Waarom superhelden een probleem zijn voor filosofen I

Stel dat we in een samenleving leven met vampiers of superhelden en gewone mensen. Welke claims kunnen gewone mensen maken ten opzichte deze wezens? En welke claims kunnen deze wezens ten opzichte van gewone mensen maken? Deze vragen wil ik de komende week beantwoorden. Vandaag deel I waarin ik het superheldenprobleem wil schetsen.

Er is een thema dat in veel speculatieve fictie wel geraakt wordt maar nooit wordt uitgewerkt: de politieke implicaties van een samenleving waarin een kleine minderheid superieur is aan de meerderheid. Superhelden zijn vanuit hun aard superieur aan mensen, maar welke plichten legt dat aan hen op en welke rechten kunnen ze daaruit ontlenen? Vandaag wil ik eerst de casus van de ‘gelijke rechten voor de superheld’ schetsen en laten zien hoe deze verschilt van de strijd voor gelijke rechten van andere, daadwerkelijk bestaande groepen.

Televisieseries als True Blood en comics als de X-Men zijn uitermate politiek. In deze verhalen worden burgerrechtenconflicten gereconstrueerd in een fictieve context: in True Blood komen vampiers ‘uit de doodskist’. Ze organiseren zich de American Vampire League om te vragen om gelijke burgerrechten. Vampiers worden door mensen gezien als een ‘gevaarlijke anderen’: mensen houden contact met vampiers af, zijn bang voor hen en willen vampiers weren. De verwijzing naar bv. de homo-rechten beweging ligt er dubbeldik bovenop: uit de anonimiteit komen, gezien worden als een ander en vragen om gelijke rechten.

Ook het geheel van comics, films en series, van X-Men verwijst naar de burgerrechtenbeweging. In de samenleving ontstaat een groep mutanten die vanwege hun genen bijzondere krachten hebben. Onder de mutanten zijn er twee facties: een factie (de X-Men) wil vreedzaam samenleven met mensen; de andere factie (de Brotherhood) wil een conflict tussen mensen en mutanten uitlokken zodat de mutanten de dominante groep in de samenleving kunnen worden. Dit is een verwijzing naar de Afro-Amerikaanse burgerrechtenbeweging waar Martin Luther King streefde naar vreedzame coƫxistentie en Malcolm X naar een conflict en suprematie van de Afro-Amerikanen.

Burgerrechtenbeweging

Maar in hoeverre lopen de eisen van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging echt parallel met de eisen die deze fictieve minderheden maken?

Het beeld dat er van Afro-Amerikanen bestond in de Verenigde Staten, was dat ze niet alleen anders waren maar met name inferieur: minder beschaafd dan Amerikanen met een Europese achtergrond maar ook gewelddadiger en minder intelligent. Deze inferioriteit rechtvaardigde volgens de heersende elite een ongelijke behandeling: Afro-Amerikanen moesten hun plek kennen en moesten dus bijvoorbeeld achterin de bus zitten. Om de inferioriteit van Afro-Amerikanen te ‘bewijzen’ konden de regerende elite verwijzen naar het gevoel van walging dat zij kregen als zij dachten aan een Afro-Amerikaan die op een gelijke manier behandeld werd als hen: een Afro-Amerikaan die uit dezelfde kraan dronk, een Afro-Amerikaan die een relatie had met een vrouw van een ander ras had. De basis voor de onderdrukking was de morele weerzin van de elite.

De burgerrechtenbeweging streefde naar een rasseneutrale samenleving: mensen moesten niet beoordeeld worden op hun huidskleur maar op de inhoud van hun karakter. De burgerrechtenbeweging bouwde hiermee direct voort op de Amerikaanse strijd voor onafhankelijkheid: “alle mensen zijn gelijk gemaakt en door hun schepper zijn zij toegerust met bepaalde onvervreemdbare rechten“. Afro-Amerikanen hebben, volgens de burgerrechtenbeweging dus dezelfde rechten als andere Amerikanen.

Maar gelijkheid ontstaat niet zo maar in een samenleving met hardnekkige, historische discriminatie. Een controversieel onderwerp is positieve discriminatie. De claim is dat Afro-Amerikanen op school niet alleen maar beoordeeld worden op hun eigen vermogen. Maar hun cijfers zijn ook afhankelijk van de sociaal-economische omstandigheden van hun ouders. Die is slecht vanwege huidig en historisch racisme. De schoolprestaties van Afro-Amerikaanse jongeren reflecteren niet alleen maar hun eigen vermogens maar ook de historische situatie waarin mensen opgroeien. Daarom zouden Afro-Amerikanen anders behandeld moeten worden dan andere kandidaten: bij gelijke geschiktheid zou een Afro-Amerikaan een voordeel moeten hebben bij de toelating tot een universiteit om historische ongelijkheid te compenseren.

De fundamentele claim van de Civil Rights beweging is dat mensen gelijk behandeld moeten worden: gelijke monniken, gelijke kappen. De wet moet neutraal zijn voor ras. Dezelfde claims maken andere emancipatiebewegingen voor geslacht, seksuele oriƫntatie en handicaps. Als er specifieke groepen een nadeel ondervinden vanwege een eigenschap die niets te maken heeft met waar ze zelf voor hebben gekozen, dan is compensatie gerechtvaardigd.

Het superheldenprobleem

Vampiers en mutanten zijn een metafoor voor de strijd voor emancipatie van allerlei gemarginaliseerde groepen. Het is een manier om aan de status-quo te twijfelen en te blijven strijden voor sociale rechtvaardigheid (pace PBS Idea Channel).

Maar de fundamentele vraag raken we niet als we zo naar deze verhalen kijken. Er is namelijk een fundamenteel verschil tussen de bestaande burgerrechtenbewegingen en mutanten en vampiers: zowel vampiers als mutanten hebben eigenschappen die ze beter maken dan mensen. Ze kunnen vliegen, sneller helen en bewegen, ze zijn sterker, ze hebben het eeuwige leven. Ze kijken naar mensen zoals mensen naar mieren kijken, die evolutionair onder hen op de lader staan. Sterker nog: vampiers hebben mensenbloed nodig om te overleven: ze kijken dus van bovenaf de voedselketen, zoals mensen naar vee kijken. Wat betekent dat gegeven voor de verhouding tussen burgers? Zou er geen fundamenteel politieke conflict ontstaan tussen wezens die superieure krachten hebben en mensen? Dat is waar ik in komende stukken naar wil kijken.

Leave a Reply