Over Fracties, Portefeuilles en Lijsten

Er wordt op plekken gemord over de GroenLinks lijst: te weinig homo’s, te weinig juristen, maar een groene kandidaat. Maar hoe groot is de problemen? Kunnen we iets zeggen over de portefeuille verdeling? Laten we er eens vanuit gaan dat GroenLinks 10 zetels haalt. En dan eens afleiden hoe de portefeuilles worden verdeeld.

Ik ga in drie ronden kijken: eerst wat zouden de voorkeursportefeuilles zijn van de kandidaten? Wat zijn de prioriteiten van GroenLinks? En dan hoe zijn die in en over elkaar heen te leggen?

  1. Femke Halsema: fractievoorzitter en generalist. Als ze een portefeuille moet oppakken, heeft ze een voorkeur voor morele vraagstukken en bestuurlijke vernieuwing.
  2. Jolande Sap: op dit moment woordvoerder financien, AOW en VWS. Deed met name zorg in de programmacommissie.
  3. Tofik Dibi: op dit moment woordvoerder Dierenwelzijn & Landbouw, Integratie, Jeugd & Gezin, en Onderwijs
    & Wetenschappen.
  4. Mariko Peters: op dit moment woordvoerder Buitenlandse Zaken, Cultuur en Media, Defensie en Europese Zaken, nieuw bezig met het onderwerp "digitale burgerrechten."
  5. Ineke Van Gent: profileerde zich op het congres als een generalist die ieder onderwerp kan oppakken, doet nu: Binnenlandse zaken, Emancipatie, Kinderopvang,
    Nederlands-Antilliaans/Arubaanse Zaken, Openbaar Vervoer, Ruimtelijke
    Ordening, Sociale Zaken & Werkgelegenheid en Volkshuisvesting. Het is een hele waslijst
  6. Liesbeth van Tongeren: de eerste groene kandidaat, zou in een kleine fractie het hele onderwerp groen kunnen doen.
  7. Jesse Klaver: Voorzitter van CNV-jong, zit met name op sociaal-economische onderwerpen. Deed met name werk & inkomen in de programmacommissie
  8. Bruno Braakhuis: Bankier, bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen, zit met name op het verduurzamen van de economie en het bankenstelsel.
  9. Arjan El Fassed: "diplomaat voor mensenrechten", werkzaam bij OxFam, zit dus met name in de buitenland/OS-hoek.
  10. Linda Voortman: oud-raadslid in Groningen (portefeuille o.a. huisvesting en ruimtelijke ordening), vroeger actief in de LSVb nu bij de FNV.

Hoe zou de perfecte portefeuille verdeling eruit zien? Wat zijn de prioriteiten van GroenLinks? Het programma zegt daar iets over. Het heeft negen hoofdstukken, die de inhoudelijke orientatie van GroenLinks weergeeft? Voeg daar een een fractievoorzitter aan toe en je hebt een fractie van 10 leden.

  1. Nederland Wereldland: buitenlandse zaken, internationale economie, ontwikkelingssamenwerking en defensie.
  2. Groene economie: klimaat, natuur, energie en landbouw
  3. Werk voor Iedereen: werk, inkomen & vrije tijd
  4. Meer onderwijs: onderwijs & wetenschap
  5. Ruimte om te leven: verkeer, huisvesting, ruimtelijke ordening
  6. Regie over zorg: zorg
  7. Vrijzinnig samenleven: rechtsstaat, cultuur, digitale burgerrechten, integratie, migratie
  8. Beter bestuur: Europa, democratisering, overheidsmanagement
  9. Solide en Solidair: financien

1:1 gaat het nooit overlappen, maar er zit wel ruimte in om te kijken hoe we deze twee lijsten zo goed mogelijk met elkaar kunnen laten rijmen.

  1. Femke Halsema: fractievoorzitter met een kleine portefeuille, zoals bestuurlijke vernieuwing
  2. Jolande Sap: vice-fractievoorzitter heeft alle tijd om zich te focussen op financien met een deel van zorg en AOW (vergrijzingsdiscussie).
  3. Tofik Dibi: blijft naar ik verwacht onderwijs, jeugd & integratie doen.
  4. Mariko Peters: wordt de justitiewoordvoerder (inclusief migratie & digitale agenda) misschien in combinatie met defensie.
  5. Ineke van Gent: harde werker die de restjes doet zorg, emancipatie, binnenlandse zaken en Nederlandse Antillen. Wordt daarnaast voorzitter van een commissie, lid van het presidium en fractiesecretaris.
  6. Liesbeth van Tongeren: krijgt de diepgroene portefeuille, energie & klimaat en landbouw, dierenrechten & natuur.
  7. Jesse Klaver: krijgt een deel van de werk & inkomen-portefeuille, voor zover die niet door Van Gent of Sap geclaimed worden.
  8. Bruno Braakhuis: krijgt een deel van financieel-economische portefeuille waar het gaat om het vergroenen van de economie, innovatie en internationale financien.
  9. Arjan El Fassed: krijgt de internationale portefeuille, ontwikkelingssamenwerking en Europese samenwerking.
  10. Linda Voortman: krijgt de groen-rode portefeuille, ruimtelijke ordening, verkeer & huisvesting.

Een geslaagd team in mijn ogen: groen, sociaal en open. De lijst toont drie dingen:

  • Je hoeft je niet als groen te profileren om op een groene portefeuille te passen. In mijn ogen valt de ideale groene boodschap van GroenLinks in drie delen uiteen: biologische landbouw & landschap, groene energie & innovatie, en openbaar vervoer & huisvesting. De eerste portefeuille is diepgroen, maar de tweede portefeuille gaat om een vrijzinnig groen verhaal in lijn met "leve de EKOnomie" en de derde portefeuille is een rood groen verhaal, dat gaat over het verbinden van sociale en groene doelstellingen in bijvoorbeeld lagere woonkosten door isolatie.
  • Met twee financieel onderlegde woordvoerders en drie vakbondsmensen in de top #10 is GroenLinks goed voorbereid op de aankomende discussie over de toekomst van de verzorgingsstaat en de komende bezuinigingen. Daar zullen de komende campagne en de komende vier jaar over gaan. Het congres en de commissie hebben duidelijk gekozen voor GroenLinks als progressief-sociale hervormingspartij.
  • De komende fractie is het zwaktst waar het gaat om de vrijzinnige agenda. Deze werd in het programma al in een hoofdstuk geduwd: migratie & integratie, burgerrechten & cultuur. Peters zal dit voor een deel moeten doen, in combinatie met haar passie voor Afghanistan, en Dibi zal ons gezicht blijven in de integratiediscussie. Maar juist hier missen, bij nadere analyse, de nieuwe gezichten.

Links, Rechts en Premier Cohen

LrjDe peilingen, zowel van fingerspitzenprognose van
Maurice de Hond
als de Politieke Barometer
laten in het laatste half jaar grote veranderingen in het electoraat
zien. Het Job effect domineert in de laatste weken: hierboven zie je hoe
in een soort poll of polls (het gemiddelde van De Hond en de Barometer)
de PvdA omhoog springt na maanden van relatieve stabiliteit. Cohen
heeft grote kans om premier te worden denkt men. Yes, We
Cohen!
was de boodschap van het PvdA
congres
. Echter als je goed kijkt naar de patronen die onder de
peilingen liggen, is de kans klein dat Cohen premier wordt.

Lrc
Als we de uitslagen van de verschillende partijen op elkaar leggen in
plaats van naast elkaar vergelijken wordt het al duidelijk dat er een
grote mate van stabiliteit is tussen blokken. Wat de PvdA in de laatste
weken heeft gewonnen lijken andere linkse partijen te zijn verloren.
Maar even zo zeer: wat de VVD wint wordt verloren door het CDA en de
PVV. De Nederlandse politiek lijkt verdeeld te zijn in twee stabiele
min-of-meer even grote blokken. Een linkerblok en een rechterblok. Bij
de verkiezingen van 2006 haalde dat linkse blok 76 zetels. In de
prognose van De Hond en de barometer staan dit blok op 73
respectievelijk 74 zetels. Dat is in vergelijking met al het
peilingsgeweld dat we voortdurend zien een redelijk rustig beeld.

Dit
alles hangt natuurlijk af van je definitie van links en rechts. Ik zou
links willen definieren als de generaal
pardon
-meerderheid van 2006. Het generaal pardon is echt een
typisch issue voor wat links sinds ongeveer 2002 inhoudt: het opnemen
voor asielzoekers en niet meteen iedere migrant als een misdadiger zien.
Hier zitten elementen in van traditioneel links in (het opnemen voor
zwakkeren in de samenleving) maar ook van progressief/tolerant links
(het open staan voor migranten). Dan bestaat links uit de PvdA, de SP,
GL, D66, de CU en de PvdD. En rechts dus uit Wilders, Verdonk, de SGP,
de VVD en het CDA. We kunnen debateren over de vraag of de CU wel echt
tot links gerekend kan worden, maar die partij is de peilingen in het
laatste half jaar zo stabiel geweest dat het weinig uitmaakt.

En zo kan het dus gebeuren dat met
alle gebeurtenissen van de laatste zes maanden: de val van het kabinet,
de wisseling van de wacht bij de SGP, de SP en de PvdA, het Job-effect
en het verminderen van de Pechtold-bonus, de zoveelste Wilders-hype en
de Balkenende-moeiheid die Nederland langszaam bekruipt, dat de blokken
min of meer even groot blijven, zoals je in het figuur hierboven heel
duidelijk kan zien. Alhoewel de uitslag soms iets wisselt is het
ongeveer 50% links en 50% rechts.

Jrc3
Electorale verschuiving lijken
zich dus grotendeels binnen het linkse c.q. het rechts blok voor te
doen: wat de VVD wint verliest het CDA. Het kan overigens nog complexer:
wat de ene partij van het ene blok verliest maakt een andere partij uit
dat blok goed. Zo zal de D66 ongetwijfeld ook wat zetels zijn kwijt
geraakt aan de VVD. Maar PvdA heeft dat goed gemaakt door ook zetels te
winnen van de CDA.

Dit fenomeen is overigens niet mijn observatie
voor deze ene casus: Peter Mair,
professor vergelijkende politiek in Florence stelt dat dit fenomeen zich
sinds de jaren ’50 in heel West-Europa voortdoet. Alhoewel er grote
wisselingen zijn geweest tussen allerlei partijen, blijft de verdeling
tussen links en rechts in veel landen grofweg het zelfde is.

We
kunnen hier drie centrale conclusies uit trekken:

Ten eerste:
laten we ophouden over een linkse
coalitie
. Die haalt nooit een stabiele meerderheid. Als we zelfs
D66, de PvdD en de ChristenUnie tot "links" rekenen dan is er op
momenten een meerderheid van maar een paar zetels. De spectaculaire
groei van de PvdA in de laatste peilingen is gepaard gegaan met een
daling van de andere linkse partijen. Ook historisch gezien komt links
in Nederland nooit ver boven die 50% uit. Coalities in Nederland zijn
altijd coalities van links en van rechts, of van rechts. Halsema, Roemer
en Cohen kunnen nog zo veel koffie met elkaar drinken, daar komt geen
verandering in.

Ten tweede, omdat er geen linkse meerderheid is,
is het mogelijk dat de PvdA de grootste partij wordt maar dat er zonder
haar een coalitie kan worden gevormd van centrum-rechtse en
centrum-linkse partijen. Al dat gedroom over Premier
Cohen
of Paars
Plus
ten spijt, kiezen de centrum-rechtse partijen "niet
dan bij uiterste noodzaak
" ervoor een coalitie met de PvdA te
vormen. Dat de PvdA misschien de grootste partij is of de meest logische
keuze heeft daar niets mee te maken: denk maar aan 2003
toen er een mogelijkheid met D66 open lag die CDA en VVD gretig
aangrepen. Er zijn genoeg punten om te breken tussen PvdA en CDA, of
PvdA en VVD en genoeg overeenstemming tussen VVD en CDA om regering met
de PvdA onwaarschijnlijk te maken.

Maar er is geen meerderheid van
VVD en CDA met elkaar. Daar zijn meer partijen bij nodig. Samen halen
de twee centrum-rechtse partijen in de laatste peilingen zo’n 57 zetels.
19 zetels moeten erbij komen voor een meerderheid. D66 en de
ChristenUnie zouden de meest logische voorkeurspartners vormen:
flexibele, pragmatische partijen die het idee delen dat de Nederlandse
publieke sector moet worden hervormd. Een partij die dicht bij het CDA
staat en een partij die dicht bij de VVD staat. En samen zijn die in de
laatste peilingen goed voor precies 20 zetels. Zolang de mogelijkheid
CDA/VVD/D66/CU open blijft, kan Cohen nog zo groot groeien, maar premier
wordt hij toch niet.

Anderman’s lijstjes

5 dagen na de val van het kabinet twitterde ik met @DiederiktenCate over de samenstelling van de PvdA-lijst. Nu is de lijst bekend gemaakt. En we zaten er eerlijk gezegd niet heel erg ver af van wat het uiteindelijk werd.

  1. Voor #1 voorspelden we Bos, maar het werd Cohen. Niemand wist toen dat er gewisseld zou worden in de partijtop van de PvdA.
  2. Diederik voorspelde Hamer op #2 en Albayrak op #4. Dat is nu net andersom. Ik hield het vager: Albayrak op #2 of of #4.
  3. Ik zette Van der Laan op #3 en verwachtte dat Plasterk niet terug zou keren op een lijst. Het werd net andersom.
  4. Zie #2.
  5. Ik zette Samsom, de andere kandidaat fractievoorzitter, op #5 maar het werd de vice-fractievoorzitter Dijsselbloem.
  6. We voorspelden Klijnsma op #6. Klopt!
  7. We dachten toen nog dat Koenders door zou gaan in de politiek maar hij werd nu vervangen door onze #5 Samsom.
  8. We zetten Dijksma op #8 en Verbeet op #10. Dat werd andersom. Dankzij Diederik overigens, ik had eerst Cramer op #8 gezet.
  9. Diederik zette Timmermans op #9. Klopt!
  10. Zie #8
  11. Diederik zette Dijsselbloem op #11 maar de partij zette hem op #5. Het werd Spekman.
  12. Het was laat en deze hadden we niet gedaan
  13. Diederik zette Van Dam terecht op #13.

Alhoewel we dachten dat we de lijst met meer informatie over moesten doen, zaten we er eerlijk gezegd best wel dicht bij. Eerlijk gezegd had ik bijvoorbeeld verwacht dat Marcouch een hogere plek zou krijgen dan #15.

Van de 12 hadden we er 3 (Timmermans, Van Dam en Klijnsma) precies goed. Hadden we twee koppels om gewisseld  (Albayrak/Hamer en Dijksma/Verbeet). Bij drie kandidaten zaten we er helemaal naast want die kwamen niet op een lijst (Cohen, Van der Laan en Koenders). En bij de twee laatste plekken zaten we "in de richting".

Post-Convention Spin III: Lijstjes

Ik had voor het congres een voorspelling gedaan over de samenstelling van de lijst. In een ding had ik gelijk. Het werd in veel opzichten een tombola, waar kandidaten plekken lang werden voortgeschoven. 

  1. Femke Halsema – zij is inderdaad Albanees herkozen.

  2. Jolande Sap – GroenLinks kon kiezen tussen een groen, sociaal, tolerant of kosmopolitisch kamerlid. Het werd sociaal.
  3. Tofik Dibi – Ik voorspelde dat de groene stem nog wel eens probleem kon krijgen en dat was inderdaad het geval. Samen waren de twee Groene kandidaten ongeveer even goed als de kandidaten die door stroomde naar de tweede ronde, individueel bungelden ze onderaan en konden ze dus niet door naar de tweede ronde.
  4. Mariko Peters
  5. Ineke van Gent – Toen Van Gent zo overtuigend ook dispensatie kreeg kon iedereen voorspellen dat ze ook makkelijk op #5 zou komen. 
  6. Liesbeth van Tongeren – De paniek zat er goed in bij de Groenen, luid werd er "groen!" "groen!" gejoeld. Het coordinatieprobleem bleef echter bestaan. Welke groene kandidaat? Pas op #6 lukte het om een Groene de tweede ronde in te krijgen.
  7. Jesse Klaver – Klaver was een van die kandidaten die voortdurend wel in de tweede ronde kwam maar geen meerderheid haalde. Net als Platvoet een paar jaar geleden.
  8. Bruno Braakhuis – Dit had ik niet verwacht of voorspeld. Dit was denk ik het punt op het congres waarop iedereen’s eerste keuze was vervuld en Braakhuis – "everyone’s second choice" – het kon halen, tegen mijn verwachting in. Het is mijn stellige overtuiging dat als Dirkmaat nog kandidaat was geweest hij nu op deze plek had gestaan.
  9. Arjan El Fassed – zie #8
  10. Linda Voortman – Het opvallende van de manier waarop de GroenLinks lijst wordt samengesteld is dat partijtijgers een voordeel hebben ten opzichte van buitenstaanders, zelfs als deze buitenstaanders de meer ervaren, "senior" kandidaat zijn. CNV-jongerenvoorziter Klaver kwam veel hoger op de lijst dan CNV-voorzitter Van Boggelen omdat Klaver een basis in de partij had. FNV-bestuurder Voortman kwam wel op een mooie plek op de lijst, terwijl FNV-hoofdbestuurder Van Pijpen ervanaf viel 
  11. Rik Grashoff – In een spannende herstemming, na een pleidooi van de kandidatencommissievoorzitter Vos, om voor hun kandidaten te gaan, won ervaren bestuurder Grashoff net van jonge groene Van den Berge.
  12. Niels van den Berge – Van den Berge heeft een sterke basis in DWARS, en als een van de weinige een groen profiel. Dat waren zeker een groot voordeel om hoog in dit blok te komen.
  13. Natasja van den Berg – Heeft denk ik een verlate Vos Bonus gekregen.
  14. Bert van Boggelen – zie #13
  15. Carla van Os – Is de tweede jurist op de lijst. Iedereen was zich bewust van het gebrek aan groene gezichten op de lijst, maar hoe zit het met het gebrek aan juristen. Peters, nu buitenlandwoordvoerder, is nu de eerste jurist, maar als zij de buitenland portefeuille houdt, wie dan de portefeuille justitie op zich moet nemen. Want er zitten bij de eerste vijftien kandidaten wel erg veel progressief-sociale kandidaten en weinig specialisten op andere onderwerpen.
  16. Hann van Schendel -  Een bijzondere persoon met een bijzonder persoonlijk verhaal. Ik had al voorspeld dat ze hoge ogen zou gooien.
  17. Arno Uijlenhoet – Een van de langst voortegesleepte kandidaten, was kandidaat vanaf plek 8.
  18. Ruard Ganzevoort – Eerste en enige openlijk homosexueel op de lijst. En dat terwijl er drie "roze" kandidaten waren.
  19. Nadya van Putten – Was kandidaat vanaf plek 10.
  20. Ahmed Harika – Allochtone bestuurder met steun uit de regio.
  21. Hayat Barrahmun – Een vrouwelijke allochtoon uit de regio doet het prima in blokstemming
  22. Paul Smeulders – Smeulders kwam voortdurend in dit blok als tweede kandidaat naar voren maar werd iedere keer afgewezen. het congres is hard.
  23. Gon Mevis – Door mij getipt als kanshebber.
  24. René Kerkwijk – Een van de weinige lijstduwers uit 2006 die terugkeerde
  25. Isabelle Diks – Door mij getipt als kanshebber

Een aantal mensen is van de lijst afgevallen:

  • Jaap Dirkmaat, die zich voor een te kort stukje op de lijst kandidaat had gesteld. Ik had hem als Groene en roze kandidaat graag op de lijst gezien.
  • Symone de Bruin, een roze kandidaat die in 2006 de lijst duwde, maar nu het niet gehaald heeft, misschien omdat ze meer een bestuurder is dan een volksvertegenwoordiger en ze de roze steun niet heeft uitgebuit.
  • Carla Brugman, al vroeg kandidaat maar toch van de lijst af gevallen. Waarschijnlijk vergeten in het geweld van alle andere kandidaten.
  • Maarten van der Meer, die met name steun kreeg van prominente PvdA’ers, als Hedy d’Ancona, Ed van Thijn, Marcel Duyvenstein, en Fatimah Elatik.
  • Jenneke van Pijpen, verslagen door collega FNV’er Voortman.
  • Floor Kaspers, al HEEL vroeg kandidaat maar er toch van de lijst af gevallen. Gegokt op een hoge plek, maar vervolgens vergeten.
  • Gerrit Berkelder, wethouder uit een provincieplaats. Mistte een profiel en een regionale basis.
  • Murielle Springer, nieuwe en onbekend binnen de partij.

Post-Convention Spin III: Liberalen, Democraten, Populisten

De belangrijkste discussie op het GroenLinks congres  ging over bestuurlijke
vernieuwing. Over dit onderwerp lagen de posities het meest uiteen en waren de meerderheden het kleinst. Voorstanders van waterschappen en provincies kregen een sterke
knauw uitgedeeld. Maar even zo zeer kreeg de partijtop een aantal zware slagen te
verduren. GroenLinks koos tegen referenda, na een sterk betoog van Diederik ten
Cate
, en tegen het verkleinen van de kamer na een ijzersterk betoog van
toptalent Marten Zoetbrood. Het afschaffen van de
Eerste Kamer werd "voor de poorten van de hel" weggesleept.

Maar alles laat zien dat GroenLinks een groot probleem heeft. De partij heeft geen visie op het openbaar bestuur en de democratie. In de
laatste zes jaar is het politieke profiel van GroenLinks vernieuwd: er
kwam een nieuwe versie op werk en inkomen (“Vrijheid Eerlijk Delen”), op milieu
en innovatie (“Leve de EKOnomie”) en op Europese samenwerking (“Vrij
Europees”). De discussies eindigden in een nieuw beginselprogramma. De partij
heeft onder Halsema gekozen voor een vooruitstrevende, vrijzinnige agenda. Een
onderwerp dat buiten beschouwing is gebleven in deze discussies is de democratie. En dat valt te
lezen in het nieuwe GroenLinks programma.

Waar het gaat om het openbaar bestuur gaat, komen de
voorstellen van GroenLinks neer op twee dingen: bezuinigingen op het aantal
bestuurders; en meer deelname van burgers aan de besluitvorming. Minder
ministeries, minder politici, minder bestuurslagen, minder kamers, minder
ambtenaren. En daarnaast was er een pleidooi voor referenda en staat er nu nog
een pleidooi voor burgerparticipatie en voor een indirect gekozen burgemeester in het programma.
“GroenLinks wil participatie maar het mag niet te veel kosten” stelde een congresganger. Als
klap op de vuurpijl pleit GroenLinks voor een debat over democratie. Want een eigen visie op dit onderwerp mist.

Hoe zou een GroenLinkse visie op democratie eruit zien? Hoe
kijkt Vrijzinnig Links naar het openbaar bestuur? Ik zou mij laten inspireren door het liberalisme. Voor liberalen
staat individuele vrijheid centraal. De politiek en het bestuur moeten zo
worden ingericht dat individuele rechten het best beschermd worden. Politieke participatie heeft
geen waarde op zichzelf, maar is een middel om individuele vrijheid te beschermen. Deze lijn loopt centraal door het denken van liberalen als Locke, Publius, J.S. Mill, en Karl Popper.

Burgerlijke vrijheden worden het best beschermd als de macht
gecontroleerd wordt. Dat vereist een scheiding der machten: Macht vraag om tegenmacht. In the Open Society and Its Enemies drukt Popper het als volgt uit: vele mensen denken dat de belangrijkste politieke vraag is "Wie moet er regeren?" GroenLinks lijkt dat ook te denken en beantwoorden: "het volk moet door directe participatie zo veel mogelijk zelf regeren." Maar die vraag gaat er onterecht vanuit dat mensen geen fouten kunnen maken, de verkeerde keuzes kunnen nemen. Popper stelt dat de belangrijke vraag is: "Hoe moeten we politieke organisaties organiseren dat slechte bestuurders zo min mogelijk schade kunnen te doen?" Daarom pleit hij voor check and balances op de macht. Voor controle op de macht. De belangrijkste manier om de macht in te beperken zijn regelmatige verkiezingen. Dat is de manier om onze vrijheden te beschermen.

Zeker in tijden van opkomend rechts-populisme lijkt het me de juiste vraag. Het recente referendum in Zwitserland laat zien dat het volk bij meerderheid kan kiezen om de burgerrechten van minderheden te beperken. Dus moeten we ons afvragen hoe we onze democratie organiseren zo dat rechten en vrijheden beschermd worden tegen exclusionistische, populistische stromingen

Als we denken in die termen wordt een vrijzinnige
organisatie op het openbaar bestuur duidelijk. Er zijn volgens mij drie hoofdlijnen:

  • Een helderdere, sterkere scheiding tussen parlement en regering. Dat vereist in Nederland een versterking van het parlement. Parlementariers moeten beter ondersteund worden. Ministers moeten voor ze benoemd worden door het parlement worden ondervraagt. Het kabinet moet niet kunnen rekenen op een coalitiemeerderheid die altijd doet wat ze zegt. Minderheidskabinetten kunnen de plek van het parlement versterken. Boven alles zou ik pleiten voor vaste parlementaire termijnen zoals in Noorwegen, de VS en Zwitserland. Als regeringen niet wanneer zij willen het parlement kunnen ontbinden, kunnen parlementariers zich onafhankelijker op stellen ten opzichte van de regering.   
  • Een sterke regionale bestuurslaag. Verticale scheiding der machten is ook belangrijk: het Rijk moet een sterke tegenspeler hebben. Dat betekent dat we af moeten van de verschillende bestuurslagen (gemeente, provincie en waterschap). Deze zijn allemaal zo zwak dat ze makkelijk door het rijk gedomineerd worden. Het liefst zou ik naast het Rijk en Europa, een bestuurslaag zien. Ongeveer ter grootte van de huidige waterschappen. Ongeveer 27 regio’s dus, die gaan over inrichting, veiligheid en zorg. Dan kunnen we ook afstappen van alle gemeenschappelijke regelingen tussen gemeenten die niet democratisch controleerbaar zijn.
  • Ten slotte moet de niet-politieke controle op de politiek worden vergroot. Dat betekent in de eerste plaats grondwettelijke toetsing van wetgeving. Zo’n ander initiatief voorstel Halsema, waar ik helemaal achter sta. Een rechter moet wetgeving die niet strookt met grondwettelijke principes kunnen verwerpen. Maar ook moeten instanties als de Algemene Rekenkamer, de Raad van State, de Ombudsman, de CGB en de CBP versterkt worden, om parlement en regering beter te controleren. Een sterke onafhankelijk pers moet ook worden gestimuleerd

Post-Convention Spin II: Partijdemocratie

Een van mijn favoriete West Wing afleveringen in 2162 Votes. Op een chaotisch partijcongres wordt uiteindelijk een van hoofdpersonen tot presidentskandidaat gekozen. Drama, spanning en kei-goede televisie. Gisteren had ik tijdens het GroenLinks congres af-en-toe het gevoel dat ik me in een vergelijkbare situatie bevond. Chaotische verkiezingen, herstemmingen, beslissingen door het lot en partijprominenten die proberen het congres te overtuigen redelijk te blijven.

Er gebeurden twee onwaarschijnlijke gebeurtenissen: een
kandidaat die in een tweede ronde net niet de helft van de uitgebrachte stemmen
kreeg. En twee kandidaten die, als tweede voor de lijst even veel stemmen
kregen. Maar daarnaast had de verkiezing voor die plekken waar er meer dan 7 kandidaten waren iets van een tombola.

In beide gevallen gaven de statuten een
tamelijke absurde instructie: een herstemming waarbij allerlei kandidaten zich
verkiesbaar mochten stellen, terwijl velen zich daar niet bewust van waren. Een situatie
waarin het lot moet beslissen wie er kandidaat is. Ik denk dat in beide gevallen er werkbaardere instructies zijn: als et drie potentiele kandidaten zijn voor een tweede ronde zou er ook eerst met drie en daarna met twee kandidaten gestemd kunnen worden. En als geen van de kandidaten een meerderheid van de stemmen achter zich krijgt lijkt me een herstemming zonder blanco-stemmen op zijn plaats.

Maar de problemen hangen samen met een groter probleem: het huidige
kiesstelsel van GroenLinks (systeem-Borghouts) heeft een aantal grote nadelen.
Laat ik vijf noemen:

In dit stelsel kiest het congres voor iedere plek opnieuw.
Wat je stemt kan afhangen van de context. Dat vind ik een groot potentieel voordeel van dit stelsel ten opzichte van andere stelsels, zoals dat van D66 en VVD, waar er om een voorkeursordening wordt gevraagd voor de hele lijst. In plaats daarvan kan erbij het GroenLinks kiestelsel, bij iedere plek gekeken worden wat er al op de lijst staat: is er balans qua geslacht? Qua leeftijd? Qua politiek profiel? Het
congres leek geen gebruik te maken van deze mogelijkheid. Onze partij heet
GroenLinks. Het valt te verwachten dat er dan bij de eerste drie kandidaten een
groene en een linkse kandidaat is. Helaas de eerste echt groene kandidaat staat
op #6. Zoals
een congresganger zei: het congres lijkt op een dubbeltje. Als hij een keer op
munt is gevallen, is de kans daarna weer 50% dat hij munt valt. Na de ene sociale
kandidaat, lijken de kansen voor een groene kandidaat niet beter te worden. Daardoor verliest het idee van stemmen op het congres aan waarde.

Het kiesstelsel is niet respectvol richting kandidaten.
Kandidaten kunnen lange tijd buiten de top twee blijven of –nog erger- keer op
keer worden afgewezen. Om soms roemloos van de lijst te verdwijnen als hun
beschikbaarheid of de lijst ophoudt. Dat is niet een manier om om te gaan met talentvolle of vaak al succesvolle kandidaten. Het systeem is keihard. Afwijzing na afwijzing.
Kansloze kandidatuur na kansloze kandidatuur. Politiek is hard zie ik u denken.
Maar waren wij niet voor een meer ontspannen, zachtere samenleving?

De huidige uitvoering van het kiesstelsel, waarbij er geen
“schotten” tussen blokken zijn, staat iedere kandidaat die ueberhaupt geschikt
is verklaard voor de lijst om zich verkiesbaar te stellen voor iedere plek op
de lijst. Dat zorgde voor de overvloed aan kandidaten. Vanaf plek #7 gingen de
kandidaten echt los. Toen waren er voor plekken 10 of 11 kandidaten. Met
relatieve kleine steun gingen kandidaten door naar het tweede stemming. Vaak
wel kandidaten die geschikt waren bevonden voor dat blok overigens. Maar zo ontstaat er een ongekende run op de verkiesbare plekken. En door de close uitslagen is de legitimatie om er twee door te laten schuiven beperkt. Het
stelsel maakt de ambities van kandidaten belangrijker dan een gebalanceerde
lijst.

Daarnaast krijgt een kandidaat nu 2 minuten om zich voor te
stellen. En dat is het. Daardoor gaan charisma en uitstraling meer tellen dan
inhoud, expertise of achtergrond. Een lijst vol charismatische mediagenieke
politici is niet per se de beste lijst om beleid of wetgeving te maken. Het
werk in de Tweede Kamer gaat echt om meer dan debatten of televisieoptredens.
Het draait om parlementair handwerk, dat vereist politiek inzicht, bestuurlijk
gevoel en inhoudelijke expertise. Zeker met een week interne campagne is het nu
moeilijk daar een oordeel over te vellen.

En laten we eerlijk zijn het huidige stelsel is niet media-geniek.
Het congres is live uitgezonden op de politiek 24. De voortdurende schorsingen,
de langdurige stemmingen, de opstandige zaal en chaotische procedure hebben
niet naar buiten het profiel van een partij geprojecteerd die een betrouwbare
coalitiepartner is. Maar een chaotische partij met een onvoorspelbaar congres.
Het is in dit geval misschien relevant om op te merken dat Groene partijen
met een meer mainstream partij
organisatie een betere kans hebben op duurzaam regeringsdeelname.

Wat is de conclusie? Moeten we terug naar het lijstenstelsel
van voor Borghouts? Schotten terug in de blokken? Een ledenstemming op
internet? Of is er een alternatief? Ik ben er nog niet uit. Ik zou wel liever
de kandidatencommissie meer mogelijkheden geven om een gebalanceerde lijst
samen te stellen. Ook heb ik een voorkeur voor een stelsel dat minder tijd kost. Een stelsel dat respectvoller met kandidaten om gaat en hun ambitie
minder bespeeld.

Er zijn een aantal dingen die me interessant lijken: de
mogelijkheid “eens met het oordeel van de kandidatencommissie” te stemmen zoals
in de het kiesstelsel van D66. De mogelijkheid om niet per plek maar per blok
te stemmen
. De mogelijkheid om slechts een preferentie ordening in te dienen,
op basis waarvan de lijst wordt samengesteld. De schotten terug tussen de blokken. Ik ben er nog
niet uit. Maar na gisteren lijkt me duidelijk: er moet iets gebeuren.

Post-Convention Spin I: First Impressions Last

Na het congres is het tijd om eens verder te denken over een aantal onderwerpen. Daar wil ik de komende week tijd voor maken. Hopelijk worden het vier stukjes: want dit congres heeft in mijn ogen laten zien dat we verder moeten denken over de procedures van de interne partijdemocratie en over de GroenLinkse standpunten over de Nederlandse democratie. Daarnaast had ik een voorspelling gemaakt over de lijst samenstelling die vergeleken kan worden met de werkelijke uitkomst. Vanochtend de 10 meest opvallende "eerste" indrukken.

10. Het prachtige optreden van DWARS’ers Anna Schutte en Marten Zoetbrood (namens GroenLinks Leiden en met inhoudelijke ondersteuning van mijn collega Tom Louwerse). Terwijl "gevestigde" DWARS’ers doorstromen naar GroenLinks, komen de nieuwe talenten weer op.
9. De matheid van het congres tijdens het campagne lied van Sara Kroos waar er misschien wel geklapt werd maar niet uitbundig gedanst. Iedereen was mat gestreden voor de langdurige lijst samenstelling.
8. De scherpe verdeling binnen de partij over democratisering. Daar moet echt een goed debat over komen: over democratie en onze nieuwe liberale orientatie, over democratie in tijden van populisme en over wat democratie mag koste. – waarover later meer.
7. De lage plaatsing van de groene kandidaat Liesbeth van Tongeren en het van de lijst vallen van Jaap Dirkmaat. Okay, dat had ik wel voorspeld maar ik hoef niet altijd gelijk te hebben Het toont overigens dat we ons moeten herbezinnen over ons kiesstelsel. – waarover later meer.
6. De chaotische besluitvorming over plek #11. Ik was de coulissen uitgerend om Niels van den Berge te feliciteren nadat hij in de eerste ronde was gekomen, maar vervolgens was hij toch net niet gekozen. – ook dit laat zien dat er problemen zijn met het huidige kiesstelsel – waarover later meer.
5. Waarom het congres zo opstandig op Marijke Vos‘ interventie reageerde maar eerste wel de gehele kamerfractie op bij de top vijf  zet. De interventie van Vos was volgens mij een novum. Maar volgens mij is een vernieuwingsloze top vijf ook een novum. We willen schijnbaar zelf besluiten naar de partijtop te luisteren.
4. De snelheid waarmee het inhoudelijke deel van het programma erdoorheen gejast werd. Efficient zeker, maar toch was er ook ruimte voor inhoudelijk debat. Tijdens de lunch dacht ik dat we voor tijd zouden eindigen als dit zo zou blijven. Maar we liepen uiteindelijk door het chaotische proces van de lijst anderhalf uur uit. Een belangrijk verschil is dat wij als presidium al een paar weken bezig waren de besluitvorming over het programma te stroomlijnen, maar we voor een week van te voren niets wisten over de lijst.
3. Iemand die tegen mij aan vraagt of ik niet het partijbestuur in zou willen. Daar is maar een reactie op: "I do not propose to be buried until I am really dead and in my coffin."
2. De gepassioneerde, roerende speech van Hann van Schendel op het congres en de energieke, overtuigende speech van Jesse Klaver, die ik beiden vanuit de coulissen mocht zien. Ik hoop dat die zijn opgenomen zodat ik ook van het beeld van het congres mag genieten.
1. Femke Halsema die terwijl ik ergens tijdens de borrel met wat PB’ers sta te praten langs loopt en zegt: "Hallo Simon". En ik begrijp nog steeds niet waarom.

Dit is geen stemadvies

Dit is geen stemadvies. Ik vond dat als lid van
het presidium niet passen. Dit is een voorspelling van hoe de stemmingen zullen
verlopen voor kandidaten op het GroenLinks congres. Wie maakt kans op een plek
op de lijst? Welke kandidaten kunnen hoog eindigen? Hoe beinvloeden
verschillende kandidaten elkaars kandidatuur? Waar is ruimte voor strategisch
gedrag?

Er is een
kandidaat voor #1: Halsema.En als het congres besluit haar geen dispensatie te
geven zijn er geen kandidaten voor plek #1. Maar realistisch gezien maakt ze kans om “Albanees” herkozen te worden.

Er zijn vier
kandidaten voor #2. Drie zittende kamerleden (Dibi, Sap en Peters) en Van
Tongeren
(mevrouw Greenpeace). De verschillende kamerleden zijn allemaal
verbonden aan een andere inhoudelijke prioriteiten van GroenLinks: integratie (Dibi),
sociale hervormingen (Sap), buitenlands beleid (Peters) en milieu (Van Tongeren).
Wat is de belangrijkste prioriteit voor GroenLinks? Groen? Sociaal? Tolerant?
Of Internationaal? Het valt te verwachten dat de groene (Van Tongeren) en de
sociale kandidaat (Sap) hier doorschuiven naar de tweede ronde: het is immers
GroenLinks.

Er zijn vijf
kandidaten voor plek #3. Drie van de vier kandidaten voor #2 en Dirkmaat (#16
in 2006
) en Klaver (oud-voorzitter DWARS). Als Van Tongeren niet gekozen wordt
voor plek #2 ontstaat hier een interessant fenomeen. Er zijn dan twee groene
kandidaten. Binnen het kiesstelsel van GroenLinks is dat geen voordelige
situatie. De “groene” stem die voor plek #2 nog geheel achter Van Tongeren
stond zal nu opbreken tussen haar en Dirkmaat. En daarmee wordt de kans dat een
groene kandidaat doorgaat naar de run-off kleiner.

Er zullen weer 4
kandidaten zijn voor plek #4, namelijk diegenen die doorschuiven vanuit plek #3.
Het kiesstelsel van GroenLinks is in zekere zin weinig respectvol richting
kandidaten. Talentvolle, vaak succesvolle mensen kunnen keihard worden
afgewezen door het congres voor de plek die ze willen en kunnen plekken lang
worden door geschoven, tot ze toch ergens worden neergezet of de eer aan zich
zelf houden.

Ook voor plek #5
zijn er 4 kandidaten, want dan komt Van Gent (Ien in de Top 10) erbij, dat is als haar door het
congres dispensatie is verleend. Het lijkt me zeer waarschijnlijk dat als Van
Gent dispensatie wordt verleend dat zij een plek krijgt tussen de #5 en #10.
Immers een meerderheid van het congres wil op haar kunnen stemmen.

Voor plek #6 gaan
alle remmen los: er zijn dan 9 kandidaten: naast diegenen die door schuiven
vanaf plek #5 zijn ook Van den Berg (columniste, vriendin van en moeder van), Van
Boggelen
(voorzitter CNV), Braakhuis (bankier en verpakkingsontwerper), De Bruin (oud-statenlid in Overijssel), El
Fassed
(twitteraar) en Kaspers (zorgspecialist). Opvallend is dat er tussen de
verschillende kandidaten hier net als bij Dirkmaat en Van Tongeren een sterke
overlap ligt qua profiel: Van den Berg en El Fassed hebben een achtergrond in
de ontwikkelingssamenwerking. Zowel Klaver als Van Boggelen komen bij het CNV
vandaan hebben dus een progressief-sociaal profiel. Met De Bruin en Kaspers
wordt het ueberhaupt druk op de sociale flank. Dat betekent dat deze groepen op
het congres weer potentieel verdeeld kunnen raken, en dat andere kandidaten dus
meer kans hebben om in de run-off te komen.

Voor plek #7 zijn
er maximaal 10 kandidaten. Er komen drie kandidaten bij: Grashoff (wethouder
Rotterdam
), Voortman (FNV), en Van Pijpen (FNV). Maar er vallen er ook twee
weg: vanaf deze plek is Dirkmaat geen kandidaat meer. De vraag is hoe prudent
het is van Dirkmaat om zich maar voor zo’n kort stukje op de lijst kandidaat te
stellen, zeker als er een andere groene kandidaat is Van Tongeren, die zoveel
media aandacht krijgt. Opvallend
is ook dat vanaf dit punt ook twee FNV’er zich kandidaat hebben gesteld: Voortman
en Van Pijpen. En ook Van Gent, met een achtergrond in de FNV is potentieel nog
in de running. Mogelijkerwijs zijn zelfs vijf (Klaver en Van Boggelen) van de
tien kandidaten voor plek #7 vakbondsmensen.

Maximale keuze is
er voor plek #8: 11 kandidaten. Ook Van der Meer (oud-raadslid Amsterdam) en Uijlenhoet
(oud-lijsttrekker Newropeans) zijn nu verkiesbaar. Met zoveel kandidaten is de
kans dat de verkiezingsuitslag in de eerste ronde tamelijk close zal worden. Een paar stemmen kunnen het verschil maken voor
wie er in de tweede ronde komen. Daarbij geldt dus dat mensen die een solide
basis hebben in de partij hier veel kans maken om door te stromen: DWARSe
kandidaten, mensen met regionale steun of met steun vanuit een bepaalde flank
voor de partij. Hetzelfde geldt voor plek #9 waar er 10 kandidaten zijn.

Bij plek #10
komen er twee mensen bij: Brugman (fractievoorzitter Venray) en Van Putten
(duo-raadslid Rotterdam). Vanaf plek #11 trekt Van Gent zich definitief terug
(als zij al niet verkozen
was). En dan maakt ook Van den
Berge kans. Gegeven dat Van Tongeren en Dirkmaat zich allebei terug trekken als
zij niet verkozen zijn voor plek #10, maakt deze derde groene kandidaat
relatief veel kans als enige echt groene kandidaat voor dit blok. En opnieuw
met 11 kandidaten is een goede basis, bijvoorbeeld in DWARS’ers een belangrijke
voorwaarde om door te komen in de tweede ronde. Aan de andere kant is de lijst
dan al misschien heel groen (als Van Tongeren en Dirkmaat al verkozen zijn), en
gaan mensen misschien voor kandidaten met andere profielen.

Voor plek #12 komen
er twee kandidaten bij: Van Os (kinderrechten advocaat) en Barrahmun (advocaat)
en trekt een kandidaat zich terug (als hij niet verkozen is): Braakhuis. Braakhuis
is kandidaat voor een relatief klein stukje van de lijst plek 6 tot 11. Een
gevaarlijke keuze voor een kandidaat die weinig geworteld is in de partij en
die een eigen regionale of ideologische basis mist. Een andere analyticus
stelde dat iedere GroenLinkser wel een bankier op de lijst zou willen, maar dat
het niet waarschijnlijk is dat ze in de eerste ronde daarvoor zouden gaan. Het
“Everybody’s second best friend”-syndroom. Voor plek #13 tot #15 vallen er
alleen maar kandidaten af en eindigen we bij een zeer overzichtelijke 6
kandidaten voor plek #15

Bij plek #16 zijn
er weer 10 kandidaten. Dit is het punt waarop de zaal onrustig wordt en mensen
de zaal gaan verlaten. De verkiesbare plekken zijn vastgesteld en nu dus neemt
de aandacht af. Dat klinkt als een gevaar voor een kandidaat: weinig aandacht,
weinig interesse. Maar een kandidaat met een sterke basis in de partij maakt
dan een grotere kans. Anderzijds, voor plek 15 tot 20 zijn het minder
prominente kandidaten. Vanaf dit punt gaan ook geslacht en etniciteit een
belangrijkere rol spelen: GroenLinksers willen vrouwen en allochtonen op hun
lijst. En gezien het aantal voorkeursstemmen is dat ook geen onlogische keuze.
Een beetje cru gesteld zijn allochtone partijtijgerinnen uit de regio kanshebbers.
Er zijn zes nieuwkomers: Berkelder (oud-wethouder uit Deventer), Ganzevoort
(voorzitter Linkerwang), Harika (stadsdeelbestuurder in Rotterdam), Mevis
(wethouder in Tilburg), Van Schendelen (oud-voorzitter netwerk Chronisch Zieken
en Gehandicapten
) en Smeulders (statenlid uit Noord-Brabant). Ik verwacht dat
van hen Van Schendelen, Mevis en Smeulders hier hoge ogen gooien. Voor plek #17
geldt het zelfde verhaal, maar nu
met 8 kandidaten (Kaspers trekt zich terug, als zij niet verkozen is). Maar
voor plek #18 zijn er “gelukkig” weer 10 kandidaten: Diks (wethouder in
Leeuwarden
), Kerkwijk (oud-fractievoorzitter in Eindhoven) en Springer
(“consultant”) komen erbij. Ik verwacht dat van hen met name Diks hoge ogen
gooit. En dus 9 kandidaten voor plek #19.

Vanaf plek 20
wordt er in blokstemming gestemd. Dat lijkt een heel ander spel dan de
voorgaande procedure. Iedere congresganger krijgt dan even veel stemmen als dat
er plekken zijn op de lijst: in dit geval 5. Er zijn dan naar alle
waarschijnlijkheid 8 kandidaten, minder als mensen zich tussentijds
terugtrekken. Drie kandidaten zullen dus afvallen. Dat zullen kandidaten zijn
die niet opvallen tussen de rest: autochtone mannen uit de Randstad zonder een
sterke regionale basis op het congres of helder programmatisch profiel.

Minder Minister(ie)s

Eerder schreef ik over het voornemen van GroenLinks om het aantal ministeries en het aantal kamerleden te verkleinen. Bij de discussie over het aantal kamerleden had ik een primitieve Europese vergelijking gemaakt: is er een relatie tussen het aantal kamerleden en het aantal inwoners? Vandaag realiseerde ik me dat ik voor het andere onderwerp dezelfde vraag kon stellen: is er een relatie tussen het aantal inwoners en het aantal ministeries?

Cabinetsize2

In de figuur hiernaast is de relatie tussen het aantal ministeries en het aantal inwoners in groen uitgedrukt: korte samenvatting. Er is hier helemaal geen relatie tussen. Dat komt omdat uitzonderingen daargelaten Europese landen ongeveer 15 ministeries hebben. 18 van de 25 onderzochte staten hebben tussen 13 en 17 ministeries. Voor zo ver als mijn data klopt zijn er maar een paar uitschieters: in het Verenigd Koninkrijk zijn er 24 "Ministerial Departments", maar daar valt ook de Office of the House of Lords en Commons onder. Ook Luxemburg is een uitzondering. Voor zo ver ik het begrijp zijn er Luxemburg 26 ministeries en in het bijna even kleine Malta 9. Hoe dan ook met onze 13 ministeries valt Nederland mooi binnen de standaard.

Een ander verhaal is het aantal ministers. Er is wel een (tamelijke zwakke) relatie tussen het aantal ministers/kabinetsleden en het aantal inwoners (r-squared van .21 voor de statistici onder u). Deze relatie is in de figuur in het rood uitgedrukt. Daar zien we dat kleinere landen minder ministers hebben dan grotere landen. In 7 landen zijn er evenveel ministers als ministeries en is iedere minister dus voor een departement verantwoordelijk. In 17 andere landen zijn er meer kabinetsleden dan ministeries. Er zijn dan dus ministers zonder portefeuille of staatssecretarissen. In een land zijn er minder ministers dan ministeries (Luxemburg). Daar is de premier tegelijkertijd minister van financien, van administratieve aangelegenheden en van algemene zaken. In aantal landen loopt het aantal extra ministers de spuitgaten uit. In Frankrijk zijn er 15 ministers en 17 staatssecretarissen. Nederland staat nummer #2 (in elk geval in het voltallige kabinet Balkenende IV): 13 ministeries en 14 staatssecretarissen en ministeries zonder portefeuille. In het Verenigd Koninkrijk zijn er 119 mensen in her Majesty’s Government. Daarmee is het Nederlandse kabinet het op twee na grootste van Europa. En veel groter dan je zou verwachten op basis van het aantal inwoners. Als we iets willen doen aan het aantal overheidsfunctionarissen, is dit vanuit vergelijkend perspectief het meest logisch: minder ministers, niet minder ministeries.

Caveat: deze data komt van wikipedia die op dit onderwerp bijzonder weinig en weinig specifieke informatie geeft. De vraag is of bij ieder land alle informatie volledig is weer gegeven, waar het gaat om ministers en onderministers.

Stem wijzer!

De adviezen zijn uit! Na dagen van spanning en speculatie, kunnen GroenLinksers eindelijk over een week stemmen over de kandidaat-Tweede Kamerleden. Een week is echter een heel korte tijd om alle potentiele kamerleden te leren kennen.

Daarom heb ik deze keer we-der-om stemwijzer ontwikkeld, Voor de kandidaten die positief geadviseerd zijn voor de eerste vijftien plekken van de lijst. Hier mee krijgt u een geheel gepersonaliseerd advies voor uw voorkeurskandidaten.

Enige caveats:

  • Dit is geen advies voor een ordening van de lijst. Als u voor milieu gaat, krijgt u waarschijnlijk de groene kandidaten boven aan. Echter in een goed gemengde fractie is een balans tussen groen, sociaal & open noodzakelijk.
  • Dit stemadvies krijgt van mij op geheel persoonlijke titel.
  • Als de voorkeur van de kandidaten voor plekken duidelijk is, zal ik de stemwijzer daarop aanpassen.
  • Alle commentaar is uiteraard welkom, zeker van kandidaten die zich niet kunnen vinden in mijn beschrijving van hen.
  • U kunt zelf kiezen hoeveel kandidaten u wilt zien: alleen kandidaten uit het eerste blok? Of juist alleen de mensen die gekandideerd als opvolgers? Dit om het overzicht te houden bij 32 kandidaten.

 Download stemwijzergltk

Kleine "hoe werkt dit?" vul in de .xls een 1 in bij het groene vakje dat overeenkomt met het antwoord op de vraag. Je kan maar een keuze per keer maken. Er komt een rangordening van 1 (eerste keus) tot 32 (laatste keus) uit.  Kandidaten kunnen ook ex aequo uitkomen.