De vijf beste films van 2014

Een even jaar betekent blijkbaar een top vijf beste films van mij. Daarom ook over 2014, net als 2010 en 2012, een top vijf beste films.

5. Grand Budapest Hotel: nadat ik deze film in de bioscoop zag schreef ik er al een scherpe kritiek op. Deze Wes Anderson film heeft bijna alles wat een goede Wes Anderson film heeft (prachtige visuals, een met liefde gemaakte wereld en topacteurs in alle rollen), maar het mist het hart van alle Wes Anderson films tot nu toe. Het gaat niet over buitengewone mensen en hun zoektocht naar menselijk contact. In bijvoorbeeld Rushmore staan de visuals, acteurs en de wereld in dienst van het onderzoek naar dit onderwerp. The Grand Budapest Hotel is prachtige film maar van binnen hol.

4. The Fault in Our Stars: in zekere zin is The Fault in Our Stars het tegenovergestelde van Grand Budapest Hotel. Dit lijkt een run-of-the-mill Amerikaanse young adult tearjerker over een tienermeisje dat verliefd wordt op een jongen. Niet bijzonder mooi gemaakt, gemakkelijk spelend op het sentiment. Maar dat zou impliceren dat de film onoprecht zou zijn. Maar dat geloof ik niet, omdat ik geloof dat de auteur oprecht en integer is (neem dit prachtige verhaal van hem over vriendschap), en een “Boodschap” wil mee geven over hoe menselijke liefde ons buitengewoon maakt.

3. X-Men: Days of Future Past: ik ben een groot fan van de X-Men filmserie, met name waar het politieke en sociale thema’s raakt, en Days of Future Past raakt deze thema’s vakkundig. Days of Future past weeft bovendien de pre-boot (X-Men First Class) en de eerste drie films vakkundig in één vlot en onderhoudend tijdreisplot vol met fascinerende karakters, waarbij met name de supersnelle Quicksilver mij intrigeerde.

2. Lego Movie: op het eerste gezicht is de Lego Movie de langste lego reclame ooit gemaakt. Daar komt een vermakelijke actie-komedie bovenop. Maar wat er voor zorgt dat deze film in de top-twee komt, is het einde. Dit geeft een ongekende wisseling van perspectief en is daarmee een twist waar M. Nightshamalan nog een puntje aan kan zuigen. Ik zal het einde niet verraden maar hiermee is de film een ongekende ode aan de fantasie.

1. Guardians of the Galaxy: de grootste kracht van the Lego Movie en Guardians of the Galaxy is dat de films zichzelf niet serieus nemen maar dat het plezier waarmee ze gemaakt zijn door de hele film heen te zien zijn. Dit gebeurt bij Guardians of the Galaxy in een sci-fi universum met fascinerende locaties en een rag-tag band of misfits. Precies waar ik aan toe was.

Interstellar, een misser van astronomische proporties

Eén van de laatste films van het jaar die we nog moesten was Interstellar. Ik had grote verwachtingen: Christopher Nolan‘s eerdere film, Inception, staat hoog in mijn lijst van beste films, ik ben dol op space opera’s en niet ongevoelig voor het idee van science-based science fiction. Maar Interstellar bleek een misser van astronomische proporties: de interessante wereld is secundair gemaakt aan een secundair plot over een bokkige dochter en een ruimtereizende vader, dat leent uit niet al te goede science fiction films als Signs en Contact en de meest psychedelische scenes uit 2001: A Space Odyssey.

Het verhaal begint op een Signs-achtige manier: een vader woont samen met zijn zoon en dochter en derde familielid op een afgelegen boerderij. Het meisje denkt dat ze achtervolgd wordt door een poltergeist die haar een boodschap wil sturen. Net als in Signs blijken de kinderlijke hang-ups van Groot Belang voor Het Plot.

De vader moet de ruimte in om de mensheid te redden -wat er precies aan de hand is met aarde  blijft onduidelijk, waarom hij specifiek de mensheid moet redden is een raadsel, hoe de ruimtereis precies de mensheid moet redden is meer een plot device om spanning te creëren in plaats van het hoofdplot. Hij laat een diep ongelukkige dochter achter die bang is haar vader nooit meer te zien. De reis duurt lang en wordt extra verlengd omdat vanwege een zwart gat de tijd van de vader langzamer gaat dan die van de dochter. De vraag of de mensheid gered kan worden wordt voortdurend overschaduwd door het feit dat de vader terug wil naar zijn dochter.

De tijdsdimensie als een ruimtedimensie weergegeven in een tesseract

Uiteindelijk keert de vader terug via het zwart gat. Daar blijkt zich een tesseract waarin de tijdsdimensie een ruimtelijke dimensie is, te bevinden. Uiterlijk haalt alleen het onnavolgbare einde van 2001 de trippiness van deze scene. De ruimtewezens die dit wormgat hebben gemaakt voor de mensheid hebben de tesseract gemaakt zodat de vader met zijn dochter kan communiceren. Dat doet hij door de poltergeist van zijn dochter te zijn en boeken uit de kast te gooien. In een Contact-achtige anticlimax blijkt de Vader de Poltergeist. Dan vraag je je af of je werkelijk je avond besteed hebt aan  het volgen van een boze dochter (die zo’n vier decennia in haar bokkige bui blijft hangen) en een vader die magisch herenigd worden door een groep ruimtewezens.

Een groep ruimtewezens overigens die wel een zwart gat aan kunnen leggen en een ruimte waarin tijd een ruimte dimensie is gericht op een kamer van een klein meisje maar schijnbaar niet normaal met mensen kunnen communiceren of hun problemen kunnen oplossen. Daar hebben ze een gemankeerde vader-dochter relatie voor nodig. Lijkt me echt de handigste manier omdat aan te pakken.

De emotionele kern van de film is dus een mengsel van de bewaarheide hang-ups van kinderen op een boerderij zonder moeder (als in Signs), een hele planeet die haar grondstoffen opoffert om een vader en een dochter met elkaar te laten communiceren (als in Contact) dit alles in de meest trippy sci-fi scene sinds 2001.

De veel interessantere wereld zit er achter: de aarde die niet langer een leefbaar huis voor de mensheid; een wetenschapper die een ruimteschip bouwt om door een wel erg tactisch geplaatst zwart gat mensen te vervoeren naar drie mogelijke werelden voor de mensheid. Maar omdat het zo kostbaar is om mensen vanaf de aarde op te laten stijgen -van andere planeten met zwaardere zwaartekracht als de aarde gaat dat altijd stukken makkelijker overigens- is de fundamentele vraag of plan a (het redden van mensen in gigantische ruimteschepen) wel daadwerkelijk een optie is; plan b (het redden van bevruchte eicellen) blijkt een veel logischere optie te zijn. De cruciale vraag is dus willen we mensen redden of de mensheid redden? De hoofdwetenschapper blijkt altijd plan b een waarschijnlijkere keuze te hebben gevonden suggereert de film. Hij besteedt een deel van zijn tijd aan het ‘oplossen’ van het fundamentele probleem, hoe je mensen uit de zwaartekracht van de aarde zou moeten krijgen maar weet dat er geen oplossing is. Totdat de Vader dat terug telegrafeert naar zijn dochter vanuit de 2001-scene: want schijnbaar is het raadsel van de zwaartekracht een constante en kunnen ruimtewezen die dat zwartgat kunnen bouwen dat alleen die oplossing alleen maar via deze weg laten weten.

Maar als de NASA serieus gecommiteerd zou zijn geweest aan plan B (waarin de mensheid gered moet worden door bevruchte eitjes) waarom is dan maar één van de vijf ruimtereizigers die we zien vrouw?

Dat zou een klein plot hole kunnen zijn in een verder mooie film, maar in dit geval is de hele film one gaping black plot hole.

The Wire als de meest cynische politieke serie

Na twee keer beginnen en stoppen, heb ik de laatste weken The Wire gekeken. In veel politieke series is de indeling helder. Je hebt de goeden en de slechten. Neem The West Wing, daar nemen de idealisten van het Witte Huis, president Bartlett voor op, het op tegen allerlei kwade krachten, zoals de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden. In politieke series als Commander-in-Chief en Scandal is het onderscheid nog sterker: de hoofdpersonen in Scandal dragen de ‘witte hoed’, een teken van hun commitment aan de ‘goede’ zaak.

Er zijn ook politieke cynische series, als House of Cards, waar de hoofdpersoon geen idealist is maar een realist die alles over heeft om de macht te bereiken. Hij is de kwade genius uit de andere series.

The Wire is een heel ander soort serie. In het eerste seizoen presenteert het zich als een politieserie: dat lijkt de dynamiek te hebben van de good guys (de politie) tegenover de bad guys (de misdadigers). Maar in die tegenstelling valt de serie niet. De serie speelt zich af op de straten van de zwarte havenstad Baltimore, die -volgens de serie- lijdt onder gewelddadige, georganiseerde drugscriminaliteit. We zien hoe schooljongens misdadigers worden. Niet omdat het ze kwaad van zin zijn maar omdat ze vermalen worden in ‘het systeem’ -het onderwijs, de kinderbescherming en de politie. Politieagenten, docenten, sociale werkers willen de kinderen best helpen, maar de scholen worden afgerekend op testscores en de politieagenten op veiligheidsstatistieken. De ouders van die kinderen hebben hun eigen sores aan hun hoofd: ze leven in armoede of ze zijn zelf afhankelijk van misdaad. Als kinderen over straat zwerven moeten ze twee keer op school komen zodat de school het geld krijgt, maar daarna doet de school zijn best niet meer: als ze op straat lopen, tellen ze niet mee in de toetsstatistieken. Kinderen die op school opbloeien worden snel gepromoveerd weg uit de omgeving van docenten die ze helpen en leerlingen die ze kennen. De politieagenten weten wel welke kinderen risico lopen maar moeten uiteindelijk moorden oplossen. De georganiseerde misdaad biedt deze kinderen eigenwaarde, lost hun problemen (waar de politie en de scholen geen maatwerk kunnen leveren) en is een bron van inkomen voor hen en hun familie.

Deze jongens zijn niet kwaad uit zichzelf. Velen schrikken weg voor het geweld dat de misdadigers toepassen. Maar als ze uit het systeem van de georganiseerde misdaad willen, kan de politie hen niet beschermen. Jongens aan de basis van de organisatie die contact opnemen met de politie worden omgelegd door criminelen, die hun eigen code van loyaliteit handhaven. Zelfs een kort gesprek waarin ze weigeren andere criminelen aan te geven, wordt met de dood bekocht. Aan de bovenkant van de organisatie willen de kingpins ook uit de criminaliteit en de beschaafde zakenwereld in, maar uiteindelijk passen ze niet in de witteboordenwereld, worden ze opgelicht door andere zakenmensen of worden ze aangevallen door andere criminelen die een moment van zwakte zien.

In deze wereld zien we Tommy Carcetti, een jonge ambitieuze politicus. Hij denkt dat hij de zittende burgemeester, achtervolgt door corruptie, vriendjespolitiek en incompetentie, kan verslaan. Hij legt de juiste connecties om informatie te krijgen uit de politie-organisaties, hij kan inspirerend speechen, heeft goede ideeën (het beschermen van getuigen, minder richten op veiligheidsstatistieken) en kiest de beste adviseurs uit. In zijn campagne meet hij de zwaktes van het politiebestel groot uit, zelfs als hij daarmee eerlijk politiewerk eigenlijk tegenwerkt, wat telt zijn de verkiezingen. Daarna zal het allemaal beter worden. Hij wint de verkiezingen. Het lijkt even “Bartlett in Baltimore” te worden. Maar hij kijkt ook verder. Het gouverneurschap lonkt: hij moet daarvoor zijn verkiezingsbeloften inlossen, de criminaliteit terugdringen. De vorige burgemeester heeft wat lijken in de kast laten liggen, een groot begrotingstekort bijvoorbeeld, dus is er geen geld om de politie beter te betalen. Wat rest, is niet de problemen oplossen, die er in de politie-organisatie zijn, maar het beeld creëren dat de criminaliteit terugloopt. Wat rest is politiecommissarissen onder druk zetten om de veiligheidsstatistieken goed uit te laten komen. De goede mensen die hij neer wilde zetten om de politie te hervormen, weigeren mee te doen aan deze politieke spelletjes, de incompetente politieagenten die het spel al jaren spelen passen beter.

En zo is The Wire misschien politiek veel cynischer dan House of Cards, waarin een politicus allerlei kwaad doet als onderdeel van een groot plan om vooruit te komen. Voor Frank Underwood is immoreel handelen een keuze. In The Wire handelen allerlei mensen immoreel omdat ze niet anders kunnen. Je ziet langzaam het net van de omstandigheden sluiten waardoor jongens in de criminaliteit komen, politie-agenten bewijsmateriaal vervalsen en burgemeesters veiligheidsstatistieken manipuleren.