Homo’s zijn gratis

Een maand geleden startte Hillary Clinton haar presidentscampagne met een filmpje “Getting Started“. In het filmpje komen verschillende mensen aan het woord die met een nieuw project starten: moeders die hun kinderen naar school toe sturen, twee broers die in het Spaans aankondigen een bedrijf te starten, een koppel dat een kind verwacht, een meisje dat solliciteert, twee mannen die gaan trouwen. En dan kondigt Clinton aan president te willen worden.

Het filmpje is een soort Bennetton reclame. Alle verschillende groepen die in Amerika leven, worden getoond: blank en zwart, aziatisch en hispanic, man en vrouw, jong en oud, homo en hetero. Dat moment dat twee mannen elkaar de hand geven en zeggen te gaan trouwen in een campagnefilmpje van een Amerikaanse presidentskandidaat raakt me iedere keer weer. Anderhalf decennium geleden zei Hillary Clinton zelf nog “het huwelijk is tussen een man en een vrouw“. De ontwikkeling gaat razend snel, niet alleen bij de Clintons. Het aantal Amerikaanse staten het homo-huwelijk heeft gelegaliseerd groeit snel. Ook in Europa: op 22 mei zal waarschijnlijk een ruime meerderheid van de Ieren in een referendum zich uitspreken voor het homo-huwelijk; de premier van het oerconservatieve Luxemburg trouwt met zijn vriend. Dat is hoopvol, toch?

Zelfs bedrijven al11230610_472385879580915_5347922224579221548_ns Coca-Cola adverteren tegenwoordig met gezin met twee vaders om hun frisdrank te verkopen. Het is natuurlijk revolutionair dat een groot Amerikaans bedrijf dat zich wil richten op de gemiddelde consument zo’n modern gezin laat zien. En toch is dit beeld voor mij heel dubbel: in de kern laten Clinton, de snelle acceptatie van het homo-huwelijk in de VS en Europa en zo’n Coca Cola reclame zien dat homo-emancipatie een tamelijk onschuldige ontwikkeling is. Dat homo’s kunnen trouwen beperkt op geen enkele manier de belangen of de vrijheid van andere mensen.

Dat het toch zo lang heeft geduurd voordat homo’s het recht hebben gekregen om te trouwen is daardoor extra cru. Niets weerhield politici ervan om homo’s rechten te geven of PR-bedrijven om homo’s op posters te zetten behalve het feit dat ze homoseksualiteit anders of weerzinwekkend vonden.

En nu kunnen Amerikaanse presidentskandidaten en grote bedrijven gemakkelijk goede sier maken door zich als pro-homo te afficheren. Het kost namelijk niets, maar het levert met de veranderde maatschappelijke opvattingen over homoseksualiteit wel goodwill op.

Er zijn genoeg keuzes die aanzienlijk ‘kostbaarder’ zijn: na de financiĆ«le crisis is het duidelijk voor iedereen dat de Amerikaanse bankensector veel sterker gereguleerd moet worden. Maar of Clinton zich daar sterk voor gaat maken? De hervorming van banken zal ten koste gaan van de groei van de financiĆ«le sector en daarmee van het bruto nationaal product, maar bovendien zijn de economische en politieke belangen in de VS sterk verstrengeld: de grootste donoren aan de campagnes van Clinton zijn niet die homo’s die hand in hand lopen maar bedrijven als Goldman Sachs, Citigroup en Lehman Brothers.

Hier in Nederland zijn de belangen misschien allemaal wat minder groot. Maar neem een onderwerp als statiegeld. We hadden in Nederland een goede manier om zwerfafval te beperken en recycling van plastic te promoten. We zouden zo’n systeem toch kunnen uitbreiden naar blikjes? In plaats daarvan is dit systeem door behendige lobbyisten onder het Orwelliaanse motto “Nederland Schoon” de nek omgedraaid: verspilling en vervuiling bestrijden is te duur. En wie zit er in het bestuur van Nederland Schoon? Uiteraard een vertegenwoordiger van Coca Cola bekend van de roze reclames.

Wat ik wil zeggen is het volgende: natuurlijk is het fijn dat Clinton en Coca Cola homo’s in hun reclame-uitingen opnemen. Getrouwde homo’s of homo-vaders met kinderen zijn geen bedreiging voor wie dan ook. Het is wel dan wel ongelofelijk cru dat politici als Clinton zich pas zo laat bij het pro-homo-huwelijk kamp aansloten. Want het kost helemaal niets. Homo’s zijn gratis.