Groen regeren in Europa?

Ik kreeg van DWARS een verzoek om komende week te spreken op een DWARS kamp. Ze wilden een Europees perspectief op Groen regeren. Een breed perspectief want in groenen hebben in 16 van de 27 landen van de Europese Unie in de regering gezeten. 8 daarvan in Oost-Europa.

Europeangreensgovt
Europese Groenen zijn een rare familie. Laat me twee simpele vragen stellen om dat te illustreren: wat is het eerste Europese land met een Groene minister? En wat was het eerste Europese land met een Groene premier? Dat is niet Duitsland waar de Groenen hun wortels vinden, of Belgie waar de Groenen voor het eerst landelijk zetels wonnen. Het waren Bulgarije, Estland en Litouwen waar Groenen het eerst ministers leverden. In 1990. De Groenen waren onderdeel van de anti-communistische hervormingsbeweging. Alleen of in anti-communistische coalities kregen de Groenen een positie in de kabinetten van Bulgarije, Estland en Litouwen. In Bulgarije leverde de Conservative & Ecological Party zelfs korte tijd de premier. Maar veel Groenen zullen zeggen dat dit niet echt telt: ze waren niet lid van de Europese Federatie van Groene Partijen. De eerste "echte" Groene minister was een Fin (1995). De eerste "echte" Groene premier was een Let (2003). In het figuur hiernaast kan je de verschillende partijen zien (licht blauw – geen lid van de EGP, lichtst groen – alleen maar een lid van de EGP, mintblauw – lid EGP in de EU, zachtgroen – alleen maar in het EP, groen – in het parlement, donkerstgroen – in de regering, iets zachter groen – alleen maar steun aan minderheidskabinet, mosgroen – alleen maar in het kabinet vlak na 1989).

Europeangreensfamily
Om Groene regeringsdeelname te begrijpen, moeten we kijken naar het gedachtegoed van Groenen. Het gedachtegoed van GroenLinks wordt gekenmerkt door drie idealen: duurzaamheid, solidariteit en "openheid". GroenLinks is groen, links en progressief. Klimaatverandering is het groene thema. Het versterken van de verzorgingsstaat is het linkse thema. En Europa is een de belangrijkste open thema’s. Hierover zijn Groene partijen sterk verdeeld in West (groen), Noord (geel) en Oost (blauw). In West-Europa zijn Frankrijk, Duitsland en Nederland zijn Groenen inderdaad ook groen, links en pro-Europees. In Oost-Europa waren de groene partijen verbonden geweest aan de anti-communistische hervormingsbeweging: ze kozen voor democratie, voor het Westen en dus voor Europa. Daarnaast waren ze (redelijk) groen. Hun keuze voor democratie op Westerse basis betekent een keuze voor een markteconomie, voor privatisering en voor rechts economisch beleid. In Noord-Europese landen als het Verenigd Koninkrijk en Zweden speelt Euroskepsis sterk. Groenen kiezen daar voor een gedecentraliseerde staat. Een sterke Europese toplaag past niet in dat beeld. Groene partijen hier hebben dus niet hetzelfde open profiel als GroenLinks, ze zijn fel Euroskeptisch. Daarnaast staan ze dicht bij het politieke centrum.

Europeangreensgovtfamily
Met deze drie families is het ook beter te begrijpen hoe Europese Groenen in de regering kwamen. Er zijn drie soorten regeringscoalities met Groenen. Een rood-groene combinatie met sociaal-democraten, groenen en misschien andere linkse partijen (rood en roze voor minderheidskabinetten). Een blauw-groene combinatie met conservatieven, groenen en misschien andere rechtse partijen (blauw en oranje voor post-communistische regeringen). Ten slotte is er een regenboogcoalitie met links, groen en rechts. In Belgie heet dat paars-groen (paars). Het waren anti-communistische coalities van rechtse partijen waar de Groenen het eerst aan de macht kwamen. Bijna geen van deze Groenen overleefde meer dan een verkiezing. Al snel kwamen er andere rechtse partijen op. Nu komen er soms weer Groene partijen op in Oost-Europa. In Tsjechie en Letland hebben zijn ze terug gekomen in de regering. In Letland leverden de Groenen zelfs kortstondig de premier. De eerste groene regeringsleider. In West-Europa kwamen de Groene partijen aan de macht met sociaal-democraten. Dan wel door een bondgenootschap voor de verkiezingen, of wel in een coalitiekabinet dan wel als parlementaire steunpilaar voor een centrum-links minderheidskabinet. In landen met een zwakkere sociaal-democratische partij (Finland en Belgie) kwamen de Groenen in een brede, regenboog coalitie terecht.

Het zijn vaak de grotere Groene partijen die in een kabinet komen. Gemiddeld haalt een Groene partij die een kabinet komt 6.4% in de voorgaande verkiezing. Gemiddeld halen Groenen die niet in een kabinet komen zo’n 4.4% van de stemmen. Een goede verkiezingsuitslag is een boost om de regering te komen. Gemiddeld wint een Groene partij zo’n 2% van de stemmen in de verkiezing voordat ze gaan regeren. Echter groter is niet altijd beter voor een Groene. Kleine Groene partijen kunnen juist in een bondgenootschap terecht komen met andere partijen, waardoor participatie in een kabinet mogelijk wordt. Daarnaast kan je in landen als Luxemburg zien hoe een Groene partij zijn eigen kansen op regeringsdeelname kan verknallen door te groot te groeien ten koste van de sociaal-democraten. Als alle Groenen op de sociaal-democraten zouden stemmen waren ze de eerste partij, maar nu zijn ze kleiner dan de Christen-democraten. Wat ten slotte ook helpt als je in het kabinet wil komen is het mainstreamen van je partij organisatie en het matigen van je standpunten. Het zijn niet de fundi‘s die ministers leveren maar de realo’s.

Maar waar doen we het allemaal voor? Is Groen regeren het waard? Wat levert het op in termen van beleid? Landen waarin Groenen ooit geregeerd hebben zijn in een aantal opzichten groener: per burger pompen ze minder CO2 de dampkring in. 8 ton per jaar per burger. Dat is 12 in landen waar Groenen wel in het parlement zitten maar niet in de regering. Echter in landen waar Groenen helemaal buiten de politieke arena staan is het ook 8 ton. Kortom als Groenen eenmaal in het parlement zijn is het beter voor het klimaat om ze mee te laten regeren. Maar als ze buiten het parlement blijven is dat ook prima. Echter landen met Groenen produceren wel het meeste hernieuwbare energie, volgens de data van de Europese Unie: 16% van de stroom in deze landen is duurzaam. Dat is maar 7.8% in landen waar Groenen in het parlement zijn blijven steken. En 6.5% in landen zonder Groenen. Echter landen met Groenen zijn ook nuclaire landen. 36% van hun energie is nucleair. Dat is respectievelijk 12% en 8% in landen met alleen maar Groene kamerleden of zonder Groenen. De reden hiervoor is waarschijnlijk andersom: Groenen staan sterk in landen waar een grote anti-kernenergiebeweging is en dat zijn weer landen met veel kerncentrales. Het brengt ook de CO2 productie in een ander perspectief. Een van de Westerse landen met de laagste CO2 productie per inwoner is Frankrijk. Daar komt 75% van de stroom uit kernenergie.

Regeren kost bijna altijd stemmen. Voor Groenen valt het alles mee ze verliezen gemiddeld 1% van de stemmen in de verkiezing nadat ze geregeerd hebben. Als we alle Oost-Europese landen waar Groene eendagsvliegen eruit halen is dat minder dan een half procent. Groenen komen relatief goed uit verkiezingen. Het zijn de grote regeringspartijen die een grotere prijs betalen. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen: de Waalse en Vlaamse groenen verdwenen uit het parlement na een periode paars/groen. De Finse Groenen wonnen na iedere kabinetsdeelname.

Wat zegt dit voor Nederland? Dat een Groen kabinet echt nodig is: Nederland heeft maar 3% hernieuwbare energie, in landen met Groene regeringen is dat 18%. Daarom produceert Nederland dan ook 10 ton CO2 per burger per jaar. In landen met een groene regering is dat maar 8 ton. Willen GroenLinks echt iets aan klimaatverandering doen, dan moet ze het kabinet in. De mogelijkheden voor GroenLinks zijn echter wel moeilijk: West-Europese Groenen gaan eigenlijk alleen maar het kabinet in met sociaal-democraten en andere linkse partijen. De Nederlandse sociaal-democraten staan er al drie jaar heel slecht voor. Een brede linkse coalitie (met D66, SP, CU en PvdD) haalt maar 70 zetels. Een regenboogcoalitie lijkt het enige wat mogelijk is: een coalitie met linkse en rechtse elementen. De enige optie met GroenLinks is een kabinet van CDA/PvdA/D66/GL. Dat lijkt me geen waarschijnlijke combinatie.

Leave a Reply