Drie kleuren groen?

Ik heb al eerder geblogd over de empirisch-comparatieve verschillen tussen Groenen in Europa. Maar conceptueel zijn er ook een aantal interessante onderscheiden gemaakt, want milieu-politiek verhoudt zich op een interessante manier met de tegenstelling tussen links en rechts en moraliteit en neutraliteit.

  • Eco-conservatief: Deze groenen gaan uit van de intrinsieke waarde van de aarde, ecosystemen en dieren. Mensen moeten in harmonie met de natuur leven. Een andere levenswijze staat daarin centraal: mensen moeten weer in contact komen met de natuur, een sober waardevol leven. Het stimuleren van biologische landbouw is typisch eco-conservatief beleid. Landbouw in harmonie met de natuur. Voedsel dat puur smaakt en met respect voor de schepping is geproduceerd.
  • Eco-progressief: Deze groenen zien het milieuprobleem als een probleem van incentives. Ze gaan uit van technologische innovatie en economische ontwikkeling. Er is geen tegenstelling tussen economie en ecologie. Groene innovatie schept welvaart en werkgelegenheid. Als we de milieukosten van producten doorrekenen in de prijs wordt de markt gestimuleerd om groen te produceren. Of we maken de emissiequota verhandelbaar: groen geld. Groene energie is een mooi voorbeeld van een eco-progressief beleid. De nieuwste moderne technieken worden toegepast om het klimaat te redden. De overheid moet niet alles zelf regelen maar juist de markt stimuleren.
  • Eco-sociaal: Deze groenen zien het milieuprobleem als een collective action problem. Dat kan alleen worden opgelost door een verantwoordelijke overheid. De overheid is in staat om duurzaamheid, efficiency en solidariteit te balanceren. Om een duurzame economie te bereiken is een grote overheid noodzakelijk. Er is een boel beleid te bedenken waarbij sociale doelen en groene doelen samen hand in hand gaan: het openbaar vervoer is een mooi voorbeeld. Bruikbaar voor arm en rijk. En beter voor het milieu dan de auto. Maar denk ook aan isolatie van huurwoningen (goed voor uw portomonee en het klimaat) en nationale parken (recreeeren in de natuur).

Er zijn interessante relaties tussen de posities van deze groenen. Eco-progressief en eco-sociaal zien een goed milieu als een instrumentele voorwaarde voor economische activiteit. Daar staan de eco-conservatieven tegenover die een goed milieu als een intrinsiek goed zien. Eco-conservatieven zijn moralistisch, eco-progressieven en eco-socialen zijn neutraal. De eco-progressieven en eco-socialen staan echter tegenover elkaar op het klassieke links/rechts schema (staat vs. markt).

In dit schema is GroenLinks moeilijk in te passen. Kijk er is in Nederland een eco-conservatieve partij: de Partij voor de Dieren, die kiest voor dierenrechten en groen moralisme. Daarvoor waren er De Groenen. Aan de eco-progressieve kant is er de GroenRechtse koers van de VVD en D66. Een vrije markt is een groene martk. Eco-sociaal zijn natuurlijk de SP en PvdA, die solidair en groen zijn.

GroenLinks balanceert tussen deze koersen in. De PPR kwam duidelijk uit de eco-progressieve traditie, de PSP kwam uit de eco-sociale traditie. De CPN was niet zo groen (en dan duidelijk meer eco-sociaal) en de EVP, altijd moeilijk te plaatsen, is nog het best te begrijpen als een eco-conservatieve partij. Het debat tussen Krities GroenLinks en de links-liberale stroming binnen de huidige partij is een debat tussen de eco-sociale en eco-progressieve oplossingen, met Platvoet/Kohler meer aan de eco-sociale kant en Halsema/Duyvendak aan de eco-progressieve kant. Echte diepgroene (eco-conservatieve) politiek is er eigenlijk niet binnen GroenLinks.

Er zijn vele kamers in het huis van de groene politiek: links en rechts, moralistisch en neutraal. Er is voor iedereen ruimte. Maar GroenLinks laat zich niet zo makkelijk in een kamer duwen.

Leave a Reply