Bananen, Brood en Bedelaars

Een tijdje geleden las ik in de Vrij Nederland een interview met Peter Singer, een van de meest invloedrijke filosofen van dit moment. Een utilist en dus eigenlijk een van mijn erfvijanden aan gezien ik een deontologisch liberaal ben. Maar hij is zeker wel een good guy: hij roept iedereen op meer te doen voor mensen die er minder goed voorstaan. Een van de interessantste dingen die hij vertelde was dat hij altijd een tros bananen mee neemt, want als hij dan een bedelaar tegenkomt, hoeft hij ze geen geld te geven, maar kan hij ze een banaan aan bieden. Immers zo’n bedelar kan dat geld op iedere manier gebruiken als hij zelf wilt: voor een slaapplaats, een banaan maar ook voor drank en drugs. Als hij de banaan aanneemt dan weet je zeker dat hij hem niet uitgeeft voor drank en drugs.

Ik vond het een intrigerend idee: immers ik geef al jaarlijk geld aan de lokale dak- en thuisloze opvang, omdat ik geen geld wil geven aan straatkrantverkopers, omdat ik niet weet hoe ze het besteden. De banaan was daar een variant op. Dus toen ik in Florence eigenlijk een fles water te veel had gekocht, kon ik die aan de bedelaar voor de supermarkt geven. Gister hadden we een brood met wat beleg gekocht toen we een stuk wandelen waren. Toen we langs de supermarkt kwamen om eten te halen, vroeg een bedelaar om geld. Ik bood hem het brood en beleg dat we over hadden aan. Dat nam hij graag aan. Het voorval blijft in mijn gedachten om twee redenen:

Ten eerste, is het heel moralistisch om iemand geen geld te geven maar eten, je zegt: ik vertrouw je niet met geld dat geef je alleen maar verkeerd uit. Ik bepaal wat goed voor je is: bruin brood met een light bieslook spread, dat is wat je nodig hebt. Een utilist als Singer heeft minder problemen met dat moralisme, als een deontoloog als ik zelf. Een utilist gaat het om uitkomsten waar mensen zo gelukkig mogelijk zijn. Singer weet dat het geluk dat je van een banaan krijgt veel duurzamer en waardevoller is dan het geluk dat je krijgt van een blik bier. Dus kan hij die banaan geven. Ik ben er nog niet uit of je op basis van een Kantiaans maxime iemand beter een banaan kan geven dan geld. Als we ueberhaupt mensen in plaats van geld bananen zouden geven zou de wereld al snel gaan stinken naar rotte banaan. Abstracter gesteld: ik denk niet dat iedereen voor iedereen anders beter weet wat hij/zij zou moeten doen, en die zin is geld (als primary social good) veel preferabeler om weg te geven. Dan kunnen mensen zelf kiezen hoe ze het invullen.

Ten tweede, heb ik er een probleem mee om iemand het brood te geven dat ik over heb. Niemand zou afhankelijk moeten zijn van wat anderen niet meer nodig hebben. Leven van de kruimels en restjes van een ander lijkt me een typisch voorbeeld van vernedering, in de zin van Avishai Margalit. Zo iemand is dus niet goed genoeg voor een nieuw brood, maar voor broodkruimels. Left overs. De persoon wordt dan behandelt als een duif of eend, een dier, die je de restjes geeft en niet als een mens, die het brood waard is. Ik twijfel hier erg over, want ik heb ook in een weggeefwinkel gewerkt waar alles tweede hands is, ook  left overs dus. En ik heb grote bewondering voor de mensen van de Leidse Voedselbank die ook de groente, fruit en brood weggeven dat over is gebleven, of niet perfect genoeg was voor het driesterrenrestaurant. Waste not, want not.

Die bedelaar is het voorval vast vergeten en heeft het brood gewoon opgegeten of aan zijn hond gevoerd. Maar voor mij blijft het vooral in mijn gedachten, in mijn warme huis met  goed gevulde koelkast. Is dat nu decadentie?

Leave a Reply