Grand Budapest Hotel: top of not?

Grand Budapest Hotel is tegelijkertijd een topfilm en een verschrikkelijke Amerikaanse film. Wes Anderson is mijn favoriete regisseur. En met zijn nieuwste film, de Grand Budapest Hotel heeft hij zijn mooiste film tot nu toe afgeleverd.

Het is een komedie die een lobby boy volgt in een grand hotel in de jaren ’30. Hij raakt betrokken bij de diefstal van een schilderij; of eigenlijk het rechtmatig meenemen van een schilderij na een erfenis. Daarop volgt een absurdistische actiefilm om het schilderij uit de handen van de andere erfgenamen te houden. Uiteindelijk erft de lobby boy het schilderij en het hele hotel.

Een prachtige ambachtelijk gemaakte film is Grand Budapest Hotel zeker. Meer dan ooit heeft Wes Anderson de moeite genomen om een wereld te maken. De film speelt zich af in Zubrowka, een fictief Oost-Europees land. Dat is prachtig land vol met Jugendstil hotels, witte bergen, patisseries, opkomend fascisme, schilderijen van Schiele en Klimt. Anderson brengt het verval van zo’n oud hotel liefdevol in beeld. Meer dan in enige andere film van Anderson is ieder shot een schilderij: een prachtig stilistisch landschap waarin het hotel staat of een portret van de prachtige karakters die hij bedacht heeft.

Ik zou de film negen van de tien sterren geven: de film is zo mooi gemaakt, ieder shot is zo precies zo perfect. Met oog voor details en met de grote en kleine rollen gespeeld door de beste acteur van onze tijd.

Het probleem begint als de acteurs hun mond open doen. Anderson is in mijn ogen geen meester van de dialoog, maar dat is juist zijn kracht. Want de dead pan dialogues gaven in zijn eerdere films de afstand tussen mensen weer die nooit voldoende overbrugd kan worden door woorden. Die kracht zit nog steeds in de dialogen maar het probleem zijn de accenten. Anderson werkt met een beperkt aantal acteurs, mensen die hij vertrouwd, zoals Owen Wilson. Maar dat zijn allemaal Amerikanen, of in elk geval geen Oost-Europeanen. AlsĀ  Saoirse Ronan haar mond open doet, hoor ik een prachtig Iers accent maar geen Duits of Slavisch accent. Dat zit er wel vaker in: de film is visueel heel rijk, met allerlei kleine hints in teksten op muren en in kranten. Maar dat zijn allemaal teksten in het Engels. Anderson wil wel een film maken in Oost-Europa tijdens het interbellum maar wil niet de zwaarte van het fascisme de hele film laten wegdrukken: daarom noemt hij de SS maar ZZ. Dat soort dingen zijn jarring.

Wat misschien het minst bevredigend is aan deze prachtig gemaakte film dat het een komedie is zonder serieus hart. Uiteindelijk gingen de vorige films van Anderson allemaal over hetzelfde. Anderson analyseert menselijke relaties: hij toont uiterst getalenteerde, excentrieke mensen met ongewone dromen die langzaam en weifelend op zoek gaan naar de warmte van liefde en familie. Het zijn allemaal disfunctionele families die proberen om elkaar te vinden. In deze film heeft Anderson voor het gemak al zijn karakters wezen gemaakt omdat hij het niet over familie wil hebben.

En daarmee is de Grand Budapest Hotel een prachtig opeenvolging van schilderijen, maar wel een schilderijen die gemaakt is door een Amerikaan van een Europese situatie waarbij de precisie van het beeld teniet wordt gedaan door het accent van de acteurs. Maar bovendien is het een enthousiasmerende komedie vol met absurdistische actie, maar niet een film die de menselijke conditie onderzoekt en bloot legt.

Leave a Reply