Lijstjes

Dit is de tijd van lijstjes. Voor politieke junkies moeten is dit de tijd voor speculatie. Een interessant onderwerp is de samenstelling van de PvdA lijst. De onzekerheid over de grootte van de PvdA zorgt ervoor dat er grote run zal zijn op de eerste, zekere plekken bij de PvdA: voor ministers en kamerleden. Maar daarnaast moet er ook vernieuwing zijn. Ik verwacht na discussie met een paar politiek watchers op de #twist dat de eerste 10 van die lijst er ongeveer zo uit ziet:

  1. Wouter Bos – de onbetwiste leider van de PvdA staat natuurlijk op #1;
  2. Mariette Hamer – de fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer kan moeilijk op een andere plek dan #2;
  3. Ahmed Marcouch – een van de belangrijkste gezichten van de PvdA maar nu zonder werk. Daarom een logische keuze voor een vernieuwing;
  4. Gerdi Verbeet – de voorzitter van de Kamer is een van de meest prominente sociaal-democraten;
  5. Bert Koenders – minister van OS en prominente secondant van Wouter Bos in de kwestie Uruzgan;
  6. Nebahat Albayrak – een grote van #2 vier jaar geleden, maar toch een noodzakelijk gezicht van de diverse PvdA;
  7. Diederik Samsom – prominent kamerlid, een van de rode ingenieurs, die begin jaren ’00 de PvdA fractie vernieuwden;
  8. Jet Bussemaker – staatssecretaris van VWS komt voor de minister van WWI vanwege het man/vrouw/man/vrouw beleid van de PvdA;
  9. Eberhard van der Laan – twijfelt nog of hij door wilt, als hij dat wil is een hoge plek verzekerd;
  10. Sharon Dijksma – staatssecretaris van OCW en niet van zo’n top 10 lijstje af te slaan.

Weinig ruimte voor vernieuwing bij de top-10. En dan zijn nog niet eens alle staatssecretarissen op de lijst gezet (Timmermans, Heemskerk) of alle prominente rode ingenieurs (Dijsselbloem, Depla). Een ander nieuw gezicht dat ik nog verwacht op de lijst van de PvdA is Rene Cuperus.

Hoe zullen andere lijsten eruit zien? De D66-lijst zal bestaan uit prominente nieuwe gezichten, de CDA-lijst uit ministers en staatssecretarissen, de PVV-lijst lijst uit volslagen onbekenden. En de GL-lijst? Ik hoop een mengsel van vernieuwing uit sociale bewegingen en het lokaal bestuur en landelijke en lokale ervaring.

Wie zijn jullie?

Ik twitter nu al bijna vijf maanden. Dat heeft zo’n 501 tweets op geleverd over politiek, mijn persoonlijke beslommeringen en wetenschap. En 172 followers. Wat ik me soms afvraag is: waarom volgt u mij? Wie bent u? En waarom wilt u weten wat ik denk en doe?

Daarom vandaag een analyse van mijn 172 followers. Ik ben is even door mijn lijst met followers gegaan en heb een en ander over u gecodeerd. De koningin hoeft zich geen zorgen te maken: de meerderheid van mijn twitter followers kende ik al off line en spreek daar nu nog steeds meer of minder regelmatig. 51% om precies te zijn. Er is ook zekere reciprociteit tussen mij en mijn volgers: 65% van de mensen die mij volgt, volg ik ook. Iedereen die ik ken op twitter en mij volgt, volg ik ook. 14% van de volgers zijn dus echte virtuele contacten. 86% daarvan ken ik via GroenLinks. 11% uit mijn
contacten in het "Leidse", via de universiteit of de lokale politiek.
3% kende ik op een andere manier: familie etc.

En daarmee kom ik al meteen op het belangrijkste kenmerk: de politieke achtergrond van mijn volgers. 62% van mijn volgers spreekt een heldere politieke voorkeur uit op zijn profiel: 85% van diegenen die een politieke voorkeur heeft is GroenLinkser. Dat zegt wel wat over mijn virtuele gemeenschap. 6% is D66′er, 5% is PvdA’er en 2% is CU’er, 2% is VVD’er en 1% is CDA’er. 3% is lid van een buitenlandse Groene partij, bijna allemaal van Groen!. Al met al hebben mijn volgers een progressief groen links profiel. 4% van mijn volgers werkt in de journalistiek, met name rond het Binnenhof of het Leidse stadhuis. En alhoewel de wereld door het internet een steeds kleinere wordende global community is, is 96% van mijn volgers Nederland.

Maar 35%-49% van mijn eigen followers ken ik dus niet persoonlijk. Daar zitten individuen tussen waarvan ik niet begrijp waarom ze mij precies volgen, en allerlei organisaties, die mensen volgen die over debatten of politiek twitteren. Waarom die mij volgen begrijp ik dan ook niet helemaal.

Al met al is twitter niet een manier om in contact te komen met kiezers, wereldburgers of met onbekenden. Mijn twitter gemeenschap is een virtuele voortzetting van mijn echte contacten. Die is dus sterk georienteerd op Nederland, en specifieker op GroenLinks. Buiten GroenLinks zitten er wat Leidse contacten en politieke contacten in.

Voor zover de analyse van de vraagkant van mijn getwitter. Misschien dat binnenkort ook nog een analyse van mijn eigen aanbod van tweets volgt.

Formidable Opponent: Internet Bill of Rights

GroenLinks organiseerde een debat over
internetrechten
. Daar kwam eigenlijk maar een geluid uit de zaal en de panelleden: bescherm ons recht om al dan niet illegaal op het net anoniem te doen en laten wat willen. Dat lijkt me een wat eenzijdige analyse. Daarom vanavond toch nog een echt debat: drie perspectieven op internetrechten, volgens het format van Stephen Colbert’s Formidable Opponent: een gematigd liberaal perspectief, een radicaal-links perspectief en een recht-door-zee rechts perspectief.

In het debat stonden twee rechten centraal: de
burgerrechten (“civil rights”) en auteursrechten (“copy right”). Het internet creeert een nieuwe manier
om informatie te verspreiden tussen individuen. Films, muziek, digitale
spelletjes, teksten gaan over het internet als of het niets is. Op websites, via
peer to peer servers gaat informatie rond over het internet met reusachtige
hoeveelheden en onbegrijpelijke snelheden: en (bijna) allemaal illegaal. De muziekindustrie ziet hun afzet hierdoor dalen. Zij eisen actie van
de overheid tegen burgers die het auteursrecht in breken. Burgerrechten
moeten hiervoor op zij geschoven worden. En daar zit de crux: om het auteursrecht te
beschermen moeten onze burgerrechten beperkt worden. Dit is een typisch
geval van een conflict tussen fundamentele rechten: het recht op privacy
enerzijds en het recht op bezit anderzijds. Twee klassieke, negatieve rechten.
Moet de overheid bezit beschermen of het briefgeheim? Als iemand een gestolen
boek verstuurt via de post, mag je dan het postpakket openen? Als je weet dat
90% van de postpakket gestolen boeken bevat mag je dan alle postpakketten
openen? Kortom: welk recht telt zwaarder briefgeheim of bezit? Een moeilijke afweging.

Het is gemakkelijk om het debat in liberale termen van rechten te duiden, maar achter dit conflict tussen rechten ligt echter
een economisch machtverschil: tussen muziekbedrijven die hun winsten zien dalen
en burgers die op een gemakkelijke manier muziek, spelletjes, teksten en films
willen uit wisselen. Patenten en auteursrechten maken van bedrijven monopolieen.
Zij zijn de enigen die de “Alice in Wonderland” mogen verspreiden. Grote
machtige bedrijven en kleine burgers vinden zich tegenover elkaar. In een echte vrije markt is dat niet zo: niemand heeft het patent op aardappels. En dat iedereen aardappels kan maken maakt de markt echt vrij: concurrentie werkt alleen als er geen middelen zijn om concurrenten buiten de markt te houden. En zonder die concurrentie kunnen bedrijven hun prijs op leggen aan burgers. Het is aan de overheid om de economische macht van grote bedrijven te doorbreken.

Op het internet is misdaad heel gemakkeijk want het blijft maar virtueel en zeker voor zo iets onschuldigs als muziek zou het allemaal maar moeten mogen. Maar we hebben in dit land regels en die zijn er niet zonder reden. De muziekindustrie is een rare business op het plezier en vermaak van een grote groepen mensen, baseert een kleine mensen hun bestaan. Niet alleen secretaresses en schoonmakers maar ook juist ontwerpers en musici. Maar sommige mensen zijn te lui om een paar euro te betalen voor een CD, omdat het zo makkelijk is om het gratis te downloaden. En het is virtueel dus niet echt illegaal. In de virtuele wereld gelden andere regels: daar mogen we anoniem schelden, haatzaaien en stelen, dingen die we in de werkelijkheid niet durven. Maar in de echte wereld en de virtuele wereld gelden dezelfde wetten en regels. En die wetten en regels zijn er meten een reden: mensen zijn afhankelijk van de muziekindustrie voor hun reeele hebben en houden. En we moeten deze hardwerkende burgers beschermen tegen virtuele piraterij.

De paradox van de gemeenteraadsverkiezingen

De gemeenteraadsverkiezingen zullen voor veel journalisten,
politici en opiniemakers een dag van paradoxen zijn: zij zullen de
gemeenteraadsverkiezingen zien als een peiling voor de landelijke verkiezingen,
maar de lokale partijen zullen de grootste groepering in Nederlandse
gemeenteraden worden. Wat moeten we dan met deze uitslag: een landelijke
verkiezing een paar maanden voor de Tweede Kamerverkiezingen waarin juist
lokale groeperingen het grootste zullen worden. Hoe moeten we dit begrijpen?

De journalisten hebben gelijk: de gemeenteraadsverkiezingen
zijn de peiling voor de Tweede Kamerverkiezingen. Het moment voor kiezers om te
laten merken wie zijn willen dat de campagne gaat domineren. En zij zullen
massaal kiezen voor lokale politieke groeperingen. Waarom?

Het is eigenlijk heel simpel: de onvrede met de grootste
gevestigde partijen is groot. Het CDA en de PvdA hebben het voor veel kiezers
afgedaan. Landelijk vormen de PVV en D66 de belangrijkste vluchtheuvels voor
mensen die de middenkoers van CDA en PvdA niet bevalt. Echter in bijna geen
enkele gemeente doet de PVV voor mee. De kiezers gaan niet terug naar het CDA
maar zullen uitwijken naar lokale groeperingen, Trots op Nederland en de VVD. Lokale
groeperingen zoals Leefbaar Rotterdam of Leefbaar Leiden lijken eigenlijk erg
op de PVV: ook zij hebben een conservatieve orientatie. Ze willen hun stad
houden zoals die is. Geen ruimte voor “nieuwe” stadsbewoners, wat in Leiden dan
zowel over studenten als migranten gaat. De verkiezingen kunnen voor de PVV
alleen maar uitlopen op een deceptie. Ze kunnen het nooit zo goed doen als bij
de Europese verkiezingen. Tweede partij van het land. Nee Wilders mag blij zijn
als hij tweede wordt in Almere (of all places). Vanwege hun “onverwachte” winst
zullen twee partijen momentum op pakken: Trots op Nederland en de VVD. Maar
lokale groeperingen kunnen hier boven alles van profiteren: de ontevreden
conservatieve kiezer moet ergens naar toe.

Maar ook de ontevreden progressief heeft moeilijk kiezen.
D66 doet in lang niet alle gemeenten mee (242 van de ongeveer 400). In veel landelijke gebieden doen de
Democraten niet mee. Ook de progressieve kiezers moeten een kant op. Opnieuw
kunnen lokale politieke groeperingen de uitweg zijn: ze staan dichtbij de
burger en komen vaak op voor democratisch bestuur. De uitslag van D66 zal dus
altijd tegenvallen. Zeker in raadszetels: in kleine gemeenten zijn relatief
meer zetels te verdelen dan in grote gemeenten. Omdat grote gemeenten zijn
gebonden aan maxima en kleine gemeenten een minimum aantal zetels hebben. D66
kan nooit de geschapen verwachtingen waar maken. Mee spelen met de grote
jongens. Het blijft een stoel aan de kindertafel voor Alexander bij deze
verkiezingen.

Samen zullen de ontevreden progressieve en conservatieve
kiezers de lokale partijen het grootst maken. Een helder geluid aan Den Haag:
er is grote ontevredenheid onder de burgers over politieke koers van dit
land.

Speculeren … Speculeren … Speculeren …

Fisprtk_2Laatste stap, het formeren van een kabinet. Drie centrale feiten van de uitslag van de verkiezingen.  Er is een linkse meerderheid: grote electorale veranderingen betekenen niet dat de grootte van de blokken echt verandert. Het CDA blijft de grootste partij. Okay met een zetel maar wel de grootste partij en dat telt voor een machtspartij. D66 is de grootste winnaar. +17 zetels. En daarmee een grotere stijging dan oppositiepartijen PVV (+10), GL (+8) en VVD (+2).

Ligt de bal tijdens de formatie dus bij de centrum-rechtse CDA en liberale D66. Hun natuurlijke bondgenoot is de liberale, centrum-rechtse VVD. De partijen zullen het eens kunnen worden over bezuinigingsbeleid en hervormingen van de sociale zekerheid. Onenigheid ligt er op het gebied van milieu, integratie en buitenlands beleid daarbij bevindt D66 zich duidelijk links van CDA en VVD. Belangrijker nog: er is geen meerderheid (25+24+20 = 69).

Er is dus een vierde partij nodig:

  • ChristenUnie: betrokken, betrouwbaar ChristenUnie. Een winnaar. Heeft laten zien dat zij zich pragmatisch opstellen bij bezuinigingen, hervormingen en buitenland beleid. Op het gebied van milieu & integratie een bondgenoot van D66. Twee problemen: Op het gebied van cultuur en moraliteit staat de partij tegenover D66 en VVD en 77 zetels is een kleine meerderheid.
  • PvdA: in een tijd van crisis en onrust een nationaal kabinet met CDA/VVD/D66/PvdA misschien wel een baken van rust. Echter de kans op een hechting tussen PvdA en CDA zie ik niet snel gebeuren. Daarnaast is er onenigheid op alle themas: economie, milieu, integratie en buitenlands beleid. En de PvdA gaat echt heel erg verliezen.
  • Groenlinks: Met 85 zetels is een ruime meerderheid. En GroenLinks is een winnaar. Wordt het een coalitie van progressieve hervormers? GroenLinks heeft zich progressief pragmatisch getoond op sociaal-economische thema’s. Echter op het gebied van buitenlandse politiek zou het ongeloofwaardig zijn om in deze Atlantische coalitie te stappen. Maar er kan veel uitgeruild worden op het gebied van milieu.
  • De PVV: theoretisch mogelijk. Zal Wilders niet van plan zijn. Geen samenwerking met D66 mogelijk.
  • De SP: ook al in theorie mogelijk: de SP helpt rechts aan een meerderheid. Extreem onwaarschijnlijk

Meest waarschijnlijk: CDA/VVD/D66/CU. Een centrum-rechtse regering met een sociaal-groen randje. Grote mate van overeenstemming over koers van het land met name op het gebied van de economie. De kernthema’s voor de komende vier jaar. D66 heeft er voor integratie en milieu een pragmatische bondgenoot bij. Alleen symbolische culturele en ethische thema’s breken het kabinet echt op. Maar dat was bij Balkenende IV ook geen probleem. Enige nadeel is de kleine meerderheid: maar als mijn fispr een bias naar links heeft, zal zo’n centrum-rechtse waarschijnlijk een grotere meerderheid hebben.

Speculeren …. Speculeren …

Okay straks is het rompkabinet gevormd en zijn er mei/juni verkiezingen: hoe zal de campagne en de uitslag eruit zien? Een wilde gok van mijn kant. Ik heb gekeken naar de peilingen van Maurice en de Barometer die ik voor fispr bij houd en dan vervolgens de trends iets uitrekken en een gevoelsmatige fispr-correctie toe passen. Gewoon gokken dus.

De regering:

  • Jan Peter Balkenende blijft premier en leider van het CDA. Het CDA gaat een keiharde campagne tegen de PvdA voeren. Daar winnen ze zelf niets op maar verliest de PvdA wel van. Er is maar een strategie: het CDA moet weer de grootste worden.
  • Wouter Bos blijft leider van de PvdA, want er is geen alternatief. De
    PvdA gaat de klappen krijgen tijdens deze campagne. Net als in 2006. Er
    komt een CDA spin-machine op die Wouter Bos die deze week toch liet
    zien zijn politieke intuitie definitief verloren te hebben, volslagen
    uit het veld slaat.
  • Andre Rouvoet heeft geprobeerd wat hij kon en de ChristenUnie komt nu over als betrouwbaar en bestuurlijk. Een pre voor Christelijk Nederland.

De oppositie:

  • De SP spint hier geen garen bij. De partij heeft geen aansprekende leider. Het aggressieve optreden van Kant breekt de partij op. Jan Marijnissen keert niet terug
  • De VVD is van de lachende derden: als het CDA en de PvdA elkaar het hoofd in slaan zal Rutte een echter alternatief worden. Binnen de VVD zal er druk gespeculeerd worden over kandidaatpremiers.
  • Voor D66 komt de verkiezingen op het juiste moment. D66 dreigde te vroeg te pieken en liep terug in de peilingen. De partij kan nu nog iets van haar momentum vast houden.
  • Uiteraard zijn er mogelijkheden voor de PVV. Politiek cynisme neemt toe. Maar de peilingen voor de PVV zijn structuur te hoog om drie redenen: 1) het VVD zal een alternatief worden als leidende regeringspartij, voor seculier rechts komt de machtsvraag op; 2) politiek cynische kiezers stemmen niet; en 3) er is een Verdonk effect.
  • Trots op Nederland zal momentum krijgen vanuit de lokale verkiezingen. De lokale verkiezingen worden de peiling voor de landelijke verkiezingen. Verdonk gaat het (veel) beter doen dan verwacht omdat PVV stemmers voor haar partij zullen gaan. En dan krijgt ze momentum.
  • De SGP is een toonbeeld van stabiliteit in onrustige tijden.
  • Thieme doet het goed, maar dierenrechtenof milieu worden absoluut geen thema tijdens de verkiezingen.
  • En ten slotte GroenLinks: Halsema wordt nu oppositieleider genoemd. Er is een momentum  sinds Halsema aankondigde door te gaan. Dit kunnen de verkiezingen voor Halsema, GroenLinks en progressieve, groene en sociale politiek.

Fisprtk_2

Dat leidt tot de volgende uitslag:

  • De PvdA houdt 15 zetels van de 33. De partij heeft gebroken, heeft zwakke ministers, zal een campagne tegenover zich krijgen en Wouter Bos heeft donderdag in de Tweede Kamer laten zien zijn politiek gevoel absoluut kwijt te zijn. Dit is wel het absolute dieptepunt voor de PvdA.
  • De SP valt ook van 25 naar 14. Alle ruimte voor een gang om hoog met een nieuwe leider, maar Kant is niet de betrouwbare leider die partij nu nodig heeft.
  • De VVD wint licht twee zetels. Er is meer ruimte als de VVD een betrouwbare bestuurder als premier naar voren gaat schuiven. Neelie Kroes
  • Het CDA gaat vallen van 41 naar 25 zetels. Maar ze blijven de grootste partij en het CDA weet heel goed dat dat het enige is wat telt.
  • Partij voor de Dieren staat permanent op drie zetels in alle peilingen. Ik gun ze ze.
  • De PVV gaat stijgen: meer dan verdubbelen +10. Minder dan de peilingen nu.
  • D66 maakt de grootste comeback sinds Lazarus. Voor de derde keer (1981, 1994) in de geschiedenis van de partij gaan ze winnen terwijl ze de periode daarvoor er penibel voor stonden.
  • De CU wint licht twee zetels.
  • Trots op Nederland zal momentum krijgen, maar misschien is het too little too late. Ik zeg nu vier. Maar ik hoop meer omdat dan de PVV kleiner zal worden.
  • En ten slotte: GroenLinks. Er ligt alle mogelijkheid voor een linkse lente. Ik schat nu 16 zetels. Grootste partij van klassiek links. Beste uitslag in de geschiedenis van de partij. Hoger gaat het niet worden.


Speculeren …

Kabinet gevallen. Na een week lang crisis is het Nederlandse kabinet gevallen. Ik blijf bij mijn stelling dat de oorzaak ligt in een diepgrondig en historisch onvermogen van Christen- en sociaal-democraten om met elkaar te regeren. Maar belangrijker dan achteruit kijken is vooruit kijken.

Nu het kabinet is gevallen zal er een rompkabinet geformeerd worden om de verkiezingen voor te bereiden. 6 van de 16 ministers is vertrokken. Die portefeuille moeten worden overgenomen. De truc bij het vorige kabinet was om de portefeuilles over te laten nemen door zittende ministers. Hoe zal dat nu gaan.

Er zijn 6 ministers vacatures, waarvan 2 minister zonder portefeuille. (En 6 staatssecretarisportefeuilles). Het model dat mij het meest logisch lijkt, is dat de ministers zonder portefeuille worden terug gehecht aan hun ministerie en dat staatssecretarissen als minister benoemd worden. Dat levert het volgende beeld op:

  • Financien gaat naar CDA staatssecretaris De Jager, die heeft een hele sterke reputatie op gebouwd in de laatste jaren;
  • BZK gaat naar de ChristenUnie minister Rouvoet, J&G wordt terug gelegd bij Klink (VWS, CDA) en Rouvoet krijgt tijdelijk een zwaardere portefeuille;
  • OCW gaat naar Bijsterveld (CDA), niet de sterkste staatssecretaris maar wel een macht binnen het CDA;
  • VROM gaat naar Huizinga (V&W, CU) weer niet de sterkste staatssecretaris met een verzwaarde portefeuille, maar ook de ChristenUnie heeft recht op een slice of the cake.
  • WWI & OS worden opgeheven en gaan naar hun respectievelijke hoofdministeries (BuZa en VROM).

Er zijn allerlei problemen met dit model: er komen een aantal zeer zware ministeries (VWS, VROM & BuZa) waar er geen staatssecretarissen meer zijn. Er komen ook staatssecretarissen op zware ministersposten (Fin, OCW & VROM).

Een andere oplossing is een zwaardere reshuffle, waarbij minister zonder portefeuille blijven bestaan en lichtere posten van buiten de kamer worden benoemd, bijvoorbeeld:

  • Klink (CDA, min. VWS) naar Fin en dan Rouvoet (CDA, mzp J&G) naar VWS;
  • Van der Hoeven (CDA, min. EZ) naar terug OCW en dan De Jager (CDA, staats. Fin) naar EZ;
  • Van der Knaap (CDA, burgemeester Ede, vertrouweling Balkenende) naar BZK
  • Spies (CDA, TK) naar VROM
  • Van Ardenne (CDA, voormalig minister OS) naar OS
  • Geluk (CDA, voormalig wethouder R’dam) WWI
  • Wiegman (CU, TK) naar J&G

Maar daarbij wordt de speculatie steeds minder gecontroleerd.

   

Ability to Govern

Het kabinet zwalkt
van crisis naar crisis: van een Irakcrisis woensdag naar een Afghanistancrisis
donderdag. De regeringspartijen liggen mijlenver uit elkaar. Het is een goede
reden om je zorgen te maken over de toekomst van Nederland. Twee kanttekeningen
vanuit historisch en vergelijkend perspectief.

In heel Europa
zijn er kabinetten van centrum. En in heel Europa worden deze kabinetten
gekenmerkt door interne conflicten en instabiliteit. Ze zijn niet tot regeren
in staat. Denk maar aan het huidige kabinet Leterme in Belgie. Een breed
kabinet dat niet in staat is Belgie economisch of institutioneel te hervormen.
Of het kabinet-Merkel II in Duitsland: nadat Merkel’s Christen-democraten zich
van de sociaal-democraten hadden los gemaakt en konden gaan regeren met hun
natuurlijke bondgenoten de liberalen lukte ook dat niet: onenigheid over de
economische koers van dit land
. Of de kabinet-Faymann in Oosterrijk waar
Christen-democraten en sociaal-democraten tot elkaar veroordeeld zijn omdat men
niet met extreem rechts wil regeren. Al deze kabinetten van het centrum zijn
niet in staat om ook maar iets te hervormen.

Voor veel
politicologen is dit een opmerkelijk fenomeen: de partijen in het centrum
zouden qua programma zoveel op elkaar zijn gaan lijken dat ze 1) makkelijk met
elkaar kunnen gaan regeren en 2) met elkaar wedijveren over hun "ability to govern", niet meer over standpunten, maar over het vermogen om dingen te bereiken zo stelt Peter Mair. Maar
al deze centrumcoalities worden gebroken door interne, inhoudelijke conflicten
en zijn daardoor niet in staat om echt te regeren. De versterkte competitie op
de flanken van populistisch rechts en populistisch links speelt daar misschien
een rol in. De strijd om
de kiezer wordt harder en lijkt niet meer beperkt tot de verkiezingen. Tijd om
rustig te regeren en compromissen uit te werken is er niet. Het is een waanidee
om te denken dat partijen in het huidige tijdperk 1) geen inhoudelijke
verschillen meer hebben en 2) ook maar enigszins instaat zijn om zich neer te
zetten als organisaties van staatslieden.

Want eigenlijk
mag de permanente crisis van dit kabinet niemand iets verbazen: al meer dan 50
jaar betekent een kabinet van sociaal-democraten en Christen-democraten een
vechtkabinet: het derde kabinet-Drees (1956-1958) werd gekenmerkt door
voortdurende spanningen tussen KVP en PvdA. Het kortstondige kabinet-Cals
(1965-1967) viel in de Nacht van Schmelzer. Het kabinet-Den Uyl (1972-1977) was
een klassiek vechtkabinet tussen de progressieven en de Christen-democraten, dat
op een haar na de verkiezingen niet haalde. De relatie tussen Van Agt (CDA) en
Den Uyl (PvdA) was zo slecht dat het kabinet-Van Agt II (1981-1982) het nog
geen jaar volhield. Daarop volgde het derde kabinet-Lubbers (1989-1994). Dat
haalde de eindstreep wel, maar zowel de PvdA als het CDA waren geplaagd door
interne en onderlinge conflicten. En nu dus het kabinet-Balkenende IV
(2006-201?).

Historici
richtten zich vaak op persoonlijke conflicten tussen politieke leiders. Van Agt en Den Uyl konden elkaar niet
uitstaan. Balkenende en Bos elkaar ook niet. Er is echter misschien wel een
fundamentelere reden: het CDA en de PvdA staan voor twee heel andere toekomstvisies.
Van centrum-links en centrum-rechts. Progressief en conservatief. Zij zijn het
fundamenteel oneens over de koers van Nederland. Vaak zijn conflicten van
sociaal-economische aard, maar nu spitsen de conflicten zich op buitenlandse
politiek: tussen een Atlantische en meer onafhankelijke koers. En valt het niet over Irak of Afghanistan dan worden het de grootschalige bezuinigingen. Waarin kabinetten
van Christen-democraten en liberalen men het eigenlijk wel eens is over de
koers, zowel economisch en buitenlandpolitiek, staan de sociaal-democraten en
de Christen-democraten mijlenver uit elkaar.

Maar zolang de
flanken in de politiek groeien, worden de gevestigde centrumpartijen gedwongen
om met elkaar samen te werken. Hier in Nederland maar ook in de rest van
Europa. Kabinetten die het met elkaar oneens zijn over de koers van Nederland
en die onder sterke druk staan om hun verschillen te laten zien.

Een laatste
opmerking: moet je als GroenLinks in zo’n tijdperk per se willen gaan regeren? Regeren
betekent in het huidige tijdperk vechten met je coalitiepartners onder permanente hoon van de
oppositie. Toch is mijn antwoord is "ja". Maar wel onder een voorwaarde: geen regenboogkabinet
dat het eigenlijk oneens is over de toekomst van Nederland. Een niet in een
kabinet stappen met het CDA dat je zo een mes in je rug zet. Voor de
verkiezingen een progressieve en sociale coalitie stichten van partijen die het
eens zijn over een basisprogramma en dan een meerderheid van de kiezers zoeken. In Denenmarken,
Zweden en Noorwegen lukt het, in mijn ogen, een stuk beter om in tijden van
polarisatie te regeren: namelijk in elkaar afwisselende coalities van links en
rechts.

Stem Terug, neem je folder terug!

Wederom voelde een lokale partij de noodzaak om zich niets aan te trekken van mijn nee-nee stikker. Moet daar een reactie op komen?

"Geachte creatieve denkers en doeners,

Vanavond vond ik een pamflet van uw "netwerk van creatiever denkers en doeners", die meedoen aan de lokale verkiezingen, in mijn brievenbus. In uw vlugschrift beschrijft u uw sympathieke uitgangspunten en ideeen voor de stad. Uw pleidooi voor een groene en duurzame stad en voor een democratische en vrije stad spreken mij in het bijzonder aan. U zegt op te willen komen voor een stad die draait op groene energie en loopt op openbaar vervoer. En voor een stad waarin burgerlijke vrijheden beschermd worden en democratische invloed van burgers wordt bevorderd. Uw folder is meertalig, iets wat ik zeer kan waarderen in het huidige benauwde politieke klimaat en een tijd van algehele culturele verarming. Stem Terug lijkt me inderdaad een netwerk van creatieve denkers met mooie idealen.

Echter uw creatieve doen staat in groot contrast met uw idealen. Ik heb als burger ervoor gekozen een "nee-nee"-sticker op mijn brievenbus te doen. En toch voelde een lid van uw netwerk, zo’n creatieve doener, de noodzaak om een exemplaar van uw vluchtschrift ongeaddresseerd in mijn brievenbus te doen. Reden voor mij om mij zorgen te maken of u wel staat voor de idealen waarvoor u zegt te staan.
Ik heb een "nee-nee"-sticker juist omdat ik mij zorgen maak over de steeds verder groeiende afvalberg en de steeds verdergaande ontbossing. De "nee-nee"-sticker is een van de manieren waarop ik vorm geef aan mijn groene idealen. Groene idealen waarvan ik dacht dat uw netwerk en ik die deelden. Deze worden door uw handelen met voeten getreden. Voor een "Do It Yourself"-mentaliteit van groene burgers heeft uw netwerk geen oog. Helaas.
U schrijft een "Big Brother-samenleving" af te wijzen. De overheid moet respect tonen voor de rechten en vrijheden van burgers. Ik ben zelf ook zeer gesteld op mijn privacy. Ik wil geen onnodige inbreuken op mijn prive-sfeer. Een "Big Network of Creative Thinkers and Do-ers"-samenleving lijkt u echter niet te vrezen. De overheid mag dan wel geen inbreuk doen op mijn prive-sfeer, de overheid mag dan wel niet ingaan tegen mijn wensen als burger, Uw creatieve netwerk van denkers en doeners hoeft zich niets aan te trekken van de vrijheden en wensen van burgers. U lijkt te zeggen: "U wilt geen ongeaddresseerd drukwerk? Ons netwerk weet wel beter! We hoeven ons niets aan te trekken van uw voorkeuren." Weinig consequent in mijn ogen.
Al met al lijkt Stem Terug, als netwerk van creatieve doeners weinig op te hebben met de idealen van het netwerk van creatieve denkers.

Daarom maak ik mij zorgen: ik deel uw groene en progressieve idealen. Ook ik ben ontevreden over de lokale politiek en wil daar verandering in brengen. Maar zoals bij zoveel gevestigde partijen – excuses netwerken van creatieve denkers en doeners – stroken uw woorden en uw handelingen niet met elkaar. Wat moet ik als kiezer doen? Waar moet ik met mijn onvrede en idealen naartoe, als u zelfs voordat u in de raad zit zich gedraagd als een arrogante machtspartij die zich niets aantrekt van de wensen van de burger en haar eigen programma?

Met groene en progressieve groet,

Simon Otjes"

The West Wing of the House of Cards

Ik twitterde er al over "House of Cards". Het combineert het inzicht in de politiek van "The West Wing" met het harde cynische machiavellisme van de echte politiek.

De serie beschrijft de politieke carriere van de Britse politicus Francis Urquhart (FU). Hij begint als Chief Whip van de regerende Tories. Hij lijkt een betrouwbare, integere man. Iemand die in de achterkamertjes de zaken voor de Conservatieven organiseert. Hij is echter door en door ambitieus, dol op macht, en wraakzuchtig, als een Shakespeareaans karakter. Hij wil premier worden. En daarvoor zet hij alles in: hij laat de huidige premier vallen. En elimineert dan alle mogelijke opvolgers tot dat de partij bij hem moet uit komen om hem te vragen als premier. Iets wat hij zo genaamd slechts aan neemt onder grote druk.Achter ieder Shakespeareaans karakter staat een manipulatieve vrouw. Elizabeth staat haar man in alles bij en staat hem toe seks te gebruiken als een wapen. Om zijn eigen betrokkenheid uit te wissen, liegt en bedriegt hij. En vermoordt hij twee mensen. Dan wordt hij als premier geinstalleerd.

Het eerste van drie series heb ik net achter de rug. Een uitermate spannend plot. De eerste drie afleveringen (van vier) zijn echt fascinerend. Backroom politics, de band tussen politiek en media, de verlokking van de macht en de corrumperende werking van ambitie. Maar in het vierde deel brengt Urquhart twee mensen om. De ene, een drugsverslaafde PR man, die eigenlijk dood wil. Hij vergiftigt hem. Een act of mercy. De ander is Urquhart’s geliefde een journalist die er langszaam achter komt dat de door haar zo bewonderde politicus een gevaarlijke moordenaar is. Urquhart gooit haar van het parlementsgebouw. Dat was voor mij wel een beetje het jumping the shark moment. Een stap te ver. Hij had haar op zoveel manieren kunnen ruineren zonder haar zelf met zijn eigen handen van een gebouw te gooien. Dat gaat wel echt iets te ver. Gelukkig wordt Urquhart aan het begin van de tweede serie achter volgt door het kwaad van zijn daad.

Nu maar kijken hoe de rest van de serie eruit ziet. Misschien minder idealistisch dan The West Wing. Uruquhart is geen liberale softie maar een keiharde conservatieve hard-liner. In vergelijking met The West Wing zit er meer politiek conflict en met name meer persoonlijke ambitie in de serie. Machiavelli in London. En daarmee is de serie misschien wel een stuk realistischer.