Bij de afgang van Emile R.

Het was geen goede week voor Emile Roemer. Woensdag kreeg hij Halbe Zijlstra en Diederik Samsom over zich heen. Daarna vielen zijn eigen fractieleden hem anoniem af in het Algemeen Dagblad. En zelfs de hipsters van BKB hebben het vertrouwen in hem verloren. Het is maar zeer de vraag of de geloofwaardigheid van Roemer nogmaals zo’n publieke afgang kan hebben.

Ik moet zeggen dat ik dat zeer spijtig vind. Al zes jaar geleden noemde ik Emile Roemer als potentiële opvolger van Jan Marijnissen. Daarmee was ik twee jaar te vroeg. Mensen met meer politieke ervaring vonden dat een rare keuze. Maar ik voorspelde ook dat “het gewone man socialisme” tijdelijk een opleving zou opleveren maar dat het daarna achteruit zou gaan.

Maar zal Emile vertrekken? Ik denk het niet: er is in de Tweede Kamerfractie geen alternatief voor hem. Laten we de veertien andere SP’ers eens aflopen. We kijken hier of ze passen in het profiel van de SP als een linkse volkspartij.

In de SP telt trouw en ervaring boven alles. De kern van de SP (Marijnissen, Kox, Van Heijningen) wordt nog steeds gevormd door mensen die in de jaren ’70 lid werden van een partij zonder zetels maar met zeer loyale leden. Mensen die minder dan vier jaar lid van de Tweede Kamer zijn, maken geen kans: Merkies, Smaling, Siderius, Kooiman en Van Nispen kunnen van de lijst af.

De andere vrouwen lijken ook uitgesloten. Dat klinkt seksistisch maar vrouwelijk leiderschap is een trauma voor de SP. Vóór Roemer heette het probleem van de SP Agnes Kant: ze was jarenlang de nummer 2 van de SP en de kroonprinses van Marijnissen. Ze mistte echter humor en relativeringsvermogen en kwam verbeten en drammerig over. Precies het imago dat Renske Leijten ook heeft: het hart op de goede plaats maar een te scherpe tong. Ik denk dat om dezelfde reden Sharon Gesthuizen en Sadet Karabulut ook geen kans maken.

Evenzeer is uitstraling belangrijk. Backbenchers als Paul UlenbeltFarshad Bashir of Henk van Gerven lijken me daarom ook geen frontrunners voor het partijleiderschap.

Dan resten er drie mannen:

Wat zij allemaal delen is wat ik zes jaar geleden over Van Bommel schreef: ‘een wat meer academische visie, complexer, abstracter, minder aansprekend voor de man op de straat.’ Dat spreekt mij als iemand die hoopt de rest van zijn leven op de universiteit rond te hangen, wel aan, maar de SP wil een volkspartij zijn met een brede aantrekkingskracht. Van Bommel heeft een te internationaal profiel voor de SP, Van Raak schreef een lijvig proefschrift en Van Dijk deed zeven jaar over zijn studie politicologie en neemt het nu met name op voor het recht van studenten om even lang te blijven hangen in hun studie.

Wat de SP mist is een andere man van het type Roemer/Marijnissen. Een man van de straat met uitstraling, humor en relativeringsvermogen. Het is aan de laatste drie om de komende tijd te laten zien dat ze dat wel hebben: kan Van Bommel laten zien dat hij zich zorgen maakt om Nederlandse oma’s en niet alleen Palestijnse kinderen? Kan Van Raak laten zien dat achter dat proefschrift en die stapel boeken een activist schuilt en geen studeerkamergeleerde? En kan Van Dijk laten zien dat hij het niet opneemt voor het recht van luiheid van studenten maar voor het recht van iedereen om te studeren?