Ongeschreven wikipedia artikelen: President van de Republiek der Nederlanden

Er zijn wikipedia-artikelen die eigenlijk geschreven hadden moeten worden, zoals deze President van de Republiek der Nederlanden. 

figuur2President van de Republiek der Nederlanden

De President van de Republiek der Nederlanden is het staatshoofd van de Republiek der Nederlanden. De functie van President is voornamelijk ceremonieel; de uitvoerende macht ligt bij het kabinet onder leiding van de minister-president. De President wordt voor een termijn van zes jaar gekozen door de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal.

Historische Achtergrond

In 1946, enkele maanden na de bevrijding werd er in Nederland een referendum gehouden over de monarchie. Het Huis van Oranje had veel steun verloren in de Tweede Wereldoorlog. Na het ongeval op de Noordzee waarbij Koningin Wilhelmina en Prinses Juliana in de meidagen van 1940 omkwamen, keerde Prins Bernhard terug naar Nederland. Hij was als de facto regent voor zijn dochter Beatrix. Op zijn eigen verzoek werd hij benoemt tot stadhouder der Nederlanden voor de Duitse bezetter. Op 5 mei 1945 tekende Prins Bernhard de overgave van de Duitsers in Nederland en werd hij gevangen gezet.

Na de bevrijding was het duidelijk dat Prins Bernhard niet aan kon blijven. De nieuwe regering onder leiding van Schermerhorn schreef een volksraadpleging uit over de Nederlandse staatsvorm. De stemming werd net aan gewonnen door de Republikeinse zijde. Zij stonden met name sterk in Noord-Nederland en de grote steden. De steun voor de Oranjes kwam met name uit protestants-Christelijke hoek en volgde de bijbelgordel.

In 1946 en 1948 werden de benodigde Grondwetswijzigingen doorgevoerd. In die tijd nam de Raad van State de functie van staatshoofd waar.

De residentie van de President: Paleis Noordeinde

Bevoegdheden

In het Nederlands staatsbestel heeft de president vier taken:
1) De president vertegenwoordigt de Republiek der Nederlanden naar buiten toe. Hij legt staatsbezoeken af, ontvangt ambassadeurs en staatshoofden. Verdragen met het buitenland worden in zijn of haar naam ondertekend.
2) De president heeft een wetgevende functie. Als voorzitter van de Raad van State kan hij of zij over wetgeving adviseren en als lid van de regering bekrachtigt hij of zij wetgeving. Sinds Den Uyl gebruiken presidenten onregelmatig dit recht om wetgeving te vetoën. De president benoemt ook rechters, stadhouders en burgemeesters. In deze rol is een contraseign van een minister altijd vereist.
3) De president heeft daarnaast het initiatief voor kabinetsformaties. Hij of zij ontvangt na de verkiezingen zijn of haar vaste adviseurs (de voorzitters van beide Kamers der Staten Generaal) en de fractievoorzitters in de Tweede Kamer om hem of haar te adviseren over de vorming en samenstelling van een nieuwe coalitie en de benoeming van één of meerdere informateurs. Aan het einde van de formatie beëdigt de President de nieuwe bewindspersonen. Als een kabinet gevallen is, heeft de president het recht om de Tweede Kamer te ontbinden.
4) De president heeft ten slotte een symbolische functie. Hij of zij symboliseert de eenheid van de natie. De president speelt een belangrijke rol in het discussies over fundamentele kwesties. De president houdt een jaarlijkse kersttoespraak op Eerste Kerstdag waarin hij of zij maatschappelijke kwesties aankaart. President Albayrak heeft onder meer gesproken over integratie, immigratie, globalisering en Europese integratie.

Verenigde Vergadering vergadert in 2009.

Verkiezing

De President wordt voor een periode van zes jaar gekozen door de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal. Deze bestaat uit alle leden van de Eerste en de Tweede Kamer. Iedere Nederlander die actief kiesrecht voor de Tweede Kamerverkiezingen heeft, is verkiesbaar voor het ambt van president. Het is gebruikelijk dat de leiders van de coalitiepartijen met elkaar afspreken wie ze willen als kandidaat en omdat zij een meerderheid hebben, kan de coalitie bepalen wie de volgende President wordt. Oppositiepartijen kiezen vaak ook een gezamenlijke kandidaat uit. De Verenigde Vergadering stemt zonder debat en in een geheime stemming voor de kandidaten. Om te worden verkozen dient een kandidaat de relatieve meerderheid te behalen.

figuur Overzicht

Sinds 1948 zijn er 10 presidenten geweest.

Louis Beel was de eerste president. Hij werd verkozen op 16 juli 1948. Beel wordt gekozen met 101 stemmen voor en 49 onthoudingen. De onthoudingen kwamen uit protestants-Christelijke hoek. Daar waren grote bezwaren tegen de Republiek. Beel was voor zijn presidentschap minister-president geweest. Hij wordt als premier opgevolgd door Willem Drees. Beel gold als een actieve president die zijn positie en de Raad van State gebruikte om de Grondwet van 1948, die hij mede geschreven had, te beschermen. Beel wordt in 1954 herkozen. Hij krijgt 119 stemmen (en 31 onthoudingen). De Anti-Revolutionairen, alhoewel nu regeringspartij, verzetten zich nog steeds tegen de Republiek en onthouden zich van stemming. Na twee periodes stelde Beel zich niet opnieuw kandidaat. Hij werd lid van de Raad van State.

In 1960 wordt de Anti-Revolutionaire president van de Hoge Raad der Nederlanden Jan Donner gekozen tot president. Hij verslaat de sociaal-democratische Senaatsvoorzitter Jan Jonkman met 144 tegen 78 stemmen en drie onthoudingen. De keuze voor Donner was een zoenoffer om de Anti-Revolutionairen te overtuigen de presidentsverkiezingen te accepteren. Donner volgde Beel op als ‘hoeder’ van de grondwet. Na één termijn stelde Donner zich niet herkiesbaar: hij was toen 75. Donner trad wel toe tot de Raad van State maar vanwege zijn hoge leeftijd was het een symbolische positie.

Onrust tijdens de traditionele koetsrit voor de beëdiging van President Schokking (1966).

In 1966 werd Frans Schokking, namens de CHU burgemeester van Den Haag, gekozen tot president. Hij versloeg de sociaal-democratische senator en verzetsheld Jaap Burger met 120 tegen 101 stemmen en 4 onthoudingen. Schokking was een opvallende keuze. De CHU eiste dat nadat de KVP en de ARP het presidentschap had gekregen, de positie op. De CHU had echter geen schikte kandidaten op het nationale vlak en kandideerde uiteindelijk de burgemeester van Den Haag. Voor de benoeming werd gesproken over het oorlogsverleden van de kandidaat. De Raad van State onderzocht de zaak en oordeelde dat Schokking president kon worden. Vanwege het oorlogsverleden was de beëdiging in Amsterdam onrustig. In 1970 komt de ‘Pinto-affaire’ echter volledig in de openbaarheid. Schokking trad vrijwillig af. Hij werd na zijn presidentschap Hoogheemraad in Rijnland.

In 1970 werd Carel Polak, minister van Justitie namens de VVD, verkozen tot president. Met 133 stemmen tegen 79 stemmen en 13 onthoudingen versloeg hij Burger, die zich wederom kandidaat had gesteld. De keuze voor Polak toont dat de centrum-rechtse partijen vasthielden aan het rotatieprincipe. Polak werd als minister van Justitie opgevolgd door Molly Geertsema. Hij gold als een activistische president die vanuit de Raad van State de grenzen van het presidentschap op zochte een koerst op een liberale agenda met name waar het burgerrechten betrof. Na zijn presidentschap trad Polak toe tot de Raad van State.

1976 werd Joop den Uyl, minister-president namens de PvdA, verkozen tot president. Hij werd verkozen in een driezijdige verkiezing: Den Uyl is kandidaat namens de progressieve drie, Senaatsvoorzitter Theo Thurlings namens de drie Christelijke partijen en Polak namens de VVD en DS70. Den Uyl kreeg maar 98 stemmen, Thurlings 81 en Polak 40 en er waren zes onthoudingen. Den Uyl wordt als premier opgevolgd door E. van Thijn. Den Uyl werd gekozen vanwege de democratische vernieuwingsagenda van de progressieve drie: ze hadden een grondwetswijziging door de Staten-Generaal geloodst voor een direct gekozen executieve president. In anticipatie van de tweede lezing werd Den Uyl gekozen. Hij opereerde de eerste twee jaar als een executieve president. Vanuit de oppositie maar ook vanuit de ARP en KVP kwam er sterke kritiek op deze ‘imperial presidency’. Hiermee ondermijnde zijn optreden de stabiliteit van het kabinet.

In 1977 won Van Thijn de Tweede Kamerverkiezingen maar verloor hij de formatie-onderhandelingen tot grote frustratie van Den Uyl die als president het formatieproces probeerde aan te sturen. Er kwam een nieuwe coalitie van CDA en VVD. Ze lieten de grondwetswijzing vallen. Den Uyl zat zijn termijn uit (tot 1982) maar was nauwelijks in staat om beleid te beïnvloeden. Hij gebruikte als president voor het eerst het recht om wetgeving te vetoën: in 1981 vetot hij het Banenplan. In 1982 stelde Den Uyl zich niet opnieuw kandidaat. Hij trad toe tot de Raad van State.

De oproer tijdens de eerste beëdiging van Van Agt (1982)

In 1982 werd Dries van Agt verkozen tot president. De demissionaire Christen-democratische premier werd door de fractievoorzitter van het CDA, Lubbers, onder druk gezet om zich te kandideren voor het presidentschap. Dit maakte de weg vrij voor Lubbers om premier te worden. Van Agt vond Jos van Kemenade als tegenkandidaat: Van Agt kreeg 132 stemmen en Van Kemenade 75 (en 18 onthoudingen). De beëdiging van Van Agt was net als de beëdiging van Schokking zeer onrustig. Er zijn nu zelfs rellen in Amsterdam. Krakers voeren actie tegen woningnood onder de leus ‘Deze beëdiging is een belediging’.
Van Agt gold binnenlands als een passieve president, die zich minder richtte op wetgeving en meer op de reputatie van Nederlandse in het buitenland. Van Agt bracht een zeer groot aantal staatsbezoeken en leidde een groot aantal handelsmissies. Aan het einde van zijn eerste termijn probeerde Van Agt – te vergeefs – te onderhandelen tussen Israël en de PLO tijdens de eerste Intifadah. In 1988 werd Van Agt herkozen zonder tegen kandidaten met 214 stemmen en 11 onthoudingen. Van Agt werd lid van de Raad van State na zijn presidentschap.

In 1994 werd Maarten van Traa gekozen tot president. Het sociaal-democratische Tweede Kamerlid was daarvoor sterk in de achting van zijn collega’s gestegen als voorzitter van de IRT-enquêtecommissie. Tegenover Van Traa stelden GroenLinks en het CDA Jacques de Milliano, voorzitter van Artsen zonder Grenzen, kandidaat. Hij gold als de ‘kandidaat van het volk’, de eerste presidentskandidaat die geen politieke functie had gehad. Van Traa kreeg 132 stemmen en De Milliano 78 (15 onthoudingen). Van Traa maakte van integriteit het centrale thema van zijn presidentschap. Hij overleed, op de helft van zijn eerste termijn, in 1997 in een auto-ongeluk.

De Paarse coalitie stelden in 1997 VVD-senator Frits Korthals Altes kandidaat voor het presidentschap. CDA en GroenLinks stelden de professor Christelijk-sociaal denken, Jan Peter Balkenende, kandidaat. Korthals Altes kreeg steun van 136 Kamerleden en Balkenende van 74. Met Korthals Altes keerde het presidentschap terug naar zijn functie als hoeder van de grondwet. In 1999 vetot Korthals Altes tot grote onvrede van D66 de referendumwet. Korthals Altes stelde zich na één periode niet meer kandidaat (hij is dan 72). Hij werd lid van de Raad van State na zijn presidentschap maar vanwege zijn hoge leeftijd was het een symbolische positie.

In 2003 werd de CDA-minister van Buitenlandse Zaken, Jaap de Hoop Scheffer, kandidaat gesteld door de regerende coalitie. De gezamenlijke oppositie stelde Jeltje van Nieuwenhoven kandidaat: de eerste vrouwelijke kandidaat voor het presidentschap. De Hoop Scheffer kreeg 128 stemmen en Van Nieuwenhoven 88 (9 onthoudingen). De Hoop Scheffer koos voor een internationaal actief presidentschap zonder wetgevende ambities. Hij stelde zich in 2009 niet De Hoop Scheffer opnieuw kandidaat, omdat hij benoemd zou worden tot President van de Europese Raad.

In 2009 eiste de PvdA-leider Wouter Bos dat de volgende president een reflectie zou ‘van de groeiende diversiteit in Nederland’. De sociaal-democraten stelden staatssecretaris Nebahat Albayrak kandidaat. De VVD en de PVV stelden gezamenlijk VVD-prominent Rita Verdonk kandidaat. Verdonk beloofde een meer executief presidentschap, waar Albayrak een grotere nadruk legde op de symbolische functie. Albayrak versloeg Verdonk met 175 stemmmen, terwijl Verdonk 46 stemmen kreeg (4 onthoudingen). Albayrak is de eerste vrouwelijk president en de eerste president die buiten Nederland geboren is. Albayrak gebruikt het presidentschap om positieve voorbeelden van multiculturele samenleving publiek uit te lichten en om te wijzen op misstanden in het integratieproces.

Waarom TOS slechte SciFi is IV: redeeming features

Deze zomer heb ik The Original Series van Star Trek gekeken. Dat was een ontnuchterende ervaring. Waar ik had verwacht dat de eerste serie elementen zou hebben van wat ik de kracht van Star Trek vind, bleek het een verschrikkelijk drama te zijn. Ik wil in vijf blogs de serie doornemen: eerst kritisch reflecterend op de plots, de karakters en de waarden van de serie; daarna kijkend naar wat de serie wel het kijken waard maakt.

Is er een reden om TOS te kijken? In de laatste drie posts heb ik laten zien dat je dat niet moet doen voor de verhalen, de mensen of de moraal. Maar waarom dan wel? Ik kom uit op vier afleveringen.

4. Balance of Terror
Balance of Terror introduceert de Romulans, het zusterras van de Vulcans. De aflevering zelf is een redelijk gemaakt onderzeebootplot. Maar het brengt met name het idee binnen dat de Vulcans en de Romulans gerelateerde volkeren zijn die hele andere paden hebben gekozen: vrede en logica en emotie en conflict. De gelijkenis tussen de Romulans en de Vulcans leiden tot spanningen op de Enterprise zelf.

Het opvallende is wel dat er zo weinig gedaan wordt met de Romulans in latere afleveringen. Latere series, met name The Next Generation en Deep Space Nine, geven veel meer ruimte aan de Romulans en geven hen een hele eigen cultuur en een complex politiek systeem.

3. Journey to BabelJourney to Babel introduceert de complexe politieke structuur van de vroege federatie. Het is een who-dunnit waarbij er vier belangrijke diplomatieke delegaties op het schip zijn:de Vulcans, de mensen, de Andorians en de Tellarites. De Federatie is namelijk niet helemaal een natiestaat maar een bondgenootscha[ met onafhankelijk opererende volkeren. Het plot van aflevering zelf is wat omdat er als een deus-ex-machina een vijfde belanghebbende geïntroduceerd wordt, namelijk de Orions.

En toch is het idee van verschillende samenwerkende volkeren in een federatie iets intrigerends. In de latere seizoenen van Enterprise zal dit vele malen beter worden uitgewerkt. Deze serie die zo’n 100 voor TOS speelt, vertelt het verhaal van de vorming van de Federatie. Ieder ras heeft daarbij nog zijn agenda en ze moeten langzaam naar elkaar toegroeien en elkaar leren vertrouwen.

2. Amok Time
Amok Time brengt een zekere mate van diepgang in de Vulcans. In  deze aflevering komt naar voren dat Spock, die afkomstig is van een ras van emotieloze Vulcans, eens in de zeven jaar terug naar Vulcan om ‘marital relations’ te hebben met zijn vrouw. Dit is gekoppeld aan een plotseling uitspatting van emotie aan de kant van de koele Vulcan.

Dit is eigenlijk een van de weinige afleveringen waarin de moeite wordt gedaan om de Vulcans echt een andere cultuur te geven. In toekomstige series en films zal er veel moeite worden gedaan om de Vulcans niet alleen maar als logische robots neer te zetten maar als buitenaardse cultuur met eigen gewoontes.

Deze drie endorsements hingen met name op de belofte van toekomstige series met daarin veel beter uitgewerkte culturen. In TNG, Enterprise, DS9 en zelfs Voyager worden anders dan in TOS andere culturen niet weergegeven als goedkope kopieën van aardse culturen of als uitermate een-dimensionale lopende vooroordelen. Denk maar aan de Klingons: in TOS weinig meer dan een groep van door-en-door-slechte snordragers en in TNG en DS9 een volk met een rijke eigen cultuur en traditie.

De laatste endorsement is anders:

1. Devil in the Dark
Devil in the Dark is wat mij betreft één van de weinige TOS-plots die een echt interessante moraal geeft. In deze aflevering gaat de crew voor een groep mijnwerkers op jacht naar een gevaarlijke ‘devil’ die in de mijnen mijnwerkers dood. De devil zou geen levend wezen kunnen zijn. Maar het blijkt dat het een moeder is die haar territorium wil beschermen tegen de mijnwerkers. Het is alleen geen op koolstofgebaseerde levensvorm. Daarom dacht men eerder dat het geen levend wezen zou kunben zijn. Hiermee stelt de aflevering een fundamentele vraag over hoe mensen om zouden gaan (of eigenlijk nu omgaan) met wezens die anders zijn dan wij zelf. Herkennen we wel dat deze wezens ook recht hebben om voort te bestaan?

DIt is wat mij betreft een van de weinige aflevering die een redelijk plot weet te combineren met een complexe morele boodschap.

Waarom TOS slechte SciFi is III: bad values

Deze zomer heb ik The Original Series van Star Trek gekeken. Dat was een ontnuchterende ervaring. Waar ik had verwacht dat de eerste serie elementen zou hebben van wat ik de kracht van Star Trek vind, bleek het een verschrikkelijk drama te zijn. Ik wil in vijf blogs de serie doornemen: eerst kritisch reflecterend op de plots, de karakters en de waarden van de serie; daarna kijkend naar wat de serie wel het kijken waard maakt.

Met slechte scripts en slechte persoonlijkheden maak je een slechte serie, maar met een serie die zulke sterke morele presenties heeft en dan vervolgens volslagen verkeerde moraal verkondigt maak je een verschrikkelijk gedrocht.

Moral Inconsistency

Als eerste is er het morele probleem van inconsistentie. In Return of the Archons introduceert TOS de prime directive. Deze regel houdt in dat Star Fleet zich niet mag bemoeien met de ontwikkeling van planeten die nog niet in de ruimte kunnen reizen. Dat klinkt redelijk omdat zulk contact de ontwikkeling van de bevolking van die planeet sterk kan beïnvloeden. De regel gaat er vanuit dat Star Fleet geen god moet spelen en niet moet proberen haar regels op te leggen aan andere samenlevingen. Het geldt als een van de fundamentele regels van de Federatie.

In diezelfde aflevering breekt Kirk de prime directive. Zijn reden is dat de samenleving van de planeet die ze die aflevering tegenkomen ‘stil’ zou staan. Dat rechtvaardigt volgens Kirk de inbreuk van de regel. Een uitermate curieuze interpretatie van die regel. Bovendien is het een schending van het onderliggende beginsel van de prime directive. Kirk legt het idee dat een samenleving zich zou moeten ontwikkelen op aan de Archons. En dit zelfde plot wordt letterlijk herhaald in The Apple: een vredige, gelukkige ‘stilstaande’ samenleving moet worden opgeschud om zich maatschappelijk te ontwikkelen.

Ik zeg niet dat de Prime Directive een goede regel is. Het enige dat ik zou stellen is dat als je moreel principe introduceert je niet meteen die regel zou moeten overtreden. Maar de serie die de Prime Directive introduceert, laat de hoofdpersonen in ten minste tien (10!) keer die regel schenden. Dan is het geen fundamentele regel van de Federatie maar een vriendelijk advies.

Moral injustice

Maar op een punt wordt het nog erger: als de hoofdpersonen regelrecht de verkeerde moraal gaat uitdragen. Dit thema is zichtbaar in Errand of Mercy. In die aflevering komt crew van de Enterprise de Klingons tegen op een planeet met een vredige bevolking die in de middeleeuwen is blijven steken. De hele aflevering lang probeert Kirk de bevolking aan te moedigen om het conflict aan te gaan met de Klingons. Dat is natuurlijk al een schending van de Prime Directive. Maar uiteindelijk gelooft Kirk ook zelf dat het conflict met de Klingons moet worden aangegaan: er moet oorlog gevoerd worden. Deze aflevering heeft in morele zin een redelijk goed einde waarbij het vreedzame volk uiteindelijk aangeeft dat ze energiewezens zijn en dat het conflict op de planeet uiteindelijk was uitgelokt om vrede te stichten tussen de twee partijen. Maar het helpt niet om vertrouwen krijgen in de moraal van de hoofdpersonen.

Het idee dat oorlog de oplossing is, komt het beste terug in het plot van City on the Edge of Forever. In deze aflevering reist McCoy terug naar de jaren ’30, waar hij een charismatische linkse pacifiste redt. Omdat zij blijft leven, doet Amerika niet mee in de Tweede Wereldoorlog en verliezen de geallieerden) de oorlog. Daardoor zal de federatie nooit bestaan. Kirk moet terug reizen om de goede vrouw voor een auto te gooien en de Tweede Wereldoorlog te ontketenen. Alhoewel dat een interessant tijdreisplot (en een van de eerste in zijn soort) is de boodschap van Star Trek heel simpel: oorlog is nodig voor vooruitgang.

Ten slotte, de nadruk op geweld komt ook terug in de unaired pilot, The Cage. In deze aflevering wordt een mens gevangen genomen door een groep aliens met telepathische krachten. De enige manier om deze aliens te overwinnen is haatvolle gedachten te hebben. Klaarblijkelijk is haat het antwoord.

En zie hier de moraal die wordt uitgedragen in Star Trek: haat, oorlog en conflict. Zeker als we de serie in zijn tijd zien (de serie is opgenomen midden jaren ’60 toen de Koude Oorlog dreigde warm te worden) dan wordt het nog fouter: het is een havik-achtige serie. De serie lijkt een openlijk conflict met de Sovjetunie aan te moedigen.

The Moral of the Story

Kortom: TOS is een serie die een moreel principe introduceert en haar karakters zich daarvan niets laat aan te trekken. Vervolgens is het een serie die -zeker in het eerste seizoen- oorlog, haat en conflict lijkt aan te moedigen. Een inconsistente moraal en en onjuiste moraal als het mij vraagt.

Waarom TOS slechte SciFi is II: bad characters

Deze zomer heb ik The Original Series van Star Trek gekeken. Dat was een ontnuchterende ervaring. Waar ik had verwacht dat de eerste serie elementen zou hebben van wat ik de kracht van Star Trek vind, bleek het een verschrikkelijk drama te zijn. Ik wil in vijf blogs de serie doornemen: eerst kritisch reflecterend op de plots, de karakters en de waarden van de serie; daarna kijkend naar wat de serie wel het kijken waard maakt.

De meeste karakters in TOS zijn zo plat als boordkarton. De meeste van hen zijn weinig meer dan hun beroep, hun nationaliteit (als dat niet de VS is) en hun geslacht (als dat niet man is). Drie zouden een positieve uitzondering moeten vormen: Kirk, Spock en McCoy.

De drie eenheid: Kirk, Spock en McCoy
James Kirk is de hoofdpersoon. Hij is een typische high school jock. Naar de meeste leden van zijn crew is hij uitermate arrogant. In That which survives heeft hij één van zijn luitenanten, Hikaru Sulu, meegenomen. Iedere suggestie die hij doet wordt met een grote zelfingenomenheid van de hand gewezen. En niemand die Kirk durft af te vallen omdat altijd alles goed doet. Als een quarterback in de championship season is iedere beslissing die hij neemt intuïtief goed en valt iedere vrouw voor hem.

Dan zijn er twee enigszins acceptabele bijfiguren: Spock, de onderzoeksofficier en McCoy, de arts. Spock ‘vertegenwoordigt’ de logische helft van de mens. Het is iemand zonder gevoelens die alleen maar kan rekenen, redeneren en analyseren als een computer. Op zich is dat een aardige premisse, zij het niet dat vanwege het slechte schrijven Spock wel iets te vaak zijn brein verliest (aka Spock’s Brain) en helemaal door emoties overmeesterd wordt (This side of paradise). Dit gebeurt ten minste vijf keer. McCoy ‘vertegenwoordigt’ de emotionele helft van de mens. Het is iemand die op zijn gevoel afgaat en moderne techniek en buitenaardse culturen wantrouwt. Op zich een aardige premisse maar waarom gaat zo iemand -in godsnaam- de ruimte in. Dat wordt nooit uitgelegd of maar geproblematiseerd.

Was dit ooit emancipatie?
Maar de rest van de figuren is echt bijzonder plat. De ergste hiervan vind ik Nyota Uhura, de Afrikaanse communicatiespecialist. Juist omdat ik begrijp dat zij zo’n grote emancipatorische rol heeft gehad. Whoopi Goldberg zou over haar hebben gezegd toen ze klein was: ‘I just saw a black woman on television; and she ain’t no maid.’ Ook haar ‘kus’ met Kirk was opmerkelijk omdat dit de eerste kus tussen een blanke en een zwarte was op Amerikaanse televisie: die was niet uit liefde maar onder dwang. Schokkend dat aanranding ooit een teken van vooruitgang was op Amerikaanse televisie.

In The Changeling wordt haar hele geheugen en persoonlijkheid gewist. Een week later is ze gewoon terug op televisie alsof er niets gebeurd is. Want het enige wat ze hoeft te doen is de ruimtetelefoon opnemen. Zonde dat zij van de schrijvers zo weinig persoonlijkheid heeft gekregen.

En dan is er Christine Chapel, de verpleegkundige (zonder accent). Haar enige persoonlijkheidseigenschap is dat ze hele serie lang verliefd is op Spock. Ik verwacht niet dat Star Trek enige emancipatieprijzen heeft gewonnen omdat een van de twee terugkerende vrouwelijke karakters maar een karakter eigenschap heeft: haar gehechtheid aan een bepaalde man.

Nationaliteit + Beroep
Dan is er de Schotse technicus met de karaktervolle naam Scotty. Hij spreekt met een mal accent, sleutelt aan het schip, houdt van whiskey. En de Japanse stuurman Hikaru Sulu, hij wordt gespeeld door George Takei, een interessante figuur met een groot gevoel voor humor en die zich inzet voor emancipatie. Maar ik zou werkelijk niets anders over Sulu kunnen vertellen dat het een Japanse stuurman is. Rest Pavel Chekov, de Russische navigator. Zijn enige dingetje is dat hij graag opschept over de Russische geschiedenis met een faux Russisch accent. Dat is een leuke grap maar geen karakter.

Dat is de crew van de Enterprise: een arrogante jock, een buitenaards wezen wiens belangrijkste eigenschap is dat hij niet door emoties overweldigd wordt en die dat voortdurend wel wordt, een xeno- en technofoob, een karakter dat zo plat is dat ze in een week haar hele ‘persoonlijkheid’ terug kan krijgen, drie mannen met een raar accent en een vrouw die primair gedefinieerd is door haar afhankelijkheid aan een man. Wat een diepgang.

Waarom TOS slechte SciFi is I: bad writing

Deze zomer heb ik The Original Series van Star Trek gekeken. Dat was een ontnuchterende ervaring. Waar ik had verwacht dat de eerste serie elementen zou hebben van wat ik de kracht van Star Trek vind, bleek het een verschrikkelijk drama te zijn. Ik wil in vijf blogs de serie doornemen: eerst kritisch reflecterend op de plots, de karakters en de waarden van de serie; daarna kijkend naar wat de serie wel het kijken waard maakt.

Het aller-ergste aan TOS is dat als je drie afleveringen gezien hebt, je ze allemaal gezien hebt. Waar andere scifi uit die tijd uit de jaren ’60, zoals the Twilight Zone, het ene na het andere whacky plot afvuurt zijn er twee plots die wel heel vaak in TOS herhaald worden: bijna-aarden en wezens met ongelimiteerde macht.

Is that Earth Again? Boring!
Ten eerste zijn er aflevering waarin the Enterprise een planeet tegenkomt dat eigenlijk aarde is in een andere tijdsperiode of die in een ander op zicht net veranderd is. Ik tel twaalf afleveringen: we komen de Aarde tegen in de Romeinse tijd, als het Chicago van Al Capone, geregeerd door Nazi etc. etc. Het lijkt een technisch probleem te zijn: Star Trek werd natuurlijk gefilmd naast series en films over de nazi’s, de Romeinen, de maffia. Het materiaal was allemaal te krijgen. Maar de reactie van de crew laat het slechte schrijven zien. Soms is men hoogst verbaasd dat er ‘een tweede aarde kan zijn’, soms wijst men naar een buitenaards ras of Hodgkin’s Law of Parallel Development, die dat zou kunnen verklaren. Hoe kan de ene week iets heel normaal zijn en de andere week zo wonderlijk. Maar het allerergste is het als er een geïmpliceerd wordt dat iedere samenleving noodzakelijk het Christendom moet kennen om  ‘vooruit’ te gaan (in Bread and Circuses) of dat iedere samenleving de Amerikaanse vlag en de Declaration of Independence nodig heeft als morele kompassen (The Omega Factor).
Een uitzonderlijke categorie hierbinnen zijn de drie aflevering waarin er met te veel gemak teruggereisd wordt naar de geschiedenis van Aarde. In Assignment Earth wordt zelfs gesteld dat de reis naar de aarde in de jaren ’60 routine is. Tijdreizen kan fascinerend zijn als het gemaakt is met een bewustzijn van de paradoxen die het op kan leveren. Niet als het gebruikt wordt omdat het gemakkelijker is om een aflevering op te nemen met mensen in kleding uit de huidige tijd

Het idee van scifi is juist dat je andere werelden ziet, niet een voortdurende herhaling van de wereld die we al kennen.

Extreme power is extremely uninteresting
Vervolgens komt the Enterprise met iets te veel regelmaat wezens tegen met ongelimiteerde bijna magische krachten. Ik tel er zeventien. En deze goden of energiewezens hebben maar al te vaak geen enkele moraal. Ik vond Q in Star Trek: the Next Generation al geen aanwinst. Goddelijke kracht maar een kinderlijke moraal. I get the message: macht en moraal zijn niet hetzelfde. Ongelimiteerde macht is gevaarlijk als dit in de handen valt van wezens zonder een even grote moraal. Maar zou het universum echt dicht bezaaid zijn met egoïstische halfgoden? Is dat het meest interessante morele vraagstuk dat je in beeld kan brengen en moet dat echt zo veel keer?
De andere helft van de superwezen begrijpt de mensheid niet en moet een of ander wonderlijk experiment uitvoeren om er achter te komen of de mensheid dan wel (Arena) of niet (The Savage Curtain) aan hun standaarden voldoen.
En dan zijn er de vier gevallen waarbij de zeer grote macht in handen is van een zelfbewuste computer, zoals in the Changeling. Die computer keert zich uiteraard tegen de mensheid. En het is aan Kirk om die computer hoogst persoonlijk ‘kapot’ weet te redeneren. Want iedere computer explodeert als vanzelf als het zich realiseert dat het zelf een redeneerfoutje heeft gemaakt.
Ongelimiteerde macht is uiteindelijk helemaal geen interessante premisse: het is interessant als culturen of wezens sterktes en zwaktes hebben zodat er omstandigheden zijn waarin ze er sterk en zwak zijn. Bovendien is de macht nooit echt ongelimiteerd want de menselijke Kirk moet het toch altijd weten te winnen.

The rest

Dit is zijn twee veel voorkomende tropes die te vaak herhaald worden. Vaak in afleveringen die vlak na elkaar worden uitgezonden – soms heb ik het gevoel dat er een opdracht door het schrijversteam ging, ‘maak een aflevering over het oude Rome’ en dat de drie beste gewoon allemaal gefilmd zijn. Dan heb ik het niet eens over de individuele afleveringen die soms uit elkaar vallen van slechte humor, seksisme en volslagen onverdedigbare ‘uitvindingen’: ik denk dan bijvoorbeeld aan Mudd’s Women.

Dat zijn individuele missers. Maar het patroon lijkt te zijn dat er om de vier afleveringen verplicht een aflevering tussen moest over een wezen met ongekende macht maar geen moraal en een aflevering die gefilmd kon worden op een buurset op de filmstudio.