The Wire als de meest cynische politieke serie

Na twee keer beginnen en stoppen, heb ik de laatste weken The Wire gekeken. In veel politieke series is de indeling helder. Je hebt de goeden en de slechten. Neem The West Wing, daar nemen de idealisten van het Witte Huis, president Bartlett voor op, het op tegen allerlei kwade krachten, zoals de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden. In politieke series als Commander-in-Chief en Scandal is het onderscheid nog sterker: de hoofdpersonen in Scandal dragen de ‘witte hoed’, een teken van hun commitment aan de ‘goede’ zaak.

Er zijn ook politieke cynische series, als House of Cards, waar de hoofdpersoon geen idealist is maar een realist die alles over heeft om de macht te bereiken. Hij is de kwade genius uit de andere series.

The Wire is een heel ander soort serie. In het eerste seizoen presenteert het zich als een politieserie: dat lijkt de dynamiek te hebben van de good guys (de politie) tegenover de bad guys (de misdadigers). Maar in die tegenstelling valt de serie niet. De serie speelt zich af op de straten van de zwarte havenstad Baltimore, die -volgens de serie- lijdt onder gewelddadige, georganiseerde drugscriminaliteit. We zien hoe schooljongens misdadigers worden. Niet omdat het ze kwaad van zin zijn maar omdat ze vermalen worden in ‘het systeem’ -het onderwijs, de kinderbescherming en de politie. Politieagenten, docenten, sociale werkers willen de kinderen best helpen, maar de scholen worden afgerekend op testscores en de politieagenten op veiligheidsstatistieken. De ouders van die kinderen hebben hun eigen sores aan hun hoofd: ze leven in armoede of ze zijn zelf afhankelijk van misdaad. Als kinderen over straat zwerven moeten ze twee keer op school komen zodat de school het geld krijgt, maar daarna doet de school zijn best niet meer: als ze op straat lopen, tellen ze niet mee in de toetsstatistieken. Kinderen die op school opbloeien worden snel gepromoveerd weg uit de omgeving van docenten die ze helpen en leerlingen die ze kennen. De politieagenten weten wel welke kinderen risico lopen maar moeten uiteindelijk moorden oplossen. De georganiseerde misdaad biedt deze kinderen eigenwaarde, lost hun problemen (waar de politie en de scholen geen maatwerk kunnen leveren) en is een bron van inkomen voor hen en hun familie.

Deze jongens zijn niet kwaad uit zichzelf. Velen schrikken weg voor het geweld dat de misdadigers toepassen. Maar als ze uit het systeem van de georganiseerde misdaad willen, kan de politie hen niet beschermen. Jongens aan de basis van de organisatie die contact opnemen met de politie worden omgelegd door criminelen, die hun eigen code van loyaliteit handhaven. Zelfs een kort gesprek waarin ze weigeren andere criminelen aan te geven, wordt met de dood bekocht. Aan de bovenkant van de organisatie willen de kingpins ook uit de criminaliteit en de beschaafde zakenwereld in, maar uiteindelijk passen ze niet in de witteboordenwereld, worden ze opgelicht door andere zakenmensen of worden ze aangevallen door andere criminelen die een moment van zwakte zien.

In deze wereld zien we Tommy Carcetti, een jonge ambitieuze politicus. Hij denkt dat hij de zittende burgemeester, achtervolgt door corruptie, vriendjespolitiek en incompetentie, kan verslaan. Hij legt de juiste connecties om informatie te krijgen uit de politie-organisaties, hij kan inspirerend speechen, heeft goede ideeën (het beschermen van getuigen, minder richten op veiligheidsstatistieken) en kiest de beste adviseurs uit. In zijn campagne meet hij de zwaktes van het politiebestel groot uit, zelfs als hij daarmee eerlijk politiewerk eigenlijk tegenwerkt, wat telt zijn de verkiezingen. Daarna zal het allemaal beter worden. Hij wint de verkiezingen. Het lijkt even “Bartlett in Baltimore” te worden. Maar hij kijkt ook verder. Het gouverneurschap lonkt: hij moet daarvoor zijn verkiezingsbeloften inlossen, de criminaliteit terugdringen. De vorige burgemeester heeft wat lijken in de kast laten liggen, een groot begrotingstekort bijvoorbeeld, dus is er geen geld om de politie beter te betalen. Wat rest, is niet de problemen oplossen, die er in de politie-organisatie zijn, maar het beeld creëren dat de criminaliteit terugloopt. Wat rest is politiecommissarissen onder druk zetten om de veiligheidsstatistieken goed uit te laten komen. De goede mensen die hij neer wilde zetten om de politie te hervormen, weigeren mee te doen aan deze politieke spelletjes, de incompetente politieagenten die het spel al jaren spelen passen beter.

En zo is The Wire misschien politiek veel cynischer dan House of Cards, waarin een politicus allerlei kwaad doet als onderdeel van een groot plan om vooruit te komen. Voor Frank Underwood is immoreel handelen een keuze. In The Wire handelen allerlei mensen immoreel omdat ze niet anders kunnen. Je ziet langzaam het net van de omstandigheden sluiten waardoor jongens in de criminaliteit komen, politie-agenten bewijsmateriaal vervalsen en burgemeesters veiligheidsstatistieken manipuleren.

Leave a Reply