke omroep in de huidige vorm om vier redenen: ten eerste vind ik het raar om iedere burger mee te laten betalen aan programma’s die het op een commerciele omroep ook best zouden kunnen redden: programma’s als Lingo, Boer Zoekt Vrouw of Onderweg Naar Morgen. Dat is toch gewoon zonde van het belastinggeld? Dat kan dan beter worden besteed aan programma’s die het niet zouden redden zonder overheidsgeld? Of aan onderwijs of zorg? Zeker omdat het hier om programma’s gaat die geen enkel publiek belang dienen, die simpel vermaak bieden. Niet dat ik tegen vermaak ben, maar ik vindt niet dat de overheid daar aan mee hoeft te betalen.
Ten tweede omdat er een aantal programma’s gemaakt wordt dat gericht is op een heel klein gedeelte van de Nederlandse bevolking, maar omdat deze groep goed georganiseerd zijn krijgen ze toch veel zendtijd. Alles moet eerlijk worden verdeeld tussen de verschillende omroepen: dus moeten Pauw en Witteman wijken voor Knevel en Van den Brink. De Nederlandse omroep is doordrenkt met ideeen uit de tijd van de verzuilin, die al ruim een eeuw achter ons ligt.
Ten derde: er worden veel programma’s gemaakt die gericht zijn op een elitair publiek. Iedereen moet mee betalen aan opera-uitzendingen en concerten, terwijl die met name appeleren aan een publiek dat een groot inkomen heeft, een publiek dat hier best zelf (deels) voor zou kunnen betalen, maar dat niet doet. Daarom moet iedereen rijk en arm bijdragen aan programma’s waar met name rijke mensen in geinteresseerd zijn. Dat is volgens mij niet sociaal.
Ten vierde omdat de publieke omroep sterk gericht is op radio en televisie. Media die aan terrein verliezen. De vraag is of je overheidsgeld moet gebruiken om dit langszaam "oud" wordende medium te beschermen tegen nieuwe media. En als je dan de TV wel subsidieert waarom niet de kranten of de weekbladen? Moet je overheidsgeld niet juist gebruiken om informatie te verspreiden in het publieke belang onafhankelijk van medium?

Daarom stel ik voor de publieke omroep af te schaffen, op te heffen, weg te privatiseren. En naar een ander systeem te gaan om ervoor te zorgen dat programma’s die een publiek belang dienen toch worden gemaakt. Mijn voorstel zou ongeveer als volgt uitzien:

  • Geen televisiekanaal, krant, weekblad of radiozender is in handen van de overheid. Deze zijn allemaal in handen van private organisaties. Of het private ondernemingen zijn of maatschappelijke ondernemingen (verenigingen, stichtingen) maakt mij niet uit. Dat staat ze vrij. Het staat deze organisaties vrij om zelf financiers te zoeken voor uitzendingen, dat kan via bijdrage van leden of reclame.
  • Maar ook via het een overheidsfonds voor publieke uitzending. Dit is een fonds om "uitzendingen" (een televisie-, radio-uitzending, website, kranten- of weekbladpublicatie) die een bepaald publiek belang dienen, te co-financieren. Zo kunnen private organisaties gestimuleerd worden om het publieke belang te dienen. De overheid betaalt dus nog steeds mee aan programma’s die een publiek belang dienen, maar is daar niet zelf de producent van. Dat laat ze over aan de vrije media.
  • Het fonds kan verschillende thema’s benoemen waarop deze uizendingen zich moeten richten. Je kan daarbij denken aan:
    • Nieuws: objectieve verslaglegging van wat er in de wereld gebeurd, zoals in het NOS Jouraal of RTL Nieuws;
    • Achtergronden, onderzoeksjournalistiek, opinie, discussie en satire: van NOVA en Zembla, tot Barend en Van Dorp en VOC wordt er een publiek belang gediend als naast objectieve verslaggeving ook door wordt gevraagd.
    • Kunst en cultuur: natuurlijk moeten opera’s, concerten, kleinkunst en Nederlands drama van hoge kwaliteit deels met overheidsgeld "uitgezonden" worden. Ook moet er op TV en de radio, in kranten, weekbladen en op het internet gediscusieerd, geschreven en gepraat worden over literatuur en kunst. Daar mag ook wel overheidsgeld voor worden uitgetrokken, immers alles van waarde is weerloos.
    • Educatie: van verantwoorde peutertelevisie, tot het Jeugdjournaal en Klokhuis, maar ook zondagochtendradio als OVT en Vroege Vogels, dat mensen informeert over geschiedenis en natuur.

Met dit fonds voor journalistiek, achtergronden, cultuur en educatie wordt volgens mij op de beste manier private middelen en publieke belangen met elkaar vereningd. Het is een manier om overheidsgeld doelmatiger in te zetten om dat te financieren wat waardevol is en niet overheidsgeld uit te geven aan That’s the Question en andere amusementstelevisie van de EO. Zo is die  20% besparing van Wouter zo gerealiseerd.

Poppetjes’66

Volgens de laatste de peilingen (zowel Maurice als de Barometer) komen er zo’n 37 tot 50 nieuwe kamerleden bij, als alle huidige kamerleden door gaan. Een groot deel van de nieuwe kamerleden zullen D66‘ers zijn: de partij zal tussen de 15 en 23 nieuwe kamerleden moeten leveren: wie zullen dat zijn? Of wel: welke D66 talenten lopen er rond?

Als je kijkt naar de laatste kandidatenlijsten van D66 kijkt: voor het Europees Parlement of de Eerste of Tweede Kamer en naar lijstjes prominente D66′ers, bijvoorbeeld op wikipedia, dan komt er ongeveer dit beeld naar voren:

  1. Alexander Pechtold: de huidige partijleider, de leider van de oppositie;
  2. Sophie in ‘t Veld: de grote vrouw op de site van D66. Winnares van Europese verkiezingen;
  3. Boris van der Ham: de #2 van de fractie, nog steeds jong en fris;
  4. Fatma Koser Kaya: kwam als femme fatale de fractie in. Het gezicht van emancipatie en integratie;
  5. Alexander Rinnooy Kan: voorzitter van de SER. Zonder meer de meest prominente D66 buiten het parlement;
  6. Ageeth Telleman: lijssttrekster in Amsterdam en #3 in 2006;
  7. Rob de Wijk: hoogleraar veiligheidsstudies in Leiden en prominent collumnis ten commentator.
  8. Ingrid van Engelshoven: #6 op de lijst in 2006 en de huidige partijvoorzitter
  9. Paul Schnabel: directeur van SCP, opiniemaker, benoemde als een van de eerste het multiculturele drama;
  10. Kajsa Ollongeren: top-ambtenaar bij EZ en #5 op de lijst in 2006;
  11. Boele Staal: voormalig senator en provinciaal bestuurder en nu topbankier;
  12. Johanna Boogerd-Quaak: voormalig Europaparlementarier en #3 op de Eerste Kamerlijst in 2007;
  13. Gerard Schouw: senator en voormalig partijvoorzitter;
  14. Salima Belhaj: lijsttrekster in Rotterdam;
  15. Mark Sanders: #7 op de lijst in 2006 en econoom;

Het is een aardig lijstje geworden. Er zitten ook wat kandidaat ministers en staatssecretarissen tussen:

Bananen, Brood en Bedelaars

Een tijdje geleden las ik in de Vrij Nederland een interview met Peter Singer, een van de meest invloedrijke filosofen van dit moment. Een utilist en dus eigenlijk een van mijn erfvijanden aan gezien ik een deontologisch liberaal ben. Maar hij is zeker wel een good guy: hij roept iedereen op meer te doen voor mensen die er minder goed voorstaan. Een van de interessantste dingen die hij vertelde was dat hij altijd een tros bananen mee neemt, want als hij dan een bedelaar tegenkomt, hoeft hij ze geen geld te geven, maar kan hij ze een banaan aan bieden. Immers zo’n bedelar kan dat geld op iedere manier gebruiken als hij zelf wilt: voor een slaapplaats, een banaan maar ook voor drank en drugs. Als hij de banaan aanneemt dan weet je zeker dat hij hem niet uitgeeft voor drank en drugs.

Ik vond het een intrigerend idee: immers ik geef al jaarlijk geld aan de lokale dak- en thuisloze opvang, omdat ik geen geld wil geven aan straatkrantverkopers, omdat ik niet weet hoe ze het besteden. De banaan was daar een variant op. Dus toen ik in Florence eigenlijk een fles water te veel had gekocht, kon ik die aan de bedelaar voor de supermarkt geven. Gister hadden we een brood met wat beleg gekocht toen we een stuk wandelen waren. Toen we langs de supermarkt kwamen om eten te halen, vroeg een bedelaar om geld. Ik bood hem het brood en beleg dat we over hadden aan. Dat nam hij graag aan. Het voorval blijft in mijn gedachten om twee redenen:

Ten eerste, is het heel moralistisch om iemand geen geld te geven maar eten, je zegt: ik vertrouw je niet met geld dat geef je alleen maar verkeerd uit. Ik bepaal wat goed voor je is: bruin brood met een light bieslook spread, dat is wat je nodig hebt. Een utilist als Singer heeft minder problemen met dat moralisme, als een deontoloog als ik zelf. Een utilist gaat het om uitkomsten waar mensen zo gelukkig mogelijk zijn. Singer weet dat het geluk dat je van een banaan krijgt veel duurzamer en waardevoller is dan het geluk dat je krijgt van een blik bier. Dus kan hij die banaan geven. Ik ben er nog niet uit of je op basis van een Kantiaans maxime iemand beter een banaan kan geven dan geld. Als we ueberhaupt mensen in plaats van geld bananen zouden geven zou de wereld al snel gaan stinken naar rotte banaan. Abstracter gesteld: ik denk niet dat iedereen voor iedereen anders beter weet wat hij/zij zou moeten doen, en die zin is geld (als primary social good) veel preferabeler om weg te geven. Dan kunnen mensen zelf kiezen hoe ze het invullen.

Ten tweede, heb ik er een probleem mee om iemand het brood te geven dat ik over heb. Niemand zou afhankelijk moeten zijn van wat anderen niet meer nodig hebben. Leven van de kruimels en restjes van een ander lijkt me een typisch voorbeeld van vernedering, in de zin van Avishai Margalit. Zo iemand is dus niet goed genoeg voor een nieuw brood, maar voor broodkruimels. Left overs. De persoon wordt dan behandelt als een duif of eend, een dier, die je de restjes geeft en niet als een mens, die het brood waard is. Ik twijfel hier erg over, want ik heb ook in een weggeefwinkel gewerkt waar alles tweede hands is, ook  left overs dus. En ik heb grote bewondering voor de mensen van de Leidse Voedselbank die ook de groente, fruit en brood weggeven dat over is gebleven, of niet perfect genoeg was voor het driesterrenrestaurant. Waste not, want not.

Die bedelaar is het voorval vast vergeten en heeft het brood gewoon opgegeten of aan zijn hond gevoerd. Maar voor mij blijft het vooral in mijn gedachten, in mijn warme huis met  goed gevulde koelkast. Is dat nu decadentie?

Twitter?

De kogel is door de kerk. Het is gebeurd. Het onvermijdelijke heeft plaats gevonden. Ik ben mee gegaan in de vaart der volkeren. Ik heb me onderworpen aan de techniek. Ja lezers van dit weblog: ik twitter … Waarom? Met name om beter de twitters van andere mensen te volgen. Maar dan beginnen er al snel mensen op je te reageren.

District 9 from outerspace

Net terug van District Nine, gemaakt door Neill Blomkamp de protege van Peter Jackson. Een klassieke sci-fi film: via een verhaal over buitenaardse wezens met bio-technologie wordt een boodschap gegeven over het menselijk vermogens tot kwaad.

Anderhalf miljoen aliens vluchten naar de aarde. Ze komen terecht in Zuid-Afrika (of all places). Arm en zonder kennis van de menselijke beschaving begaan sommigen misdaden. Daarom worden alle aliens in een getto geconcentreerd. Als de overheid besluit dat ze verplaatst moeten worden raakt een medewerker, Wikus van de Merwe, van de MNU, die het concentratiekamp beheert geinfecteerd met een middel waardoor hij langszaam verandert in een alien. Daardoor ontdekt hij langszaam waarom de MNU eigenlijk zo geinteresseerd zijn in de aliens en hoe ver ze gaan in hun "interesse". Om gebruik te kunnen maken van de biologische wapens van de aliens gaat de MNU over tot onderzoeksmethoden op de aliens en mensen waarvoor Mengele zelfs weg zou schuwen. Dan volgt een actiefilm over hoe hij de MNU binnen valt en uiteindelijk twee aliens in staat stelt om naar hun thuisplaneet toe te gaan.

De film is prachtig gemaakt. Een groot deel van de film lijkt een mockumentary waarin het plot wordt geintroduceerd door talking heads die jaren na de gebeurtenissen van de film de gang van zaken duiden. De talking heads worden afgewisseld door documentaire-achtige beelden over Mikus. Hij wordt ook geinterviewd, we volgen hem op zijn werk en er wordt gebruik gemaakt van beelden van beveiligingscamera’s. Als de film over loopt naar een actiefilm kan dat helaas niet meer.

Als je de trailer bekijkt lijken de aliens de bad guys. Wat is er eigenlijk aan de hand met die rare prawns?
Maar tijdens de film blijken de mensen de bad guys:

  • Een aantal van de talking heads lijkt geen interesse te hebben de aliens. Al dat geld dat gespendeerd is aan die prawns had efficienter ingezet kunnen worden voor mensen.
  • Johannesburg hangt vol met "geen non-humans toegestaan"-borden. Vervang "non-human" door zwarte of jood en je bent terug in de tijden van apartheid, segregatie en anti-semitisme.
  • Het concentratiekamp lijkt op een echte slum. De aliens zijn veroordeeld tot armoede. In het concentratiekamp ruilen criminele bendes alien wapens voor kattenvoer dat een drug voor de aliens is. 
  • In het concentratiekamp tonen de MNU-medewerker geen respect voor het alien leven. Aliens die niet mee werken worden omgebracht. Eieren met ongeboren aliens worden op gewelddadige wijze "geaborteerd".
  • De MNU wil graag de biologische wapens van de Aliens kunnen gebruiken, daarvoor experimenteren ze op aliens, als Wikus langszaam verandert in zo’n alien, zijn ze van plan hem te doden en open te snijden om zijn veranderend weefsel te oogsten. Leugens, moord en bedrog zijn allemaal gerechtvaardigd vanwege de rijkdom die de wapens zullen brengen.
  • Sommige van de bendeleden geloven dat als ze aliens eten dat ze dan de krachten van de aliens (om wapens te gebruiken) zullen overnemen. Als Wikus verandert in alien is ook kannibalisme niet uitgesloten.

De conclusie is dat normale mensen onder bijzondere omstandigheden instaat zijn tot verschrikkelijke handelingen. Zolang je de ander als niet-menselijk neerzet kan je alles met hem doen: moorden, eten, mishandelen, segregeren, in armoede achterlaten. Beklemmend zeker in een tijd van groeiende xenofobie.

Laatste Leidse Loodjes

De laatste loodjes van het Leidse verkiezingsprogramma. Vandaag heb ik de amendementen op het programma doorgevoerd en de laatste tekstuele aanpassingen gemaakt. Je bent dan uiteindelijk heel beperkt. Nieuwe creatieve ideeen kunnen er niet meer in er kunnen wat taalfoutjes en imperfecties uit en wat de leden hebben aangegeven dat erbij of af moet. Als je voor een zeventigste keer door dat programma heen loopt zie je hoe het beter zou kunnen. Misschien wel belangrijker dan de inhoud vind ik de balans van het programma: welke hoofdstukken zijn er, welke thema’s worden aan welke thema’s gekoppeld?

Het Leidse programma heeft nu 3 hoofdstukken met ieder vijf subhoofdstukken:

  • Groen
    • Klimaat – Het Nieuwe Leidse klimaat (over groene energie en energiebesparing)
    • Verkeer – Ruim baan voor de fiets (over fietsen, auto’s, bussen, treinen en trams)
    • Economie – Een EKOnomie voor de toekomst (over groene bedrijvigheid, ruimtegebruik, afval en toerisme)
    • Stadsnatuur – Gelukkig Groen (over stadsparken)
    • Stadsdieren – Een beestachtig goede stad (over huisdieren, wilde dieren en biologische landbouw)
  • Sociaal
    • Onderwijs en jeugd – Ontdek je talent (over onderwijs van creche tot universiteit, jeugdzorg, jongereninspraak tot sport)
    • Werk en inkomen – Werken aan solidariteit (werkgelegenheid, sociale zekerheid, schulden)
    • Zorg en welzijn – Een zorg minder (WMO)
    • Wonen – Iedereen woont samen in Leiden (bouwen, huren, kopen, kraken)
    • Mensen in de marge – Niemand op straat (dak- en thuislozen, verslaving)
  • Open
    • Bestuur – Een open gemeente (democratie, ambtelijke organisatie)
    • Veiligheid – Ruimte voor iedereen (toezicht, preventie, politie, coffeeshops)
    • Cultuur – Kunst van de stad (theater, musea, architectuur, beeldende kunst)
    • Diversiteit – Stad van vluchtelingen (vluchtelingen, integratie, homo-emancipatie)
    • Internationaal – Leiden wereldstad (internationaal beleid)

Volgens mij is er zo in het programma een mooie balans tussen het groene, het sociale en het vrijzinnige van de partij. Zoals ik al eerder schreef was het hoofdstuk "open" een beetje een noodgreep. Een hoofdstuk met de overige punten in het programma die worden gebonden door hun progressieve, vrijzinnige, "open" karakter.

Maar ook op andere punten loopt het programma soms niet goed. Het hoofdstuk Onderwijs & Jeugd is erg lang en bevat erg veel verschillende punten, met name Sport past er niet goed bij. In de amendementen had een lid voorgesteld om Sport in een apart hoofdstuk te bespreken. Maar dat paste natuurlijk niet in de 3×5 structuur. Nu ik weer door het programma heen loop, zie ik, nadat het programma al is goed gekeurd door de leden de oplossing: de sportpunten gaan eigenlijk bijna allemaal over sport en spel in de openbare ruimte. Daarmee sluit het eigenlijk naadloos aan bij het subhoofdstuk stadsnatuur dat over recreatie in de openbare ruimte. Een gezamelijk subhoofdstuk "natuur & recreatie" over sport en spel in de openbare ruimte had er natuurlijk moeten komen. En dat had natuurlijk mooi aangesloten bij de ideeen over een ontspannen, groene samenleving. Maar ja, af is af.

Drie kleuren groen?

Ik heb al eerder geblogd over de empirisch-comparatieve verschillen tussen Groenen in Europa. Maar conceptueel zijn er ook een aantal interessante onderscheiden gemaakt, want milieu-politiek verhoudt zich op een interessante manier met de tegenstelling tussen links en rechts en moraliteit en neutraliteit.

  • Eco-conservatief: Deze groenen gaan uit van de intrinsieke waarde van de aarde, ecosystemen en dieren. Mensen moeten in harmonie met de natuur leven. Een andere levenswijze staat daarin centraal: mensen moeten weer in contact komen met de natuur, een sober waardevol leven. Het stimuleren van biologische landbouw is typisch eco-conservatief beleid. Landbouw in harmonie met de natuur. Voedsel dat puur smaakt en met respect voor de schepping is geproduceerd.
  • Eco-progressief: Deze groenen zien het milieuprobleem als een probleem van incentives. Ze gaan uit van technologische innovatie en economische ontwikkeling. Er is geen tegenstelling tussen economie en ecologie. Groene innovatie schept welvaart en werkgelegenheid. Als we de milieukosten van producten doorrekenen in de prijs wordt de markt gestimuleerd om groen te produceren. Of we maken de emissiequota verhandelbaar: groen geld. Groene energie is een mooi voorbeeld van een eco-progressief beleid. De nieuwste moderne technieken worden toegepast om het klimaat te redden. De overheid moet niet alles zelf regelen maar juist de markt stimuleren.
  • Eco-sociaal: Deze groenen zien het milieuprobleem als een collective action problem. Dat kan alleen worden opgelost door een verantwoordelijke overheid. De overheid is in staat om duurzaamheid, efficiency en solidariteit te balanceren. Om een duurzame economie te bereiken is een grote overheid noodzakelijk. Er is een boel beleid te bedenken waarbij sociale doelen en groene doelen samen hand in hand gaan: het openbaar vervoer is een mooi voorbeeld. Bruikbaar voor arm en rijk. En beter voor het milieu dan de auto. Maar denk ook aan isolatie van huurwoningen (goed voor uw portomonee en het klimaat) en nationale parken (recreeeren in de natuur).

Er zijn interessante relaties tussen de posities van deze groenen. Eco-progressief en eco-sociaal zien een goed milieu als een instrumentele voorwaarde voor economische activiteit. Daar staan de eco-conservatieven tegenover die een goed milieu als een intrinsiek goed zien. Eco-conservatieven zijn moralistisch, eco-progressieven en eco-socialen zijn neutraal. De eco-progressieven en eco-socialen staan echter tegenover elkaar op het klassieke links/rechts schema (staat vs. markt).

In dit schema is GroenLinks moeilijk in te passen. Kijk er is in Nederland een eco-conservatieve partij: de Partij voor de Dieren, die kiest voor dierenrechten en groen moralisme. Daarvoor waren er De Groenen. Aan de eco-progressieve kant is er de GroenRechtse koers van de VVD en D66. Een vrije markt is een groene martk. Eco-sociaal zijn natuurlijk de SP en PvdA, die solidair en groen zijn.

GroenLinks balanceert tussen deze koersen in. De PPR kwam duidelijk uit de eco-progressieve traditie, de PSP kwam uit de eco-sociale traditie. De CPN was niet zo groen (en dan duidelijk meer eco-sociaal) en de EVP, altijd moeilijk te plaatsen, is nog het best te begrijpen als een eco-conservatieve partij. Het debat tussen Krities GroenLinks en de links-liberale stroming binnen de huidige partij is een debat tussen de eco-sociale en eco-progressieve oplossingen, met Platvoet/Kohler meer aan de eco-sociale kant en Halsema/Duyvendak aan de eco-progressieve kant. Echte diepgroene (eco-conservatieve) politiek is er eigenlijk niet binnen GroenLinks.

Er zijn vele kamers in het huis van de groene politiek: links en rechts, moralistisch en neutraal. Er is voor iedereen ruimte. Maar GroenLinks laat zich niet zo makkelijk in een kamer duwen.