95% wat?

Het internationale klimaatpanel IPCC bracht vandaag wederom een rapport uit. De interpretatie door groene politici, journalisten en lobbyisten laat zien dat het misschien maar goed is dat we klimaatwetenschap overlaten aan klimaatonderzoekers.

Het grootste probleem in de interpretatie vormt de term ’95%’. Zowel de Trouw, de VARA als de Volkskrant schrijven dat volgens het IPCC ‘de mens sinds het midden van vorige eeuw voor 95 procent verantwoordelijk is voor de oplopende temperaturen op aarde.’ Deze interpretatie wordt overgenomen door Marianne Thieme, de voorvrouw van de Partij voor de Dieren en Jan Vos, de energiewoordvoerder van de Partij van de Arbeid. Olof van der Gaag, werkzaam bij Stichting Natuur en Milieu interpreteert het zo: ’95% van de wetenschappers: de mens warmt de aarde op’. Europees Commissaris Janez Potocnik gebruikt een analogie: wat zou je doen als de dokter 95% zeker was dat je een serieuze ziekte had. Wie heeft er gelijk? Journalisten en de politici, de lobbyist of de commissaris? Is het 95% zekerheid, 95% verantwoordelijkheid, 95% instemming?

In de samenvatting van het rapport staat het volgende: “[i]t is extremely likely that more than half of the observed increase in global average surface temperature from 1951 to 2010 was caused by the anthropogenic increase in greenhouse gas concentrations and other anthropogenic forcings together.” In een voetnoot wordt uitgelegd dat ‘extremely’ likely’ betekent 95%-zekerheid.

VARA, Vos en Volkskrant zitten er dus naast. De mens is niet voor 95% van de klimaatverandering verantwoordelijk. Het stuk zegt letterlijk dat de helft van de klimaatverandering veroorzaakt wordt door de mens. De zekerheid dat dit zo is, is groter 95%. Aan het rapport hebben 71 wetenschappers gewerkt. Dat is -gelukkig- niet 95% van de klimaatwetenschappers.

Het erkennen dat we dingen nooit zeker weten is een cruciaal onderdeel van alle wetenschap: we nemen steekproeven, maken modellen die voorspellingen doen. Hiervan weten we nooit 100% zeker of ze kloppen. Dat is in de politiek soms lastig, omdat je overtuigd moet zijn van je eigen gelijk wil je in dit spel overleven. Maar ook een journalist wil vaak stelligheid. Gelukkig is wetenschap is een vak apart.

Wat is er gebeurd bij de Duitse Groenen?

Ze stonden er zo goed voor: de Duitse Groenen. De Groene doorbraak zou er komen: een verhaal waarmee de Duitse groenen ook sociaal-liberale FDP-kiezers en waardeconservatieve CDU-kiezers konden aanspreken. Een groene deelstaatspremier in conservatieve staat als Baden-Wuerttemberg. Peilingen die tot in de hemel groeiden.

Gister, op 22 september was de partij ‘bitter teleurgesteld‘ over de uitslag. In plaats van de winst, verloor de partij. Al met niet schokkend veel: zo’n 2.3 van de 10.7%. De partij verloor maar vijf van haar 67 zetels. Wat is er gebeurd?

Peilingen Gruenen copyIn de figuur hiernaast zie je het verloop van de peilingen sinds januari. Het is een zevendaagsgemiddelde van alle peilingen die op wikipedia verzameld worden. Het verloop van de peilingen laat zien dat de partij er eigenlijk hele jaar goed voorstond: permanent en vrij stabiel rond de 14%. Dat zou een overwinning betekenen, maar geen monsterzege. Vanaf midden augustus komt daar de klad in: de partij daalt vrij gestaag. De virtuele winst verdampt en wordt ingewisseld voor een bescheiden verlies.

Het is daarom gemakkelijk om de schuld te geven aan de affaires die de Groenen achtervolgden in de laatste maanden: een discussie over het standpunt van de partij over pedoseksualiteit in de jaren ’80, een voorstel voor een verplichte vegetarische dag in kantines. De uitstraling van de mannelijke lijsttrekker, Trittin. Een slimme campagnewatcher die ik gister sprak, Jelmer Uitenthuis zei: ‘De Duitse Groenen hebben verloren, omdat ze er niet opgerekend hebben dat ze zouden verliezen’. Ze hadden hun verdediging niet op orde.

Een nuchtere vaststelling is dat een kleine partij als De Groenen altijd een beetje zal verliezen tijdens de laatste maand van een campagne, als camera’s gericht worden op de grote partijen en als de machtsvraag centraal staat.

Fundamenteler lijkt het probleem in de positionering van De Groenen. Zij namen tijdens de campagne een heldere linkse positie in. Zo spraken ze zich helder uit voor een belastingsverhoging voor de allerrijksten. De hele verkiezingscampagne hebben ze moeten uitleggen dat hun belastingplannen een verbetering voor 90% van de burgers betekende, maar het beeld was gevestigd: de Groenen willen, in crisistijd, aan uw inkomen komen. De Duitse Groenen zouden zich onvoldoende inzetten voor de belangen van hun eigen middenklassekiezer.

Opvallend is dat de Duitse Groenen, volgens peilingen, juist verloren hebben onder handarbeiders (ongeveer 40% van hun kiezers verloren) en minder onder middenklassegroepen, zoals zelfstandigen en hoofdwerkers (ongeveer 20% van hun kiezers verloren). Ze lijken niet de middenklassekiezers weggejaagd te hebben, maar de arbeidersklasse. De Groenen hebben tegelijkertijd sterker verloren onder jonge kiezers dan onder oudere kiezers: in de leeftijdscategorie 45-59 verloor de partij maar 17% van de stemmen en onder 18-24 jaren 27%. Dat lijken ook niet de kiezers te zijn die iets te verliezen hebben met een belastingverhoging. Bovendien blijft de partij het het best doen onder de best opgeleide kiezers.

De Groenen zijn netto een miljoen kiezers verloren: een-derde daarvan gaat volgens peilingen naar de SPD. 30% van de Groene kiezers blijft deze verkiezingen thuis. Een kwart van de kiezers stapte over naar de anti-Europapartij Alternatief voor Duitsland. De uitwisseling met de CDU, Die Linke en de FDP waren veel kleiner. Dit geeft aan dat De Groenen inderdaad deels last hebben gehad van strategische concurrentie van de SPD maar ook in voldoende mate in staat zijn geweest hun eigen kiezers te mobiliseren.

De Duitse Groenen hebben een onderzoek aangekondigd naar de verkiezingsuitslag. We zullen het met interesse lezen.

Barbecueën, nee dank u

Het eind van de zomer is ook het eind van het barbecueseizoen. God-dank! Menig man moest per-se de tuin in om zelf zijn eigen maal te koken boven een koolvuur. k heb fundamenteel twee bezwaren tegen deze manier van eten: het is sterk gericht op vlees en het gaat het uit van een extreme Russische wijze van serveren.

Vlees versus Vega

Als vegetariër is barbecueën geen feest. Als vegetariërs moet je je soms door een goedbedoelde maar weinig inventieve vegetarische burger heen eten. Bij het vleesfestijn dat barbecueën heet, lijken ongeïnspireerde kartonnen schijfjes een must. Immers we gooien ook worstjes, hamburgers en ander vlees op de grill, de vegetariër moet daar ook aan meedoen. Ik ben zeker niet vegetariër geworden vanwege mijn voorliefde voor de smakeloze sojamassa die over de toonbank gaat als vleesvervanger, noch word ik gelukkig van de gekleurde zusters van de soja: de aubergine en de courgette die een zelfde gebrek aan smaak combineren met eenzelfde saaie structuur.

Nu zijn er een heel aantal vegetarische vervangers die prima op de barbecue kunnen: maïskolfjes, meloen, gepofte aardappels, gesmolten kaas in een of andere houder. Dus eigenlijk mag ik niet zeuren. Bovendien worden er vaak puike salades, brood en kaas, en vers fruit op tafel gezet. Een vegetariër kan best aardig eten op een barbecue als we afstappen van de notie dat vlees gegeten dan wel vervangen moet worden door een boordkartonnen replica.

Rusland versus Frankrijk

Maar er is een ander bezwaar dat barbecueën hangt: het is een extreme vorm van service-à-la-Russe. Dat is het serveren van eten in gangen in plaats van in een keer. Worstje voor worstje, maïskolf voor maïskolf komt het eten op tafel. Het bereiden van het eten en het eten lopen parallel. Wil dit echt werken dan is barbecueën een kunst die slechts weinigen verstaan. Terwijl de hongerige familie zich om de tafel dromt, komt het hoofdgerecht maar stapsgewijs op tafel. De honger wordt bestreden met salades en de broodjes kruidenboter. En zo stilt de behoefte voor het werk van de zwoegende koks die zweten boven de kooltjes. Het is onvermijdelijk zo dat de laatste gerechten  op tafel komen als niemand meer honger heeft. Het vlees, de vervanger en de vlijtige voorbereiding verworden tot vuilnis

Mijn idee van goed eten draait uiteindelijk om keuze: een warme volle champignonsoep en een fris-zure tomatensoep; een aardappelsalade en een macaronisalade. En alhoewel de barbecue met haar worstjes en hamburgers, maïskolfjes en smakeloze sojaschijven en brood en salade dit lijkt te bieden is dat niet het geval. De wijze van serveren betekent fundamenteel dat er gegeten wordt wat de pot schaft: eerste gaat de schaal met brood op, dan de schaal met salade, dan in volgorde de eerste paar gangen van het gebarbecuede tot, en dat is altijd vrij snel, iedereen zich vol heeft gegeten aan wat er was in plaats van wat hij wilde.

Duitsland: een, twee of vijf partijensystemen?

Via Stuk Rood Vlees kwam ik een interessante link tegen: de uitslagen van de vorige Duitse verkiezingen. Dat levert mooi kaartmateriaal op, maar kaarten zijn vaak lastig te interpreteren. Ruimtelijke modellen zijn vaak inzichtelijker.

Ruimtelijke modellen

Ik heb de Duitse uitslag per deelstaat voor de zeven grootste partijen geanalyseerd met correspondentie-analyse. Het simpele idee is we kijken in welke deelstaten bepaalde partijen bovenmatig sterk staan. Deelstaten waar dezelfde partijen goed scoren worden bij elkaar gezet en partijen die in dezelfde deelstaat goed scoren worden bij elkaar gezet. Dat levert het volgende beeld op:

De Oost-Duitse deelstaten, (Brandenburg, Thueringen, Sachsen en Sachsen-Anhalt, Mecklenburg-Vorpommern) worden aan een kant van het figuur geplaatst. De meest West-Duitse deelstaten aan de andere kant. Berlin en Saarland liggen in het midden. Er is een duidelijke oost-west structuur langs de horizontale lijn. Langs de verticale lijn zien we een concentratie van de stadsstaten aan een kant (Bremen, Hamburg, Berlin) en het grote, landelijke Bayern aan de andere kant.

De partijen zijn ook langs een horizontale en een verticale dimensie verdeeld. Die Linke, een fusie van een linkse afsplisting van de sociaal-democratische SPD en opvolger van de voormalige Oost-Duitse communistische paritj SED ligt aan de linkerkant, samen met de extreem-rechtse NPD. Dat laatste is wel ironisch, want tijdens de communistische periode leidde de SED een anti-fascistische alliantie waarin alle partijen waren verenigd.

De oude West-Duitse partijen, de Christen-democratische CDU, de SPD, die Gruene en de liberale FDP, liggen samen met de Piraten aan de rechterkant. Daarnaast kunnen we een dynamiek zien tussen bovenzijde (SPD) en de onderzijde (CDU/CSU).

Oost versus West

Er is een Oost-Duitse partij systeem waarin Die Linke een centrale plek innemen, ten koste van de andere partijen en met name Die Gruene en de FDP. De figuur hiernaast geeft de uitslag weer in Oost- en West-Duitsland (uitgezonderd Berlijn en Saarland). In West-Duitsland waren bij de verkiezingen twee grote partijen: de CDU/CSU en de SPD. Ook FDP en Die Gruene  halen meer dan 10% van de stemmen.

In Oost-Duitsland is de positie van de SPD als tweede partij overgenomen door Die Linke. Ondertussen staat de CDU/CSU nog steeds sterk. De FDP haalt nog net 10% van de stemmen. Maar met name Die Gruene vallen weg. Dat laatste is opvallend, want Die Gruene heten officieel Buendnis ’90/Die Gruenen waarbij dat eerste staat voor een samenwerkingsverband van anti-communistische protestgroepen. Van die stroming lijkt weinig over te zijn.

Beide systemen zijn dus eigenlijk een vierpartijensysteem met twee linkse en twee rechtse partijen. Maar de linkse partij wisselt. Programmatisch verschillen Die Linke en Die Gruene niet zo veel, in het Duitse Kieskompas staan ze vlak bij elkaar, maar ze hebben heel andere prioriteiten en ze spreken heel andere kiezers. Oost-Duitsland heeft een post-communistische linkse protestpartij die met name sterk staat in lagere sociaaleconomische klassen. Dat Die Linke voortkomt uit het communisme maakt haar voor de SPD een lastige coalitiepartner. Deze bemoeilijkt linkse coalitievorming. West-Duitsland heeft een post-materialistische linkse groene partij die met name sterk staat in hogere sociaaleconomische klassen. En juist Die Gruene en de SPD hebben een goede band. West-Duitsland heeft een culturele revolutie doorgemaakt, die er in Oost-Duitsland niet is geweest.

Noord versus Zuid

Het verticale dimensie onderscheidt de sterke gebieden van de CDU/CSU in het platteland van het Katholieke Zuiden en de sterke gebieden van SPD, de steden in het Protestantse Noorden. Overigens is een verschil hier weggemoffeld: in het landelijk en Katholieke Bayeren doet niet de CDU mee aan verkiezingen maar de CSU. Deze zusterpartij van de CDU is duidelijk wat rechtser en conservatiever.

Conclusie

Zo heeft Duitsland dus twee of misschien zelfs wel drie, vier of vijf partijensystemen: een West-Duitspartijsysteem met een linkerblok van Die Gruene/SPD en een rechterblok FDP/CDU. In het Oost-Duitse partijensystem staat de SPD zwakker zowel electoraal als qua bondgenoten: Die Linke staat sterk in de tradionele arbeidersklasse maar staat vanwege de communistische geschiedenis verder van de SPD af. De CDU en FDP zijn hier, zij het iets minder sterk wel aanwezig.

Berlin en Saarland nemen een middenpositie in. Zij het dat de CDU/CSU zwakker staat en juist Die Gruene sterker: zeker in het grote en hippe Berlijn. Saarland ligt overigens zeer Westelijk maar neemt deze middenpositie in omdat het thuisstaat is van de oud-SPD prominent en Die Linke leider Lafontaine. En dan heb je nog het partijsysteem in Bayern met de rechtse CSU, die nergens anders deelneemt aan verkiezingen, maar wel een zeer dominante rol speelt hier.

Op het landelijke niveau komen al deze elementen samen: hier staan de CDU en SPD sterk, maar zijn er vier middelgrote partijen: de FDP en de CSU, bondgenoten van de CDU en Die Linke en de Die Gruene die ideologisch dichtbij de SPD staan, maar waarbij de een acceptabele bondgenoot is en de andere niet. Op 22 september doet dat landelijke beeld ertoe: de stroeve relatie tussen SPD en Die Linke kan nog wel eens voorkomen dat er een links kabinet komt. Maar ook al die lokale constellaties zijn belangrijk, want Duitse deelstaten hebben echt nog wat in de melk te brokkelen.