5 jaar later

Net naar Femke Halsema gekeken in Vijf Jaar Later, met de een-dag-geen-tv-maar-dus-uitzending-gemist-vertraging. Een interessant interview, waar ik toch tweel kanttekeningen bij wil plaatsen:

Drie stippen aan de horizon

Sinds het laatste congres spreekt Femke Halsema waar het gaat om regeringsdeelname in een drieslag: groene banen, sociale hervormingen en het aanpakken van de bestuurlijke vetzucht. Toen al, maar zeker na deze herhaling vind ik het laatste punt erg raar: bestuurlijke vetzucht? Jarenlang werd er binnen GroenLinks gezocht naar een tweede thema, "Groen plus". Milieu & klimaat hebben we, maar wat is het tweede thema van GroenLinks? Sociaal was altijd een moeilijk onderwerp, want we zijn links net als de PvdA en de SP. Maar nu met de hervorming van de AOW, blijkt dat GroenLinks een steeds helderder profiel heeft: sociale hervormingspartij tegen over het conservatisme van de SP en de twijfel van de PvdA. We probeerden het met de WW en het ontslagrecht, we hadden een ijzersterk voorstel voor de AOW, maar straks met de 20% bezuinigingen is dat echt nodig: een sociale hervormingspartij die links en progressief is.

Maar wat doet Halsema nu? Ze lijkt door te slaan. Het tweede thema is gedekt, maar ze schiet door naar een derde thema: bestuurlijke vetzucht. Iedere partij is tegen bureaucratie, maar het past erg bij populistisch rechts: VVD, LPF, PVV. Minder ambtenaren met linkse plannetjes. Halsema heeft zelf echter "weinig populistische aanleg". Maar nu met de bezuinigingen denkt GroenLinks het thema "minder ambtenaren" te kunnen claimen: minder ministeries, minder bestuurslagen. Weg met het waterschap en weg met de minister van Jeugdzorg! Zelfs als daar ruimte is voor sociaal en groen beleid. Daarnaast is er geen beter derde thema voor GroenLinks: vrijzinnigheid? emancipatie? tolerantie? globalisering?

En is Small niet Beautiful? Is twee niet genoeg? groen werkt & progressief op sociaal?

Macht & Tegenmacht

Een van de mooiste uitspraken van Halsema vijf jaar geleden was "als ik me wel heb laten verleiden door de macht, dan vind ik
mezelf niet veel waard." Pauw deed hier helemaal niets mee. Zonder context kan je natuurlijk niet zo veel met die uitspraak. Het is wel een rare uitspraak voor iemand die nu een partij leidt die nu zo expliciet zich presenteert als "klaar voor de macht".

Maar we kunnen de uitspraak wil in de context van Halsema’s intellectuele ontwikkeling plaatsen: in 1997 zei Halsema toen ze de PvdA verliet: de PvdA was te zeer een bestuurs- en machtspartij geworden. "Het belang dat wordt gehecht aan continuering van de regeringsmacht, maakt de ruimte voor alternatieve opvattingen heel gering." Het breekpunt voor Halsema was de manier waarop de PvdA omging met de demonstranten bij de EU top in Amsterdam in 1997: "Er was zo weinig gevoel voor
wat die demonstranten bewoog!
" (volkskrant 1997). Anders dan de top van de PvdA had Halsema sympathie voor de tegenmacht van deze (Euroskeptische) demonstranten. Nog geen vier jaar geleden kwam Halsema’s lastige relatie met de macht weer naar voren in een Volkskrant interview: "Ik hoor bij de tegenmacht, ik houd van het parlement" (volkskrant 2006). In dat zelfde jaar introduceerde Halsema echter ook de karakterisering van GroenLinks als "ideeĆ«npartij op zoek naar macht" (volkskrant 2006).

Halsema verliet de PvdA die teveel een machtspartij was geworden zonder eigen ideeen. En vormde GroenLinks om tot die ideeenpartij op zoek naar macht. Ze wil zich dus niet laten verleiden door de macht, maar misschien wel de macht verleiden om zich in te zetten voor haar ideeen. In dit beeld is GroenLinks een partij moet niet in de regering gaan om macht zelf, maar om wat ze daar kan bereiken.

Dat klinkt als een prima verhaal: maar zou Wouter Bos daar echt anders over denken? Hij zit toch ook in de politiek omdat "dit land zoveel beter kan"?

Wat de peilingen niet laten zien…

In het Nederlandse politieke spectrum zijn er grote verschuivingen zichtbaar: D66 is in enkele jaren van 3 zetels naar 21 gestegen, de vrije val van de PvdA lijkt geen onder grens te hebben. Maar er is een stabiele factor in Nederland: dat is het SGP. Sinds 2002 staat die partij in iedere peiling en iedere verkiezing op 2 zetels in de Tweede Kamer. Ik denk dat die stabiliteit op dit moment schijn is en dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat het SGP nog wel eens een of meer zetels kan winnen.

Ik heb hiervoor twee aannames nodig:

  1. De SGP kan slecht worden gepeild;
  2. en ontevreden ChristenUnie stemmers moeten ergens heen.

Een peiling is niet zomaar een aggregatie van de mening van 1000 willekeurig geselecteerde Nederlanders. Zo wordt een peiling vaak uitgevoerd per telefoon of internet. Mensen die geen internet hebben, mensen die geen telefoon op nemen, of mensen die niet maatschappelijk betrokken genoeg zijn om drie vragen te beantwoorden. Orthodox Christelijke kringen vallen in twee van die drie categorien lijkt me: minder telefoons en minder internet. Daarnaast lijken orthodoxe Christenen ook in aantal categorieen zitten die zich moeilijk laten bellen (bv. grote gezinnen, die rond etenstijd te druk zijn voor enquetes) en minder internet hebben (ouderen). Dus het is heel moeilijk om orthodox Christelijke kringen goed te peilen. Daarom wordt daar vaak in een peiling om heen gebouwd. Zo kan er van alles gewogen worden. Maar doen moet je wel weten hoe groot je denkt dat zo’n partij ongeveer wordt. Dus is de schatting van het aantal SGP-stemmers gedeeltelijk geconstrueerd. Een andere aanvliegroute, is het  verhaal dat mij ooit door een SGP-campaigner is verteld: ze gebruiken daar geen peilingen omdat in de peilingen de 1.7% van de SGP altijd wordt gebruikt om de peilingen te ijken: is dat meer of minder dan klopt de peiling niet. Hoe dan ook: peilingen zijn een heel slecht middel om verschuivingen in orthodox Christelijk kring waar te nemen.

Daarnaast: er moeten ontevreden ChristenUnie stemmers zijn. De ChristenUnie is de junior partner in een onpopulair kabinet.

  • De ChristenUnie is de kleinste partner in een kabinet dat weinig klaar speelt. De ChristenUnie ministers spelen geen van allen de sterren van de hemel. Eerder worden hun namen geassocieerd met fouten en stilstand: Rouvoet weet de jeugdzorg niet op orde te krijgen, Huizinga stuntelt met de OV-chip kaart en van Middelkoop lijkt niet de leiding te hebben op het gebied van defensie. De beloften die de partij in 2006 maakte op het gebied van jeugdzorg en milieu zijn niet waar gemaakt.
  • De ChristenUnie moet heel wat slikken op ethisch gebied (abortus, euthanasie en homo-huwelijk), toch belangrijke thema’s: een moratorium op nieuw beleid werd er in 2007 afgesproken, maar onder tussen probeert de PvdA en met name de liberale oppositie toch aan die afspraken te zagen. Hoe dan ook, wat de achterban eigenlijk wilt: terug draaien van de wetgeving is niet gelukt.
  • Op de moeilijke culturele thema’s neemt de ChristenUnie een ambigue positie in: wel voor de Europese Grondwet, maar toch tegen Euroskeptische campagne voeren; en voor behoud van de Christelijke identiteit van Nederland, maar toch instemmen met het softe migratie- en integratiebeleid van de PvdA.

Het kabinet staat duidelijk onder druk: de peilingen laten grote verschuivingen zien vanuit de PvdA en het CDA richting de PVV. Maar er is een andere oppositiepartij met een anti-Islamitisch en Euroskeptisch geluid. Een partij die dit echter combineert met een Christelijke retoriek. Een partij die zich wel uitsprak tegen minaretten die bijdragen aan "gevoelens van vervreemding en van aantasting van de historische Nederlandse identiteit"; die net als de PVV meent dat de islam een bedreiging voor de rechtsstaat is. Maar ook een partij die zich nog steeds uitspreekt tegen homohuwelijk, abortus en euthanasie. De Staatkundig Gereformeerde Partij.

Maar die orthodoxe Christenen zijn toch zou trouw aan hun partij? Dat
is natuurlijk niet helemaal waar. De RPF en de GPV zijn juist ontstaan
uit splitsingen. Orthodoxe Christenen zijn met name trouw aan hun
principes, die in dit kabinet er niet goed uit komen.

Maar de ChristenUnie staat toch op winst? Inderdaad voorspellen de peilingen een lichte winst voor de ChristenUnie: maar een partij kan zetels verliezen aan de ene kant en winnen aan de andere kant: denk aan de VVD leeg getegen door Wilders maar nu opgevuld met ontevreden CDA’ers.

Er is dus goede reden om aan te nemen dat deze partij bij de komende Tweede Kamerverkiezingen gaat winnen. Niet veel 1 a 2 zetels. Maar toch: in de peilingen zie je de ontwikkeling niet, maar het zou best kunnen gebeuren.

Solidariteit

Wat is solidariteit? Ik had vrijdag op de DWARS reunistenborrel een discussie over het woord solidariteit. Een kernbegrip voor linkse politiek. Maar wat betekent het eigenlijk?

Simpel gesteld is solidariteit eenheid tussen individuen verenigd door een gemeenschappelijk doel. Daar heb je politiek gezien weinig aan. Het stelt niet wat mensen verenigd en wat ze over hebben voor hun eenheid. Dan zijn alle politieke partijen solidair omdat hun leden verenigd zijn door hun politieke idealen, en dan zijn ze allemaal voor solidaire politiek, omdat ze een doel voor Nederland hebben waar ze de bevolking achter willen krijgen.

Dus misschien moeten we eens kijken naar een organisatie waar solidariteit bij uitstek een rol heeft: de vakbond. Een vakbond is een organisatie waar de leden (werknemers) verenigd zijn met een gemeenschappelijk doel. Door samen met werkgevers te onderhandelen kunnen de lonen op een hoger niveau leggen dan als ze alleen onderhandelen. Samen staan ze sterk tegenover de werkgevers.

Maar is solidariteit dan niets meer dan verenigd worden door eigen belang? In zekere zin is een vakbond een opmerkelijke organisatie. Het onderhandelingsresultaat (de CAO) wordt algemeen bindend verklaard. Voor iedereen, vakbondslid of niet. Dus hebben veel mensen geen reden om lid te worden van een vakbond: ze krijgen het hogere loon toch wel. Solidariteit kan dan betekenen dat mensen het wel op nemen voor hun gezamelijk belang, zelfs als ze dat rationeel niet zouden moeten, door lid te worden van een vakbond.

Dat leidt tot een belangrijk aspect van het begrip solidair: dat je je eigen belang juist ontstijgt en het opneemt voor de leden van de groep, die er misschien minder goed voor staan. Dus dan delen we samen de kosten die mensen op lopen vanuit ziekte of werkeloosheid. Volksverzekeringen zijn dan solidair: we dragen gezamelijk de kosten, maar lopen heel andere risico’s: mensen die gevaar lopen ziek te worden en gezonde mensen dragen allemaal even veel bij.

Het kernvoorbeeld van het eigen belang ontstijgen is internationale solidariteit: we geven geld aan mensen die we niet kennen uit een ander land zodat zij hun land kunnen opbouwen en ontwikkelen, omdat we verbonden worden als mensen. Dat leidt meteen tot een volgend punt: lotsverbondenheid. Dat mensen zich aan een groep verbonden voelen, hun toekomsten aan elkaar verbinden. Verbondenheid gaat maar zo ver: mensen uit het zelfde land voelen zich meer verbonden aan elkaar dan mensen uit verschillende landen.

Solidariteit is dus dat een groep mensen het samen op neemt voor elkaar, waarbij mensen hun eigen belang overstijgen en hun toekomsten aan elkaar verbinden.

Het is belangrijk om solidariteit te onderscheiden van drie andere begrippen:

  • eigen verantwoordelijkheid: dat de leden van de groep het alleen op nemen voor zich zelf, waarbij mensen slechts letten op hun eigen belang.
  • naastenliefde: dat de leden van de groep hun eigen belang overstijgen maar niet vanuit een gevoel van verbondenheid met de groep, maar vanuit hun verbondenheid met een individu. Naastenliefde is een op veel kleiner schaal, dan solidariteit. Bij solidariteit verdwijnt de identiteit van de individuele leden en is er alleen nog maar groepslidmaatschap, dat ertoe doet.
  • reciprociteit: dat leden van een groep hun eigenbelang niet overstijgen maar toch deel uit maken van de groep, omdat ze erop rekenenen dat ze evenveel uit de samenwerking krijgen als dat ze erin deden.
  • sociale rechtvaardigheid: voor deze exercitie had ik geen onderscheid gemaakt tussen sociale rechtvaardigheid en solidariteit. Maar solidariteit is een veel beperkter begrip dan wat ik sociale rechtvaardigheid zou noemen. Laat ik een voorbeeld geven: als vijf vrienden uit eten gaan en ze delen uiteindelijk de rekening door vijf. Dan is dat zeker solidair: ze dragen samen de kosten van hun eten. Maar het is niet per se sociaal rechtvaardig, dan zou er een principe van rechtvaardigheid nodig zijn om te bepalen hoe ze de kosten dragen: bijvoorbeeld dat ze letten op wat iedereen verdient of wat iedereen gegeten heeft.

Dick Pels directeur van het Wetenschappelijk Bureau

Dick Pels wordt directeur van het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks. Welkom en opmerkelijk nieuws.

Pels is op dit moment een van de meest prominente progressieve, linkse denkers van Nederland, alhoewel hij zichzelf liever als "sociaal-individualist" beschrijft. Sinds 2004 neemt hij een steeds prominentere rol in het publieke debat in Nederland in. Hij publiceerde in dat jaar in progressief manifest, waarmee hij de "leegte op links" wou opvullen. Vrijzinnige en linkse idealen moet met elkaar in balans gebracht worden. Vrijheid staat voor Pels centraal, maar dit moet geen schaars goed zijn. Solidaire politiek is daarom  nodig. Pels pleit voor "Socialisme ter wille van het individualisme", in navolging van de dwarse socialist Jacques de Kadt. Deze ideeen over de relatie tussen vrijheid en gelijkheid, over de relatie tussen socialisme en liberalisme komen in grote mate overeen met mijn eigen ideeen hierover. Pels past prima in het profiel van GroenLinks als de meest progressieve en linkse partij van Nederland. Deze visie vertaalt zich in innovatieve ideeen over belonings- en inkomenspolitiek (waar hebzucht moet worden vervangen door eerzucht) en over de Nederlandse identiteit (waar zekerheid moet worden vervangen door twijfel). Goed onderbouwde standpunten die een welkome vernieuwing en verdieping geven aan het GroenLinks programma.

Toch is Pels’ benoeming opmerkelijk: ten eerste waar het gaat om partijpolitiek heeft Pels zich eerder uitgesproken voor een nieuwe verband: de Vrijzinnig Democratische Bond zou heropgericht moeten worden. Dit nieuwe verband zou de progressieve elementen uit de PvdA, GroenLinks, D66 en de VVD moeten opnemen. Het bleef niet alleen bij ironische speeches. Pels’ Waterland Stichting werkt(e) serieus aan een nieuw verkiezingsprogramma voor deze VDB. De Waterland Stichting herpubliceerde het beginselprogramma van de VDB "Wat Vrijzinnig Democraten willen". Allemaal gericht op een nieuwe brede progressief linkse beweging. Gedeeltelijk werd Pels’ beweging ingehaald door de politieke realiteit. Toen het initiatief begon was links in crisis. De vorming van een nieuw progressief-links verband was misschien een optie. Maar met de herrijzenis van D66 lijkt er een nieuw breed progressief verband te ontstaan: D66. Pels kiest echter nu voor GroenLinks, en niet voor D66.

Maar het gaat verder, Pels schrijft niet alleen maar over economische en culturele politiek, maar ook over de politiek zelf. In het debat over de personalisering van de politiek en de ontwikkeling van het populisme,
neemt hij een bijzondere positie in. Pels toont zich voorstander van de
personalisering van de politiek, omdat dit een nieuwe binding tussen
kiezer en politiek kan vormen, in plaats van het verouderde stelsel van
partijen. Populisme ziet hij als een welkome ontwikkeling omdat dit
voorkomt dat een regentenklasse ontstaat. Dat sluit moeilijker aan bij
de positie van GroenLinks: het is immers een politieke partij die zich
in een steeds ingewikkelder politiek landschap probeert staande te
houden. Een democratische partij, geen populistische beweging. Een
ideeenpartij, geen een-persoonsbeweging. Het is op z’n minst opmerkelijk dat iemand die zich zo skeptisch heeft uitgesproken over de huidige partijpolitiek nu binnen een van die partijen zo’n prominente plek in neemt.

Ik denk dat het debat binnen GroenLinks er een stuk interessanter op wordt nu deze prominente progressieve denker directeur van het wetenschappelijk bureau wordt.

The Square Root Parliament

Kent u  Ans Willemse-Van der Ploeg? Agnes Wolbert? Paul de Krom? Of Henk van Gerven? Alle vier Tweede Kamerleden. U kent ze niet, want het zijn niet de meest publieke figuren. In de grote fracties van het CDA, de PvdA, de VVD en de SP kan niet iedereen woordvoerder zijn over prominente onderwerpen. En dan is er een derde woordvoerder consumentenzaken nodig. Van de 150 kamerleden zijn er misschien wel 50 teveel: dat zorgt voor debatten met 12 woordvoerders over detail onderwerpen. Dat is niet goed voor de politiek.

Daarom zag ik wel wat in de oproep van AJ Boekestijn om terug te gaan naar 100 zetels. Gewoon de 50 kamerleden terug sturen naar de gemeenteraden, wethoudersposten en burgemeesterschappen van plattelandsgemeenten waar ze vandaan kwamen. Tot ik me realiseerde dat dat inhoudt dat die partijen die kleur en smaak geven aan de kamer daardoor zwaar geraakt worden: de PVV gaat terug naar 6, de CU terug naar 4 en D66 naar 2. Dat zijn al partijen die moeilijk hun woordvoerders naar alle debatten kunnen sturen, die moeilijk aan het sociale en parlementaire debat kunnen mee deel nemen. Dat betekent dat kamerleden als Barry Madlener, Tofik Dibi en Boris van der Ham nooit verkozen zouden worden.

Dus hoe kunnen we die twee belangen balanceren? Dat de kleine partijen niet geschaad worden door een verkleining van het parlement? En we toch een efficientere Kamer krijgen? Ik denk dat we de oplossing moeten zoeken in een wiskundige truuk die vaak wordt gebruikt om getallenreeksen af te vlakken: worteltrekken. Het verschil tussen wortel 2 en wortel 3 is groter dan het verschil tussen wortel 33 en wortel 34. Als we nou simpel weg partijen in plaats het precieze percentage zetels geven dat ze stemmen hebben, partijen een aantal zetels geven dat afhankelijk is van de wortel van het aantal stemmen (maal een factor om ervoor te zorgen dat er 100 zetels zijn), dan is het aantal saaie grijzen muizen en het aantal smaakmakende parlementarier zo in balans gebracht.

Ik vind overigens wel dat het aantal stemmen dat partijen hebben in de kamer evenredig moet blijven aan het aantal stemmen van de bevolking. Aangezien dat Nederlandse parlementariers eigenlijk altijd mee stemmen met hun fractie is er geen probleem: ook bijvoorbeeld in de Europese raad en de Duitse Bundesrat is er geen relatie tussen het aantal vertegenwoordigers en het aantal stemmen per (bundes)land. 

Sqrt_parliament
In het figuur hiernaast zie je een vergelijking: het huidige parlement met 150 zetels. Het model Boekestijn waarbij 50 zetels zo worden opgeheven. En het wortel-model. Blauw is de huidige Tweede Kamer. 41 zetels voor het CDA en 2 zetels voor de SGP.
Rood is het simpele 100 zetels model. Alle partijen gaan gelijk naar beneden: het CDA heeft 26 zetels, de PvdA 21, en D66 naar 2 en ChristenUnie naar 4. Groen is het wortel model: het CDA gaat naar 21, de PvdA naar 18. De SGP krijgt er zelfs een zetel bij (3), de PvdD zelfs naar 4. D66 krijgt er ook een zetel bij. De ChristenUnie en GroenLinks blijven gelijk, terwijl het CDA (-20) en de PvdA (-15) veel minder grijze muisen erbij krijgen.

Dus: Dag Ans, Agnes, Paul en Henk! Welkom Elbert, Bernd, Bert!

Landelijke trends Leids vertaald

Ik ben al een tijdje bezig met het perfectioneren van mijn lokale fingerspitzenpeilingen. Ik heb nu een model gemaakt dat op basis van eerdere verkiezingen landelijke peilingen naar de Leidse situatie vertaald om dan vervolgens daar op basis van de mening van verschillende watchers van de Leidse gemeentepolitiek een bonus of malus aan toe te voegen voor lokale omstandigheden. Als basis gebruik ik het gemiddelde van de peilingen van Maurice en de Politieke barometer. Het levert een interessant beeld op voor de laatste twee maanden:

Links6decOp links: sinds eind oktober oscilleren de PvdA, SP en GroenLinks alledrie rond de 13% van de stemmen genoeg voor 5 zetels. Soms iets meer, soms iets minder. Dat zou een zwaar verlies voor de PvdA beteken, een licht verlies voor de SP en lichte winst voor GroenLinks. Links doet het na alle verrekening beter in Leiden dan in de rest van Nederland. Zij ze in Leiden samen goed voor zo’n 40% van de stemmen, landelijk is dat zo’n 30%. Op basis van de laatste peilingen eindigen ze allemaal op 5 zetels.

Untitled_image_5
In het midden: drie min of meer constante lijnen voor de drie middenpartijen CDA, D66 en CU. D66 op eenzame hoogte met 21% van de stemmen (8-9 zetels). Het CDA is goed voor zo’n 11% (4-5 zetels). En de ChristenUnie 5% (2 zetels). Voor D66 betekent dit verdrievoudiging. Voor het CDA licht verlies en voor de ChristenUnie stabiliteit. D66 doet het beter in Leiden dan in de rest van Nederland, maar dat is eigenlijk altijd zo. Het CDA doet het aanzienlijk slechter en de ChristenUnie doet het net iets slechter.

Untitled_image_6
En ten slotte op rechts: Daar is de enige echte trend zichtbaar. De kiezers lopen weg van Leefbaar Leiden en Stadspartij Leiden Ontzet, terwijl de VVD groeit. De VVD heeft in de laatste twee maanden 3% van de stemmen gewonnen en 2 zetels: met 16% en 7 zetels zijn ze de tweede partij van Leiden. Ze komen steeds dichter bij D66. De Leefbaren zijn gezakt van 8% naar 7% en Leiden Ontzet van 3% naar 2%. Bij de Leefbaren betekent dit een zetel verlies. De Stadspartij verdwijnt onder de kiesdrempel. Hiermee wordt de landelijke winst van de VVD en het lichte verlies van populistisch rechts ook in het Leidse weerspiegelt.

Korte samenvatting: de conservatieve en progressieve liberalen gaan het in Leiden winnen van de socialisten en sociaal-democraten.

Top 10 of the Noughties

Nadat Bas Eickhout, de Volkskrant en The Guardian kwamen met een lijst met de beste platen van de Noughties moest ik ook wel komen. De 10 beste albums van het eerste decennium van de 21ste eeuw.

Geen makkelijke compilatie van lijstjes van eerdere jaren. Geen ordening ook van 1 tot 10. In plaats daarvan 10 topplaten. Met drie side-constraints: maximaal een album per band; een plaat per jaar; de platen moeten ook meer zijn dan 15 goede nummers, maar echte concept albums, die een afgerond geheel vormen.

2000 Sophtware SlumpGrandaddy – concept album over het effect van techniek op de moderne maatschappij. "Broken Household Appliance National Forest" is een ode over een afval berg.
2001 Natural HistoryI am Kloot -  weten met zo weinig middelen zo veel te bereiken. Have no Fear of Falling geeft me nog iedere keer kippenvel.
2002 Century ChildNightwish – luistert als een fantasy boek over een wonderlijk kind dat de wereld moet redden.
2003 AbsolutionMuse – de eerste echt paranoide, bombastische, megalomane plaat van Muse, waarin ze vrij letterlijk vragen om de Apocalyps.
2004 Franz FerdinandFranz Ferdinand – De grondbrekers voor de eruptie van alternatieve Britse gitaarrock, die het decennium zullen beheersen. Maakte gitaarrock dansbaar, zoals met het aanstelijke Michael.
2005 Good Morning Hope – Woodface – Van Gert Bettens, de muzikale kant van K’s Choice, een prachtige plaat die wisselt van energieke gitaarrock (Give me Something to Break) tot mystieke singer songwriter nummers (Are You Reading to Sing).
2006 MedsPlacebo – beste album van Placebo, over het effect van drugs, drank en verslaving. Van de euforie van Meds tot de vervreemding van de Cold Light of Morning
2007 Shotters’ NationBabyshambles – muzikaal het hoogtepunt van de nieuwe golf van alternatieve Britse gitaarock, luister hier maar naar Delivery.
2008 Age of the UnderstatementLast of the Shadow PuppetsAlex Turner (Arctic Monkeys) en Miles Kane (Rascals) brengen muzikaal de golf van alternatieve Britse gitaarrock op een nieuw plan, door dit te mengen met Muse (Age of the Understatement) en Calypso (My Mistakes were Made for You)
2009 The Resistance – Muse / Battle for the Sun – Placebo – voor dit jaar kan ik nog geen beslissing maken: de half-klassieke plaat van Muse of het optimistische album van Placebo? Het jaar is nog niet eens afgelopen!

Placebo geeft gemengde gevoelens

Gisteravond was ik dus naar het concert van Placebo in Rotterdam. Hier kan je wat live materiaal zien. Ik ging met gemengde gevoelens terug. Ik denk dat daar drie redenen voor zijn:

Ten eerste de samenstelling van het publiek was totaal niet wat ik verwacht had. In mijn ogen is de thematiek van Placebo nogal zwaar: het zijn geen onschuldige liefdesliedjes of makkelijke hard rock nummers. Een groot deel van de nummers gaat over mislukte liefde en de wanhoop die daarbij hoort, gemengd met nogal expliciete referenties naar druggebruik, homosexualiteit en gender-bending. De teksten zijn bijna allemaal zelf-reflexief en psychologisch. Het nieuwste album is iets hoopvoller en spiritueler en (helaas) minder expliciet waar het gaat om gender, maar is als nog geen makkelijke kost. Ik associeer hier een bepaald publiek mee: het publiek dat er was, was aanzienlijk ouder, minder alternatief, heterosexueler en passiever dan ik had verwacht. Daarnaast was Ahoy maar half gevuld. In een halfvolle zaal met hetero mannen van rond de veertig komt de band niet tot zijn recht. Het meest typerend vond ik de toegift: je verwacht dat zo’n zaal bruist met enthousiasme en dat dat de band terug haalt. Nu viel het geklap en gejoel snel stil, maar de band kwam toch wel. En als de zaal niet los komt, dan kan je nog zo’n goede performer zijn, maar dan springt de vonk niet over. Die vonk miste ik een beetje: immers muziek gaat voor mij om passie, om gevoel, om heel specifieke vorm van geluk. Dat vereist het samen komen van de muziek, de sfeer, de artiest en een zekere openheid die je zelf moet hebben. Natuurlijk waren er nummers die me kippenvel (Follow the Cops Back Home, Devil’s in the Details) gaven, maar dat was minder dan ik had gehoopt.

Daarnaast was het een tijdje geleden dat ik naar echt rock concert was geweest. Daarvoor was het toch meer singer/songwriter. Dan komt echt aan op een zanger, zijn stem en zijn gitaar. Een rock band kan zich verschuilen achter de herrie die ze kunnen produceren. Dan wordt het geen zingen meer maar gillen, en geen melodie meer maar een wall of sound die over je heen komt. Zonder af te geven op het vakmanschap van Placebo, had ik gehoopt dat ze minder uit waren gegaan van de herrie die ze kunnen produceren en meer van de stem en de melodie. Maar misschien komt dat gewoon beter uit op een CD dan in zo’n concert.

Ten derde is het laatste album gewoon niet hun beste album. Dat merkte ik al aan de nummers waar ik wel kippenvel van kreeg en waarmee ze in de toegiften terug kwamen: dat was het ouder werk. Het album waardoor ik ooit fan ben geworden Black Market Music, en Meds, een donkerder, zwaarderealbum. Het nieuwe album is niet slecht en heeft zeker zijn hoogtepunten en goede eigenschappen, het is optimistischer, lichter en melodischer, maar dat kwam in deze setting niet goed uit.

Het had een stuk beter gekund denk ik zo’n live optreden: met het juiste publiek – ik ga nooit meer in Ahoy naar concert – en met de juiste balans tussen herrie en melodie hadden ze een stuk meer los kunnen maken.