Ongevraagd advies: Christelijk, sociaal of Nederlands?

Als een partij na de uitslag vna 9 juni in crisis zou moeten zijn is het de ChristenUnie. In een verkiezing waarbij het CDA 20 zetels verloor ging de partij er een achteruit. De moderne koers, de hippe campagne, de verantwoordelijkheid die deze getuigenispartij heeft genomen hebben zich niet vertaald in verkiezingswinst. Ik denk dat de ChristenUnie nu op een drie sprong staat en moet kiezen voor een heldere koers.

De eerste stap is een analyse van de verkiezingsuitslag. De campagne werd gevoerd onder het motto: "Vooruitzien" de
boodschap van de ChristenUnie dat de ChristenUnie een lange termijn
visie heeft gericht op duurzaamheid, sociale rechtvaardigheid en respect. Er zijn drie dingen uit de campagne die in het oog springen.

  • De linkse koers van de ChristenUnie was gebaseerd op  bijbelse waarden, maar werd uitgedragen als een politieke stelling name: Christelijk sociaal bezuinig meer dan links maar is socialer dan rechts.
  • Om gaan met verschillen betekent dat de ChristenUnie in het Islam-debat zowel links en als rechts verweet de  godsdienstvrijheid
    te verkwanselen: de
    links ten opzichte van het Christendom en rechts ten opzichte van de
    Islam
  • Ruimte voor verschil was er ook de kandidatenlijst: er waren veel evangelischen en Christen-migranten op de lijst, en zelfs een homosexueel. Hier bleek echter dat de ChristenUnie zelf moeilijk kon omgan met verschillen: Rouvoet stelde dat als hij een relatie had gehad hij niet op de lijst was gekomen.

Hierin schuilen denk ik drie verklaringen voor het verlies:

  • Voor veel traditionele ChristenUnie kiezers is de partij te veel opgeschoven naar links, terwijl de ChristenUnie voortkomt uit klein-rechtse partijen. Voor diegene die wel links stonden was een een

    strategische stem voor de PvdA nu noodzakelijk

  • De Islam is voor veel Christenen een grote bedreiging voor de Christelijke ideniteit van Nederland. En het is de PVV die daar wat aan doet. De ChristenUnie streeft juist naar ruimte voor alle godsdiensten inclusief de Islam
  • De homo-discussie heeft denk ik zowel progressieve kiezers afgeschroken die het-wel-homo-geen-seks standpunt te Christelijke vonden, en Christelijke kiezers die het wel-homo-geen-seks standpunt te progressief vonden. Kortom, waar het om homo's gaat doet de CU het nooit goed.

Daarnaast zijn er algemene niet zo zeer aan de ChristenUnie gerelateerde factoren: regeringsdeelname kost bijna altijd zetels. En er is de secularisering van de samenleving die het Christelijke potentieel van de partij beperkt.

33xvtbq
Volgens mij zijn er drie wegen die de ChristenUnie nu zou kunnen kiezen.

  • Christelijk, sociaal & groen: hierbij dient de Christelijke achtergrond van de CU als inspiratiebron voor in essentie progressieve politiek. Dus is de partij sociaal en daarom beschermt ze de zondag als dag voor het gezin en zorgt ze juist voor ouderen juist in hun laatste levensfase. De lijn van Vooruitzien wordt door gezet: de CU als een sociale en groene hervormingspartij, die haar progressieve standpunten baseert op haar Christelijke achtergrond. Standpunten die naar niet in passen, zoals het homo standpunt, worden niet benadrukt
  • Christelijk & Nederlands: de CU kan ook andere standpunten benadrukken: ze kan haar gehechtheid aan de Nederlandse cultuur, haar law & order ideeen over drugs en prostitutie en haar Euroskepsis combineren met haar pragmatisme. Deze komen voort uit haar Christelijke achtergrond maar dat hoeven we niet te benadrukken. Zo kan de CU een redelijke conservatieve partij worden, die een alternatief kan worden voor CDA'ers, VVD'ers en Wilders-stemmers.
  • Christelijk: de CU kan ook terug keren naar haar roots, als een partij van vrij gemaakt gereformeerden, streng reformatische Christen en evangelische en migrantenkerken. Abortus & euthanasie, zondagsrust, Christelijk onderwijs, geen drugs, geen homo-huwelijk en geen prostitutie. De hele mikmak van Christelijke Nederlandse traditie.

Wat zijn de perspectieven van deze drie opties?

  • Christelijk, sociaal & groen: de CU wordt de zesde partij die op zoek gaat de (centrum-)linkse kiezer  naast de PvdA, GL, de SP, de PvdD en D66. Het wordt druk op links waar ongeveer 50% van de kiezers zitten. Nog een partij die afhankelijk is voor haar eigen resultaten van hoe de PvdA er electoraal voor staat. Inhoudelijk zie ik er wel wat in maar electorale zin zie ik er weinig in: het is al erg druk in de progressief-linkse hoek. De CU komt nooit ver boven zes zetels en zal op lange termijn zal de CU fuseren met D66, de PvdA en/of GL.
  • Christelijk & Nederlands: hier zit denk ik electoraal meer perspectief in. Veel kiezers vinden de PVV te radicaal, maar stemmen wel op hem omdat ze denken dat het wel mee zal vallen. Maar wat als er een partij is die pragmatisme met conservatisme kan combineren? Ik denk dat de partij nu best wel boven de 10 zetels kan uitgroeien maar misschien valt de partij even snel als ze is gestegen.
  • Christelijk: een duurzame strategie denk ik: zo'n ChristenUnie kan nog wel zo'n 50 jaar blijven bestaan, maar komt nooit ver boven de vijf zetels uit. Er zijn maar zoveel conservatieve Christenen. 

Mijn advies aan Rouvoet? Je kan kiezen tussen de juiste koers (Christelijk, sociaal & groen), een koers voor electorale groei (Christelijk & Nederlands) en een duurzame koers (Christelijk).

Gebalanceerde fracties

Vanavond was ik bij een uitgebreide discussie over het kiesstelsel van GroenLinks. Een van de punten die daar naar voren kwam is de veel gehoorde klacht dat er te weinig groene kandidaten op de GroenLinks lijst stonden. Is het opmerkelijk dat er maar een "groene" GroenLinkser in de Tweede Kamer zit? Hoe is het met de verdeling over de kleuren in andere gremia? En in op andere momenten?

Ik heb alle Europees Parlementariers, Eerste en Tweede Kamerleden van GroenLinks ingedeeld in de drie hoofdstromen van GroenLinkse politiek: groen (milieu), rood (sociaal) en blauw (open). Groen beslaat alle milieuspecialisten, inclusief onderwerpen als landbouw, energie en verkeer. Rood zijn specialisten op onderwerpen als werk, inkomen, welzijn en zorg. De blauwe specialisten zitten op onderwerpen als buitenland, justitie, integratie en emancipatie. Voor sommige GroenLinksers is het makkelijk: Mariko Peters, de GroenLinks buitenland en justitiewoordvoerder is een echte "blauw"e GroenLinkser. Andere GroenLinksers laten zich moeilijker in een hokje zetten: waar laat je een typische all-rounder als senator en Leids wethouder Wim de Boer? In de bijgevoegde .xlsx staat het allemaal. U kunt ervan vinden wat u vindt.

Fracties Hiernaast ziet u hoe groot de groene, blauwe en rode stromingen zijn, als percentage van alle kamerleden en Europees Parlementariers. Drie trends zijn volgens mij duidelijk: er is een daling van het rode gehalte. Een sterke stijging van het blauwe gehalte en groend blijft altijd een vrij klein smaldeel binnen GroenLinks.

In de periode 1989-1994, de eerste fractie van GroenLinks, zijn er eigenlijk bijna alleen maar rode gezichten, en veel minder groene of blauwe gezichten. GroenLinks is in die tijd echt een meloen-partij: van buiten groen, maar van binnen rood. Ik moet hierbij opmerken dat de meeste parlementariers in die tijd uit kleine fracties kwamen en dus all-rounder zijn. In de periode 1994-2002 groeit GroenLinks sterk, maar blijven de verhoudingen staan: blauw groeit (met name door de stijging van het aantal kamerleden dat zich bezig houdt met migratie en integratie), dat doet ze met name ten koste van rood. En groen blijft vrij marginaal. Daarkomt in 2002-2003 een grote verandering in: groen stijgt sterk. De reden daarvoor is twee-ledig: ten eerste komen er in 2002 drie groene gezichten in de kamer (Duyvendak, Vos en Van den Brand), maar omdat het aantal zetels in die tijd daalt en de Europese fractie veel groener is, neemt ook het relatieve aantal groene gezichten toe. Met de Europese verkiezingen van 2004 (min twee zetels), het vertrek van Van den Brand in 2004 en het vertrek van Vos in 2006, blijft er maar een groene gezicht over: Duyvendak. Hij vertrekt in 2008 maar wordt in 2009 opgevolgd door Eickhout in het Europees Parlement en in 2010 door Van Tongeren in de Eerste Kamer. 

Fracties2
Op dit moment is er in mijn ogen tussen de verschillende plaatsen waar GroenLinks actief is een goede balans: een relatief groene delegatie in het Europees Parlement, waar 70% van onze milieuwetgeving vandaan komt. Een relatief rode Tweede Kamerfractie, die zich met name bezighoudt met sociaal-economische onderwerpen. En veel blauwe juristen in de Eerste Kamer waar juridische kwaliteit en constitutionele toetsing centraal staat. In het verleden is dat niet altijd precies zo geweest. In de figuur hiernaast kunt u zien dat inderdaad het Europees Parlement van alle gremia het groenst is geweest. Echter zelfs hier heeft de blauwe stroming (discriminatie, buitenlandse zaken, Europese democratie) de boventoon gevoerd. De Eerste Kamer is het roodste orgaan, met name omdat hier veel ex-PSP'ers en ex-CPN'ers in hebben gezeten die een sterk rood-profiel hebben. In de Tweede Kamer is rood net groter dan blauw.

Er zijn denk ik twee belangrijke conclusies: ten eerste het gebrek aan groene gezichten is niet heel opmerkelijk: GroenLinks heeft altijd een groener imago naarbuiten gehad dan dat zij in de samenstelling van de lijst in elk geval, zelf had. De situatie nu met een groen gezicht in Europa en een in de Tweede Kamer past in mijn ogen goed in die traditie. Waar het gaat om de balans tussen de fracties is er nog wel ruimte: de rollen en de inhoud van het werk als Europees Parlementarier, senator en kamerlid verschillen sterk. Daar passen dan ook andere lijsten bij. De huidige situatie met een groene Europese delegatie, een rode Tweede Kamerfractie en een blauw Senaatssegment is in mijn ogen precies zoals het zou moeten.

De Groene Plus van Paars

Op dit moment onderhandelen GroenLinks, PvdA, D66 en de VVD over Paars+. Nog geen vijftien jaar geleden was het GroenLinks die juist sterk oppositie voerde tegen het Paarse kabinet. Als GroenLinks mee doet aan een Paars kabinet dan zal daar een flinke groene plus tegenover moeten staan, anders is het weinig geloofwaardig. Maar welke kritiek had GroenLinks op het Paars kabinet? En waarin zal Paars+ moeten verschillen van zijn voorgangers? Een zoektocht door de oude programma's van GroenLinks voor een opdracht van het kabinet van de toekomst.

Het GroenLinks verkiezingsprogramma van 1998: "[In dit verkiezingsprogramma] wordt de balans opgemaakt van de politieke prestaties van het paarse kabinet. GroenLinks meent dat  liberalisering en marktwerking onder dit kabinet te ver zijn doorgeschoten. De economie groeit weliswaar als kool, maar de schaduwzijde wordt steeds zichtbaarder. [...] De fixatie op de rol van Nederland als distributieland doet het ergste vrezen voor het milieubeleid. De armoede neemt toe en de zorg hapert en dat zegt wat over het verkilde sociale klimaat in Nederland."

De kritiek van GroenLinks op Paars lijkt simpel te zijn: het Paarse kabinet was niet groen en niet sociaal genoeg. Het Paarse kabinet wist wel economische groei te creeeren maar wist die groei noch eerlijk te verdelen noch de noodzakelijke ingrepen te nemen om de groei duurzaam te maken. 

Het GroenLinks verkiezingsprogramma van 1998: Werk is volgens het paarse kabinet het beste medicijn tegen armoede. Maar armoede en de maatschappelijke uitsluiting die daarvan op den duur het gevolg is, blijken juist enorme obstakels om aan het werk te gaan. [...] Wie heeft leren overleven op de rand, staat echt niet binnen de kortste keren met gepoetste schoenen en de vereiste onderdanigheid klaar voor een baas die een baantje biedt. En zo leuk is dat werk vaak ook niet: laagbetaald, laag in aanzien, fysiek en geestelijk zwaar. [...] De leus ‘werk, werk, werk’ biedt geen afdoende antwoord op de uitsluiting en armoede.

De kern van de kritiek die GroenLinks levert op het sociale beleid van het Paarse kabinet is dat arbeid te veel centraal staat en dat er te weinig oog is voor armoedebestrijding. GroenLinks pleit voor verhoging van de uitkering en voor minder sterke verwachtingen ten opzichte van mensen met een uitkering. Werk was voor GroenLinks niet zaligmakend: het is maar lastig zo'n baas boven je en werk is vaak ook nog zwaar. Een eerlijke inkomensverdeling stond voorop. 

Opvallend is dat GroenLinks op dit onderwerp in de laatste paar jaren radicaal van mening is veranderd: werk gaat boven inkomen. Mensen moeten na een jaar in een uitkering van GroenLinks aan het werk. Mensen in een uitkering laten is asociaal, en juist werk emancipeert.

Het GroenLinks verkiezingsprogramma van 1998:Tegenover het paarse scenario ‘Nederland Distributieland’ met bijbehorende investeringen in luchthavens, wegen en een tweede Maasvlakte, komt GroenLinks met een ander scenario: ‘Nederland Innovatieland’. [...] Een belangrijke rode draad in het concept Nederland Innovatieland is de wetenschap dat aandacht voor milieu en duurzaamheid niet louter remmend werkt op de economische ontwikkeling, maar vaak juist een stimulerende factor blijkt te zijn.

Tegenover de grijze economie van Paars, een economie die gebaseerd is op transport, stelt GroenLinks een groene economie, gebaseerd op innovatie. Het mooie aan zo'n economie is dat deze goed is voor de werkgelegenheid. Groen en sociaal gaan hand in hand in Nederland innovatieland.

Dit verhaal van GroenLinks is over de jaren gebleven: economie en ecologie staan niet tegenover elkaar.  Overigens vraag ik me af of het wel zo reeel is om dit verhaal zo sterk te contrasteren met D66, de PvdA en de VVD. Er zijn maar weinig partijen die niet geloven dat je milieuproblemen kan oplossen en economisch kan door groeien. GroenRechts noemen ze dat bij de VVD.

Het GroenLinks verkiezingsprogramma van 2002: Terwijl de economie in de jaren negentig op ongekende toeren begon te
draaien, bleef in de publieke sector schraalhans keukenmeester. [...]. In de periode 1994-2002 heeft het Paarse kabinet de belastingen met 13,6 miljard euro verlaagd. Daarvoor is flink gesneden in de uitgaven voor collectieve voorzieningen. De publieke sector houdt geen gelijke tred met de groeiende welvaart. Zo creëert Paars publieke armoede en private rijkdom. [...]  Publieke armoede is er [onder andere] in de onderwijs- en zorgsector. Te veel moet worden gedaan met te weinig middelen en mensen, zodat hoge werkdruk en uitputting onder personeel schering en inslag zijn. 

In 2002 was de kritiek van GroenLinks op Paars terug gebracht tot een stelling: publieke armoede en private rijkdom. In tijden van economische problemen was er een strak bezuinigingsprogramma opgesteld. Ondertussen was echter de economie opnieuw gaan draaien, de publieke uitgaven werden echter niet verder verhoogd: in plaats daarvan werden de belastingen verlaagd (en de overheidsschuld aangepakt). De schoolgebouwen en ziekenhuizen bleven achter bij de golfterreinen en villa's laten we maar zeggen.

Opvallend is dat GroenLinks nu juist in tijden van economische crisis wil bezuinigen op de overheidsuitgaven. En nog wel samen met de VVD die draconische bezuinigingen wil koppelen aan lagere belastingen. Juist die paarse combinatie die we kenden uit de periode 1994-2002.

Het GroenLinks verkiezingsprogramma van 2002: Groenlinks voerde
de afgelopen jaren kwaliteitsoppositie tegen het Paarse kabinet. Het
Paarse kabinet met een blinde vlek voor milieu en leefbaarheid. Het
Paarse kabinet dat welvaartgroei bracht, maar die welvaart bar slecht
verdeelde.

Als we de groene plus moeten formuleren die GroenLinks door zijn kwaliteitsoppositie toevoegde aan het Paarse kabinet uit de jaren negentig denk ik met name aan een duurzame economie, armoedebestrijding en investeringen in zorg en onderwijs.

Echter zo'n tien jaar later is de boodschap van GroenLinks op een aantal punten veranderd: er zal bezuinigd moeten worden, ook op zorguitgaven, en gewerkt door iedereen. De dringende economische en ecologische crisis, de groeiende verantwoordelijkheid van GroenLinks op lokaal niveau, veranderende inzichten over armoede en werkgelegenheid. Allemaal hebben bijgedragen aan een nieuwe positionering van GroenLinks als sociale hervormingspartij. Echter veel van het Paarse programma lijkt verinnerlijkt te zijn door GroenLinks. Is straks de groene plus nog wel te onderscheiden van het Paarse pluche?

Being Maxime Verhagen

De formatie is voor mij echt een puzzel. Ik zou wel kunnen bepalen wat de partijen echt zouden moeten willen. Maar die partijen hebben een eigen opvattingen, een eigen wil en kunnen zelf actie ondernemen. Dat maakt het nog ingewikkelder om het voorspellen. Zo  maakte gister Maxime Verhagen een kabinet van CDA/VVD/PVV onmogelijk. Wat zou hij daarmee willen?

Er zijn nu drie serieuze opties voor een meerderheidskabinet. Peroxide, Paars+ en Nationaal. Dat zijn er maar drie van de 1023 mogelijkheden, volgens Louwerse. Maar in de politicologie geldt dat partijen “bounded rational” zijn: alleen de mogelijke coalities die als coalitie die als zodanig door de actoren worden erkend. Wat zouden de partijen willen?

Inhoudelijk is de peroxide coaltie voor het CDA, de VVD en de PVV de eerste voorkeur. Toch heeft het CDA daar stekker uit getrokken. En nu blijven er dus twee reele opties over een Paars+ kabinet en een nationaal kabinet. Die laatste mogelijkheid wordt door de PvdA al weer uitgesloten. Maar Paars+ is voor de VVD een moeilijke optie.

Inhoudelijk was peroxide misschien de beste optie, maar politiek strategisch leek me dit voor noch de VVD noch de PVV een echte mogelijkheid. De PVV wil volgens mij niet in het kabinet: electoraal is dat een gevaar omdat het voor populistisch rechtse partijen moeilijk is om regeringsverantwoordelijkheid te combineren met een anti-establishment retoriek. Daarnaast is het organisatorisch voor Wilders moeilijk te bolwerken om zo wel een fractie en een smaldeel in een kabinet onder duim te houden. Ook Rutte zal niet een kabinet willen dat gebaseerd is van Hero Brinkman, de uitslag van de verkiezing van de provinciale staten en de CDA-loyalisten. Ik had verwacht dat deze twee partijen met elkaar een Game of Chicken aan zouden gaan. Geen van beiden wou deze coalitie maar geen van beiden wou ook de partij zijn die breekt. Wilders wou de linkse Rutte de schuld geven van de breuk, en dat wou Rutte ten alle tijden voorkomen. Maar het was Verhagen die het vuile werk voor Rutte en Wilders opknapte.

Waarom heeft het CDA dit gedaan? Want nu is er een grote kans op een Paars+ kabinet. De PvdA heeft een nationaal kabinet al opgegeven. Ik denk dat het CDA probeert een rechts minderheidskabinet te forceren. De onderhandeling voor het nationale kabinet zullen falen omdat de PvdA het niet wil. De onderhandelingen voor een Paars+ kabinet zullen falen omdat de VVD het niet wil, om een links kabinet te stappen met zulke sterke rechtse oppositie. Dan faalt deze informatiepoging. En dan zal er een creatieve oplossing moeten komen. Een Deense variant lijkt me een serieuze mogelijkheid: een centrum-rechts kabinet van conservatieven en liberalen, met een bestuurder van het type Kroes als premier. Dat zal een veel stabieler kabinet zijn dan de Peroxide variant. Op een andere manier kan ik de move van Verhagen niet begrijpen.

Vrijheid, Wilders en Nederland

Hoe moeten we de positie van de PVV in het Nederlandse partijenlandschap begrijpen? Hoe past de partij in de traditionele Nederlandse politieke tradities van liberalisme, Christen-democratie en sociaal-democratie?

Ik denk dat er twee aspecten van het denken van Wilders bijzondere aandacht verdienen. Eerder schreef ik al over hoe we sociaal-economische positie van de PVV moeten begrijpen. Ik wil me nu richten op de sociaal-culturele positie van de PVV, in het bijzonder vrijheid van godsdienst.

Als je de Acte van Verlatinghe leest, de tekst waarmee de Nederlanden zich onafhankelijk verklaarden van de Spaanse koning dan zie je dat religieuze vrijheid een belangrijke reden was voor de Nederlandse opstand. Nederlanders wilden vrij zijn van religieuze vervolging, en vrij zijn om zelf hun eigen geweten te volgen en om op hun eigen manier God te aanbidden. En jarenlang was Nederland ook een land waar in vergelijking met andere landen een grote mate van religieuze tolerantie bestond. Er was wel een angst in Nederland voor de katholieke kerk, een kerk die moest worden ingedamd, in de ogen van de Protestantse meerderheid, om de godsdienstvrijheid te verzekeren. Het idee van godsdienstvrijheid werd langszaam omgevormd naar het idee dat de overheid die neutraal moet zijn ten opzichte van de ideeen van het goede leven. Meer en meer werd Nederland een land waar iedereen zelf aan zijn eigen identiteit kon vormgeven: Protestanten van alle kleuren, Joden, Katholieken, vrouwen, homo's, Moslims voor iedereen was ruimte.

In de Nederlandse politiek komt deze centraal plaats van individuele vrijheid in het bijzonder naar voren in de liberale traditie. Deze heeft twee centrale principes: economische en culturele vrijheid. Dat uit zich in het ideaalbeeld van een beperkte overheid, een vrije markt en een tolerante samenleving. Voor liberalen staat het individu centraal. Maar in de socialistische traditie is er altijd oog geweest voor emancipatie en tolerantie. Dit wordt echter gecombineerd met een overheid die zich actief inzet voor een eerlijkere verdeling van arbeid, macht en inkomen. Ook in de Protestants-Christelijke traditie speelt religieuze tolerantie een belangrijke rol. Het is deze traditie die Nederland zag als een land gebaseerd op godsdienstvrijheid.  

Het interessante is dat de PVV naar de Acte van Verlantinghe verwijst in haar verkiezingsprogramma: Wilders wees erop dat Nederland zich vrij maakte van de Spaanse koning, op dat moment de grootste macht van Europa. Heel interessant, maar heeft Wilders wel oog voor de reden waarom Nederland zich heeft vrij gemaakt van Spanje?

Volgens velen heeft Wilders lak aan de godsdienstvrijheid: door allerlei maatregelen te nemen die zich specifiek op een religieuze groep richten lijkt hij de Nederlandse traditie van religieuze tolerantie met zijn voeten te treden:

  • De PVV verzet zich tegen de bouw van moskeeen, maar niet van kerken;
  • Wilders is tegen de Islamitische scholen, maar niet tegen Gereformeerde scholen;
  • De partij ageert tegen tegen Islamitische media, maar niet tegen Studio RKK;
  • De PVV pleit voor een immigratiestop voor mensen uit Islamitische landen;
  • De partij wil hoofddoekjes verbieden in overheidsgebouwen en daarbuiten het dragen ervan belasten;
  • De PVV wild de Koran verbieden, maar de Bijbel niet;

Echter onder zijn voorstellen ligt een argumentatie ten grondslag die zich baseert op indivduele vrijheid. In de ogen van Wilders is de Islam een totalitaire politieke ideologie die uit is op wereldheerschappij en zo een gevaar vormt voor onze Westerse vrijheden: de vrijheid van homo's en vrouwen  om op hun eigen manier hun seksualiteit en relaties vorm te geven. De vrijheid van Joden om zich op straat veilig te voelen. De vrijheid van kunstenaars en cartoonisten om zich uit te spreken over de Islam. In de ogen van Wilders is er in de Islam geen ruimte voor verdraagzaamheid en Nederland moet niet zo'n onverdraagzame groep in haar midden accepteren. De kern van de kritiek van Wilders op de linkse partijen in Nederland is dat ze te laks zijn ten opzichte van de Islam. De vraag die Wilders ons stelt, is, moeten we intolerantie tolereren? Ik denk dat deze vraag voor iedere liberaal geldt: hoever reikt onze tolerantie? Tolerantie houdt in dat we accepteren dat dingen bestaan die ons niet wel gevallig zijn. En intolerantie bevalt mij niet. Karl Popper noemt dit de paradox van tolerantie. Wilders neemt een bijzondere positie in dit vraagstuk. Een maakt daarbij keuzes die ik niet maak, maar daar heb ik al eerder over geschreven. Hij kiest daarbij een plaats in het liberale spectrum.

Wilders bouwt dus verder op een liberale traditie. In deze traditie staat vrijheid centraal. Niets voor niets heeft Wilders zijn partij Partij voor de Vrijheid genoemd. Ik vind het te gemakkelijk om te zeggen dat Wilders deze naam onterecht heeft gekozen en dat zijn Partij een van Verbieden is. De partij heeft echter een bepaalde opvatting van vrijheid. In de ogen van Wilders is iemand vrij als hij gelooft in de Westerse Verlichte waarden, zoals homo-emanicipatie, vrouwenemancipatie en religieuze vrijheid. Moslims moeten zich aan die waarden aanpassen. In die zin is de partij een verlichtingsfundamentalistische partij. Zo'n radicale fundamentalistische politieke opvatting past bij een positief-vrijheidsbegrip: het idee dat mensen gedwongen kunnen worden om echt vrij te zijn. Dat vrijheid niet zo zeer bestaat uit kunnen doen wat je wilt, maar willen wat je echt goed voor je is. Dat vereist voortdurende interventie van de overheid in de samenleving om ontwikkelingen die tegen de vastgestelde verlichte waarde in gaan tegen te houden.

In mijn ogen is de PVV een liberale partij, maar wel een partij die in cultureel opzicht een radicale, essentialistische, fundamentalistische vorm van het liberalisme aan hangt. De vragen die Wilders stelt over de grenzen van vrijheid van godsdienst kunnen door liberalen niet simpel weg naast zich neer gelegd worden.

Over voorkeursstemmen en andere pinda’s

Zijn GroenLinks kandidaten in bepaalde gebieden sterker dan in andere kandidaten? Nu definitieve uitslag bekend is, kunnen we kijken naar een aantal interessante patronen in het stemgedrag.

LijsttrekkerLaten we beginnen met de observatie dat GroenLinks stemmers met name op de lijsttrekkers stemmen. 92% van de GroenLinksers stemt op de lijsttrekker. Alleen  bij de SGP (93%) en de PVV (95%) krijgt de lijsttrekker meer stemmen. Bij D66, een partij die uit een vergelijkbaar groep kiezers put krijgt de lijsttrekker maar 78% van stemmen en worden er vier kandidaten met voorkeurstemmen verkozen (Pia Dijkstra, Boris van der Ham, Magda Berndsen. en Fatma Koser-Kaya). En zelfs bij de PvdA, waar de hele campagne op Cohen gericht was, haalt de lijsttrekker nog maar 82% van de stemmen. De partij die het slechts scoort is het CDA waar de lijsttrekker een last van de campagne werd, haalde de lijsttrekker als nog 74%. De persoonlijke campagne, de populariteit van Femke Halsema en het feit dat de lijsttrekker ook de eerste vrouw op de lijst was dragen hier aan bij.

Voorkeurstem Maar zelfs binnen GroenLinks, een kosmopolitische partij speelt regionale orientatie. Hiernaast zie je een visuele representatie van de geografische verschillen in stemgedrag op de GroenLinks lijst. Er zijn vier clusters ze te zien: aan de rechterkant staan drie kandidaten uit het Noorden, die sterk scoorden in het Noorden. Linksboven staan negen kandidaten uit de zuidelijke provincies die sterk scoorden in de kieskringen Limburg, Den Bosch en Tilburg. Linksonder staan de drie kandidaten uit Rotterdam, die daar ook sterk scoorden. In het midden staan de rest van de kandidaten, die over het hele land ongeveer even sterk scoorden. Kandidaten scoren dus heel sterk in hun eigen omgeving. Het patroon kan op twee manieren verklaard worden: uit veel regio's komt maar een kandidaat, en uit deze regio's meerdere. Als meerdere kandidaten clusteren dan zal het model dat eerder op nemen dan als er maar een kandidaat in een regio sterk is. Een regio heeft heel veel kandidaten: Amsterdam, deze hebben echter een aantrekking over de hele regio.

Stemregio 25% van de stemmen die niet op Halsema zijn uitgebracht zijn uitgebracht op een kandidaat in zijn eigen kieskring. Dat geldt met name voor de kandidaten tussen plek 21 en 29. Zijn halen meer dan 40% van de stemmen in eigen kieskring op. Halsema en Van Os hebben de meeste transregionale aantrekkingskracht (minder dan 10%).

Voorkeursstem2-30 Ten slotte: wat verklaart het aantal stemmen dat GroenLinks kandidaten krijgen? Als we Halsema buiten beschouwing laten dan vallen de volgende dingen op: GroenLinks kamerleden krijgen meer stemmen dan kandidaten die nog geen kamerlid zijn. Kamerlidmaatschap levert zo'n 4709 stemmen op. Etniciteit helpt ook een beetje: allochtone kandidaten krijgen zo'm 60 stemmen extra. Met name buiten de top #10 zijn het de allochtone kandidaten die veel steun krijgen: Nadya van Putten (Antilliaans), Ahmed Harika (Marokaans) en Hayat Barrahmun (Marrokaans). Geslacht helpt ook: vrouwen krijgen zo'n 487 stemmen extra. De plek op de lijst helpt ook: iedere plek dat een kandidaat lager op de lijst staat krijgt hij zo'n 36 stemmen minder. Dit hele model is erg sterk: het verklaard zo'n 86% van de stemmen. De meest belangrijke factor is politieke ervaring. Net als het GroenLinks congres kozen ook de GroenLinks kiezers voor ervaring.

Maar het is natuurlijk allemaal maar peanuts deze stemmen. Bij GroenLinks geen dissidenten die op hun eigen steun in de kamer komen. Geen BN'ers die een zetel krijgen. En zelfs geen Turks stemmen kannon, van de grote van Albayrak (PvdA – 120095 stemmen), Koser-Kaya (D66 – 18837 stemmen) of Karabulut (SP – 10007 stemmen). GroenLinks'ers kiezen voor de lijsttrekker. 

De uitslag III: GroenLinks tot SGP

Wat ik gisternacht was begonnen, de analyse van de uitslag, zet ik nu nog even door. Nog

GroenLinks
10 zetels! Ik vind het een mooie uitslag. Niet zo goed als ik had gedroomd (12) maar ook niet zo erg als ik had gevreesd (8). Qua grootte vind ik 10 zetels mooi passen. Zo klein dat er geen backbench ontstaat van naamloze woordvoerders kokkelvisserij maar zo groot dat er mensen zich toch enigszins kunnen specialiseren en de drukke kameragenda onderling op een menselijke manier kunnen verdelen.
Maar toch voelt het een beetje als een pyrrhus overwinning: de PvdA ligt een zetel achter op de VVD. De PVV is de derde partij van Nederland geworden. Het is geen linkse lente geworden: een progressief kabinet vereist nog veel werk. En het zijn maar 3 zetels die we erbij kregen. In Amsterdam kon GroenLinks niet winnen: de partij werd nergens de grootste partij, overal was de PvdA groter.
Het is wel ironisch dat Halsema nu precies een zetel onder het resultaat van Rosenmoller is gebleven uit 1998. 

D’66
Ook 10 zetels voor D66. Bij de Europese verkiezingen verdubbelde D66. Bij de gemeenteraadsverkiezingen verdrievoudigde de partij. En dan valt het nu toch tegen. Een verviervoudiging naar 12 zetels zat er niet in. De twee premierskandidaten die bij het congres van stal waren gehaald zullen geen premier worden. D66 heeft echt te vroeg piekt. En ze hebben veel kiezers verloren aan de VVD. Het is wel opvallend dat de bekende kandidaten als Paternotte en Dijkstra het niet hebben gehaald.

ChristenUnie

Ik heb grote sympathie van twee-derde van de ChristenUnie: een groene en een sociale partij. Een progressieve partij die vooruitkijkt en zich niet laat inpakken door belangen, maar kiest voor principes. "Vooruitzien" leek de opzet naar een moderne hervormingspartij.
Maar het ging in de beeldvorming als progressive mis met de homo’s. Waar GroenLinks Groen, Sociaal en Open is de ChristenUnie Groen, Sociaal en Christelijk. De partij is een als een koordanser die een balans moet zoeken tussen progressieve en Christelijke politiek. In 2006 lukte het: milieu, vluchtelingen en gezinsbeleid. Maar in 2010 ging het toch mis: de onzin met Jonathan de Geer, de homo-kandidaat die wel homoseksuele gevoelens mocht hebben, maar geen relaties. In reformatorische kringen is dat misschien progressief, maar voor het Nederland van Fortuyn is het eng conservatief.
Als je er over na denkt: de ChristenUnie had drie zwakke bewindslieden (Van Middelkoop, Rouvoet, Huizinga), ze kregen op ethisch gebied niets voor elkaar, en ze konden hun Euroskeptische niet waar maken. De ChristenUnie moet nu echt kiezen gaan ze met capabele kamerleden door als regeringspartij of kwaliteitsoppositiepartij? Of terug naar de orthodox Christelijke koers van de GPV en de RPF?

SGP
Altijd twee zetels. Ik vind het mooi: al die verschuivingen en zelfs verschuiving in Christelijk Nederland (opkomst van Wilders in Urk, Staphorst en Volendam, centrumkoers van ChristenUnie) en weer gewoon twee zetels.

PvdD
Toch twee zetels. De partij die beloofde groter te worden dan GroenLinks, verloor steun: niet zoals de SP verdubbelen iedere vier jaar. De conflicten tussen Thieme en Ouwehand hebben daarin misschien een rol gespeeld. De aandacht voor de economische crisis die de ecologische crisis deed verbleken? De regen?

De Uitslag II: Van VVD tot SP

Er zijn dus een aantal gelijkenissen met eerdere verkiezingen, maar hoe moeten we deze verkiezingsuitslag duiden? Wat is er per partij gebeurd? Hoe moeten we deze verkiezingen begrijpen: een verschuiving naar rechts? Een stem voor hervorming?

De VVD is waarschijnlijk de grootste partij. Maar met een hele kleine marge (1 zetel) en met een betrekkelijk bescheiden winst (9 zetels): minder dan de 38 zetels die werden voorspeld. Heeft Rutte een mandaat om te regeren? Om ontwikkelingssamenwerking te halveren en hervormingen van de hypotheekrenteaftrek tegen te houden? In mijn ogen niet. De verschillen zijn heel klein. Ik verwacht niet dat Rutte premier zal worden. Eerder zij hij al dat in moeilijke tijden Kroes misschien premier zal worden. Een korte formatie, een kort regeerakkoord, partijleiders in de Tweede Kamer en een hervormingskabinet van capabele bestuurders.

De PvdA is de tweede partij. In de peilingen ging de partij sterk omhoog toen ze het kabinet verliet. De stijging zette door toen Wouter Bos zich liet vervangen door Job Cohen. Maar het bereikte een maximum van 33 zetels. Toen ging Cohen stuntelen en stamelen, en voerde de PvdA een onhandige campagne. In die zin lijken de sociaal-democraten op de Amerikaanse Democraten ze hebben veel sympathie van de bevolking maar door fout-op-fout te stapelen verliezen ze van rechts. Denk aan de campagne voor de senaatszetel van Teddy Kennedy in 2010: de meest liberale staat van de VS koos voor een Republikein. Dat de PvdA nu op 30 zetels uitkomt is met name te danken aan strategisch stemgedrag en niet aan de campagne.

De PVV is de derde partij. 24 zetels. Dat is maar 2 zetels minder dan de LPF in 2002. Er is in Nederland op het maximum zo’n 18% aan rechtse kiezers die tegen immigratie zijn. Wilders heeft een blijvende positie gekregen in de Nederlandse politiek gewonnen. Hij is nu maar de derde partij maar hij is wel aanzienlijk sterker dan de peilers dachten. Ik denk dat de PVV met haar standpunten over de AOW en hypotheekrente een electoraat van onzekere rijkere en armere kiezers aan zich heeft weten binden die bang zijn voor hervormingen. En zo is het niet alleen de grenzen dicht en minder islam, maar ook stilstand in een economische crisis.

Het CDA is de vierde partij. De klassieke machtspartij van Nederland is gevallen van 41 naar 21 zetels. Er is niets van over. Ik denk dat het CDA met name haar Balkenende-bonus is verloren. Kiezers die opzoek waren naar een zekere stabiele leider in tijden van grote verandering. Maar door zijn vierde kabinet te laten vallen verloor Balkenende het stempel van een capabele bestuurder en een stabiele leider. En dus halveerde het CDA.

De SP is de vijfde partij. Ze valt van 25 naar 15 zetels. Maar dat valt eigenlijk heel erg mee. 5 zetels zijn toe te schrijven aan Emile Roemer, die een perfecte vervanging is van Jan Marijnissen: een vriendelijke politicus met een sociaal hart en een gevoel voor humor. Ik vind het erg leuk dat ik twee jaar geleden bij het vertrek van Marijnissen Roemer tipte als opvolger. Ik stelde toen dat de Roemer stond voor het gewone man-socialisme, dat sluit goed aan bij een conservatievere, populistischere lijn. Roemer heeft niet gewonnen vanwege die twee grappen in Carre: maar omdat hij een natuurlijke, betrouwbare, vriendelijke presentatie had. Met Roemer drink je een biertje, van Roemer koop je een tweede handsauto en 10% van de Nederlanders stemt op hem.

… Nu ga ik slapen … morgen meer analyse over de vijf andere partijen die het hebben gehaald.

De Uitslag I

Het blijft spannend. Ik ben om 0u30 weg gegaan bij de uitslagen avond van GroenLinks toen duidelijk werd dat de uitslag verschrikkelijk raar zou worden.

Een aantal duidingen midden in de nacht. Het ziet er naar uit dat de uitslag 31-31 wordt voor PvdA en VVD. 24-21 voor de PVV en CDA. 15 voor de SP. 10-10 voor D66 en GroenLinks. 5 voor de CU. 2-1 voor de SGP en de PvdD. Er zijn grote gelijkenissen met de verkiezingen van 1994, de periode 1967-1972 en de periode 1897-1918.

De verkiezingen van 1994

Er is een sterke gelijkenis tussen de uitslag van 1994 en de uitslag nu. Bij de verkiezingen domineerden sociale thema’s en met name de AOW-sterk. De PvdA en CDA die toen ook een kabinet vormden waren door een economische crisis gedwongen om bezuinigingen op de AOW, de zorg en de sociale zekerheid voor te stellen. Dit leidde tot grote maatschappelijke weerstand. De PvdA verloor veel, het CDA verloor echter nog veel meer: 20 zetels. Ondertussen wonnen de VVD en D66 (heel veel): er werd een paars kabinet gevormd. Maar er waren ook in de marges sterke verschuivingen: de CD ging van 1 naar 3, de SP kwam met 2 zetels in de kamer, en U55+ kwam de kamer in met 1 zetel en de AOV met 6 zetels. Deze vier partijen deelden twee standpunten: bescherming van de verzorgingsstaat en in het bijzonder de positie van ouderen. En harde standpunten op immigratie en integratie. GroenLinks verloor onverwacht 1 zetel.

Terug naar 2010: de AOW speelde een prominente rol in de campagne. Het zittende kabinet van PvdA, CDA en CU wou tegen de wil van de vakbeweging de AOW hervormen. Deze drie partijen verliezen allemaal. De PvdA minder dan verwacht maar het CDA wederom 20 zetels. Onverwacht weet de CU niet te profiteren van de val van het CDA. In plaats daarvan winnen VVD, D66 (en GroenLinks). De grote winnaar is echter de PVV die de AOW wil beschermen, en harde standpunten inneemt over immigratie en integratie. De lijn van de AOV/SP/U55+/CD van een mengsel van "linkse" en "rechtse" standpunten uit zich nu in een hele grote PVV.

De periode 1967-1972
In 1994 stierf het CDA. Om in 2002 te herleven. In de periode 1963-1972 stierf Christelijke politiek ook al: toen vielen de KVP/ARP/CHU van meer dan 50% van Nederland naar minder dan 33%. Linkse en rechtse politieke partijen waren sterk gepolariseerd. Aan de ene kant de VVD met een aantal populistische partijen zoals de Boerenpartij. En aan de andere kant de PvdA die een coalitie vormde met de groene PPR en D66. De stervende Christelijke partijen vormden samen het CDA: een meestervondst: de positie van het CDA stabiliseerde en de partij werd de grootste in de jaren ’80.

Terug naar 2010: het CDA sterft weer. Een val van 20 zetels. Van 41 naar 21. Maar ik denk dat dit niet de definitieve dood van het CDA is. Deze partij heeft een ongelovelijke overlevingsdrang. Een nieuwe leider, een herbronning op de koers. En veranderende maatschappelijke ontwikkelingen zullen conservatieve middenpolitiek in een jaar of 10 weer groter maken.

De periode 1897-1918
De laatste liberale premier was Pieter Cort van der Linden. In de periode 1897-1918 waren er wisselende linkse en rechtse coalitie. Die linkse coalities bestonden uit liberalen en socialisten. En de rechtse coalities uit katholieken en protestanten. Er waren liberale minderheidskabinetten die electoraal en in de kamer op de socialisten steunden. De liberalen waren toen ook voor het laatst de grootste partij met 25-30%. Toen was er alleen nog geen algemeen kiesrecht. Maar een grote liberale stroming was dus verbonden met samenwerking met het socialisme.

Terug naar 2010. De VVD wordt zo te zien de grootste. Maar met wie moet ze samenwerken: de anti-immigratiepartij PVV? Of de uitgeregeerde machtspartij CDA. Er is eigenlijk maar een kabinet mogelijk: VVD-PvdA-D66-GL. Samenwerking tussen liberalen en socialisten. Dat noemde ze rond 1905 een linkse coalitie.

Mijn Voorkeursstem II

Natuurlijk wordt het GroenLinks. Maar wie van de 30 kandidaten? Wordt een groene idealist of een sociale hervormer? Ga ik op een vrouw stemmen of wordt het een homo, of een Marrokaan?

U verwacht van mij natuurlijk een goed onderbouwde analyse van de kandidaten: leeftijd, geslacht, seksuele orientatie, regionale binding. Het speelt allemaal een rol. Ik maak mij er makkelijk vanaf: ik had een mooie stemwijzer gemaakt voor de samenstelling van de lijst. Misschien dat die mij kan adviseren. Het bestaat uit twee delen: de kenmerken van de kandidaten en hun politieke profiel. Ik stem liever op een vrouw dan op een man. Bij gelijke geschiktheid, vind ik een diversiteit (ethnisch en sexueel) belangrijk.

Ik ben GroenLinkser omdat ik heel links en heel liberaal ben. En GroenLinks is de enige partij die vrijzinnige en sociale politiek met elkaar consequent verenigd. GroenLinks is in mijn ogen de enige echte liberale partij omdat vrijheid voor GroenLinks emancipatie uit armoede
en achterstelling betekent. GroenLinks is mijn ogen de enige linkse partij, omdat zij niet de gevestigde belangen verdedigt, maar streeft naar hervormingen die de mensen met de minste kansen het meest vooruit helpt. GroenLinks is voor mij de progressief-sociale hervormingspartij. Een partij met haalbare alternatieven voor de afbraak van de verzorgingsstaat enerzijds en behoudzucht van verworven rechten anderzijds. Ik voel me verbonden met de oude PSP (vanwege haar ondogmatisch linkse politiek) en met D66 (vanwege haar linkse liberalisme). En kom dus uit op GroenLinks.

Jolande_sap
Mijn eigen stemwijzer adviseerde mij op basis van dit verhaal Jolande Sap te stemmen. En zij sluit inderdaad naadloos aan bij mijn eigen GroenLinkse profiel. Sap is het gezicht van GroenLinks als progressief-sociale ideeenpartij. Als lid van verschillende programmacommissies formuleerde ze realistische alternatieven voor stilstand en afbraak. Toen ze nog geen twee jaar geleden in de Kamer kwam was ze als een vis in het water. Ze groeide snel uit tot het progressief-sociale gezicht van GroenLinks. Daarnaast is ze een belofte voor de toekomst. Zij is een van de weinige mensen op de lijst die Halsema terharertijd wil en kan opvolgen.

Echter als ik dan kijk naar mijn nummers #2 en #3 dan slaat de twijfel toe: waarom niet het jonge, DWARSe talent van Jesse Klaver, die mijn passie voor progressieve en sociale politiek deelt? Of Hann van Schendelen, een heel inspirerende vrouw met een sociaal hart? Of Paul Smeulders, die ik ken als een van slimste politieke analysten binnen Jong GroenLinks? En dan zeg ik nog niets over de twee namen die niet in de stemwijzer stonden: Kathalijne Buitenweg, die lijst duwt, en Halsema die de lijst trekt. Alle vijf vrijzinnig-linkse GroenLinksers, alle vijf top-kandidaten.

Het is een simpele vraag: vertrouw ik mijn eigen gevoel of mijn eigen advies? Weet u wat: ik slaap er nog een nachtje over!