Socialisme 2.0?

Nog een tweede punt naar aanleiding van socialisme 2.0.
Binnen GroenLinks wordt het thema “efficiency” steeds populairder. Er ligt een
interessante koppeling tussen hervorming van de verzorgingsstaat en het thema
efficiency.

Traditioneel wordt de link tussen sociaal beleid en
efficiency als volgt uitgewerkt: er zijn hardwerkende belastingbetalers en
mensen die een uitkering ontvangen. De hardwerkende belastingbetaler wil dat er
geen misbruik wordt gemaakt van zijn belastinggeld. Daarom moet de overheid
ervoor zorgen dat iedereen die een uitkering heeft daar ook echt recht op heeft
en dat mensen met een uitkering zo snel mogelijk uit de uitkering aan het werk gaan.

Daarom spendeert de Nederlandse overheid veel geld aan
toezicht op uitkeringsgerechtigde en reintegratie van uitkeringsgerechtigden.
Ook als ze weten dat dat het eigenlijk geen zin heeft. Immers het geld van de
belastingbetaler moet efficient uitgegeven worden. Dus betalen we aanzienlijk
meer dan een uitkering voor iedere werkloze. Een hele sociale
verzorgingsindustrie is opgebouwd om uitkeringsgerechtigden op het rechte pad
te houden.

De vraag is of dit de beste manier is om belastinggeld uit
te geven: er wordt meer geld uitgegeven om mensen die niet willen of kunnen
werken aan het werk te krijgen dan dat ze ooit kunnen produceren. En dat
allemaal omdat de hardwerkende Nederlander het niet kan accepteren dat er
mensen niets doen. Is dat echt efficient?

Daarnaast is een sociaal stelsel dat uit zo’n lappendeken
van WW, belastingvrije voet, AOW, WIA, WAJONG, WIJ, bijzondere bijstand, huur-,
kinder- en zorgtoeslag bestaat echt efficient? Met alle ambtenaren en toetsingen en formulieren die daarbij horen?

Kunnen sociaal, vrijzinnig en efficient niet samen gaan in
een ander stelsel? Can the circle be squared? Is een basisinkomen niet de
manier om armoede te voorkomen, vrijheid te vergroten en de spilzucht van de
overheid te beperken?

Uit de discussie over socialisme 2.0 kwam een tegenargument
tegen zo’n sociaal stelsel: als we het “granieten bestand” van mensen die niet
kunnen werken alleen maar een inkomen geven en niet stimuleren om te gaan
werken, als we de onrendabelen opgeven, is dat wel echt sociaal? Het is
misschien efficient omdat het geen zin heeft om hen te stimuleren, maar is het
ook links? Moet je mensen niet aanmoedigen om het beste van hun leven te
maken? Om economisch zelfstandig
te worden? Mag je de minst getalenteerde wel op deze manier afkopen?

Socialisme 1.0

GroenLinks Amsterdam organiseerde samen met de progressieve
denktank Waterland
een debat over Socialisme 2.0. Een goede reden om weer eens
na te denken over linkse politiek.

Voor je begint over Socialisme 2.0 is het goed ons eens af
te vragen wat Socialisme 1.0 ook al weer was. De aanwezige sprekers Marcel van
Dam
, Ewald Engelen en Paul de Beer stelden socialisme (of sociaal-democratie) gelijk aan de (huidige) verzorgingsstaat. Socialisme is dan dus herverdeling van inkomen tussen rijk en arm.

Socialisme betekent dan dat we oog hebben voor de armsten of
dat we samen zorgen voor elkaar. In mijn ogen klinkt dat eerste verdacht veel
als het difference principle van de late great Johnny Rawls. Dat tweede
klinkt als Christen-democratie, met name als dat in de vorm gaat van het
klassieke, op katholieke principes geschoeide verzekeringsstelsel: een zorgzame samenleving.

Tegenover dat socialisme als herverdeling tussen rijk en arm
werd de meritocratie gesteld: een stelsel waarbij of je arm of rijk bent afhankelijk
is van je eigen inzet. Herverdeling is dan dus niet gerechtvaardigd. Ik voel weinig voor die meritocratie. Dat
klinkt in mijn ogen als libertarianisme, mensen hebben recht op de producten
van hun eigen arbeid. In mijn ogen mist die theorie compensatie voor ongelijke talenten en vermogens.

G.A. Cohen heeft gesteld dat socialisme traditioneel juist het principe dat je recht hebt op wat je maakt  omarmt. Socialisten maken een onderscheid tussen arbeiders ("werknemers") en bezitters
("werkgevers"). Socialisten wijzen het kapitalisme af omdat in dat stelsel werkgevers werknemers exploiteren. Werkgevers bezitten de productiemiddelen
(bedrijven, fabrieken en machines) en werknemers hebben slechts hun eigen
arbeid. Om geld te verdienen om zich zelf te onderhouden moeten werknemers gaan
werken bij werkgevers. Echter omdat werkgevers een machtspositie hebben
tegenover werknemers kunnen zij een zo laag mogelijk loon opleggen aan
werknemers. Werknemers krijgen minder loon dan waar ze recht op hebben, immers werknemers hebben recht op alle waarde die zij zelf toevoegen. Een werkgever
exploiteert werknemers omdat ze minder verdienen dan ze waard zijn. Er moet
geld worden afgegeven aan mensen die niets uitvoeren en parasiteren op
hardwerkende mensen….

Dat klinkt tot erg bekend: mensen die niets uitvoeren en
parasiteren op hardwerkende mensen. Dat is precies waar libertariers over
klagen als ze belasting moeten overdragen voor uitkeringen
. In hun essentiele
aannames over rechtvaardigheid en waarde zijn socialisme en libertarianisme
identiek.

Voor een echte socialist zijn inkomensverschillen dan ook niets minder dan het gevolg van machtsverschillen. Je kan de inkomens wel gelijker maken, maar als je de onderliggende machtsstructuur niet aanpast, zal een verzorgingsstaat het kapitalisme in stand houden. Socialisten kunnen dan dus geen voorstander zijn van de verzorgingsstaat.

Policy, Office, Votes … & Media Attention

Voetbal is een simpel spel: 22 spelers, 2 doelen en 1 bal. Je scoort door de bal in het net van de ander te krijgen. Politiek is een lastiger spel: wat is scoren in de politiek? Wat is het doel van het spel?

Traditioneel maken politicologen een onderscheid tussen policy (beleid). office (ambt) en votes (stemmen). Vanuit sommige perspectieven streven partijen primair naar beleid. Ze willen de wereld veranderen: hun idee van de goede samenleving realiseren. Daarvoor zijn ambten heel nuttig: een post in het kabinet, in het parlament of in het lokale bestuur zijn allemaal handig om beleid te maken. Downs, een van de grootste politicologen van de laatste eeuw was cynischer over de relatie tussen beleid en ambten: "Political parties do not participate in elections to propose policies, but propose policies to win elections." Beleid is volgens hem een middel om verkiezingen te winnen, niet een doel op zich. En daar komen we bij wat traditioneel een van de belangrijkste middelen van de politiek is: stemmen. Om ambten te krijgen en dus beleid te maken zijn stemmen nodig.

PovIn de driehoek hiernaast, zie je de relatie tussen policy, office en votes. Votes zijn nodig voor offices (zonder stemmen krijg je geen kamerzetels en geen ministers). Offices zijn nodig voor policies (zonder kamerzetels of ministers maak je geen beleid). En met policies kan je kiezers aan je binden: votes nodig voor offices; offices zijn nodig voor policy; en policy voor votes.

PovmIs dat helemaal waar? Is scoren in de politiek beleid maken? Stemmen winnen? Ministers leveren? Het probleem zit in de laatste stap: veel beleid is onzichtbaar voor kiezers. Je kan ook slecht beleid of geen beleid verkopen aan de kiezer. Dat zorgt ervoor dat je een vierde hoek moet toe voegen aan de driehoek. Zie de vierhoek hiernaast: policy, office, votes & positive media attention. Om beleid te maken, blijven ambten nodig, om ambten te krijgen heb je stemmen nodig, om stemmen te krijgen heb je positieve media aandacht nodig. Maar de relatie tussen media aandacht en beleid is lastig. Media aandacht is de cruciale variabele: die is nodig voor alles. Modellen van politieke besluitvorming veranderen fundamenteel als je zo kijkt: moeten we het kabinet in? Dat ligt er aan hoe je het kan spinnen … Moeten we voor deze wet stemmen? Ligt er aan hoe het speelt in de media …

Scoren in de politiek is dan dus media aandacht krijgen. 

Spinoza over Moslims

Vrijzinnige politici hevelen graag filosofen als Spinoza op. Spinoza staat voor de Gouden Eeuw, een tijd van van tolerantie en vrijheid. In de huidige tijd van intolerantie kunnen we veel van deze filosoof leren. Denken ze.

In het debat over de kosten van immigratie in September 2009 noemde Pechtold Spinoza in een lijst van waardevolle migranten tussen Islamitische gastarbeiders:

"Denk
aan de hugenoten, de Portugese joden en Spinoza,
misschien wel de grootste Nederlandse denker, maar een
immigrant. Denk aan de gastarbeiders uit Turkije en
Marokko die wij hier zelf naartoe hebben gehaald om
vacatures te vervullen voor werk dat wij zelf niet wilden
doen."

Op het voor-laatste GroenLinks congres echo’de Halsema Pechtold:

"In al zijn bescheidenheid is Spinoza wellicht de grootste denker van de Nederlandse geschiedens."

Halsema en Pechtold omarmen Spinoza. Ze zien hem als het Nederlandse gezicht van de Verlichting. De Verlichting is een traditie vrijheid en tolerantie in hun ogen. Een traditie die we nieuw leven moeten in jagen. Halsema en Pechtold staan voor een herleving van de waarden van de verlichting. Ze verzetten zich tegen de religieuze intolerantie tegen de Islam, waar Wilders de belangrijkste woordvoerder van is.

Wat Halsema en Pecthold vergeten is dat de Verlichting twee kanten heeft: Israel noemt dat de radicale en gematigde Verlichting. Dick Pels spreekt in dit verband over het "Verlichtingsfundamentalisme". Een vorm van Verlichting die zo hard op komt voor vrijheid dat het alles eraan opgeeft. Een vorm van seculier fundamentalisme. Een vorm van verlicht denken dat religie uit de publieke sfeer wil halen, sterker nog dat eigenlijk alle religie linea recta naar de mestvaalt van de geschiedenis wil verwijzen. Halsema, Pechtold en Pels staan niet in die traditie. Zij zijn exponenten van de ruimte voor verschil, van de matiging en tolerantie voor de islam.

In dat geval is Spinoza een slechte keuze. Hij behoort, volgens Israel in elk geval, tot de traditie van de radicale verlichting. Een stroming die weinig op heeft met religie en in het bijzonder met de islam. In het voorwoord van het Theologisch Politiek Tractaat

"The Turks have organized this very effectively. Believing as they do that it is wicked even to argue about religion, they fill the minds of every individual with so many prejudices that they leave no room for sound reason, let alone doubt."

-Loopt u even mee- de Turken -de term in die tijd werd gebruikt voor Moslims- hebben het effectief georganiseerd: -Spinoza is hier ironisch, hij is hier zelf geen voorstander van- Ze geloven dat je niet over religie mag debateren -ze willen de vrijheid van meningsuiting inperken. Spinoza is de grootste voorstander van de vrijheid van meningsuiting van zijn tijd. Daar is de rest van het boek aan gewijd. Voelt u al waar dit misgaat: de islam beperkt de vrijheid van meningsuiting- en daarom vullen ze de geest van iedereen met vooroordelen -de islam vult de geesten van hun volgers met religieuze onzin- die geen ruimte laten voor rede, laat staan voor twijfel -Dames en heren, u leest het goede die o zo verlichte Spinoza: de islam is een bedreiging voor de rede-.

Dat klinkt toch verdacht veel als de retoriek van Geert Wilders, -op zijn wat rationelere momenten- zoals in de rechtszaal vanochtend in de rechtbank: "de islam staat haaks op vrijheid." In specifiek tegen onze belangrijkste vrijheid: de vrijheid van meningsuiting. De vrijheid om te zeggen wat je denkt. Omdat deze vrijheid zo waardevol is om de waarheid te leren kennen. We moeten onze vrijheid beschermen tegen bedreiging. Onzin natuurlijk, met name omdat Wilders pretendeert dat er een monolithische, ware Islam bestaat, die hij kent, en die onafhankelijk is van wat de diversiteit aan moslims doet.

Spinoza dus als verlichtingsfundamentalistische PVV’er. Is er een redding voor Spinozisten en vrijzinnigen? Gelukkig hebben Spinozisten altijd een oplossing: esoterisch lezen. Turken is een codewoord. Als hij Turken zegt bedoelt hij eigenlijk Katholieken, Calvinisten of gelovigen in het algemeen. Maar als je de tekst zo leest, hoef je het eigenlijk niet te doen: dan kan je gewoon je eigen mening op voeren.

De Verlichting was niet een tijd van tolerantie voor iedereen, maar gewoon een tijd waarin mensen wat ze niet goed kenden afschilderden als gevaarlijk en ongewenst. Net zoals deze tijd was er angst voor het onbekende. Sounds familiar?

Groen, Sociaal en … Efficient?

Vanavond was ik bij een bijeenkomst van de Toekomst, het netwerk van jonge GroenLinksers. Na een inspirerende rondleiding door de Eerste Kamer door Jan Laurier, was er een debat tussen de Toekomst’ers en Tof Thissen over lokale financien, sociale politiek en de economische crisis.

Thissen hield een vurig pleidooi voor efficientie als een speerpunt bij de lokale coalitie onderhandelingen. In tijden van economische crisis, landelijke kortingen en oplopende kosten voor sociale voorzieningen moest GroenLinks door anders, efficienter, minder bureaucratische te werk te gaan  financiele winst boeken. We moesten minder de burger vanuit achterdocht met onnodige formulieren, protocollen en procedures achter na zitten. Dat levert niet alleen financieel de winst op, maar dat is ook goed voor de relatie tussen de burger en politiek. Een overheid moet op basis van vertrouwen samen werken met de burger en niet vanuit wantrouwen de burger tegen werken. Hij gaf het voorbeeld van iemand die bijzondere bijstand aanvraagt: die moet een boel formulieren met een boel achterdochtige vragen in vullen. Verschillende ambtenaren kijken hiernaar dat duurt wel zes weken. Met minder vragen kon je in een kwartier klaar zijn als je uitging van vertrouwen.

Aan het verhaal van Thissen zaten natuurlijk wat haken en ogen: hij betoogde dat we minder procedures nodig hadden en dat het bestuurlijk allemaal sneller kon, totdat er een dijk voor zijn huis gebouwd moet worden. Dat was te snel en efficient gebeurd, met niet genoeg inspraak. De dijkenbouwers waren te veel vertrouwd en nou kon hij de Maas niet meer zien vanuit zijn huis. GroenLinksers willen bijstandstrekkers vertrouwen, maar vervuilende bedrijven niet. Daar zijn meer regels nodig. VVD’ers willen parasiterende luiwammesen niet vertrouwen maar dynamische ondernemers wel.

Het interessante van het verhaal was dat het goed in de lijn paste van de nieuwe koers van landelijk: de drie beloften van Halsema: groene banen, sociale hervormingen en het aanpakken van de bestuurlijke vetzucht. Halsema en Thissen willen allebei de bureaucratie aanpakken. Als campagnethema vind ik het een slecht idee: niet onderscheidend want iedere partij is tegen bureaucratie. Daarnaast is het issue eigenlijk "van" populistische en rechtse partijen: PVV, SP en VVD. Minder ambtenaren met linkse plannetjes. Jarenlang was GroenLinks op zoek naar een tweede thema, naast klimaat. Ik denk dat we een goed profiel ontwikkelen op de combinatie sociaal & progressief. Maar nu moet er schijnbaar nog een thema bij. Bij de Europese verkiezingen was dat Europa. In voorgaande jaren was het Groen, Sociaal & Tolerant. Het congres koos klimaat, emancipatie en sociaal als de drie belangrijkste prioriteiten voor GroenLinks in het nieuwe beginselprogramma. Maar landelijk wil schijnbaar met Groen, Sociaal en Efficient de verkiezingen in. Ik denk dat we er geen kiezer mee zullen winnen,

Bestuurlijk valt er heel wat over te zeggen, om te spreken met een West Wing quote: "this is the bill that lets us pass any other bill." Of wel dit is de hervorming die noodzakelijk is om alle andere hervormingen te betalen. Een efficientere overheid kunnen we gebruiken om de noodzakelijke investeringen in bijvoorbeeld groene banen te financieren. Mocht GroenLinks in een formatie terecht komen met partijen als D66 en het CDA dan moeten we solide financieel verhaal hebben. Een verhaal dat laat zien waar wij willen bezuinigen. Want regeren wordt de komende vier jaar op alle bestuurslagen bezuinigen. Dan moeten we niet simpelweg de uitkeringen halveren of subsidies voor groene energie stop zetten, maar we moeten slim bezuinigen bijvoorbeeld door efficienter te gaan werken. Een overheid die anders werkt heeft meer geld voor groene en sociale investeringen.

Een solide financieel verhaal heeft GroenLinks altijd nodig, maar daar moet je geen verkiezingsthema van maken. Misschien wel een prioriteit bij de college- en regeringsonderhandelingen. Want "Groen Werkt" is natuurlijk ook de leus van een bestuurderspartij die waar kan maken wat zij belooft. Zonder een efficient bestuur is groen of sociaal beleid niet mogelijk.

Leiden: the day after

Ondertussen op fispr.nl

Gister viel het Leidse college. Wethouder Steegh (GroenLinks; verkeer & milieu) is afgetreden omdat zijn fractie niet kon instemmen met de bouw van een parkeergarage aan een van de vuilste wegen van Nederland,
zonder maatregelen om de leefbaarheid van de wijk te verbeteren. Wat
betekent dit voor de uitslag van de verkiezingen? En de formatie?

De val van Steegh is een typisch voorbeeld van de politieke spelletjes
die de Leidse raad zo kenmerken. Wie hebben daar voordeel van? Dat is
erg moeilijk te bepalen. Pas als het stof is neergedaald kunnen we dat
echt zeggen. Er zal een zekere een sterkere polarisatie onstaan tussen
links en rechts en tussen populisten en gevestigde partijen.

De
VVD is bevrijd van haar groene en linkse coalitiegenoot en kan zich nu
echt ten volle in zetten voor een "bereikbaar en betaalbaar" Leiden.
Dit betekent dat de VVD een zetel stijgt ten opzichte van vorige week
en nu (ex equo) de grootste partij van Leiden is: even groot als D66.
De SP zal stemmen winnen omdat het politiek cynisme versterkt wordt en
de leefbaarheid van de stad weer verspeeld is. De SP wint een
zetel en komen daarmee uit op zes zetels. In de heldere polarisatie
tussen links en rechts winnen de meest linkse en rechtse partij van de
stad.

De partijen stijgen ten koste van de andere
collegepartijen: PvdA en het CDA. De PvdA verliest geloofwaardigheid
omdat zij niet GroenLinks binnenboord hebben weten te houden en omdat
zij de leefbaarheid van de stad hebben opgeofferd voor het pluche. Daar
komt de penibele situatie van de PvdA landelijk nog eens boven op: ze
verliezen een zetel. Ook het CDA verliest een zetel,
vanwege haar onvermogen om de boel bij elkaar te houden, maar ook omdat
het CDA het in het landelijk politiek zwak blijft doen.

Dat
betekent dat er veel stabiliteit in deze fispr zit als je het
vergelijkt met de vorige fispr. Maar daaronder liggen allerlei kansen
en mogelijkheden. GroenLinks staat nu stabiel maar kan, als ze hun
verhaal geloofwaardig weten te verkopen, nog wel eens een aantal zetels
kunnen winnen. De Leefbaren en de Stadspartij zouden nog wel eens
profiteren van het politiek cynisme . D66 dat in Leiden een
anti-establishment retoriek combineert met weldoordacht
links-liberalisme, zou ook winst op kunnen pakken. Maar D66
verviervoudigt al in deze fispr-peiling zonder Steegh-bonus. 

Het vertrek van Steegh wordt openlijk betreurd door de andere coalitiepartijen maar ook oppositiepartijen als de ChristenUnie.
Zelfs de reaguurders op het Leidsch Dagblad, traditioneel niet de minst
cynische mensen, beschrijven Steegh als een "aimabele" wethouder die
het "menselijk gezicht" van het college vormde. Steegh zegt zelf na de
verkiezingen opnieuw een bijdrage te willen leveren aan het besturen van Leiden. Ondertussen is zijn portefeuille verdeeld over de rest van de wethouders. Ze zetten de coalitie voort, die in de (zeer kleine) meerderheid in de raad heeft.

In
de fispr-peiling houdt de coalitie nog maar 16 zetels over. Zelfs een
aanvulling met de altijd constructieve ChristenUnie zorgt niet voor een
meerderheid. D66 en de VVD hebben samen ook al 16 zetels. Met het CDA
staan de partijen op 20 zetels. Een nauwe centrum-rechtse meerderheid,
maar wel een van maar drie partijen. Het aftreden van Steegh zorgt
ervoor dat een links coalitie niet erg waarschijnlijk is, gezien het
effect op de politieke sfeer en het electoraat.

Wetten & Vrijheid

De VVD wil honderd wetten afschaffen.
Overbodige wetten zoals de belasting op erfenissen, de winkelsluitingstijdenwet, de fiscalisering van de AOW, de maatschappelijke stage, of de gratis schoolboeken. Volgens de liberalen loopt ons land over van
overbodige wetgeving. De VVD komt op voor individuele vrijheid en dus voor een
kleine overheid. Misschien wordt het standpunt van het VVD wel het best verwoordt door deze quote uit The West Wing:

I am a
Republican, because I believe in smaller government. This country was founded
on the principle of freedom. Freedom stands opposed to constraints, and the
bigger the government the more the constraints
.”

Helaas voor de VVD is dit een onhoudbaar standpunt. Misschien moet
de VVD zich minder laten inspireren door fictionele Amerikanen met hun
waanidee dat overheidswetgeving tegen over individuele vrijheid staat. Ik denk dat de historische
Portugees-Nederlander filosoof Spinoza ons meer kan inspireren:

The Purpose of the State is Freedom.

De centrale stelling van liberale filosofen
als Spinoza, maar ook Locke of Mill, is dat de overheid met al haar wetgeving
er is om de individuele vrijheid te vergroten. De wetgeving die de VVD wil
elimineren, is (kan er zijn) er om onze vrijheid te beschermen. De winkelsluitingstijde wet, waar de VVD zo tegen is, is een typisch voorbeeld van een wet die er is om mensen vrij te maken. Als er geen winkelsluitingstijdenwet was dan zouden alle grote ketens de hele dag en de hele week hun winkels open houden. De kleine winkels die gerund worden door kleine zelfstandigen zouden, om niet failliet te gaan ook moeten proberen de hele week en de hele dag open te zijn. Om in die ratrace te overleven moet de kleine ondernemer de hele week en de hele dag werken. Maar dat redt hij helemaal niet. Om ervoor te zorgen dat een individuele kleine ondernemer zijn winkel kan houden, hebben we een winkelsluitingstijdenwet: deze wet verzekert de vrijheid van ondernemen van de middenstander.

Maar er zijn ook Amerikanen die zo’n
perspectief hebben. Publius, het trio van Hamilton, Madison en Jay dat in
verdediging van de Amerikaanse grondwet een aantal manifesten schreven, gebundeld
als de Federalist Papers, stelde:

If all men were angels there would be no need of government.”

Het ideaal van het naieve conservatisme dat
de VVD verdedigt is een samenleving zonder wetten. Een samenleving zonder beperkingen.
Een samenleving van ongelimiteerde vrijheid.

Maar omdat mensen geen perfecte voorzienigheid hebben, omdat mensen zich soms laten leiden door hun eigen belang, of door wat hen op de korte termijn goed lijkt, hebben we een overheid nodig. Zolang mensen geen engelen zijn die op basis van perfecte kennis van de toekomst, perfecte keuzes maken, is een overheid een noodzakelijkheid voor een geordende samenleving.

De overheid is nodig om mensen op te vangen die een ongeluk lopen of een vergissing maken, om mensen tegen elkaar of zichzelf in bescherming te nemen. Dat baadt de vrijheid van het individu, dat schaadt het niet. Mensen zijn vrijer in een samenleving waar inkomen eerlijk gedeeld wordt, als ondernemers en werknemers beschermd worden tegen oneerlijke concurrentie, als kansen op goed onderwijs voor iedereen open staan.

Misschien moeten sommigen wetten waar de VVD zich tegen keert wel weg, maar niet omdat de overheid categorisch minder wetten nodig heeft: een open, vrije samenleving bestaat dankzij onze wetten en regels, niet des ondanks. Alleen een fictionele conservatief strijdt tegen de overheid omdat hij gelooft dat iedere beperking die overheid op legt onze vrijheid schaadt. Toch?

Top 5 beste films

Na een aantal toppen van beste muziek werd ik gister uitgedaagd tot een top van beste films. Eigenlijk best lastig. Maar na een analyse van mijn filmkast kwam ik tot deze top vijf in willekeurige volgorde:

1 Life Aquatic with Steve Zisou: de beste film van Wes Anderson die een aantal geniale absurdistische familiekomedies heeft geproduceerd allemaal over dysfunctionele familierelaties, dit keer met Cate Blanchett.
V for Vendetta: verily a fascinating film, focusing on a vilified victim, who vanquishes a violent veteran vice-roy. Een verfilming van een boek van Alan Moore, bewerkt door de Wachowski Brothers, met Stephen Fry. De beste superheldenfilm met een sterke politieke boodschap.
3 Charlie and the Chocolate Factory: het topwerk van Tim Burton, die in iedere film een gothische wereld schept vol met Duits Expressionistische invloeden. Dit keer weer met Johnny Depp en Helena Bonham Carter. Nu geheel met liedjes en een freaky snoepmaker.
The Two Towers: Eigenlijk kan je de triologie van Peter Jackson en J.J.R. Tolkien niet uit elkaar halen. Allemaal spelen ze in een prachtig gemaakte wereld. Maar Two Towers is toch echt de beste.
5 Jesus Christ Superstar: toch een musical in de top 5. En wel over het leven van Jesus in een modern jasje geheel met een vertwijfelde verlosser.

Op vallend voor wie mij kent: geen science fiction. Al met al vallen science fictions tegen met name omdat er geen ruimte is voor de politiek complexiteit of de grote, meeslepende plots, die ik zo waardeer.

2015

De verkiezingsuitslag van 2011 staat eigenlijk al min of meer vast: het PVV en D66 winnen veel. GroenLinks een beetje. De ChristenUnie, VVD, PvdD en SGP blijft stabiel. SP, CDA en PvdA verliezen. Maurice zegt het, de Barometer zegt het. Dat zit er dik in. Dan weten we de coalitie ook al: Roti: CDA/VVD/D66/GL. Het hervormingskabinet, dat de verzorgingsstaat hervormt, snijdt in de bestuurlijke vetlaag, en misschien ook nog wat doet voor het klimaat (of niet Helma?).

Dan is de interessantere vraag: wat is de uitslag van de verkiezingen van 2015? Hoe reageren kiezers op 4 jaar progressieve hervormingspolitiek? Regeren is halveren zeggen ze bij D66. Je hebt in elk geval de grote kans om kiezers te verliezen, als er een alternatief voor ze open staat.

  • CDA: De grootste partij van de coalitie staat nu op ongeveer 30 zetels in de peilingen. Houdt de premier-bonus vast. Het CDA verliest wel wat maar niet veel. Ik schat dat ze zo’n 25 zetels overhouden.
  • VVD: Heeft zo’n 21 zetels in de peilingen. De tweede partij van de coalitie. De rechtsbuiten. Grote concurrentie op rechts van de PVV. Ze houden zo’n 15 zetels over.
  • D66: staat op 19 zetels in de peilingen. Als progressieve centrum partij drukt het een grote stempel op het beleid. Toch is regeren halveren voor D66. 9 zetels blijven over.
  • GroenLinks: staat nu op 11 zetels in de peilingen. De linksbuiten va de coalitie. Grote concurrentie op links van de SP en PvdA. Regeren is ook halveren met onze linkse broeders in de oppositie: 6 zetels.
  • PVV: heeft nu 23 zetels. Grootste oppositie partij tegen een progressief kabinet met veel islamknuffelaars en klimaathysterici. Ze winnen zo’n 10 zetels van CDA’ers en VVD’ers voor wie het kabinet te progressief is: 33. De grootste partij.
  • PvdA: heeft nu 17 zetels over. Een kabinet sloopt wat de PvdA in de laatste 60 jaar heeft opgebouwd. Linkse D66′ers en GroenLinks’ers wijken uit naar de PvdA. De PvdA wint zo’ 13 zetels uit deze hoek: 30.
  • SP: heeft nu 16 zetels over. Wint wat zetels van oud-linkse GroenLinkers. Gaat naar 18.
  • ChristenUnie: heeft nu 6 zetels. Wint er eentje van conservatieve CDA’ers voor wie dit hyperliberale kabinet toch misschien net te ver gaat.
  • PvdD: staat op 3 zetels. Er zullen groene GroenLinks’ers zijn die uitwijken naar deze diepgroene partij als een kabinet waarin GroenLinks junior partner is niet groen genoeg is. Van 3 naar 5.

In 20105 valt het kabinet van 82 zetels naar 54 zetels. Regeren blijft verliezen.

De situatie wordt voor GroenLinks anders als de alternatieve keuze zijn opgenomen in het kabinet. In een kabinet van CDA, PvdA, D66 en GroenLinks kunnen GroenLinks’ers moeilijk uitwijken naar de klassieke progressief-linkse alternatieven. Maar dat is voor CDA en D66 weer niet acceptabel want dan zit de VVD weer niet in het kabinet, waar zij kiezers aan kwijt kunnen raken.

Filosofie in Den Haag

Hoe filosofisch is het Binnenhof? Enerzijds is politiek snel
en dynamisch, misschien is er geen ruimte om filosofen aan te halen. Anderzijds
zijn filosofen als Plato en Aristoteles nog altijd actueel, misschien kan hun
werk bij dragen bij de normatieve beslissingen die ze moeten nemen. Ik heb eens
gekeken welke filosofen regelmatig worden aangehaald door kamerleden in
debatten in de Eerste en de Tweede Kamer.

Naamloos3
En eerlijk gezegd valt het me alles mee. Ik heb tussen 1994
en 2008 147 references gevonden naar 26 politieke filosofen die ik als
bijzonder invloedrijk beschouw: The Greats zoals Plato, Locke en Rawls. De
meest gerefeerde filosoof is Marx. Hij wordt 28 keer aangehaald. Een groot deel
daarvan (8) is door GL-ers. Oud-PSP’ers Vendrik en Platvoet verwijzen beiden
een paar keer naar Marx. Daarop volgt het CDA (6) en VVD (5), die dat bijna
nooit in positieve zin doet. De SP opvallend weinig (2). Adam Smith wordt na
Marx het meest aangehaald (16 keer), met name door VVD’ers. Daarop volgt J.S.
Mill (11 keer), waar D66’ers (4)
vaak naar verwijzen. Het is opvallend dat het niet de klassieke filosofen zijn
maar negentiende eeuwse politieke economen die het meest genoemd worden. Dat
zal wel met name te maken hebben met de achtergrond van het denken van de PvdA,
D66 en de VVD. Thomas van Aquino (8) , Aristoteles (7), Calvijn (5) en
Augustinus (5) zijn met name populair met name onder het CDA, SGP en CU.

Naamloos2
De meeste verwijzingen komen uit de hoek van de PvdA (28), D66
(23), GL, CDA en VVD (18). Dit zijn echter grote fracties, die veel aan het
woord zijn. De meeste verwijzingen naar filosofen per kamerlid(jaar) komt uit
onverwachte hoek: de  CD (0,23), SGP
(0,21) en de ChristenUnie (0,13). Kars Veling, Van den Berg en Van der Vlies
zijn alle drie goed voor 4 verwijzingen. Weinig filosofisch ingesteld zijn, als
we het per kamerlid bekijken, het CD (0,02) en het CDA (0,02). Om nog maar te
zwijgen over de PVV of de LPF met nul verwijzingen.

Naamloos1Als een kamerlid een filosofische verwijzing maakt, komt dat
eigenlijk eens per persoon voor. Er zijn maar een aantal kamerleden die het
gemiddelde aantal verwijzingen per persoon om hoog krikken. Met stip op 1 staat
Boris van der Ham, die in zijn eentje goed is voor 10 verwijzingen. Hij
verwijst met name naar liberale grootheden als Spinoza en J.S. Mill. Een
recente nieuwjaarsboodschap verraadde wederom zijn filosofische orientatie.
Andere veel-verwijzers zijn PvdA senatoren Jurgens (6 met name Cicero) en
Witteveen (6 met name Aquinas) en minister Van Middelkoop (5).  Echter ook minister Bos (4, onder andere
een memorabele naar John Rawl
s) en CU-kamerlid Veling (4, met een maidenspeech
tegen Rawls) kunnen er wat van.

Ten slotte: de Eerste Kamer maakt zijn naam als chambre de
reflexion waar: terwijl er twee keer zoveel tweede als eerste kamerleden zijn,
komt toch 51% van de verwijzingen uit de Eerste Kamer. Het debat is hier
misschien toch beschouwender en filosofischer. Een discussie over de finer
point
s van Martha Nussbaum’s autonomiebegrip tussen senatoren Van Beeten en
Dupuis in een debat over dwangbehandeling kan in dit verband niet ongenoemd
worden.