Staatkundige ChristenPartij?

Nu er een vrouw op de SGP lijst mag  – mevr. L. Janse-van der Weele wordt lijsttrekker bovendien – is de laatste barrière geslecht die de vorming één bijbelgetrouwe Christelijke partij weerhield.

Een reden om te kijken naar de samenwerking en ontwikkeling van de SGP en de ChristenUnie en haar voorgangers RPF en GPV.

SGP – GPV – RPF

De belangrijkste thema’s die de SGP, RPF en GPV onderscheidden was de positie van vrouwen en de scheiding van kerk en staat.

In 1975 werd de RPF opgericht. De oprichters van de RPF voelden zich aangetrokken het rechtlijnige politieke protestantisme van de GPV en de SGP. Tot het GPV konden ze niet toetreden: de GPV stond alleen maar mensen toe die lid waren van de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken. Twee dingen weerhield de RPF-leden ervan zich aan te sluiten bij het SGP. De partij stond vrouwen niet toe om politiek actief te zijn. Binnen de RPF waren de opvattingen over de rol van de vrouw veel progressiever. Bovendien had de SGP een theocratische grondslag. Ze geloofden dat het de rol van de overheid was om valse godsdienst uit te roeien. Binnen de RPF waren mensen uit allerlei Protestantse stromingen actief, die lang niet allemaal voldeden aan de Reformatorische maatlat dat de SGP hanteerde.

SGP – GPV- RPF in de jaren ’80 en ’90

Gaandeweg ontwikkelden de SGP, RPF en GPV zich in verschillende richtingen: de RPF profileerde zich als ‘supersamenwerker’. Ze streefden naar samenwerking (lokaal, provinciaal, supranationaal en extraparlementair) van bijbelgetrouwe Christenen. Eén van de duidelijkste tekenen was de lijst-in-een-schuiving van RPF-GPV-SGP op Europees niveau vanaf 1984. Zo kon het geluid van de reformatie ook gehoord worden in Brussel.

De GPV kreeg in de jaren ’80 een centrumlinks profiel. De overheid had een cultuuropdracht volgens het GPV: ze moest de mogelijkheden maken voor mensen om de Aarde te beheren en zichzelf te ontwikkelen. De SGP en de RPF waren kritisch over deze koers. Echter in 1998 in de tijd van Paars zette de RPF ook een Christelijk-sociale koers in.

 

De rol van vrouwen binnen het SGP veranderde ook. In 1984 legde de partij formeel vast dat vrouwen geen lid mochten worden. Daarvoor was de heldere formulering over de rol van de vrouw in het beginselprogramma voldoende geweest. Sinds 1996 werd het echter al aan vrouwen toe gestaan om buitengewoon lid te worden. Meerdere malen vormde een vrouwelijke kandidaat een wig tussen RPF en GPV enerzijds en SGP anderzijds. In 1994 was de mogelijke kandidatuur van een vrouw een reden voor de SGP om de samenwerking in Europa op te schorten. De vrouw trad terug.

Binnen de GPV werd er gaandeweg meer ontspannen gedacht over niet-Vrijgemaakten. In 1993 werd het lidmaatschap van de partij opengesteld voor hen. Dit versnelde de samenwerking tussen de drie partijen. In 2000 resulteerde dit in de ChristenUnie, waarin RPF en GPV opgingen. De SGP hield vast aan haar onafhankelijkheid. Voor de RPF en de GPV was evenwel het vrouwenstandpunt van de SGP een onoverkomelijk punt.

ChristenUnie – SGP in de 2000s

De ChristenUnie combineerde het centrumlinkse profiel van de GPV met de ontspannen openheid van de RPF. De SGP en de ChristenUnie volgde andere paden.

De ChristenUnie sloot zich gemakkelijk aan bij het Christelijk-sociale kabinet van Balkenende en Bos. De SGP voerde, zoals ze altijd hadden gedaan bij CDA-kabinetten loyaal oppositie vanuit de Kamerbankjes. In 2010 trad er een nieuw kabinet aan. Het rechtse economische en culturele profiel van het kabinet-Rutte sloot slecht aan bij de ChristenUnie. De ChristenUnie was een partij geworden die stond voor een duurzame economie, een sociale overheid en een ontspannen samenleving. Lokaal werkte ze gemakkelijk samen met partijen als GroenLinks: in Haren leverden ze bijvoorbeeld samen één wethouder. De SGP hield vast aan haar beperkte opvatting van de overheid. In deze opvatting paste het tegenhouden van niet-gereformeerde religies, zoals de Islam. Zo kon ze in de Eerste Kamer gemakkelijk steun geven aan het minderheidskabinet. Dit vormde in 2011 een breuk tussen de twee partijen die de SGP één zetel kostte.

Het vrouwenstandpunt bleef een punt van verdeeldheid tussen de SGP en de ChristenUnie. In 2009 braken de SGP en de ChristenUnie in het Europees Parlement. De Britse Conservatieve Partij vormde een fractie om zich heen van niet-extremistische eurosceptici. De SGP was vanwege het vrouwenstandpunt niet welkom bij de Tories. De ChristenUnie was meer dan welkom in deze fractie.

Ondertussen werd er in de ChristenUnie gesproken over andere groepen, zoals katholieken en homo’s. Dit waren lastige onderwerpen voor de partij. Maar de dilemma’s en compromissen (zoals het accepteren van niet-praktiserende homo’s) tonen aan de ChristenUnie nog ver af staat van progressieve partijen als GroenLinks.

ChristenUnie – SGP in 2013

In 2013 zijn ChristenUnie en SGP meer samengekomen dan in de jaren daarvoor. De vrouwelijke lijsttrekker bij de SGP is een belangrijke stap. In 2006 had de SGP al vrouwen het recht gegeven om lid te worden van de vereniging onder druk van de rechtbank. In 2013 dwong het gerechtshof de SGP om vrouwen ook het passief kiesrecht te geven: Janse is de eerste die daar gebruik van zal maken. Hiermee is één bezwaar van de ChristenUnie, RPF, GPV en de Britse Conservatieven geslecht.

Maar ook op andere onderwerpen zijn de SGP en de ChristenUnie tot elkaar gegroeid: na de verkiezingsuitslag van 2010 ging de ChristenUnie op zoek naar de oorzaken van het verlies. De verantwoordelijkheid werd -onterecht- gelegd bij de te linkse koers van de partij. Op economische onderwerpen schoof de ChristenUnie zich in het bezuinigingskamp: ze verdedigde de 3%-norm, terwijl de partij geen groot voorstander was van de euro. De partij liet nivellerende plannen als de inkomensafhankelijke zorgpremie uit haar programma vallen en benadrukte het belang van ondernemerschap. Op culturele onderwerpen benadrukte de ChristenUnie steeds meer de gevaren van de Islam.

Hiermee zijn volgens mij de grote barrières tussen SGP en ChristenUnie geslecht: het vrouwenstandpunt dat de partijen al sinds de jaren ’70 verdeelde in de jaren; maar ook de recente thema’s die SGP en de ChristenUnie verdeelden, zoals de bezuinigingen en de Islam.

Alles ziet er naar uit de SGP na de Europese verkiezingen toe mag treden tot de Europese conservatieve fractie. Ze zijn welkom bij de Tories. In mijn ogen is een conservatief-Christelijke fractie, de Staatkundige ChristenPartij, in de Tweede Kamer een kwestie van jaren.

Je kan meer lezen over de samenwerking tussen SGP, RPF en GPV bij het DNPP.