Utilisten, liberalen en dieren

De basis van dierenrechten is, filosofisch gezien, precair. Traditionele politieke theorieën zijn niet goed in staat om zulke rechten te verdedigen. In het boekje Een waardig bestaan schetst Martha Nussbaum een potentiële oplossing: haar eigen op capaciteitengerichte politiek-filosofische theorie.

Dierenrechten als een filosofisch probleem

Veel mensen hebben de intuïtie dat je niet wreed mag zijn tegen dieren. Stierenvechten voelt als een barbaarse praktijk, waar we zo snel mogelijk vanaf zouden moeten. Maar wat is de politiek-filosofische basis van dierenrechten? De traditionele liberale politieke theorieën bieden geen ruimte voor dierenrechten. Deze streven naar een zo groot mogelijke individuele vrijheid voor rationele burgers. Liberale theorieën zien maar een relevante groep rechtssubjecten: rationele mensen. Liberalen willen mensen in staat stellen om zelf hun eigen ideeën van het goede leven in de praktijk te brengen. Dieren kunnen niet als vrij en rationeel vorm geven aan het eigen leven.

Utilisen lijken dieren gemakkelijk op te kunnen nemen in hun theorieën. Prominente utilisten als Singer hebben zeer veel gedaan om dierenrechten filosofisch te funderen. Utilisten hebben niet veel met rechten, maar destemeer met welzijn. Een recht is voor een utilist niet veel meer dan de erkenning dat het welzijn van een partij ‘telt’. Utilisten willen het totale geluk zo groot mogelijk maken. Dieren kunnen pijn en geluk voelen. Hun geluk en pijn kunnen dus ook mee tellen. Dat klinkt allemaal mooi, maar utilisme leidt vaak tot onintuïtieve conclusies. Ik heb hier al eerder over geschreven. De meest typische utilistische paradox is een happiness monster, een wezen dat zeer gelukkig wordt van het lijden van andere wezens. Zolang zijn geluk maar groot genoeg is, kan dat ieder lijden als irrelevant klein ter zijde worden geschoven: de Westerse consument gedraagt zich vaak als een happiness monster: als ik maar heel gelukkig wordt van het eten van hamburger, dan telt het ongeluk van het dier niet. Dat lijkt me een zeer zwakke verdediging van dierenrechten.

Capaciteitenbenadering als een oplossing

De derde traditionele stroming in de filosofie naast het op Kant geïnspireerde liberalisme en het utilisme is de deugdenethiek van Aristoteles. Aristoteles stelt matiging centraal: deugdzaamheid is vermogen om het midden te vinden. Tussen de extremen van lafheid en roekeloosheid, ligt moed. Ik heb altijd gedacht dat je in deze theorie nooit dierenrechten kan verdedigen. Matiging is een zeer zwakke politieke categorie: men kan hier nooit universele, voor iedereen geldende rechten mee rechtvaardigen. Dierenliefde is een deugd, maar de deugd van dierenliefde ligt tussen squeamishness en wreedheid. Of iemand meer dierenliefde moet tonen, hangt af van de vraag of hij van nature geneigd is naar wreedheid of juist naar squeamishness tegen dieren. Ik ben van nature squeamish: ik kan slecht lijden, bloed of pijn zien. Aristoteles zou mij zeggen: “Man up! Wurg eens een kat met je blote handen, want je helt te verder door naar zachtheid.”

Martha Nussbaum gaat echter een stap verder in haar analyse: ze stelt dat niet matiging de belangrijkste categorie voor Aristoteles is, maar ‘eudaimonia‘, wat ze vertaalt naar het Engelse functioning. Een functioning is een waardevolle menselijke activiteit of toestand. We ontplooien ons door onze functionings te realiseren. Nussbaum wil dat mensen zich kunnen ontplooien. Dit betekent volgens haar dat de overheid de voorwaarden moet scheppen voor om zich mensen in bepaalde activiteiten te ontplooien. Ze noemt deze voorwaarden capaciteiten.

Nussbaum slaat een balans tussen liberalisme en utilisme: haar theorie is liberaal omdat ze probeert de capaciteiten van mensen te vergroten, niet hun daadwerkelijke functionings. Het niet-liberale element van haar theorie is dat Nussbaum een lijst heeft vast gesteld van functionings waardevolle menselijke activiteiten of toestanden die voor ieder mens beschikbaar zouden moeten zijn: in deze lijst staan onder andere gezondheid, leven, denken, emotie, spel, betrokkenheid bij andere mensen en controle over je eigen omgeving. Haar theorie is utilistisch in de zin dat ze streeft naar een bepaalde vorm van geluk, namelijk het geluk dat we ervaren door ons te ontplooien. Echter, haar theorie is niet utilistisch omdat ze niet probeert het geluk zo groot mogelijk te maken, maar probeert om mensen in staat te stellen om zelf hun functioning te kiezen.

Nu kunnen we deze theorie van capaciteiten ook toepassen op dieren. Ook dieren zijn immers in staat om goed te functioneren: in klassieke lijstjes van dierenrechten zoals de “vijf vrijheden” komen deze elementen voor. Dieren moeten vrij moeten zijn van honger, pijn, ziekte en stress, maar bovendien moeten dieren hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen samen met soortgenoten. We zien hier eigenlijk twee groepen claims: ten eerste moeten dieren gezond zijn en ten tweede moeten ze zich op een soort eigen manier kunnen ontplooien. In dat tweede zien we duidelijk een notie van functioning. Een konijn functioneert het best als konijn als het typisch konijnengedrag mag vertonen: graven, herkauwen, rondhupsen.

Capaciteiten kritisch tegen het licht

De capaciteitenbenadering heeft een aantal beperkingen, zeker waar het gaat om het dierenrijk. Het goed functioneren van dieren kan nog wel eens tegengesteld zijn aan elkaar. Een kat kan zich het best ontplooien door de jacht. Dat is echt soort-eigen gedrag van de kat. Op het moment dat hij een muisje vangt, is het echter snel afgelopen met het goed functioneren van het muisje.1 Nussbaum heeft hier wel een antwoord op: dieren kunnen soort eigen gedrag vertonen zonder andere dieren schade te doen. Een kat kan jagen op een led-lampje en een tijger in een dierenpark kan goed zijn katachtige jachtinstincten uitleven op een bal. Ik vraag me af of een kat die jaagt op bal evengoed functioneert als een kat die jaagt op een prooidier. Het een lijkt toch een slechte kopie van het ander.

Maar er is een groter bezwaar: volgens mij is het niet de verantwoordelijkheid van mensen om voor dieren in het wild te zorgen. Het lijkt me zeker niet de bedoeling dat we alle roofdieren uitmoorden ten bate van de prooidieren. Niet alleen omdat we niet weten wat er zal gebeuren, maar bovendien omdat dat onze verantwoordelijkheid niet is. Dit is een typisch probleem van utilisten, waar ook de capaciteitenbenadering onder lijdt. Deze theorieën maken geen onderscheid tussen wat wel de verantwoordelijkheid van de overheid is en wat niet. Het lijden van dieren dat wordt veroorzaakt door menselijk handelen is inderdaad een politiek probleem, het lijden dat in de natuur ontstaat door menselijk-niet-handelen is onderdeel van de natuur.

De benadering van Nussbaum is welkome bijdrage aan het debat over dierenwelzijn, maar is volgens mij nog steeds onvoldoende sterk om de verplichtingen van mensen tegenover dieren te rechtvaardigen.

Gaat de SP een Pyrrhusoverwinning tegemoet?

De SP staat ongekend hoog in de peilingen: 32 zetels. De kans is groot dat dit nog wel eens een Pyrrhusoverwinning wordt: dat ze als de grootste partij in de oppositie komt.

Historische precedenten

Het komt wel vaker voor: dat de grootste partij uit de regering wordt gehouden. zeker als de partij links is. De PvdA is maar acht keer de grootste partij van Nederland geweest (in 1952, 1956, 1971, 1972, 1977, 1982, 1994 en 1998). En in drie gevallen werd zij als grootste partij uit de regering gehouden (1971, 1977, 1982). Dat was in periodes van verregaande polarisatie, zoals we die nu ook kennen. Het zou nog wel eens kunnen gebeuren dat het kabinet-Roemer een illusie blijft zoals het tweede kabinet-Den Uyl eerder. Als de SP de grootste partij is, hoeft het dus niet zo te zijn dat ze in de regering komt: in 2006 was de SP de derde partij van Nederland met 26 zetels en bleef ze ook in de oppositie.

Het politieke landschap

Om een inschatting te maken van het verloop van de formatie hebben we een beeld nodig van het politieke landschap. Ik denk dat je het huidige politiek landschap het beste kan begrijpen aan de  hand van twee tegenstellingen: de links/rechts-tegenstelling en de pro/anti-Europa tegenstelling. De eerste betreft klassieke herverdelingsvragen (voor tegen hypotheekrenteaftrek) en vraagstukken rond immigratie en integratie. De tweede betreft vraagstukken rond Europese integratie en rond hervorming van de verzorgingsstaat (wel of niet verhogen AOW-leeftijd).

Je kan dan vier kwadranten onderscheiden (met zetelaantallen uit de recente De Hond-peiling waarin de SP de grootste is):

  • Euroskeptisch links (43 zetels): dit bestaat uit de SP met 32 zetels en drie kleinere partijen (CU, 6; PvdD 3; en 50+ 2);
  • Hervormingsgezind links (42 zetels): dit bestaat uit de PvdA (17 zetels), D66 (16 zetels) en GroenLinks (9 zetels);
  • Hervormingsgezind rechts (42 zetels): VVD met 30 zetels en het CDA met 12 zetels;
  • Euroskeptisch rechts (23 zetels): PVV met 20 zetels en de SGP met 3 zetels.

Er is dus een heldere linkse meerderheid van partijen, die tegen de bezuinigingen van dit kabinet zijn en tegen het harde anti-immigratieverhaal. Maar evenzozeer is er een meerderheid van partijen die voor een rol van Europa is bij het oplossen van de crisis is en voor hervormingen gericht op een langetermijnbalans van de begroting.

Over links

Het meest simpele kabinet dat we zouden kunnen vormen zou bestaan uit linkse partijen. De kern zou bestaan uit SP, PvdA en GL (56 zetels), aangevuld met D66 en CU. Dat zou een meerderheid van 78 zetels hebben. Je zou CU kunnen ruilen voor het nieuwe CDA, voor een iets ruimere meerderheid. Het grote probleem is dat deze coalitie sterk verdeeld zou zijn over sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. De partij die in de laatste jaren zich heeft ontwikkeld als de grootste voorstander hiervan (D66) zou in een kabinet komen met de grootste tegenstander hiervan (SP).  De cruciale vraag is of de SP van haar Euroskeptische koers zou willen afstappen. De ChristenUnie heeft toen ze in het kabinet-Balkenende IV zat haar Euroskeptische geluid ook gematigd: maar dat was toen om als juniorpartner aan de regeringstafel te mogen zitten. Daarnaast zou het lastig zijn voor D66 om in zo’n kabinet haar relatief rechtse economisch programma te realiseren. De mededeling van Roemer dat hij best wil samen werken met de VVD is dus niet de meest interessante: hij zal geen compromissen hoeven te sluitenover de links/rechts dimensie, als de peilingen zo aanhouden. De fundamentele vraag is of de SP kan samenwerken met een pro-Europese, hervormingspartij als de D66.

Je zou je dus kunnen voorstellen dat we doorgaan met een gedoogconstructie. Een kabinet van D66/GL/PvdA gedoogd door de SP en de CU waar het gaat om haar sociaal-economische programma maar dat voor haar Europees beleid afspraken maakt met VVD en CDA. Dit is een theoretische mogelijkheid waarbij de grootste partij en winnaar van de verkiezingen een vrij marginale positie kiest. Maar misschien voor haar niet de slechtste keuze. De PVV laat zien dat juist de rol van gedoger voor een partij met extreme standpunten, gunstig kan zijn.*

Het radicale midden

Het is paradoxaal: als de economische crisis aanhoudt, zal de SP hier electoraal garen bij spinnen. Maar de realiteit van de crisis zal de SP juist uit het kabinet houden. De enige oplossing voor de crisis ligt, in elk geval in de ogen van een meerderheid, in sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. We hebben meer Europese solidariteit nodig om de crisis te bezweren. En we moeten, zeker op de middellange termijn, door hervormingen van de sociale zekerheid, de begroting op orde krijgen.

Als de SP zich blijft verzetten tegen Europese integratie en sociaal-economische hervormingen, plaatst ze zichzelf buiten de politieke realiteit. Dan zou een kabinet van partijen die zich wel in die politieke realiteit plaatsen, de hervormingsgezinde meerderheid, een logisch alternatief kunnen zijn: VVD/PvdA/D66/CDA/GL samen goed voor 84 zetels. Natuurlijk is een onmogelijk kabinet omdat het zich open stelt voor aanvallen van de populistische rechter- en de linkerflank.

Roti met tomaat

Het wordt dus nog knap lastig om een kabinet te vormen. Misschien dat lokale oplossingen ons inspiratie kunnen geven: in Zuid-Holland, Noord-Brabant en Leiden werkt SP samen met de VVD en het CDA, aangevuld door D66 in Zuid-Holland en Leiden. Zo’n Roti-met-tomaat-variant zou rekenkundig mogelijk zijn: 88 zetels. Maar politiek zal het nog lastig worden voor de SP, D66 en de VVD om het eens te worden over economisch hervormingsprogramma. De SP kon zich in deze lokale anti-PvdA-besturen wringen omdat er relatief weinig herverdelings- en hervormingsvraagstukken zijn in het provinciale en het gemeentelijke bestuur. De partij kon zo mooi laten zien dat de ze regeringsverantwoordelijkheid aan kan en compromissen kan sluiten. De vraag is of de SP zich een even flexibele houding kan aanmeten op het landelijk niveau.

* De ironie is dat je zo’n kabinet zou moeten laten leiden door iemand uit de linkerhoek die boven de partijen staat: iemand van het statuur-Cohen laten we zeggen voordat hij lijsttrekker van de PvdA werd.

Only Nixon could go to China: waarom dit kabinet de hypotheekrenteaftrek gaat aanpakken

In de linkerhoek is er over weinig dingen consensus, maar over een paar dingen kunnen linkse partijen het wel eens worden: de hypotheekrenteaftrek zou aangepakt moeten worden. De lijn van CDA, PVV en VVD is helder: handen af van de hypotheekrenteaftrek. Je zou dus verwachten dat dit kabinet niets aan de hypotheektrenteaftrek gaat doen en dat dit in een Paars-plus-achtige variant wel had gekund. Niets is minder waar: alleen een rechts kabinet kan en zal de hypotheekrente aanpakken.

Niet over Links

Een kabinet met linkse partijen, of het nu gaat om een Paars Plus, een Christelijk-sociale of een Roti-variant zou in het huidige gesternte niets doen aan de hypotheekrenteaftrek. De reden hiervoor is vrij simpel: rechtse kiezers willen dat er niets aan de hypotheekrenteaftrek verandert. Ze hebben vaak zelf een eigen huis met hypotheek en willen niet dat hun lasten verzwaren. De combinatie van een onderwerp dat veel mensen in hun portemonee raakt en de hoge zichtbaarheid die rechtse partijen zelf aan het onderwerp hebben gegeven door wijzigingen uit te sluiten maakt het onderwerp gevaarlijk.

In een variant met linkse partijen zouden CDA of VVD, of CDA en VVD mee regeren. De PVV lijkt me uitgesloten. Rekensom is dan vrij simpel: bij een verregaande wijziging van de hypotheekrenteaftrek zal de PVV moord en brand schreeuwen, en zo rechtse kiezers bij CDA en VVD weg trekken. De linkse partijen zullen dus niet van de rechtse partijen kunnen eisen dat ze dit doen: dat zou electorale zelfmoord zijn.

Wel over Rechts

CDA, VVD en PVV zullen dit kabinet niet laten vallen: het CDA kan niet breken met dit kabinet: dan verliest ze de helft van haar zetels. De VVD kan in dit kabinet haar volledige programma implementeren. Het is de vraag of de PVV als ze dit kabinet laten vallen over de hypotheekrenteaftrek weer in zo’n goede positie terug kunnen komen. Daarnaast, sociaal-economische onderwerpen behoren niet tot de kern van de PVV: dat zijn Islam, immigratie en integratie. En daarop krijgt de partij wel wat ze wil. Kortom: geen enkele partij heeft er een belang bij om dit kabinet te laten vallen.

En als er extra miljarden bezuinigd moet worden, dan moet er ook iets gebeuren aan de hypotheekrenteaftrek. Je ziet dat het CDA, en met name het Wetenschappelijk Instituut al langer met voorstellen rond lopen om de hypotheekrenteaftrek te beperken. Het interessante is dat dit kabinet al bezig is geweest met een hervorming van de hypotheekrenteaftrek: door aflossingsvrije hypotheken uit te sluiten van de hypotheekrenteaftrek bijvoorbeeld. Afschaffing zal het nooit heten, maar een ‘aanpassing’ kan de nodige ruimte op de begroting maken.

Only Nixon could go to China

Het idee is simpel: only Nixon could go to China. Alleen de meest conservatieve, anti-communistische president kon een toenadering maken naar communistische China. Een liberale Democraat zou zijn aangevallen als een peaceloving beatnik. Juist een rechts kabinet kan als enige de hypotheekrenteaftrek aanpakken: een kabinet met linkse partijen zou te gevoelig zijn voor aanvallen van rechtse oppositiepartijen.

GroenLinks: radicale systeempartij

Een willekeurige zin van een beginselprogramma van een Nederlandse politieke partij is “Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van ….” Van welke partij is dit programma: D66? De VVD? Het CDA? GroenLinks?

De zin komt uit het PvdA-programma uit 2005, maar het had naadloos bij ieder ander van deze partijen gepast. Het roept de vraag op: Zijn de idealen van Nederlandse politieke partijen wel van elkaar te onderscheiden? Hebben GroenLinksers andere waarden dan PvdA’ers of VVD’ers?

Radicale anti-systeempartijen

Natuurlijk zijn er verschillen tussen de beginselprogramma’s van bepaalde politieke partijen: de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie en de SGP, de SP en de PVV bieden ieder op hun eigen manier een fundamentele kritiek op de moderne samenleving. Dit zijn stuk voor stuk radicale anti-systeempartijen. En in hun beginselprogramma’s is dat ook goed zichtbaar:

  • De Partij voor de Dieren stelt dat onze antropocentrische samenleving het welzijn van dieren opoffert voor het welzijn van mensen. Dit is een fundamentele kritiek op onze maatschappij die in zijn geheel is gericht op verzekeren van rechten en kansen voor mensen.
  • De PVV levert een fundamentele kritiek op een heel scala van bestaande instituten: de parlementaire politiek die niet meer luistert naar de stem van de gewone Nederlander; de Europese Unie die Nederlanders het recht ontzegt om over eigen aangelegenheden te beslissen; de multiculturele samenleving die Nederland haar eigenheid ontneemt.
  • Ook de SP heeft een fundamentele kritiek en wel op het kapitalisme. Zeker haar beginselprogramma van 1999 bevat diep-socialistische cultuurkritiek: de samenleving dreigt een neo-liberale ‘brutopia’ te worden waar het kapitalisme “normloos en ongeremd” de menselijke waardigheid verkwanselt.1
  • De SGP bekritiseert de hedendaagse samenleving omdat deze van Gods pad is afgeweken. In haar houding ten opzichte van vrouwen en homo’s kan je het radicalisme van de SGP het beste zien. Terwijl homo- en vrouwenrechten door bijna iedere Nederlander onderschreven worden, wijst de SGP deze, verwijzend naar Bijbelteksten, af.
  • Het beginselprogramma van de ChristenUnie kenmerkt zich ook door een zelfde beroep op God en bevat een groot aantal verwijzingen naar Bijbelse teksten.2

De andere partijen, CDA, VVD, D66, GL en PvdA onderschrijven allemaal een sociaalliberaal programma. Als we de kritiek van de PvdD, PVV, SP en SGP analyseren, zie we ook wat dat sociaalliberale programma inhoudt: het stelt, in tegenstelling tot de PvdD, mensen centraal. Er is een brede consensus in Nederland dat de overheid primair de ontplooiing van mensen mogelijk moet maken. Het gaat, in tegenstelling tot de PVV en de SGP, uit van het constitutionele principe van gelijkberechtiging: onafhankelijk van hun geslacht of seksuele voorkeur kunnen burgers rekenen op dezelfde vrijheden. Hetzelfde geldt voor het geloof: christen, moslim of atheïst kunnen rekenen op dezelfde vrijheden. In tegenstelling tot de SP balanceert het programma markt, staat en maatschappelijk initiatief, in plaats van alle nadruk bij de staat te leggen. Het sociaalliberale programma plaatst Nederland midden in de wereld, terwijl de PvdD, PVV, de SP, CU en de SGP allemaal euroskeptisch zijn. Het Europese project is een project van de systeempartijen.

Sociaalliberale systeempartijen

Maar is er dan geen verschil tussen het gedachtegeoed van de vijf sociaalliberale partijen? Van GroenLinks tot VVD lijken deze partijen een breed sociaalliberaal programma te onderschrijven:

  • individuele vrijheid van mensen staat voorop;
  • voor deze vrijheid is wel een overheid nodig die de ontwikkelingskansen van mensen verzekert door goed onderwijs en een vangnet voor hen die het niet redden, in de vorm van de sociale zekerheid maar ook een tolerante en solidaire samenleving nodig;
  • er is een balans tussen de overheid, de vrije markt en ruimte voor maatschappelijk initiatief;
  • het huidige democratische constitutionele stelsel, balans tussen parlement en kabinet, scheiding van kerk en staat, burgerlijke en sociale rechten, wordt onderschreven;
  • Nederland staat open voor de wereld en werkt samen in Europa;
  • en de belangen van toekomstige generaties worden meegenomen in sociaal-economische afwegingen.

Fundamentele verschillen in mensbeeld zijn er niet tussen deze partijen: al deze partijen leggen een nadruk op het individu, maar wel een individu dat participeert in een samenleving, in het gezin, op de werkvloer, in verenigingen en in de democratie. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen en verschillen in nadruk tussen politieke partijen, bijvoorbeeld: in de balans tussen overheid, markt en maatschappij hebben PvdA, VVD en het CDA ieder hun eigen voorkeur. De PvdA verdedigt de sociale zekerheid, het CDA legt de nadruk op het maatschappelijk initiatief en de VVD op de vrije markt.

Socialists are liberals who really mean it

Maar waar staat GroenLinks? Is haar programma inwisselbaar voor dat van de PvdA of D66? Misschien in woorden wel. Al deze partijen delen woorden als vrijheid, solidariteit en duurzaamheid. Maar in de uitwerking van het programma worden de verschillen wel degelijk duidelijk: dit brede sociaalliberale programma is voor GroenLinks een opdracht voor verregaande herverdeling, voor principiële rechtsstatelijkheid, voor een fundamentele vergroening en voor radicale internationalisering.

Socialists are liberals who really mean it. Vrijheid is meer dan alleen het recht om zelf te kiezen. We moeten mensen ook de middelen en de mogelijkheden geven om regie te nemen over het eigen leven. CDA, VVD, GroenLinks, D66 en de PvdA delen het idee dat mensen in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Maar alleen GroenLinks verwoordt consequent dat als mensen niet in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen, de overheid hen moet ondersteunen om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. ‘Socialisme ter wille van het individualisme’, noemde Jacques de Kadt dat.

Of neem de rechtsstatelijke houding van GroenLinks. Als we echt geloven in onze constitutionele orde, de principes en rechten die zijn vastgelegd in onze Grondwet, dan moeten we deze niet opgeven als we onder druk komen te staan van terreur. Een principe hebben betekent aan iets vast houden, juist als dat niet makkelijk is. Vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor mensen waar we het mee eens zijn. Dit betekent juist ook dat een radicale imam een abjecte orthodoxe versie van de islam mag uit dragen. Het gemak waarmee de VVD en het CDA burgerrechten wegwuiven vanwege terrorismebestrijding is geen teken van een verschil in prioriteiten (burgerrechten of veiligheid), maar van het feit dat deze partijen hun eigen waarden gewoon niet begrijpen. Sterker nog, als je echt gelooft in onze constitutionele orde, dan moeten we die tanden geven door rechters de mogelijkheid te geven om wetten af te wijzen omdat ze in strijd zijn met constitutionele principes. Alleen dan neem je de Grondwet echt serieus.

Het GroenLinks-programma is natuurlijk bijzonder radicaal waar het het milieu en klimaat betreft. Maar dit is niet meer dan een consequente uitvoering van het beginsel van duurzaamheid dat alle partijen delen. En zelfs dat is nauwelijks als een beginsel op zich te zien. Duurzaamheid betekent niet meer en niet minder dat je je eigen ideaal van een maatschappij waar mensen zich kunnen ontplooien zo serieus neemt dat je wilt dat die maatschappij er ook voor onze kinderen nog zal zijn. Duurzaamheid is geen ideaal op zich, maar slechts een consequente houding ten opzichte van je idealen. Maar dat heeft wel radicale implicaties: willen we onze samenleving die welvaart, kansen en werk relatief rechtvaardig verdeelt behouden, dan moeten we onze economie fundamenteel vergroenen.

GroenLinks wordt gekenmerkt door een internationale houding: met een open blik naar de wereld kiest GroenLinks voor Europese samenwerking en voor de ontwikkeling van andere landen. Internationalisme behoort tot de vezels van het sociaalliberale programma. De Nederlandse grondwet onderschrijft het principe van een internationale rechtsorde. De gevestigde liberale, sociaaldemocratische en Christendemocratische partijfamilies stonden allemaal aan de wieg van Europese samenwerking. De internationale houding van GroenLinks is niets anders dan een consequente houding: de grote crises van dit moment, de klimaatcrisis en de economische crisis, vereisen een internationaal antwoord. We kunnen deze problemen niet in ons eentje aan. We moeten internationaal samenwerken om onze samenleving te verduurzamen en onze idealen in de praktijk te brengen. De natiestaat voldoet niet meer om dat sociaalliberale programma uit te voeren. En zelfs waar het ontwikkelingssamenwerking betreft, is de achterliggende houding niet meer en niet minder een van consequent zijn: als je gelooft dat iedere burger beschermd moet zijn tegen geweld en recht heeft op een fatsoenlijk bestaan, dan moet je erkennen dat er geen rationele grondslag is om deze principes te beperken tot de nationale staat. Als je gelooft in dat vrije individu, waarom heeft Jan uit Urk dan wel recht op individuele vrijheid, maar Jan uit Timboektoe niet?

Radicale systeempartij

Het hele GroenLinks-programma, groen, sociaal, internationaal en vrijzinnig, is niets meer en niets minder dan een consequente uitvoering van wat al die andere systeempartijen vinden. Een groot deel van de Nederlandse politiek onderschrijft een breed sociaalliberaal programma, dat oog heeft voor de toekomst en over de grenzen kijkt. GroenLinks een radicale partij, maar niet een radicale anti-systeempartij zoals PVV, PvdD, SGP en SP. GroenLinks geeft radicaal consequent uitvoering aan het breed gedeelde sociaalliberale programma: GroenLinks is een radicale systeempartij.

noten

1 Overigens is de SP in de laatste jaren sociaaldemocratischer geworden en heeft ze een groot deel van haar fundamentele kritiek laten varen, ze past daarmee beter in de sociaalliberale consensus.

2 Echter, recent probeert de CU haar gedachtegoed te verwoorden in woorden als “duurzaamheid, vrijheid en dienstbaarheid” die inwisselbaar lijken voor de waarden van de VVD, het CDA of GroenLinks. Ook deze partij sluit steeds meer aan bij de sociaaliberale consensus.

Wat is goed politiek drama?

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.