The Fragility of Presence

Dit weekend was ik in Groningen. Een stuk in het Groninger Museum trok mijn aandacht: The Fragility of Presence van Edo Nienhuis. Het bijschrijft van dit kunstwerk sprak me bijzonder aan.

The Fragility of Presence (2011, Groningen) is een werk van de jonge Groningse kunstenaar Edo Nienhuis (Groningen, 1986). In de kern gaat het kunstwerk over tegenstelling tussen festiviteit en calamiteit. Dit is een kernthema in het groeiende werk van de jonge Nienhuis. Het raakt aan de dualiteit in de hedendaagse maatschappij: deze bevindt zich in een voortdurende economische, crisis, maar is ook geobsedeerd door plezier, het Dionysische, het feest. Door het feest probeert het individu de crisis te vergeten. Nienhuis lijkt de vraag te stellen: probeert de samenleving door de crisis het plezier te vergeten? De klassieke rode brandslang geeft uiting aan de altijd aanwezige urgentie; een champagneglas staat symbool voor de exceptionaliteit van de intoxicatie. Twee kernthema’s in de huidige samenleving. De fragiele flûte staat naast een stevig stuk glas met daarachter een alarm. Op het glas staan de woorden: ‘Bij brand breek dit glas’. Dit toont de breekbaarheid van het geluk, tegenover de dominantie van de noodzakelijkheid: een samenleving die probeert om het individuele geluk te vermorzelen door voortdurend de collectieve crisis noodzaak te maken. Noodzakelijkheid is in het werk van Nienhuis een duaal begrip. Dit is te zien aan het lege glas, dat onder een brandslang met daarop de tekst ‘geen drinkwater’, is gezet. De klassieke Tanantaluskwelling toont het onvermogen van het calamitaire om om te gaan met het humanitaire. Het noodzakelijke kan geïnterpreteerd worden als de macht van de urgentie én de behoefte van het dagelijkse. Het eerste sluit het tweede noodzakelijkerwijs uit: het drinkwater uit de brandslang is niet drinkbaar. Hierdoor is het noodzakelijke per definitie onvolkomen. De onvolkomenheid komt tot uiting in de kaart achter het glas met daarop de bevestigende tekst ‘U bevindt zich hier’. De tekst is bevestigd met opgedroogd, groezelig plakband. De bevestiging zou bij iedere (individuele óf collectieve) ramp van de muur gezogen worden. Hiermee toont de zwakte van de tegenwoordigheid: de fragiliteit van de aanwezigheid.”

Ik ben dol op kunst, maar sommige schrijvers van bijschriften gaan echt te ver – sommige kunstenaars overigens ook.

Conservatief congres kiest keer-op-keer conform de kandidatencommissie

2000 congresgangers. 25 kandidaten. twee-en-een-half uur. Vorige week stemde het GroenLinks-congres over de lijst. Een opvallend conservatief resultaat constateerde ik al eerder. Maar hoe is dat tot stand gekomen?
Hier onder presenteer ik een analyse van plek tot plek. Ik kijk naar verschuivingen in stemgedrag in de eerste rondes voor iedere plek. Hier kunnen we zien in hoeverre het congres rationeel is: elkaar signalen geeft, consistente preferenties heeft of sterk wisselt van voorkeur.

Plek 2
Plek 2 is de uitgangspositie. Bij de stemming over plek 2 werd Bram van Ojik in een keer verkozen met meer 760 van de 1249 stemmen. Daarop volgden Klaver (geadviseerd voor plek 4; 284 stemmen) en Van Tongeren (geadviseerd voor plek 3; 187 stemmen).  Net als Sap in 2010 en Strik in 2011 kiest het congres heel helder voor de nummer 2.

Plek 3
Voor plek 3 komen de 760 Van Ojik-stemmers vrij en er komen twee kandidaten bij. Van Tongeren krijgt er meer dan 300 stemmers bij. Voortman krijgt meer dan 250 stemmers en Klaver maar 12. Dit kan deels verklaard worden omdat Voortman en Klaver met hun sociale profiel uit de zelfde vijver vissen: Klaver verliest stemmers aan Voortman. Allebei kunnen ze rekenen op bijna 300 stemmen. Grashoff krijgt net minder dan 200 stemmen. Van Tongeren die #3 was bij de vorige ronde is nu de #1. Een groot deel van het congres (zo’n 300 stemmers) lijkt te willen kiezen voor de lijstvolgorde die door de kandidatencommissie is voorgesteld.

Plek 4
Nu Van Tongeren gekozen is komen er 504 stemmers vrij. Hiervan gaan er meer dan 300 naar Klaver, meer dan 100 naar Voortman en 50 naar Grashoff. Klaver krijgt 609 stemmen (49%). Er lijkt een groep van 300 stemmers te zijn die vrij consistent het lijstje afwerkt en van #3 (Van Tongeren) naar #4 (Klaver) gaat. Het is dus niet “Kies clever, kies Klaver”, maar “Kies conform de kandidatencommissie, kies Klaver”

Plek 5
Voor plek 5 zijn er twee kandidaten: Voortman en Grashoff. Voortman krijgt bijna 500 van de vrijgekomen Klaver-stemmers en Grashoff maar 100. Hierdoor wordt Voortman gekozen met ruim 70% van de stemmen. Het is logisch dat veel Klaver-stemmers naar Voortman gaan: zij delen een zelfde sociaal profiel en zo volgt het congres mooi de lijstvolgorde.

Plek 6
Voor plek 6 zijn komen er twee nieuwe kandidaten bij: Van den Berge en El Fassed. Allebei kunnen ze rekenen op bijna 350 van de vrijgekomen Voortman-stemmers. Grashoff krijgt er bijna 200. Hij kan hiermee rekenen op meer dan 500 stemmen. Net minder dan 350 stemmers volgen het advies van de kandidatencommissie en bijna 900 stemmers wijken daarvan af, ten gunste van een zittend Kamerlid. Van den Berge, die is geadviseerd is voor plek 6, komt niet door de eerste ronde heen.

Plek 7
Voor plek 7 komen er twee kandidaten bij de Amsterdamse stadsdeelwethouders De Wilt en Diepeveen. El Fassed krijgt 300 van de Grashoff-stemmers. Van den Berge maar 50. De Wilt en Diepeveen krijgen respectievelijk net meer dan 100 en net minder 50 stemmers. Het overgrote deel van de Grashoff-stemmers (die een zittend Kamerlid verkozen boven een hoog geplaatste kandidaat) gaat naar El Fassed. Van den Berge houdt de stemmers vast die eerder voor hem en de lijstvolgorde kozen.

Plek 8
Voor plek 8 komen er twee kandidaten bij: de progressief-liberale vrouwen Van Ellemeet en Scheltema. Van Ellemeet krijgt bijna 350 stemmen, Scheltema meer dan 100. Van den Berge krijgt er 180 stemmers bij. Hij zit hiermee op 602 stemmen en is bijna verkozen. De Wilt en Diepeveen krijgen er nauwelijks stemmen bij. De El Fassed stemmers die eerder El Fassed en Grashoff verkozen boven Van den Berge neigen nog steeds meer naar een oudere kandidaat.

Plek 9
Voor plek 9 komen er twee kandidaten bij (Van den Bosch en Van de Venis) en er komen ruim 600 Van den Berge-stemmers vrij. Van Ellemeet krijgt er bijna 400 van. De andere kandidaten krijgen allemaal minder dan 70 stemmers.  Het congres kiest volmondig voor Van Ellemeet (die voor plek 8 gekandideerd was).

Plek 10
Plek 10 is fascinerend. In een keer wordt Dibi gekozen met 620 stemmen. Zeven boven de kiesdrempel. Er zijn veel kandidaten die er nu ook bij komen: Barrahmun, Sahin, Kwint, Westerveld en Bruring. De Amsterdamse stadswethouders gaan erop achteruit. Dat geldt ook voor de vrijznnige kandidaat Scheltema. De vrijzinnige Amsterdam doet het goed onder deze kiezers. Tofik “haal Links GroenLinks maar uit de naam” Dibi wint zelfs van de Paulus “Kritisch” De Wilt. Dibi doet het goed onder veel kiezers en niet alleen onder de vrijgekomen 732 Van Ellemeet-stemmers.

Plek 11
Er komen 620 vrijzinnige Dibi-stemmers vrij. Bijna 200 stemmers gaan naar kritische De Wilt. Minder dan 100 naar Barrahmun en Diepeveen. Kwint en Bruring gaan er nog een paar stemmen op vooruit. Het congres maakt weer een heldere beweging naar de plek 11: stadsdeelwethouder in Amsterdam Nieuw West De Wilt (ex-PSP) en stadsdeelwethouder in Amsterdam Noord Diepeveen (ex-PPR) komen tegenover elkaar te staan. Het congres vindt de beslissing tussen de Amsterdamse stadsdeelwethouders niet makkelijk en er is een herstemming nodig.

Plek 12
Diepeveen had een goede uitgangspositie na zijn tweede plek voor plek 11. Maar ook Barrahmun gaat er veel op vooruit. We maken een vergelijking met de eerste stemming voor plek 11; zo te zien heeft de herstemming bij plek 11 veel losgemaakt en veel mensen hebben hun kandidaten verlaten. Het congres kiest eenduidig voor de plek 12 geadviseerde Barrahmun.

Plek 13
Voor plek 13 kiest (vrij plots) een groot deel van de kiezers voor Diepeveen die ze voor plek #11 en #12 hebben afgewezen. De overige kandidaten krijgen er minder dan 65 stemmen bij.

 

 

Plek 14
Voor plek 14 is Van den Bosch geadviseerd. Er is echter een kandidaat die als sinds plek 8 meer dan 100 stemmen krijgt: de juriste Scheltema. Ze krijgt 160 van de vrijgekomen stemmen en Van den Bosch maar 140. Ook Sahin krijgt bijna 100 stemmen. Hiermee heeft Scheltema een ideale uitgangspositie en ze wordt ook verkozen voor plek 14.

Plek 15
Voor plek 15 krijgt plots Van den Bosch, die net nog door het congres gepaseerd is, een groot deel van de vrijgekomen Scheltema-stemmers. Ook Sahin, Westerveld en Heilbron ontvangen Scheltema-stemmers.

 

Plek 16
Voor plek 16 komt Sahin er goed uit met 180 vrijgekomen Van Bosch-stemmers. Ook zijn er 100 stemmers die naar Mos gaan. Hiermee wordt Sahin verkozen.

 

 

Voor een groot deel wordt de ordening van de kandidatencommissie overgenomen. Er zijn een aantal uitzonderingen: zittende Kamerleden Grashoff en El Fassed, en de vrijzinnige advocate Scheltema. Het is de vraag of vermisschien is zoveel stemmen niet nodig om die ordening eruit te krijgen.

Opkomst
Zeker als we kijken naar de participatie van leden dan zie we dat er veel gevraagd wordt: tot plek 10 stemmen er meer dan 1200 GroenLinksers (en dat terwijl er ruimte was voor 2000 GroenLinksers). Daarna neemt het aantal stemmers min-of-meer lineair af: en voor plek 16 zijn er nog 800 stemmende leden over. Is het echt zinvol om over negen kandidaten te stemmen in twee ronde voor plek 16? 400 GroenLinks-leden dachten in elk geval van niet.

Religieuze voorrechten en gelijkheid voor de wet

Martijn Samsom verdedigt op de website van de Trouw vandaag religieuze voorrechten, zoals het recht van Joden en Moslims om hun kinderen te besnijden en hun vee onverdoofd ritueel te slachten. Klopt de argumentatie? Is traditie een reden om privileges uit te delen?

Er zijn aardig wat sterke argumenten om besnijdenis en onverdoofde rituele slacht te verbieden. Toch laten ‘religieuze voorrechten’ zich wel degelijk verdedigen. Besnijdenis en onverdoofde rituele slacht worden bijvoorbeeld niet uitgevoerd om te mishandelen, maar als onderdeel van een traditie. Veel mensen horen het niet graag, maar verminking is een relatief begrip.’

Het cruciale punt van Samsom is dat een kleine inbreuk van de fysieke integriteit van het kind en beperkte leiden van het rund opweegt tegen het respecteren van een culturele traditie. In mijn ogen is dat een onterecht uitruil. Burgerrechten zijn geen kleren van H&M die je zomaar mag omruilen.

‘Als iedereen decennialang zijn kleine teen laat afhakken, spreken we niet meer zozeer van verminking, maar vooral van traditie. Voor Joden en moslims is besnijdenis geen verminking, precies zoals het heel ver oprekken van oorlellen in veel culturen ook geen verminking maar traditie is.’

Die kleine teen is een uitermate slecht gekozen voorbeeld, dat de discussie geheel kan afleiden. Want we hebben niet zomaar zonder reden een kleine teen. Dat is geen zinloze appendix. Een kleine teen is uitermate belangrijk om te balanceren. Als we iemand’s kleine teen afhakken doen we schade aan zijn of haar vermogen om te lopen. Volgens mij kunnen we verminking definiëren als een inbreuk op essentiële menselijke vermogens.

‘Nu kun je natuurlijk niet alles verdedigen met een beroep op ‘traditie’. Een traditie die extreme ellende voortbrengt moet worden gestopt. Maar volgens mij is bij besnijdenis noch bij ritueel slachten sprake van extreme ellende.’

Het cruciale begrip dat Samsom hier introduceert is het begrip ‘extreme ellende’. We mogen tradities verbieden als ze leiden tot extreme ellende. Ik zou hier kunnen voorstellen om de keel van Samsom door te snijden en hem te laten dood bloeden. En hem daarna te vragen wat extreme ellende is. Gelukkig mag dat niet. Ik zou kunnen stellen dat de term ‘extreme ellende’ niet hanteerbaar is, en het alternatief ‘essentiële vermogens’ kunnen introduceren. Dat lijkt me gezien de laatste stand van de ontwikkeling van de filosofie een beter principe (omdat we niet geluk c.q. ongeluk centraal stellen zoals in de doodlopende weg van het utilisme, maar vermogens zoals in de nieuwe capabilities-stroming). Doodbloeden is extreme ellende en ‘essentiële vermogens’ zijn wat het leven waardevol maakt en wat we dus niet mogen schaden.

Dan komen we terecht in een discussie of besnijdenis een inbreuk is op essentiële vermogens. Dat vrouwenbesnijdenis een inbreuk op essentiële vermogens is, staat volgens mij buiten kijf. Hierbij worden de genitialen van vrouwen zo verminkt dat allerlei vermogens (urineren, seks, baren) ernstig bemoeilijkt worden. Maar geldt dat ook voor mannenbesnijdenis? Het schijnt seksualiteit niet plezieriger te maken.

Maar dat gaat allemaal uit van de verkeerde assumptie. Namelijk dat het rechtvaardig zou zijn om mensen toe te staan dingen te doen met een verwijzing naar traditie, behalve als dat ernstige schade doet (in welke vorm dan ook). Maar volgens mij is het de rol van de overheid om het maatschappelijk leven te ordenen. Zij maakt hierbij regels die voor iedereen gelden. ‘We laten het lichaam van kinderen heel, behalve als een inbreuk nodig is voor de gezondheid van het kind’ is zo’n regel. Als mensen vanwege religieuze tradities uitzonderingen zouden krijgen op die regels, toon je geen respect voor religie. Waarom niet? Als je dingen toe staat voor religieuze mensen die niet voor ongelovige mensen gelden, dan moedig je dus eigenlijk mensen aan om of lid te worden van een religie als ze bepaalde voordelen willen, of om hun eigen religie op te richten. Dat betekent dat mensen religie gaan veinzen om daar voordeel van te hebben. En dat moet je nooit willen. Religie is alleen waardevol als het een vrije keuze is.

‘Inderdaad, bij het maken van de keuze of je baby religieus besneden moet worden, staat het kind buitenspel. Is dat erg? Je zou kunnen zeggen: voor baby’s en kinderen worden duizenden besluiten genomen die veel ingrijpender zijn. Wie je ouders zijn, heeft bijvoorbeeld een erg grote invloed op het verloop van je leven. Aan dergelijke factoren kunnen we nauwelijks iets veranderen – niet op persoonlijk en niet op politiek niveau. Willekeur en beslissingen door anderen spelen nu eenmaal een grote rol in ieders leven.’

Dit is een curieus standpunt. Eigenlijk zegt Samsom hier: ouders kunnen besluiten hun kinderen op andere manieren te verminken, dus dan valt dat besnijden nog best mee. Maar een ouder heeft een bijzondere verantwoordelijkheid. Hij of zij voedt het kind op, in relatieve vrijheid, naar eigen inzicht. Dat kind staat daar relatief willoos tegenover. De overheid heeft een rol om kinderen te beschermen tegen mishandeling, ondervoeding en andere vormen van kindermisbruik. De grens van de ouderlijke autoriteit is het belang van het kind. Als dat geschaad wordt, dan eindigt de ouderlijke autoriteit. Je kan een gelijkenis trekken met de macht van de Chinese keizer. Hij mocht voor zijn volk beslissen. Hij wist het beter. Maar als hij de belangen van zijn volk schaadde, dan mocht het volk in opstand komen. En omdat kinderen niet in opstand kunnen komen, hebben we een overheid die hun belang verdedigt, als hun ouders verzaken.

‘Wie (zoals de Partij voor de Dieren of de Duitse rechter die besnijdenis ‘mishandeling’ noemde) strikt rationeel naar dit soort problemen kijkt, ziet enkel fysiek leed. Dat is maar de helft van het verhaal. Rituelen zijn ook een kwestie van religie en cultuur, van zaken die ons maken tot wat we zijn. Als we mensen dat ontnemen, dan ontnemen we ze een deel van hun identiteit en vrijheid. Een goede reden om religieuze voorrechten niet zonder meer af te schaffen.’

Dit is in mijn ogen het cruciale punt van Samsom. Traditie is niet op zich waardevol, maar waardevol omdat het mensen identiteit en zelfs vrijheid geeft. Cultuur vormt ons. Zonder cultuur zijn we niemand. Cultuur is het kompas in ons leven dat ons richting geeft. Zonder cultuur weten we niet wat we willen.

Dit is de kern van het multiculturele denken. Culturen vormen mensen. Het is de rol van de overheid om een minderheidscultuur te verdedigen tegen de conventionele cultuur. En ik kan daar een stuk in meegaan. Ik vind dat we best kinderen in Friesland Fries mogen leren op school, om die taal te beschermen. En als een Sikh geen helm wil dragen op een scooter, omdat hij zijn tulband op wil houden, prima.

Het Fries-voorbeeld gaat om kinderen, net als de besnijdenis. In beide gevallen houden we een traditie in stand, namelijk het spreken van een taal en het mishandelen van kinderen. De vraag is waarom zijn die twee anders? Ieder kind moet onvermijdelijk taalonderwijs krijgen om te kunnen communiceren, terwijl besnijdenis geen ander doel dient dan de godsdienstige traditie. De eerste is een traditie-respecterende inkleuring van een bestaande maatschappelijke functie; de ander is een uitzondering op een nogal belangrijke maatschappelijke regel (ouders dienen het belang van hun kind) met geen andere grond dan het respecteren van traditie.

Het Sikh-voorbeeld gaat om de individuele vrijheid van iemand om zijn eigen leven op het spel te zetten. Daar heeft niemand anders last van. Vergelijk dit met het voorbeeld van de rituele slacht. Dat betekent dat we juist een ander wezen laten lijden, vanwege een godsdienstige traditie. Als we rituele slacht verbieden, verbieden we niemand om zijn of haar geloof te beleiden. Het zorgt er alleen maar voor dat religieuze mensen geen vlees kunnen eten. Het is geen inbreuk van de godsdienstvrijheid van vleeseters, maar een inbreuk van het recht om vlees te eten voor godsdienstigen. En dat laatste recht staat niet in de Grondwet (en terecht!).

De vrijheid van godsdienst is in Nederland geperverteerd: hij was ooit bedoeld om mensen te beschermen tegen een overheid die bepaalde handelingen verbood vanwege het enkele feit dat ze religieus waren. Die vrijheid is in mijn ogen inderdaad rechtvaardig. Nu wordt voorgesteld om handelingen die anders verboden zijn, toe te staan vanwege het enkele feit dat ze religieus zijn. Dat is volgens mij onrechtvaardig. De kern van een rechtsstaat is gelijkheid voor de wet voor iedereen, niet het privilege van enkele.

Een congres zonder vuurwerk

De NOS wist het wel. Het GroenLinks congres was the place to be. De kandidaten die de procedure hadden overleefd stonden klaar om elkaar aan te vallen. Grashoff en El Fassed wilden naar een zekere plek. Daardoor kregen Voortman, Klaver en Van Tongeren het ook op de heupen.
Mooie televisie: kandidaten die vechten voor een plek. Campagnes, filmpjes, flyers, t-shirts, steunverklaringen. Kandidaten die zeggen: “het congres wil iets te kiezen hebben.” Het conflictframe aan, nuance uit: “Gevecht om de hoogste plekken bij GroenLinks.”
Niet was minder waar: het congres wou geen chaos. Eerst nam ze integraal het advies over van het partijbestuur op 240 van de 244 amendementen. Voorstellen van DWARS haalden geen meerderheid. Die voorstellen riepen overigens stuk voor stuk op om de bestaande situatie te behouden -wel een basisbeurs, geen referendum. Men vraagt zich af serieus af wat er gaande is in de jongerenorganisatie. De voorstellen die het wel haalden zoals een verbod op alcoholconsumptie onder de achttien of een verbod op het afsteken van vuurwerk, laten zien dat GroenLinks kiest voor een verantwoordelijke, iets minder libertaire koers. GroenLinks kiest niet voor het D66-achtige minder regels betekent meer vrijheid, en juist voor de gezondheid van onze kinderen. Een toefje vrijzinnig paternalisme in een voorts groen, sociaal en progressief programma. Een kleine conservatieve afwijking door een vrij volgzaam congres.
Dat zelfde geldt voor de kandidatenlijst. Het congres zet bam in een keer Bram op #2. Daarop volgde het groene gezicht Liesbeth van Tongeren en Jesse Klaver, die door Jos van der Lans werd vergeleken met Barack Obama (dat gaat mij misschien wel weer wat ver) en Linda Voortman. Precies zoals de kandidatencommissie had geadviseerd. De kandidaat op 6 van de advieslijst was de altijd vrolijke Niels van den Berge. De zesde plek ging echter naar Rik Grashoff (die van Natuurmonumenten een groene zetel had gekregen). De zevende plek ging naar Arjan El Fassed (met 267.665 twittervolgers). Het congres koos voor zittende Kamerleden, op volgorde van het advies van de kandidatencommissie. Ook hier dus is een afwijking in een behoudende richting te zien in een voorts volgzaam congres.
Eigenlijk begon dit proces al met de lijsttrekkersverkiezingn waarbij 84% van de leden Jolande Sap koos boven Tofik Dibi, na een twitstorm om inspraak. Je mag een Groenlinkser nooit het recht ontzeggen om zelf op zijn eigen voorwaarden zijn volledgie steun uit te spreken voor de GroenLinks-top.
Een conservatief, volgzaam congres dus, dat ervoor koos om de rijen te sluiten. Dat kwam misschien wel het best tot uiting in deze endorsement van Paulus de Wilt (een van de voormannen van Kritisch GroenLinks) door Harmen Binnema (een nogal progressief-liberale GroenLinks’er): “ik ben het eigenlijk heel vaak inhoudelijk met je oneens, maar echt boos op je worden kan ik ook niet”.
En dat is mooi, want eenheid is de allerbelangrijkste voorwaarde voor een goede uitslag op 12 september. En als dat betekent dat een paar NOS-journalisten een wat saaie zaterdag voor hebben gehad (zonder vuurwerk!) dan neem ik dat op de koop toe.