“Links wint de verkiezingen glansrijk”

Wat keken we allemaal raar op van dat Italiaanse kiesstelsel gisteravond. Zo’n systeem is alleen maar bedacht om Berlusconi aan de macht te houden, twitterden sommige. In principe heeft het Italiaanse kiesstelsel een helder doel: een stabiele meerderheidsregering produceren. Dat het nu niet gelukt is, laat misschien zien dat niet altijd even goed werkt, maar dit was ook een vrij opmerkelijke uitslag.

Als we het systeem toepassen op de Nederlandse verkiezingen van 2012 dan wordt het misschien allemaal wat helderder. Aan de Nederlandse verkiezingen deden twintig partijen mee. Daarvan zaten er een aantal in coalities (ik kijk naar de Nederlandse lijstverbindingen): er was een links blok van GroenLinks, SP en PvdA (“Het Eerlijke Verhaal”) en een Christelijk blok van ChristenUnie en SGP (“Voor de Verandering”).

De uitslag in stemmen, de Tweede en Eerste Kamer

Voor de Tweede Kamer gelden twee regels: de partij of coalitie die de meeste stemmen haalt, krijgt 55% van de zetels (82 zetels). De overige 68 zetels worden proportioneel verdeeld tussen de andere partijen en coalities.

Met 37% van de stemmen is de linkse coalitie van Diederik Samsom overtuigend de grootste. Ze laten de VVD met 27% ver achter hun. Ze krijgen dus 82 zetels.

De overgebleven zetels worden evenredig verdeeld tussen de andere partijen met een bijzondere kiesdrempel. Voor coalities geldt een kiesdrempel van 10%. De coalitie van ChristenUnie en SGP krijgt 5% van de stemmen. Ze worden nu geteld als onafhankelijke partijen. Daarvoor geldt een kiesdrempel van 4%, die geen van beiden haalt. De VVD wel. De liberalen krijgen 34 zetels. De PVV 13, CDA 11 en D66 10. De andere deelnemende partijen geen.

Binnen de coalitie worden de zetels evenredig verdeeld met een kiesdrempel van 2%. Alle partijen van de coalitie “Het Eerlijke Verhaal” halen die. De PvdA krijgt 56 zetels, de SP 21 en GroenLinks 5.

De Senaat wordt op dezelfde manier verdeeld, maar dan niet nationaal maar per provincie, waarbij iedere provincie een aantal zetels heeft dat evenredig is aan het inwoneraantal. De BES-eilanden hebben een zetel, Zuid-Holland 14. In Italie ligt de complexiteit er nu in dat in verschillende regio’s verschillende partijen sterk staan. Maar in Nederland wint “Het Eerlijke Verhaal” in alle provincies een meerderheid. Dat betekent dat ze 43 zetels verzamelt. De rest van de zetels wordt evenredig per regio verdeeld tussen de deelnemende partijen en coalities, waarbij een kiesdrempel geldt van 20% voor allianties en 8% voor partijen. De VVD krijgt 18 zetels, de PVV en CDA 5 en D66 4.

Binnen de coalitie geldt een kiesdrempel van 3%. Dat halen PvdA en SP overal, maar GroenLinks alleen in Utrecht en Noord-Holland. Maar daar is 3% niet genoeg voor een zetel. SP en PvdA verdelen de senatoren: 32 voor de PvdA en 11 voor de SP.

Premier Samsom

Dat levert een stabiele coalitie op van PvdA, SP en GroenLinks die gezamenlijk een helder links programma kunnen uitvoeren. De PvdA levert de premier (Samsom) en de ministers van Buitenlandse Zaken (Timmermans), Justitie (Asscher), Defensie (Ploumen), Financien (Dijsselbloem), I&M (Mansveld), OCW (Bussemaker) en VWS (Klijnsma). De SP levert drie ministers: de minister van SZW, tevens vice-premier (Roemer), Binnenlandse Zaken (De Wit) en Ontwikkelingssamenwerking (Van Velzen). GroenLinks levert een minister, die van Economische Zaken (namelijk: energie, landbouw en natuur) in de persoon van Sap. Zoals Samsom heeft beloofd, bestaat het halve kabinet uit vrouwen.

En dat is precies wat het Italiaanse kiesstelsel zou moeten opleveren: een meerderheid in het parlement met een helder mandaat die zo haar beloften uit kan voeren.

Dick’s Dialectische Denken

1 februari stopte Dick Pels als directeur van het Wetenschappelijk Bureau. Voor zijn afscheid gisteren zocht ik naar de rode draad in zijn denken: zijn Marxistische methodologie.

In zijn jonge jaren was Dick modieus Marxist en natuurlijk lid van de CPN. Hoewel typische Marxistische geloofsartikelen als de socialisering van de productiemiddelen en de klassenstrijd in zijn denken niet meer naar voren komen, is er een typisch Marxistisch element dat nog steeds in Pels’ denken terugkeert: de dialectiek.

In de Marxistische dialectiek is er eerst een positie (these). Daartegenover kan een tweede positie gesteld worden (antithese). De tegenstelling tussen deze twee polen wordt opgeheven door de synthese. De synthese verenigt de twee ogenschijnlijk tegengestelde polen met elkaar in een derde vernieuwende positie.

In zijn meest recente monografie Het Volk Bestaat Niet staat de spanning tussen de elite en het volk centraal. De klassieke Nederlandse regentendemocratie werd uitgedaagd door het populisme van Fortuyn. Dick zoekt de synthese in een wisselwerkingsdemocratie: politici moeten durven om vooruit te lopen en burgers moeten politici terug kunnen roepen als ze te ver gaan.

Maar dezelfde dialectiek is ook zichtbaar in Zwak voor Nederland. Dick onderzoekt hier de spanning tussen de Islam en haar liberale critici zoals Ayaan Hirsi Ali. Hij vindt in deze tegengestelde posities een grote gelijkenis: de absolute waarheidspretentie. Zowel de fundamentalistische Islam als het Verlichtingsfundamentalisme denken de absolute waarheid in handen te hebben. Pels vindt dan ook de synthese in een kritisch relativisme, dat zich verzet tegen harde zekerheden van de gelovigen en atheïsten en uit gaat van twijfel en onzekerheid.

Dick laat zich graag inspireren door het sociaal-individualisme van Jacques de Kadt. In deze positie worden ook twee posities met elkaar verenigd. Tegenover het liberale individualisme ontstond een socialistische tegenbeweging. De Kadt en Pels verenigen dit in een ‘socialisme ter wille van het individualisme’. Dit brengt de individuele vrijheid van het liberalisme samen met het gelijkheidsideaal van het socialisme. Een eerlijke verdeling van inkomen en kansen is nodig om persoonlijke autonomie voor iedereen mogelijk te maken.

Later voegde Dick aan deze dialectische driehoek een nieuwe dimensie toe: het paternalisme. Persoonlijke autonomie dreigt te ontaarden in de hufterigheid van de dikke ikken. Het roept zo een conservatieve tegenreactie op. Pels komt met een synthese: vrijzinnig paternalisme. Mensen weten niet altijd wat het beste is voor hen zelf. Maar ook de overheid weet niet altijd wat het beste is voor het individu. Eén van de oplossingen die Pels biedt, is de democratische dialoog waarin samen onderzoeken wat het goede leven is.

En zo brengt Pels twee schijnbaar tegenovergestelde posities samen: een Marxistische scholing, waarin het dogma van het Marx centraal staat, en een vrijzinnige houding, die uitgaat van de vrijheid om anders te denken, om te twijfelen aan gevestigde ideeën en overtuigingen. Marxistische dialectiek en vrijzinnig relativisme verenigd.

Keuze-adviseur: Pieter, Lot of Rik?

Begin volgende maand kunt u kiezen: wie wordt voorzitter voor GroenLinks? De campagne is in full swing. De drie kandidaten, Leidse fractievoorzitter Pieter Kos, oud-Internationaal Secretaris Lot van Hooijdonk en oud-Kamerlid Rik Grashoff gaan naar afdelingen, spreken met leden en treden op in de media.

Maar het is een lastige keuze: wat telt? Persoonlijke achtergrond? Bestuurlijke ervaring? De steun uit de partij? Om u te helpen met uw keuze, bied ik wederom een partijvoorzitterstest aan. Na 20 vragen weet u welke partijvoorzitter het best past bij uw prioriteiten.

Een kleine “hoe werkt dit?”. U vult de vragen in door in de groene vakjes per vraag een maal  het getal 1 neer te zetten. Na 20 vragen komt er in de rode vakjes een voorkeursordening van 1 (eerste voorkeur) naar 3.

Als medewerker van GroenLinks ben ik niet betrokken bij enige campagne van welke kandidaat dan ook, maar wil ik GroenLinks leden informatie geven over de kandidaat-voorzitters.

Lekker knus: 50Plus

Volgens sommige peilingen staat 50Plus, de nieuwste loot van het Nederlandse partijenstelsel op 24 zetels. De centrale vraag van weldenkend Nederland: Hoe moeten we de opstand der ouderen begrijpen?

50Plus is een voortzetting van de Partij voor Rechtvaardigheid, Vrijheid en Democratie die in 2005 door Jan Nagel was opgericht om Peter R. de Vries politiek te lanceren. Maar er waren niet genoeg mensen het vage programma van de misdaadjournalist steunde. Een opvallende misser voor Nagel, die al sinds de jaren ’60 een neus heeft voor wat er leeft. Hij was een van de voornaamste exponenten van de jongerenbeweging Nieuw Links, die PvdA in elk geval electoraal omhoog stuwde. In de jaren ’90 richtte hij zijn eigen Hilversumse protestbeweging Leefbaar Hilversum op. In 1999 voegde hij die samen met andere Leefbaren tot Leefbaar Nederland. Deze partij raakte een breed gevoeld misnoegen met het Paarse managementkabinet en met Pim Fortuyn als boegbeeld wist deze partij als geen ander de maatschappelijke onvrede te verwoorden.

En ook 50Plus weet een maatschappelijke onderstroom te raken. Een onderstroom die al grofweg sinds 2006 haar hoofd regelmatig laat zien: het fundamentele conflict tussen kiezers die rechten verworven hebben en overheidsmanagers die zich beseffen dat het niet mogelijk is om ieder te geven wat hen beloofd is.

In mijn ogen zijn er twee centrale dimensies in het Nederlandse partijenstelsel. Er is een brede links/rechts-dimensie die een aantal onderwerpen omvat: de verhouding tussen markt en overheid, het milieu en de integratie van migranten. Dit is de centrale dimensie tijdens verkiezingscampanges. Welke zijde levert de premier: links of rechts. Daarnaast is er een hervormingsgezind/behoudend-dimensie die twee onderwerpen betreft: Europese integratie en de hervorming van de verzorgingstaat. In de kern gaat het conflict over de hervorming van de verzorgingsstaat tussen gewone burgers die rekenen op verworven rechten (pensioenen, de WW, de AOW, gezondheidszorg) en overheidsmanagers die zich maar al te goed beseffen dat als we dingen blijven doen zoals we deden, we minder overhouden dan we hadden. Met aankomende vergrijzing moeten we wel willen hervormen, willen we niet onze kinderen opzadelen met de kosten van de verzorgingsstaat. Waar verkiezingen gewonnen en verloren worden op de links/rechts-dimensie moeten partijen tijdens de formatie samenwerking vinden in de hervormingsgezinde helft van het politieke spectrum omdat deze de politieke realiteitszin vertegenwoordigd tegenover wat electoraal zouden willen beloven.

De twee belangrijkste partijen in Nederland, de Partij van de Arbeid en de VVD hebben heldere posities op die centrale, electorale links/rechts-dimensie. De PvdA is de vaandeldrager van links en de VVD is de kampioen van rechts. Op de Europese/hervormingendimensie hebben ze echter een precaire positie. Ze dreigen het behoudende deel van hun electoraat te verliezen als ze doen wat politiek noodzakelijk is.

De kern van de politieke samenwerking tussen PvdA en VVD is dat zij elkaar niet konden vinden op een grijs compromis op de links/rechts-dimensie. Daar stonden zij te veel uit elkaar. Maar zowel Samsom als Rutte hebben een hervormingsgezinde neiging. Voor Samsom bestaat die uit het eerlijke verhaal willen vertellen, geen sprookjes over eeuwigdurende zoete rivieren. En voor Rutte is dat zijn natuurlijke houding als manager: “kunnen we daar geen reorganisatietrajectje opzetten?” Paarse samenwerking wil geen stilstand. Ze kunnen niet naar links en niet naar rechts. Dus is er maar een richting: vooruit! Zelfs als dat kiezers vervreemd van hun eigen partij.

Het genie van Nagel is dat hij een partij heeft opgericht die als geen ander op het probleem van de coalitie kan inspelen. 50Plus heeft geen kenmerkende positie op de sociaal-economische links/rechts-dimensie. Daar zitten ze in het centrum. Maar op de hervormingsgezinde vraagstukken, met name waar het gaat om herverdeling tussen generaties, neemt 50Plus een heldere positie in. De ouderen zijn ‘tegen’. Tegen het eerlijke verhaal van Samsom em tegen de bezuinigingen van Rutte omdat ouderen daarvoor moeten inleveren.

Daarmee is de partij de anti-D66 geworden. D66 staat te trappelen om iedere bezuiniging van het kabinet-Rutte II te omarmen: de studienfinanciering, de woningmarkt en de huurmarkt. Er is geen hervorming waar Pechtold zich nog niet voor uitgesproken heeft. 50Plus speelt geniaal in op de natuurlijke aversie die mensen hebben om dat geen wat hen is beloofd te verliezen. En die aversie zit bij de achterban van de PvdA en de VVD en zo kan 50Plus kiezers van beide kampen verwelkomen. Want 50Plus krijgt stemmen van zowel links als rechts. Ook haar politici komen van zowel links als rechts: Krol was VVD-voorlichter en senator Nagel zat eerder voor de PvdA in de senaat.

Ook Wilders en Roemer profiteren electoraal van de hervormingsgezinde samenwerking van sociaal-democraten en liberalen. Al in 2006 sprong de SP omhoog in de kiezersgunst toen de PvdA durfde voor te stellen om ouderen mee te laten betalen aan de AOW. En in 2010 brak de PVV definitief door als kampioen van 65=65. Maar zij kunnen slechts vissen in de linker- en de rechtervijver.

Voor Krol geldt: ‘mensen met verworven rechten aller provinciën verenigt u! U heeft alles te verliezen: uw opgebouwde pensioen, uw basispakket, uw spaargeld, uw provincie, uw eigen huis en uw recht op AOW.’

Een wereld zonder D66 IX: Leiden, 26 januari 2013 (epiloog)

Dit is het negende en laatste deel in een serie over hoe Nederland zich had ontwikkeld als D66 niet was opgericht. Hier het vorige deel.

De erfenis van Hans van Mierlo bestaat uit honderden boeken. Het ordenen van zo’n collectie is eigenlijk werk voor een stagair, maar Alexander vindt het leuk om zo’n klusje zaterdagmiddag te doen. Het is dat of houthakken thuis. Bovendien had hij wel wat Hans van Mierlo, de columnist, presentator en journalist.

Tussen De Ontdekking van de Hemel van Mulisch en het scenario van Cicero Consultants van Hofland, vindt hij een exemplaar van Democraten ’66. Een politieke tragedie. Er zit een briefje in: “Beste Hans. Nog bedankt voor je exemplaar van De burger en de politiek. We zullen het er wel nooit uitkomen. Dat maakt de discussie misschien wel beter. Groet, Jan

Even is Pechtold stil: hoe had Nederland eruit gezien als iemand met het statuur van Van Mierlo een partij als die Terlouw beschreef, had geleid: zouden appartasjiks als Thom de Graaf dan nog steeds benoemd kunnen worden als burgermeester? Was de direct gekozen burgemeester ingevoerd of misschien zelfs de gekozen premier? Was het kiesstelsel veranderd en daarmee het partijenstelsel opgebroken? En wat had betekend voor het referendum? Hadden ze echt verschil kunnen maken? De constitutie van het land kunnen hervormen? De kloof tussen burger en politiek kunnen overbruggen?

De telefoon gaat: het is een van de jongens van opslag beneden. Of die kroonjuwelen misschien niet eens weg kunnen. “Ja, ach” zegt Pechtold, “doe ze maar in de ramsj. Die kroonjuwelen kan niemand eigenlijk wat interesseren.”

Een wereld zonder D66 VIII: Den Haag, 12 november 2012

Dit is het achtste deel in een negendelige serie over hoe Nederland zich had ontwikkeld als D66 niet was opgericht. Hier het vorige deel.

Nederland snakte naar een stabiel kabinet, na het minderheidskabinet van VVD en CDA dat rekende op de PVV. Ze hadden samen net genoeg zetels om een einde te maken aan zeven jaar lang stabiel bestuur onder premier-Cohen. Het nieuwe kabinet hield het maar twee jaar vol. Het VVD/PvdA-kabinet werd snel geformeerd.

Misschien iets té snel. Na de formatie ontstaat er onrust in de VVD over de inkomensafhankelijke ziektekostenpremie. De PvdA en VVD proberen het in achterkamertjes te regelen. De oppositiepartijen staan op hun achterste poten en roepen om het hardst dat er geen compromissen gesloten hadden moeten worden. Tweets, moties, Kamervragen. De hype voert weer de boventoon in de politiek. Altijd maar weer hetzelfde gezeur en hetzelfde geharrewar tussen regering en Tweede Kamer.

Ondertussen in … Leiden

Alexander Pechtold heeft geen tijd voor politiek. Als directeur veilingen van Sotheby’s Nederland richt hij zich op kunstvoorwerpen, oude boeken, schilderijen en sierraden. Eén van de grote stukken dit jaar hadden de ‘kroonjuwelen’ moeten zijn. Het zijn juwelen van Jackie Kennedy uit haar tijd bij Onasis. Drie keer zijn de stukken al op de veiling geweest, maar er wordt niet opgeboden. Het frustreert Pechtold. Het is zijn vak om als er een beetje vraag is naar een product de vraag op te kloppen tot dat mensen plotseling bezitter zijn van een globe of een schilderij. Na de veiling maakt hij graag een praatje met de nieuwe eigenaren. “Eigenlijk bent u een kunstliefhebber”  zegt hij dan graag. Met kroonjuwelen wil het maar niet lukken. Mensen lijken er gewoon niet in geïnteresseerd. Pechtold kijkt naar de stukken en zegt: “haal de kroonjuwelen maar uit de etalage. Ze zijn nog wel op voorraad leverbaar.” Zijn ogen gaan naar een kubistisch schilderij. “Vijf punten op de horizon.” “Kijk”, roept hij, “wat een topstuk! Daar zit handel in! “

Een wereld zonder D66 VII: Nijmegen, 28 mei 2005

Dit is het zevende deel in een negendelige serie over hoe Nederland zich had ontwikkeld als D66 niet was opgericht. Hier het vorige deel.

Ongemakkelijk loopt Thom de Graaf over de markt in Nijmegen. Hij praat met mensen over het aankomende referendum. Het partij-jasje knelt wel een beetje. Bovendien rood is niet echt zijn kleur. Veel te opvallend. Hij deelt wat flyers uit en natuurlijk rozen. Hij voelde zich comfortabeler toen hij een interview gaf aan wat meisjes van de lokale schoolkrant. “Maar ja” denkt hij: “Je moet er wat voor over hebben burgermeester worden.”

Hij is niet zo blij dat de Eerste Kamer recent het voorstel van minister Van Thijn om de kroonbenoeming uit de Grondwet te halen heeft goedgekeurd. Het is een kleine stap richting een door de raad benoemde burgermeester. Daarover lijken alle partijen het wel eens. Maar hoe de nieuwe gemeentewet erop dit punt uit zal zien. Dat duurt nog wel even. Een of twee jaar. “Dat geeft me genoeg tijd om als burgermeester benoemd te worden in een middelgrote plaats als Venlo.” denkt De Graaf. Terwijl hij een oudere vrouw een flyer over de Europese Grondwet geeft. “Het is belangrijk dat ik in de partij gezien wordt als iemand die het niet alleen maar doet om benoemd te worden, maar als iemand die het voor het partij belang doet. Daarom lig ik nu niet gewoon in mijn tuin.”

Ondertussen in … Den Haag

Het kabinet-Cohen was onder een bijzonder gesternte geboren. De PvdA van Wouter Bos was een zetel groter geworden dan het CDA van Jan Peter Balkenende, die er met zijn kabinet-Balkenende een zooitje van had gemaakt. Bos en Balkenende bleven fractieleider in de Tweede Kamer. Bestuurders als Cohen en Donner gingen het kabinet in. De oude Ed van Thijn weet zich benoemd te krijgen als Minister van Binnenlandse Zaken, zijn laatste klus. Als 68-jarige wil hij het goede voorbeeld geven door door te werken. Onder zijn druk kwam er, zij het eenmalig, een referendum over de Europese Grondwet en werd de kroonbenoeming uit de Grondwet gehaald.

Een wereld zonder D66 VI: Hilversum, 6 mei 2002

Dit is het zesde deel in een negendelige serie over hoe Nederland zich had ontwikkeld als D66 niet was opgericht. Hier het vorige deel.

De moord op Pim Fortuyn was één van de meest schokkende gebeurtenissen in de Nederlandse politiek. Want de agenda van Fortuyn was meer dan alleen migratie en integratie. Fortuyn wilde dolgraag zelf verkozen worden als premier van Nederland. Ook burgemeesters en stadhouders (een term die Fortuyn liever zag dan Commissaris van de Koningin) moesten er ook aan geloven. Fortuyn wist juist door zijn indringende persoonlijkheid mensen van alle lagen en standen voor de politiek te interesseren. De hoop is van velen dat de Nederlandse politiek daarvan leert. Een directere band tussen kiezer en gekozene om de kloof te overbruggen.

Ondertussen in … Nijmegen

Thom ijsbeert door zijn huis. D66 heeft eigenlijk alleen maar tegenstand gevonden voor haar ideeën voor besturen op basis van kwaliteit. De paarse partijen willen hun machtspositie niet opgeven. PvdA en VVD hebben in de laatste acht jaar veel burgemeesters benoemd.

Met veel van de ideeën van Fortuyn had Thom weinig. Maar hij zag wel wat in het idee van een zakenkabinet met partijloze ministers. Via via had Thom gehoord dat Fortuyn het lastig vond om vrouwen te vinden. Hij belde Fortuyn. Hij mocht langskomen. Hij nam bindmappen vol CV’s mee: E. Borst, ziekenhuisdirecteur was geschikt voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport en L.W.S.A.L.B. van der Laan, ambtenaar in Brussel was een mogelijke staatssecretaris voor Europese Zaken. Fortuyn had geen oog voor de binders full of women en destemeer voor de ambitieuze headhunter. De Graaf voelde zich erg opgelaten en ging niet op in de avances van Fortuyn.

De volgende dag had Fortuyn in een interview gezegd: “met die krullenjongens van D66 heb ik niet zoveel.” Al voor de dood van Fortuyn stierf de hoop van Thom op een politieke verandering.

Commissievoorzitters & Consensusdemocratie

Een belangrijke onderdeel van een working parliament als het Nederlandse zijn de commissies. In het Nederlandse parlement zijn er ongeveer 20 commissies met beleidsmakende functies. Hoe functioneren die? En wat zegt dat over de Nederlandse democratie? Hier kijken we naar de verdeling van commissievoorzitterschappen.

Ieder ministerie heeft een commissie, maar in de Tweede Kamer zijn er daarnaast aparte commissies voor bijvoorbeeld Europese Zaken en Koninkrijksrelaties. Commissies zijn de plek waar het echte werk gebeurt. In commissies komt zowel de controlerende als de beleidsmakende functie van de Tweede Kamer naar voren: hier worden minister en experts aan de tand gevoeld en commissies bereiden wetgeving en beleid voor.

De voorzitter van een commissie heeft een belangrijke functie in het zetten van de agenda en het leiden van de commissievergaderingen.

Bijna alle partijen leveren een of meer commissievoorzitters. Tussen 1998 en 2002 leidde Paul Rosenmöller de commissie Nederlandse Antilliaanse en Arubaanse Zaken, tussen 2010 en 2012 leidde Hero Brinkman de commissie Immigratie en Integratie. Wat is de logica hierachter? Hoe worden commissievoorzitterschappen verdeeld?

In de figuur hiernaast kan je zien wat de relatie is tussen het percentage zetels dat een partij heeft en het percentage van de commissievoorzitterschappen dat ze levert. Dit heb ik gedaan voor de periode 1999-2013 waarbij ik heb gekeken naar welke partij het langste deel van dat jaar de commissievoorzitter levert. Er is een lineaire relatie: hoe meer zetels, hoe meer commissievoorzitterschappen. In cirkels en vierkanten is bovendien weergegeven of een partij in de oppositie (vierkant) of in de coalitie (cirkel) zit. Cirkels liggen vaker boven de lijn dan onder de lijn. Coalitiepartijen leveren vaker commissievoorzitters. Een zwakkere relatie die wel in de data aanwezig is maar die ik niet heb weergegeven is tussen de leeftijd van een partij een het aantal voorzitters. Iedere vijf jaar dat een partij in de Tweede Kamer zit, levert hen een commissievoorzitter op: dit betekent effectief dat PvdA, VVD, D66 en CDA meer commissievoorzitters leveren dan LPF, PVV en SP.

Wat betekent dit? Grotendeels wordt de traditie van consensusdemocratie gereflecteerd in de data: proportionaliteit is daarbij een belangrijk principe. Eerlijk delen betekent in die traditie dat iedereen een deel krijgt evenredig aan haar maatschappelijke achterban. In de Amerikaanse Senaat en Huis van Afgevaardigden bijvoorbeeld worden alle commissievoorzitters geleverd door de meerderheidspartij, zelfs als die partij maar een meerderheid heeft van een zetel (of geen meerderheid van de stemmen maar door een raar kiesstelsel wel van de zetels). Dat voelt oneerlijk vanuit een Nederlands perspectief.

Dit winner takes all systeem is een klein beetje zichtbaar in de data: het zijn van een regeringspartij levert gemiddeld 0.7 commissievoorzitterschappen op. Maar bovendien lijken oudere partijen samen te werken om nieuwe partijen uit de bedeling te houden. Dit heeft mogelijkerwijs er mee te maken dat nieuwe partijen vaak geen Kamerleden hebben met de parlementaire ervaring om commissievoorzitter te zijn. Dat vereist kennis van het reglement van orde en ongeschreven mores.

Houden ze bij de verdeling van commissievoorzitterschappen rekening met of de partij de minister met die portefeuille levert? Je zou verwachten van wel, omdat de controlerende functie van de Tweede Kamercommissies aangetast wordt als er partijbelangen spelen. Toch is het niet zo. Een op vier commissievoorzitters is van dezelfde partij is als de minister. De kans dat dit zou gebeuren als de commissievoorzitters at random zouden zijn toegedeeld aan commissies niet rekening houdend met de partij van de minister of de voorzitter is 27%. Dat verschilt dus niet sterk.

Opvallend is daarbij dat vrij veel commissievoorzitters later ministers worden of eerder minister zijn geweest. Vaak zelfs op het zelfde onderwerp: Michiel Patijn trad in 1998 af als staatssecretaris van Europese Zaken en werd voorzitter van die commissie.

We kunnen dus twee conclusies trekken: in grote lijnen gaat het principe van proportionaliteit uit de consensusdemocratie nog steeds op: de grote partijen verdelen onderling evenredig de voorzitterschappen. Tegelijkertijd is er een vorm van samenwerking zichtbaar: de gevestigde partijen CDA, VVD en PvdA het leeuwendeel van de commissievoorzitters. Regeringspartijen leveren meer commissievoorzitters dan oppositiepartijen en veel commissievoorzitters gaan het kabinet in of komen er vandaan. Dat duidt op de negatieve kant van de consensusdemocratie, een sterke samenwerking onder elites, zonder te reageren op de omgeving.

Een wereld zonder D66 V: Den Haag, 29 juli 1994

Dit is het vijfde deel in een negendelige serie over hoe Nederland zich had ontwikkeld als D66 niet was opgericht. Hier het vorige deel.

Het was ook een onmogelijke missie. Wim Kok moet terug naar de Koningin met zijn formatieopdracht: het CDA heeft ongelofelijk verloren (van 53 zetels naar 34). De PvdA verloor acht zetels maar is toch de grootste partij. De VVD is met 12 zetels winst de grote winnaar. Samen hebben CDA en VVD geen meerderheid. De PvdA kan de samenwerking met het CDA doorzetten. Maar die partij ligt in de touwen. Of kiest Kok voor samenwerking met de VVD? Inhoudelijk ziet met name partijvoorzitter Rottenberg er wel wat in. Maar tussen de pragmatische Kok en de intellectueel Bolkestein bottert het niet. Bovendien maakt Kok zich zorgen over GroenLinks. Ze hebben onder leiding van Rosenmöller 13 zetels gehaald in de Tweede Kamer.

Hare Majesteit heeft een list: als Kok nou gewoon een proeve van een regeerakkoord schrijft en kijkt welke partijen aanhaken? Op de weg terug pakt hij een recente lezing van de NRC-hoofdredacteur Hans van Mierlo erbij De burger en de politiek. Misschien dat de ideeën van de man die voor zowel de VARA als het NRC werkte de basis legt voor een kabinet van PvdA en VVD?

Ondertussen in … Nijmegen

Een procureur-generaal, een organisatie-adviseur en een ziekenhuis-directeur. Het was een ongelijksoortig gezelschap die avond in de bovenzaal van Café Daen. In totaal waren er 66 professionals, bestuurders en managers. Ze waren allemaal klaar voor een nieuwe klus, bijvoorkeur als burgermeester of Commissaris van de Koningin. Ze waren alleen allemaal partijloos.

Thom de Graaf hield zijn presentatie voor een geconcentreerde zaal. Het was tijd voor een nieuwe manier van besturen. Niet langer moest de partijkaart tellen maar de kwaliteiten van bestuurders. Dat was het idee achter Dynamics 66. Een bemiddelingsbureau om bestuurlijke posten te vullen met mensen mét bestuurlijke ervaring maar zónder partijlidmaatschap. Dat paste in een nieuwe tijd. Een nieuwe tijd van paarse politiek. Het zou beginnen met burgermeestersposten, maar D66 wou ook dijkgraven leveren én commissarissen, maar op termijn ook staatssecretarissen of zelfs ministers.

D66 moest als een partij worden maar dan zonder programma, zonder leden of zonder kiezers. Een partij die zich richt op besturen. “Een baantjesmachine.” fluistert één van de mensen in de zaal.