Don Quichot

Laatste fietste ik door Drente. Daar stonden allerlei borden en doeken “Windmolens nee”. Voor iemand die afkomstig is uit Noord-Holland vrij onbegrijpelijk: voor mij staan windmolens voor vooruitgang. Ik sprak een van de lokale boeren, een biologische tuinder die zich heeft gespecialiseerd in vergeten groentes en eetbare bloemen.

Ze legde het rustig uit: “Er zijn drie soorten duurzame energie: windenergie, zonne-energie en bio-massa. Ik vind dat bij de afweging welke duurzame energiebron we kiezen in Drente esthetische argumenten een rol moeten spelen. Ik vind zonne-panelen beter, want windmolens verstoren het Drentse landschap.”

Was het kruidenvrouwtje de moderne incarnatie van Don Quichot? Ze klonk bijzonder redelijk. Windenergie, zonne-energie en bio-massa zijn inderdaad de belangrijkste bronnen van duurzame energie. Op de duurzaamheid van sommige daarvan kunnen we wat afdingen. De vraag is dan welke criteria we moeten toepassen bij het selecteren van energiebronnen.

De duurzaamheid van duurzame energiebronnen
De duurzame drieslag: bio-massa, zonne-energie en windenergie. De laatste echter is als duurzame energiebron in grijs gebied. Bio-massa komt of direct uit de landbouw of indirect uit afval.
De bio-brandstoffen uit de landbouw komen (nu nog) met name uit palmolie. Om palmolie te winnen worden (nu nog) oerwoud gekapt. Dat lijkt me niet duurzaam (zie hier). Er komen ook bio-brandstoffen uit suikers (bv. mais). Om die te krijgen, wordt landbouwgrond en water gebruikt die anders voor voedsel gebruikt zou worden. Dit drijft de prijs van voedsel omhoog, wat ten koste gaat van de allerarmsten (zie hier en hier).
Dan is er ook nog optie afval. We kunnen biologisch afval gaan verbranden. Denk bijvoorbeeld aan mest uit de landbouw. Daar zijn wel wat bezwaren tegen te formuleren: zoals dat de intensieve veehouderij een belangrijke bron is van klimaatverandering, omdat koeien productenten zijn van bijzonder effectieve klimaatgassen. Je zou ook bijproducten van boskap kunnen verbanden, maar dat onttrekt koolstof uit het bos en pompt dat in het atmosfeer (zie hier). Maar bovendien we moeten toe naar een economie met minder afval waarin meer wordt hergebruikt. Het verbranden van afval is met het streven naar een cyclische economie niet duurzaam.

Zonne-energie is een stuk duurzamer, maar niet perfect (zie hier en hier). Zonne-panelen zijn, in vergelijking met windenergie, relatief complexe aparaten. Er zitten zware metalen in verwerkt, zoals cadmium, kwik en chroom. Deze zijn relatief schaars, de winning ervan is slecht voor het milieu en bovendien kan daardoor een zonne-paneel niet zo maar bij het grofvuil. Zonne-energie is daarmee niet het meest duurzame van het drietal.

Dat is windenergie. Windturbines zijn niet alleen een energiebron die Nederland al sinds mensenheugenis gebruikt, maar bovendien de manier waarop bijna alle andere energiebronnen werken. De techniek ervan is dus al bekend. Het enige milieuprobleem dat eraan gerelateerd is, is landschapsvervuiling (zie hier). Vanuit duurzaamheidsperspectief is het een trio met een voorkeursordening: windenergie, zonne-energie en dan bio-brandstoffen.

Efficientie
Maar er is niet alleen sprake van een algemene voorkeursordening. Volgens mij is het andere belangrijke criterium bij de toepassing van duurzame energie efficientie. Als we duurzaam willen omgaan met onze energie dan zullen we energiebronnen moeten inzetten waar ze het meeste energie op leveren. Dus geen windenergie in een windstil gebied, geen zonne-energie in een schemerrijk gebied en geen bi- massa op verre afstand van de regenwouden, akkerbouwgebieden, veestapels, bossen en bevolkingscentra waar ze vandaan kwamen. Drente past dan qua profiel het beste bij windenergie. Een vlak land waar het hard waait. We horen veel over het succes van Duitse zonne-energie. Dat is toch een vergelijkbaar land? Maar het is vrij simpel: hoe zuidelijker in Duitsland hoe meer zon, hoe passender zonne-energie

Maar qua wind zijn er alleen gebieden in het Verenigd Koninkrijk en Denenmarken die gepaster zijn voor windenergie, dan Noord- en West-Nederland.

Esthetiek
Als je esthetiek dan als criterium wil toepassen, naast de duurzaamheid van het middel en de gepastheid van het middel in het specifieke gebied dan moet je twee aantekeningen maken: ten eerste het utilitische beginsel en ten tweede kostenbeginsel.

Laten we de notie onderschrijven dat windmolens het geluk van de bewoners vermindert want daar hebben we het over: bij andere vormen van NIMBY-gedrag, zoals radio-actieve energie, gaat het om gezondheid. Hier gaat het om geluk. Dan we zullen windmolens moeten plaatsen daar waar het niet alleen het meest passend is, maar ook waar de minste mensen er last van hebben. De provincie met de laagste bevolkingsdichtheid is: Drente, met 185 inwoners per vierkante kilometer.

Maar ten tweede, is er een morele vraag: klimaatverandering is een abstract ver-van-mijn-bed-probleem. Over 100 jaar is het misschien op aarde zes graden warmer. De urgentie van het probleem valt weg bij alledaagse problemen als zorgen over werk, je pensioen en het uitzicht vanuit je huis. Het klimaat verandert. So what? De gevolgen van klimaatverandering worden echter heel direct zichtbaar in de armste landen. In Bangladesh zorgt het veranderende klimaat nu al voor watertekorten in sommige gebieden en overstromingen in andere gebieden. Dat kost op dit moment al mensenlevens: mensen die verdrinken bij overstromingen of die te weinig eten krijgen door droogte. De simpele vraag is dan: hoeveel mensen levens is het je waard om geen windmolen te hoeven zien?

Leave a Reply