Post-Convention Spin III: Liberalen, Democraten, Populisten

De belangrijkste discussie op het GroenLinks congres  ging over bestuurlijke
vernieuwing. Over dit onderwerp lagen de posities het meest uiteen en waren de meerderheden het kleinst. Voorstanders van waterschappen en provincies kregen een sterke
knauw uitgedeeld. Maar even zo zeer kreeg de partijtop een aantal zware slagen te
verduren. GroenLinks koos tegen referenda, na een sterk betoog van Diederik ten
Cate
, en tegen het verkleinen van de kamer na een ijzersterk betoog van
toptalent Marten Zoetbrood. Het afschaffen van de
Eerste Kamer werd "voor de poorten van de hel" weggesleept.

Maar alles laat zien dat GroenLinks een groot probleem heeft. De partij heeft geen visie op het openbaar bestuur en de democratie. In de
laatste zes jaar is het politieke profiel van GroenLinks vernieuwd: er
kwam een nieuwe versie op werk en inkomen (“Vrijheid Eerlijk Delen”), op milieu
en innovatie (“Leve de EKOnomie”) en op Europese samenwerking (“Vrij
Europees”). De discussies eindigden in een nieuw beginselprogramma. De partij
heeft onder Halsema gekozen voor een vooruitstrevende, vrijzinnige agenda. Een
onderwerp dat buiten beschouwing is gebleven in deze discussies is de democratie. En dat valt te
lezen in het nieuwe GroenLinks programma.

Waar het gaat om het openbaar bestuur gaat, komen de
voorstellen van GroenLinks neer op twee dingen: bezuinigingen op het aantal
bestuurders; en meer deelname van burgers aan de besluitvorming. Minder
ministeries, minder politici, minder bestuurslagen, minder kamers, minder
ambtenaren. En daarnaast was er een pleidooi voor referenda en staat er nu nog
een pleidooi voor burgerparticipatie en voor een indirect gekozen burgemeester in het programma.
“GroenLinks wil participatie maar het mag niet te veel kosten” stelde een congresganger. Als
klap op de vuurpijl pleit GroenLinks voor een debat over democratie. Want een eigen visie op dit onderwerp mist.

Hoe zou een GroenLinkse visie op democratie eruit zien? Hoe
kijkt Vrijzinnig Links naar het openbaar bestuur? Ik zou mij laten inspireren door het liberalisme. Voor liberalen
staat individuele vrijheid centraal. De politiek en het bestuur moeten zo
worden ingericht dat individuele rechten het best beschermd worden. Politieke participatie heeft
geen waarde op zichzelf, maar is een middel om individuele vrijheid te beschermen. Deze lijn loopt centraal door het denken van liberalen als Locke, Publius, J.S. Mill, en Karl Popper.

Burgerlijke vrijheden worden het best beschermd als de macht
gecontroleerd wordt. Dat vereist een scheiding der machten: Macht vraag om tegenmacht. In the Open Society and Its Enemies drukt Popper het als volgt uit: vele mensen denken dat de belangrijkste politieke vraag is "Wie moet er regeren?" GroenLinks lijkt dat ook te denken en beantwoorden: "het volk moet door directe participatie zo veel mogelijk zelf regeren." Maar die vraag gaat er onterecht vanuit dat mensen geen fouten kunnen maken, de verkeerde keuzes kunnen nemen. Popper stelt dat de belangrijke vraag is: "Hoe moeten we politieke organisaties organiseren dat slechte bestuurders zo min mogelijk schade kunnen te doen?" Daarom pleit hij voor check and balances op de macht. Voor controle op de macht. De belangrijkste manier om de macht in te beperken zijn regelmatige verkiezingen. Dat is de manier om onze vrijheden te beschermen.

Zeker in tijden van opkomend rechts-populisme lijkt het me de juiste vraag. Het recente referendum in Zwitserland laat zien dat het volk bij meerderheid kan kiezen om de burgerrechten van minderheden te beperken. Dus moeten we ons afvragen hoe we onze democratie organiseren zo dat rechten en vrijheden beschermd worden tegen exclusionistische, populistische stromingen

Als we denken in die termen wordt een vrijzinnige
organisatie op het openbaar bestuur duidelijk. Er zijn volgens mij drie hoofdlijnen:

  • Een helderdere, sterkere scheiding tussen parlement en regering. Dat vereist in Nederland een versterking van het parlement. Parlementariers moeten beter ondersteund worden. Ministers moeten voor ze benoemd worden door het parlement worden ondervraagt. Het kabinet moet niet kunnen rekenen op een coalitiemeerderheid die altijd doet wat ze zegt. Minderheidskabinetten kunnen de plek van het parlement versterken. Boven alles zou ik pleiten voor vaste parlementaire termijnen zoals in Noorwegen, de VS en Zwitserland. Als regeringen niet wanneer zij willen het parlement kunnen ontbinden, kunnen parlementariers zich onafhankelijker op stellen ten opzichte van de regering.   
  • Een sterke regionale bestuurslaag. Verticale scheiding der machten is ook belangrijk: het Rijk moet een sterke tegenspeler hebben. Dat betekent dat we af moeten van de verschillende bestuurslagen (gemeente, provincie en waterschap). Deze zijn allemaal zo zwak dat ze makkelijk door het rijk gedomineerd worden. Het liefst zou ik naast het Rijk en Europa, een bestuurslaag zien. Ongeveer ter grootte van de huidige waterschappen. Ongeveer 27 regio’s dus, die gaan over inrichting, veiligheid en zorg. Dan kunnen we ook afstappen van alle gemeenschappelijke regelingen tussen gemeenten die niet democratisch controleerbaar zijn.
  • Ten slotte moet de niet-politieke controle op de politiek worden vergroot. Dat betekent in de eerste plaats grondwettelijke toetsing van wetgeving. Zo’n ander initiatief voorstel Halsema, waar ik helemaal achter sta. Een rechter moet wetgeving die niet strookt met grondwettelijke principes kunnen verwerpen. Maar ook moeten instanties als de Algemene Rekenkamer, de Raad van State, de Ombudsman, de CGB en de CBP versterkt worden, om parlement en regering beter te controleren. Een sterke onafhankelijk pers moet ook worden gestimuleerd

Leave a Reply